2014-01-01 | BWBR0034435 | Regeling specifieke bepalingen CRD IV en CRR

This commit is contained in:
Coornhert 2014-01-01 12:00:00 +00:00
parent 0f9fe9d2f6
commit 0985dc88fd

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Regeling specifieke bepalingen CRD IV en CRR
bwb_id: BWBR0034435
type: zbo
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2015-10-15'
datum_inwerkingtreding: '2014-01-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0034435
citeertitel: Regeling specifieke bepalingen CRD IV en CRR
---
@ -22,8 +22,8 @@ b. *Besluit:*
Besluit prudentiële regels Wft;
c. *DNB:* de Nederlandsche Bank N.V.;
d. *CRD IV:*
Richtlijn nr. 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van richtlijn nr. 2002/87/EG en tot intrekking van de richtlijnen nr. 2006/48/EG en nr. 2006/49/EG (PbEU L 176; richtlijn kapitaalvereisten of Capital Requirements Directive IV);
e. *CRR:* Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PbEU L 176; verordening kapitaalvereisten of Capital Requirements Regulation);
Richtlijn nr. 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van richtlijn nr. 2002/87/EG en tot intrekking van de richtlijnen nr. 2006/48/EG en nr. 2006/49/EG (PbEU L 176; richtlijn kapitaalvereisten of Capital Requirements Directive IV);
e. *CRR:* Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PbEU L 176; verordening kapitaalvereisten of Capital Requirements Regulation);
f. *CET1 kapitaal:* Common Equity Tier 1 capital of Tier 1-kernkapitaal, als bedoeld in artikel 50 van de CRR;
g. *AT1 kapitaal:* Additional Tier 1 capital of Aanvullend Tier 1-kapitaal, als bedoeld in artikel 61 van de CRR;
h. *T2 kapitaal:* Tier 2 capital of Tier 2-kapitaal, als bedoeld in artikel 71 van de CRR;
@ -31,10 +31,7 @@ i. *eigen vermogen:* eigen vermogen of own funds, als bedoeld in artikel 72 van
j. *EBA:* de Europese Bankenautoriteit (European Banking Authority);
k. *technische reguleringsnormen of technische uitvoeringsnormen van de EBA:* door de EBA ontwikkelde ontwerpen van technische reguleringsnormen (draft regulatory technical standards) of ontwerpen van technische uitvoeringsnormen (draft implementing technical standards), die door de Europese Commissie zijn bevestigd;
l. *kredietinstelling:* een kredietinstelling als bedoeld in artikel 4 van de CRR, dat wil zeggen een bank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wft.;
m. *instelling:* een instelling of een onderneming waarop deze regeling op grond van artikel 1:3 van toepassing is;
n. *DA LCR:* Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van de Commissie van 10 oktober 2014 ter aanvulling van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot het liquiditeitsdekkingsvereiste voor kredietinstellingen (gedelegeerde verordening liquiditeitsdekkingsvereiste of* Delegated Act Liquidity Coverage Requirement;* PbEU L 11);
o. *LCR: *
*de liquidity coverage requirement* of het liquiditeitsdekkingsvereiste als bedoeld in artikel 412, eerste lid, van de CRR en nader gespecificeerd in de DA LCR, of de* liquidity coverage ratio*, als bedoeld in de DA LCR.
m. *instelling:* een instelling of een onderneming waarop deze regeling op grond van artikel 1:3 van toepassing is.
### Artikel 1:2
@ -55,7 +52,30 @@ d. beleggingsondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is en die in
### Artikel 1:4
Vervallen
**1.** Ter voldoening van de eigenvermogensvereisten als bedoeld in artikel 92, eerste lid, van de CRR kunnen aanvullend-tier 1-instrumenten (AT1 instrumenten) als bedoeld in artikel 52 van de CRR en tier-2 instrumenten (T2 instrumenten) als bedoeld in artikel 63 van de CRR, uitsluitend in aanmerking worden genomen als AT1 kapitaal onderscheidenlijk als T2 kapitaal, indien de voorgenomen emissie van deze instrumenten vooraf en tijdig aan DNB ter toetsing wordt voorgelegd, onder overlegging van alle benodigde informatie, bedoeld in het vierde lid, uit welke informatie blijkt dat is voldaan aan alle vereisten van artikel 52 van de CRR onderscheidenlijk artikel 63 van de CRR, alsmede dat is voldaan aan de relevante technische reguleringsnormen van de EBA.
**2.** Het in aanmerking nemen van de AT1 instrumenten als bedoeld in artikel 52 van de CRR en van T2 instrumenten als bedoeld in artikel 63 van de CRR is uitsluitend mogelijk vanaf het moment dat DNB schriftelijk heeft bevestigd dat aan alle vereisten zoals opgenomen in de CRR en de relevante technische reguleringsnormen van de EBA is voldaan.
**3.** DNB beslist op een aanvraag tot het in aanmerking nemen van AT1 instrumenten als bedoeld in artikel 52 van de CRR of van T2 instrumenten als bedoeld in artikel 63 van de CRR uiterlijk acht weken nadat de instelling alle informatie als bedoeld in het vierde lid aan DNB heeft verstrekt.
**4.**
De instelling die AT1 instrumenten of T2 instrumenten ter toetsing voorlegt aan DNB, verstrekt in ieder geval de volgende documentatie:
a. een onderbouwde en ondertekende aanvraag voor de toetsing van het instrument;
b. een prospectus en term-sheet welke een beschrijving van de karakteristieken van het instrument bevatten;
c. een analyse waaruit blijkt dat het instrument voldoet aan de vereisten zoals opgenomen in deel 2 van de CRR en de relevante technische reguleringsnormen van de EBA, waarbij per clausule in het prospectus en de term-sheet dan wel de leningovereenkomst wordt geduid op welk criterium uit de CRR deze bepaling betrekking heeft en hoe hiermee voldaan wordt aan het relevante criterium uit de CRR;
d. een beschrijving waaruit blijkt dat het instrument past in de planning van het kapitaalmanagement van de instelling;
e. indien de emissie samenhangt met een terugkoop of vervanging van een instrument, ten minste: een term-sheet van het oorspronkelijke instrument en de tekst met voorwaarden van het te vervangen of terug te kopen instrument, inclusief een beschrijving van doel en beoogde wijze waarop de terugkoop of vervanging van het instrument zal geschieden;
f. indien de initiële rente of couponrente te betalen op het instrument periodiek aangepast wordt of kan worden of de basis van de rentevoet op een vooraf bepaald tijdstip in de toekomst van vast naar variabel verandert, ten minste: een beschrijving, waar mogelijk aangevuld met berekeningen, waaruit blijkt dat geen aflossingsprikkel ontstaat bij de aanpassing van de rentevoet;
g. een beschrijving van de behandeling van het instrument in de financiële verslaggeving van de instelling welke het instrument uit geeft en de wijze waarop de in financiële verslaggeving van de instelling de informatie over het instrument openbaar gemaakt zal worden; en
h. indien in het prospectus of het term-sheet, bedoeld onder b, wordt aangegeven dat gebruik wordt gemaakt van een special purpose entity, als omschreven in artikel 83 van de CRR, ten minste:
een beschrijving van de juridische structuur van de special purpose entity;
het intragroepsinstrument; en
een met redenen omklede beschrijving van de verschillen tussen het intragroepsinstrument en het externe instrument.
**5.** Waar dat nodig is voor een adequate beoordeling van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, kan DNB in aanvulling op het vierde lid aanvullende informatie opvragen bij de instelling.
### Artikel 1:5
@ -67,11 +87,11 @@ a. een onderbouwde en ondertekende aanvraag tot goedkeuring van het desbetreffen
b. voor zover van toepassing: het prospectus; en
c. overige gegevens of bescheiden die relevant zijn voor de in de aanhef bedoelde beoordeling door DNB.
**2.** Onverminderd het eerste lid, kan DNB de instelling verzoeken nadere gegevens of bescheiden te verstrekken die DNB met het oog op de in het eerste lid bedoelde toetsing nodig acht.
**2.** Onverminderd het eerste lid, kan DNB de instelling verzoeken nadere gegevens of bescheiden te verstrekken die DNB met het oog op de in het eerste lid bedoelde toetsing nodig acht. Artikel 1:4, derde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 1:6
**1.** Telkens waar de CRR de toestemming van de bevoegde autoriteit voorschrijft voor het uitoefenen van een optie of discretie door de instelling, dient de instelling een aanvraag tot instemming in bij DNB.
**1.** Telkens waar de CRR de toestemming van de bevoegde autoriteit voorschrijft voor het uitoefenen van een optie of discretie door de instelling, vraagt de instelling deze toestemming aan DNB.
**2.**
@ -85,45 +105,22 @@ artikel 33 derde lid, artikel 42 onderdeel a, artikel 45 onderdeel a, artikel 57
**1.**
Onder* regionale en lokale overheden* als bedoeld in artikel 115 van de CRR worden verstaan:
Onder *regionale en lokale overheden* als bedoeld in artikel 115 van de CRR worden verstaan:
a. In Nederland: provincies, gemeenten en waterschappen, alsmede gemeenschappelijke regelingen als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen waarvoor een openbaar lichaam is ingesteld;
b. in de overige lidstaten van de Europese Unie: regionale en lokale overheden die door de toezichthouder op financiële ondernemingen in het betrokken land op de lijst zijn geplaatst van regionale en lokale overheden waarvoor hetzelfde risicogewicht geldt als voor hun centrale overheid.
a. in Nederland: provincies, gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen met een bestuurlijk karakter;
b. in de overige lidstaten van de Europese Unie: regionale en lokale overheden die door de toezichthouder op financiële ondernemingen in het betrokken land op de lijst zijn geplaatst van regionale en lokale overheden waarvoor hetzelfde risicogewicht geldt als voor hun centrale overheid;
c. in de Verenigde Staten, Canada, Japan, Republiek Korea, Hong Kong, Singapore, Australië, Nieuw-Zeeland en Zwitserland: regionale en lokale overheden die door de toezichthouder op financiële ondernemingen op de lijst zijn geplaatst van regionale en lokale overheden waarvoor hetzelfde risicogewicht geldt als voor hun centrale overheid, indien:
**2.**
geen verschil in risico bestaat vanwege de specifieke bevoegdheden van de regionale en lokale overheden om inkomsten te verkrijgen; en
het bestaan van specifieke institutionele regels waardoor de kans dat genoemde overheden in gebreke blijven, wordt verminderd.
Onder* publiekrechtelijk lichaam* als bedoeld in artikel 116, eerste lid, van de CRR wordt verstaan:
Posities ten aanzien van deze regionale en lokale overheden worden door DNB behandeld als posities ten aanzien van de centrale overheid.
a. in Nederland:
1°. gemeenschappelijke regelingen, als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, voor zover zij niet vallen onder het eerste lid, onderdeel a;
2°. kerkgenootschappen en andere godsdienstige gemeenschappen met een publiekrechtelijke grondslag;
3°. universiteiten, hogescholen of academische ziekenhuizen, als genoemd in de Bijlage behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
b. in andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte: publiekrechtelijk lichamen die door de toezichthouder op financiële ondernemingen in het betrokken land worden aangemerkt als een publiekrechtelijk lichamen en voldoen aan de definitie van publiekrechtelijk lichaam in artikel 4, eerste lid, onderdeel 8, van de CRR.
**3.** Voor de toepassing van dit artikel worden onder derde landen die toezicht- en reguleringsvereisten toepassen die ten minste gelijkwaardig zijn aan die welke in de Unie worden toegepast, uitsluitend verstaan de derde landen en grondgebieden die zijn opgenomen in het Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 12 december 2014 betreffende de gelijkwaardigheid van de toezicht- en reguleringsvereisten van bepaalde derde landen en grondgebieden ten behoeve van de behandeling van blootstellingen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (2014/908/EU; PbEU L 359).
**2.** Onder *publiekrechtelijke lichamen* als bedoeld in artikel 116 van de CRR worden verstaan: de rijksuniversiteiten, de gemeentelijke universiteit te Amsterdam, de bijzondere universiteiten te Amsterdam, Nijmegen en Tilburg, alsmede de aan deze universiteiten verbonden academische ziekenhuizen, dan wel kerkgenootschappen en andere godsdienstige gemeenschappen met publiekrechtelijke grondslag.
## Hoofdstuk 2. Kapitaalbuffervereisten
### Paragraaf 2.1. Onderdelen van de kapitaalbuffer
### Artikel 2:1:1
**1.** Een bank met zetel in Nederland als bedoeld in artikel 3:62a, eerste lid, van de wet, die naar het oordeel van de Nederlandsche Bank een dominante positie heeft in het financiële stelsel van Nederland of anderszins is blootgesteld aan systeemrisico's, bedoeld in artikel 133 van de richtlijn kapitaalvereisten, beschikt over een systeemrisicobuffer, bedoeld in artikel 105, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit.
**2.** Voor een bank als bedoeld in het eerste lid bedraagt de systeemrisicobuffer drie procent van het overeenkomstig artikel 92, derde lid, van de CRR berekende totaal van risicoposten.
**3.** Een bank als bedoeld in het eerste lid voldoet aan de verplichting van het tweede lid op basis van de geconsolideerde positie, overeenkomstig afdeling 2 van deel een van de CRR. De systeemrisicobuffer wordt aangehouden op het hoogste geconsolideerde niveau in Nederland.
**4.**
De vereiste omvang van de systeemrisicobuffer wordt gedurende de hierna genoemde perioden vermenigvuldigd met de daarbij vermelde percentages:
a. tot en met 31 december 2015: 0%;
b. voor de duur van het kalenderjaar 2016: 25%;
c. voor de duur van het kalenderjaar 2017: 50%;
d. voor de duur van het kalenderjaar 2018: 75%;
e. vanaf 1 januari 2019: 100%.
### Paragraaf 2.1
### Paragraaf 2.2. Maximaal uitkeerbare bedrag (Maximum Distributable Amount MDA)
@ -157,7 +154,7 @@ e. indien de omvang van het CET1 kapitaal groter is dan de vereiste kapitaalbuff
[gereserveerd]
## Hoofdstuk 4. Opties en discreties
## Hoofdstuk 4. Opties en descreties
### Artikel 4:1
@ -183,38 +180,38 @@ e. 50% van de documentaire kredieten met middelhoog tot laag risico buiten de ba
### Artikel 4:3
Gelet op artikel 148, tweede lid, van de CRR hanteren de moederonderneming en dochterondernemingen van een instelling die een IRB model hanteert uiterlijk vanaf 1 januari 2017 voor alle posities een IRB model. DNB kan deze periode verkorten of verlengen, indien daartoe aanleiding bestaat op grond van de aard of de omvang van de betreffende instelling of van het aantal en de aard van de toe te passen ratingsystemen.
Gelet op artikel 148, tweede lid, van de CRR hanteren de moederonderneming en dochterondernemingen van een instelling die een IRB model hanteert uiterlijk vanaf 1 januari 2017 voor alle posities een IRB model. DNB kan deze periode verkorten of verlengen, indien daartoe aanleiding bestaat op grond van de aard of de omvang van de betreffende instelling of van het aantal en de aard van de toe te passen ratingsystemen.
## Hoofdstuk 5. Overgangsbepalingen en transitie volgend uit de CRR
## Hoofdstuk 5. Overgamgsbepalingen en transitie volgend uit de CRR
### Artikel 5:1
**1.** Gelet op artikel 465, tweede lid, van de CRR wordt de vereiste CET1 ratio voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014 vastgesteld op 4,5%.
**1.** Gelet op artikel 465, tweede lid, van de CRR wordt de vereiste CET1 ratio voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014 vastgesteld op 4,5%.
**2.** Gelet op artikel 465, tweede lid, van de CRR wordt de vereiste Tier 1 ratio voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014 vastgesteld op 6%.
**2.** Gelet op artikel 465, tweede lid, van de CRR wordt de vereiste Tier 1 ratio voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014 vastgesteld op 6%.
### Artikel 5:2
Gelet op artikel 467, derde lid, van de CRR worden de percentages waarvoor de ongerealiseerde verliezen gerelateerd aan activa of passiva die worden gewaardeerd op de reële waarde kunnen worden toegepast, als volgt vastgesteld:
a. voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014, 20%;
b. voor de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015, 40%;
c. voor de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016, 60%;
d. voor de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017, 80%;
e. voor de periode vanaf 1 januari 2018, 100%.
a. voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014, 20%;
b. voor de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015, 40%;
c. voor de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016, 60%;
d. voor de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017, 80%;
e. voor de periode vanaf 1 januari 2018, 100%.
### Artikel 5:3
Gelet op artikel 468, eerste lid, van de CRR worden de percentages waarvoor de ongerealiseerde winsten gerelateerd aan activa of passiva die worden gewaardeerd op de reële waarde kunnen worden toegepast, als volgt vastgesteld:
a. voor de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015, 60%;
b. voor de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016, 40%;
c. voor de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017, 20%;
d. voor de periode vanaf 1 januari 2018, 0%.
a. voor de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015, 60%;
b. voor de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016, 40%;
c. voor de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017, 20%;
d. voor de periode vanaf 1 januari 2018, 0%.
### Artikel 5:4
Indien een instelling voldoet aan de vereisten van artikel 473, eerste lid, van de CRR, is het deze instelling toegestaan om voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2018 de berekening als bedoeld in artikel 473, tweede en derde lid, van de CRR toe te passen.
Indien een instelling voldoet aan de vereisten van artikel 473, eerste lid, van de CRR, is het deze instelling toegestaan om voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2018 de berekening als bedoeld in artikel 473, tweede en derde lid, van de CRR toe te passen.
### Artikel 5:5
@ -222,111 +219,84 @@ Indien een instelling voldoet aan de vereisten van artikel 473, eerste lid, van
Gelet op artikel 478, derde lid, onderdeel a, van de CRR worden de percentages voor onderdelen b, d en e van artikel 36, eerste lid, van de CRR als volgt vastgesteld:
a. voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014, 20%;
b. voor de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015, 40%;
c. voor de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016, 60%;
d. voor de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017, 80%;
e. voor de periode vanaf 1 januari 2018, 100%.
a. voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014, 20%;
b. voor de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015, 40%;
c. voor de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016, 60%;
d. voor de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017, 80%;
e. voor de periode vanaf 1 januari 2018, 100%.
**2.**
Gelet op artikel 478, derde lid, onderdeel a, van de CRR worden de percentages voor onderdeel c van artikel 36, eerste lid, van de CRR, voor zover de uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en niet voortvloeien uit tijdelijke verschillen, als volgt vastgesteld:
a. voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014, 20%;
b. voor de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015, 40%;
c. voor de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016, 60%;
d. voor de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017, 80%;
e. voor de periode vanaf 1 januari 2018, 100%.
a. voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014, 20%;
b. voor de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015, 40%;
c. voor de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016, 60%;
d. voor de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017, 80%;
e. voor de periode vanaf 1 januari 2018, 100%.
**3.** Gelet op artikel 478, derde lid, onderdeel a, van de CRR worden de percentages voor onderdelen a, f, g en h van artikel 36, eerste lid, van de CRR als volgt vastgesteld: voor de periode vanaf 1 januari 2014, 100%.
**3.** Gelet op artikel 478, derde lid, onderdeel a, van de CRR worden de percentages voor onderdelen a, f, g en h van artikel 36, eerste lid, van de CRR als volgt vastgesteld: voor de periode vanaf 1 januari 2014, 100%.
**4.**
Gelet op artikel 478, derde lid, onderdeel b, van de CRR worden de percentages voor onderdeel c van artikel 36, eerste lid, van de CRR, voor zover de uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en voortvloeien uit tijdelijke verschillen, als volgt vastgesteld:
Gelet op artikel 478, derde lid, onderdeel b, van de CRR worden de percentages voor onderdeel c van artikel 36, eerste lid, van de CRR voor zover de uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en voortvloeien uit tijdelijke verschillen, en voor onderdeel i van artikel 36, eerste lid, van de CRR als volgt vastgesteld:
a. voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014, 0%;
b. voor de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015, 10%;
c. voor de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016, 20%;
d. voor de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017, 30%;
e. voor de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018, 40%;
f. voor de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019, 50%;
g. voor de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020, 60%;
h. voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021, 70%;
i. voor de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022, 80%;
j. voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023, 90%;
k. voor de periode vanaf 1 januari 2024, 100%.
a. voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014, 0%;
b. voor de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015, 10%;
c. voor de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016, 20%;
d. voor de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017, 30%;
e. voor de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018, 40%;
f. voor de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019, 50%;
g. voor de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020, 60%;
h. voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021, 70%;
i. voor de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022, 80%;
j. voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023, 90%;
k. voor de periode vanaf 1 januari 2024, 100%.
**5.**
**5.** Gelet op artikel 478, derde lid, onderdeel c, van de CRR worden de percentages voor onderdelen b tot en met d van artikel 56, eerste lid, van de CRR als volgt vastgesteld: voor de periode vanaf 1 januari 2014, 100%.
Gelet op artikel 478, derde lid, onderdeel b, van de CRR worden de percentages voor onderdeel i van artikel 36, eerste lid, van de CRR, als volgt vastgesteld:
a. voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014: 20%;
b. voor de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015: 40%;
c. voor de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016: 60%;
d. voor de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017: 80%;
e. voor de periode vanaf 1 januari 2018: 100%.
**6.** Gelet op artikel 478, derde lid, onderdeel c, van de CRR worden de percentages voor onderdelen b tot en met d van artikel 56 van de CRR als volgt vastgesteld: voor de periode vanaf 1 januari 2014, 100%.
**7.** Gelet op artikel 478, derde lid, onderdeel d, van de CRR worden de percentages voor onderdelen b tot en met d van artikel 66 van de CRR als volgt vastgesteld: voor de periode vanaf 1 januari 2014, 100%.
**6.** Gelet op artikel 478, derde lid, onderdeel d, van de CRR worden de percentages voor onderdelen b tot en met d van artikel 66, eerste lid, van de CRR als volgt vastgesteld: voor de periode vanaf 1 januari 2014, 100%.
### Artikel 5:6
Gelet op artikel 479, vierde lid, van de CRR worden de percentages als volgt vastgesteld:
a. voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014, 80%;
b. voor de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015, 60%;
c. voor de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016, 40%;
d. voor de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017, 20%;
e. voor de periode vanaf 1 januari 2018, 0%.
a. voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014, 80%;
b. voor de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015, 60%;
c. voor de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016, 40%;
d. voor de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017, 20%;
e. voor de periode vanaf 1 januari 2018, 0%.
### Artikel 5:7
Gelet op artikel 480, derde lid, van de CRR wordt de factor als volgt vastgesteld: voor de periode vanaf 1 januari 2014, 1.
Gelet op artikel 480, derde lid, van de CRR wordt de factor als volgt vastgesteld: voor de periode vanaf 1 januari 2014, 1.
### Artikel 5:8
Gelet op artikel 481, vijfde lid, van de CRR worden de percentages uit het derde en vierde lid van dat artikel als volgt vastgesteld: voor de periode vanaf 1 januari 2014, 0%.
Gelet op artikel 481, vijfde lid, van de CRR worden de percentages uit het derde en vierde lid van dat artikel als volgt vastgesteld: voor de periode vanaf 1 januari 2014, 0%.
### Artikel 5:9
Gelet op artikel 486, zesde lid, van de CRR worden de percentages, als volgt vastgesteld:
a. voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014, 80%;
b. voor de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015, 70%;
c. voor de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016, 60%;
d. voor de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017, 50%;
e. voor de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018, 40%;
f. voor de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019, 30%;
g. voor de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020, 20%;
h. voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021, 10%;
i. voor de periode vanaf 1 januari 2022, 0%.
a. voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014, 80%;
b. voor de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015, 70%;
c. voor de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016, 60%;
d. voor de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017, 50%;
e. voor de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018, 40%;
f. voor de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019, 30%;
g. voor de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020, 20%;
h. voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021, 10%;
i. voor de periode vanaf 1 januari 2022, 0%.
### Artikel 5:10
De in artikel 129, eerste lid, onderdelen d en e, van de CRR vermelde limiet van 10% geldt tot en met 31 december 2017 niet voor preferente aandelen die zijn uitgegeven door Franse Fonds Communs de Créances of door securitisatie-instellingen die gelijkwaardig zijn aan Franse Fonds Communs de Créances, mits wordt voldaan aan elk van de voorwaarden, bedoeld in artikel 496, eerste lid, van de CRR.
De in artikel 129, eerste lid, onderdelen d en e, van de CRR vermelde limiet van 10% geldt tot en met 31 december 2017 niet voor preferente aandelen die zijn uitgegeven door Franse Fonds Communs de Créances of door securitisatie-instellingen die gelijkwaardig zijn aan Franse Fonds Communs de Créances, mits wordt voldaan aan elk van de voorwaarden, bedoeld in artikel 496, eerste lid, van de CRR.
## Hoofdstuk 6. Liquiditeitsdekkingsvereiste (liquidity coverage requirement)
## Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
### Artikel 6:1
**1.** Gelet op artikel 412, vijfde lid, en artikel 460 van de CRR, in samenhang met artikel 38 van de DA LCR, wordt het percentage van de LCR voor banken met zetel in Nederland, op geconsolideerde, gesubconsolideerde en individuele basis, als volgt vastgesteld: voor de periode vanaf 1 oktober 2015, 100%.
**2.**
Mits op geconsolideerd niveau wordt voldaan aan het eerste lid worden, gelet op artikel 412, vijfde lid, en artikel 460 van de CRR, in samenhang met artikel 38 van de DA LCR, de percentages voor de LCR voor banken met zetel in Nederland die niet een bank als dochteronderneming hebben, als volgt vastgesteld:
a. voor de periode van 1 oktober 2015 tot en met 31 december 2016, 80%;
b. voor de periode vanaf 1 januari 2017, 100%.
**3.** Gelet op artikel 412, vijfde lid, en artikel 460 van de CRR, in samenhang met artikel 38 van de DA LCR, wordt het percentage van de LCR voor in Nederland gelegen bijkantoren van banken met zetel in een staat die geen lidstaat is, als volgt vastgesteld: voor de periode vanaf 1 oktober 2015, 100%.
**4.** Voor de toepassing van dit artikel is het uitsluitend met betrekking tot *cash pooling products* toegestaan de liquiditeitsuitstroom te berekenen na aftrek van een afhankelijke liquiditeitsinstroom *(netting of liquidity outflows and inflows for cash pooling products)*, mits volledig wordt voldaan aan alle voorwaarden van artikel 26(a), 26(b) en 26(c) van de DA LCR.
## Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
### Artikel 7:1
De volgende regelingen van DNB worden ingetrokken:
a. Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010;
@ -336,10 +306,10 @@ d. Regeling hybride instrumenten banken en andere financiële ondernemingen (exc
e. Regeling securitisaties Wft 2010;
f. Regeling uitsluiting solvabiliteitsaftrek immateriële activa.
### Artikel 7:2
### Artikel 6:2
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke bepalingen CRD IV en CRR.
### Artikel 7:3
### Artikel 6:3
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.