2011-02-01 | BWBR0003482 | Algemeen militair ambtenarenreglement
This commit is contained in:
parent
9818b0a454
commit
09d2ead09c
1 changed files with 519 additions and 244 deletions
|
|
@ -16,7 +16,7 @@ citeertitel: Algemeen militair ambtenarenreglement
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
|
||||
In dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. *Onze Minister*
|
||||
|
||||
|
|
@ -31,7 +31,7 @@ c. *militair in werkelijke dienst* – tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald
|
|||
d. *officiersrang*
|
||||
|
||||
de rang van luitenant ter zee der 3^e klasse of van tweede-luitenant of een hogere rang;
|
||||
e. krijgsmachtdeel:
|
||||
e. *operationeel commando:*
|
||||
|
||||
de Koninklijke marine, de Koninklijke landmacht, de Koninklijke luchtmacht en de Koninklijke marechaussee;
|
||||
f. *militaire inkomsten*
|
||||
|
|
@ -52,12 +52,39 @@ i. *hoofd defensieonderdeel*
|
|||
j. *de commandant*
|
||||
|
||||
een bij ministeriële regeling aan te wijzen functionaris;
|
||||
k. doorstroombesluit:
|
||||
k. *doorstroombesluit*:
|
||||
|
||||
een besluit waarmee de militair wordt medegedeeld dat de loopbaan bij Defensie al dan niet wordt voortgezet;
|
||||
l. fase één: de periode waarin de aan de aanstelling verbonden verplichting als bedoeld in artikel 12k, eerste en tweede lid, van de Militaire ambtenarenwet 1931, juncto artikel 7 van dit besluit, van toepassing is;
|
||||
m. fase twee: de periode van de datum waarop fase één eindigt tot en met de datum waarop het doorstroombesluit in werking treedt, respectievelijk de periode na inwerkingtreding van een doorstroombesluit indien hierin wordt bepaald dat de loopbaan bij Defensie niet wordt voortgezet;
|
||||
n. fase drie: de periode na inwerkingtreding van een doorstroombesluit waarin wordt bepaald dat de loopbaan bij Defensie wordt voortgezet.
|
||||
een besluit, als bedoeld in artikel 31, waarmee de militair wordt medegedeeld dat de loopbaan bij Defensie al dan niet wordt voortgezet;
|
||||
l. *fase één:*
|
||||
|
||||
de periode waarin de aan de aanstelling verbonden verplichting als bedoeld in artikel 12k, eerste en tweede lid, van de Militaire ambtenarenwet 1931, juncto artikel 7 van dit besluit, van toepassing is;
|
||||
m. *fase twee: *
|
||||
|
||||
de periode van de datum waarop fase één eindigt tot en met de datum waarop het doorstroombesluit in werking treedt, respectievelijk de periode na inwerkingtreding van een doorstroombesluit indien hierin wordt bepaald dat de loopbaan bij Defensie niet wordt voortgezet;
|
||||
n. *fase drie: *
|
||||
|
||||
de periode na inwerkingtreding van een doorstroombesluit waarin wordt bepaald dat de loopbaan bij Defensie wordt voortgezet;
|
||||
o. *effectieve rang:*
|
||||
|
||||
het bekleden van een rang anders dan titulair of tijdelijk;
|
||||
p. *onderofficier:*
|
||||
|
||||
de militair ingedeeld bij de Koninklijke marine met de rang van korporaal, sergeant, sergeant-majoor of adjudant-onderofficier, de militair ingedeeld bij de Koninklijke landmacht, luchtmacht en marechaussee met de rang van sergeant, sergeant der eerste klasse, wachtmeester, wachtmeester der eerste klasse, sergeant-majoor, opperwachtmeester of adjudant-onderofficier;
|
||||
q. *maximum looptijd:*
|
||||
|
||||
het aantal jaren dat een militair maximaal in een bepaalde rang of stand mag doorbrengen;
|
||||
r. *functie:*
|
||||
|
||||
een samenstel van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden.
|
||||
s. *functietoewijzing:*
|
||||
|
||||
de aanwijzing van een militair voor het vervullen van een functie;
|
||||
t. *rang:*
|
||||
|
||||
een militaire rang en stand of klasse, voor zover niet titulair toegekend;
|
||||
u. *functionele chef:*
|
||||
|
||||
de functionaris onder wiens directe toezicht en rechtstreekse leiding de toegewezen functie wordt vervuld, dan wel die als zodanig door het hoofd defensieonderdeel is aangewezen.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit besluit wordt mede begrepen onder «rang», «stand» of «klasse»: de bij het koninklijk besluit van 20 juni 1956 (Stb. 361) met die rang, stand of klasse gelijkgestelde rang, stand of klasse.
|
||||
|
||||
|
|
@ -99,7 +126,7 @@ De commandant draagt er zorg voor dat een of meer exemplaren van dit besluit en
|
|||
|
||||
### Artikel 3a
|
||||
|
||||
De bevoegdheid tot het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in de hoofdstukken 7, 8, 10, 11 en 12 kan door Onze Minister worden gemandateerd aan de hoofddirecteur personeel van het ministerie van Defensie.
|
||||
De bevoegdheid tot het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in de hoofdstukken 2 tot en met 12 kan door Onze Minister worden gemandateerd aan de hoofddirecteur personeel van het Ministerie van Defensie.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Aanstelling
|
||||
|
||||
|
|
@ -122,7 +149,7 @@ b. bij het reservepersoneel.
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De commandant operationeel commando maakt bij de werving bekend en verschaft informatie over:
|
||||
De Onze Minister maakt bij de werving bekend en verschaft informatie over:
|
||||
|
||||
a. de voorwaarden voor aanstelling als bedoeld in artikel 5;
|
||||
b. de uiterlijke datum van inzending van de sollicitatieformulieren;
|
||||
|
|
@ -130,7 +157,7 @@ c. bijzondere selectie-onderzoeken;
|
|||
d. de arbeidsvoorwaarden;
|
||||
e. de inhoud van de opleiding;
|
||||
f. de inhoud van de in de regel te vervullen functies;
|
||||
g. de informatie verschaffende instanties.
|
||||
g. de loopbaanmogelijkheden die de militair heeft.
|
||||
|
||||
**2.** Tijdens de selectie worden de gestelde voorwaarden, bedoeld in het eerste lid onder a, niet ten nadele van de gegadigde gewijzigd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -185,7 +212,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.** Aan een aanstelling bij het beroepspersoneel is de verplichting verbonden deel uit te maken van het beroepspersoneel gedurende de initiële opleiding en aansluitend een periode van vier jaar.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kan voor specifieke categorieën personeel worden bepaald, dat de duur van de in het eerste lid bedoelde verplichting wordt verminderd, met dien verstande dat de verplichting de duur van de initiële opleiding en aansluitend minimaal twee jaar bedraagt.
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kan voor specifieke categorieën personeel worden bepaald dat de duur van de in het eerste lid genoemde verplichting wordt verminderd.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
|
|
@ -193,7 +220,9 @@ Aan de militair wordt door het op grond van artikel 4 bevoegde gezag bij aanstel
|
|||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
Aan een aanstelling kan door het op grond van artikel 4 bevoegde gezag een proeftijd van ten hoogste twaalf kalendermaanden worden verbonden.
|
||||
**1.** Aan een aanstelling is een proeftijd van zes kalendermaanden verbonden.
|
||||
|
||||
**2.** Wanneer sprake is van een hernieuwde aanstelling van een gewezen militair, kan door Onze Minister worden afgeweken van het eerste lid, waarbij de proeftijd maximaal drie kalender maanden bedraagt.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
|
|
@ -212,7 +241,7 @@ Aan de militair, aangesteld bij het beroepspersoneel, wordt bij aanstelling inzi
|
|||
Aan de militair wordt zo spoedig mogelijk na aanstelling een akte van aanstelling uitgereikt. Deze moet in ieder geval inhouden:
|
||||
|
||||
a. naam en voornamen, alsmede de plaats en datum van geboorte van de militair;
|
||||
b. het krijgsmachtdeel waarbij de militair wordt ingedeeld;
|
||||
b. het operationeel commando waarbij de militair wordt ingedeeld;
|
||||
c. de categorie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, waartoe de militair behoort;
|
||||
d. de rang of stand en klasse die de militair is toegekend;
|
||||
e. de functie dan wel groepen van functies waarvoor de militair is bestemd;
|
||||
|
|
@ -221,189 +250,250 @@ g. de aan de aanstelling verbonden verplichting.
|
|||
|
||||
### Artikel 12a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Opleiding
|
||||
De militair kan door Onze Minister worden bestemd voor een andere functie of groep van functies dan waarvoor hij tot dan toe was bestemd:
|
||||
|
||||
a. op zijn aanvraag, binnen het operationeel commando waarbij hij is ingedeeld;
|
||||
b. op zijn aanvraag, bij een ander operationeel commando, waarbij ook indeling bij dat operationeel commando kan plaatsvinden;
|
||||
c. bij gebleken noodzaak en met de instemming van de militair in het belang van de dienst binnen het operationeel commando waar hij is ingedeeld;
|
||||
d. bij gebleken noodzaak en met de instemming van de militair in het belang van de dienst bij een ander operationeel commando, waarbij ook indeling bij dat operationeel commando kan plaatsvinden.
|
||||
|
||||
**2.** Bij toepassing van het eerste lid wordt gewijzigd hetgeen ingevolge artikel 12, onderdelen b en e en in voorkomend geval onderdeel g, in de aanstellingsbeschikking is opgenomen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Opleiding, functietoewijzing en bevordering alsmede functie- en loopbaanbegeleiding
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Opleidingen
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** De militair wordt door de commandant operationeel commando bij aanstelling in beginsel aangewezen voor het volgen van een initiële opleiding. Deze opleiding is ten minste gericht op het verkrijgen van de benodigde kennis en vaardigheid voor de eerste functie(s) waarvoor hij is bestemd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Aan de aanwijzing voor een initiële opleiding is de verplichting verbonden tot gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de kosten van de opleiding, indien de militair na het verstrijken van de voor hem geldende proeftijd:
|
||||
|
||||
a. wordt ontheven van de opleiding;
|
||||
b. voordat de tijd, bedoeld in de eerste volzin van het eerste of tweede lid van artikel 7 is verstreken, wordt ontheven van de functie waarvoor hij is opgeleid dan wel uit de dienst wordt ontslagen.
|
||||
|
||||
**3.** Onder de kosten van de opleiding vallen niet de tijdens de opleiding genoten militaire inkomsten. De commandant operationeel commando kan ten aanzien van bepaalde opleidingen, gelet op de aard en duur daarvan, voor wat betreft de bezoldiging anders bepalen; in deze gevallen is artikel 14, vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Bij de berekening van het terug te betalen bedrag wordt uitgegaan van een evenwichtige verdeling van risico´s tussen werkgever en werknemer.
|
||||
|
||||
**5.** Het bedrag van de terugbetalingsverplichting wordt naar evenredigheid verminderd naarmate de termijn als bedoeld in artikel 7 is verstreken.
|
||||
|
||||
**6.** De militair die is aangewezen voor het volgen van een initiële opleiding, kan daarvan door de commandant operationeel commando worden ontheven, indien hij niet voldoet aan de bij de opleiding gestelde eisen of indien ontheffing in het belang van de dienst of van de militair om andere redenen noodzakelijk is.
|
||||
|
||||
**7.** De commandant operationeel commando kan, indien de billijkheid dit vordert, een militair op wie een verplichting rust als bedoeld in het tweede lid geheel of gedeeltelijk van die verplichting ontheffen.
|
||||
De militair wordt door Onze Minister bij aanstelling in beginsel aangewezen voor het volgen van een initiële opleiding. Deze opleiding is ten minste gericht op het verkrijgen van de benodigde kennis en vaardigheid voor de eerste functie(s) waarvoor hij is bestemd.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** De militair kan, al dan niet op eigen aanvraag, door het hoofd defensieonderdeel worden aangewezen voor het volgen van een opleiding om de benodigde kennis en vaardigheid te behouden voor de vervulling van zijn functie, dan wel te verkrijgen voor de vervulling van functies binnen de groepen van functies waarvoor hij is bestemd. Hij wordt tijdig in de gelegenheid gesteld tot het volgen van die opleiding.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Aan de aanwijzing op aanvraag voor het volgen van een bijscholingsopleiding kan de verplichting worden verbonden dat de militair nog gedurende een door het hoofd defensieonderdeel te bepalen tijd deel zal blijven uitmaken van het beroepspersoneel, met dien verstande dat, behoudens in bij ministeriële regeling te bepalen gevallen, de termijn ten hoogste 5 jaren bedraagt.
|
||||
De militair wordt voor het verkrijgen van benodigde kennis en vaardigheden door Onze Minister aangewezen voor:
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
a. een opleiding benodigd voor de vervulling van zijn huidige functie of voor een vervolgfunctie die past binnen de groep van functies waarbinnen hij zijn loopbaan vervult;
|
||||
b. een opleiding benodigd voor de vervulling van functies in een andere groep van functies dan waarvoor hij is bestemd.
|
||||
|
||||
Het hoofd defensieonderdeel kan de aanwijzing op aanvraag voor het volgen van een bijscholingsopleiding, afhankelijk van de aard of de duur van de opleiding, de verplichting verbinden tot gehele of gedeeltelijke terugbetaling van hetgeen voor rekening van het rijk aan of ten behoeve van de militair tijdens of in verband met de opleiding is betaald, indien de militair:
|
||||
|
||||
a. wordt ontheven van de opleiding;
|
||||
b. voordat aan de in het tweede lid bedoelde verplichting is voldaan, wordt ontheven van de functie waarvoor hij is opgeleid, dan wel uit de dienst wordt ontslagen.
|
||||
|
||||
Het bedrag van de terugbetalingsverplichting wordt naar evenredigheid verminderd naarmate de termijn als bedoeld in het tweede lid is verstreken. Het vierde lid van artikel 13 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Op de volgens het derde lid vastgestelde terugbetalingsverplichting wordt, gerelateerd aan het aantal maanden dat de opleiding is gevolgd, in mindering gebracht het minimumloon, vastgesteld naar analogie van hetgeen bij en krachtens de Wet minimumloon en minimum-vakantiebijslag is bepaald.
|
||||
|
||||
**5.** Het hoofd defensieonderdeel kent de militair een vergoeding toe voor de aan een bijscholingsopleiding verbonden noodzakelijke en te zijnen laste komende kosten.
|
||||
|
||||
**6.** De militair die is aangewezen voor het volgen van een bijscholingsopleiding, kan daarvan door het hoofd defensieonderdeel worden ontheven, indien hij niet voldoet aan de bij de opleiding gestelde eisen of indien ontheffing in het belang van de dienst of van de militair om andere redenen noodzakelijk is.
|
||||
|
||||
**7.** Het hoofd defensieonderdeel kan, indien de billijkheid dit vordert, een militair op wie een verplichting rust als bedoeld in het tweede of derde lid geheel of gedeeltelijk van die verplichting ontheffen.
|
||||
**2.** Onze Minister vergoedt de aan een functieopleiding verbonden kosten.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** De militair kan, al dan niet op eigen aanvraag – in voorkomend geval bij toepassing van artikel 20, dan wel artikel 43, eerste lid – door de commandant operationeel commando worden aangewezen voor het volgen van een opleiding ter verkrijging van de benodigde kennis en vaardigheid voor de vervulling van functies binnen andere groepen van functies dan waarvoor hij tot dan toe was bestemd.
|
||||
**1.** De militair kan met inachtneming van artikel 28a door Onze Minister worden aangewezen voor een opleiding gericht op het verwerven van kennis en vaardigheden die nodig zijn voor het vervullen van functies waaraan een hogere rang is verbonden dan de militair bekleedt.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 14, tweede tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Onze Minister vergoedt de aan een loopbaanopleiding verbonden kosten.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** De militair wordt op zijn aanvraag door Onze Minister aangewezen voor een opleiding die ziet op zijn persoonlijke ontwikkeling ten behoeve van de verbreding van zijn loopbaanmogelijkheden binnen Defensie. De aanvraag gaat vergezeld van een advies van de loopbaanbegeleider.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
**2.** Onze Minister vergoedt de aan een opleiding in het kader van de persoonlijke ontwikkeling verbonden noodzakelijke kosten, die voor rekening van de militair komen.
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**3.** Wanneer de opleiding dan wel de noodzakelijke voorbereiding daarop plaatsvindt tijdens de arbeidstijd van de militair, wordt hij door Onze Minister hiervoor vrijgesteld van arbeid. Indien zwaarwegende redenen van dienstbelang dit noodzakelijk maken, kan de vrijstelling van arbeid door Onze Minister tijdelijk worden opgeheven.
|
||||
|
||||
### Artikel 17a
|
||||
### Artikel 16a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** De militair kan een aanvraag indienen bij Onze Minister om te worden aangewezen voor een opleiding, gericht op een loopbaan buiten het ministerie van Defensie. De aanvraag gaat vergezeld van een advies van de loopbaanbegeleider of, wanneer sprake is van een extern bemiddelingstraject, als bedoeld in artikel 31a, van een advies van het Dienstencentrum externe bemiddeling defensiepersoneel.
|
||||
|
||||
### Artikel 17b
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
**1.** De militair in fase drie die, zonder daarvoor ingevolge de overige bepalingen van dit hoofdstuk te zijn aangewezen, voor eigen rekening een studie of opleiding volgt of heeft voltooid die naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel mede dan wel volledig in het belang van de dienst is, kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming van respectievelijk 50% of 100% in gemaakte studie- en opleidingskosten.
|
||||
Bij een besluit van Onze Minister tot aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, wordt rekening gehouden met:
|
||||
|
||||
**2.** De in het kader van de opleiding noodzakelijk gemaakte excursie-, reis- en verblijfkosten komen in aanmerking voor een tegemoetkoming van 50%, in geval van een studie of opleiding mede in het belang van de dienst, dan wel 100% in geval van een studie of opleiding volledig in het belang van de dienst, berekend op de voet van de bepalingen van het Besluit dienstreizen defensie.
|
||||
a. het bij de aanvraag gevoegde advies van de loopbaanbegeleider of van het Dienstencentrum externe bemiddeling defensiepersoneel;
|
||||
b. de beroepswensen van de militair;
|
||||
c. de arbeidsmarkt relevantie van de gewenste opleiding en de verhouding tot het werkervarings- en opleidingsniveau van de militair.
|
||||
|
||||
**3.** Het hoofd defensieonderdeel kan, bij een studie of opleiding mede in het belang van de dienst, in bijzondere gevallen bepalen dat de excursie- en verblijfkosten in aanmerking komen voor een tegemoetkoming van maximaal 75% en de reiskosten in aanmerking komen voor een tegemoetkoming van maximaal 100%.
|
||||
**3.** Wanneer de opleiding is gericht op het voortzetten van de loopbaan buiten Defensie binnen het functiegebied, waarin de militair bij Defensie werkzaam is, en op een vergelijkbaar werkniveau worden de kosten voor de opleiding volledig vergoed.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
**4.** Wanneer de opleiding is gericht op het voortzetten van de loopbaan buiten Defensie buiten het functiegebied, waarin de militair bij Defensie werkzaam is, dan wel op een hoger werkniveau worden de kosten voor de opleiding vergoed tot bij ministeriële regeling vast te stellen maximum bedragen.
|
||||
|
||||
Tenzij het hoofd defensieonderdeel om redenen van billijkheid anders bepaalt, is de militair verplicht tot terugbetaling van 50% van de aan hem verleende tegemoetkoming van 100% als bedoeld in het eerste en tweede lid in geval:
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
a. hem – zonder de aanduiding eervol – ontslag wordt verleend voordat de studie of opleiding met goed gevolg is afgesloten;
|
||||
b. is vastgesteld dat de studie of opleiding niet met goed gevolg is afgesloten op grond van omstandigheden die aan hem te wijten zijn.
|
||||
Wanneer de opleiding niet kan worden afgerond voordat ontslag plaatsvindt op grond van artikel 39, tweede lid, onder i, kan, in voorkomend geval in afwijking van artikel 29a tot en met 29c, de ingangsdatum van het ontslag door Onze Minister met instemming van de militair worden opgeschort tot:
|
||||
|
||||
**5.** Aan de militair worden geen werkzaamheden of diensten opgedragen op de dag waarop de militair tentamens of examens aflegt of op de dag die daaraan voorafgaat, tenzij het dienstbelang zulks naar het oordeel van de commandant onvermijdelijk maakt.
|
||||
a. de opleiding is afgerond, wanneer sprake is van een opleiding, als bedoeld in het derde lid;
|
||||
b. uiterlijk twaalf maanden na de oorspronkelijke ontslagdatum, wanneer sprake is van een opleiding, als bedoeld in het vierde lid.
|
||||
|
||||
**6.** De commandant kan met het oog op de voortgang van de studie of opleiding in aanvulling op het vijfde lid bepaalde verloffaciliteiten verlenen.
|
||||
**6.** Wanneer bemiddeling van de militair op basis van artikel 31a van dit besluit binnen het functiegebied en op een vergelijkbaar werkniveau, waarin de militair bij Defensie werkzaam is, niet mogelijk is, en de militair aangeeft een opleiding, als bedoeld in het vierde lid, te willen volgen, zijn het derde en vijfde lid, onder a, van overeenkomstige toepassing zijn op deze opleiding.
|
||||
|
||||
### Artikel 17c
|
||||
**7.** Met instemming van de militair kan door Onze Minister worden afgeweken van het vierde en vijfde lid, onder b, waar het gaat om maximale duur van de voortzetting van het dienstverband met het oog op de afronding van de opleiding en daarmee samenhangende vergoeding van de kosten.
|
||||
|
||||
**1.** De militair in fase drie die, zonder daarvoor ingevolge de overige bepalingen van dit hoofdstuk te zijn aangewezen, voor eigen rekening een studie of opleiding volgt of heeft voltooid die naar het oordeel van de commandant operationeel commando in het belang van de bevordering van de externe werkzekerheid van de militair is, kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming van 100% in gemaakte studie- en opleidingskosten. De militair komt alleen voor tegemoetkoming in aanmerking als de studie of opleiding is gericht op het wegnemen van opgelopen lacunes in de (beroeps)opleiding of het slechten van scholingsachterstand voor de arbeidsmarkt en niet indien zij louter is gericht op positieverbetering.
|
||||
**8.** Wanneer de opleiding plaatsvindt tijdens de arbeidstijd van de militair, wordt hij door Onze Minister hiervoor vrijgesteld van arbeid, tenzij dit op grond van zwaarwegende redenen van dienstbelang niet mogelijk is.
|
||||
|
||||
**2.** De in het kader van de opleiding noodzakelijk gemaakte excursie-, reis- en verblijfkosten komen in aanmerking voor een tegemoetkoming van 100%, in geval van een studie of opleiding in het belang van de bevordering van de externe werkzekerheid van de militair, berekend op de voet van de bepalingen van het Besluit dienstreizen defensie.
|
||||
**9.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van dit artikel.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
### Artikel 16b
|
||||
|
||||
Tenzij de commandant operationeel commando om redenen van billijkheid anders bepaalt, betaalt de militair 50% van de aan hem verleende tegemoetkoming als bedoeld in het eerste en tweede lid terug in geval:
|
||||
**1.** Onze Minister kan de militair vrijstelling verlenen van een opleiding, bedoeld in artikel 13 tot en met 16, of delen daarvan, indien blijkt dat reeds over de benodigde kennis en vaardigheid wordt beschikt.
|
||||
|
||||
a. hem – zonder de aanduiding eervol – ontslag wordt verleend voordat de studie of opleiding met goed gevolg is afgesloten;
|
||||
b. is vastgesteld dat de studie of opleiding niet met goed gevolg is afgesloten op grond van omstandigheden die aan hem te wijten zijn.
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de uitvoering van het eerste lid.
|
||||
|
||||
**4.** Aan de militair worden geen werkzaamheden of diensten opgedragen op de dag waarop de militair tentamens of examens aflegt of op de dag die daaraan voorafgaat, tenzij het dienstbelang zulks naar het oordeel van de commandant onvermijdelijk maakt.
|
||||
### Artikel 16c
|
||||
|
||||
**5.** De commandant kan met het oog op de voortgang van de studie of opleiding in aanvulling op het vierde lid bepaalde verloffaciliteiten verlenen.
|
||||
**1.** Aan de militair kan op diens aanvraag een voorschot worden verstrekt voor de door hem te maken kosten voor een opleiding, als bedoeld in artikel 16 en 16a.
|
||||
|
||||
### Artikel 17d
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de uitvoering van het eerste lid.
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
### Artikel 16d
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Functietoewijzing en bevordering
|
||||
De militair, die is aangewezen voor het volgen van een opleiding, als bedoeld in artikel 13 tot en met 16, kan daarvan door Onze Minister worden ontheven, indien hij niet voldoet aan de voor de opleiding gestelde eisen of indien ontheffing in het belang van de dienst of van de militair noodzakelijk is.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. functietoewijzing: de aanwijzing van de militair voor het vervullen van een functie;
|
||||
b. bevordering: het toekennen aan de militair van een hogere rang, waaronder mede wordt verstaan stand en klasse.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
### Artikel 16e
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Functietoewijzing, waarbij aan de duur van de functievervulling een maximum termijn kan worden verbonden, en ontheffing uit de functie geschieden:
|
||||
Aan de aanwijzing voor een opleiding, als bedoeld in artikel 13 tot en met 16a, kan door Onze Minister de verplichting worden verbonden tot gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de kosten van de opleiding, indien de militair na het verstrijken van de voor hem geldende proeftijd:
|
||||
|
||||
a. door Onze Minister indien het de functie betreft van Commandant der Strijdkrachten, Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht en commandant operationeel commando;
|
||||
b. door de Secretaris-Generaal, indien het betreft de overige functies waaraan de rang van kapitein ter zee/kolonel of een hogere rang is verbonden;
|
||||
c. door de commandant operationeel commando, indien aan de functie een lagere rang is verbonden dan kapitein ter zee/kolonel.
|
||||
a. in verband met aan hem te verwijten omstandigheden wordt ontheven van de opleiding;
|
||||
b. in verband met aan hem te verwijten omstandigheden wordt ontheven van de functie waarvoor hij is opgeleid;
|
||||
c. uit de dienst wordt ontslagen, op grond van artikel 39, eerste lid of tweede lid, onder e, ten 1^e, h, j, k, l, m of n, of artikel 45.
|
||||
|
||||
**2.** De militair is gehouden de hem toegewezen functie te vervullen.
|
||||
**2.** Bij de berekening van het terug te betalen bedrag wordt uitgegaan van een evenwichtige verdeling van risico's tussen werkgever en werknemer.
|
||||
|
||||
**3.** Na ontheffing uit de functie volgt in beginsel functietoewijzing, bestemming voor een bijscholingsopleiding of bestemming voor een omscholingsopleiding.
|
||||
**3.** Het bedrag van de terugbetalingsverplichting in geval van een initiële opleiding, als bedoeld in artikel 13, wordt naar evenredigheid verminderd naarmate de termijn van de hem op basis van artikel 12k van de Militaire Ambtenarenwet 1931 opgelegde verplichting is verstreken met dien verstande dat de periode van de proeftijd hierbij meetelt.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de militair buiten staat is de hem toegewezen functie te vervullen, kunnen daaraan door de functietoewijzingsautoriteit, als bedoeld in het eerste lid, consequenties worden verbonden met betrekking tot de toekomstige functietoewijzing.
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Het door de militair terug te betalen bedrag wordt als volgt vastgesteld:
|
||||
|
||||
a. voor het deel van de opleiding dat is gevolgd binnen het Ministerie van Defensie: overeenkomstig de door Onze Minister vastgestelde kosten van die opleiding per cursist;
|
||||
b. voor het deel van de opleiding dat is gevolgd buiten het Ministerie van Defensie: de opleidingskosten die rechtstreeks door het Ministerie van Defensie aan die onderwijsinstelling zijn betaald;
|
||||
c. de militaire inkomsten die volgens het Inkomstenbesluit militairen zijn ontvangen tijdens een:
|
||||
|
||||
(1) opleiding, die is gevolgd bij een externe onderwijsinstelling, met volledige vrijstelling van het verrichten van arbeid: over de werkdagen voor de volle duur van die opleiding waarop de militair is vrijgesteld van werkzaamheden en diensten als militair,
|
||||
(2) opleiding, die is gevolgd bij een externe onderwijsinstelling, met gedeeltelijke vrijstelling van het verrichten van arbeid: over de werkdagen van die opleiding waarop de militair is vrijgesteld van werkzaamheden en diensten als militair,
|
||||
|
||||
verminderd met het minimumloon over die periode, vastgesteld conform hetgeen is bepaald bij en krachtens de Wet minimumloon en minimum vakantiebijslag.
|
||||
|
||||
**5.** De militair op wie een terugbetalingsverplichting rust, wordt ontslagen van die verplichting, indien hij bij ontslag op aanvraag, als bedoeld in artikel 39, eerste lid, binnen zes maanden na dat ontslag wordt aangesteld als ambtenaar bij het Ministerie van Defensie.
|
||||
|
||||
**6.** Het door de militair terug te betalen bedrag is direct opeisbaar, wanneer een omstandigheid, als bedoeld in het eerste lid, zich voordoet, en wordt in beginsel in één termijn voldaan. Onze Minister kan een afbetalingsregeling treffen.
|
||||
|
||||
**7.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de uitvoering van dit artikel.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Functietoewijzing
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.** Functietoewijzing en ontheffing uit een functie geschiedt door Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** De functie wordt in beginsel voor minimaal twee jaar en maximaal drie jaar toegewezen. De duur van de functievervulling kan met instemming van de militair worden verlengd tot een maximum van vijf jaar.
|
||||
|
||||
**3.** De militair is gehouden de hem toegewezen functie te vervullen.
|
||||
|
||||
**4.** Gedurende de eerste twee jaar van functievervulling komt de militair in beginsel niet in aanmerking voor plaatsing op een andere functie.
|
||||
|
||||
**5.** Na ontheffing uit de functie volgt in beginsel functietoewijzing of bestemming voor een functieopleiding.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de militair buiten staat is de hem toegewezen functie te vervullen, kunnen daaraan door Onze Minister consequenties worden verbonden.
|
||||
|
||||
**7.** In afwijking van het tweede lid kan voor bij ministeriële regeling aan te wijzen specifieke functiegroepen de functievervullingsduur worden vastgesteld tot een maximum van zeven jaar. In geval van een afwijkende functievervullingsduur van meer dan vijf jaar, kan tevens een van het vierde lid afwijkende termijn worden vastgesteld tot een maximum van vier jaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.** De militair wordt in de gelegenheid gesteld zijn voorkeur kenbaar te maken voor te vervullen functies. Hiertoe worden in ieder geval de beschikbare functies bekend gesteld.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij de bekendstelling van functies worden in ieder geval vermeld:
|
||||
|
||||
a. de functie-eisen;
|
||||
b. een indicatie van de datum waarop de functie voor toewijzing in aanmerking komt.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
**1.** Om voor een functie in aanmerking te komen voldoet de militair aan de gestelde eisen over de opbouw van kennis, ervaring en vaardigheden.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Tot de in het eerste lid bedoelde eisen worden in ieder geval gerekend:
|
||||
|
||||
a. de voor de functievervulling en het functieniveau vereiste bekwaamheden en vooropleidingen;
|
||||
b. de voor de functievervulling en het functieniveau vereiste ervaring;
|
||||
c. de eventuele voor de functievervulling en voor bepaalde functiegroepen vereiste competenties;
|
||||
d. de eventuele functionele eisen ten aanzien van de lichamelijke geoefendheid.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De militair kan worden bestemd voor andere groepen van functies dan waarvoor hij tot dan toe was bestemd:
|
||||
Bij het nemen van een beslissing tot functietoewijzing wordt in ieder geval rekening gehouden met de volgende factoren:
|
||||
|
||||
a. op zijn aanvraag, al dan niet binnen het krijgsmachtdeel waartoe hij behoort;
|
||||
b. bij gebleken noodzaak in het belang van de dienst binnen zijn krijgsmachtdeel, bij voorkeur met zijn instemming;
|
||||
c. bij gebleken noodzaak in het belang van de dienst bij een ander krijgsmachtdeel, uitsluitend met zijn instemming.
|
||||
a. de noodzaak van een voortdurende taakvervulling door de krijgsmacht en in samenhang daarmee van een zo goed en tijdig mogelijke bezetting van alle functies;
|
||||
b. de door de militair kenbaar gemaakte voorkeur; met inachtneming van artikel 28a;
|
||||
c. de beschikbaarheid van de militair;
|
||||
d. de uit een oogpunt van opbouw van kennis en ervaring wenselijke spreiding van de loopbaan van de militair over verschillende functies;
|
||||
e. de bekwaamheid en de geschiktheid van de militair voor de functie.
|
||||
|
||||
**2.** Bij toepassing van het eerste lid wordt gewijzigd hetgeen ingevolge artikel 12, onder b, e en/of g, in de akte van aanstelling is opgenomen.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij het nemen van een beslissing tot functietoewijzing worden in ieder geval de volgende kandidaten in ogenschouw genomen:
|
||||
|
||||
a. de militairen, voor wie een voorkeurspositie geldt, omdat zij in aanmerking komen voor ontslag op grond van artikel 39, tweede lid, onder f;
|
||||
b. andere bepaalde categorieën militairen aan wie een voorkeurspositie is toegekend;
|
||||
c. de militair die zijn voorkeur voor de functie heeft kenbaar gemaakt;
|
||||
d. militairen die in het kader van een reorganisatie zijn aangemerkt als herplaatsingkandidaat en die voor de vervulling van de vacante functie zijn voorgedragen;
|
||||
e. militairen die op grond van organisatiebelang geschikt worden geacht voor de functie, met inbegrip van de militair die op grond van het gevoerde loopbaanbeleid voor toewijzing van de functie in aanmerking komt.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Bij de bekwaamheid en geschiktheid van de militair, genoemd in het eerste lid onder e worden in beginsel in beschouwing genomen:
|
||||
|
||||
a. de mate waarin de militair voldoet aan de functie-eisen als bedoeld in artikel 19;
|
||||
b. de uitkomst van functioneringsgesprekken, als bedoeld in artikel 28;
|
||||
c. de uitkomst van loopbaangesprekken, als bedoeld in artikel 28a;
|
||||
d. de voor het besluit tot functietoewijzing relevante beoordelingen, als bedoeld in artikel 28b.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
Voor bepaling van de functies die voor functietoewijzing beschikbaar zijn en voor de bepaling van welke militair deze functie kan vervullen:
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
a. maakt de commandant operationeel commando periodiek de voor het krijgsmachtdeel van belang zijnde beschikbare functies bekend;
|
||||
b. wordt de militair door de commandant operationeel commando periodiek in de gelegenheid gesteld zijn voorkeur kenbaar te maken voor toekomstige te vervullen functies.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
Om voor een functie in aanmerking te komen moet de militair voldoen aan de gestelde eisen omtrent de opbouw van kennis en ervaring voor de vervulling van die functie.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
Bij het nemen van een beslissing tot functietoewijzing wordt rekening gehouden met de volgende factoren:
|
||||
|
||||
a. de noodzaak van een voortdurende taakvervulling door de krijgsmacht en in samen-hang daarmee van een zo goed en tijdig mogelijke bezetting van alle functies;
|
||||
b. de wenselijkheid van een spreiding van de totale loopbaan van de militair over functies en van een daarmee gepaard gaande opbouw van kennis en ervaring;
|
||||
c. de bekwaamheid en geschiktheid van de militair voor de functie;
|
||||
d. de door de militair kenbaar gemaakte voorkeur.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
De commandant operationeel commando stelt de betrokken militair indien mogelijk zes maanden, doch in ieder geval - tenzij het dienstbelang naar zijn oordeel noodzaakt tot afwijking - twee maanden vóór de vermoedelijke datum van ingang van functievervulling, in kennis van het voornemen tot functietoewijzing, onder vermelding van:
|
||||
Onze Minister stelt de betrokken militair indien mogelijk zes maanden voor de datum van ingang van de functievervulling, in kennis van het besluit tot functietoewijzing onder vermelding van:
|
||||
|
||||
a. de functie;
|
||||
b. de standplaats;
|
||||
c. de datum van ingang;
|
||||
d. een indicatie van de duur van de functievervulling.
|
||||
d. een indicatie van de duur van functievervulling.
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
**2.** Van de termijn, genoemd in het eerste lid, kan door Onze Minister worden afgeweken tot een termijn van ten minste twee maanden, indien naar zijn oordeel het dienstbelang hiertoe noodzaakt.
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 19, eerste lid, kan de militair voor een periode van maximaal 12 maanden worden belast met de volledige waarneming van een functie. Onder volledige waarneming van een functie wordt verstaan het op aanwijzing van de commandant operationeel commando verrichten van het volledige samenstel van werkzaamheden verbonden aan een andere functie dan die aan hem is toegewezen, met de daarmee gepaard gaande bevoegdheden en verantwoordelijkheden.
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid wordt voor in het buitenland geplaatste militairen in beginsel een termijn van 12 maanden maar ten minste 9 maanden gehanteerd, indien zij na hun buitenlandse plaatsing een functie in Nederland gaan vervullen.
|
||||
|
||||
**2.** Voorts kan de militair door de commandant operationeel commando tijdelijk worden belast met de waarneming van een deel van het samenstel van werkzaamheden verbonden aan een andere functie dan die aan hem is toegewezen.
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
**1.** De militair kan door Onze Minister eenmaal tijdens een functievervulling voor een periode van maximaal 12 maanden worden belast met de volledige waarneming van een functie. Onder volledige waarneming van een functie wordt verstaan: het op aanwijzing van Onze Minister in de plaats van de eigen functie uitoefenen van het volledige samenstel van werkzaamheden van een andere functie.
|
||||
|
||||
Indien het onder bijzondere omstandigheden onmogelijk is gebleken de militair tijdig aan te wijzen voor een opleiding als bedoeld in de artikelen 14 en 15 kan hij voor de tijd dat hij de opleiding nog niet heeft voltooid het op grond van artikel 19 bevoegde gezag worden ontheven van bepaalde eisen die aan de aan hem toegewezen functie zijn verbonden.
|
||||
**2.** Voorts kan de militair eenmaal tijdens een functievervulling door Onze Minister voor een periode van maximaal 12 maanden, naast het blijven vervullen van zijn eigen functie, worden belast met de waarneming van een deel van het samenstel van werkzaamheden, verbonden aan een andere functie dan die aan hem is toegewezen.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
**3.** Een militair kan alleen worden belast met de waarneming van een functie waaraan zijn eigen rangsniveau of het naasthogere rangsniveau is verbonden.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De militair wordt zo spoedig mogelijk in kennis gesteld van het besluit hem te belasten met de waarneming van een functie indien de waarneming voorzienbaar langer dan 30 dagen zal duren. Hierbij wordt vermeld:
|
||||
|
||||
a. de functie die wordt waargenomen;
|
||||
b. of er sprake is van volledige of gedeeltelijke waarneming;
|
||||
c. indien het een gedeeltelijke waarneming betreft, welk gedeelte van de functie niet wordt waargenomen;
|
||||
d. de datum van aanvang en de vermoedelijke einddatum van de waarneming;
|
||||
e. de mogelijkheid dat de waarneming eerder kan eindigen dan de aangegeven vermoedelijke einddatum.
|
||||
f. het feit of een toelage wordt toegekend als bedoeld in artikel 11 van het Inkomstenbesluit militairen.
|
||||
|
||||
**5.** De commandant van de in het tweede lid bedoelde militair draagt er zorg voor dat de combinatie van de waar te nemen werkzaamheden en de eigen werkzaamheden de belasting van één functie niet overschrijdt.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan de militair ontheffen van de eisen die aan de hem toe te wijzen functie zijn verbonden wanneer het onder bijzondere omstandigheden onmogelijk is gebleken de militair tijdig aan te wijzen voor een opleiding als bedoeld in artikel 14, eerste lid en artikel 15 eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid genoemde ontheffing geldt voor de duur dat de militair de opleiding nog niet heeft voltooid.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister stelt de militair met voorrang in de gelegenheid de voor de vervulling van de hem toegewezen functie noodzakelijke opleidingen te volgen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Bevordering
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -412,57 +502,316 @@ Bij koninklijk besluit geschiedt de bevordering van:
|
|||
a. een militair met een rang beneden de rang van luitenant ter zee der derde klasse/tweede luitenant tot een officiersrang;
|
||||
b. een militair die een officiersrang bekleedt;
|
||||
c. een lid van het Koninklijk Huis;
|
||||
d. een militair die behoort tot het Militaire Huis van Hare Majesteit de Koningin;
|
||||
e. een militair tot de rang van commandeur/brigade-generaal/commodore of tot een hogere rang.
|
||||
d. een militair die behoort tot het Militaire huis van Hare Majesteit de Koningin;
|
||||
e. een militair tot de rang van commandeur/brigadegeneraal/commodore of tot een hogere rang.
|
||||
|
||||
**2.** De bevoegdheid tot de in het eerste lid, onderdeel *b*, bedoelde bevordering kan bij koninklijk besluit aan Onze Minister worden toegekend.
|
||||
**2.** De bevoegdheid tot de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde bevordering kan bij koninklijk besluit aan Onze Minister worden toegekend.
|
||||
|
||||
**3.** Bevordering van de overige militairen geschiedt door de commandant operationeel commando.
|
||||
**3.** De overige bevorderingen geschieden door Onze Minister.
|
||||
|
||||
**4.** Aan de militair die een functie is toegewezen waaraan een hogere rang is verbonden dan de rang die hij bekleedt, wordt op de datum van ingang van functievervulling die hogere rang toegekend. Het toekennen van die rang kan tevens, voor een korte periode van voorbereiding, daaraan voorafgaand geschieden.
|
||||
**4.** Aan de militair die een functie is toegewezen waaraan een hogere rang is verbonden dan de rang die hij bekleedt, wordt met ingang van de datum van ingang van functievervulling die hogere rang toegekend. Het toekennen van die rang kan tevens, voor een korte periode van voorbereiding, daaraan voorafgaand geschieden.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het vierde lid kan aan de militair in bijzondere gevallen tijdelijk een hogere rang worden toegekend dan die welke hij bekleedt, indien het gewenste optreden van de betrokken militair daartoe noodzaakt en het optreden een wezenlijk onderdeel vormt van zijn functie. Wanneer de reden tot het toekennen van deze hogere rang vervalt, keert hij van rechtswege terug tot de rang of klasse die hij daarvoor bekleedde.
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het vierde lid kan, indien de militair een functie wordt toegewezen in het kader van een vredesoperatie als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, de bij de functie behorende rang tijdelijk, voor de duur van de functievervulling, worden toegekend indien de militair niet voldoet aan de in artikel 22 bedoelde eisen.
|
||||
In afwijking van het vierde lid kan aan de militair in bijzondere gevallen tijdelijk een hogere rang worden toegekend dan die welke hij bekleedt indien:
|
||||
|
||||
a. het gewenste optreden van de militair daartoe noodzaakt en het optreden een wezenlijk onderdeel uitmaakt van de functie
|
||||
b. de militair wordt ingezet in het kader van een vredesoperatie als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, en hij niet voldoet aan de eisen, genoemd in artikel 19.
|
||||
|
||||
**6.** De in het vijfde lid bedoelde militair keert van rechtswege terug tot de rang of klasse die hij daarvoor bekleedde indien de reden tot het toekennen van de hogere rang vervalt.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
De navolgende bevorderingen kunnen geschieden in afwijking van het gestelde in het vierde lid:
|
||||
De navolgende bevorderingen kunnen geschieden in afwijking van het vierde lid:
|
||||
|
||||
a. bij de zeemacht: de bevorderingen in de stand van matroos, en de bevordering van luitenant ter zee der 3e klasse tot luitenant ter zee der 2e klasse;
|
||||
b. bij de landmacht, de luchtmacht en de marechaussee: de bevordering van korporaal tot korporaal der 1e klasse, de bevordering van marechaussee tot marechaussee der 1e klasse, de bevordering van sergeant tot sergeant der 1e klasse, alsmede de bevordering van tweede-luitenant tot eerste-luitenant.
|
||||
a. bij de Koninklijke marine: de bevorderingen in de stand van matroos en de bevordering van de luitenant ter zee der derde klasse tot luitenant ter zee der tweede klasse;
|
||||
b. bij de Koninklijke landmacht: de bevorderingen in de stand van soldaat, de bevordering van korporaal tot korporaal der eerste klasse, de bevordering van sergeant/wachtmeester tot sergeant/wachtmeester der eerste klasse en de bevordering van tweede luitenant tot eerste luitenant;
|
||||
c. bij de Koninklijke luchtmacht: de bevorderingen in de stand van soldaat, de bevorderingen van korporaal tot korporaal der eerste klasse, de bevordering van sergeant tot sergeant der eerste klasse en de bevordering van tweede luitenant tot eerste luitenant;
|
||||
d. bij de Koninklijke marechaussee: de bevorderingen in de stand van marechaussee der vierde en derde klasse; de bevordering van marechaussee der tweede klasse tot marechaussee der eerste klasse, de bevordering van de wachtmeester tot wachtmeester der eerste klasse en de bevordering van tweede luitenant tot eerste luitenant.
|
||||
|
||||
**8.** Indien een militair die een rang tijdelijk bekleedt, overlijdt, wordt hij geacht die tijdelijke rang effectief bekleed te hebben op het tijdstip van zijn overlijden.
|
||||
**8.** Indien een militair die een rang tijdelijk bekleedt, overlijdt, wordt hij geacht de tijdelijke rang effectief te hebben bekleed op het tijdstip van zijn overlijden.
