diff --git a/amvb/uitvoeringsbesluit-web/BWBR0010646/README.md b/amvb/uitvoeringsbesluit-web/BWBR0010646/README.md index 86cddab46d1..d6ca7df67aa 100644 --- a/amvb/uitvoeringsbesluit-web/BWBR0010646/README.md +++ b/amvb/uitvoeringsbesluit-web/BWBR0010646/README.md @@ -250,57 +250,46 @@ PLil: de op grond van het tweede lid voor het desbetreffende kalenderjaar toegek **5.** Artikel 2.2.6 is van overeenkomstige toepassing. -### Paragraaf 5. Vermindering rijksbijdrage in verband met kosten van werkloosheidsuitkeringen en suppleties inzake arbeidsongeschiktheid +### Paragraaf 5. Toevoeging en vermindering rijksbijdrage in verband met kosten van werkloosheidsuitkeringen en suppleties inzake arbeidsongeschiktheid ### Artikel 2.5.1 In deze paragraaf wordt verstaan onder: -a. instelling: - -1°. een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de wet, -2°. een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b1, van de wet, -3°. een in artikel 12.3.8 van de wet genoemd instituut, en -4°. een in artikel 12.3.9 van de wet genoemde hogeschool; -b. uitkering: een werkloosheidsuitkering of een suppletie inzake arbeidsongeschiktheid alsmede een andere uitkering wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel, anders dan op grond van de Ziektewet. +a. instelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de wet, een innovatie- en praktijkcentrum als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b1, van de wet, een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8 van de wet of de hogeschool Haarlem, bedoeld in artikel 12.3.9 van de wet, dan wel diens rechtsopvolger; +b. uitkering: een werkloosheidsuitkering als bedoeld in de Hoofdstukken I en II van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel of suppletie inzake arbeidsongeschiktheid als bedoeld in Hoofdstuk 3 van het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs, voortvloeiend uit een dienstbetrekking aan een instelling; +c. overeenkomst inburgering: een overeenkomst als bedoeld in artikel 2.3.4 van de wet, die betrekking heeft op de educatieve programma's, bedoeld in artikel 2.3.1, tweede lid, van de wet; +d. overeenkomst educatie: een overeenkomst als bedoeld in artikel 2.3.4, eerste lid, van de wet. ### Artikel 2.5.2 -**1.** - -Onze Minister brengt op de rijksbijdrage voor een instelling voor een kalenderjaar een bedrag in mindering volgens de volgende formule: - -PI - ------- x (A + B + C) - -PL - -In deze formule wordt verstaan onder - -PI: de rijksbijdrage voor de desbetreffende instelling voor de exploitatiekosten zoals vastgesteld op grond van: - -a. artikel 2.2.2, in geval van een agrarisch opleidingscentrum vermeerderd met de rijksbijdrage zoals vastgesteld op grond van artikel 2.3.2, -b. paragraaf 1 van hoofdstuk 2 van de Uitvoeringsregeling WEB, -c. paragraaf 2 van hoofdstuk 2 van de Uitvoeringsregeling WEB, dan wel -d. artikel 2 van het Besluit bekostiging agrarische innovatie- en praktijkcentra 1997; - -PL: de som van de rijksbijdragen van de instellingen voor de exploitatiekosten zoals vastgesteld op grond van de bij PI vermelde grondslagen; - -A: de kosten van de uitkeringen in het in het eerste lid bedoelde kalenderjaar van gewezen personeel van de instellingen, voor zover deze kosten voortvloeien uit een ontslag dat is geëffectueerd voor 1 augustus 1995; - -B: de kosten van de uitkeringen in dat kalenderjaar van gewezen personeel van de instellingen, voor zover deze kosten voortvloeien uit een ontslag dat is geëffectueerd in de periode tussen 31 juli 1995 en 1 augustus 1998 en waarvoor de rechtspersoon, bedoeld in artikel 4.4.2 van de wet zoals luidend op 31 juli 1998, heeft ingestemd op grond van artikel 2.5.8, derde lid, van de wet zoals luidend op 31 juli 1998, met het ten laste van bedoelde rechtspersoon brengen van de kosten van deze uitkeringen, en - -C: 40% van de kosten van de uitkeringen in dat kalenderjaar voor gewezen personeel van de instellingen, voor zover deze kosten voortvloeien uit een ontslag dat is geëffectueerd op of na 1 augustus 1998. +**1.** Het bevoegd gezag van een instelling heeft, naast de aanspraak op een aandeel van de rijksbijdrage voor de exploitatiekosten voor het beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 2.2.2, in geval van een agrarisch opleidingscentrum vermeerderd met de rijksbijdrage zoals vastgesteld op grond van artikel 2.3.2, of op grond van artikel 2 van het Besluit bekostiging agrarische innovatie- en praktijkcentra 1997, per kalenderjaar aanspraak op een vergoeding voor uitkeringen. **2.** -Onze Minister brengt vervolgens op de rijksbijdrage van een instelling voor het in het eerste lid bedoelde kalenderjaar in mindering: +De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, is het bedrag berekend volgens de volgende formule: -a. de kosten van de uitkeringen in dat kalenderjaar voor gewezen personeel van de desbetreffende instelling, voor zover deze kosten voortvloeien uit een ontslag dat is geëffectueerd in de periode tussen 31 juli 1995 en 1 augustus 1998 en waarvoor de rechtspersoon, bedoeld in artikel 4.4.2 van de wet zoals luidend op 31 juli 1998, niet heeft ingestemd op grond van artikel 2.5.8, derde lid, van de wet zoals luidend op 31 juli 1998, met het ten laste van bedoelde rechtspersoon brengen van de kosten van deze uitkeringen, en -b. 60% van de kosten van de uitkeringen in dat kalenderjaar voor gewezen personeel van de desbetreffende instelling, voor zover deze kosten voortvloeien uit een ontslag dat is geëffectueerd op of na 1 augustus 1998. +(PI + InbI + EduI) / (PL + InbL + EduL) x W -**3.** De uitkomsten van de in het eerste en tweede lid bedoelde berekeningen worden rekenkundig afgerond op twee decimalen. +In deze formule wordt verstaan onder: + +PI: de rijksbijdrage voor de exploitatiekosten, zoals omschreven in het eerste lid, van de desbetreffende instelling voor het kalenderjaar voorafgaande aan het desbetreffende kalenderjaar; + +InbI: de hoogte van het bedrag dat met de overeenkomst of de overeenkomsten inburgering van de desbetreffende instelling in het kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar is gemoeid, zoals blijkt uit de jaarrekening van de instelling; + +EduI: de hoogte van het bedrag dat met de overeenkomst of overeenkomsten educatie van de desbetreffende instelling in het kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar is gemoeid, zoals blijkt uit de jaarrekening van de instelling; + +PL: de rijksbijdrage voor de exploitatiekosten, zoals omschreven in het eerste lid, van de instellingen voor het kalenderjaar voorafgaande aan het desbetreffende kalenderjaar; + +InbL: de hoogte van het bedrag dat met de overeenkomsten inburgering van de instellingen in het kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar is gemoeid, zoals blijkt uit de jaarrekeningen van de instellingen; + +EduL: de hoogte van het bedrag dat met de overeenkomsten educatie van de instellingen in het kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar is gemoeid, zoals blijkt uit de jaarrekeningen van de instellingen; + +W: het wachtgeldbudget voor de instellingen zoals opgenomen in de begrotingen van de uitgaven van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van het desbetreffende kalenderjaar. + +**3.** De uitkomst van de berekening, bedoeld in het tweede lid, wordt rekenkundig afgerond op twee decimalen. + +**4.** Onze Minister kan voorzover het betreft educatie en inburgering, in afwachting van de indiening van de jaarrekeningen door de instellingen, een voorlopig bedrag toevoegen aan de rijksbijdrage. ### Artikel 2.5.2a @@ -334,10 +323,12 @@ c. 100% van de kosten van de uitkeringen in dat kalenderjaar voor gewezen person ### Artikel 2.5.3 -**1.** Onze Minister gaat gedurende het kalenderjaar waarop de verminderingen op de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2.5.2, eerste lid, betrekking hebben, per maand over tot een voorlopige inhouding op de rijksbijdrage. +**1.** Onze Minister gaat gedurende het kalenderjaar waarop de verminderingen op de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2.5.2a, eerste lid, betrekking hebben, per maand over tot een voorlopige inhouding op de rijksbijdrage. **2.** De definitieve vaststelling van de verminderingen, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats in maart of zoveel eerder als mogelijk is, volgend op het desbetreffende jaar. +### Paragraaf 6. Vermindering exploitatiekosten beroepsonderwijs in verband met normatieve inhouding cursusgelden + ## Hoofdstuk 3. Rijksbijdrage educatie en huisvesting opleidingen VAVO ### Paragraaf 1. Algemene bepalingen