From 09a4836269f2f10f652cf3273762f260cedc1ab9 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Jan 2010 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2010-01-01 | BWBR0006152 | Uitvoeringsbesluit WHW --- .../BWBR0006152/README.md | 70 ++++++------------- 1 file changed, 23 insertions(+), 47 deletions(-) diff --git a/amvb/uitvoeringsbesluit-whw/BWBR0006152/README.md b/amvb/uitvoeringsbesluit-whw/BWBR0006152/README.md index 6bdd3b93aeb..cf8d52f58f0 100644 --- a/amvb/uitvoeringsbesluit-whw/BWBR0006152/README.md +++ b/amvb/uitvoeringsbesluit-whw/BWBR0006152/README.md @@ -39,19 +39,18 @@ m. onderzoekdeel wo: het onderdeel van de landelijk beschikbare rijksbijdrage, b n. opleiding: een opleiding als bedoeld in artikel 7.3 van de wet; o. opleiding van eerste inschrijving: opleiding waarvoor een student het collegegeld, bedoeld in de artikelen 7.43 tot en met 7.44 van de wet, is verschuldigd en waarvoor geen vermindering of vrijstelling van het betalen van collegegeld op grond van artikel 7.48, derde of vierde lid, van de wet is verkregen; p. ongedeelde opleiding: een opleiding als bedoeld in artikel 18.15 van de wet; -q. persoon: een persoon die de Nederlandse nationaliteit bezit, een nationaliteit bezit van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, de Surinaamse nationaliteit bezit of een andere vreemdeling is die studiefinanciering geniet krachtens de Wet studiefinanciering 2000; +q. persoon: een student die behoort tot de groep van studerenden bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de Wet studiefinanciering 2000 of de Surinaamse nationaliteit bezit; r. student: een persoon die 1°. blijkens het CRIHO als student voor een opleiding van eerste inschrijving is ingeschreven, 2°. voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2.6, vierde lid, van de wet, en -3°. in Nederland, België, of een van de bondsstaten Noord-Rijnland-Westfalen, Nedersaksen of Bremen van de Bondsrepubliek Duitsland woont; +3°. in Nederland, België, Luxemburg, of een van de bondsstaten Noord-Rijnland-Westfalen, Nedersaksen of Bremen van de Bondsrepubliek Duitsland woont; s. peildatum: 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld; t. peilperiode: de periode van 1 oktober in het derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld, tot en met 30 september in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld; -u. peilperiode wo: de periode van 1 september in het derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld, tot en met 30 september in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld; -v. bekostigingsniveau: het bekostigingsniveau, bedoeld in bijlage 3 bij dit besluit; -w. graad: een blijkens het CRIHO verleende graad Bachelor of graad Master, bedoeld in artikel 7.10a, eerste of tweede lid, van de wet, die is verleend aan een persoon die op enig tijdstip tussen 1 oktober in het derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar en het moment van graadverlening in Nederland, België, of een van de bondsstaten Noord-Rijnland-Westfalen, Nedersaksen of Bremen van de Bondsrepubliek Duitsland woonde; -x. promotie: de promotie, bedoeld in artikel 7.18 van de wet; -y. academisch ziekenhuis: een academisch ziekenhuis als bedoeld in onderdeel i van de bijlage van de wet. +u. bekostigingsniveau: het bekostigingsniveau, bedoeld in bijlage 3 bij dit besluit; +v. graad: een blijkens het CRIHO verleende graad Bachelor of graad Master, bedoeld in artikel 7.10a, eerste of tweede lid, van de wet, die is verleend aan een persoon die op enig tijdstip tussen 1 oktober in het derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar en het moment van graadverlening in Nederland, België, of een van de bondsstaten Noord-Rijnland-Westfalen, Nedersaksen of Bremen van de Bondsrepubliek Duitsland woonde; +w. promotie: de promotie, bedoeld in artikel 7.18 van de wet; +x. academisch ziekenhuis: een academisch ziekenhuis als bedoeld in onderdeel i van de bijlage van de wet. ## Hoofdstuk 2. Bepalingen betreffende studenten @@ -245,7 +244,7 @@ e. binnen het onderdeel economie: **1.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een persoon die het afsluitend examen van een ongedeelde opleiding met goed gevolg heeft afgelegd gelijkgesteld met een persoon aan wie zowel de graad Bachelor als de graad Master is verleend. -**2.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een persoon aan wie de graad Master is verleend, die op enig moment in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de peilperiode wo als student voor een ongedeelde opleiding was ingeschreven en aan wie in die periode niet de graad Bachelor is verleend, gelijkgesteld met een persoon aan wie zowel de graad Bachelor als de graad Master is verleend. +**2.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een persoon aan wie de graad Master is verleend, die op enig moment in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de peilperiode als student voor een ongedeelde opleiding was ingeschreven en aan wie in die periode niet de graad Bachelor is verleend, gelijkgesteld met een persoon aan wie zowel de graad Bachelor als de graad Master is verleend. **3.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een persoon die het kandidaatsexamen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7.8a van de wet, zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde, met goed gevolg heeft afgelegd gelijkgesteld met een persoon aan wie de graad Bachelor is verleend. @@ -253,9 +252,9 @@ e. binnen het onderdeel economie: **5.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een hbo-opleiding, anders dan een voortgezette opleiding, een bachelor- of een masteropleiding, gelijkgesteld met een bacheloropleiding. Een persoon die het afsluitend examen van een dergelijke opleiding met goed gevolg heeft afgelegd, wordt gelijkgesteld met een persoon aan wie de graad Bachelor is verleend. -**6.** Voor de toepassing van artikel 4.8 wordt voor de universiteiten, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d, ten 1°, onder graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs verstaan: een graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs, die is verleend in de peilperiode wo of de daaraan voorafgaande periode van vijf jaar. +**6.** Voor de toepassing van artikel 4.8 wordt voor de universiteiten, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d, ten 1°, onder graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs verstaan: een graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs, die is verleend in de peilperiode of de daaraan voorafgaande periode van vijf jaar. -**7.** Voor de toepassing van de artikelen 4.9 en 4.20 wordt voor de universiteiten, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d, ten 1°, onder graad Bachelor verstaan: een graad Bachelor, die is verleend aan een persoon aan wie niet reeds in peilperiode wo of de daaraan voorafgaande periode van vijf jaar de graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs is verleend, en voor de overige universiteiten: een graad Bachelor, die is verleend aan een persoon aan wie niet reeds de graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs is verleend. +**7.** Voor de toepassing van de artikelen 4.9 en 4.20 wordt voor de universiteiten, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d, ten 1°, onder graad Bachelor verstaan: een graad Bachelor, die is verleend aan een persoon aan wie niet reeds in peilperiode of de daaraan voorafgaande periode van vijf jaar de graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs is verleend, en voor de overige universiteiten: een graad Bachelor, die is verleend aan een persoon aan wie niet reeds de graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs is verleend. **8.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk blijven inschrijvingen die hebben plaatsgevonden vóór 1 augustus 1991 en getuigschriften die zijn uitgereikt vóór 1 augustus 1991 buiten beschouwing. @@ -300,11 +299,11 @@ d. een deel ontwerp en ontwikkeling hbo. **1.** Het instellingsbestuur verstrekt uiterlijk 30 november in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar aan de Informatie Beheer Groep de ingevolge dit besluit voor de toepassing van afdeling 2 en artikel 4.20 noodzakelijke gegevens. -**2.** Indien de gegevens, bedoeld in het eerste lid, als gevolg van een buiten het instellingsbestuur liggende oorzaak niet correct zijn vastgesteld, heeft het instellingsbestuur tot 15 april voorafgaand aan het begrotingsjaar de gelegenheid de gegevens te corrigeren. +**2.** Het instellingsbestuur heeft tot 15 april voorafgaand aan het begrotingsjaar de gelegenheid de aangeleverde gegevens, bedoeld in het eerste lid, te corrigeren. -**3.** Gegevens die door het instellingsbestuur na 30 november in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar aan de Informatie Beheer Groep worden geleverd, worden niet tot de gegevens voor de bekostiging gerekend. +**3.** Gegevens die door het instellingsbestuur na 30 november in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar aan de Informatie Beheer Groep worden geleverd, worden niet tot de gegevens voor de bekostiging gerekend, tenzij deze als gevolg van een buiten het instellingsbestuur liggende oorzaak na 30 november zijn aangeleverd. -**4.** Het instellingsbestuur van een universiteit verstrekt uiterlijk 15 april voorafgaand aan het begrotingsjaar Onze minister een overzicht van het aantal promoties en ontwerperscertificaten, bedoeld in artikel 4.21. +**4.** Het instellingsbestuur van een universiteit verstrekt uiterlijk 15 april voorafgaand aan het begrotingsjaar Onze minister een overzicht van het aantal proefschriften en ontwerperscertificaten, bedoeld in artikel 4.21. **5.** Het instellingsbestuur van de Universiteit Maastricht verstrekt uiterlijk 15 april voorafgaand aan het begrotingsjaar Onze minister tevens een overzicht van de aantallen eerstejaars en van de aantallen graden, bedoeld in artikel 4.11. @@ -330,12 +329,7 @@ Een ministeriële regeling als bedoeld in de artikelen 4.6, 4.9, 4.10, 4.12, 4.1 **1.** Een door Onze minister te bepalen deel van het onderwijsdeel wo wordt over de universiteiten, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d ten 1° en ten 3°, verdeeld naar rato van de som van de aantallen te bekostigen eerstejaars per opleiding voor de desbetreffende universiteit. -**2.** - -Onder eerstejaars wordt verstaan: - -a. een student die op de peildatum is ingeschreven, die in de vijf kalenderjaren voorafgaand aan de peildatum niet op 1 oktober aan de desbetreffende instelling was ingeschreven als student en aan wie, indien hij voor een bacheloropleiding is ingeschreven, niet de graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs is verleend, of, -b. een student aan wie reeds de graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs is verleend, die op de peildatum is ingeschreven voor een masteropleiding en die in de vijf kalenderjaren voorafgaand aan de peildatum niet op 1 oktober aan de desbetreffende instelling was ingeschreven als student voor een masteropleiding. +**2.** Onder eerstejaars wordt verstaan een persoon die op enig moment in de peilperiode als student voor een bachelor- of masteropleiding is ingeschreven en die in de periode van vijf jaar voorafgaande aan de peilperiode op geen enkel moment bij de desbetreffende instelling als student voor een bachelor- respectievelijk masteropleiding was ingeschreven. Studenten aan wie de graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs is verleend, blijven bij de vaststelling van het aantal eerstejaars voor een bacheloropleiding buiten beschouwing. **3.** Het aantal te bekostigen eerstejaars van een opleiding is gelijk aan het product van het aantal eerstejaars en de factor behorend bij het bekostigingsniveau van de desbetreffende opleiding. @@ -349,7 +343,7 @@ c. voor opleidingen met een topbekostigingsniveau 1,5. ### Artikel 4.9 -**1.** Een door Onze minister te bepalen deel van het onderwijsdeel wo wordt over de universiteiten verdeeld op basis van de aantallen graden per opleiding die in de peilperiode wo door een universiteit zijn verleend. +**1.** Een door Onze minister te bepalen deel van het onderwijsdeel wo wordt over de universiteiten verdeeld op basis van de aantallen graden per opleiding die in de peilperiode door een universiteit zijn verleend. **2.** Het aantal te bekostigen graden in een opleiding is gelijk aan het product van het aantal graden, verleend in die opleiding en de factor behorend bij het bekostigingsniveau van de desbetreffende opleiding. @@ -447,7 +441,7 @@ c. voor een afgestudeerde of uitvaller die op de eerste dag van de peilperiode a Tot de afgestudeerden, bedoeld in artikel 4.14, worden niet gerekend de personen: -a. van wie het aantal inschrijvingsjaren kleiner is dan 2,25 vermenigvuldigd met het quotiënt van de studielast van de opleiding en 240, of +a. van wie het aantal inschrijvingsjaren kleiner is dan drie, of b. aan wie de desbetreffende hogeschool vóór de peilperiode een graad heeft verleend. **3.** @@ -497,7 +491,7 @@ b. het voor de desbetreffende hogeschool bij ministeriële regeling vastgestelde ### Artikel 4.20 -**1.** Een door Onze minister te bepalen deel van het onderzoekdeel wo wordt over de universiteiten verdeeld op basis van de aantallen graden per opleiding die in de peilperiode wo door een universiteit zijn verleend. +**1.** Een door Onze minister te bepalen deel van het onderzoekdeel wo wordt over de universiteiten verdeeld op basis van de aantallen graden per opleiding die in de peilperiode door een universiteit zijn verleend. **2.** Het aantal te bekostigen graden in een opleiding is gelijk aan het product van het aantal graden, verleend in die opleiding, de factor 2 voor zover het een graad Master betreft, en de factor, behorend bij het bekostigingsniveau van de desbetreffende opleiding. @@ -517,9 +511,9 @@ c. voor een topbekostigingsniveau: 3. ### Artikel 4.21 -**1.** Uit het onderzoekdeel wo ontvangt een universiteit ter promotie die heeft plaatsgevonden in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, een bedrag van € 90.000. +**1.** Uit het onderzoekdeel wo ontvangt een universiteit per proefschrift leidend tot een promotie in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag. -**2.** Uit het onderzoekdeel wo ontvangt een universiteit per ontwerperscertificaat dat is uitgereikt in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, een bedrag van € 75.000. +**2.** Uit het onderzoekdeel wo ontvangt een universiteit per ontwerperscertificaat dat is uitgereikt in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag. **3.** Onder ontwerperscertificaat wordt verstaan een getuigschrift, uitgereikt aan een technologisch ontwerper na het met goed gevolg afronden van onderwijs als bedoeld in bijlage 7 bij dit besluit. @@ -597,7 +591,7 @@ Van het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek dat na toepassing a. 7,5 procent gelijkelijk verdeeld over de universiteiten waaraan een academisch ziekenhuis is verbonden, b. 3,5 procent verdeeld naar rato van het aantal eerstejaars, bedoeld in artikel 4.8, tweede lid, aan de opleidingen geneeskunde, geneeskunde, klinisch onderzoeker en arts, klinisch onderzoeker van de universiteit, -c. 14 procent verdeeld naar rato van het aantal door de universiteit in de peilperiode wo verleende graden Master voor de opleidingen geneeskunde, geneeskunde, klinisch onderzoeker en arts, klinisch onderzoeker, +c. 14 procent verdeeld naar rato van het aantal door de universiteit in de peilperiode verleende graden Master voor de opleidingen geneeskunde, geneeskunde, klinisch onderzoeker en arts, klinisch onderzoeker, d. een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag toegevoegd aan de rijksbijdrage van de desbetreffende universiteit. **2.** Het deel van het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek dat na toepassing van de artikelen 4.25 en 4.26 en het eerste lid resteert, wordt verdeeld volgens de percentages, genoemd in bijlage 13 bij dit besluit. @@ -616,11 +610,7 @@ Vervallen ### Artikel 5.3 -**1.** In het begrotingsjaar 2008 wordt in hoofdstuk 4 onder «verleende graad» verstaan: een uitgereikt getuigschrift voor het met goed gevolg afleggen van het afsluitend examen van een opleiding. - -**2.** In het begrotingsjaar 2009 wordt in de artikelen 4.9, 4.20 en 4.27 onder «verleende graden» mede verstaan: de graden die zijn verleend vóór 1 september 2006, waarvoor op 1 september 2006 het getuigschrift nog niet was uitgereikt. - -**3.** In het begrotingsjaar 2009 wordt in de artikelen 4.14 en 4.17 onder «personen aan wie een graad is verleend» mede verstaan: de personen aan wie vóór 1 oktober 2006 een graad is verleend, waarvoor op 1 oktober 2006 het getuigschrift nog niet was uitgereikt. +Vervallen ### Artikel 5.4 @@ -628,25 +618,11 @@ Vervallen ### Artikel 5.5 -**1.** In afwijking van artikel 4.27, eerste lid, onderdeel b, wordt in dat artikel in het begrotingsjaar 2008 verstaan onder aantal eerstejaars: het gemiddelde van de aantallen eerstejaars in 2005 en 2006. - -**2.** In afwijking van artikel 4.27, eerste lid, onderdeel c, wordt in het begrotingsjaar 2008 5,25 procent van het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek dat na toepassing van de artikelen 4.25 en 4.26 resteert verdeeld over de universiteiten naar rato van het gemiddelde aantal door de universiteit in de studiejaren 2003–2004, 2004–2005 en 2005–2006 verleende graden Master voor de opleiding geneeskunde. - -**3.** In afwijking van artikel 4.27, eerste lid, onderdeel c, wordt in het begrotingsjaar 2008 8,75 procent van het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek dat na toepassing van de artikelen 4.25 en 4.26 resteert verdeeld over de universiteiten naar rato van het gemiddelde aantal promoties in de jaren 2004, 2005 en 2006 in het wetenschapsgebied geneeskunde. - -**4.** - -In afwijking van artikel 5.25, eerste lid, wordt in dat artikel in het begrotingsjaar 2009 verstaan onder - -a. aantal eerstejaars: de som van de helft van het aantal eerstejaars in 2006 en het aantal eerstejaars in 2007, -b. aantal verleende graden Master: de som van 1/3 van het aantal in het studiejaar 2004–2005 verleende graden Master, 2/3 van het aantal in het studiejaar 2005–2006 verleende graden Master en het aantal in de peilperiode wo verleende graden Master. +Vervallen ### Artikel 5.6 -Onverminderd artikel 4.15, tweede lid, worden in dat artikel in het begrotingsjaar 2009 niet tot de uitvallers gerekend, de personen die op de eerste dag van de peilperiode als student waren ingeschreven en: - -a. niet de Nederlandse nationaliteit, de Surinaamse nationaliteit of de nationaliteit van een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte bezitten, en -b. geen studiefinanciering genieten krachtens de Wet studiefinanciering 2000. +Vervallen ## Hoofdstuk 6. Bepalingen over personeel @@ -708,7 +684,7 @@ Indien bij de opleidingen niet expliciet is aangegeven dat het bachelor- of mast ## Bijlage 5. , behorend bij -De door een hogeschool aangeboden opleidingen die behoren tot dezelfde hoofdgroep, die een gelijke studielast hebben, en die de deeltijdse dan wel een niet-deeltijdse vorm hebben, vormen een groep. +De door een hogeschool aangeboden opleidingen die behoren tot dezelfde hoofdgroep en die de deeltijdse dan wel een niet-deeltijdse vorm hebben, vormen een groep. ## Bijlage 6. , behorend bij