2015-08-01 | BWBR0010646 | Uitvoeringsbesluit WEB
This commit is contained in:
parent
204f1c00d8
commit
08da14853c
1 changed files with 30 additions and 138 deletions
|
|
@ -519,18 +519,11 @@ Bij een wijziging van de gemeentelijke indeling of een grenscorrectie als bedoel
|
|||
|
||||
### Artikel 4.1.1
|
||||
|
||||
**1.** De paragrafen 1 tot en met 3 zijn van toepassing op de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven, bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b1, van de wet, met uitzondering van het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel voor zover niet anders is bepaald.
|
||||
|
||||
**2.** Paragraaf 4 is van toepassing op het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 4.1.2
|
||||
|
||||
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. kenniscentrum: een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b1, van de wet;
|
||||
b. leerbedrijf: een bedrijf dat of organisatie die bevoegd is de beroepspraktijkvorming te verzorgen, op basis van een gunstige beoordeling op grond van door het kenniscentrum vastgestelde criteria als bedoeld in artikel 7.2.10 van de wet;
|
||||
c. beroepsopleiding: een beroepsopleiding van een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b1° of b2°, van de wet;
|
||||
d. landelijke kwalificatiestructuur: de kwalificatiestructuur, bedoeld in artikel 7.2.4 van de wet.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 4.1.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -538,98 +531,33 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 4.1.4
|
||||
|
||||
Binnen het raam van de door de begrotingswetgever voor het desbetreffende kalenderjaar beschikbaar gestelde middelen, stelt Onze Minister jaarlijks de omvang vast van het landelijk beschikbare budget voor de exploitatiekosten en voor de huisvestingskosten van de kenniscentra.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Exploitatiekosten en huisvestingskosten
|
||||
|
||||
### Artikel 4.2.1
|
||||
|
||||
Het landelijk beschikbare budget voor de exploitatiekosten en de huisvestingskosten van de kenniscentra wordt verdeeld in:
|
||||
|
||||
a. een gedeelte van 20% voor de de taken rond de kwalificatiestructuur bedoeld in artikel 1.5.2, eerste en tweede lid, van de wet en
|
||||
b. een gedeelte van 80% voor de taken rond de leerbedrijven en de beroepspraktijkvorming bedoeld in artikel 1.5.2, derde en vierde lid, van de wet.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 4.2.2
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister berekent de rijksbijdrage voor de exploitatiekosten en de huisvestingskosten voor een kenniscentrum voor een kalenderjaar door bij elkaar op te tellen:
|
||||
|
||||
a. het rijksbijdragedeel voor de taken rond de kwalificatiestructuur en
|
||||
b. het rijksbijdragedeel voor de taken rond de leerbedrijven en de beroepspraktijkvorming,
|
||||
|
||||
zoals deze delen voor het desbetreffende jaar voor het kenniscentrum worden berekend op grond van artikel 4.2.3 onderscheidenlijk 4.2.4.
|
||||
|
||||
**2.** De uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s.
|
||||
|
||||
**3.** De op grond van het eerste lid berekende rijksbijdrage kan worden aangepast in verband met uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 4.2.3
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister berekent het rijksbijdragedeel voor het kenniscentrum voor zover het betreft het gedeelte van het landelijk beschikbare budget voor de taken rond de kwalificatiestructuur volgens de formule:
|
||||
|
||||
waarbij wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
KDo: het gemiddelde aantal kwalificatiedossiers dat op voorstel van het kenniscentrum is vastgesteld en in de vijf jaren, voorafgaand aan het bekostigingsjaar, deel uitmaakte van de landelijke kwalificatiestructuur,
|
||||
|
||||
LDo: het gemiddelde aantal kwalificatiedossiers dat in de vijf jaren, voorafgaand aan het bekostigingsjaar, deel uitmaakte van de landelijke kwalificatiestructuur,
|
||||
|
||||
KKw: het gemiddelde aantal kwalificaties dat op voorstel van het kenniscentrum is vastgesteld en in de vijf jaren, voorafgaand aan het bekostigingsjaar, deel uitmaakte van de landelijke kwalificatiestructuur,
|
||||
|
||||
LKw: het gemiddelde aantal kwalificaties dat in de vijf jaren, voorafgaand aan het bekostigingsjaar, deel uitmaakte van de kwalificatiestructuur en
|
||||
|
||||
