2024-08-01 | BWBR0013800 | Wet op het onderwijstoezicht
This commit is contained in:
parent
4ecdf2488d
commit
09c0a58963
1 changed files with 6 additions and 6 deletions
|
|
@ -36,13 +36,13 @@ d. onderwijswet:
|
|||
– Wet primair onderwijs BES
|
||||
– Wet educatie en beroepsonderwijs BES, of
|
||||
– Wet sociale kanstrajecten jongeren BES
|
||||
e. onderwijs: bij of krachtens een onderwijswet geregeld onderwijs, waaronder mede worden begrepen werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 174, eerste lid, en 176, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, 154, eerste lid, en 155, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, en 7.29, eerste lid, en 7.32, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020,
|
||||
e. onderwijs: bij of krachtens een onderwijswet geregeld onderwijs, waaronder mede worden begrepen werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 174, eerste lid, en 176, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, 154, eerste lid, en 156, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, en 7.29, eerste lid, en 7.32, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020,
|
||||
f. voorschoolse educatie: voorschoolse educatie als bedoeld in de artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang,
|
||||
g. instelling: school, instelling of exameninstelling in de zin van een onderwijswet, daaronder begrepen een niet bekostigde instelling,
|
||||
h instelling voor hoger onderwijs: een instelling als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek,
|
||||
i. samenwerkingsverband: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020,
|
||||
ia. Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven: de rechtspersoon, bedoeld in 1.5.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
|
||||
j. regionaal expertisecentrum: regionaal expertisecentrum als bedoeld in artikel 28b van de Wet op de expertisecentra, waaronder begrepen de commissie voor de indicatiestelling die door het regionaal expertisecentrum in stand wordt gehouden,
|
||||
j. vervallen,
|
||||
k. bestuur: bevoegd gezag in de zin van een onderwijswet, met dien verstande dat waar het de Leerplichtwet 1969 of de Leerplichtwet BES betreft hieronder wordt verstaan het hoofd van de school of instelling, en met dien verstande dat waar het het toezicht op de uitoefening van de taken van het samenwerkingsverband betreft hieronder wordt verstaan het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 18a, vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 2.47, vijfde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020,
|
||||
l. onderwijsdeelnemer: leerling, deelnemer, vavo-student, mbo-student, ho-student of extraneus als bedoeld in een onderwijswet,
|
||||
l1. mbo-student: student als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
|
||||
|
|
@ -236,7 +236,7 @@ Binnen een maand na aanvang van de bekostiging van een instelling, bedoeld in ar
|
|||
|
||||
a. het schoolplan, bedoeld in artikel 12 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 15 van de Wet primair onderwijs BES, artikel 21 van de Wet op de expertisecentra en artikel 2.88 van de Wet voortgezet onderwijs 2020,
|
||||
b. de bekwaamheid van degenen die onderwijs geven, bedoeld in artikel 3 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 3 van de Wet primair onderwijs BES, artikel 3 van de Wet op de expertisecentra en artikel 7.11 van de Wet voortgezet onderwijs 2020,
|
||||
c. het voldoen aan de voorschriften omtrent onderwijstijd die gelden op grond van de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs, en
|
||||
c. het voldoen aan de voorschriften omtrent onderwijstijd die gelden op grond van de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra en de Wet voortgezet onderwijs 2020, en
|
||||
d. het voldoen aan de voorschriften omtrent de scheiding van toezicht en bestuur, de inrichting en de inhoud van het intern toezicht die gelden op grond van de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra en de Wet voortgezet onderwijs 2020.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
|
@ -282,11 +282,11 @@ b. de inspectie onvolkomenheden constateert in de naleving van het eerste lid.
|
|||
|
||||
### Artikel 13a
|
||||
|
||||
Indien de inspectie oordeelt dat de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is, als bedoeld in artikel 10a, eerste of vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 19a van de Wet op de expertisecentra en artikel 23a1, eerste of vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, informeert zij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de betreffende instelling gelegen is.
|
||||
Indien de inspectie oordeelt dat de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is, als bedoeld in artikel 10a, eerste of vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 19a van de Wet op de expertisecentra en artikel 2.94, eerste of derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, informeert zij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de betreffende instelling gelegen is.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** Indien de inspectie oordeelt dat de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is, als bedoeld in artikel 10a, eerste of vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 19a van de Wet op de expertisecentra en artikel 2.94, eerste of derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 dan wel de instelling tekortschiet in de naleving van andere wettelijke voorschriften, informeert zij Onze Minister en kan zij voorstellen doen over te treffen maatregelen.
|
||||
**1.** Indien de inspectie oordeelt dat de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is, als bedoeld in artikel 10a, eerste of vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 19a van de Wet op de expertisecentra, artikel 2.94, eerste of derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of artikel 6.1.4b van de Wet educatie en beroepsonderwijs dan wel de instelling tekortschiet in de naleving van andere wettelijke voorschriften, informeert zij Onze Minister en kan zij voorstellen doen over te treffen maatregelen.
|
||||
|
||||
**2.** De inspectie informeert Onze Minister indien de leerresultaten ernstig en langdurig tekortschieten als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs of artikel 2.94, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, en uit het onderzoek naar de kwaliteitsverbeteringen, bedoeld in artikel 11, vierde lid, blijkt dat na één jaar sprake is van onvoldoende verbeteringen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -435,7 +435,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** De inspectie legt haar oordelen en bevindingen naar aanleiding van een onderzoek als bedoeld in artikel 11, dan wel artikel 12a, vast in een inspectierapport. In het inspectierapport wordt onderscheid aangebracht tussen oordelen op grond van de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, bedoelde taak en bevindingen op grond van de in artikel, eerste lid, onderdeel b, bedoelde taak.
|
||||
**1.** De inspectie legt haar oordelen en bevindingen naar aanleiding van een onderzoek als bedoeld in artikel 11, dan wel artikel 12a, vast in een inspectierapport. In het inspectierapport wordt onderscheid aangebracht tussen oordelen op grond van de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, bedoelde taak en bevindingen op grond van de in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, bedoelde taak.
|
||||
|
||||
**2.** De inspectie vermeldt ten aanzien van de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, bedoelde taak, op welke bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften haar oordeel betrekking heeft. Indien de inspectie oordeelt dat een bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschrift niet is nageleefd, vermeldt zij dit in het rapport.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue