From 098e9525ace2262a99d691698555772cf8016996 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Oct 2008 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] =?UTF-8?q?2008-10-01=20|=20BWBR0012384=20|=20Verrekenprij?= =?UTF-8?q?zen,=20toepassing=20van=20het=20arm=E2=80=99s-lengthbeginsel=20?= =?UTF-8?q?en=20de=20Transfer=20Pricing=20Guidelines=20for=20Multinational?= =?UTF-8?q?=20Enterprises=20and=20Tax=20Administrations=20(OESO-richtlijne?= =?UTF-8?q?n)?= MIME-Version: 1.0 Content-Type: text/plain; charset=UTF-8 Content-Transfer-Encoding: 8bit --- .../BWBR0012384/README.md | 54 +++---------------- 1 file changed, 8 insertions(+), 46 deletions(-) diff --git a/beleidsregel/verrekenprijzen-toepassing-van-het-arms-lengthbeginsel-en-de-transfer-pricing-gu/BWBR0012384/README.md b/beleidsregel/verrekenprijzen-toepassing-van-het-arms-lengthbeginsel-en-de-transfer-pricing-gu/BWBR0012384/README.md index a92d0db1922..d8bdebc6a29 100644 --- a/beleidsregel/verrekenprijzen-toepassing-van-het-arms-lengthbeginsel-en-de-transfer-pricing-gu/BWBR0012384/README.md +++ b/beleidsregel/verrekenprijzen-toepassing-van-het-arms-lengthbeginsel-en-de-transfer-pricing-gu/BWBR0012384/README.md @@ -210,73 +210,35 @@ Op basis van de TNMM methode wordt de verrekenprijs: #### 3.1.1. Algemeen -Als gevolg van de sterk voortschrijdende internationalisering van de economie en de toenemende aandacht van belastingadministraties voor de verrekenprijsproblematiek, neemt het aantal overlegprocedures met verdragslanden toe. Inzicht in de uitgangspunten en procedures die de Nederlandse overheid hanteert bij het voeren van dergelijke overleg- en arbitrageprocedures is dan ook van toenemend belang voor het bedrijfsleven. Nederland zet zich in voor het zo snel mogelijk oplossen van de internationale dubbele belasting die is ontstaan als gevolg van een verrekenprijscorrectie en het zoveel mogelijk beperken van de daarmee gepaard gaande (administratieve) lasten voor het bedrijfsleven. - -Alle belastingverdragen die Nederland heeft gesloten bevatten een met artikel 25 van het OESO-modelverdrag vergelijkbare bepaling. Voor de lidstaten van de Europese Unie is daarnaast sinds 1 januari 1995 het verdrag ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen (hierna het Arbitrageverdrag (90/436/EEG)) van toepassing. Anders dan de overlegprocedures verplicht het Arbitrageverdrag partijen om de dubbele belastingheffing weg te nemen. - -Indien een belastingplichtige van oordeel is dat een winstcorrectie niet terecht is, kan hij de bezwaar- of beroepsprocedure starten. Daarnaast kan een verzoek worden ingediend tot het opstarten van een overleg- of arbitrageprocedure bij de bevoegde autoriteit van één van de of beide betrokken Staten indien de winstcorrectie tot internationale dubbele belasting leidt. +200818829-09-200829-09-2008IFZ2008/248M200818829-09-200829-09-2008IFZ2008/248M01-10-200829-09-2008 #### 3.1.2. Adressering van het verzoek -Een beroep op het overlegartikel van een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting, dan wel een beroep op het Arbitrageverdrag dient te worden gericht aan de bevoegde autoriteit: - -Ministerie van Financiën - -T.a.v. de directeur Internationale Fiscale Zaken - -Postbus 20201 - -2500 EE Den Haag - -Ook verzoeken om een vermindering van reeds opgelegde belastingaanslagen die het gevolg zijn van door buitenlandse belastingadministraties aangebrachte, dan wel vermoedelijk aan te brengen, verrekenprijscorrecties (verzoeken tot corresponderende correcties) dienen te worden gericht aan het Ministerie van Financiën, ter attentie van de directeur Internationale Fiscale Zaken (IFZ). - -De bevoegde autoriteit stuurt alle verzoeken door aan de Coördinatiegroep verrekenprijzen (CGVP) voor advies. De CGVP is ingesteld in maart 1998 (zie Besluit van 30 maart 2001, nr. RTB/1365M). In alle gevallen vindt afstemming plaats tussen de CGVP en de directie IFZ over de definitieve standpuntbepaling. - -Voorzover verzoeken tot aanbrengen van corresponderende correcties ten aanzien van reeds opgelegde belastingaanslagen, dan wel nog op te leggen belastingaanslagen, worden ontvangen door de competente inspecteur, dient de inspecteur dit verzoek voor te leggen aan de Coördinatiegroep verrekenprijzen. De Coördinatiegroep verrekenprijzen draagt zorg voor de afstemming met de directie IFZ en adviseert vervolgens de inspecteur bindend ten aanzien van de wijze van afhandeling. +200818829-09-200829-09-2008IFZ2008/248M200818829-09-200829-09-2008IFZ2008/248M01-10-200829-09-2008 #### 3.1.3. Termijn voor indiening van het verzoek -Artikel 25 van het OESO-modelverdrag bepaalt dat een verzoek moet zijn ingediend binnen drie jaar na eerste kennisgeving waaruit de mogelijke dubbele belasting blijkt. Het Arbitrageverdrag bevat in artikel 6 een vergelijkbare bepaling. Over de wijze waarop het begrip ‘eerste kennisgeving’ moet worden uitgelegd, wordt in de (toelichting op) de verdragen geen duidelijkheid gegeven. Door Nederland wordt het standpunt ingenomen dat het verzoek van belastingplichtige tijdig is ingediend als dit verzoek is ontvangen binnen drie jaar na de datum van dagtekening van de aanslag waarin de correctie is verwerkt, dan wel het moment dat de correctie wordt gemotiveerd, indien dat later is. Daar bij overleg- en arbitrageprocedures meerdere Staten betrokken zijn, dient de belastingplichtige zich te vergewissen van het standpunt van de andere betrokken Staat ten aanzien van de start van de driejaarstermijn. Een afwijkend standpunt van de andere Staat kan leiden tot een aanvangstijdstip van de driejaarstermijn dat ligt voor het tijdstip dat uit de Nederlandse standpuntbepaling volgt. - -Voorzover de termijn in het overlegartikel in specifieke verdragen ter voorkoming van dubbele belasting afwijkt van de hiervoor geschetste driejaarstermijn, wordt verwezen naar de tekst van het overlegartikel en het commentaar op dit artikel betreffende dit specifieke verdrag. Voor zover niet in strijd wordt getreden met het (commentaar op) het betreffende verdrag, wordt het in de vorige alinea gestelde naar analogie toegepast. +200818829-09-200829-09-2008IFZ2008/248M200818829-09-200829-09-2008IFZ2008/248M01-10-200829-09-2008 #### 3.1.4. Samenloop van de bezwaar- en beroepsprocedure en de overlegprocedure -Zolang ten aanzien van de aangebrachte correcties, dan wel ten aanzien van de niet gehonoreerde verzoeken tot corresponderende correcties, binnen het Nederlandse rechtsstelsel mogelijkheden openstaan om de opgelegde aanslagen te bestrijden (bezwaar, beroep, cassatie), zal de bevoegde autoriteit in Nederland in beginsel niet in overleg treden met de bevoegde autoriteit van de andere betrokken Staat. Wel zal de bevoegde autoriteit van de andere betrokken Staat worden geïnformeerd dat een verzoek tot overleg is ontvangen. Gedurende de lopende nationale procedures is immers nog niet bekend of en in hoeverre daadwerkelijk internationale dubbele belasting zal ontstaan. - -In sommige situaties kan het zeer inefficiënt zijn om eerst de nationale procedures te doorlopen, voordat door de bevoegde autoriteit daadwerkelijk tot overleg wordt overgegaan. Daarom wordt aan belastingplichtige de mogelijkheid geboden om de bevoegde autoriteit te verzoeken om over te gaan tot het opstarten van overleg met de bevoegde autoriteit van de andere betrokken Staat, ondanks het feit dat de nationale procedures nog niet zijn doorlopen. Een dergelijk verzoek zal alleen worden gehonoreerd als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: - -– Het verzoek tot het ‘vroegtijdig’ opstarten van overleg wordt ingediend bij de bevoegde autoriteit binnen 6 weken na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar. Bij het verzoek is een kopie gevoegd van het (pro forma) beroepschrift zoals dat is ingediend bij het Gerechtshof. -– De bevoegde autoriteit zal eerst starten met het overleg nadat het Gerechtshof zich akkoord heeft verklaard met een opschorting van de gerechtelijke procedure gedurende de loop van de overleg- of arbitrageprocedure. Teneinde dit te bereiken, dient belastingplichtige in een schriftelijke verklaring aan te geven dat hij gedurende een periode van twee jaar haar volledige medewerking zal verlenen aan het verkrijgen van (een) akkoordverklaring(en) van het Gerechtshof met (het verlengen van) de opschorting van de gerechtelijke procedure. Na deze periode van twee jaar is belastingplichtige vrij om het Gerechtshof te verzoeken de gerechtelijke procedure weer in gang te zetten. -– Tussen de Belastingdienst en belastingplichtige wordt een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarbij belastingplichtige verklaart de opgestarte gerechtelijke procedure te zullen intrekken zodra de overleg- of arbitrageprocedure leidt tot het opheffen van de internationale dubbele belasting conform het in het relevante verdrag neergelegde overlegartikel. -– De bevoegde autoriteit kan het verzoek tot het ‘vroegtijdig’ opstarten van overleg weigeren als uit een gemotiveerde standpuntbepaling van de inspecteur blijkt dat belastingplichtige niet voldaan heeft aan haar administratieve verplichtingen, waardoor de bewijslast ten aanzien van de correctie waarop het verzoek ziet bij belastingplichtige is komen te liggen. - -Het is mogelijk dat de andere betrokken bevoegde autoriteit niet bereid is om mee te werken aan het ‘vroegtijdig’ opstarten van de overlegprocedure, bijvoorbeeld omdat deze autoriteit zich op het standpunt stelt dat er het bestaan van internationale dubbele belasting (nog) niet met voldoende zekerheid vaststaat. Indien deze situatie zich voordoet, meldt de Nederlandse bevoegde autoriteit dit onverwijld aan de betrokken belastingplichtige en de competente inspecteur. Belastingplichtige en/of de inspecteur kunnen na de ontvangst van deze melding het Gerechtshof verzoeken de gerechtelijke procedure weer in gang te zetten. +200818829-09-200829-09-2008IFZ2008/248M200818829-09-200829-09-2008IFZ2008/248M01-10-200829-09-2008 #### 3.1.5. Ingangsdatum van de tweejaarstermijn van artikel 7 van het Arbitrageverdrag -Het Besluit van 13 oktober 1997, nr. IFZ97/1113M en de brieven van de Staatssecretaris van Financiën aan de vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer van 19 december 1997, nr. IFZ97/1515 en van 15 april 1998, nr. IFZ98/266U bevatten standpuntbepalingen ten aanzien van de werking van het Arbitrageverdrag. In het Besluit van 13 oktober 1997, nr. IFZ97/1113M wordt een standpunt ingenomen ten aanzien van de start van de 2-jaarstermijn van artikel 7 van het Arbitrageverdrag. In dit besluit wordt onder andere aangegeven dat Nederland ervan uitgaat dat de tweejaarstermijn pas aanvangt nadat de bevoegde autoriteiten van de andere staat te kennen hebben gegeven dat zij in de eerste staat aangebrachte correcties niet aanvaarden en de aanslag waarin de correcties zijn begrepen onherroepelijk vaststaat. Ontwikkelingen in omringende landen hebben geleid tot een bijstelling van de standpuntbepaling ten aanzien van de tweejaarstermijn. De termijn vangt aan op het laatste van de volgende twee tijdstippen: - -– het moment waarop de aanslag waarin de winstcorrecties zijn begrepen onherroepelijk vaststaat en; -– het moment waarop het verzoek door de bevoegde autoriteit wordt ontvangen. - -In beginsel is het dan ook aan de belastingplichtige om een keuze te maken tussen een rechtstreeks beroep op het Arbitrageverdrag dan wel het allereerst benutten van nationale rechtsmiddelen. Ook voor het overige behouden de hiervoor genoemde besluiten hun geldigheid. - -Ook situaties waarin door de bevoegde autoriteit ‘vroegtijdig’ overleg is gevoerd zoals is omschreven onder punt 3.1.4, leidt de interpretatie van artikel 7, eerste lid, tweede volzin van het Arbitrageverdrag ertoe dat de tweejaarstermijn eerst begint te lopen nadat de aanslag waarin de winstcorrecties zijn begrepen onherroepelijk is komen vast te staan. Op basis van artikel 7, vierde lid van het Arbitrageverdrag kan echter van deze termijn worden afgeweken als zowel de bevoegde autoriteiten als de betrokken verbonden ondernemingen hiermee instemmen. Op basis van dit artikel zal de Nederlandse bevoegde autoriteit op verzoek van de verbonden ondernemingen aan de bevoegde autoriteit van de andere betrokken Staat voorstellen de 2-jaarstermijn te beperken tot maximaal 12 maanden nadat de aanslag onherroepelijk is komen vast te staan. Het verzoek van de verbonden ondernemingen dient binnen 6 weken na het onherroepelijk worden van de aanslag te zijn ontvangen door de Nederlandse bevoegde autoriteit. Gelijktijdig met de verzending van het voorstel tot verkorting van de termijn aan de andere bevoegde autoriteit, wordt een kopie van dit voorstel toegezonden aan belastingplichtige. Zodra de Nederlandse bevoegde autoriteit een antwoord op haar voorstel heeft ontvangen, wordt belastingplichtige hiervan onverwijld in kennis gesteld. +200818829-09-200829-09-2008IFZ2008/248M200818829-09-200829-09-2008IFZ2008/248M01-10-200829-09-2008 #### 3.1.6. Mondelinge toelichting door belastingplichtige -Bij het aanbrengen en onderbouwen van verrekenprijscorrecties zijn meer dan in andere gevallen de onderliggende feiten en omstandigheden van belang. De benodigde feiten en omstandigheden zijn over het algemeen complex en omvangrijk. Het is gebleken dat belastingplichtigen die betrokken zijn bij overleg- en arbitrageprocedures in het kader van aangebrachte verrekenprijscorrecties behoefte hebben hun standpunt mondeling te mogen toelichten aan de bevoegde autoriteit. Gezien de gebleken behoefte zal op verzoek de belastingplichtige in de gelegenheid worden gesteld tot het geven van een dergelijke mondelinge toelichting. Bij de indiening van het verzoek tot het opstarten van een onderling overleg of arbitrageprocedure kan door belastingplichtige worden aangegeven dat hij van deze mogelijkheid gebruik wenst te maken. +200818829-09-200829-09-2008IFZ2008/248M200818829-09-200829-09-2008IFZ2008/248M01-10-200829-09-2008 #### 3.1.7. Termijn voor het aanbrengen van een corresponderende correctie door middel van een ambtshalve vermindering van de aanslag -Het komt regelmatig voor dat op het moment dat door een andere Staat een verrekenprijscorrectie wordt aangebracht de corresponderende aanslagen in Nederland al onherroepelijk vaststaan. In dat geval zal, indien daartoe aanleiding bestaat, het aanbrengen van een corresponderende correctie geschieden door een ambtshalve vermindering van de aanslag. Het Besluit inzake ambtshalve verminderingen van definitief vaststaande aanslagen (Besluit van 25 maart 1991, nr. DB89/735) gaat uit van een termijn van vijf jaar (verlengd met het verleende uitstel) waar binnen een verzoek om ambtshalve vermindering kan worden gehonoreerd. In gevallen waarin sprake is van een redelijkerwijze kenbare vergissing wordt deze termijn verlengd met nog eens vijf jaren. Bij de onderlinge overlegprocedure als gevolg van verrekenprijscorrecties blijkt in sommige gevallen de termijn van vijf jaar te kort, ondanks het feit dat wel voldaan wordt aan de termijnen die in het betreffende Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting of het Arbitrageverdrag zijn gesteld voor de indiening van het verzoek. Voor die gevallen sta ik toe dat de termijn van vijf jaar wordt verlengd. Voorwaarde is uiteraard wel dat voldoende gegevens beschikbaar die de aanwezigheid van internationale dubbele belastingheffing aannemelijk maken. +200818829-09-200829-09-2008IFZ2008/248M200818829-09-200829-09-2008IFZ2008/248M01-10-200829-09-2008 #### 3.1.8. Verrekenprijscorrecties en heffings-/invorderingsrente (paragraaf 4.64–4.66) -Naast de daadwerkelijke verrekenprijscorrectie die in de overleg- of arbitrageprocedure wordt besproken, kunnen ook afwijkingen tussen de betrokken Staten met betrekking tot de regelingen inzake de heffings- en invorderingsrente internationale dubbele belasting veroorzaken. In sommige gevallen kan de rente het bedrag van de belasting zelfs overschrijden. Daarom is in artikel 30k Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 31a Invorderingswet 1990 de mogelijkheid geopend de rente onderdeel te laten zijn van een compromis in een overlegprocedure. Nederland zal bij het voeren van de overleg- en arbitrageprocedures er naar streven om de heffings- en invorderingsrente die in de ene Staat in rekening wordt gebracht en in de andere Staat wordt vergoed te laten aansluiten. - -Voor gevallen waarin Nederland de Staat is die de correctie aanbrengt, zal op verzoek uitstel van betaling worden verleend voor het deel van de verschuldigde belasting dat verband houdt met de correctie. Het uitstel zal in beginsel worden verleend tot het tijdstip waarop de nationale én internationale procedures ter oplossing van het geschil zijn afgerond. Voor het in dit verband te voeren uitstelbeleid zal aansluiting worden gezocht bij het beleid dat geldt bij bezwaar tegen de belastingaanslag (artikel 25, paragraaf 2, Leidraad Invordering 1990). De leidraad zal op dit punt worden aangepast. Dit betekent dat zich bij de betrokken bedrijven, afgezien van verschuldigde heffings- en invorderingsrente, geen andere vormen van rentederving zullen voordoen. Hiermede wordt een oplossing geboden voor zowel rente- als financieringsproblemen die zich als gevolg van het voeren van overleg- en arbitrageprocedures kunnen voordoen. +200818829-09-200829-09-2008IFZ2008/248M200818829-09-200829-09-2008IFZ2008/248M01-10-200829-09-2008 ## 4. Secondary adjustments (paragraaf 4.67–4.77)