LBa: het deel van het landelijk beschikbare budget, bedoeld in artikel 4.2.1, onder a.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een kwalificatiedossier op voorstel van 2 of meer kenniscentra is vastgesteld, tellen het kwalificatiedossier en de daarin opgenomen kwalificaties bij de berekening, bedoeld in het eerste lid voor elk kenniscentrum mee volgens de verdeelsleutel: één gedeeld door het aantal kenniscentra op voorstel waarvan het kwalificatiedossier is vastgesteld.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 4.2.4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister berekent het rijksbijdragedeel voor het kenniscentrum voor zover het betreft het gedeelte van het landelijk beschikbare budget voor de taken rond de leerbedrijven en de beroepspraktijkvorming volgens de formule:
|
||||
|
||||
waarbij wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
KA: het aantal actieve door het kenniscentrum erkende leerbedrijven, waar één of meer deelnemers de beroepspraktijkvorming volgen in het tweede jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar,
|
||||
|
||||
LA: het aantal actieve erkende leerbedrijven van alle kenniscentra tezamen, waar één of meer deelnemers de beroepspraktijkvorming volgen in het tweede jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar,
|
||||
|
||||
KE: het aantal door het kenniscentrum erkende leerbedrijven op 1 oktober van het tweede jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar,
|
||||
|
||||
LE: het aantal erkende leerbedrijven van alle kenniscentra tezamen op 1 oktober van het tweede jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar,
|
||||
|
||||
KDe: het aantal deelnemers dat op 1 oktober van het tweede jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar is ingeschreven voor een beroepsopleiding, gericht op een kwalificatie die op voorstel van het kenniscentrum is vastgesteld,
|
||||
|
||||
LDe: het landelijk aantal deelnemers dat op 1 oktober van het tweede jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar is ingeschreven voor een beroepsopleiding,
|
||||
|
||||
LBb: het deel van het landelijk beschikbare budget, bedoeld in artikel 4.2.1, onder b.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het aantal door het kenniscentrum erkende leerbedrijven op 1 oktober van het tweede jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar groter is dan 125% van KA, bedoeld in het eerste lid, dan wordt KE, bedoeld in het eerste lid, gelijkgesteld aan 125% van KA.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Bij de berekening van KDe en LDe, bedoeld in het eerste lid,
|
||||
|
||||
a. tellen alleen deelnemers mee die meetellen voor de berekening van de rijksbijdrage van de instellingen voor het desbetreffende bekostigingsjaar,
|
||||
b. tellen deelnemers aan de beroepsopleidende leerweg van een beroepsopleiding mee met een factor 0,4 en deelnemers aan de beroepsbegeleidende leerweg van een beroepsopleiding met een factor 1,
|
||||
c. tellen deelnemers die zijn ingeschreven voor een kwalificatiedossier dat op voorstel van 2 of meer kenniscentra is vastgesteld, bij alle betrokken kenniscentra mee volgens de uitkomst van de breuk
|
||||
|
||||
met dien verstande dat deelnemers aan een assistentopleiding dan wel een entreeopleiding die is gericht op entree op de arbeidsmarkt in de berekening buiten beschouwing worden gelaten;
|
||||
d. tellen deelnemers die zijn ingeschreven voor een opleidingsdomein als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel t2, van de wet mee bij de kenniscentra waarvan een of meer kwalificaties zijn opgenomen in het desbetreffende opleidingsdomein, naar rato van de verdeling van de deelnemers die zijn ingeschreven voor een kwalificatie of een kwalificatiedossier binnen dat opleidingsdomein over de desbetreffende kenniscentra.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 4.2.5
|
||||
|
||||
**1.** Elk kenniscentrum verstrekt jaarlijks voor 1 juli aan Onze Minister een opgave van het aantal door dat kenniscentrum erkende leerbedrijven op peildatum 1 oktober van het voorafgaande jaar.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde opgave gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door het bevoegd gezag aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 4.2.6
|
||||
|
||||
**1.** In geval van fusie van kenniscentra betrekt Onze Minister bij de toepassing van paragraaf 4 de gegevens van de kenniscentra die in het gefuseerde kenniscentrum zijn opgegaan en berekent hij de bijdrage voor het gefuseerde kenniscentrum op basis van die gegevens.
|
||||
|
||||
**2.** In geval van splitsing van kenniscentra gaat Onze Minister bij de toepassing van paragraaf 4 uit van de voorstellen omtrent de toerekening van de gegevens aan elk van de kenniscentra die daarvoor door de betrokken bevoegde gezagsorganen zijn gedaan, blijkend uit een door die bevoegde gezagsorganen aan Onze Minister overgelegde en ondertekende verklaring dienaangaande.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Huisvesting
|
||||
|
||||
|
|
@ -641,9 +569,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 4.4.1
|
||||
|
||||
**1.** Binnen het raam van de door de begrotingswetgever voor het desbetreffende begrotingsjaar beschikbaar gestelde middelen, stelt Onze Minister jaarlijks de omvang van de rijksbijdrage vast voor de exploitatiekosten en de huisvestingskosten van het kenniscentrum op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel, met inachtneming van het uitgangspunt dat 20% van de bijdrage noodzakelijk is voor de taken rond de kwalificatiestructuur bedoeld in artikel 1.5.2, eerste en tweede lid, van de wet en 80% voor de taken rond de leerbedrijven en de beroepspraktijkvorming bedoeld in artikel 1.5.2, derde en vierde lid, van de wet.
|
||||
|
||||
**2.** De op grond van het eerste lid vastgestelde rijksbijdrage kan worden aangepast in verband met uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Vermindering rijksbijdrage in verband met kosten van werkloosheidsuitkeringen en suppleties inzake arbeidsongeschiktheid
|
||||
|
||||
|
|
@ -742,16 +668,14 @@ c. de gegevens van een deelnemer of voormalige deelnemer, voorzover Onze Ministe
|
|||
|
||||
De bepalingen van dit hoofdstuk hebben betrekking op:
|
||||
|
||||
a. instellingen als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, onder 1° tot en met 3°, van de wet,
|
||||
b. kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b1, van de wet, en
|
||||
c. instellingen als bedoeld in artikel 2.3.4 van de wet.
|
||||
a. instellingen als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, onder 1° tot en met 3°, van de wet, en
|
||||
b. instellingen als bedoeld in artikel 2.3.4 van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.1.2
|
||||
|
||||
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. kenniscentrum: een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b1, van de wet,
|
||||
b. gegevenswoordenboek: de opsomming van een door het bevoegd gezag van een instelling of het bestuur van een kenniscentrum te verzamelen gegevens, bedoeld in artikel 5.2.1.
|
||||
- *Gegevenswoordenboek:* de opsomming van een door het bevoegd gezag van een instelling te verzamelen gegevens, bedoeld in artikel 5.2.1.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Ordening en wijze van beschikbaarstelling gegevens
|
||||
|
||||
|
|
@ -759,15 +683,13 @@ b. gegevenswoordenboek: de opsomming van een door het bevoegd gezag van een inst
|
|||
|
||||
**1.** De informatieverzameling, bedoeld in de artikelen 2.2.4, 2.3.6, 2.5.3 en 2.5.5 van de wet, waarover het bevoegd gezag van een instelling dient te beschikken, bevat de gegevens volgens de beschrijving in het gegevenswoordenboek dat is opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit.
|
||||
|
||||
**2.** De informatieverzameling, bedoeld in artikel 2.5.10 juncto artikel 2.5.5 van de wet, waarover het bestuur van een kenniscentrum dient te beschikken, bevat de gegevens volgens de beschrijving in het gegevenswoordenboek dat is opgenomen in bijlage 3 bij dit besluit.
|
||||
|
||||
**3.** De gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, die betrekking hebben op de bekostiging, zijn in het desbetreffende gegevenswoordenboek als zodanig aangeduid.
|
||||
**2.** De gegevens, bedoeld in het eerste lid, die betrekking hebben op de bekostiging, zijn in het desbetreffende gegevenswoordenboek als zodanig aangeduid.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.2.2
|
||||
|
||||
**1.** Op verzoek van Onze Minister stelt het bevoegd gezag van een instelling dan wel het bestuur van een kenniscentrum gegevens aan hem beschikbaar, die door de instelling of het kenniscentrum op grond van artikel 5.2.1 zijn verzameld.
|
||||
**1.** Op verzoek van Onze Minister stelt het bevoegd gezag van een instelling gegevens aan hem beschikbaar, die door de instelling op grond van artikel 5.2.1 zijn verzameld.
|
||||
|
||||
**2.** De beschikbaarstelling geschiedt voor het beroepsonderwijs en de educatie overeenkomstig bijlage 4 bij dit besluit en voor de kenniscentra overeenkomstig de formulieren die zijn opgenomen in bijlage 6 bij dit besluit.
|
||||
**2.** De beschikbaarstelling geschiedt voor het beroepsonderwijs en het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs overeenkomstig bijlage 4 bij dit besluit.
|
||||
|
||||
**3.** In voorkomende gevallen kan Onze Minister bij het verzoek om beschikbaarstelling reeds bij hem bekende gegevens opnemen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -777,40 +699,37 @@ Bij ministeriële regeling kan in bijzondere gevallen een aanvullende vragenlijs
|
|||
|
||||
### Artikel 5.2.4
|
||||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag van een instelling en het bestuur van een kenniscentrum bewaren de boeken, bescheiden en informatie op andere informatiedragers die verband houden met de toepassing van dit hoofdstuk voor zover het betreft gegevens ten behoeve van het door Onze Minister te voeren beleid ten aanzien van het beroepsonderwijs, van de educatie en van de kenniscentra, gedurende ten minste zeven jaren.
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag van een instelling bewaart de boeken, bescheiden en informatie op andere informatiedragers die verband houden met de toepassing van dit hoofdstuk voor zover het betreft gegevens ten behoeve van het door Onze Minister te voeren beleid ten aanzien van het beroepsonderwijs en van het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, gedurende ten minste zeven jaren.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag van een instelling en het bestuur van een kenniscentrum bewaren de gegevens die verband houden met de toepassing van dit hoofdstuk op zodanige wijze dat daaruit de voor de vaststelling van de geaggregeerde gegevens van belang zijnde gegevens kunnen worden nagegaan.
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag van een instelling bewaart de gegevens die verband houden met de toepassing van dit hoofdstuk op zodanige wijze dat daaruit de voor de vaststelling van de geaggregeerde gegevens van belang zijnde gegevens kunnen worden nagegaan.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Controleprotocol
|
||||
|
||||
### Artikel 5.2.5
|
||||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling worden regels vastgesteld voor de inrichting en de uitvoering van de controle door de accountant van de boekhouding, de jaarrekening en de administratie van de instellingen en de kenniscentra.
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling worden regels vastgesteld voor de inrichting en de uitvoering van de controle door de accountant van de boekhouding, de jaarrekening en de administratie van de instellingen.
|
||||
|
||||
**2.** De regels hebben betrekking op de controle op de rechtmatigheid van de verkrijging en de rechtmatigheid en doelmatigheid van de besteding van de rijksbijdrage, en de controle op de bekostigingsgegevens, bedoeld in dit besluit.
|
||||
|
||||
**3.** De administratie van de instelling en het kenniscentrum omvat in ieder geval de gegevens, bedoeld in artikel 5.2.1, vierde lid, en de daaraan ten grondslag liggende bescheiden.
|
||||
**3.** De administratie van de instelling omvat in ieder geval de gegevens, bedoeld in artikel 5.2.1, vierde lid, en de daaraan ten grondslag liggende bescheiden.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5A. Personeel
|
||||
|
||||
### Artikel 5a.1
|
||||
|
||||
De bepalingen van dit hoofdstuk hebben betrekking op:
|
||||
|
||||
1. instellingen als bedoeld in de artikelen 1.1.1, onderdeel b, 12.3.8 en 12.3.9 van de wet, en
|
||||
2. kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b1, van de wet.
|
||||
De bepalingen van dit hoofdstuk hebben betrekking op instellingen als bedoeld in de artikelen 1.1.1, onderdeel b, 12.3.8 en 12.3.9 van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 5a.1a
|
||||
|
||||
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder kenniscentrum: een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b1, van de wet.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5a.2
|
||||
|
||||
Het personeel en het gewezen personeel van instellingen en kenniscentra zijn in elk geval belanghebbende in de zin van dit hoofdstuk.
|
||||
Het personeel en het gewezen personeel van instellingen zijn in elk geval belanghebbende in de zin van dit hoofdstuk.
|
||||
|
||||
### Artikel 5a.3
|
||||
|
||||
Indien een instelling of een kenniscentrum de taken beëindigt en een rechtsopvolger ontbreekt, waaronder tevens is begrepen het geval van een onherroepelijk vonnis tot faillietverklaring van de desbetreffende instelling of het desbetreffende kenniscentrum, voorzien de bevoegde gezagsorganen van de overige instellingen onderscheidenlijk de besturen van de overige kenniscentra er gezamenlijk in dat aan de verplichtingen jegens het personeel en het gewezen personeel die uit de wet- en regelgeving voortvloeien, wordt voldaan. De toepassing van de eerste volzin geschiedt met inachtneming van het bepaalde over vermindering van de rijksbijdrage in verband met de kosten van uitkeringen voor gewezen personeel van een instelling die of een kenniscentrum dat de taken beëindigt in de ministeriële regeling op grond van artikel 12.3.48 van de wet onderscheidenlijk artikel 4.5.2.
|
||||
Indien een instelling de taken beëindigt en een rechtsopvolger ontbreekt, waaronder tevens is begrepen het geval van een onherroepelijk vonnis tot faillietverklaring van de desbetreffende instelling, voorzien de bevoegde gezagsorganen van de overige instellingen er gezamenlijk in dat aan de verplichtingen jegens het personeel en het gewezen personeel die uit de wet- en regelgeving voortvloeien, wordt voldaan. De toepassing van de eerste volzin geschiedt met inachtneming van het bepaalde over vermindering van de rijksbijdrage in verband met de kosten van uitkeringen voor gewezen personeel van een instelling die de taken beëindigt in de ministeriële regeling op grond van artikel 12.3.48 van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 5a.4
|
||||
|
||||
|
|
@ -918,44 +837,15 @@ b. op grond van de artikel 2a.2.1, eerste lid, berekende rijksbijdrage vavo.
|
|||
|
||||
### Artikel 6.3.1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip wordt het rijksbijdragedeel voor het kenniscentrum voor zover het betreft het gedeelte van het landelijk beschikbare budget voor de taken rond de leerbedrijven en de beroepspraktijkvorming in afwijking van artikel 4.2.4 berekend volgens de formule:
|
||||
|
||||
waarbij wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
KE: het aantal door het kenniscentrum erkende leerbedrijven op 1 oktober van het tweede jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar,
|
||||
|
||||
LE: het aantal erkende leerbedrijven van alle kenniscentra tezamen op 1 oktober van het tweede jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar,
|
||||
|
||||
KDe: het aantal deelnemers dat op 1 oktober van het tweede jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar is ingeschreven voor een beroepsopleiding, gericht op een kwalificatie die op voorstel van het kenniscentrum is vastgesteld,
|
||||
|
||||
LDe: het aantal deelnemers dat op 1 oktober van het tweede jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar is ingeschreven voor een beroepsopleiding,
|
||||
|
||||
LBb: het deel van het landelijk beschikbare budget, bedoeld in artikel 4.2.1, onder b.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 4.2.4, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.3.2
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor de bekostigingsjaren 2013 tot en met 2016 wordt in afwijking van artikel 4.2.3 in de formule
|
||||
|
||||
uitgegaan van de gemiddelde aantallen kwalificatiedossiers en kwalificaties in de jaren voorafgaand aan het bekostigingsjaar, gerekend vanaf 2012.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De rijksbijdrage voor een kenniscentrum voor de kalenderjaren 2013 tot en met 2016 wordt voor een deel berekend op grond van de artikelen 4.2.2, 4.2.3 en 4.2.4 juncto 6.3.1 en het eerste lid, en voor een deel op grond van de artikelen 6.3.2 en 6.3.3 zoals die artikelen luidden op 31 december 2012. De delen bedragen voor het kalenderjaar
|
||||
|
||||
a. 2013 20% onderscheidenlijk 80%,
|
||||
b. 2014 40% onderscheidenlijk 60%,
|
||||
c. 2015 60% onderscheidenlijk 40% en
|
||||
d. 2016 80% onderscheidenlijk 20%.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Overgangsrecht uitkering educatie voor de jaren 2016 en 2017
|
||||
|
||||
### Artikel 6.2.1*
|
||||
### Artikel 6.4.1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1021,7 +911,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
## Bijlage 3. Informatieverzameling kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven bij hoofdstuk 5, informatie, van het Uitvoeringsbesluit WEB
|
||||
|
||||
INHOUDSOPGAVE
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Bijlage 4. Wijze van beschikbaarstelling gegevens door instellingen bij
|
||||
|
||||
|
|
@ -1034,3 +924,5 @@ Een groot deel van de gegevens (zoals organisatiegegevens) is reeds geregistreer
|
|||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Bijlage 6. Modellen van formulieren kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven bij
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue