diff --git a/amvb/uitvoeringsbesluit-inkomstenbelasting-2001/BWBR0012066/README.md b/amvb/uitvoeringsbesluit-inkomstenbelasting-2001/BWBR0012066/README.md index 1f5f87a91a4..d66113602aa 100644 --- a/amvb/uitvoeringsbesluit-inkomstenbelasting-2001/BWBR0012066/README.md +++ b/amvb/uitvoeringsbesluit-inkomstenbelasting-2001/BWBR0012066/README.md @@ -14,7 +14,7 @@ citeertitel: Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 ### Artikel 1 -**1.** Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 2.5, 2.6, 3.11, 3.83, 3.126, 3.127, 4.25, 5.7, 5.22, 5.23, 6.16, 6.17, 6.25, 7.6, 10.8, 10.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001. +**1.** Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 2.5, 2.6, 3.11, 3.83, 3.126, 3.127, 4.25, 5.7, 5.22, 5.23, 6.1, 6.16, 6.17, 6.25, 7.6, 10.8, 10.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001. **2.** Dit besluit verstaat onder wet: de Wet inkomstenbelasting 2001. @@ -54,7 +54,7 @@ Bij een binnenlandse belastingplichtige die niet gedurende het gehele kalenderja Onder noemerinkomen wordt verstaan: het inkomen uit werk en woning -a. vermeerderd met de hierop in het jaar in mindering gebrachte uitgaven voor inkomensvoorzieningen, uitgaven voor kinderopvang en persoonsgebonden aftrek, en +a. vermeerderd met de hierop in het jaar in mindering gebrachte uitgaven voor inkomensvoorzieningen en persoonsgebonden aftrek, en b. verminderd met de – met overeenkomstige toepassing van artikel 3.13 van de wet – te verrekenen negatieve bedragen aan noemerinkomen uit andere jaren. **6.** Onder de belasting die zonder de toepassing van deze afdeling volgens de wet over het belastbare inkomen uit werk en woning verschuldigd zou zijn, wordt verstaan: de over het kalenderjaar berekende belasting op het belastbare inkomen uit werk en woning, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de wet, verminderd met een evenredig deel van het belastingdeel van de heffingskorting. Het belastingdeel van de heffingskorting wordt hierbij naar evenredigheid verdeeld over de, zonder heffingskorting, berekende belasting op het belastbare inkomen uit werk en woning, het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang en het belastbare inkomen uit sparen en beleggen. @@ -148,10 +148,6 @@ De dividendbelasting geheven over dividenden uit rechten die tot de bezittingen, **4.** Voor de toepassing van het derde lid wordt niet als een staking aangemerkt een overdracht aan een persoon als bedoeld in artikel 3.63, vierde lid, van de wet mits zowel de belastingplichtige als degene aan wie is overgedragen dit schriftelijk verzoekt. Alsdan wordt degene aan wie is overgedragen voor de toepassing van het derde lid geacht in de plaats te zijn getreden van de belastingplichtige. -### Artikel 12a - -Als nationale regelgeving die leidt tot herstructurering van een bedrijfstak als bedoeld in artikel 3.64, vierde lid, onderdeel b, van de wet wordt aangewezen de Regeling beëindiging veehouderijtakken. - ### Artikel 13 De waarde in het economische verkeer van opgebouwde aanspraken uit een pensioenregeling als bedoeld in artikel 3.83 van de wet wordt gesteld op de bedragen die bij een derde zouden moeten worden gestort ten einde de aanspraken te dekken. @@ -162,11 +158,11 @@ De waarde in het economische verkeer van opgebouwde aanspraken uit een pensioenr **2.** Als een pensioenfonds als bedoeld in artikel 3.126, eerste lid, onderdeel d, van de wet kan door Onze Minister worden aangewezen een lichaam dat naar het recht van de staat van diens zetel bevoegd gelden beheert strekkende tot verzekering van pensioenaanspraken van tenminste 100 deelnemers of gewezen deelnemers en dat in aanvulling op of ter voortzetting van die pensioenaanspraken vanuit een vestiging buiten Nederland lijfrenteovereenkomsten sluit. -**3.** Alvorens tot een aanwijzing wordt overgegaan, dient de verzekeraar, onderscheidenlijk het pensioenfonds zich tegenover Onze Minister, onder door hem te stellen voorwaarden, te verplichten om met betrekking tot de bij deze verzekeraar of dit fonds verzekerde en nog te verzekeren lijfrenten, bedoeld in artikel 3.124 van de wet, inlichtingen te verstrekken over de uitvoering van de lijfrenteovereenkomsten en een in Nederland uitwinbare zekerheid jegens de ontvanger te stellen voor de invordering van de belasting die mocht worden verschuldigd door toepassing van de artikelen 3.133, 3.135 of 3.136 van de wet. +**3.** Alvorens tot een aanwijzing wordt overgegaan, dient de verzekeraar, onderscheidenlijk het pensioenfonds zich tegenover Onze Minister, onder door hem te stellen voorwaarden, te verplichten om met betrekking tot de bij deze verzekeraar of dit fonds verzekerde en nog te verzekeren lijfrenten, bedoeld in artikel 3.124 van de wet, inlichtingen te verstrekken over de uitvoering van de lijfrenteovereenkomsten en een in Nederland uitwinbare zekerheid jegens de ontvanger te stellen voor de invordering van de belasting die mocht worden verschuldigd door toepassing van de artikelen 3.133, 3.135 of 3.136 van de wet. In afwijking van de eerste volzin behoeft een in een van de lidstaten van de Europese Unie gevestigde verzekeraar of gevestigd pensioenfonds jegens de ontvanger geen in Nederland uitwinbare zekerheid te stellen indien deze verzekeraar of dit pensioenfonds, onder door Onze Minister te stellen voorwaarden, ingevolge een overeenkomst met de ontvanger aansprakelijkheid aanvaardt voor de in die volzin bedoelde belasting. **4.** De aanwijzing kan eveneens plaatsvinden indien de in het derde lid bedoelde zekerheid niet door de verzekeraar of het pensioenfonds maar door de belastingplichtige wordt gesteld, waarbij de belastingplichtige tevens de mogelijkheid heeft zekerheid te stellen door middel van verpanding van de aanspraken uit de lijfrenteovereenkomst aan de ontvanger, mits de verzekeraar of het pensioenfonds instemt met deze verpanding. -**5.** De aanwijzing kan door Onze Minister worden ingetrokken wanneer de verzekeraar of het pensioenfonds niet meer aan de verplichtingen met betrekking tot het verschaffen van inlichtingen of het stellen van zekerheid voldoet of niet aan een juiste wijze van uitvoering van een verpanding meewerkt. +**5.** De aanwijzing kan door Onze Minister worden ingetrokken wanneer de verzekeraar of het pensioenfonds niet meer aan de verplichtingen met betrekking tot het verschaffen van inlichtingen of het stellen van zekerheid voldoet of niet aan een juiste wijze van uitvoering van een verpanding of van de in het derde lid bedoelde overeenkomst inzake aansprakelijkheid meewerkt. **6.** Indien de aanwijzing wordt ingetrokken, worden bij de verzekeringnemers van de bij deze verzekeraar of dit pensioenfonds gesloten lijfrenteovereenkomsten, dan wel indien een verzekeringnemer is overleden, bij de gerechtigden tot de lijfrenten, geen negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking genomen indien de lijfrenten onder door Onze Minister te stellen voorwaarden alsnog overgaan op een toegelaten aanbieder als bedoeld in artikel 3.126, eerste lid, van de wet. @@ -337,11 +333,9 @@ Tot de andere hulpmiddelen, bedoeld in artikel 6.17, eerste lid, onderdeel a, va ### Artikel 21 -**1.** Indien op grond van artikel 26, derde lid, onderdeel a, van de Invorderingswet 1990 aan een belastingplichtige kwijtschelding van belasting is verleend ter zake van op reguliere voordelen ingehouden dividendbelasting, wordt ten aanzien van hem de in artikel 7.6, eerste lid of tweede lid, van de wet bedoelde verkrijgingsprijs verminderd met het bedrag van het in het eerstgenoemde artikellid bedoelde reguliere voordeel. +**1.** Indien op grond van artikel 26, tweede, vierde of vijfde lid, aanhef en onderdeel a, van de Invorderingswet 1990 aan een belastingplichtige kwijtschelding van belasting ter zake van belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang is verleend, wordt ten aanzien van hem de in artikel 7.6 van de wet bedoelde verkrijgingsprijs verminderd met vier maal het kwijtgescholden bedrag aan belasting. -**2.** Indien op grond van artikel 26, derde lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 aan een belastingplichtige kwijtschelding van belasting is verleend, wordt ten aanzien van hem de in de artikelen 7.6, eerste of tweede lid, van de wet bedoelde verkrijgingsprijs verminderd met vier maal het kwijtgescholden bedrag. De verkrijgingsprijs wordt tevens verminderd met vier maal het bedrag dat op grond van artikel 26, derde lid, onderdeel a, van de Invorderingswet 1990 is kwijtgescholden en vermeerderd met het bedrag van de reguliere voordelen waarmee de verkrijgingsprijs op grond van het eerste lid reeds is verminderd. - -**3.** Voor de toepassing van de voorgaande leden wordt met artikel 26, derde lid, van de Invorderingswet 1990 gelijkgesteld artikel 26, tweede lid, van de Invorderingswet 1990 zoals dit artikel luidde tot 1 januari 2001. +**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt met artikel 26, tweede en vierde lid, van de Invorderingswet 1990 gelijkgesteld artikel 26, tweede lid, van de Invorderingswet 1990 zoals dit artikel luidde tot 1 januari 2001. ## Hoofdstuk 8. Aanvullende regelingen ( @@ -372,7 +366,7 @@ c. over het verrichten van een contante uitbetaling ter zake van het verzilveren d. over een kapitaalverzekering eigen woning als bedoeld in artikel 3.116, tweede lid, van de wet: 1°. het in het kalenderjaar genoten bedrag aan uitkering; -2°. indien de verzekering op grond van artikel 3.116, derde lid, onderdeel a, b, d, e of f, van de wet, in het kalenderjaar wordt geacht tot uitkering te zijn gekomen: de waarde in het economische verkeer van de verzekering op het tijdstip waarop de verzekering wordt geacht tot uitkering te zijn gekomen; +2°. indien de verzekering op grond van artikel 3.116, derde lid, onderdeel a, b, c, e, f of g, van de wet, in het kalenderjaar wordt geacht tot uitkering te zijn gekomen: de waarde in het economische verkeer van de verzekering op het tijdstip waarop de verzekering wordt geacht tot uitkering te zijn gekomen; e. over een lijfrente als bedoeld in de artikelen 3.124 en 3.125 van de wet: 1°. de in het kalenderjaar betaalde of verrekende premies; @@ -401,8 +395,8 @@ d. saldi, rente of opbrengst voorzover niet in aanmerking genomen op grond van d De in het eerste lid aangewezen administratieplichtige kan de verstrekking van gegevens en inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, b of g, onder 1°, achterwege laten indien: -a. het saldo, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 1°, of onderdeel b, onder 1°, lager is dan € 500, en het bedrag van de rente, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 2°, of van de opbrengst, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onder 2°, lager is dan € 11; -b. het verzekerde kapitaal bij leven of de waarde in het economische verkeer van het recht, bedoeld in het tweede lid, onderdeel g, onder 1°, lager is dan € 46 984. +a. het saldo, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 1°, of onderdeel b, onder 1°, lager is dan €500, en het bedrag van de rente, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 2°, of van de opbrengst, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onder 2°, lager is dan €11; +b. het verzekerde kapitaal bij leven of de waarde in het economische verkeer van het recht, bedoeld in het tweede lid, onderdeel g, onder 1°, lager is dan €46 984. ### Artikel 23