2020-04-01 | BWBR0012438 | Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
This commit is contained in:
parent
c8cd2772b2
commit
099f4d7fbc
1 changed files with 61 additions and 139 deletions
|
|
@ -18,6 +18,10 @@ citeertitel: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
|
|||
|
||||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
**achterstallige schuld**: achterstallige schuld als bedoeld in de WSF 2000, berekend op grond van artikel 6.3,
|
||||
|
||||
**AWIR**: Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen,
|
||||
|
||||
**bovenbouw**:
|
||||
|
||||
a. voor havo: het vierde en vijfde leerjaar, of
|
||||
|
|
@ -25,7 +29,7 @@ b. voor vwo: het vierde, vijfde en zesde leerjaar,
|
|||
|
||||
**deelnemer vavo**: degene die vavo volgt als bedoeld in artikel 2.10,
|
||||
|
||||
**havo**: hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de WVO,
|
||||
**havo**: hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 8 WVO,
|
||||
|
||||
**leerling**: scholier of deelnemer vavo,
|
||||
|
||||
|
|
@ -33,8 +37,8 @@ b. voor vwo: het vierde, vijfde en zesde leerjaar,
|
|||
|
||||
**onderbouw**:
|
||||
|
||||
a. het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de WVO, alle leerjaren,
|
||||
b. het praktijkonderwijs, bedoeld in artikel 10f van de WVO, alle leerjaren,
|
||||
a. het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 21, eerste lid, WVO, alle leerjaren,
|
||||
b. het praktijkonderwijs, bedoeld in artikel 10f WVO, alle leerjaren,
|
||||
c. voor havo: het eerste, tweede en derde leerjaar, of
|
||||
d. voor vwo: het eerste, tweede en derde leerjaar,
|
||||
|
||||
|
|
@ -49,21 +53,15 @@ d. voor de toepassing van afdeling 5.2, voorzover het een uit 's Rijks kas beko
|
|||
|
||||
**Onze Minister**: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
|
||||
|
||||
**partner**: degene die in het kalenderjaar waarin het school- of studiejaar aanvangt gedurende meer dan 6 maanden partner als bedoeld in artikel 3 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen van de aanvrager is, met dien verstande dat voor de toepassing van hoofdstuk 4 voor «belanghebbende» gelezen wordt: TOS-ouder,
|
||||
**partner**: degene die in het kalenderjaar waarin het school- of studiejaar aanvangt gedurende meer dan 6 maanden partner als bedoeld in artikel 3 AWIR van de aanvrager is, met dien verstande dat voor de toepassing van hoofdstuk 4 voor «belanghebbende» gelezen wordt: TOS-ouder,
|
||||
|
||||
**peiljaar**: tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarin het schooljaar of studiejaar aanvangt,
|
||||
|
||||
**reguliere studiefinanciering**: studiefinanciering als bedoeld in artikel 3.1, eerste of tweede lid, van de Wet studiefinanciering 2000,
|
||||
**reguliere studiefinanciering**: studiefinanciering als bedoeld in artikel 3.1, eerste of tweede lid, WSF 2000,
|
||||
|
||||
**scholier**: degene die voortgezet onderwijs volgt,
|
||||
|
||||
**school**: school of instelling in de zin van:
|
||||
|
||||
a. Wet op het voortgezet onderwijs, hierna aangeduid als WVO,
|
||||
b. Experimentenwet onderwijs,
|
||||
c. Wet op de expertisecentra, hierna aangeduid als WEC,
|
||||
d. Wet op de erkende onderwijsinstellingen, of
|
||||
e. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, hierna aangeduid als WHW,
|
||||
**school**: school of instelling in de zin van de Experimentenwet onderwijs, Wet op de erkende onderwijsinstellingen, WEC, WHW of WVO,
|
||||
|
||||
**schooljaar**: tijdvak dat aanvangt op 1 augustus van enig kalenderjaar en eindigt op 31 juli daaropvolgend,
|
||||
|
||||
|
|
@ -73,21 +71,33 @@ e. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, hierna aangeduid al
|
|||
|
||||
**tegemoetkoming**: door Onze Minister verstrekte toekenning in verband met het volgen van een opleiding in het onderwijs waarop uitsluitend op grond van deze wet aanspraak bestaat,
|
||||
|
||||
**termijnbetaling**: termijnbetaling als bedoeld in de WSF 2000, berekend op grond van artikel 6.3,
|
||||
|
||||
**thuiswonende leerling**: scholier of deelnemer vavo die woont op het adres van de TOS-ouder of partner van de TOS-ouder,
|
||||
|
||||
**toetsingsinkomen**: inkomen als bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, met dien verstande dat voor «berekeningsjaar» gelezen wordt: peiljaar,
|
||||
**toetsingsinkomen**: inkomen als bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid, AWIR, met dien verstande dat voor «berekeningsjaar» gelezen wordt: peiljaar,
|
||||
|
||||
**TOS-ouder**: wettelijke vertegenwoordiger in het laatste kwartaal waarin de leerling nog 17 jaar was,
|
||||
|
||||
**uitwonende leerling**: scholier of deelnemer vavo die niet een thuiswonende leerling is,
|
||||
|
||||
**vavo**: opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
|
||||
**vavo**: opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a, WEB,
|
||||
|
||||
**voortgezet onderwijs**: onderwijs in de zin van de WVO, en, tenzij anders is bepaald, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de WEC,
|
||||
|
||||
**vreemdeling**: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000,
|
||||
|
||||
**vwo**: voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7 van de WVO.
|
||||
**vwo**: voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7 WVO,
|
||||
|
||||
**WEB**: Wet educatie en beroepsonderwijs,
|
||||
|
||||
**WEC**: Wet op de expertisecentra,
|
||||
|
||||
**WHW**: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek,
|
||||
|
||||
**WSF 2000**: Wet studiefinanciering 2000,
|
||||
|
||||
**WVO**: Wet op het voortgezet onderwijs.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -137,7 +147,7 @@ c. teneinde de gegevens van die leerling, student of debiteur te vergelijken met
|
|||
|
||||
### Artikel 1.8
|
||||
|
||||
Op deze wet, met uitzondering van hoofdstuk 10, zijn van toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen:
|
||||
Op deze wet zijn de volgende artikelen van de AWIR van toepassing:
|
||||
|
||||
a. artikel 6,
|
||||
b. artikel 7, eerste lid, met dien verstande dat voor de toepassing van hoofdstuk 4 voor «belanghebbende» gelezen wordt: TOS-ouder,
|
||||
|
|
@ -210,31 +220,31 @@ Vervallen
|
|||
Voor tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 4 kan een scholier in aanmerking komen die is ingeschreven:
|
||||
|
||||
a. aan een school die op grond van de WVO, de WEC of de Experimentenwet onderwijs volledig en rechtstreeks uit de openbare kas wordt bekostigd, waaronder het volgen van onderwijs in de vorm van contractactiviteiten niet is mede begrepen;
|
||||
b. aan een op grond van artikel 56 van de WVO aangewezen school;
|
||||
b. aan een op grond van artikel 56 WVO aangewezen school;
|
||||
c. aan een school die is erkend op grond van de Wet op de erkende onderwijsinstellingen voor zover de gevolgde cursus onder de reikwijdte van die wet valt; of
|
||||
d. voor een cursus die wordt bekostigd op grond van artikel 73 van de WVO.
|
||||
d. voor een cursus die wordt bekostigd op grond van artikel 73 WVO.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.10
|
||||
|
||||
Voor tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 4 kan een deelnemer vavo in aanmerking komen die is ingeschreven aan een school als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, en artikel 1.4a.1 van de WEB, voorzover het betreft een opleiding vavo.
|
||||
Voor tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 4 kan een deelnemer vavo in aanmerking komen die is ingeschreven aan een school als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, en artikel 1.4a.1 WEB, voorzover het betreft een opleiding vavo.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.4. Onderwijssoorten in de zin van hoofdstuk 5
|
||||
|
||||
### Artikel 2.11
|
||||
|
||||
**1.** Voor tegemoetkoming ingevolge afdeling 5.1 kan een student in aanmerking komen die is ingeschreven voor het volgen van een bacheloropleiding of masteropleiding voor het beroep van leraar bij een bekostigde universiteit of hogeschool, genoemd in de bijlage van de WHW, dan wel bij een rechtspersoon voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel aa, van de WHW, voor zover aan die opleiding accreditatie als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel q, van de WHW is verleend.
|
||||
**1.** Voor tegemoetkoming ingevolge afdeling 5.1 kan een student in aanmerking komen die is ingeschreven voor het volgen van een bacheloropleiding of masteropleiding voor het beroep van leraar bij een bekostigde universiteit of hogeschool, genoemd in de bijlage van de WHW, dan wel bij een rechtspersoon voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel aa, WHW, voor zover aan die opleiding accreditatie als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel q, WHW is verleend.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing gedurende de termijn, bedoeld in de artikelen 5.21, tweede en zesde lid, 5.33 en 6.5, tweede lid, van de WHW.
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing gedurende de termijn, bedoeld in de artikelen 5.21, tweede en zesde lid, 5.33 en 6.5, tweede lid, WHW.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.12
|
||||
|
||||
Voor tegemoetkoming ingevolge afdeling 5.1 kan een student in aanmerking komen indien hij als leraar is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming vanwege het bezit van een geschiktheidsverklaring als bedoeld in artikel 176b van de Wet op het primair onderwijs, artikel 162e van de WEC, artikel 118k van de WVO, of artikel 4.2.4, van de WEB.
|
||||
Voor tegemoetkoming ingevolge afdeling 5.1 kan een student in aanmerking komen indien hij als leraar is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming vanwege het bezit van een geschiktheidsverklaring als bedoeld in artikel 176b van de Wet op het primair onderwijs, artikel 162e WEC, artikel 118k WVO, of artikel 4.2.4, WEB.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.13
|
||||
|
||||
Voor tegemoetkoming ingevolge afdeling 5.2 kan een leerling in aanmerking komen indien hij is ingeschreven voor:
|
||||
|
||||
a. een opleiding of een gedeelte daarvan aan een school als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, en artikel 1.4a.1 van de WEB, voor zover het betreft een opleiding vavo,
|
||||
a. een opleiding of een gedeelte daarvan aan een school als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, en artikel 1.4a.1 WEB, voor zover het betreft een opleiding vavo,
|
||||
b. een opleiding of een gedeelte daarvan aan een school als bedoeld in artikel 2.9, onderdelen a tot en met c, of
|
||||
c. een cursus als bedoeld in artikel 2.9, onderdeel d, met dien verstande dat deze opleidingen of een gedeelte daarvan of die cursus die leiden tot het diploma:
|
||||
|
||||
|
|
@ -254,9 +264,7 @@ De aanspraak op tegemoetkoming van een leerling die gedurende een aaneengesloten
|
|||
|
||||
### Artikel 2.16
|
||||
|
||||
**1.** Een student heeft geen aanspraak op tegemoetkoming indien hij gedurende 24 maanden een tegemoetkoming in de zin van afdeling 5.1 heeft ontvangen of indien 48 maanden zijn verlopen gerekend vanaf de maand waarover de tegemoetkoming voor het eerst is toegekend. Een student heeft tevens geen aanspraak indien hij een tegemoetkoming ontvangt in de zin van hoofdstuk 10.
|
||||
|
||||
**2.** Een leerling heeft geen aanspraak op tegemoetkoming in de zin van afdeling 5.2, indien hij een tegemoetkoming ontvangt in de zin van hoofdstuk 10.
|
||||
Een student heeft geen aanspraak op tegemoetkoming indien hij gedurende 24 maanden een tegemoetkoming in de zin van afdeling 5.1 heeft ontvangen of indien 48 maanden zijn verlopen gerekend vanaf de maand waarover de tegemoetkoming voor het eerst is toegekend.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.17
|
||||
|
||||
|
|
@ -272,9 +280,9 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**2.** Indien de leerling aansluitend aan het schooljaar dat als laatste schooljaar was aangemerkt, opnieuw dat laatste schooljaar aanvangt, ontstaat aanspraak op tegemoetkoming voor het resterende gedeelte van het kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de leerling na zijn uitschrijving voor een opleiding binnen 4 maanden opnieuw een opleiding in de zin van deze wet of van de Wet studiefinanciering 2000 aanvangt, blijft, in afwijking van het eerste lid, op zijn aanvraag de aanspraak op tegemoetkoming in de tussen beide opleidingen liggende periode voor ten hoogste 4 maanden bestaan. Indien dit de maanden augustus, september, oktober of november betreft, heeft de leerling die op grond van hoofdstuk 4 nog geen tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage is toegekend en een opleiding als bedoeld in artikel 2.9, onderdelen b tot en met d, of 2.10, of een opleiding waarvoor aanspraak op studiefinanciering bestaat, gaat volgen, over die maanden naast een tegemoetkoming in de zin van hoofdstuk 4 ook aanspraak op een bedrag aan tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage, ter grootte van eentwaalfde van het bedrag, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet, per maand. Voor de vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming in die maanden wordt uitgegaan van de draagkracht, zoals die gold op 31 juli van het voorafgaande schooljaar. In afwijking van artikel 4.10, tweede lid, wordt die aanvraag ingediend voor het einde van de periode van 4 maanden.
|
||||
**3.** Indien de leerling na zijn uitschrijving voor een opleiding binnen 4 maanden opnieuw een opleiding in de zin van deze wet of van de WSF 2000 aanvangt, blijft, in afwijking van het eerste lid, op zijn aanvraag de aanspraak op tegemoetkoming in de tussen beide opleidingen liggende periode voor ten hoogste 4 maanden bestaan. Indien dit de maanden augustus, september, oktober of november betreft, heeft de leerling die op grond van hoofdstuk 4 nog geen tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage is toegekend en een opleiding als bedoeld in artikel 2.9, onderdelen b tot en met d, of 2.10, of een opleiding waarvoor aanspraak op studiefinanciering bestaat, gaat volgen, over die maanden naast een tegemoetkoming in de zin van hoofdstuk 4 ook aanspraak op een bedrag aan tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage, ter grootte van eentwaalfde van het bedrag, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet, per maand. Voor de vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming in die maanden wordt uitgegaan van de draagkracht, zoals die gold op 31 juli van het voorafgaande schooljaar. In afwijking van artikel 4.10, tweede lid, wordt die aanvraag ingediend voor het einde van de periode van 4 maanden.
|
||||
|
||||
**4.** Het derde lid is niet van toepassing op personen die op grond van artikel 2.12, onder b, c of d, van de Wet studiefinanciering 2000 het levenlanglerenkrediet, bedoeld in de Wet studiefinanciering 2000, ontvangen.
|
||||
**4.** Het derde lid is niet van toepassing op personen die op grond van artikel 2.12, onder b, c of d, WSF 2000 het levenlanglerenkrediet, bedoeld in de WSF 2000, ontvangen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.20
|
||||
|
||||
|
|
@ -290,7 +298,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 2.22
|
||||
|
||||
De leerling heeft geen aanspraak op tegemoetkoming in de zin van hoofdstuk 4, indien hij geen aanspraak meer heeft op prestatiebeurs in de zin van hoofdstuk 5 van de Wet studiefinanciering 2000.
|
||||
De leerling heeft geen aanspraak op tegemoetkoming in de zin van hoofdstuk 4, indien hij geen aanspraak meer heeft op prestatiebeurs in de zin van hoofdstuk 5 WSF 2000.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.22a
|
||||
|
||||
|
|
@ -312,7 +320,7 @@ De leerling heeft geen aanspraak op tegemoetkoming in de zin van hoofdstuk 4, in
|
|||
|
||||
### Artikel 2.23
|
||||
|
||||
**1.** De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en in de schoolkosten is afhankelijk van de hoogte van de op grond van artikel 7, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen berekende draagkracht.
|
||||
**1.** De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en in de schoolkosten is afhankelijk van de hoogte van de op grond van artikel 7, eerste lid, AWIR berekende draagkracht.
|
||||
|
||||
**2.** Volledige tegemoetkoming ingevolge de hoofdstukken 4 en 5 bestaat tot en met het grensbedrag van de draagkracht. Naar de maatstaf van het schooljaar of studiejaar 2012–2013 bedraagt het grensbedrag € 32 142,16 met ingang van het schooljaar 2020–2021: € 36.088,27.
|
||||
|
||||
|
|
@ -507,7 +515,7 @@ Artikel 4.12 is niet van toepassing met ingang van de eerste dag van de maand vo
|
|||
|
||||
### Artikel 4.14
|
||||
|
||||
**1.** Het bestuur van de rechtspersoon waarvan de school, bedoeld in de artikelen 2.9, onderdelen b, c en d, of 2.10 voor zover het betreft een school als bedoeld in artikel 1.4a.1 van de WEB, uitgaat of de natuurlijke persoon die deze school in stand houdt, stelt uiterlijk op de derde werkdag na afloop van een periode van afwezigheid van 4 weken de leerling in kennis dat daarvan in de administratie van de school een aantekening is gemaakt en verzoekt de leerling om opgaaf van de reden van de afwezigheid.
|
||||
**1.** Het bestuur van de rechtspersoon waarvan de school, bedoeld in de artikelen 2.9, onderdelen b, c en d, of 2.10 voor zover het betreft een school als bedoeld in artikel 1.4a.1 WEB, uitgaat of de natuurlijke persoon die deze school in stand houdt, stelt uiterlijk op de derde werkdag na afloop van een periode van afwezigheid van 4 weken de leerling in kennis dat daarvan in de administratie van de school een aantekening is gemaakt en verzoekt de leerling om opgaaf van de reden van de afwezigheid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -578,7 +586,7 @@ b. gedurende het desbetreffende studiejaar: binnen 8 weken na de indiening van d
|
|||
|
||||
### Artikel 5.7
|
||||
|
||||
Deze afdeling is van toepassing op leerlingen die zijn ingeschreven aan een opleiding als bedoeld in artikel 2.13 en die geen aanspraak hebben op tegemoetkoming ingevolge de hoofdstukken 4 of 10 of op reguliere studiefinanciering.
|
||||
Deze afdeling is van toepassing op leerlingen die zijn ingeschreven aan een opleiding als bedoeld in artikel 2.13 en die geen aanspraak hebben op tegemoetkoming ingevolge de hoofdstuk 4 of op reguliere studiefinanciering.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 5.2.2. Tegemoetkoming
|
||||
|
||||
|
|
@ -632,7 +640,7 @@ Tegemoetkoming wordt toegekend per schooljaar.
|
|||
|
||||
### Artikel 6.3
|
||||
|
||||
De artikelen 6.3 tot en met 6.16 van de Wet studiefinanciering 2000 zijn van overeenkomstige toepassing op de bedragen aan lening die op grond van deze wet zijn opgebouwd waarbij de lening wordt aangemerkt als een lening beroepsonderwijs.
|
||||
De artikelen 6.3 tot en met 6.16 WSF 2000 zijn van overeenkomstige toepassing op de bedragen aan lening die op grond van deze wet zijn opgebouwd waarbij de lening wordt aangemerkt als een lening beroepsonderwijs.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 7. Herziening
|
||||
|
||||
|
|
@ -651,7 +659,7 @@ c. tegemoetkoming ingevolge artikel 2.22b is geweigerd of stopgezet.
|
|||
Herziening vindt plaats op grond van het feit dat:
|
||||
|
||||
a. een beschikking genomen is waarvan de aanvrager of de TOS-ouder wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat deze onjuist was,
|
||||
b. de situatie, bedoeld in de artikelen 5.9, 5.10 en 10.9, tweede tot en met vierde en zesde tot en met achtste lid, zich voordoet,
|
||||
b. de situatie, bedoeld in de artikelen 5.9 of 5.10 zich voordoet,
|
||||
c. te veel of te weinig tegemoetkoming is toegekend op basis van onjuiste of onjuist verwerkte gegevens,
|
||||
d. de hoogte van het inkomen van de aanvrager of diens partner of van de TOS-ouder of diens partner te hoog of te laag is vastgesteld op basis van onjuiste of onjuist verwerkte gegevens anders dan bedoeld onder a,
|
||||
e. aanvrager of TOS-ouder heeft gehandeld in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze wet,
|
||||
|
|
@ -679,7 +687,7 @@ De artikelen 7:2 tot en met 7:9 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van
|
|||
|
||||
**1.** Indien een herzieningsbeschikking als bedoeld in artikel 7.1, eerste en tweede lid, of een beslissing op bezwaar daartoe aanleiding geeft, wordt het bedrag van de tegemoetkoming dat teveel is uitbetaald, door de aanvrager terugbetaald of met hem verrekend.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een herzieningsbeschikking als bedoeld in artikel 7.1, eerste en tweede lid, of een beslissing op bezwaar daartoe aanleiding geeft, wordt voorzover het bedrag waarvoor het recht om een lening af te sluiten te hoog is toegekend, het deel dat te hoog is toegekend en uitbetaald door de betrokkene terugbetaald of met hem verrekend.
|
||||
**2.** Indien een herzieningsbeschikking als bedoeld in artikel 7.1, eerste en tweede lid, of een beslissing op bezwaar daartoe aanleiding geeft, wordt voor zover het bedrag waarvoor het recht om een lening af te sluiten te hoog is toegekend, het deel dat te hoog is toegekend en uitbetaald door de betrokkene terugbetaald of met hem verrekend.
|
||||
|
||||
**3.** Indien na een voorlopige voorziening als bedoeld in titel 8.3 van de Algemene wet bestuursrecht, de beslissing in hoofdzaak daartoe aanleiding geeft, wordt het bedrag dat op grond van de voorlopige voorziening teveel is uitbetaald, door de betrokkene terugbetaald of met hem verrekend.
|
||||
|
||||
|
|
@ -727,9 +735,9 @@ Een studentendecaan aan een op grond van de WHW uit 's Rijks kas bekostigde ins
|
|||
|
||||
### Artikel 9.4
|
||||
|
||||
**1.** De natuurlijke persoon van wie of het bestuur van de rechtspersoon waarvan een school als bedoeld in de paragrafen 2.3 en 2.4 uitgaat, is verplicht op een bij ministeriële regeling aan te geven wijze kosteloos inlichtingen te verstrekken, benodigd voor de uitvoering van deze wet.
|
||||
**1.** De natuurlijke persoon van wie of het bestuur van de rechtspersoon waarvan een school uitgaat die onderwijs aanbiedt als bedoeld in de paragrafen 2.3 en 2.4, is verplicht op een bij ministeriële regeling aan te geven wijze kosteloos inlichtingen te verstrekken, benodigd voor de uitvoering van deze wet.
|
||||
|
||||
**2.** De natuurlijke persoon van wie of het bestuur van de rechtspersoon waarvan een school als bedoeld in de artikelen 2.9, onderdelen a tot en met d, en 2.10 uitgaat, is verplicht voor 1 mei aan Onze Minister te melden indien onderwijs dat in dat schooljaar voldeed aan de voorwaarden, genoemd in artikel 2.18, in het daaropvolgende schooljaar niet aan deze voorwaarde zal voldoen.
|
||||
**2.** De natuurlijke persoon van wie of het bestuur van de rechtspersoon waarvan een school uitgaat die onderwijs aanbiedt als bedoeld in de artikelen 2.9, onderdelen a tot en met d, en 2.10, is verplicht voor 1 mei aan Onze Minister te melden indien onderwijs dat in dat schooljaar voldeed aan de voorwaarden, genoemd in artikel 2.18, in het daaropvolgende schooljaar niet aan deze voorwaarde zal voldoen.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.5
|
||||
|
||||
|
|
@ -787,130 +795,51 @@ De in de artikelen 9.9 en 9.10 strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
|
|||
|
||||
### Artikel 10.1
|
||||
|
||||
**1.** Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op leerlingen en studenten die op 31 juli 2001 tegemoetkoming ontvingen op grond van hoofdstuk IV van de Wet tegemoetkoming studiekosten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
**leerling:** degene die onderwijs volgt als bedoeld in artikel 10.2,
|
||||
|
||||
**student:** degene die hoger onderwijs volgt als bedoeld in artikel 10.3, en
|
||||
|
||||
**tegemoetkoming:** tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en in de schoolkosten.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 2.1, 2.2, eerste, derde en vierde lid, en 2.3, derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 10.2. Onderwijssoorten
|
||||
|
||||
### Artikel 10.2
|
||||
|
||||
Voor tegemoetkoming kan een leerling in aanmerking komen die is ingeschreven voor een opleiding of een gedeelte daarvan aan een school als bedoeld in de artikelen 2.5, 2.6 en 2.9, onderdeel a, of voor een cursus als bedoeld in artikel 2.9, onderdeel d, die leiden tot het diploma:
|
||||
|
||||
a. voorbereidend wetenschappelijk onderwijs,
|
||||
b. hoger algemeen voortgezet onderwijs, of
|
||||
c. middelbaar algemeen voortgezet onderwijs.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 10.3
|
||||
|
||||
Voor tegemoetkoming kan een student in aanmerking komen die als student is ingeschreven aan een instelling als bedoeld in artikel 2.11 voor een lerarenopleiding in vakken waarin een tekort aan leraren bestaat. Het betreft de vakken die bij ministeriële regeling op grond van hoofdstuk IV van de Wet tegemoetkoming studiekosten op 31 juli 2001 zijn aangewezen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 10.4
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvrager heeft geen aanspraak op tegemoetkoming indien hij aanspraak heeft op tegemoetkoming ingevolge de hoofdstukken 3 of 4 van deze wet of op studiefinanciering ingevolge hoofdstuk 2 van de Wet studiefinanciering 2000.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvrager heeft geen aanspraak op tegemoetkoming indien hij tegemoetkoming ontvangt ingevolge hoofdstuk 5.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 10.3. Inkomen
|
||||
|
||||
### Artikel 10.5
|
||||
|
||||
**1.** Voor tegemoetkoming kan aanspraak bestaan afhankelijk van de hoogte van het toetsingsinkomen en van de onderwijssoort.
|
||||
|
||||
**2.** Geen aanspraak op een tegemoetkoming bestaat bij een toetsingsinkomen naar de maatstaf van 1 januari 2001 van meer dan € 2 858,- per 1 januari 2020: € 4.057,04.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 10.6
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onder toetsingsinkomen wordt verstaan het totaal van de volgende inkomsten:
|
||||
|
||||
a. het door de leerling of student gedurende de maanden mei, juni en juli voorafgaande aan de aanvang van het schooljaar of studiejaar genoten loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 verminderd met het vakantiegeld, de ingehouden loonbelasting, de ingehouden premies volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 43 van de Zorgverzekeringswet, en
|
||||
b. een vierde deel van de winst uit een of meer ondernemingen, bedoeld in artikel 3.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001, door de leerling of student genoten in het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin het schooljaar of studiejaar aanvangt.
|
||||
|
||||
**2.** Voorzover de leerling of student niet binnenlandse belastingplichtige is in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001, geldt als maatstaf het toetsingsinkomen voor het geval hij voor al zijn inkomensbestanddelen binnenlandse belastingplichtige was geweest.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een gedeelte van het inkomen van Nederlandse inkomstenbelasting is vrijgesteld ingevolge bepalingen van internationaal recht geldt als maatstaf het toetsingsinkomen voor het geval hij geen vrijstelling had verkregen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 10.4. Tegemoetkoming
|
||||
|
||||
### Artikel 10.7
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De tegemoetkoming bestaat uit:
|
||||
|
||||
a. tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage, en
|
||||
b. tegemoetkoming in de schoolkosten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage is voor een leerling of student in het:
|
||||
|
||||
1°. hoger onderwijs: het desbetreffende in artikel 7.44 van de WHW zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wet van 4 februari 2010 (Stb. 119), genoemde collegegeld,
|
||||
2°. voortgezet onderwijs die per week 540 minuten of meer onderwijs volgt: het bij of krachtens de Les- en cursusgeldwet verschuldigde cursusgeld voor een schooljaar voor 540 minuten onderwijs, afgerond op het naastbij gelegen, gehele getal,
|
||||
3°. voortgezet onderwijs die per week ten minste 270 minuten en minder dan 540 minuten onderwijs volgt: het bij of krachtens de Les- en cursusgeldwet verschuldigde cursusgeld voor een schooljaar voor 360 minuten onderwijs, afgerond op het naastbij gelegen, gehele getal, of
|
||||
4°. voortgezet onderwijs die per week minder dan 270 minuten onderwijs volgt: nihil.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De tegemoetkoming in de schoolkosten voor een schooljaar of studiejaar bedraagt naar de maatstaf van 1 augustus 2008 onderscheidenlijk 1 september 2008 voor een leerling of student in het:
|
||||
|
||||
a. hoger onderwijs: € 647,– met ingang van het schooljaar of studiejaar 2020–2021: € 761,00,
|
||||
b. voortgezet onderwijs die per week 540 minuten of meer onderwijs volgt: € 276,90 met ingang van het schooljaar of studiejaar 2020–2021: € 325,71,
|
||||
c. voortgezet onderwijs die per week ten minste 270 minuten en minder dan 540 minuten onderwijs volgt: € 186,54 met ingang van het schooljaar of studiejaar 2020–2021: € 219,44,
|
||||
d. voortgezet onderwijs die per week minder dan 270 minuten onderwijs volgt: nihil.
|
||||
|
||||
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de maatstaf genoemd in de aanhef van het derde lid, alsmede de bedragen genoemd in het derde lid, de onderdelen a tot en met c, worden gewijzigd.
|
||||
|
||||
**5.** De voordracht voor een krachtens het vierde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 10.8
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kent een tegemoetkoming toe aan de leerling of student die daartoe een aanvraag heeft ingediend en die voldoet aan de voorschriften gegeven bij of krachtens dit hoofdstuk.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvraag om tegemoetkoming wordt jaarlijks voor 1 september na het einde van het desbetreffende schooljaar of studiejaar gedaan.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Onze Minister besluit op een aanvraag om tegemoetkoming indien de aanvraag is ingediend:
|
||||
|
||||
a. voor de aanvang van het desbetreffende schooljaar of studiejaar: binnen 8 weken na de aanvang van dat school- of studiejaar, en
|
||||
b. gedurende het desbetreffende schooljaar of studiejaar: binnen 8 weken na de indiening van de aanvraag.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 10.9
|
||||
|
||||
**1.** Behoudens het tweede tot en met vijfde lid, wordt tegemoetkoming toegekend per schooljaar of studiejaar.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de leerling of student is ingeschreven aan een school of voor een cursus als bedoeld in artikel 10.2, voorzover het betreft artikel 2.9, onderdelen a en d, en artikel 10.3, en hij geen onderwijs meer volgt op een tijdstip waarop de gehele onderwijsbijdrage nog kan worden teruggevorderd, wordt de toekenning op de tegemoetkoming voor het gehele schooljaar of studiejaar op nihil gesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de student is ingeschreven aan een school als bedoeld in artikel 10.3, en hij op enig ogenblik in de periode gelegen tussen het tijdstip, bedoeld in het tweede lid, en een bij ministeriële regeling te bepalen datum geen onderwijs meer volgt, omvat de toekenning van de tegemoetkoming het bedrag, bedoeld in artikel 10.7, eerste lid, onderdeel a, alsmede de helft van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 10.7, eerste lid, onderdeel b, afgerond op het naastbij gelegen, gehele getal.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de leerling is ingeschreven aan een school of voor een cursus als bedoeld in artikel 10.2, voorzover het betreft artikel 2.9, onderdelen a en d, en hij op enig ogenblik in de periode gelegen tussen het tijdstip, bedoeld in het tweede lid, en een bij ministeriële regeling te bepalen datum geen onderwijs meer volgt, omvat de toekenning van de tegemoetkoming de helft van het bedrag bedoeld in artikel 10.7, eerste lid, onderdeel a, afgerond op het naastbij gelegen, gehele getal, alsmede de helft van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 10.7, eerste lid, onderdeel b, afgerond op het naastbij gelegen, gehele getal.
|
||||
|
||||
**5.** Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing indien de leerling of student wegens ziekte zijn studie staakt.
|
||||
|
||||
**6.** Het tweede tot en met het vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien de leerling of student het onderwijs, bedoeld in artikel 10.2, voorzover het betreft de artikelen 2.5 en 2.6, en artikel 10.3, volgt, met dien verstande dat als onderwijsbijdrage geldt de onderwijsbijdrage die verschuldigd zou zijn wanneer voltijds uit de openbare kas bekostigd onderwijs zou worden gevolgd, en dat als tijdstip tot waarop de onderwijsbijdrage niet kan worden teruggevorderd geldt het tijdstip tot waarop de onderwijsbijdrage in het uit de openbare kas bekostigd onderwijs niet geheel kan worden teruggevorderd.
|
||||
|
||||
**7.** Indien de leerling in het voortgezet onderwijs per week 540 minuten of meer onderwijs volgt en hij op enig ogenblik voor een bij ministeriële regeling te bepalen tijdstip ten minste 270 minuten en minder dan 540 minuten onderwijs per week volgt omvat de toekenning van de tegemoetkoming de helft van het bedrag bedoeld in artikel 10.7, eerste lid, onderdeel a, afgerond op het naastbij gelegen, gehele getal, en de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 10.7, eerste lid, onderdeel b, alsmede de helft van het bedrag bedoeld in artikel 10.7, eerste lid, onderdeel a, afgerond op het naastbij gelegen, gehele getal, en de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 10.7, eerste lid, onderdeel b, naar rato van het aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd.
|
||||
|
||||
**8.** Indien de leerling in het voortgezet onderwijs per week ten minste 270 minuten en minder dan 540 minuten onderwijs volgt en hij op enig ogenblik voor een bij ministeriële regeling te bepalen tijdstip minder dan 270 minuten onderwijs per week volgt, omvat de toekenning van de tegemoetkoming de helft van het bedrag bedoeld in artikel 10.7, eerste lid, onderdeel a, afgerond op het naastbij gelegen, gehele getal, en de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 10.7, eerste lid, onderdeel b, alsmede de helft van het bedrag bedoeld in artikel 10.7, eerste lid, onderdeel a, afgerond op het naastbij gelegen, gehele getal, en de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 10.7, eerste lid, onderdeel b, naar rato van het aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 11. Overige bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 11.1
|
||||
|
||||
**1.** Per 1 januari van ieder kalenderjaar past Onze Minister de bedragen, genoemd in de artikelen 2.23, tweede lid, 4.3, 4.6, 5.4, 5.10, 10.5, tweede lid, en 10.7, derde lid, aan op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te geven wijze aan de hand van de loon- of prijsontwikkelingen in het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar. De aangepaste bedragen treden in de plaats van de in de eerste volzin bedoelde bedragen.
|
||||
**1.** Per 1 januari van ieder kalenderjaar wijzigt Onze Minister de bedragen, genoemd in de artikelen 2.23, tweede lid, 4.3, 4.6, 5.4 en 5.10, op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te geven wijze aan de hand van de loon- of prijsontwikkelingen in het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de maatstaven, genoemd in de artikelen 4.3, 4.6 en 5.10, alsmede de bedragen, genoemd in die artikelen, worden gewijzigd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -955,9 +884,9 @@ Artikel 1.5 is niet van toepassing op scholieren die voor 1 augustus volgend op
|
|||
|
||||
### Artikel 12.3a
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 2.11, komt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip voor tegemoetkoming ingevolge afdeling 5.1 mede in aanmerking een student die is ingeschreven voor het volgen van een voltijdse opleiding als bedoeld in artikel 18.64 van de WHW, voor zover aan die opleiding accreditatie als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel q, van de WHW is verleend.
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 2.11, komt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip voor tegemoetkoming ingevolge afdeling 5.1 mede in aanmerking een student die is ingeschreven voor het volgen van een voltijdse opleiding als bedoeld in artikel 18.64 WHW, voor zover aan die opleiding accreditatie als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel q, WHW is verleend.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 2.11 komt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip voor tegemoetkoming ingevolge afdeling 5.1 mede in aanmerking een student die is ingeschreven voor het volgen voor het volgen van een bacheloropleiding of masteropleiding voor het beroep van leraar aan een aangewezen instelling als bedoeld in de artikelen 6.9 of 16.14 van de WHW, zoals die artikelen luidden op 31 augustus 2010.
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 2.11 komt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip voor tegemoetkoming ingevolge afdeling 5.1 mede in aanmerking een student die is ingeschreven voor het volgen voor het volgen van een bacheloropleiding of masteropleiding voor het beroep van leraar aan een aangewezen instelling als bedoeld in de artikelen 6.9 of 16.14 WHW, zoals die artikelen luidden op 31 augustus 2010.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.4
|
||||
|
||||
|
|
@ -969,14 +898,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 12.5
|
||||
|
||||
Voorzover het peiljaar een aan het kalenderjaar 2001 voorafgaand kalenderjaar is, wordt voor de toepassing van de artikelen 2.24, 2.29 en 10.6 onder:
|
||||
|
||||
a. «de gecorrigeerde verzamelinkomens» in artikel 2.24 verstaan: de belastbare inkomens,
|
||||
b. «artikel 9.4» in artikel 2.24 verstaan: artikel 64,
|
||||
c. «het gecorrigeerde verzamelinkomen» in de artikelen 2.24 en 2.29 verstaan: het belastbare inkomen in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964,
|
||||
e. «het gecorrigeerde belastbare loon» in de artikelen 2.24 en 2.29 verstaan: het zuivere loon, bedoeld in artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964,
|
||||
f. «de Wet inkomstenbelasting 2001» in de artikelen 2.24 en 10.6, tweede lid, verstaan: de Wet op de inkomstenbelasting 1964, en
|
||||
g. «de winst uit een of meer ondernemingen, bedoeld in artikel 3.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001» in artikel 10.6 verstaan: de winst uit onderneming, bedoeld in afdeling 2 van hoofdstuk II van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12.6
|
||||
|
||||
|
|
@ -996,7 +918,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 12.10
|
||||
|
||||
Artikel 11.1, eerste lid, is niet van toepassing in de kalenderjaren 2011 en 2012, met uitzondering van hetgeen in dat artikel is bepaald ten aanzien van artikel 2.23, tweede lid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12.11
|
||||
|
||||
|
|
@ -1012,7 +934,7 @@ Artikel 11.1, eerste lid, is niet van toepassing in de kalenderjaren 2011 en 201
|
|||
|
||||
In afwijking van artikel III van de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht is de Algemene wet bestuursrecht zoals die geldt na inwerkingtreding van de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht van toepassing op alle betalingen op grond van de Wet tegemoetkomingen onderwijsbijdrage en schoolkosten.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.12*
|
||||
### Artikel 12.12a
|
||||
|
||||
Een aanvrager die per 1 januari 2010 aanspraak heeft op een verhoging van het kindgebonden budget als bedoeld in de Wet van 18 juni 2009 tot wijziging van de Wet op het kindgebonden budget, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de integratie van hoofdstuk 3 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten in de Wet op het kindgebonden budget (Stb. 331), kan voor het tijdvak tot 1 januari 2010 voor tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 3 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten zoals deze luidde voor de datum van inwerkingtreding van voormelde wet van 18 juni 2009, in aanmerking komen indien de scholier, deelnemer of deelnemer vavo op wie de aanvraag betrekking heeft, jonger is dan 18 jaren en is ingeschreven aan een school als bedoeld in paragraaf 2.2 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van voormelde wet van 18 juni 2009.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1032,7 +954,7 @@ Een aanvrager die per 1 januari 2010 aanspraak heeft op een verhoging van het k
|
|||
|
||||
### Artikel 12.15
|
||||
|
||||
Wijzigt deze wet.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 13. Wijzigingen in andere wetten
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue