2010-10-01 | BWBR0027844 | Besluit veiligheidsregio’s
This commit is contained in:
parent
8c7992d5e2
commit
095670ba26
1 changed files with 138 additions and 147 deletions
|
|
@ -18,66 +18,59 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
- *commando plaats incident:* commando plaats incident als bedoeld in artikel 2.1.2;
|
||||
- *gemeentelijk beleidsteam:* gemeentelijk beleidsteam als bedoeld in artikel 2.1.5;
|
||||
- *grootschalige alarmering:* het bij een ramp of crisis onverwijld en volledig alarmeren van de onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing, bedoeld in artikel 2.1.1, onderdelen b tot en met d;
|
||||
- *hogedrempelinrichting:* hogedrempelinrichting als bedoeld in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving;
|
||||
- *grootschalige alarmering:* het bij een ramp of crisis onverwijld en volledig alarmeren van de onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing, bedoeld in artikel 2.1.1, onderdelen b tot en met e;
|
||||
- *hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing:* hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing als bedoeld in artikel 2.1.1;
|
||||
- *meldkamer:* gemeenschappelijke meldkamer, bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de wet;
|
||||
- *omgevingsvergunning:* omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de Omgevingswet;
|
||||
- *omgevingsvergunning:* omgevingsvergunning voor een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
|
||||
- *opkomsttijd:* de tijd tussen aanname van de melding door de meldkamer en de aankomst van de eerste brandweereenheid op de plaats van het incident;
|
||||
- *rapport:* rapport inzake de bedrijfsbrandweer, bedoeld in artikel 7.2, eerste lid;
|
||||
- *regionaal beleidsteam:* regionaal beleidsteam als bedoeld in artikel 39, tweede lid, van de wet;
|
||||
- *regionaal operationeel team:* regionaal operationeel team als bedoeld in artikel 2.1.4;
|
||||
- *risicoprofiel:* risicoprofiel als bedoeld in artikel 15 van de wet;
|
||||
- *Seveso-inrichting:* Seveso-inrichting als bedoeld in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving;
|
||||
- *Seveso-richtlijn:*
|
||||
Richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens intrekking van Richtlijn 96/82/EG van de Raad (PbEU 2012, L 197);
|
||||
- *team bevolkingszorg:* team bevolkingszorg als bedoeld in artikel 2.1.3;
|
||||
- *veiligheidsrapport:* rapport als bedoeld in artikel 4.14 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
|
||||
- *veiligheidsrapport:* rapport als bedoeld in artikel 10 van het Besluit risico’s zware ongevallen 1999;
|
||||
- *wet:*
|
||||
Wet veiligheidsregio’s.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.2
|
||||
|
||||
Een wijziging van de Seveso-richtlijn geldt voor de toepassing van dit besluit met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Eisen rampenbestrijding en crisisbeheersing
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Organisatie
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.1
|
||||
|
||||
Het bestuur van de veiligheidsregio draagt zorg voor de inrichting van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing, die bestaat uit de volgende onderdelen:
|
||||
Het bestuur van de veiligheidsregio draagt zorg voor de inrichting van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing die bestaat uit de volgende onderdelen:
|
||||
|
||||
a. de meldkamer;
|
||||
b. een of meer commando’s plaats incident, afhankelijk van de aard van de ramp of crisis en de wijze waarop deze zich ontwikkelt;
|
||||
c. een of meer teams bevolkingszorg, afhankelijk van de aard van de ramp of crisis en de wijze waarop deze zich ontwikkelt;
|
||||
d. een regionaal operationeel team, en
|
||||
e. een gemeentelijk beleidsteam of, bij een bovenlokale ramp of crisis, een regionaal beleidsteam.
|
||||
a. de meldkamer,
|
||||
b. één commando plaats incident of afhankelijk van de aard van de ramp of crisis en de wijze waarop deze zich ontwikkelt meerdere commando’s incident,
|
||||
c. indien er meer dan één commando plaats incident is, het commando met coördinerende taak,
|
||||
d. één team bevolkingszorg of afhankelijk van de aard van de ramp of crisis en de wijze waarop deze zich ontwikkelt meerdere teams bevolkingszorg,
|
||||
e. een regionaal operationeel team, en
|
||||
f. een gemeentelijk beleidsteam bij een lokale ramp of crisis, of een regionaal beleidsteam bij een bovenlokale ramp of crisis.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.2
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een commando plaats incident bestaat ten minste uit:
|
||||
Een commando plaats incident bestaat uit:
|
||||
|
||||
a. een leider commando plaats incident;
|
||||
b. een officier van dienst van de brandweer;
|
||||
c. een officier van dienst geneeskundig;
|
||||
d. een officier van dienst van de politie of van de Koninklijke marechaussee;
|
||||
e. een informatiemanager commando plaats incident, en
|
||||
f. een functionaris crisiscommunicatie commando plaats incident.
|
||||
f. een voorlichtingsfunctionaris commando plaats incident.
|
||||
|
||||
**2.** Een commando plaats incident is belast met de operationele leiding ter plaatse, de afstemming met andere betrokken partijen als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de wet, en het adviseren van het regionaal operationeel team.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.3
|
||||
|
||||
**1.** Een team bevolkingszorg bestaat ten minste uit de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen functionarissen, van wie één functionaris is belast met de leiding van het team, één functionaris met het informatiemanagement, en één functionaris met de coördinatie van de crisiscommunicatie.
|
||||
**1.** Een team bevolkingszorg bestaat uit de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen functionarissen, van wie één functionaris is belast met de leiding van het team, één functionaris met het informatiemanagement, en één functionaris met de coördinatie van de voorlichting.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een team bevolkingszorg zorgt dat de volgende taken worden uitgevoerd:
|
||||
|
||||
a. het verzorgen van de crisiscommunicatie;
|
||||
a. het geven van voorlichting aan de bevolking;
|
||||
b. het voorzien in opvang en verzorging van de bevolking;
|
||||
c. het verzorgen van nazorg voor de bevolking;
|
||||
d. het registreren van de slachtoffers,
|
||||
|
|
@ -88,7 +81,7 @@ f. het adviseren van het regionaal operationeel team.
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een regionaal operationeel team bestaat ten minste uit:
|
||||
Een regionaal operationeel team bestaat uit:
|
||||
|
||||
a. een regionaal operationeel leider;
|
||||
b. een sectie brandweer;
|
||||
|
|
@ -96,15 +89,13 @@ c. een sectie GHOR;
|
|||
d. een sectie politie;
|
||||
e. een sectie bevolkingszorg;
|
||||
f. een sectie informatiemanagement, en
|
||||
g. een functionaris crisiscommunicatie regionaal operationeel team.
|
||||
g. een voorlichtingsfunctionaris regionaal operationeel team.
|
||||
|
||||
**2.** Een regionaal operationeel team is belast met de operationele leiding, de afstemming met andere bij de ramp of crisis betrokken partijen en het adviseren van het gemeentelijk of regionaal beleidsteam.
|
||||
|
||||
**3.** Indien er meer commando’s plaats incident zijn, is het regionaal operationeel team belast met de coördinatie daarvan.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.5
|
||||
|
||||
**1.** Een gemeentelijk beleidsteam bestaat bij opkomst ten minste uit leidinggevenden van de brandweer, de GHOR, de politie en de bevolkingszorg.
|
||||
**1.** Een gemeentelijk beleidsteam bestaat uit leidinggevenden van de brandweer, de GHOR, de politie en de bevolkingszorg.
|
||||
|
||||
**2.** Een gemeentelijk beleidsteam ondersteunt de burgemeester bij de rampenbestrijding en crisisbeheersing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -118,17 +109,17 @@ Het bestuur van de veiligheidsregio stelt criteria vast voor de situaties waarin
|
|||
|
||||
**1.** Zodra is vastgesteld dat is voldaan aan de criteria voor grootschalige alarmering wordt de meldkamer door één leidinggevende aangestuurd.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur van de veiligheidsregio stemt met de korpschef af op welke wijze de meldingen die geen verband houden met een ramp of crisis worden afgehandeld.
|
||||
**2.** Het bestuur van de veiligheidsregio stemt met het regionale college, bedoeld in artikel 22 van de Politiewet 1993, af op welke wijze de meldingen die geen verband houden met een ramp of crisis worden afgehandeld.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.2.3
|
||||
|
||||
**1.** Binnen twee minuten nadat is vastgesteld dat is voldaan aan de criteria voor grootschalige alarmering, begint de meldkamer met de alarmering van de onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing, bedoeld in artikel 2.1.1, onderdelen b tot en met d, en wordt de burgemeester of in het geval artikel 39 van de wet van toepassing is, de voorzitter van de veiligheidsregio en de betrokken burgemeesters geïnformeerd.
|
||||
**1.** Binnen twee minuten nadat is vastgesteld dat is voldaan aan de criteria voor grootschalige alarmering, begint de meldkamer met de alarmering van de onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing, bedoeld in artikel 2.1.1, onderdelen b tot en met e,en wordt de burgemeester of in het geval artikel 39 van de wet van toepassing is, de voorzitter van de veiligheidsregio en de betrokken burgemeesters geïnformeerd.
|
||||
|
||||
**2.** Afhankelijk van de aard en omstandigheden van de ramp of crisis, alarmeert de meldkamer andere functionarissen en eenheden die nodig zijn voor de rampenbestrijding en crisisbeheersing.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.2.4
|
||||
|
||||
Binnen vijf minuten nadat is vastgesteld dat is voldaan aan de criteria voor grootschalige alarmering geeft de meldkamer, op grond van de beschikbare gegevens, een zo volledig mogelijke beschrijving van het incident aan de onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing en aan andere functionarissen of eenheden als bedoeld in artikel 2.2.3, tweede lid.
|
||||
Binnen vijf minuten nadat is vastgesteld dat is voldaan aan de criteria voor grootschalige alarmering geeft de meldkamer, op grond van de beschikbare gegevens, een zo volledig mogelijkebeschrijving van het incident aan de onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing en aan andere functionarissen of eenheden als bedoeld in artikel 2.2.3, tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.2.5
|
||||
|
||||
|
|
@ -138,25 +129,19 @@ Het bestuur van de veiligheidsregio draagt zorg voor een voorziening waardoor in
|
|||
|
||||
### Artikel 2.3.1
|
||||
|
||||
**1.** De besturen van de veiligheidsregio’s hanteren een uniforme opschalingsprocedure.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan nadere regels geven over de opschalingsprocedure.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.2
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Vanaf het moment dat is vastgesteld dat is voldaan aan de criteria, bedoeld in artikel 2.2.1 beginnen de volgende onderdelen of functionarissen binnen de gestelde tijd met de uitvoering van hun taken:
|
||||
|
||||
a. een eerste commando plaats incident binnen dertig minuten;
|
||||
b. de leidinggevenden binnen een regionaal operationeel team binnen vijfenveertig minuten, met uitzondering van de leidinggevende van de sectie informatiemanagement, die binnen dertig minuten begint;
|
||||
c. functionaris crisiscommunicatie regionaal operationeel team binnen dertig minuten;
|
||||
b. de leidinggevenden binnen een regionaal operationeel team binnen vijfenveertig minuten,met uitzondering vande leidinggevende van de sectie informatiemanagement die binnen dertig minuten begint;
|
||||
c. de voorlichtingsfunctionaris regionaal operationeel team binnen dertig minuten;
|
||||
d. de sectie informatiemanagement van een regionaal operationeel team binnen veertig minuten;
|
||||
e. de overige secties van een regionaal operationeel team binnen zestig minuten;
|
||||
f. een team bevolkingszorg binnen negentig minuten met uitzondering van de functionaris die met de coördinatie van de crisiscommunicatie is belast, die binnen dertig minuten begint, en
|
||||
f. een team bevolkingszorg binnen negentig minuten met uitzondering van de functionaris die met de coördinatie van de voorlichting is belast endie binnen dertig minuten begint, en
|
||||
g. een gemeentelijk beleidsteam binnen zestig minuten vanaf het moment dat de burgemeester het beleidsteam bijeen heeft geroepen.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur van de veiligheidsregio draagt er zorg voor dat de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing in staat is gedurende een ramp of crisis onafgebroken te functioneren.
|
||||
### Artikel 2.3.2
|
||||
|
||||
Het bestuur van de veiligheidsregio draagt er zorg voor dat de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing in staat is gedurende een ramp of crisis onafgebroken te functioneren.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Informatiemanagement
|
||||
|
||||
|
|
@ -164,7 +149,33 @@ g. een gemeentelijk beleidsteam binnen zestig minuten vanaf het moment dat de bu
|
|||
|
||||
**1.** Het bestuur van de veiligheidsregio draagt er zorg voor dat binnen de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing tijdens een ramp of crisis een totaalbeeld wordt bijgehouden.
|
||||
|
||||
**2.** Het totaalbeeld is opgebouwd uit ten minste de beschikbare gegevens over het incident, over de hulpverlening, over de prognose en de aanpak en over de getroffen maatregelen en de resultaten ervan.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het totaalbeeld is opgebouwd uit de beschikbare gegevens over:
|
||||
|
||||
a. het incident, waaronder wordt begrepen:
|
||||
|
||||
1°. de aard van het incident en de betrokken objecten,
|
||||
2°. de actuele situatie met betrekking tot het incident, en
|
||||
3°. de risico’s en de effecten van het incidenttype en de bestrijdingsmogelijkheden;
|
||||
b. de hulpverlening, waaronder wordt begrepen:
|
||||
|
||||
1°. de bestrijdingsmogelijkheden,
|
||||
2°. de bereikbaarheid voor de hulpverlening, en
|
||||
3°. de risico’s voor de hulpverleners en de daarmee samenhangende veiligheidsmaatregelen;
|
||||
c. de prognose en de aanpak, waaronder wordt begrepen:
|
||||
|
||||
1°. de verwachting met betrekking tot de ontwikkeling van het incident, de risico’s en de effecten ervan ende bestrijdingsmogelijkheden,
|
||||
2°. het slachtofferbeeld, de verwachte ontwikkeling ervan, de noodzakelijke maatregelen en de benodigde hulpverleners en middelen,
|
||||
3°. de risico’s voor de bevolking, de verwachte ontwikkeling van deze risico’s en de benodigde hulpverleners en middelen,
|
||||
4°. het beeld bij de bevolking van het incident en de risico’s, het gedrag van de bevolking, de informatie die aan de bevolking is verstrekt en maatregelen die zijn of worden getroffen, en
|
||||
5°. overige bedreigingen zoals die voor de vitale belangen, het milieu of de economie, de verwachte ontwikkeling ervan en de benodigde hulpverleners en middelen, en
|
||||
d. de getroffen maatregelen en de resultaten ervan, waaronder wordt begrepen:
|
||||
|
||||
1°. de actuele bestrijdingsorganisatie,
|
||||
2°. de voorstellen en besluiten over de bestrijdingsstrategie, de inzetplannen en de benodigde hulpverleners en middelen,
|
||||
3°. de feitelijke inzet en uitvoering van de bestrijding, en
|
||||
4°. de voortgang van de inzet en de uitvoering, de bijstelling van besluiten of de uitvoering ervan en de bereikte resultaten.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -176,7 +187,7 @@ c. Onze Minister.
|
|||
|
||||
### Artikel 2.4.2
|
||||
|
||||
**1.** De onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing, bedoeld in artikel 2.1.1, onderdelen a tot en met d, houden bij de rampenbestrijding en crisisbeheersing een eigen beeld bij.
|
||||
**1.** De onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing, bedoeld in artikel 2.1.1, onderdelen a tot en met e, houden bij de rampenbestrijding en crisisbeheersing een eigen beeld bij.
|
||||
|
||||
**2.** Het eigen beeld bestaat uit de beschikbare gegevens over de ontwikkeling en effecten van een incident, de risico’s voor de veiligheid van de hulpverleners en de personen in het getroffen gebied, de aanpak van het incident en de daarvoor benodigde mensen en middelen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -192,11 +203,11 @@ c. het onderdeel dat het totaalbeeld bijhoudt.
|
|||
|
||||
### Artikel 2.4.3
|
||||
|
||||
Een advies of opdracht van een onderdeel van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing is gebaseerd op het actuele eigen beeld van dat onderdeel en op het actuele totaalbeeld.
|
||||
Een advies of opdrachtvan een onderdeel van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing is gebaseerd op het actuele eigen beeld van dat onderdeel en op het actuele totaalbeeld.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.4.4
|
||||
|
||||
In het geval dat een advies of een opdracht niet of niet volledig is opgevolgd of uitgevoerd, wordt het onderdeel van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing dat dit advies of deze opdracht heeft gegeven, daarvan op de hoogte gesteld. De opdracht wordt vervolgens in overeenstemming met artikel 2.4.3 opnieuw geformuleerd.
|
||||
In het geval dat een advies of een opdracht niet of niet volledigis opgevolgd of uitgevoerd, wordt het onderdeel van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing dat dit advies of deze opdracht heeft gegeven, daarvan op de hoogte gesteld. De opdracht wordt vervolgens in overeenstemming met artikel 2.4.3 opnieuw geformuleerd.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Eisen voor oefening
|
||||
|
||||
|
|
@ -204,13 +215,13 @@ In het geval dat een advies of een opdracht niet of niet volledig is opgevolgd o
|
|||
|
||||
Het bestuur van de veiligheidsregio draagt er zorg voor dat de onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing jaarlijks gezamenlijk een oefening houden met een fictieve ramp of crisis.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Eisen brandweerzorg
|
||||
## Hoofdstuk 3. Eisen basisbrandweerzorg
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Organisatie
|
||||
|
||||
### Artikel 3.1.1
|
||||
|
||||
Ten behoeve van de uitvoering van de taken, genoemd in artikel 25, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet, draagt het bestuur van de veiligheidsregio er zorg voor dat de brandweer basisbrandweereenheden, ondersteuningseenheden voor redden en blussen op hoogte en ondersteuningseenheden voor hulpverlening heeft.
|
||||
Ten behoeve van de uitvoering van de taken, genoemd in artikel 25, eerste lid, onderdelen a en b, respectievelijk artikel 26, eerste lid, van de wet, draagt het bestuur van de veiligheidsregio dan wel het college van burgemeester en wethouders er zorg voor dat de brandweer basisbrandweereenheden, ondersteuningseenheden voor redden en blussen op hoogte en ondersteuningseenheden voor hulpverlening heeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.1.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -258,7 +269,7 @@ c. het verlenen van hulp op hoogte.
|
|||
|
||||
Een ondersteuningseenheid voor hulpverlening bestaat uit:
|
||||
|
||||
a. een bevelvoerder of een manschap, en
|
||||
a. een bevelvoerder of een manschap a of b, en
|
||||
b. een chauffeur, tevens voertuigbediener.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
|
@ -266,14 +277,14 @@ b. een chauffeur, tevens voertuigbediener.
|
|||
De eenheid is belast met:
|
||||
|
||||
a. ondersteuning bij het bevrijden van beknelde en ingesloten mensen en dieren;
|
||||
b. ondersteuning van basishandelingen bij de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen;
|
||||
b. ondersteuning vanbasishandelingen bij de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen;
|
||||
c. ondersteuning bij waterongevallen.
|
||||
|
||||
**3.** De eenheid beschikt over een hulpverleningsvoertuig met uitrusting.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.1.5
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 3.1.2, eerste lid, kan het bestuur van de veiligheidsregio besluiten tot een andere samenstelling van basisbrandweereenheden, mits daarmee wordt voorzien in een gelijkwaardig niveau van brandweerzorg en geen afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid en gezondheid van het brandweerpersoneel.
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 3.1.2, eerste lid, kan het bestuur van de veiligheidsregio dan wel het college van burgemeester en wethouders besluiten tot een andere samenstelling van basisbrandweereenheden, mits daarmee wordt voorzien in een gelijkwaardig niveau van brandweerzorg en geen afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid en gezondheid van het brandweerpersoneel.
|
||||
|
||||
**2.** Toepassing van het eerste lid doet geen afbreuk aan de afspraken, bedoeld in artikel 51, vijfde lid, van de wet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -283,7 +294,7 @@ c. ondersteuning bij waterongevallen.
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het bestuur van de veiligheidsregio hanteert bij het vaststellen van de opkomsttijden van een basisbrandweereenheid de volgende tijdnormen:
|
||||
Het bestuur van de veiligheidsregio hanteert bij het vaststellen van de opkomstijden van een basisbrandweereenheid de volgende tijdnormen:
|
||||
|
||||
a. vijf minuten bij gebouwen met een winkelfunctie met een gesloten constructie, gebouwen met een woonfunctie boven een gebouw met een winkelfunctie of gebouwen met een celfunctie;
|
||||
b. zes minuten bij portiekwoningen, portiekflats of gebouwen met een woonfunctie voor verminderd zelfredzamen;
|
||||
|
|
@ -336,7 +347,7 @@ Een eenheid bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen bestaat ten minst
|
|||
a. een officier van dienst,
|
||||
b. twee bevelvoerders,
|
||||
c. acht gaspakdragers,
|
||||
d. zes manschappen, en
|
||||
d. zes manschappen a, en
|
||||
e. twee chauffeurs.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
|
@ -349,7 +360,11 @@ c. het ontsmetten van hulpverleners en burgers.
|
|||
|
||||
### Artikel 4.1.4
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Een adviseur gevaarlijke stoffen is belast met:
|
||||
|
||||
a. het opstellen van een gevaarsinschatting;
|
||||
b. het adviseren van de operationeel leidinggevende van de brandweer over het bestrijden van de bron, en
|
||||
c. het adviseren van de operationeel leidinggevende van de brandweer over de maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de omgeving.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.1.5
|
||||
|
||||
|
|
@ -375,7 +390,7 @@ Een ontsmettingseenheid voor grootschalige chemische, biologische, radiologische
|
|||
|
||||
a. een leider ontsmettingseenheid, zijnde een officier van dienst;
|
||||
b ten minste twee bevelvoerders;
|
||||
c. ten minste veertien manschappen;
|
||||
c. ten minste veertien manschappen a;
|
||||
d. twee chauffeurs, en
|
||||
e. een adviseur gevaarlijke stoffen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -436,29 +451,29 @@ e. de samenwerking met:
|
|||
3°. andere hulpverleningsinstanties, en
|
||||
f. het onderhoud en beheer van materieel voor de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen dat eigendom is van de veiligheidsregio of het Rijk.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6. Rampbestrijdingsplannen
|
||||
## Hoofdstuk 6. Rampbestrijdingsplannen voor inrichtingen en luchthavens
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Rampbestrijdingsplannen voor hogedrempelinrichtingen
|
||||
### Paragraaf 1. Rampbestrijdingsplannen voor inrichtingen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1.1
|
||||
|
||||
**1.** Het bestuur van de veiligheidsregio stelt een rampbestrijdingsplan vast voor locaties waarop hogedrempelinrichtingen worden geëxploiteerd.
|
||||
**1.** Het bestuur van de veiligheidsregio stelt een rampbestrijdingsplan vast voor een ramp in een inrichting als bedoeld in artikel 8 van het Besluit risico’s zware ongevallen 1999.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een calamiteit op locaties waarop hogedrempelinrichtingen worden geëxploiteerd die in een andere staat zijn gelegen, welke calamiteit tot een ramp in Nederland kan leiden. De artikelen in deze paragraaf worden daarbij voor zover mogelijk toegepast.
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een calamiteit in een inrichting die in een andere staat is gelegen, welke calamiteit tot een ramp in Nederland kan leiden. De artikelen in deze paragraaf worden daarbij voor zover mogelijk toegepast.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1.2
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 6.1.7, tweede lid, worden het rampbestrijdingsplan of wijzigingen daarvan vastgesteld uiterlijk een jaar na het tijdstip waarop het bestuur van de veiligheidsregio de delen van het veiligheidsrapport waarvan een aanvraag om een omgevingsvergunning vergezeld gaat, heeft ontvangen van het bestuursorgaan dat bevoegd is te beslissen op de aanvraag om een omgevingsvergunning.
|
||||
Onverminderd artikel 6.1.7, tweede lid, worden het rampbestrijdingsplan of wijzigingen daarvan vastgesteld uiterlijk een jaar na het tijdstip waarop het bestuur van de veiligheidsregio, op grond van artikel 6.15, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht, de delen van het veiligheidsrapport waarvan een aanvraag om een omgevingsvergunning vergezeld gaat, heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1.3
|
||||
|
||||
Het rampbestrijdingsplan bevat in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. de naam of functie van de aan de hogedrempelinrichting verbonden personen die bevoegd zijn om procedures van alarmering binnen en buiten de hogedrempelinrichting en van inwerkingstelling van bestrijdingsacties binnen de hogedrempelinrichting in werking te doen treden;
|
||||
a. de naam of functie van de aan de inrichting verbonden personen die bevoegd zijn om procedures van alarmering binnen en buiten de inrichting en van inwerkingstelling van bestrijdingsacties binnen de inrichting in werking te doen treden;
|
||||
b. de naam of functie van de personen die belast zijn met de operationele leiding van het geheel van de bestrijdingsacties;
|
||||
c. de maatregelen en voorzieningen die zijn getroffen opdat degene die is belast met het opperbevel en de hulpverleningsdiensten snel worden geïnformeerd en de bij de bestrijding betrokken personen snel worden opgeroepen;
|
||||
d. het schema met betrekking tot de leiding over en de gecoördineerde inzet van diensten en organisaties die bij de bestrijding kunnen worden betrokken;
|
||||
e. de maatregelen en voorzieningen die zijn getroffen met het oog op de bestrijding op en buiten de locatie waarop een hogedrempelinrichting wordt geëxploiteerd;
|
||||
e. de maatregelen en voorzieningen die zijn getroffen met het oog op de bestrijding op en buiten het terrein van de inrichting;
|
||||
f. de maatregelen en voorzieningen die zijn getroffen om de bevolking te informeren over de ramp of de dreiging van een ramp en over de door haar te volgen gedragslijn;
|
||||
g. de maatregelen en voorzieningen die zijn getroffen om de hulpverleningsdiensten van een andere staat te informeren, indien de bevolking of het milieu van die staat door de ramp kunnen worden getroffen of dreigen te worden getroffen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -466,45 +481,47 @@ g. de maatregelen en voorzieningen die zijn getroffen om de hulpverleningsdienst
|
|||
|
||||
**1.** Afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van het rampbestrijdingsplan.
|
||||
|
||||
**2.** Indien met betrekking tot de hogedrempelinrichting met toepassing van artikel 19.3 van de Wet milieubeheer van een document een tweede tekst is overgelegd waaruit vertrouwelijke gegevens als in dat artikel bedoeld zijn weggelaten, wordt alleen deze tekst ter inzage gelegd.
|
||||
**2.** Indien met betrekking tot de inrichting met toepassing van artikel 19.3 van de Wet milieubeheer van een document een tweede tekst is overgelegd waaruit vertrouwelijke gegevens als in dat artikel bedoeld zijn weggelaten, wordt alleen deze tekst ter inzage gelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1.5
|
||||
|
||||
Indien de bevolking van een andere staat kan worden getroffen door de gevolgen van een ramp op een locatie waarop een hogedrempelinrichting wordt geëxploiteerd waarop het rampbestrijdingsplan betrekking heeft, verzoekt het bestuur van de veiligheidsregio waarin die locatie geheel of gedeeltelijk is gelegen de bevoegde autoriteit van de andere staat de bevolking te informeren over de mogelijkheid haar zienswijze over het ontwerp naar voren te brengen.
|
||||
Indien de bevolking van een andere staat kan worden getroffen door de gevolgen van een ramp in de inrichting waarop het rampbestrijdingsplan betrekking heeft, verzoekt het bestuur van de veiligheidsregio waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen de bevoegde autoriteit van de andere staat de bevolking te informeren over de mogelijkheid haar zienswijze over het ontwerp naar voren te brengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1.6
|
||||
|
||||
Het bestuur van de veiligheidsregio verleent op verzoek van de bevoegde autoriteit van een andere staat medewerking aan de terinzagelegging van documenten die in de andere staat zijn opgesteld in het kader van de voorbereiding van een met een rampbestrijdingsplan gelijk te stellen plan voor een in die staat gelegen hogedrempelinrichting.
|
||||
Het bestuur van de veiligheidsregio verleent op verzoek van de bevoegde autoriteit van een andere staat medewerking aan de terinzagelegging van documenten die in de andere staat zijn opgesteld in het kader van de voorbereiding van een met een rampbestrijdingsplan gelijk te stellen plan voor een in die staat gelegen inrichting.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1.7
|
||||
|
||||
Het bestuur van de veiligheidsregio draagt er zorg voor dat met passende tussenpozen doch ten minste éénmaal per drie jaar het rampbestrijdingsplan opnieuw wordt bezien, beproefd en zo nodig bijgewerkt. Bij de herziening wordt rekening gehouden met veranderingen die zich op de betrokken locaties waarop hogedrempelinrichtingen worden geëxploiteerd en bij de betrokken veiligheidsregio hebben voorgedaan, met nieuwe technische kennis en met inzichten omtrent de bij rampen te nemen maatregelen.
|
||||
**1.** Het bestuur van de veiligheidsregio draagt er zorg voor dat met passende tussenpozen doch ten minste éénmaal per drie jaar gezamenlijk met de onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing een oefening wordt houden waarbij het rampbestrijdingsplan op juistheid, volledigheid en bruikbaarheid wordt getoetst.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur van de veiligheidsregio beziet met passende tussenpozen doch ten minste éénmaal per drie jaar of het rampbestrijdingsplan moet worden herzien en bijgewerkt. Het houdt daarbij rekening met veranderingen die zich in de inrichting of in de omgeving daarvan hebben voorgedaan, met veranderingen in de organisatie en taken van bij de bestrijding van rampen betrokken diensten en organisaties, met nieuwe technische kennis en met inzichten omtrent de bij rampen te nemen maatregelen.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1.8
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien het bestuur van de veiligheidsregio besluit dat voor een locatie waarop een hogedrempelinrichting wordt geëxploiteerd geen rampbestrijdingsplan behoeft te worden vastgesteld, zendt het een afschrift van zijn besluit aan:
|
||||
Indien het bestuur van de veiligheidsregio besluit dat voor een inrichting geen rampbestrijdingsplan behoeft te worden vastgesteld, zendt het een afschrift van zijn besluit aan:
|
||||
|
||||
a. degene die de hogedrempelinrichting exploiteert;
|
||||
b. de burgemeester van de gemeente waarin de hogedrempelinrichting is gelegen;
|
||||
c. het bestuursorgaan dat bevoegd is voor het exploiteren van de hogedrempelinrichting een omgevingsvergunning te verlenen;
|
||||
d. de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder, bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel d, van de Arbeidsomstandighedenwet, en
|
||||
a. degene die de inrichting drijft;
|
||||
b. de burgemeester van de gemeente waarin de inrichting is gelegen;
|
||||
c. het bestuursorgaan dat bevoegd is voor de inrichting een omgevingsvergunning te verlenen;
|
||||
d. de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder, bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel d, van de Arbeidsomstandighedenwet, en
|
||||
e. Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het besluit van het bestuur van de veiligheidsregio een hogedrempelinrichting betreft die geheel of gedeeltelijk is gelegen in een aan een andere staat grenzende gemeente, zendt Onze Minister een afschrift van het besluit aan de andere staat.
|
||||
**2.** Indien het besluit van het bestuur van de veiligheidsregio een inrichting betreft die geheel of gedeeltelijk is gelegen in een aan een andere staat grenzende gemeente, zendt Onze Minister een afschrift van het besluit aan de andere staat.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Rampbestrijdingsplannen voor luchthavens
|
||||
|
||||
### Artikel 6.2.1
|
||||
|
||||
**1.** Het bestuur van de veiligheidsregio stelt, na overleg met de exploitant van een burgerluchthaven, respectievelijk de basiscommandant van een militaire luchthaven, een rampbestrijdingsplan vast voor een vliegtuigongeval op een luchthaven binnen de veiligheidsregio, dat op grond van onderdeel 9.2.5. en tabel 9-1 in bijlage 14, volume 1 van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109) is ingedeeld in brandrisicoklasse 3 of hoger, of in geval van een militaire luchthaven, het terrein dat in overleg met Onze Minister van Defensie is aangewezen.
|
||||
**1.** Het bestuur van de veiligheidsregio stelt, na overleg met de exploitant van een burgerluchthaven, respectievelijk de basiscommandant van een militaire luchthaven, een rampbestrijdingsplan vast voor een vliegtuigongeval op een luchthaven binnen de veiligheidsregio, dat op grond van onderdeel 9.2.5. en tabel 9-1 in bijlage 14, volume 1 van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109) is ingedeeld in brandrisicoklasse 3 of hoger, of in geval van een militaire luchthaven, het terrein dat in overleg met Onze Minister van Defensie is aangewezen.
|
||||
|
||||
**2.** Het rampbestrijdingsplan ziet mede op de onmiddellijke omgeving van een luchthaven. Het bestuur van de veiligheidsregio stelt in overleg met de exploitant van een burgerluchthaven, respectievelijk de basiscommandant van een militaire luchthaven vast welk gebied tot de onmiddellijke omgeving wordt gerekend.
|
||||
|
||||
**3.** Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van het rampbestrijdingsplan.
|
||||
|
||||
**4.** Het bestuur van de veiligheidsregio zendt het rampbestrijdingsplan aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
|
||||
**4.** Het bestuur van de veiligheidsregio zendt het rampbestrijdingsplan aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.2.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -533,19 +550,19 @@ j. een overzichtskaart van de indeling van de luchthaven en de onmiddellijke omg
|
|||
|
||||
**5.** Het bestuur van de veiligheidsregio draagt er zorg voor dat het rampbestrijdingsplan één maal per vier jaar wordt geactualiseerd.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Rampbestrijdingsplannen voor winningsafvalvoorzieningen categorie A
|
||||
### Paragraaf 3. Rampbestrijdingsplannen voor afvalvoorzieningen categorie A
|
||||
|
||||
### Artikel 6.3.1
|
||||
|
||||
**1.** Het bestuur van de veiligheidsregio stelt een rampbestrijdingsplan vast voor locaties waarop winningsafvalvoorzieningen categorie A als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer worden geëxploiteerd.
|
||||
**1.** Het bestuur van de veiligheidsregio stelt een rampbestrijdingsplan vast voor een ramp in een afvalvoorziening categorie A als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 6.1.3 is van overeenkomstige toepassing op het rampbestrijdingsplan, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Een rampbestrijdingsplan, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld uiterlijk een jaar na het tijdstip waarop het bevoegd gezag een afschrift van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een winningsafvalvoorziening categorie A heeft ontvangen.
|
||||
**3.** Een rampbestrijdingsplan, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld uiterlijk een jaar na het tijdstip waarop het bevoegd gezag een afschrift van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een afvalvoorziening categorie A heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.3.2
|
||||
|
||||
Degene die de winningsafvalvoorziening categorie A exploiteert, verstrekt bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van die afvalvoorziening of op enig ander tijdstip aan het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 6.3.1, derde lid, en het bestuur van de veiligheidsregio de gegevens die nodig zijn opdat zij hun taken in het kader van de voorbereiding van bestrijding van een ramp naar behoren kunnen uitvoeren. Dit geldt niet voor zover deze gegevens reeds op grond van andere voorschriften zijn verschaft of kunnen worden verkregen.
|
||||
Degene die de afvalvoorziening categorie A drijft, verstrekt bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor die afvalvoorziening of op enig ander tijdstip aan het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 6.3.1, derde lid, en het bestuur van de veiligheidsregio de gegevens die nodig zijn opdat zij hun taken in het kader van de voorbereiding van bestrijding van een ramp naar behoren kunnen uitvoeren. Dit geldt niet voor zover deze gegevens reeds op grond van andere voorschriften zijn verschaft of kunnen worden verkregen.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.3.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -555,114 +572,88 @@ Op de vaststelling van een rampbestrijdingsplan als bedoeld in artikel 6.3.1 of
|
|||
|
||||
### Artikel 7.1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
Voor een aanwijzing als inrichting die over een bedrijfsbrandweer moeten beschikken, komen in aanmerking:
|
||||
|
||||
Het bestuur van de veiligheidsregio kan als bedrijfsbrandweerplichtig aanwijzen een locatie waarop een of meer van de volgende milieubelastende activiteiten worden verricht:
|
||||
a. inrichtingen als bedoeld in artikel 4 van het Besluit risico’s zware ongevallen 1999;
|
||||
b. inrichtingen met installaties waarop hoofdstuk 2, afdeling 2, van het Arbeidsomstandighedenbesluit van toepassing is voor zover het betreft:
|
||||
|
||||
a. het exploiteren van een Seveso-inrichting, bedoeld in artikel 3.50, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
|
||||
b. het opslaan van gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 3.27, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het gaat om het opslaan in een opslagplaats voor korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger van:
|
||||
|
||||
1°. 10.000 kg of meer gevaarlijke stoffen, als het geheel of gedeeltelijk gaat om brandbare gevaarlijke stoffen met fluor-, chloor-, broom-, stikstof- of zwavelhoudende verbindingen, of zowel brandbare gevaarlijke stoffen als gevaarlijke stoffen met die verbindingen;
|
||||
2°. meer dan 1.500 l giftige of bijtende gassen van ADR-klasse 2 in gasflessen; of
|
||||
3°. meer dan 1.500 l tot vloeistof verdichte gassen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening, in gasflessen;
|
||||
c. het voor het vervoer van stoffen of goederen opslaan van stoffen of goederen, bedoeld in artikel 3.285 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het gaat om het opslaan voor korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger van:
|
||||
|
||||
1°. vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;
|
||||
2°. ontplofbare stoffen van ADR-klasse 1 door een ander dan de Nederlandse of een bondgenootschappelijke krijgsmacht;
|
||||
3°. gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de Seveso-richtlijn, in een hoeveelheid van ten minste de drempelwaarde, genoemd in bijlage I, deel 1, kolom 2, of deel 2, kolom 2, bij de Seveso-richtlijn, met inachtneming van de aantekeningen bij die bijlage; of
|
||||
4°. gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 3.27, eerste lid, onder a, b, of c, van het Besluit activiteiten leefomgeving in een container;
|
||||
d. het voor het vervoer van stoffen of goederen opstellen van voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 3.285 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het gaat om:
|
||||
|
||||
1°. het voor meer dan 24 uur opstellen van voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 3.27, eerste lid, onder a, b of c, van het Besluit activiteiten leefomgeving; of
|
||||
2°. het opstellen van meer dan drie voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 3.27, eerste lid, onder a, b of c, van het Besluit activiteiten leefomgeving; en
|
||||
e. het exploiteren van een spoorwegemplacement, bedoeld in artikel 3.295a van het Besluit activiteiten leefomgeving voor zover het gaat om een spoorwegemplacement als bedoeld bijlage VII, onder E, onder 13, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur van de veiligheidsregio kan ook als bedrijfsbrandweerplichtig aanwijzen een inrichting als bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet, met uitzondering van een inrichting waarop artikel 44 van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen van toepassing is.
|
||||
1°. inrichtingen die geheel of nagenoeg geheel zijn bestemd voor de opslag in verband met vervoer van in die afdeling genoemde stoffen, al dan niet in combinatie met andere stoffen en producten;
|
||||
2°. spoorwegemplacementen voor zover zij geen onderdeel zijn van een inrichting waarop artikel 4 van het Besluit risico’s zware ongevallen 1999 van toepassing is, en
|
||||
c. inrichtingen, bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet, met uitzondering van de inrichtingen waarop artikel 44 van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen van toepassing is.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.2
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Alvorens tot aanwijzing over te gaan, verzoekt het bestuur van de veiligheidsregio degene die de milieubelastende activiteit op de locatie verricht of de exploitant van de inrichting, bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet, waarvan het bestuur redelijkerwijs kan vermoeden dat deze in geval van een brand of ongeval bijzonder gevaar voor de openbare veiligheid kan opleveren, binnen een door het bestuur te stellen termijn een rapport inzake de bedrijfsbrandweer over te leggen, dat de volgende gegevens bevat:
|
||||
Alvorens tot aanwijzing over te gaan, verzoekt het bestuur van de veiligheidsregio het hoofd of de bestuurder van de inrichting, waarvan het bestuur redelijkerwijs kan vermoeden dat deze in geval van een brand of ongeval bijzonder gevaar voor de openbare veiligheid kan opleveren, binnen drie maanden na ontvangst van het daartoe strekkend verzoek een rapport inzake de bedrijfsbrandweer over te leggen, dat de volgende gegevens bevat:
|
||||
|
||||
a. een aanduiding van de begrenzing van de locatie en een algemene beschrijving van:
|
||||
a. een algemene beschrijving van de inrichting, van de daarin voorkomende stoffen en de eigenschappen van deze stoffen;
|
||||
b. een algemene beschrijving van de processen die in de inrichting plaatsvinden;
|
||||
c. een beschrijving van de aard, de omvang, het verloop in de tijd en de bestrijding of de beheersing van een brand of een ongeval op het terrein van de inrichting:
|
||||
|
||||
1°. de locatie waarop een of meer milieubelastende activiteiten worden verricht of de inrichting, bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet;
|
||||
2°. de milieubelastende activiteiten die worden verricht op de locatie en andere milieubelastende activiteiten die de milieubelastende activiteiten op de locatie functioneel ondersteunen;
|
||||
3°. de op de locatie of in de inrichting, bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet, voorkomende stoffen; en
|
||||
4°. de eigenschappen van deze stoffen;
|
||||
b. een algemene beschrijving van de processen die op de locatie waarop de milieubelastende activiteiten worden verricht of in de inrichting, bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet, plaatsvinden;
|
||||
c. een beschrijving van de aard, de omvang, het verloop in de tijd en de bestrijding of de beheersing van een brand of een ongeval op de locatie waarop de milieubelastende activiteiten worden verricht of op het terrein van de inrichting, bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet:
|
||||
|
||||
1°. die gegeven de aard van een installatie of de milieubelastende activiteiten die op de locatie worden verricht of gegeven de aard van de inrichting, bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet, rekening houdend met de daarin aangebrachte preventieve voorzieningen, als reëel en typerend wordt geacht;
|
||||
2°. waarbij schade aan gebouwen of personen in de omgeving van de locatie waarop de milieubelastende activiteiten worden verricht of in de omgeving van de inrichting, bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet, kan ontstaan, en
|
||||
3°. waarbij van preventieve of repressieve maatregelen duidelijk effect verwacht mag worden, waardoor escalatie daarvan wordt voorkomen;
|
||||
d. de maatgevende incidentscenario’s dat wil zeggen de geloofwaardige incidentscenario’s, bedoeld in onderdeel c, die bepalend zijn voor de omvang en de uitrusting van de bedrijfsbrandweer;
|
||||
1° die gegeven de aard van een installatie of de inrichting, rekening houdend met de daarin aangebrachte preventieve voorzieningen, als reëel en typerend wordt geacht,
|
||||
2° waarbij schade aan gebouwen of personen in de omgeving van de inrichting kan ontstaan, en
|
||||
3° waarbij van preventieve of repressieve maatregelen duidelijk effect verwacht mag worden, waardoor escalatie daarvan wordt voorkomen;
|
||||
d. de maatgevende incidentscenario’s dat wil zeggen de geloofwaardige incidentscenario’s, bedoeld in onderdeel *c*, die bepalend zijn voor de omvang en de uitrusting van de bedrijfsbrandweer;
|
||||
e. een beschrijving van de organisatie van de nodig geachte bedrijfsbrandweer, waaronder de omvang van het personeel en het materieel.
|
||||
|
||||
**2.** Als voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 7.1, eerste lid, een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend, wordt het verzoek, bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk gedaan nadat het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid is gesteld advies als bedoeld in artikel 4.33 van het Omgevingsbesluit uit te brengen.
|
||||
**2.** Indien gegevens als bedoeld in het eerste lid reeds zijn opgenomen in een veiligheidsrapport, kan in het rapport worden volstaan met een verwijzing naar de desbetreffende gegevens.
|
||||
|
||||
**3.** Indien gegevens als bedoeld in het eerste lid reeds zijn opgenomen in een veiligheidsrapport, kan in het rapport worden volstaan met een verwijzing naar de desbetreffende gegevens.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het bestuur van de veiligheidsregio zendt een exemplaar van het rapport aan:
|
||||
|
||||
a. de toezichthouder, bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel d, van de Arbeidsomstandighedenwet;
|
||||
b. het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de locatie of de inrichting, bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet, is gelegen;
|
||||
c. het bestuursorgaan dat beslist op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of op een aanvraag om een vergunning voor de inrichting, bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet; en
|
||||
d. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, indien de locatie of inrichting, bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet, is gelegen op of deel uitmaakt van, een luchthaven als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart.
|
||||
b. het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting is gelegen;
|
||||
c. het bestuursorgaan dat overeenkomstig artikel 2.4 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bevoegd is een omgevingsvergunning voor de inrichting te verlenen, en
|
||||
d. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, indien de inrichting is gelegen op of deel uitmaakt van een luchthaven als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart.
|
||||
|
||||
**5.** Het bestuur van de veiligheidsregio kan degene die de milieubelastende activiteiten op de locatie verricht of de exploitant van de inrichting, bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet, verzoeken om aan het bestuur aanvullende gegevens te verschaffen.
|
||||
**4.** Het bestuur van de veiligheidsregio kan het hoofd of de bestuurder van de inrichting verzoeken om aan het bestuur aanvullende gegevens te verschaffen.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.3
|
||||
|
||||
**1.** Indien het bestuur van de veiligheidsregio van oordeel is dat de locatie, waarop een of meer milieubelastende activiteiten worden verricht of de inrichting, bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet, in geval van een brand of ongeval bijzonder gevaar kan opleveren voor de openbare veiligheid, wijst het bestuur die locatie of inrichting aan als bedrijfsbrandweerplichtig. Het bestuur bepaalt daarbij de termijn waarbinnen over een bedrijfsbrandweer dient te worden beschikt.
|
||||
**1.** Indien het bestuur van de veiligheidsregio van oordeel is dat de inrichting waarvoor het bestuur ingevolge artikel 7.2, eerste lid, een rapport heeft ontvangen in geval van een brand of ongeval bijzonder gevaar kan opleveren voor de openbare veiligheid, wijst het bestuur de inrichting aan die binnen een door het bestuur te stellen termijn over een bedrijfsbrandweer dient te beschikken.
|
||||
|
||||
**2.** Als voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 7.1, eerste lid, een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vindt de aanwijzing bedoeld in het eerste lid, plaats binnen 26 weken na ontvangst van het rapport inzake de bedrijfsbrandweer. Als op het moment van het verstrijken van die termijn de omgevingsvergunning nog niet onherroepelijk is, vindt de aanwijzing in afwijking van de eerste zin plaats binnen 8 weken na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning.
|
||||
**2.** Het bestuur van de veiligheidsregio gaat niet over tot het aanwijzen van een inrichting dan nadat de bestuursorganen, bedoeld in artikel 7.2, derde lid, door het bestuur in de gelegenheid zijn gesteld advies ter zake uit te brengen en nadat het hoofd of de bestuurder van de inrichting door het bestuur is gehoord.
|
||||
|
||||
**3.** In de aanwijzing stelt het bestuur van de veiligheidsregio de begrenzing vast van de locatie of de inrichting waarop de aanwijzing van toepassing is.
|
||||
**3.** Het bestuur van de veiligheidsregio kan inrichtingen aanwijzen die gezamenlijk over een bedrijfsbrandweer dienen te beschikken. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Het bestuur van de veiligheidsregio gaat niet over tot het aanwijzen dan nadat de bestuursorganen, bedoeld in artikel 7.2, vierde lid, door het bestuur in de gelegenheid zijn gesteld advies ter zake uit te brengen.
|
||||
**4.** Het bestuur van de veiligheidsregio stuurt een afschrift van de aanwijzing aan de bestuursorganen, bedoeld in artikel 7.2, derde lid.
|
||||
|
||||
**5.** Het bestuur van de veiligheidsregio kan locaties of inrichtingen aanwijzen waarvoor degenen die de milieubelastende activiteiten verrichten op die locaties respectievelijk de exploitanten van die inrichtingen gezamenlijk dienen te beschikken over een bedrijfsbrandweer. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
**6.** Het bestuur van de veiligheidsregio stuurt een afschrift van de aanwijzing aan de bestuursorganen, bedoeld in artikel 7.2, vierde lid.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Het bestuur van de veiligheidsregio kan in de aanwijzing, bedoeld in het eerste en vijfde lid, slechts eisen stellen aan:
|
||||
Het bestuur van de veiligheidsregio kan in de aanwijzing, bedoeld in het eerste en derde lid, slechts eisen stellen aan:
|
||||
|
||||
a. de geoefendheid en de samenstelling van de bedrijfsbrandweer waarbij de functies genoemd in het Besluit personeel veiligheidsregio’s, kunnen worden aangewezen;
|
||||
b. de voorzieningen inzake bluswater, melding, alarmering en verbindingen;
|
||||
c. het blusmaterieel;
|
||||
d. de beschermende middelen;
|
||||
e. de alarmering van en samenwerking met de brandweer en andere hulpverleningsorganisaties; en
|
||||
e. de alarmering van en samenwerking met de brandweer en andere hulpverleningsorganisaties, en
|
||||
f. de omvang van het personeel en het materieel van de bedrijfsbrandweer.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.4
|
||||
|
||||
**1.** Na wijziging of uitbreiding van een aangewezen locatie, van een milieubelastende activiteit op een aangewezen locatie of van een inrichting, bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet, dan wel verandering van de gebezigde processen die in betekenende mate consequenties hebben voor de inhoud van het rapport, verstrekt degene die de milieubelastende activiteit verricht of de exploitant van de inrichting zo spoedig mogelijk een dienovereenkomstig gewijzigd rapport aan het bestuur van de veiligheidsregio. Als voor de wijziging, uitbreiding of verandering een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend wordt het gewijzigd rapport gelijktijdig met die aanvraag verstrekt aan het bestuur van de veiligheidsregio.
|
||||
**1.** Na wijziging of uitbreiding van een aangewezen inrichting dan wel verandering van de daarin gebezigde processen die in betekenende mate consequenties hebben voor de inhoud van het rapport, dient het hoofd of de bestuurder van die inrichting zo spoedig mogelijk een dienovereenkomstig gewijzigd rapport aan het bestuur van de veiligheidsregio over te leggen.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 7.2, derde tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Artikel 7.2, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het gewijzigde rapport, het veiligheidsrapport of de wijziging daarvan daartoe aanleiding geven, kan het bestuur van de veiligheidsregio de aanwijzing intrekken dan wel de bij de aanwijzing gestelde eisen wijzigen.
|
||||
|
||||
**4.** Het bestuur van de veiligheidsregio bepaalt bij het vaststellen van gewijzigde eisen, bedoeld in het derde lid, een termijn waarbinnen aan die eisen moet zijn voldaan.
|
||||
|
||||
**5.** Artikel 7.3, vierde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**5.** Artikel 7.3, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.5
|
||||
|
||||
**1.** Na wijziging van de omgeving van een aangewezen locatie of inrichting die in betekenende mate consequenties heeft voor gegevens over de geloofwaardige en maatgevende incidentscenario’s, bedoeld in artikel 7.2, eerste lid, onderdeel c en d, kan het bestuur van de veiligheidsregio de aanwijzing intrekken dan wel de bij de aanwijzing gestelde eisen wijzigen.
|
||||
**1.** Na wijziging van de omgeving van een aangewezen inrichting die in betekenende mate consequenties heeft voor gegevens over de geloofwaardige en maatgevende incidentscenario’s, bedoeld in artikel 7.2, eerste lid, onderdeel c en d, kan het bestuur van de veiligheidsregio de aanwijzing intrekken dan wel de bij de aanwijzing gestelde eisen wijzigen.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur van de veiligheidsregio bepaalt bij het vaststellen van gewijzigde eisen, bedoeld in het eerste lid, een termijn waarbinnen aan die eisen moet zijn voldaan.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 7.3, vierde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Artikel 7.3, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.6
|
||||
|
||||
**1.** Op een aanwijzing die Onze Minister geeft ten aanzien van een locatie of inrichting die is gelegen op of deel uitmaakt van een bij de krijgsmacht in gebruik zijnd terrein, zijn de artikelen 7.1 tot en met 7.5 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat Onze Minister tevens een exemplaar van het rapport zendt aan de Minister van Defensie en het bestuur van de veiligheidsregio.
|
||||
**1.** Op een aanwijzing die Onze Minister geeft ten aanzien van een inrichting die is gelegen op of deel uitmaakt van een bij de krijgsmacht in gebruik zijnd terrein, zijn de artikelen 7.1 tot en met 7.5 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat Onze Minister tevens een exemplaar van het rapport zendt aan de Minister van Defensie en het bestuur van de veiligheidsregio.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister zendt een rapport aan het bestuur van de veiligheidsregio nadat hij het rapport zodanig heeft bewerkt dat de gegevens waarvoor geheimhouding geboden is, daarin niet voorkomen of daaruit niet kunnen worden afgeleid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -670,7 +661,7 @@ f. de omvang van het personeel en het materieel van de bedrijfsbrandweer.
|
|||
|
||||
### Artikel 8.1
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister stelt, onder voorbehoud van goedkeuring van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, jaarlijks vóór 1 juli voor het eerstvolgende jaar de bijdrage voor de doeluitkering aan de veiligheidsregio’s vast. Het voor de doeluitkering beschikbare totaalbedrag, bestaat uit de bedragen, bedoeld in artikel 8.2 en uit een vast en een variabel deel. Het vaste en variabele deel worden verdeeld volgens het verdeelsysteem in bijlage 2 bij dit besluit.
|
||||
**1.** Onze Minister stelt, onder voorbehoud van goedkeuring van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, jaarlijks vóór 1 juli voor het eerstvolgende jaar de bijdrage voor de doeluitkering aan de veiligheidsregio’s vast. Het voor de doeluitkering beschikbare totaalbedrag, bestaat uit de bedragen, bedoeld in artikel 8.2 en uit een vast en een variabel deel. Het vaste en variabele deel worden verdeeld volgens het verdeelsysteem in bijlage 2 bij dit besluit.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan de jaarlijkse bijdrage bijstellen in verband met loon- en prijsmutaties die tot wijziging van het voor de doeluitkering beschikbare bedrag leiden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -682,13 +673,13 @@ f. de omvang van het personeel en het materieel van de bedrijfsbrandweer.
|
|||
|
||||
### Artikel 8.2
|
||||
|
||||
**1.** In verband met extra voorzieningen voor de Waddeneilanden ontvangt de veiligheidsregio Fryslân jaarlijks een bedrag van € 150.000,– en de veiligheidsregio Noord-Holland-Noord jaarlijks een bedrag van € 28.000,–.
|
||||
**1.** In verband met extra voorzieningen voor de Waddeneilanden ontvangt de veiligheidsregio Fryslân jaarlijks een bedrag van € 150.000,– en de veiligheidsregio Noord-Holland-Noord jaarlijks een bedrag van € 28.000,–.
|
||||
|
||||
**2.** In verband met extra voorzieningen voor de luchthaven Schiphol ontvangt de veiligheidsregio Kennemerland jaarlijks een bedrag van € 5.000.000,–.
|
||||
**2.** In verband met extra voorzieningen voor de luchthaven Schiphol ontvangt de veiligheidsregio Kennemerland jaarlijks een bedrag van € 5.000.000,–.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de interregionale versterking van de veiligheidsregio’s Amsterdam-Amstelland en Kennemerland in verband met de luchthaven Schiphol ontvangt de veiligheidsregio Kennemerland jaarlijks een bedrag van € 2.500.000,–.
|
||||
**3.** Voor de interregionale versterking van de veiligheidsregio’s Amsterdam-Amstelland en Kennemerland in verband met de luchthaven Schiphol ontvangt de veiligheidsregio Kennemerland jaarlijks een bedrag van € 2.500.000,–.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 4.1.6, ontvangen de veiligheidsregio’s, genoemd in bijlage 1 bij dit besluit, elk jaarlijks een bedrag van € 175.000,–. Indien twee veiligheidsregio’s gezamenlijk zijn aangewezen voor de uitvoering van die taak, wordt dit bedrag in gelijke delen over deze veiligheidsregio’s verdeeld.
|
||||
**4.** Voor de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 4.1.6, ontvangen de veiligheidsregio’s, genoemd in bijlage 1 bij dit besluit, elk jaarlijks een bedrag van € 175.000,–.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -698,7 +689,7 @@ f. de omvang van het personeel en het materieel van de bedrijfsbrandweer.
|
|||
|
||||
### Artikel 8.4
|
||||
|
||||
De betaling van de ingevolge de artikelen 8.1 en 8.2 toegekende bijdragen vindt plaats in vier gelijke termijnen, op de eerste werkdag na de 14e van de eerste maand van ieder kwartaal.
|
||||
De betaling van de ingevolge de artikelen 8.1 en 8.2 berekende bijdrage voor de doeluitkering vindt plaats in vier gelijke termijnen op 15 januari, 15 april, 15 juli en 15 oktober.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.5
|
||||
|
||||
|
|
@ -714,7 +705,7 @@ Indien de accountant een afkeurende verklaring of een verklaring met beperking o
|
|||
|
||||
**1.** De rampbestrijdingsplannen die op grond van het Besluit rampbestrijdingsplannen inrichtingen zijn vastgesteld door de burgemeester, blijven van kracht. Onverminderd het bepaalde in artikel 6.1.7, tweede lid, worden zij door het bestuur van de veiligheidsregio opnieuw vastgesteld indien deze dit nodig oordeelt.
|
||||
|
||||
**2.** De rampbestrijdingsplannen die op grond van het Besluit rampbestrijdingsplannen luchtvaartterreinen zijn vastgesteld door de burgemeester, blijven van kracht. Zij worden door het bestuur van de veiligheidsregio opnieuw vastgesteld indien deze dit nodig oordeelt.
|
||||
**2.** De rampbestrijdingsplannen die op grond van het Besluit rampbestrijdingsplannen luchtvaartterreinen zijn vastgesteld door de burgemeester, blijven van kracht. Zij worden door het bestuur van de veiligheidsregio opnieuw vastgesteld indien deze dit nodig oordeelt.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -730,10 +721,10 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit veiligheidsregio’s.
|
|||
|
||||
## Bijlage 1. behorende bij
|
||||
|
||||
## Bijlage 2. behorende bij
|
||||
## Bijlage 2. , behorende bij
|
||||
|
||||
Het voor het vaste en variabele deel van het voor de doeluitkering beschikbare bedrag wordt verdeeld op grond van de volgende formule:
|
||||
Het voor het vaste en variabele deel van de doeluitkering beschikbare bedrag wordt verdeeld op grond van de volgende formule:
|
||||
|
||||
[vast deel + (8,15 * woonruimten) + (67,71 * bebouwde oppervlakte) + (0,48 * oadwr) + (659,22 * kernen500) + (2,41 * totale oppervlakte) + (7.736,14 * hoofdvaarwegen) + (28.430,04 * hogedrempelinrichtingen) + (0,32 * inwoners) + (11,37 * OZB niet-woningen)] * uitkeringsfactor.
|
||||
vast bedrag + (*woonruim* * € 0,97) + (*oppbe*b * € 46,10) – (*OAD* * € 0,195) + (*kernen* * € 447,00) + (*opptot* * € 1,60) + (*hoofdvaar* * € 5.125,422) + (*BRZO* * € 4.967,021) + (inwo * € 0,21)]*uitkeringsfactor
|
||||
|
||||
De vaststelling van het aantal eenheden per structuurkenmerk of maatstaf geschiedt naar de toestand op 1 januari voorafgaand aan het uitkeringsjaar.
|
||||
De vaststelling van het aantal eenheden per structuurkenmerk of maatstaf geschiedt naar de toestand op 1 januari voorafgaand aan het uitkeringsjaar.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue