2005-12-29 | BWBR0002221 | Algemene Ouderdomswet
This commit is contained in:
parent
057ef7a835
commit
09730d0bc2
1 changed files with 18 additions and 20 deletions
|
|
@ -61,7 +61,7 @@ Ingezetene in de zin van deze wet is degene, die in Nederland woont.
|
|||
|
||||
**1.** Waar iemand woont en waar een lichaam gevestigd is, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid worden schepen en luchtvaartuigen welke in Nederland hun thuishaven hebben, ten opzichte van de bemanning als deel van Nederland beschouwd.
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid worden schepen welke in Nederland hun thuishaven hebben, ten opzichte van de bemanning als deel van Nederland beschouwd.
|
||||
|
||||
**3.** Hij die Nederland metterwoon heeft verlaten en binnen een jaar nadien metterwoon terugkeert zonder inmiddels in de Nederlandse Antillen, Aruba of op het grondgebied van een andere Mogendheid te hebben gewoond, wordt ook voor de duur van zijn afwezigheid geacht in Nederland te hebben gewoond.
|
||||
|
||||
|
|
@ -306,9 +306,9 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Onverminderd het elders in deze wet bepaalde terzake van herziening of intrekking van een besluit tot toekenning van ouderdomspensioen en terzake van weigering van ouderdomspensioen, herziet de Sociale verzekeringsbank een dergelijk besluit of trekt zij dat in:
|
||||
|
||||
a. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van artikel 15, tweede lid, of 49, heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van ouderdomspensioen;
|
||||
a. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van artikel 15, tweede lid, of 49, heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van ouderdomspensioen;
|
||||
b. indien anderszins het ouderdomspensioen ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend;
|
||||
c. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting bedoeld in artikel 15, tweede lid, of 49, ertoe leidt dat niet kan worden vastgesteld of nog recht op ouderdomspensioen bestaat.
|
||||
c. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting bedoeld in artikel 15, tweede lid, of 49, ertoe leidt dat niet kan worden vastgesteld of nog recht op ouderdomspensioen bestaat.
|
||||
|
||||
**2.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan de Sociale verzekeringsbank besluiten geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking af te zien.
|
||||
|
||||
|
|
@ -386,7 +386,7 @@ In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter i
|
|||
|
||||
**2.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd, ouderdomspensioen op grond van deze wet ontvangt, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd tenuitvoergelegd door verrekening met dat pensioen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd, een uitkering ontvangt op grond van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet werk en inkomen kunstenaars, de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeid en zorg of een toeslag op grond van de Toeslagenwet, betaalt de betrokken gemeente, onderscheidenlijk het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor diens machtiging nodig is, op haar verzoek aan de Sociale verzekeringsbank.
|
||||
**3.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd, een uitkering ontvangt op grond van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet werk en inkomen kunstenaars, de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, deWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeid en zorg of een toeslag op grond van de Toeslagenwet, betaalt de betrokken gemeente, onderscheidenlijk het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor diens machtiging nodig is, op haar verzoek aan de Sociale verzekeringsbank.
|
||||
|
||||
**4.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd geen pensioen of uitkering als bedoeld in het tweede of derde lid ontvangt of meer ontvangt, dan wel ten aanzien van zodanige uitkering toepassing van het derde lid niet mogelijk is, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd bij gebreke van tijdige betaling met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op zijn kosten betekend en tenuitvoergelegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -587,6 +587,8 @@ Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot deze paragraaf nadere regel
|
|||
|
||||
Op de toekenning van de vakantie-uitkering zijn de artikelen 3:41 en 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Tegemoetkoming in aanvulling op het ouderdomspensioen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IV. De vrijwillige verzekering
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
|
@ -609,13 +611,14 @@ c. de gewezen verzekerde die werkzaam is bij een door Onze Minister, Onze Minist
|
|||
d. de gewezen verzekerde die werkzaamheden verricht die worden bekostigd door het Rijk en die tevens in opdracht van het Rijk worden verricht in het kader van een wettelijke taakomschrijving of ter uitvoering van een internationaal verdrag dan wel een daarmee gelijk te stellen overeenkomst of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie; of
|
||||
e. de gewezen verzekerde, die op de dag waarop de verplichte verzekering is geëindigd de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt, niet in Nederland woont en recht heeft op een:
|
||||
|
||||
1°. uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
|
||||
2°. uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
|
||||
3°. uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
|
||||
4°. uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen;
|
||||
5°. pensioen op basis van arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet privatisering Spoorwegpensioenfonds;
|
||||
6°. pensioen op basis van arbeidsongeschiktheid op grond van de Algemene militaire pensioenwet, zoals die luidde voor 1 januari 1998; of
|
||||
7°. nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet, mits die uitkering of dat pensioen ten minste gelijk is aan 35% van het in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag.
|
||||
1°. uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
|
||||
2°. uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
|
||||
3°. uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
|
||||
4°. uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
|
||||
5°. uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen;
|
||||
6°. pensioen op basis van arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet privatisering Spoorwegpensioenfonds;
|
||||
7°. pensioen op basis van arbeidsongeschiktheid op grond van de Algemene militaire pensioenwet, zoals die luidde voor 1 januari 1998; of
|
||||
8°. nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet, mits die uitkering of dat pensioen ten minste gelijk is aan 35% van het in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag.
|
||||
|
||||
**4.** De periode van maximaal tien jaar, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op de echtgenoot van de in het derde lid genoemde gewezen verzekerde en de inwonende minderjarige kinderen met wie die gewezen verzekerde of die echtgenoot in familierechtelijke betrekking staat. Voor de toepassing van dit lid wordt onder de in het derde lid genoemde gewezen verzekerde mede verstaan de gewezen verzekerde, bedoeld in onderdeel e van dat lid, wiens recht op een uitkering als bedoeld in dat onderdeel uitsluitend als gevolg van het bereiken van de leeftijd van 65 jaar is geëindigd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -729,6 +732,10 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**4.** Indien in verband met het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid informatie is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden de beschikking niet binnen acht weken gegeven kan worden, wordt die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 51a
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 7:3 van de Algemene wet bestuursrecht kan van het horen van een belanghebbende worden afgezien indien de belanghebbende niet binnen een door de Sociale verzekeringsbank gestelde redelijke termijn, verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden gehoord.
|
||||
|
||||
### Artikel 52
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist de Sociale verzekeringsbank binnen dertien weken na ontvangst van het bezwaarschrift.
|
||||
|
|
@ -795,15 +802,6 @@ Ten aanzien van het bedrag van het ouderdomspensioen bedoeld in artikel 58, blij
|
|||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3*. Overige overgangsbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 62*
|
||||
|
||||
De artikelen 8a en 9a zijn niet van toepassing op de pensioengerechtigde, die:
|
||||
|
||||
a) op 31 december 1999 recht heeft op een ouderdomspensioen en op die dag niet in Nederland woont, en
|
||||
b) op 19 december 2005 dit recht op ouderdomspensioen uitsluitend nog heeft op grond van artikel 2 van de wet van 9 december 2004, houdende goedkeuring van het voornemen tot opzegging van het op 28 juni 1962 te Genève totstandgekomen Verdrag betreffende de gelijkheid van behandeling van eigen onderdanen en vreemdelingen met betrekking tot de sociale zekerheid (Verdrag Nr. 118 aangenomen door de Internationale Arbeidsconferentie in haar zesenveertigste zitting; Trb. 1962, 122 en Trb. 1964, 23) (Stb. 2004, 715).
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IX. Strafbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 64
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue