From 096dead142402172b0f26db030c7e148e87c7851 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Jan 1998 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 1998-01-01 | BWBR0005315 | Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen --- .../BWBR0005315/README.md | 120 +++++++----------- 1 file changed, 43 insertions(+), 77 deletions(-) diff --git a/amvb/scheepvaartreglement-voor-het-kanaal-van-gent-naar-terneuzen/BWBR0005315/README.md b/amvb/scheepvaartreglement-voor-het-kanaal-van-gent-naar-terneuzen/BWBR0005315/README.md index f163125fe41..164720cd851 100644 --- a/amvb/scheepvaartreglement-voor-het-kanaal-van-gent-naar-terneuzen/BWBR0005315/README.md +++ b/amvb/scheepvaartreglement-voor-het-kanaal-van-gent-naar-terneuzen/BWBR0005315/README.md @@ -83,9 +83,7 @@ een hecht samenstel van schepen waarvan er tenminste één is geplaatst vóór d p. duwboot: een werktuiglijk voortbewogen schip dat deel uitmaakt van een duwstel, en gebouwd of ingericht is om dit door duwen voort te bewegen; -q. exploitant: de eigenaar, rompbevrachter of ieder ander die de zeggenschap heeft over het gebruik van een schip; -r. waterscooter: klein schip dat, bij gebruikmaking van zijn mechanische middelen tot voortbeweging, sneller dan 20 km per uur ten opzichte van het water kan varen en gebouwd of ingericht is om door een of meer personen skiënd door of over het water te worden voortbewogen; -s. zeilplank: klein zeilschip voorzien van een vrij bewegende zeiltuigage die is gemonteerd op een in alle richtingen draaibare mastvoet en die tijdens het zeilen niet in een vaste positie wordt ondersteund. +q. exploitant: de eigenaar, rompbevrachter of ieder ander die de zeggenschap heeft over het gebruik van een schip. **2.** @@ -135,10 +133,6 @@ m. keren: het schip dat varende is verandert zodanig van vaarrichting dat het komt te varen in een richting tegengesteld aan die waarin het voer. -### Artikel 2a - -Vervallen - ### Artikel 3 **1.** De kapitein of schipper is verantwoordelijk voor de naleving van de bepalingen van dit reglement tenzij uit die bepalingen blijkt dat de naleving aan anderen is opgedragen. @@ -307,11 +301,11 @@ c. op eerste vordering van de bevoegde autoriteit zijn schip onverwijld te verha Een schip mag ankeren noch afmeren binnen de afstanden van een ander schip zoals hieronder wordt bepaald: -a. binnen 10 meter van een schip dat een blauw licht of een blauwe kegel, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, voert; -b. binnen 50 meter van een schip dat twee blauwe lichten of kegels, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder b, of een rood helder rondom zichtbaar licht of de internationale seinvlag "B", bedoeld in artikel 25, eerste lid, voert; -c. binnen 100 meter van een schip dat drie blauwe lichten of kegels, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder c, voert. +a. binnen 10 meter van een schip dat een blauw licht of een blauwe kegel, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder *a,* voert; +b. binnen 50 meter van een schip dat twee blauwe lichten of kegels, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder *b,* of een rood helder rondom zichtbaar licht of de internationale seinvlag "B", bedoeld in artikel 25, eerste lid, voert; +c. binnen 100 meter van een schip dat drie blauwe lichten of kegels, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder *c*, voert. -**10.** Het verbod in het negende lid, onder *a*, geldt niet voor een schip dat eveneens dit licht of dit dagmerk voert. Het verbod geldt evenmin voor een schip dat, zonder dat het dit licht of dit dagmerk voert, is voorzien van een certificaat van goedkeuring, bedoeld in de Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren (ADN) nr. 8.1.8, en dat voldoet aan de veiligheidsvoorschriften voor een schip dat ingevolge artikel 25, tweede lid, onder a, verplicht is een blauw licht of een blauwe kegel te voeren. +**10.** Het verbod in het negende lid, onder *a*, geldt niet voor een schip dat eveneens dit licht of dit dagmerk voert. Het verbod geldt evenmin voor een schip dat, zonder dat het dit licht of dit dagmerk voert, is voorzien van een certificaat van goedkeuring, bedoeld in het Reglement voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Rijn (ADNR) Bijlage B1 Rn 10.282 en Bijlage B2 Rn 210.282, en dat voldoet aan de veiligheidsvoorschriften voor een schip dat ingevolge artikel 25, tweede lid, onder *a*, verplicht is een blauw licht of een blauwe kegel te voeren. **11.** De bevoegde autoriteit kan voor het ankeren en afmeren kleinere afstanden toestaan dan die in het negende lid worden vermeld. @@ -428,15 +422,17 @@ c. een schip dat over stuurboordboeg ligt en dat aan zijn loefzijde een schip zi ### Artikel 19 -**1.** Bij beperkt zicht maakt een schip gebruik van radar. Als een schip niet op radar kan varen, gaat het bij beperkt zicht op de dichtstbijzijnde daarvoor geschikte plaats stilliggen. +**1.** De voorschriften van dit artikel zijn van toepassing op schepen die niet in zicht van elkaar zijn wanneer zij varen in of in de buurt van een gebied met beperkt zicht. **2.** Elk schip moet een veilige vaart aanhouden aangepast aan de heersende omstandigheden en de toestanden van beperkt zicht en zonodig stoppen. Een werktuiglijk voortbewogen schip moet zijn machines gereed hebben ten einde onmiddellijk te kunnen manoeuvreren. -**3.** Een schip dat alleen met radar de aanwezigheid van een ander schip waarneemt, moet vaststellen of zich een situatie ontwikkelt waarin men elkaar zo dicht nadert dat gevaar voor aanvaring kan ontstaan. Is dit het geval dan moet het bijtijds maatregelen ter vermijding daarvan nemen. +**3.** Met uitzondering van een klein schip moet elk schip dat niet met behulp van radar vaart, voorop een uitkijk hebben die zich of binnen gezichts- en of gehoorafstand van de kapitein of schipper bevindt of een spreekverbinding met hem heeft. -**4.** Behalve wanneer is vastgesteld dat geen gevaar voor aanvaring bestaat, moet elk schip dat meent voorlijker dan dwars het mistsein te horen van een ander schip of dat een dicht naderen van een schip voorlijker dan dwars niet kan vermijden, zijn vaart verminderen tot het minimum waarbij het op koers kan worden gehouden. Indien nodig moet de vaart geheel uit het schip worden gehaald en in elk geval uiterst voorzichtig gemanoeuvreerd worden tot het gevaar voor aanvaring is geweken. +**4.** Een schip dat alleen met radar de aanwezigheid van een ander schip waarneemt, moet vaststellen of zich een situatie ontwikkelt waarin men elkaar zo dicht nadert dat gevaar voor aanvaring kan ontstaan. Is dit het geval dan moet het bijtijds maatregelen ter vermijding daarvan nemen. -**5.** +**5.** Behalve wanneer is vastgesteld dat geen gevaar voor aanvaring bestaat, moet elk schip dat meent voorlijker dan dwars het mistsein te horen van een ander schip of dat een dicht naderen van een schip voorlijker dan dwars niet kan vermijden, zijn vaart verminderen tot het minimum waarbij het op koers kan worden gehouden. Indien nodig moet de vaart geheel uit het schip worden gehaald en in elk geval uiterst voorzichtig gemanoeuvreerd worden tot het gevaar voor aanvaring is geweken. + +**6.** Schepen mogen slechts met behulp van radar varen indien: @@ -447,7 +443,7 @@ d. zowel de in onderdeel *c* bedoelde persoon als een tweede persoon, die met de De radar, de marifooninstallatie en de bochtaanwijzer moeten goed functioneren en goedgekeurd zijn door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. -**6.** Bij het varen bij beperkt zicht met behulp van radar moet de marifooninstallatie voortdurend op het kanaal zijn ingeschakeld dat door de bevoegde autoriteit is voorgeschreven en aan de scheepvaart is bekend gemaakt, hetzij om uit te luisteren, hetzij om inlichtingen te geven ten behoeve van andere schepen. De marifooninstallatie moet tevens worden gebruikt voor het onderhouden van verbinding met de bevoegde personen aan de wal. +**7.** Bij het varen bij beperkt zicht met behulp van radar moet de marifooninstallatie voortdurend op het kanaal zijn ingeschakeld dat door de bevoegde autoriteit is voorgeschreven en aan de scheepvaart is bekend gemaakt, hetzij om uit te luisteren, hetzij om inlichtingen te geven ten behoeve van andere schepen. De marifooninstallatie moet tevens worden gebruikt voor het onderhouden van verbinding met de bevoegde personen aan de wal. ## Hoofdstuk 3. Lichten en dagmerken @@ -534,12 +530,7 @@ a. zichtbaar: zichtbaar bij donkere nacht en bij heldere dampkring; b. gewoon licht, helder licht en krachtig licht: -1. voor zeeschepen: - -lichten die op een afstand van onderscheidenlijk ten minste 1.000 meter, 2.000 meter en 3.000 meter zichtbaar zijn; -2. voor binnenschepen: - -de lichten die voldoen aan de eisen van bijlage 1.5 van de Binnenvaartregeling. +lichten die op een afstand van onderscheidenlijk ten minste 1000 meter, 2000 meter en 3000 meter zichtbaar zijn. ### Artikel 23 @@ -617,19 +608,19 @@ waar zij het best kunnen worden gezien en op een hoogte van ten minste 6 meter b -a. Een binnenschip dat bepaalde brandbare stoffen vervoert, bedoeld in de Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren (ADN), nr. 7.1.5.0.1 of nr. 7.2.5.0.2, moet, behalve de lichten of dagmerken die worden voorgeschreven bij de overige bepalingen van dit reglement, voeren: +a. Een binnenschip dat bepaalde brandbare stoffen vervoert, bedoeld in het Reglement voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Rijn (ADNR) Bijlage B1 Rn. 10.500 en Bijlage B2 Aanhangsel 4 (Stoffenlijst), moet, behalve de lichten of dagmerken die worden voorgeschreven bij de overige bepalingen van dit reglement, voeren: - bij nacht: één rondom zichtbaar blauw licht; - bij dag: één blauwe kegel met de punt naar beneden. In plaats van één blauwe kegel, kan ook één blauwe kegel op het voor- en één op het achterschip op een hoogte van ten minste 3 meter boven het vlak der inzinkingsmerken worden gevoerd. -b. Een binnenschip dat bepaalde voor de gezondheid schadelijke stoffen vervoert, bedoeld in het ADN, nr. 7.1.5.0.1 of nr. 7.2.5.0.2, moet, behalve de lichten of dagmerken die worden voorgeschreven bij de overige bepalingen van dit reglement, voeren: +b. Een binnenschip dat bepaalde voor de gezondheid schadelijke stoffen vervoert, bedoeld in het ADNR Bijlage B1 RN 10.500 en Bijlage B2 Aanhangsel 4 (Stoffenlijst), moet, behalve de lichten of dagmerken die worden voorgeschreven bij de overige bepalingen van dit reglement, voeren: - bij nacht: twee rondom zichtbare blauwe lichten; - bij dag: twee blauwe kegels met de punt naar beneden; in een verticale lijn en met een onderlinge afstand van ongeveer 1 meter. In plaats van twee blauwe kegels, kunnen ook telkens twee blauwe kegels op het voor- en op het achterschip worden gevoerd, waarvan de ondersten op een hoogte van ten minste 3 meter boven het vlak der inzinkingsmerken worden gevoerd. -c. Een binnenschip dat bepaalde ontplofbare stoffen vervoert, bedoeld in ADN, nr. 7.1.5.0.1 of nr. 7.2.5.0.2, moet, behalve de lichten of dagmerken die worden voorgeschreven bij de overige bepalingen van dit reglement, voeren: +c. Een binnenschip dat bepaalde ontplofbare stoffen vervoert, bedoeld in ADNR Bijlage B1 Rn 10.500, moet, behalve de lichten of dagmerken die worden voorgeschreven bij de overige bepalingen van dit reglement, voeren: - bij nacht: drie rondom zichtbare blauwe lichten; - bij dag: drie blauwe kegels met de punt naar beneden; in een verticale lijn en met een onderlinge afstand van ongeveer 1 meter. @@ -639,9 +630,9 @@ d. Indien een duwstel of een gekoppeld samenstel één of meer schepen bevat, be e. Een binnenschip, een duwstel of een gekoppeld samenstel, geladen met verschillende gevaarlijke stoffen, als bedoeld onder *a*, *b*, en *c*, moet uitsluitend de lichten of kegels voeren voorgeschreven voor de gevaarlijke stof die volgens dit lid het grootste aantal blauwe lichten of kegels vereist. f. De sterkte van de blauwe lichten voorgeschreven in dit lid dient ten minste gelijk te zijn aan die van blauwe gewone lichten. -**3.** Het eerste en tweede lid zijn ook van toepassing op tankschepen, die na het lossen van de in de bij dit besluit behorende bijlage 1 bedoelde stoffen nog niet gereinigd, ontgast of geheel geïnertiseerd zijn. +**3.** Het eerste en tweede lid zijn ook van toepassing op tankschepen, die na het lossen van de in de bij dit besluit behorende bijlagen 1 tot en met 3 bedoelde stoffen nog niet gereinigd, ontgast of geheel geïnertiseerd zijn. -**4.** Een binnenschip, dat in het bezit is van een certificaat van goedkeuring als bedoeld in het ADN, nr. 8.1.8.0 en dat voldoet aan de veiligheidsvoorschriften die gelden voor een schip als bedoeld in het tweede lid, onderdeel *a*, mag, indien het gelijktijdig geschut wil worden met een schip dat de tekens van het tweede lid, onder *a*, moet voeren, bij nadering van een sluis de tekens, bedoeld in het tweede lid, onder *a*, voeren. +**4.** Een binnenschip, dat in het bezit is van een certificaat van goedkeuring als bedoeld in het ADNR Bijlage B1 Rn 10.282 of Bijlage B2 Rn 210.282 en dat voldoet aan de veiligheidsvoorschriften die gelden voor een schip als bedoeld in het tweede lid, onderdeel *a*, mag, indien het gelijktijdig geschut wil worden met een schip dat de tekens van het tweede lid, onder *a*, moet voeren, bij nadering van een sluis de tekens, bedoeld in het tweede lid, onder *a*, voeren. ### Artikel 26 @@ -884,41 +875,44 @@ h. reeksen klokslagen of herhaalde lange stoten. **1.** -Het is verboden te varen met een schip of samenstel dat de hieronder vermelde grootst toegelaten afmetingen en diepgang, uitgaande van een waterstand in het kanaal van Normaal Amsterdams Peil + 2,13 meter in zoet water, overschrijdt: +Het is verboden te varen met een schip of samenstel dat de hieronder vermelde grootst toegelaten afmetingen en diepgang overschrijdt: a. voor zeeschepen: -lengte: 265 meter +lengte: 256 meter breedte: 34 meter -diepgang: - -1° 12,50 meter in opvaart -2°. 12,30 meter in afvaart; +diepgang: 12,25 meter in zoet water; b. voor binnenschepen en gekoppelde samenstellen: lengte: 140,00 meter breedte: 23,00 meter -diepgang: 4,30 meter wat de Oostsluis betreft; +diepgang: 4,00 meter wat de Oostsluis betreft; c. voor duwstellen: lengte: 200 meter breedte: 23 meter -diepgang: 4,30 meter wat de Oostsluis betreft; +diepgang: 4,00 meter wat de Oostsluis betreft; d. diepgang op de toeleidings- en zijkanalen: 1. toeleidingskanaal naar de Middensluis: 7,25 meter -2. toeleidingskanaal naar de Oostsluis: 4,30 meter +2. toeleidingskanaal naar de Oostsluis: 4,00 meter 3. Axelse Vlakte te Sluiskil: 9,00 meter 4. Zijkanaal F (naar Passluis): 2,60 meter 5. Zijkanaal G (naar Sas van Gent): 5,00 meter. -**2.** De bevoegde autoriteit kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de in het eerste lid vermelde grootst toegelaten afmetingen en diepgang. +**2.** De grootst toegelaten diepgang geldt bij een kanaalpeil van N.A.P. + 2,13 meter. Bij een lager kanaalpeil kunnen kleinere waarden voor de grootst toegelaten diepgang gelden. + +**3.** Bij bijzondere omstandigheden, zoals extreme waterstanden, extreme weersomstandigheden, optredende ongevallen, uitvallen van een sluis of een brug, noodzakelijke werkzaamheden in of aan de vaarweg, kunnen de in het eerste lid vermelde grootst toegelaten afmetingen en diepgang door de bevoegde autoriteit tijdelijk worden aangepast en zonodig nadere voorschriften aan de vaart worden verbonden. + +**4.** Door de bevoegde autoriteit kunnen nadere voorschriften worden verbonden aan de vaart met schepen die vanwege hun bijzondere constructie, afmetingen, vorm of opbouw een verhoogd risico vormen. + +**5.** Ten aanzien van de vaart met een bijzonder transport kan de bevoegde autoriteit ontheffing verlenen van het eerste lid. ### Artikel 39 @@ -1017,15 +1011,17 @@ g. een hindernis in de vaarweg aantreft. **2.** Wanneer er tevens gevaar, schade of hinder voor de scheepvaart kan ontstaan, moet de kapitein of schipper bovendien de naderende vaart waarschuwen. -**3.** De kapitein of schipper van een schip dat behoort tot een door de bevoegde autoriteit aangewezen categorie van schepen, moet zich in de door die bevoegde autoriteit aangegeven gevallen melden. De bevoegde autoriteit kan nadere voorschriften stellen met betrekking tot de inhoud van de melding en de wijze waarop de melding plaatsvindt. - ### Artikel 43a -Vervallen +**1.** De kapitein, de exploitant of de agent van een schip dat een vrachtschip, een olie-, chemicaliën-, of gastanker, of een passagiersschip is, waarmee een schadelijke stof als bedoeld in artikel 1, onderdeel *e*, van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen, of een gevaarlijke stof als bedoeld in artikel 130 van het Schepenbesluit 1965 wordt vervoerd, is verplicht overeenkomstig de daartoe bij ministeriële regeling gestelde regels, voor de afvaart van dat schip uit een haven of van een ankerplaats, gegevens mede te delen aan de bevoegde autoriteit, over het schip, het tijdstip van vertrek daarvan, de daarmee vervoerde lading of de uit te voeren reis. + +**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op een oorlogsschip of een ander schip van de overheid dat voor niet-commerciële doeleinden wordt gebruikt. ### Artikel 43b -Vervallen +**1.** De kapitein van een schip als bedoeld in artikel 43*a*, eerste lid, overhandigt een controlelijst van een door Onze Minister vast te stellen model aan de bevoegde autoriteit, wanneer deze daarom verzoekt. + +**2.** Het eerste lid is nniet van toepassing op een oorlogsschip of een ander schip van de overheid dat voor niet-commerciële doeleinden wordt gebruikt. ### Artikel 44 @@ -1068,44 +1064,14 @@ e. een schip vanaf de wal te water te laten of met een schip proef te draaien. Zonder vergunning van de bevoegde autoriteit is het verboden een sportevenement, een waterfeest of een vergelijkbare gebeurtenis te houden. -### Artikel 49a - -**1.** Schepen van handhavingsdiensten en brandweer, en reddingsvaartuigen betrokken bij reddingsoperaties mogen, behoudens het bepaalde in artikel 3, afwijken van de voorschriften van dit besluit voor zover dat voor een goede vervulling van hun taak noodzakelijk is. - -**2.** Artikel 31, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op schepen van de brandweer die hulp bieden of daartoe op weg zijn en op reddingsvaartuigen die betrokken zijn bij een reddingsoperatie met toestemming van de Rijkshavenmeester Westerschelde. - -### Artikel 49b - -**1.** Zwemmen, onderwatersport, watersport zonder gebruik te maken van een schip, waterskiën of doen waterskiën of op soortgelijke wijze van het vaarwater gebruik maken of gebruik doen maken, varen met een waterscooter, varen met een zeilplank of varen met een door een vlieger voortbewogen plank, vinden niet plaats in het toepassingsgebied als omschreven in artikel 1, eerste lid. - -**2.** De bevoegde autoriteit kan vrijstelling of ontheffing verlenen van het eerste lid. - ### Artikel 50 -Aan toestemmingen, ontheffingen, vrijstellingen en vergunningen kunnen voorschriften worden verbonden. +Aan toestemmingen, ontheffingen en vergunningen kunnen voorschriften worden verbonden. ### Artikel 51 De verkeerstekens die kunnen worden aangebracht en hun betekenis zijn vermeld in de bij dit besluit behorende bijlagen 5 en 6. -### Artikel 51a - -Een schip gebruikt geen verkeerstekens om daaraan te meren of daaraan te verhalen, beschadigt ze niet en maakt ze niet ongeschikt voor hun bestemming. - -### Artikel 51b - -**1.** Een schip neemt niet deel aan de scheepvaart indien het zodanig is beladen dat het inzinkt tot over het vlak door de onderkant van de inzinkingsmerken, dan wel indien het zodanig is beladen dat het een geringer vrijboord heeft dan blijkens de afgegeven certificaten is toegestaan. - -**2.** Een schip neemt niet deel aan de scheepvaart indien door de wijze van belading de stabiliteit in gevaar wordt gebracht. - -**3.** - -Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, neemt een binnenschip niet deel aan de scheepvaart indien aan boord niet aanwezig zijn: - -a. het certificaat van onderzoek overeenkomstig artikel 7, tweede lid, van de Binnenvaartwet; -b. het stuwplan of de ladinglijst voor de actuele beladingstoestand; -c. de stabiliteitsberekening, met inbegrip van de daarbij gebruikte berekeningsmethode en het resultaat daarvan, voor de actuele, of een vergelijkbare vorige, dan wel een standaard beladingstoestand. - ### Artikel 52 **1.** @@ -1124,23 +1090,23 @@ b. schade door het scheepvaartverkeer aan de landschappelijke of natuurwetenscha ### Artikel 53 -**1.** In het belang van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer alsmede in het belang van de instandhouding van de werken kunnen door of namens de bevoegde autoriteit verkeersaanwijzingen worden gegeven. +**1.** In het belang van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer alsmede in het belang van de instandhouding van de werken kunnen verkeersaanwijzingen worden gegeven. -**2.** Onder de in het eerste lid genoemde verkeersaanwijzingen worden mede verstaan de bekendmakingen aan de scheepvaart die door de bevoegde autoriteit worden uitgevaardigd. +**2.** De bevoegde autoriteit kan ter verzekering van de in het eerste lid bedoelde belangen voor bijzondere situaties tijdelijke voorschriften vaststellen, die als bekendmakingen aan de scheepvaart worden uitgegeven. **3.** De bekendmakingen, bedoeld in het tweede lid, worden gepubliceerd in de Staatscourant. -**4.** Kapiteins en schippers moeten aan de verkeersaanwijzingen gevolg geven en de bekendmakingen aan de scheepvaart naleven. +**4.** Kapiteins en schippers moeten aan de verkeersaanwijzingen gevolg geven en de tijdelijke voorschriften naleven. ## Hoofdstuk 6. Slotbepalingen ### Artikel 54 -Aan boord van elk schip, met uitzondering van een open klein schip, waarop dit reglement van toepassing is, moet een volledig bijgewerkt exemplaar van dit reglement in papieren vorm of dat via een elektronisch middel op ieder moment geraadpleegd kan worden aanwezig zijn, en dat op eerste aanvraag van een opsporingsambtenaar door deze kan worden ingezien. +Aan boord van elk schip, met uitzondering van een open klein schip, waarop dit reglement van toepassing is, moet een bijgewerkt exemplaar van dit reglement aanwezig zijn dat op eerste aanvraag van een opsporingsambtenaar ter inzage moet worden gegeven. ### Artikel 55 -Overtreding van de bij of krachtens dit besluit vastgestelde bepalingen, alsmede overtreding van de aan een vergunning, ontheffing, vrijstelling of toestemming verbonden voorschriften, is een strafbaar feit. +Overtreding van de bij of krachtens dit reglement vastgestelde bepalingen, met uitzondering van de artikelen 1, 2, 3, eerste, derde en achtste lid, 4, 11, 19, eerste lid, 21, eerste lid, 22, 30, derde lid, onder *c,* 32, 38, tweede tot en met vijfde lid, 39, twaalfde lid, 41, negende lid, 42, vierde lid, 50, 51, 52, 53, eerste tot en met derde lid, 55 tot en met 59, alsmede overtreding van de aan een vergunning, ontheffing of toestemming verbonden voorschriften, is een strafbaar feit. ### Artikel 56