2020-01-01 | BWBR0022717 | Uitvoeringsbesluit pacht
This commit is contained in:
parent
e3987cf7e5
commit
098b3260a6
1 changed files with 23 additions and 23 deletions
|
|
@ -85,13 +85,13 @@ a. goedkeuring van een pachtovereenkomst of ontwerp-pachtovereenkomst,
|
|||
b. goedkeuring van een overeenkomst tot wijziging van een pachtovereenkomst, waarbij de tegenprestatie wordt gewijzigd, of een ontwerp van zodanige overeenkomst, of
|
||||
c. herziening van de tegenprestatie,
|
||||
|
||||
wordt een recht geheven van 5% van de jaarlijkse door de grondkamer goedgekeurde, gewijzigde of herziene tegenprestatie, met een minimum van € 250,– per 1 januari 2019: € 257,– en een maximum van € 600,–per 1 januari 2019: € 615,–.
|
||||
wordt een recht geheven van 5% van de jaarlijkse door de grondkamer goedgekeurde, gewijzigde of herziene tegenprestatie, met een minimum van € 250,– per 1 januari 2020: € 261,– en een maximum van € 600,–per 1 januari 2020: € 626,–.
|
||||
|
||||
**2.** Onder «tegenprestatie» wordt in het eerste lid verstaan de tegenprestatie, bedoeld in artikel 333 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
Indien binnen twee maanden nadat een ontwerp-pachtovereenkomst of een ontwerp-overeenkomst tot wijziging van een pachtovereenkomst is goedgekeurd een overeenkomst wordt ingezonden, die gelijk is aan de reeds goedgekeurde ontwerp-overeenkomst, wordt voor de behandeling van een verzoek tot goedkeuring daarvan een recht geheven van € 126,– per 1 januari 2019: € 129,-.
|
||||
Indien binnen twee maanden nadat een ontwerp-pachtovereenkomst of een ontwerp-overeenkomst tot wijziging van een pachtovereenkomst is goedgekeurd een overeenkomst wordt ingezonden, die gelijk is aan de reeds goedgekeurde ontwerp-overeenkomst, wordt voor de behandeling van een verzoek tot goedkeuring daarvan een recht geheven van € 126,– per 1 januari 2020: € 132,–.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
|
|
@ -104,17 +104,17 @@ In geval van toetsing van een pachtovereenkomst of van een overeenkomst tot wijz
|
|||
Voor de behandeling van:
|
||||
|
||||
a. een verzoek als bedoeld in artikel 379, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, of
|
||||
b. een verzoek tot goedkeuring van de overeenkomst als bedoeld in artikel 79, eerste lid, van de Wet inrichting landelijk gebied wordt een recht geheven van € 600,– per 1 januari 2019: € 615,-.
|
||||
b. een verzoek tot goedkeuring van de overeenkomst als bedoeld in artikel 79, eerste lid, van de Wet inrichting landelijk gebied wordt een recht geheven van € 600,– per 1 januari 2020: € 626,–.
|
||||
|
||||
**2.** Voor een verrichting van de grondkamers als bedoeld in artikel 77 of 79, derde lid van de Wet inrichting landelijk gebied wordt een recht geheven van € 600,– per 1 januari 2019: € 615,-.
|
||||
**2.** Voor een verrichting van de grondkamers als bedoeld in artikel 77 of 79, derde lid van de Wet inrichting landelijk gebied wordt een recht geheven van € 600,– per 1 januari 2020: € 626,–.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
Voor de behandeling van een aanvraag voor een machtiging als bedoeld in de artikelen 348, tweede lid, en 354, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, van verzoeken als bedoeld in de artikelen 380, tweede lid, en 381, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede van een verzoek tot goedkeuring als bedoeld in artikel 399e van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt een recht geheven van € 250,– per 1 januari 2019: € 257,-.
|
||||
Voor de behandeling van een aanvraag voor een machtiging als bedoeld in de artikelen 348, tweede lid, en 354, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, van verzoeken als bedoeld in de artikelen 380, tweede lid, en 381, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede van een verzoek tot goedkeuring als bedoeld in artikel 399e van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt een recht geheven van € 250,– per 1 januari 2020: € 261,–.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
Voor de behandeling van een verzoek tot goedkeuring van een overeenkomst tot beëindiging van een pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 323 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt een recht geheven van € 126,– per 1 januari 2019: € 129,-.
|
||||
Voor de behandeling van een verzoek tot goedkeuring van een overeenkomst tot beëindiging van een pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 323 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt een recht geheven van € 126,– per 1 januari 2020: € 132,–.
|
||||
|
||||
### Artikel 17a
|
||||
|
||||
|
|
@ -122,7 +122,7 @@ Indien een verzoek tot goedkeuring van een overeenkomst als bedoeld in artikel 3
|
|||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
Voor de behandeling van niet in deze paragraaf genoemde verzoeken wordt een recht geheven van € 126,– per 1 januari 2019: € 129,-.
|
||||
Voor de behandeling van niet in deze paragraaf genoemde verzoeken wordt een recht geheven van € 126,– per 1 januari 2020: € 132,–.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
|
|
@ -130,7 +130,7 @@ Worden met betrekking tot dezelfde pachtovereenkomst verscheidene verzoeken geli
|
|||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** Voor het instellen van beroep bij de Centrale Grondkamer wordt een recht geheven van € 100,– per 1 januari 2019: € 116,-.
|
||||
**1.** Voor het instellen van beroep bij de Centrale Grondkamer wordt een recht geheven van € 100,– per 1 januari 2020: € 118,–.
|
||||
|
||||
**2.** Voor het instellen van beroep bij de Centrale Grondkamer op grond van artikel 40 van de Uitvoeringswet grondkamers wordt geen recht geheven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -152,11 +152,11 @@ De voorzitters, de plaatsvervangende voorzitters, de leden, de plaatsvervangende
|
|||
|
||||
«Ik zweer/beloof dat ik trouw zal zijn aan de Koning en dat ik de Grondwet en alle overige wetten van ons land zal eerbiedigen;
|
||||
|
||||
Ik zweer/verklaar dat ik noch direct, noch indirect in welke vorm dan ook valse informatie heb verstrekt in verband met het verkrijgen van mijn aanstelling;
|
||||
Ik zweer/verklaar dat ik noch direct, noch indirect in welke vorm dan ook valse informatie heb verstrekt in verband met het verkrijgen van mijn aanstelling/dienstverband;
|
||||
|
||||
Ik zweer/verklaar dat ik tot het verkrijgen van mijn aanstelling aan niemand iets heb geschonken of beloofd en dat ik dit ook niet zal gaan doen;
|
||||
Ik zweer/verklaar dat ik tot het verkrijgen van mijn aanstelling/dienstverband aan niemand iets heb geschonken of beloofd en dat ik dit ook niet zal gaan doen;
|
||||
|
||||
Ik zweer/verklaar dat ik tot het verkrijgen van mijn aanstelling van niemand giften heb aanvaard en aan niemand beloften heb gedaan en dat ik dit ook niet zal gaan doen;
|
||||
Ik zweer/verklaar dat ik tot het verkrijgen van mijn aanstelling/dienstverband van niemand giften heb aanvaard en aan niemand beloften heb gedaan en dat ik dit ook niet zal gaan doen;
|
||||
|
||||
Ik zweer/beloof dat ik plichtsgetrouw en nauwgezet de mij opgedragen taken zal vervullen en zaken die mij uit hoofde van mijn functie vertrouwelijk ter kennis komen of waarvan ik het vertrouwelijke karakter moet inzien, geheim zal houden voor anderen dan die personen aan wie ik ambtshalve tot mededeling verplicht ben;
|
||||
|
||||
|
|
@ -298,29 +298,29 @@ De voorzitter, de leden en de secretaris van de grondkamer alsmede de voorzitter
|
|||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
**1.** Voor het deelnemen aan een zitting en het bijwonen van een vergadering van de grondkamer wordt aan de plaatsvervangende voorzitter, de leden, de plaatsvervangende leden en de plaatsvervangende secretaris een vergoeding toegekend van € 67,– per 1 januari 2019: € 81,- per uur.
|
||||
**1.** Voor het deelnemen aan een zitting en het bijwonen van een vergadering van de grondkamer wordt aan de plaatsvervangende voorzitter, de leden, de plaatsvervangende leden en de plaatsvervangende secretaris een vergoeding toegekend van € 67,– per 1 januari 2020: € 83,– per uur.
|
||||
|
||||
**2.** De in het vorige lid bedoelde vergoedingen worden evenwel niet toegekend, indien de daar genoemde personen bij het Rijk of als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleden, voor zover Onze Minister van Economische Zaken niet anders bepaalt.
|
||||
**2.** De in het vorige lid bedoelde vergoedingen worden evenwel niet toegekend, indien de daar genoemde personen bij het Rijk of als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleden of betaalde functie uitoefenen, voor zover Onze Minister van Economische Zaken niet anders bepaalt.
|
||||
|
||||
**3.** Aan een plaatsvervangende voorzitter die wegens afwezigheid, belet of ontstentenis van de voorzitter diens werkzaamheden volledig waarneemt, kan, indien hij niet bij het Rijk of als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleedt, door Onze Minister van Economische Zaken tot wederopzegging een bezoldiging worden toegekend overeenkomstig de voor de voorzitter vastgestelde bezoldiging.
|
||||
**3.** Aan een plaatsvervangende voorzitter die wegens afwezigheid, belet of ontstentenis van de voorzitter diens werkzaamheden volledig waarneemt, kan, indien hij niet bij het Rijk of als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleedt of betaalde functie uitoefent, door Onze Minister van Economische Zaken tot wederopzegging een bezoldiging worden toegekend overeenkomstig de voor de voorzitter vastgestelde bezoldiging.
|
||||
|
||||
**4.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een plaatsvervangend secretaris.
|
||||
**4.** Aan een plaatsvervangend secretaris die wegens afwezigheid, belet of ontstentenis van de secretaris diens werkzaamheden volledig waarneemt, kan, indien hij niet bij het Rijk of als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleedt of betaalde functie uitoefent, door de in het vorige lid bedoelde Minister tot wederopzegging een vergoeding worden toegekend overeenkomstig de aan de secretaris toegekende vergoeding.
|
||||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
**1.** Voor het deelnemen aan een zitting en het bijwonen van een vergadering van de Centrale Grondkamer wordt aan de leden en de plaatsvervangende leden een vergoeding toegekend van € 79,– per 1 januari 2019: € 95,- per uur.
|
||||
**1.** Voor het deelnemen aan een zitting en het bijwonen van een vergadering van de Centrale Grondkamer wordt aan de leden en de plaatsvervangende leden een vergoeding toegekend van € 79,– per 1 januari 2020: € 96,- per uur.
|
||||
|
||||
**2.** Voor het deelnemen aan een zitting en het bijwonen van een vergadering van de Centrale Grondkamer wordt aan de plaatsvervangende griffier een vergoeding toegekend van € 67,– per 1 januari 2019: € 81,- per uur.
|
||||
**2.** Voor het deelnemen aan een zitting en het bijwonen van een vergadering van de Centrale Grondkamer wordt aan de plaatsvervangende griffier een vergoeding toegekend van € 67,– per 1 januari 2020: € 83,– per uur.
|
||||
|
||||
**3.** De in de vorige leden bedoelde vergoedingen worden evenwel niet toegekend indien de aldaar genoemde personen bij het Rijk of als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleden, voor zover Onze Minister van Economische Zaken niet anders bepaalt.
|
||||
**3.** De in de vorige leden bedoelde vergoedingen worden evenwel niet toegekend indien de aldaar genoemde personen bij het Rijk of als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleden of betaalde functie uitoefenen, voor zover Onze Minister van Economische Zaken niet anders bepaalt.
|
||||
|
||||
**4.** Aan een plaatsvervangende griffier die wegens afwezigheid, belet of ontstentenis van de griffier diens werkzaamheden volledig waarneemt, kan, indien hij niet bij het Rijk of als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleedt, door Onze Minister van Economische Zaken tot wederopzegging toe een bezoldiging worden toegekend overeenkomstig de voor de griffier vastgestelde bezoldiging.
|
||||
**4.** Aan een plaatsvervangende griffier die wegens afwezigheid, belet of ontstentenis van de griffier diens werkzaamheden volledig waarneemt, kan, indien hij niet bij het Rijk of als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleedt of betaalde functie uitoefent, door Onze Minister van Economische Zaken tot wederopzegging toe een vergoeding worden toegekend overeenkomstig de voor de griffier vastgestelde vergoeding.
|
||||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
**1.** Voor het deelnemen aan een bezichtiging ter plaatse wordt aan de leden en de plaatsvervangende leden van de grondkamer een vergoeding van € 67,– per 1 januari 2019: € 81,- per uur toegekend.
|
||||
**1.** Voor het deelnemen aan een bezichtiging ter plaatse wordt aan de leden en de plaatsvervangende leden van de grondkamer een vergoeding van € 67,– per 1 januari 2020: € 83,- per uur toegekend.
|
||||
|
||||
**2.** Voor het deelnemen aan een bezichtiging ter plaatse wordt een vergoeding van € 79,– per 1 januari 2019: € 95,- per uur toegekend aan de leden en de plaatsvervangende leden van de Centrale Grondkamer, behalve als zij als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleden.
|
||||
**2.** Voor het deelnemen aan een bezichtiging ter plaatse wordt een vergoeding van € 79,– per 1 januari 2020: € 96,- per uur toegekend aan de leden en de plaatsvervangende leden van de Centrale Grondkamer, behalve als zij als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleden.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de berekening van het totale aantal uren waarover een vergoeding volgens de voorgaande leden wordt toegekend, vindt afronding naar boven plaats tot een half uur.
|
||||
|
||||
|
|
@ -330,7 +330,7 @@ Indien geen bezichtiging als bedoeld in artikel 46, eerste en tweede lid, plaats
|
|||
|
||||
### Artikel 48
|
||||
|
||||
De leden en plaatsvervangende leden van de Centrale Grondkamer die als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleden genieten in verband met de in de vorige artikelen genoemde werkzaamheden een vergoeding voor reis- en verblijfkosten overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens het Reisbesluit binnenland.
|
||||
De leden en plaatsvervangende leden van de Centrale Grondkamer die als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleden genieten in verband met de in de vorige artikelen genoemde werkzaamheden een vergoeding voor reis- en verblijfkosten overeenkomstig hetgeen daarover in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn is overeengekomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 49
|
||||
|
||||
|
|
@ -390,7 +390,7 @@ Aan de deskundige leden van de pachtkamer van het gerechtshof, bedoeld in artike
|
|||
|
||||
### Artikel 56
|
||||
|
||||
**1.** De deskundige leden van de pachtkamers van de rechtbanken, bedoeld in artikel 48, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, en hun plaatsvervangers en de deskundige leden van de pachtkamer van het gerechtshof, bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, en hun plaatsvervangers genieten, zowel voor het bijwonen van de bijeenkomsten van de pachtkamer, als voor het volbrengen van verrichtingen, welke hen, ook buiten eigenlijk rechtsgeding door de pachtkamer worden opgedragen, reis- en verblijfkosten overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens het Reisbesluit binnenland.
|
||||
**1.** De deskundige leden van de pachtkamers van de rechtbanken, bedoeld in artikel 48, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, en hun plaatsvervangers en de deskundige leden van de pachtkamer van het gerechtshof, bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, en hun plaatsvervangers genieten, zowel voor het bijwonen van de bijeenkomsten van de pachtkamer, als voor het volbrengen van verrichtingen, welke hen, ook buiten eigenlijk rechtsgeding door de pachtkamer worden opgedragen, reis- en verblijfkosten overeenkomstig hetgeen daarover in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn is overeengekomen.
|
||||
|
||||
**2.** Reis- en verblijfkosten als bedoeld in het vorige lid worden ook genoten in de gevallen, dat een titularis wordt beëdigd of geïnstalleerd.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue