diff --git a/wet/comptabiliteitswet-2001/BWBR0013891/README.md b/wet/comptabiliteitswet-2001/BWBR0013891/README.md index a16c9fe0f8a..f14a6210841 100644 --- a/wet/comptabiliteitswet-2001/BWBR0013891/README.md +++ b/wet/comptabiliteitswet-2001/BWBR0013891/README.md @@ -21,14 +21,15 @@ citeertitel: Comptabiliteitswet 2001 Tot de Rijksbegroting behoren: a. de begrotingen van de onderscheiden ministeries, hierna te noemen: de departementale begrotingen; -b. de begrotingen van nationale schuld, van wonen, wijken en integratie en van jeugd en gezin; +b. de begrotingen van nationale schuld; c. de begroting van koninkrijksrelaties, tenzij de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten die samenhangen met koninkrijksrelaties worden opgenomen in de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; -d. de begroting van het koninklijk huis; +d. de begroting van de Koning; e. de begroting van het Kabinet van de Koning; f. de begroting van de Staten-Generaal; -g. de begroting van de Raad van State, de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, de kanselarij der Nederlandse Orden, het Kabinet van de Gouverneur van Aruba, het Kabinet van de Gouverneur van CuraƧao en het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten; +g. de begroting van de overige Hoge Colleges van Staat en de Kabinetten van de Gouverneurs; h. de begroting van de Commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten; -i. de begrotingen van de onderscheiden begrotingsfondsen, bedoeld in artikel 9. +i. de begrotingen van de onderscheiden begrotingsfondsen, bedoeld in artikel 9; +j. een andere begroting, indien die begroting aan de Rijksbegroting wordt toegevoegd bij de wet waarmee die begroting voor de eerste keer wordt vastgesteld. **2.** Begrotingen bestaan uit een begrotingsstaat als bedoeld in artikel 4, eerste lid, waarin zijn opgenomen de begrotingsartikelen, en een bij die staat behorende toelichting. @@ -164,7 +165,7 @@ h. de uitgaven en ontvangsten van het personeel en het materieel met betrekking ### Artikel 8 -**1.** De begroting van het koninklijk huis bevat de uitkeringen aan de leden van dat huis. De begrotingsartikelen waarin die uitkeringen worden opgenomen hebben het karakter van een niet-beleidsartikel. +**1.** De begroting van de Koning bevat de uitkeringen aan de leden van het koninklijk huis, alsmede de uitgaven die functioneel samenhangen met het koningschap. De begrotingsartikelen waarin die uitkeringen worden opgenomen hebben het karakter van een niet-beleidsartikel. **2.** In overeenstemming met Onze Minister van Financiƫn kan de toepassing van artikel 5 op een of meer van de begrotingen van de colleges, genoemd in artikel 1, eerste lid, onder e tot en met h, gelet op de staatsrechtelijke positie van de colleges, geheel of gedeeltelijk achterwege blijven. @@ -339,7 +340,7 @@ b. de inrichting van het afzonderlijk onderdeel van de toelichting bij de voorst **3.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van koninkrijksrelaties. -**4.** Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van het koninklijk huis, van de begroting van het Kabinet van de Koning en van de begroting van de Commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. +**4.** Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Koning, van de begroting van het Kabinet van de Koning en van de begroting van de Commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. **5.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de colleges, genoemd in artikel 1, eerste lid, onder g. @@ -347,11 +348,11 @@ b. de inrichting van het afzonderlijk onderdeel van de toelichting bij de voorst **7.** Over de aan dit beheer te geven inhoud maakt Onze betrokken Minister afspraken met de onderscheiden colleges, waarin recht wordt gedaan aan hun staatsrechtelijke positie. +**8.** De wet, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel j, bepaalt wie van Onze Ministers belast is met het beheer van de begroting die met die wet aan de Rijksbegroting wordt toegevoegd. + ### Artikel 19a -**1.** Onze Minister voor wonen, wijken en integratie is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van wonen, wijken en integratie. - -**2.** Onze Minister voor jeugd en gezin is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van jeugd en gezin. +Vervallen ### Paragraaf 2. Het beleid @@ -622,7 +623,7 @@ b. de bevoegdheid, bedoeld in artikel 22, tweede lid. Onverminderd het anders bij wet bepaalde, hebben Onze Ministers de in de volgende leden vermelde bevoegdheden ten aanzien van: a. rechtspersonen, commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen aan wie door de Staat of een derde voor rekening of risico van de Staat rechtstreeks of middellijk een subsidie, een lening of garantie wordt verstrekt; -b. rechtspersonen, commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen aan wie door de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van een vastgesteld programma rechtstreeks of middellijk een subsidie wordt verstrekt; +b. rechtspersonen, commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen aan wie door de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of de Europese Commissie op grond van een vastgesteld programma rechtstreeks of middellijk een subsidie wordt verstrekt; c. rechtspersonen voor zover die een bij of krachtens de wet geregelde taak uitoefenen en daartoe geheel of gedeeltelijk worden bekostigd uit de opbrengst van bij of krachtens de wet ingestelde heffingen. **2.** @@ -660,7 +661,7 @@ c. verslagen van onderzoeken van accountants die de bescheiden, bedoeld onder a De toepassing van de in de artikelen 43 en 43a bedoelde bevoegdheden is gericht op de nakoming door de in artikel 43, eerste lid, bedoelde rechtspersonen, vennootschappen en natuurlijke personen van: a. bij of krachtens de wet opgelegde verplichtingen aangaande beheer, controle of toezicht ten aanzien van de rechtmatige en doelmatige besteding van collectieve middelen als bedoeld in artikel 43, eerste lid, onder a en c; -b. bij of krachtens de oprichtingsverdragen van de Europese Gemeenschappen aan de lidstaat opgelegde verplichtingen aangaande beheer, controle of toezicht ten aanzien van de rechtmatige en doelmatige besteding van collectieve middelen als bedoeld in artikel 43, het eerste lid, onder b. +b. bij of krachtens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de lidstaat opgelegde verplichtingen aangaande beheer, controle of toezicht ten aanzien van de rechtmatige en doelmatige besteding van collectieve middelen als bedoeld in artikel 43, het eerste lid, onder b. **4.** Onze Ministers kunnen de in de artikelen 43 en 43a bedoelde bevoegdheden uitoefenen zolang als en over de jaren dat de Staat daarbij belang heeft. @@ -825,9 +826,7 @@ Artikel 54, tweede lid is van toepassing. ### Artikel 57 -**1.** Het jaarverslag met betrekking tot de begroting van het koninklijk huis bevat in aansluiting op artikel 8, eerste lid, de gerealiseerde uitkeringen aan de leden van dat huis. - -**2.** Onze Minister, belast met het beheer van een begrotingsfonds, kan besluiten het jaarverslag van het begrotingsfonds op te nemen in een bijlage bij het departementale jaarverslag waarvoor hij verantwoordelijk is. +Onze Minister, belast met het beheer van een begrotingsfonds, kan besluiten het jaarverslag van het begrotingsfonds op te nemen in een bijlage bij het departementale jaarverslag waarvoor hij verantwoordelijk is. ### Artikel 58 @@ -1214,11 +1213,11 @@ d. rechtspersonen voor zover die een bij of krachtens de wet geregelde taak uito **3.** -Indien de bescheiden, bedoeld in het tweede lid, haar daartoe aanleiding geven, of een of meer bescheiden ontbreken, is de Algemene Rekenkamer bevoegd bij de betrokken rechtspersonen of bij de betrokken commanditaire vennootschappen of vennootschappen onder firma daarover nadere inlichtingen in te winnen dan wel van hen het overleggen van die bescheiden te vorderen. Het inwinnen van nadere inlichtingen en het vorderen van bescheiden heeft, indien het De Nederlandsche Bank N.V. betreft, niet betrekking op taken ter uitvoering van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap. +Indien de bescheiden, bedoeld in het tweede lid, haar daartoe aanleiding geven, of een of meer bescheiden ontbreken, is de Algemene Rekenkamer bevoegd bij de betrokken rechtspersonen of bij de betrokken commanditaire vennootschappen of vennootschappen onder firma daarover nadere inlichtingen in te winnen dan wel van hen het overleggen van die bescheiden te vorderen. Het inwinnen van nadere inlichtingen en het vorderen van bescheiden heeft, indien het De Nederlandsche Bank N.V. betreft, niet betrekking op taken ter uitvoering van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Het inwinnen van nadere inlichtingen en het vorderen van bescheiden geschiedt, indien het de vennootschappen betreft, bedoeld in het eerste lid, onder b, door tussenkomst van Onze Minister en heeft wat het vorderen van bescheiden betreft uitsluitend betrekking op de jaarrekeningen en rapporten, bedoeld in het tweede lid. -**4.** De Algemene Rekenkamer kan tevens bij de betrokken rechtspersonen en vennootschappen een onderzoek instellen, behalve bij de vennootschappen, bedoeld in het eerste lid, onder b, en bij De Nederlandsche Bank N.V., voor zover het taken ter uitvoering van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap betreft. Een onderzoek geschiedt bij de betrokken rechtspersoon of vennootschap mede aan de hand van de administratie of bij de derde die de administratie in opdracht van de rechtspersoon of vennootschap voert. Onze betrokken Minister wordt door de Algemene Rekenkamer van haar voornemen een dergelijk onderzoek in te stellen in kennis gesteld. Artikel 87, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing. +**4.** De Algemene Rekenkamer kan tevens bij de betrokken rechtspersonen en vennootschappen een onderzoek instellen, behalve bij de vennootschappen, bedoeld in het eerste lid, onder b, en bij De Nederlandsche Bank N.V., voor zover het taken ter uitvoering van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie betreft. Een onderzoek geschiedt bij de betrokken rechtspersoon of vennootschap mede aan de hand van de administratie of bij de derde die de administratie in opdracht van de rechtspersoon of vennootschap voert. Onze betrokken Minister wordt door de Algemene Rekenkamer van haar voornemen een dergelijk onderzoek in te stellen in kennis gesteld. Artikel 87, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing. **5.** Onverminderd het tweede lid en onverminderd haar bevoegdheid tot eigen onderzoek maakt de Algemene Rekenkamer zoveel mogelijk gebruik van de resultaten van door anderen verrichte controles. Artikel 86, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. @@ -1248,7 +1247,7 @@ Het inwinnen van nadere inlichtingen en het vorderen van bescheiden geschiedt, i ### Artikel 92 -**1.** Onverminderd het anders bij wet bepaalde, heeft de Algemene Rekenkamer de in de volgende leden vermelde bevoegdheden ten aanzien van rechtspersonen, commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen aan wie door de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van een vastgesteld programma rechtstreeks of middellijk een subsidie wordt verstrekt. +**1.** Onverminderd het anders bij wet bepaalde, heeft de Algemene Rekenkamer de in de volgende leden vermelde bevoegdheden ten aanzien van rechtspersonen, commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen aan wie door de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of de Europese Commissie op grond van een vastgesteld programma rechtstreeks of middellijk een subsidie wordt verstrekt. **2.** Aan de hand van dossiers aanwezig bij Onze verantwoordelijke Minister, kan de Algemene Rekenkamer kennis nemen van jaarrekeningen, daarop betrekking hebbende rapporten van hen die deze jaarrekeningen hebben gecontroleerd en overige bescheiden, en kan zij bij Onze Minister daarover nadere inlichtingen inwinnen. @@ -1260,7 +1259,7 @@ Artikel 87, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing. **4.** De Algemene Rekenkamer is bevoegd inzage te vorderen in de controledossiers van de accountant die de bescheiden, bedoeld in artikel 43, tweede lid, onder a en b, heeft gecontroleerd van de in het eerste lid, onder b, bedoelde rechtspersonen, vennootschappen en natuurlijke personen. Artikel 43a, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing. -**5.** De in de voorgaande leden vermelde bevoegdheden zijn gericht op oordeelsvorming over het door Onze Minister gevoerde beleid ter nakoming van de bij of krachtens de oprichtingsverdragen van de Europese Gemeenschappen aan de lidstaat opgelegde verplichtingen aangaande beheer, controle of toezicht ten aanzien van de rechtmatige en doelmatige besteding van de subsidies als bedoeld in het eerste lid. +**5.** De in de voorgaande leden vermelde bevoegdheden zijn gericht op oordeelsvorming over het door Onze Minister gevoerde beleid ter nakoming van de bij of krachtens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de lidstaat opgelegde verplichtingen aangaande beheer, controle of toezicht ten aanzien van de rechtmatige en doelmatige besteding van de subsidies als bedoeld in het eerste lid. **6.** De Algemene Rekenkamer kan de in dit artikel vermelde bevoegdheden uitoefenen zolang als en over de jaren dat de Staat daarbij belang heeft.