2004-01-01 | BWBR0001827 | Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)

This commit is contained in:
Coornhert 2004-01-01 12:00:00 +00:00
parent ac076fe28a
commit 08ad938455

View file

@ -3497,34 +3497,34 @@ i. bezoldiging als bedoeld in artikel 115 van de Ambtenarenwet met uitzondering
De beslagvrije voet bedraagt voor schuldenaren die kunnen worden aangemerkt als:
a. echtgenoten of geregistreerde partners als bedoeld in artikel 3 van de Algemene bijstandswet die beiden 21 jaar of ouder zijn: negentig procent van de bijstandsnorm genoemd in artikel 30, eerste lid, onderdeel c, respectievelijk artikel 30, tweede lid, onderdeel c en d van die wet;
b. een alleenstaande en een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 4, onderdeel *a* en *b*, van de Algemene bijstandswet die 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar zijn:
a. echtgenoten of geregistreerde partners als bedoeld in artikel 3 van Wet werk en bijstand die beiden 21 jaar of ouder zijn: negentig procent van de norm genoemd in artikel 21, onderdeel c, respectievelijk artikel 22, onderdeel c en d, van die wet;
b. een alleenstaande en een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 4, onderdeel a en b, van de Wet werk en bijstand die 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar zijn:
1°. indien het periodieke inkomen bij de beslaglegger bekend is: 90 procent van dat inkomen inclusief de vakantie-aanspraak, doch ten minste 90 procent van de bijstandsnorm genoemd in artikel 30, eerste lid, onderdeel *a* en *b*, van de Algemene bijstandswet en ten hoogste 90 procent van die bijstandsnorm nadat deze eerst is verhoogd met het bedrag genoemd in artikel 33, tweede lid, van die wet;
2°. indien het periodieke inkomen niet bij de beslaglegger bekend is: 90 procent van de bijstandsnorm genoemd in artikel 30, eerste lid, onderdeel a en b, van de Algemene bijstandswet;
c. een alleenstaande van 65 jaar of ouder en een alleenstaande ouder van 65 jaar of ouder: negentig procent van de bijstandsnorm genoemd in artikel 30, tweede lid, onderdeel a en b, van die wet.
1°. indien het periodieke inkomen bij de beslaglegger bekend is: 90 procent van dat inkomen inclusief de vakantie-aanspraak, doch ten minste 90 procent van de norm genoemd in artikel 21, onderdeel a en b, van de Wet werk en bijstand en ten hoogste 90 procent van die norm nadat deze eerst is verhoogd met het bedrag genoemd in artikel 25, tweede lid, van die wet;
2°. indien het periodieke inkomen niet bij de beslaglegger bekend is: 90 procent van de norm genoemd in artikel 21, onderdeel a en b, van de Wet werk en bijstand;
c. een alleenstaande van 65 jaar of ouder en een alleenstaande ouder van 65 jaar of ouder: negentig procent van de norm genoemd in artikel 22, onderdeel a en b, van die wet.
**2.**
De beslagvrije voet bedraagt voor schuldenaren die kunnen worden aangemerkt als:
a. echtgenoten of geregistreerde partners zonder ten laste komende kinderen die beiden jonger zijn dan 21 jaar: 90 procent van de bijstandsnorm genoemd in artikel 29, eerste lid, onderdeel *b*, van de Algemene bijstandswet;
b. echtgenoten of geregistreerde partners zonder ten laste komende kinderen waarvan een van hen jonger is dan 21 jaar: 90 procent van de bijstandsnorm genoemd in artikel 29, eerste lid, onderdeel *c*, van de Algemene bijstandswet;
c. een alleenstaande jonger dan 21 jaar: 90 procent van de bijstandsnorm genoemd in artikel 29, eerste lid, onderdeel *a*, van de Algemene bijstandswet;
d. een alleenstaande ouder jonger dan 21 jaar: 90 procent van de bijstandsnorm genoemd in artikel 29, tweede lid, onderdeel *a*, van de Algemene bijstandswet;
e. echtgenoten of geregistreerde partners die beiden jonger zijn dan 21 jaar met een of meer ten laste komende kinderen: 90 procent van de bijstandsnorm genoemd in artikel 29, tweede lid, onderdeel *b*, van de Algemene bijstandswet;
f. echtgenoten of geregistreerde partners waarvan een van hen jonger is dan 21 jaar met een of meer ten laste komende kinderen: 90 procent van de bijstandsnorm genoemd in artikel 29, tweede lid, onderdeel *c*, van de Algemene bijstandswet.
a. echtgenoten of geregistreerde partners zonder ten laste komende kinderen die beiden jonger zijn dan 21 jaar: 90 procent van de norm genoemd in artikel 20, eerste lid, onderdeel b, van de Wet werk en bijstand;
b. echtgenoten of geregistreerde partners zonder ten laste komende kinderen waarvan een van hen jonger is dan 21 jaar: 90 procent van de norm genoemd in artikel 20, eerste lid, onderdeel c, van de Wet werk en bijstand;
c. een alleenstaande jonger dan 21 jaar: 90 procent van de norm genoemd in artikel 20, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand;
d. een alleenstaande ouder jonger dan 21 jaar: 90 procent van de norm genoemd in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand;
e. echtgenoten of geregistreerde partners die beiden jonger zijn dan 21 jaar met een of meer ten laste komende kinderen: 90 procent van de norm genoemd in artikel 20, tweede lid, onderdeel b, van de Wet werk en bijstand;
f. echtgenoten of geregistreerde partners waarvan een van hen jonger is dan 21 jaar met een of meer ten laste komende kinderen: 90 procent van de norm genoemd in artikel 20, tweede lid, onderdeel c, van de Wet werk en bijstand.
**3.** Voor zover het echtgenoten of geregistreerde partners betreft, wordt de beslagvrije voet voor ten hoogste de helft verminderd met het eigen, niet onder beslag liggende periodieke inkomen inclusief vakantie-aanspraak van degene aan wie de bijstand samen met de schuldenaar zou kunnen toekomen.
**4.** Indien de schuldenaar ter verzorging of verpleging in een daartoe bestemde inrichting is opgenomen bedraagt de beslagvrije voet de prijs die is verschuldigd voor verzorging dan wel verpleging. De beslagvrije voet wordt verhoogd met twee derden van de bijstandsnorm genoemd in artikel 31 van de Algemene bijstandswet.
**4.** Indien de schuldenaar ter verzorging of verpleging in een daartoe bestemde inrichting is opgenomen bedraagt de beslagvrije voet de prijs die is verschuldigd voor verzorging dan wel verpleging. De beslagvrije voet wordt verhoogd met twee derden van de bijstandsnorm genoemd in artikel 23 van de Wet werk en bijstand.
**5.**
De beslagvrije voet wordt verhoogd met:
a. de premie van een door de schuldenaar gesloten ziektekostenverzekering, telkens wanneer deze premie vervalt terwijl het beslag ligt;
b. de voor rekening van de schuldenaar komende woonkosten verminderd met ontvangen huursubsidie, een bijzondere bijdrage in de huurlasten op grond van artikel 26b van de Huursubsidiewet, of woonkostentoeslag, voor zover de woonkosten, na deze vermindering, meer bedragen dan het bedrag, genoemd in artikel 17, tweede lid, van de Huursubsidiewet, met dien verstande dat de verhoging van de beslagvrije voet niet meer bedraagt dan het huursubsidiebedrag waarop de schuldenaar, uitgaande van de laagste inkomenscategorie, krachtens artikel 21 van de Huursubsidiewet ten hoogste aanspraak heeft. Bij het in mindering te brengen bedrag wordt een bijdrage als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel *d*, of onderdeel *e*, en een daarmee overeenkomende ophoging op grond van de Algemene bijstandswet buiten beschouwing gelaten.
b. de voor rekening van de schuldenaar komende woonkosten verminderd met ontvangen huursubsidie, een bijzondere bijdrage in de huurlasten op grond van artikel 26b van de Huursubsidiewet, of woonkostentoeslag, voor zover de woonkosten, na deze vermindering, meer bedragen dan het bedrag, genoemd in artikel 17, tweede lid, van de Huursubsidiewet, met dien verstande dat de verhoging van de beslagvrije voet niet meer bedraagt dan het huursubsidiebedrag waarop de schuldenaar, uitgaande van de laagste inkomenscategorie, krachtens artikel 21 van de Huursubsidiewet ten hoogste aanspraak heeft. Bij het in mindering te brengen bedrag wordt een bijdrage als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel *d*, of onderdeel *e*, en een daarmee overeenkomende ophoging op grond van de Wet werk en bijstand buiten beschouwing gelaten.
**6.** De beslagvrije voet wordt verminderd met de voor beslag vatbare periodieke inkomsten van de schuldenaar waarop geen beslag ligt, alsmede met het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud en de toeslag voor een partner of eenoudergezin, begrepen in aan de schuldenaar toegekende studiefinanciering of tegemoetkoming in de studiekosten die niet vatbaar is voor beslag.
@ -4772,7 +4772,7 @@ Indien het beslag en de executie niet overeenkomstig deze afdeling hebben plaats
De rechter kan op verlangen van de schuldeiser de tenuitvoerlegging bij lijfsdwang toestaan van:
a. vonnissen en beschikkingen, voor zover zij een veroordeling tot iets anders dan het betalen van geld inhouden;
b. vonnissen, beschikkingen en authentieke akten waarbij een uitkering tot levensonderhoud, krachtens Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek verschuldigd, daaronder begrepen het verschuldigde voor verzorging en opvoeding van een minderjarige en voor levensonderhoud en studie van een meerderjarige die de leeftijd van een en twintig jaren niet heeft bereikt, is bevolen of toegezegd, alsmede beschikkingen waarbij een uitkering krachtens artikel 85, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek door de ene echtgenoot of geregistreerde partner aan de andere verschuldigd, is bevolen, en beschikkingen tot verhaal op grond van de Algemene bijstandswet.
b. vonnissen, beschikkingen en authentieke akten waarbij een uitkering tot levensonderhoud, krachtens Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek verschuldigd, daaronder begrepen het verschuldigde voor verzorging en opvoeding van een minderjarige en voor levensonderhoud en studie van een meerderjarige die de leeftijd van een en twintig jaren niet heeft bereikt, is bevolen of toegezegd, alsmede beschikkingen waarbij een uitkering krachtens artikel 85, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek door de ene echtgenoot of geregistreerde partner aan de andere verschuldigd, is bevolen, en beschikkingen tot verhaal op grond van de Wet werk en bijstand.
### Artikel 586