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
### Artikel 24a
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 27, derde en vierde lid, kan de militair die een initiële opleiding volgt en aan de eisen voldoet, bij afronding van delen van de opleiding door de commandant operationeel commando worden bevorderd.
|
||||
**1.** Indien naar aanleiding van de uitkomst van een functiewaarderingsonderzoek bij een bestaande functie sprake is van een verhoging van de rang die wordt verbonden aan de functie, wordt de militair, die deze functie vervult, bevorderd tot deze hogere rang.
|
||||
|
||||
**2.** De commandant operationeel commando kan aan de militair tijdens een opleiding een titulaire rang of tijdelijk een rang toekennen.
|
||||
**2.** De bevordering gaat in op de datum waarop de aanvraag tot het houden van een functiewaarderingsonderzoek is aangeboden aan het hoofd van het defensieonderdeel.
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
### Artikel 24b
|
||||
|
||||
De militair bij de zeemacht die, anders dan bij wijze van initiële opleiding, een onderofficiersopleiding volgt, kan na afronding van die opleiding door de Commandant Zeestrijdkrachten worden bevorderd tot korporaal.
|
||||
**1.** De militair kan tijdens een initiële opleiding door Onze Minister worden bevorderd wegens het afsluiten van de opleiding of een gedeelte daarvan.
|
||||
|
||||
### Artikel 29a
|
||||
**2.** Onze Minister kan aan de militair tijdens een opleiding een titulaire rang of een rang tijdelijk toekennen.
|
||||
|
||||
**1.** Aan de militair bij de zeemacht, die op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van dit artikel de rang van korporaal bekleedt, zal, indien hij 12 jaar die rang heeft bekleed, bij voorrang een functie worden toegewezen waaraan de rang van sergeant is verbonden, voor zover een dergelijke functie beschikbaar is, met dien verstande dat een dergelijke functietoewijzing niet kan geschieden binnen een termijn van twee jaar voor de dag waarop hem ontslag als bedoeld in artikel 39a, onder a, zal worden verleend.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De militair, ingedeeld bij de Koninklijke landmacht, de Koninklijke luchtmacht of de Koninklijke marechaussee wordt in verband met opgedane ervaring of de gevolgde opleiding bevorderd tot:
|
||||
|
||||
a. eerste luitenant wanneer hij de effectieve rang van tweede luitenant gedurende twee jaren heeft bekleed;
|
||||
b. sergeant/wachtmeester der eerste klasse wanneer hij de effectieve rang van sergeant/wachtmeester gedurende vier jaren heeft bekleed;
|
||||
c. korporaal/marechaussee der eerste klasse wanneer hij de effectieve rang van korporaal dan wel marechaussee der tweede klasse gedurende twee jaren heeft bekleed;
|
||||
d. soldaat der eerste klasse wanneer hij de effectieve stand van soldaat der tweede klasse gedurende één jaar heeft bekleed en zijn initiële opleiding met goed gevolg heeft afgerond dan wel zijn initiële opleiding niet heeft kunnen afronden in verband met een niet voor zijn rekening of risico komende omstandigheid;
|
||||
e. marechaussee der tweede klasse wanneer hij zijn initiële opleiding met goed gevolg heeft afgerond.
|
||||
|
||||
**4.** De militair voldoet aan de in het derde lid genoemde ervaringseis indien de militair gedurende de in dat lid genoemde en voor zijn aanstellingscategorie en functieniveau geldende periode op voldoende wijze heeft gefunctioneerd. Daarbij wordt rekening gehouden met de bekwaamheid en geschiktheid, als bedoeld in artikel 20, derde lid. De duur van de genoemde periode kan in geval van onvoldoende functioneren worden verlengd met ten hoogste een jaar.
|
||||
|
||||
**5.** De militair, ingedeeld bij de Koninklijke marine, wordt in verband met opgedane ervaring bevorderd tot korporaal wanneer hij is aangewezen voor een loopbaanopleiding tot onderofficier en deze met goed gevolg heeft afgerond.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
De militair, ingedeeld bij de Koninklijke marine, die is aangewezen voor een loopbaanopleiding tot officier wordt bevorderd tot:
|
||||
|
||||
a. tijdelijk luitenant ter zee der 3e klasse/tweede luitenant wanneer hij het theoretische deel van die functie- of loopbaanopleiding met goed gevolg heeft afgerond;
|
||||
b. luitenant ter zee der 2e klasse/eerste luitenant wanneer hij de gehele functie- of loopbaanopleiding met goed gevolg heeft afgerond.
|
||||
|
||||
**7.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor bevordering tijdens of aansluitend op een opleiding dan wel op grond van ervaringsopbouw.
|
||||
|
||||
### Artikel 24c
|
||||
|
||||
Aan de militair die is bevorderd, wordt als akte van bevordering een afschrift van of uittreksel uit het betreffende besluit tot bevordering uitgereikt. In een akte inzake een tijdelijke bevordering als bedoeld in artikel 24, vijfde lid, en artikel 24b, tweede lid, worden de reden en het tijdelijke karakter van die bevordering uitdrukkelijk vermeld.
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
**1.** De militair ingedeeld bij Koninklijke marine die op 9 december 2003 de rang van korporaal bekleedde zal, indien hij 12 jaren die rang heeft bekleed, bij voorrang een functie worden toegewezen waaraan de rang van sergeant is verbonden, voor zover een dergelijke functie beschikbaar is, met dien verstande dat een dergelijke functietoewijzing niet kan geschieden binnen een termijn van twee jaar voor de dag waarop hem ontslag als bedoeld in artikel 39a, onder a, zal worden verleend.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het niet mogelijk is om de militair, bedoeld in het eerste lid, een functie toe te wijzen waaraan de rang van sergeant is verbonden, wordt hij, op het moment dat hij de rang van korporaal 15 jaar heeft bekleed, bevorderd tot sergeant.
|
||||
|
||||
**3.** De militair bij de zeemacht, die op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van dit artikel de rang van korporaal bekleedt en aan wie twee jaar voor de dag waarop hem ontslag als bedoeld in artikel 39a, onder a, zal worden verleend, nog geen functie is of kan worden toegewezen waaraan de rang van sergeant is verbonden, wordt niettemin bevorderd tot sergeant.
|
||||
**3.** De militair ingedeeld bij de Koninklijke marine, die op 9 december 2003 de rang van korporaal bekleedde en aan wie twee jaar voor de dag waarop hem ontslag als bedoeld in artikel 39a onder a, zal worden verleend, nog geen functie is of kan worden toegewezen waaraan de rang van sergeant is verbonden, wordt niettemin bevorderd tot sergeant.
|
||||
|
||||
**4.** Om voor toewijzing van een functie waaraan de rang van sergeant is verbonden, als bedoeld in het eerste lid, dan wel voor een bevordering tot sergeant, als bedoeld in het tweede en derde lid, in aanmerking te komen dient de militair te voldoen aan de gestelde eisen, bedoeld in artikel 22.
|
||||
**4.** Om voor toewijzing van een functie waaraan de rang van sergeant is verbonden, als bedoeld in het eerste lid, dan wel voor bevordering tot sergeant, als bedoeld in het tweede en derde lid, in aanmerking te komen dient de militair te voldoen aan de gestelde eisen als bedoeld in artikel 19.
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
**1.** In bijzondere gevallen en voor ten hoogste achttien maanden kan aan de militair een functie worden toegewezen waaraan een lagere rang is verbonden dan de effectieve rang die hij bekleedt.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde militair, alsmede de militair die is aangewezen voor het volgen van een opleiding, behoudt zijn rang.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Functie- en loopbaanbegeleiding
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
De militair wordt tijdens zijn loopbaan geïnformeerd over:
|
||||
|
||||
a. de inhoud van de door de militair te vervullen functie, aan de hand van een functie-introductiegesprek;
|
||||
b. de wijze van functioneren, aan de hand van een functioneringsgesprek en in voorkomend geval een beoordeling;
|
||||
c. de loopbaanmogelijkheden, aan de hand van een loopbaangesprek;
|
||||
d. de wijze waarop de selectie voor doorstroom naar fase drie plaatsvindt.
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
**1.** Aan de wijze waarop de militair – aangesteld bij het beroepspersoneel – functioneert wordt ten minste eenmaal per jaar aandacht besteed in een functioneringsgesprek. Met de militair, aangesteld bij het reservepersoneel, wordt door de commandant, in beginsel ten minste eenmaal per drie jaar een functioneringsgesprek gehouden.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een militair naast de uit zijn functie voortvloeiende arbeid andere opgedragen arbeid heeft verricht, wordt tevens aan de wijze waarop hij die arbeid heeft verricht, aandacht besteed.
|
||||
|
||||
**3.** Onverminderd het eerste lid wordt een functioneringsgesprek gehouden indien daartoe de behoefte wordt aangegeven door de militair of door de functionele chef. Hierbij geldt dat sprake is van een dienstverhouding van ten minste twee maanden.
|
||||
|
||||
**4.** Aan het functioneringsgesprek wordt deelgenomen door de militair en diens functionele chef.
|
||||
|
||||
**5.** Op initiatief van een van de deelnemers aan het functioneringsgesprek kunnen een of meer andere personen deelnemen aan het gesprek, mits dit uiterlijk een week voordat het gesprek plaatsvindt, wordt gemeld aan de andere deelnemer(s) aan het gesprek.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Het functioneringsgesprek is ten minste gericht op de navolgende onderdelen:
|
||||
|
||||
a. het functioneren en de werkomstandigheden van de militair in de omgeving waarin hij zijn functie vervult, waarbij aandacht wordt besteed aan de functionele, wederzijdse relatie tussen de militair en zijn functionele chef, de verhouding tussen de getoonde kennis en vaardigheden en de functie-eisen;
|
||||
b. de toetsing in hoeverre eerder gemaakte afspraken zijn nagekomen;
|
||||
c. de persoonlijke ontwikkeling van de militair in zijn huidige functie;
|
||||
d. andere onderwerpen, waaronder in ieder geval sociale aspecten van leiderschap en het levensfasebeleid.
|
||||
|
||||
**7.** De functionele chef legt een samenvatting van de inhoud van het gesprek alsmede de gemaakte afspraken en besproken aandachtspunten vast in het bij ministeriële regeling vast te stellen functioneringsgesprekformulier. Het formulier wordt voor een correcte weergave daarvan door de militair en de functionele chef ondertekend, waarna de militair een afschrift van het formulier ontvangt. De samenvatting van de inhoud van het gesprek, de gemaakte afspraken en de besproken aandachtspunten worden in het personeelsdossier opgelegd.
|
||||
|
||||
**8.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ten aanzien van het houden van functioneringsgesprekken.
|
||||
|
||||
### Artikel 28a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Met de militair die zich in loopbaanfase één bevindt:
|
||||
|
||||
a. wordt in ieder geval een jaar voor het einde van loopbaanfase één een loopbaangesprek gevoerd door de loopbaanbegeleider;
|
||||
b. wordt daarnaast op zijn aanvraag een loopbaangesprek gevoerd door de loopbaanbegeleider.
|
||||
|
||||
**2.** Met de militair die zich in loopbaanfase twee of drie bevindt wordt tijdens elke functievervulling, maar ten minste eenmaal per drie jaar, minimaal één loopbaangesprek gevoerd door de loopbaanbegeleider.
|
||||
|
||||
**3.** Op verzoek van de militair kan een derde persoon deelnemen aan het loopbaangesprek, mits dit uiterlijk een week voordat het gesprek plaats vindt, wordt gemeld aan de andere deelnemer(s) aan het gesprek.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
In het loopbaangesprek wordt ten minste aan de volgende aspecten aandacht besteed:
|
||||
|
||||
a. de loopbaanwensen van de militair;
|
||||
b. de kansen en mogelijkheden binnen het door hem gevolgde loopbaanpad;
|
||||
c. de kansen en mogelijkheden bij het mogelijk wijzigen van het loopbaanpad;
|
||||
d. de ontwikkelpunten inzake kennis, ervaring en competenties, gericht op het vervolg van de loopbaan.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het een militair betreft die een functie in fase twee vervult, wordt daarnaast aandacht besteed aan de kansen en mogelijkheden voor het vervolgen van de loopbaan in fase drie in afwachting van het doorstroombesluit.
|
||||
|
||||
**6.** Afspraken die in het loopbaangesprek worden gemaakt, worden vastgelegd in het bij ministeriële regeling vast te stellen persoonlijk ontwikkelplanformulier. Het formulier wordt ondertekend door de militair, de loopbaanbegeleider en de commandant operationeel commando.
|
||||
|
||||
**7.** De afspraken uit het persoonlijk ontwikkelplan, vastgelegd in het formulier, genoemd in het zesde lid, zijn bindend, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich verzet tegen uitvoering van de gemaakte afspraken.
|
||||
|
||||
**8.** Indien de in het zesde lid genoemde afspraken niet kunnen worden uitgevoerd om zwaarwegende redenen van dienstbelang, biedt de commandant van het operationeel commando, waarbij de militair is ingedeeld, binnen één jaar, vanaf het moment dat duidelijk wordt dat de oorspronkelijke afspraak niet wordt uitgevoerd, een gelijkwaardig alternatief aan.
|
||||
|
||||
**9.** Wanneer de afspraken niet zijn nagekomen en de militair van mening is dat geen gelijkwaardig alternatief, bedoeld in het achtste lid, is aangeboden kan hij zich binnen vier weken wenden tot een door Onze Minister in te stellen commissie van advies voor een mogelijke oplossing.
|
||||
|
||||
**10.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ten aanzien van het houden van loopbaangesprekken en het opstellen, vaststellen en nakomen van de afspraken, vastgelegd in het persoonlijk ontwikkelplanformulier alsmede ten aanzien van de commissie van advies, genoemd in het negende lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 28b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In dit artikel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. *eerste beoordelaar:*
|
||||
|
||||
de functionele chef van de militair;
|
||||
b. *tweede beoordelaar:*
|
||||
|
||||
de commandant van de militair. In het geval de commandant de eerste beoordelaar is, treedt in beginsel de functionele chef van de commandant op als tweede beoordelaar.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de militair of zijn commandant dit wenselijk vindt wordt een beoordeling over het functioneren van de militair opgemaakt. De militair kan hiertoe een aanvraag indienen bij zijn commandant.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan opdracht geven tot het opmaken van een beoordeling.
|
||||
|
||||
**4.** In de beoordeling wordt een oordeel gegeven over de wijze waarop de militair zijn functie, inclusief eventueel andere opgedragen werkzaamheden, heeft vervuld gedurende het beoordelingstijdvak. De beoordeling wordt gebaseerd op concrete handelingen, resultaten en gedragingen van de te beoordelen militair. Daarbij kunnen ook omstandigheden worden meegewogen buiten de dienst die van invloed zijn geweest op het vervullen van de functie.
|
||||
|
||||
**5.** Het beoordelingstijdvak, waarin ten minste één functioneringsgesprek heeft plaatsgevonden, bedraagt ten minste zes maanden en maximaal 2 jaren. Per kalenderjaar kan slechts één beoordeling worden opgemaakt.
|
||||
|
||||
**6.** De beoordeling wordt opgemaakt door de eerste beoordelaar en vastgelegd in het bij ministeriële regeling vast te stellen beoordelingsformulier.
|
||||
|
||||
**7.** Na het opstellen van de beoordeling wordt deze besproken met de militair. De militair ontvangt een afschrift van de beoordeling waarna hij twee weken de tijd heeft om bedenkingen kenbaar te maken bij de tweede beoordelaar. Deze termijn kan op verzoek van de militair met twee weken worden verlengd.
|
||||
|
||||
**8.** De tweede beoordelaar neemt de beoordeling en de eventueel daartegen ingediende bedenkingen in beschouwing en stelt de beoordeling vast. De militair ontvangt een afschrift van de vastgestelde beoordeling.
|
||||
|
||||
**9.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ten aanzien van het opmaken en vaststellen van beoordelingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 28c
|
||||
|
||||
**1.** Gegevens betreffende gedragingen of omstandigheden van een militair kunnen schriftelijk worden vastgelegd in een ambtsbericht.
|
||||
|
||||
**2.** De militair wordt schriftelijk in kennis gesteld van een voorgenomen ambtsbericht, waarna hij vier weken de tijd heeft om eventuele schrifelijke bedenkingen kenbaar te maken. Deze termijn kan op verzoek van de militair met twee weken worden verlengd.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister houdt bij de vaststelling van een ambtsbericht rekening met de door de militair ingediende bedenkingen en stelt vervolgens het ambtsbericht vast. Onze Minister kan besluiten af te zien van het vaststellen van het ambtsbericht.
|
||||
|
||||
**4.** De militair ontvangt een afschrift van het ambtsbericht. Indien Onze Minister besluit af te zien van het vaststellen van een ambtsbericht ontvangt de militair een afschrift hiervan.
|
||||
|
||||
**5.** Een ambtsbericht kan gedurende een periode van ten hoogste zes jaar na de vaststelling worden meegewogen bij een te nemen rechtspositioneel besluit.
|
||||
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de vorm en de wijze van indiening van ambtsberichten.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Doorstroom naar fase drie
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
Onze Minister stelt het aantal militairen vast dat een bepaalde rang mag bekleden.
|
||||
|
||||
### Artikel 29a
|
||||
|
||||
**1.** Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder soldaten: bij de Koninklijke landmacht en luchtmacht: soldaten der 1^e, 2^e en 3^e klasse.
|
||||
|
||||
**2.** Voor soldaten bedraagt de maximum looptijd in rang in totaal acht jaren.
|
||||
|
||||
**3.** Ten aanzien van soldaten wordt uiterlijk twee jaar voor het verstrijken van de periode van de maximum looptijd in rang, door Onze Minister besloten of hij tijdens de resterende periode kan worden bevorderd naar een hogere rang, als bedoeld in artikel 29b en 29c.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Onze Minister besluit over de bevordering naar een hogere rang, genoemd in het derde lid, op basis van:
|
||||
|
||||
a. de beschikbare functies;
|
||||
b. het aantal militairen dat de hogere rang mag bekleden, genoemd in artikel 29 en
|
||||
c. de geschiktheid van de militair voor functievervulling in de hogere rang.
|
||||
|
||||
**5.** Soldaten komen niet in aanmerking voor doorstroom naar functievervulling in fase drie.
|
||||
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen voor specifieke functiegroepen nadere regels worden gesteld over een afwijkende maximale looptijd in rang. Daarbij wordt rekening gehouden met de noodzaak van een zo goed en tijdig mogelijke bezetting van alle functies binnen die functiegroep in samenhang met de arbeidsmarktpositie van de militairen, behorende tot de aan te wijzen functiegroep.
|
||||
|
||||
### Artikel 29b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder korporaals en overeenkomstige rangen:
|
||||
|
||||
a. bij de Koninklijke marine: matrozen der 1^e klasse en mariniers der 1^e klasse;
|
||||
b. bij de Koninklijke landmacht en luchtmacht: korporaals en korporaals der 1^e klasse;
|
||||
c. bij de Koninklijke marechaussee: marechaussees der 1^e en 2^e klasse.
|
||||
|
||||
**2.** Voor korporaals en overeenkomstige rangen bedraagt de maximum looptijd in rang in totaal acht jaren.
|
||||
|
||||
**3.** Ten aanzien van korporaals en overeenkomstige rangen wordt uiterlijk twee jaar voor het verstrijken van de periode van de maximum looptijd in rang, door Onze Minister besloten of hij tijdens de resterende periode kan worden bevorderd naar een hogere rang, als bedoeld in artikel 29c.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Onze Minister besluit over de bevordering naar een hogere rang, genoemd in het derde lid, op basis van:
|
||||
|
||||
a. de beschikbare functies;
|
||||
b. het aantal militairen dat de hogere rang mag bekleden, genoemd in artikel 29 en
|
||||
c. de geschiktheid van de militair voor functievervulling in de hogere rang.
|
||||
|
||||
**5.** Korporaals of militairen met een overeenkomstige rang komen niet in aanmerking voor doorstroom naar functievervulling in fase drie.
|
||||
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen voor specifieke functiegroepen nadere regels worden gesteld over een afwijkende maximale looptijd in rang. Daarbij wordt rekening gehouden met de noodzaak van een zo goed en tijdig mogelijke bezetting van alle functies binnen die functiegroep in samenhang met de arbeidsmarktpositie van de militairen, behorende tot de aan te wijzen functiegroep.
|
||||
|
||||
### Artikel 29c
|
||||
|
||||
**1.** Voor korporaals bij de Koninklijke marine, sergeanten, wachtmeesters alsmede sergeanten/wachtmeesters der 1^e klasse bij de Koninklijke landmacht, luchtmacht en marechaussee bedraagt de maximum looptijd in rang in fase een en twee in totaal tien jaren.
|
||||
|
||||
**2.** Voor officieren in de rang van luitenant ter zee der 2^e klasse oudste categorie, kapitein der mariniers of kapitein bij de Koninklijke landmacht, luchtmacht of marechaussee bedraagt de maximum looptijd in rang in fase een en twee negen jaren.
|
||||
|
||||
**3.** Aan onderofficieren en officieren, genoemd in het eerste en tweede lid, wordt uiterlijk drie jaar voor het verstrijken van de periode van de maximum looptijd in rang,een besluit genomen over zijn mogelijkheden tot doorstroom naar fase drie.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen voor specifieke functiegroepen nadere regels worden gesteld over een afwijkende maximale looptijd in rang. Daarbij wordt rekening gehouden met de noodzaak van een zo goed en tijdig mogelijke bezetting van alle functies binnen die functiegroep in samenhang met de arbeidsmarktpositie van de militairen, behorende tot de aan te wijzen functiegroep.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
**1.** In bijzondere gevallen kan aan de militair een functie worden toegewezen waaraan een lagere rang is verbonden dan de rang die hij bekleedt.
|
||||
**1.** Met inachtneming van artikel 29a, derde lid, 29b, derde lid, en 29c, kan Onze Minister een militair voordragen voor doorstroom naar fase drie.
|
||||
|
||||
**2.** De militair aan wie een functie wordt toegewezen waaraan een lagere dan de door hem beklede rang is verbonden, alsmede de militair die is aangewezen voor het volgen van een opleiding, behoudt zijn rang.
|
||||
**2.** Wanneer een militair op verzoek van de commandant van het operationeel commando zijn voorkeur kenbaar maakt voor een of meerdere, door de commandant van het operationeel commando bepaalde functies en dit leidt tot een functietoewijzing, die gepaard gaat met een doorstroom naar fase drie, wordt dit aangemerkt als een voordracht, bedoeld in het eerste lid. Wanneer geen functietoewijzing plaatsvindt, wordt het kenbaar maken van de voorkeur door de militair niet aangemerkt als een aanvraag, bedoeld in het derde lid.
|
||||
|
||||
**3.** Onverminderd het eerste en tweede lid, kan de militair in fase een of twee zelf maximaal drie maal een aanvraag voor doorstroom naar fase drie bij Onze Minister indienen.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister informeert de militair tijdig over de mogelijkheid, bedoeld in het derde lid.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
Aan de militair die is bevorderd, wordt als akte van bevordering een afschrift van of uittreksel uit het betreffende besluit uitgereikt. In de akte van een tijdelijke bevordering, als bedoeld in artikel 27, vijfde lid, worden de reden en het tijdelijk karakter van die bevordering uitdrukkelijk vermeld.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister besluit in beginsel binnen uiterlijk zes weken na ontvangst van de voordracht, genoemd in artikel 30, eerste lid, of de aanvraag, genoemd in artikel 30, derde lid, op basis van:
|
||||
|
||||
a. de beschikbare functies;
|
||||
b. het aantal militairen dat een bepaalde rang mag bekleden, genoemd in artikel 29 en
|
||||
c. de geschiktheid van de militair voor functievervulling in fase drie.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij de bepaling van de geschiktheid van de militair, bedoeld in het eerste lid, onder c worden ten minste in beschouwing genomen:
|
||||
|
||||
a. het verloop van het gevolgde loopbaanpad;
|
||||
b. de uitkomst van functioneringsgesprekken en beoordelingen;
|
||||
c. de gevolgde opleidingen;
|
||||
d. de uitkomst van loopbaangesprekken;
|
||||
e. de mate waarin de militair voldoet aan de eisen voor functievervulling in fase 3.
|
||||
|
||||
**3.** In bij ministeriële regeling aan te wijzen gevallen kan worden afgeweken van de in het eerste lid genoemde termijn van zes weken tot een maximum van tien weken.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
In het in het eerste lid genoemde besluit wordt de militair meegedeeld dat hij:
|
||||
|
||||
a. doorstroomt naar fase 3;
|
||||
b. nog niet doorstroomt naar fase drie;
|
||||
c. niet doorstroomt naar fase drie.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 31a
|
||||
|
||||
**1.** De soldaat, genoemd in artikel 29a, de korporaal of de militair met een overeenkomstige rang, genoemd in artikel 29b, of de militair aan wie een besluit, als bedoeld in artikel 31, vierde lid onder b of c, is meegedeeld en aan wie ontslag zal worden verleend op grond van artikel 39, tweede lid, onder i, wordt door de commandant van het operationeel commando, waarbij hij is ingedeeld, uiterlijk één jaar voor het beoogde ontslagmoment aangemeld bij het Dienstencentrum externe bemiddeling defensiepersoneel, voor begeleiding bij de overgang naar een betrekking op de civiele arbeidsmarkt.
|
||||
|
||||
**2.** De militair die om ontslag verzoekt, kan op zijn aanvraag, onder regie van het Dienstencentrum externe bemiddeling defensiepersoneel, gedurende ten hoogste een periode van een jaar, voorafgaand aan de datum van ontslag, worden begeleid bij de overgang naar een betrekking op de civiele arbeidsmarkt.
|
||||
|
||||
**3.** Afspraken, gemaakt in het kader van de bemiddeling, worden vastgelegd in het persoonlijk ontwikkelplanformulier, genoemd in artikel 28a, zesde lid. Artikel 28a, zevende tot en met tiende lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
|
|
@ -519,14 +868,14 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
**1.** Aan de militair kan ontslag op aanvraag worden verleend, indien hij daartoe aan het ingevolge artikel 38 bevoegde gezag schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven.
|
||||
**1.** Aan de militair kan ontslag op aanvraag worden verleend, indien hij daartoe aan het ingevolge artikel 38 bevoegde gezag schriftelijk de wens te kennen geeft. Indien de ontslagaanvraag wordt ingediend tijdens de proeftijd vindt artikel 12m, onder b, c of d, van de Militaire ambtenarenwet 1931, geen toepassing.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Aan de militair kan verder uitsluitend ontslag worden verleend:
|
||||
|
||||
a. ter zake van het bereiken of overschrijden van de leeftijd van 60 jaar;
|
||||
b. vervallen;
|
||||
b. wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd;
|
||||
c. wanneer zijn diensten door het ingevolge artikel 38 bevoegde gezag niet langer nodig worden geoordeeld, nadat hij ingevolge artikel 8 van de Uitkeringswet gewezen militairen weder is aangesteld;
|
||||
d. wegens overtolligheid indien er voor hem geen functie beschikbaar is, onverminderd het bepaalde in artikel 43;
|
||||
e. wanneer hij, bij ontslag uit een ambt, voor het bekleden waarvan hij op non-activiteit was gesteld:
|
||||
|
|
@ -534,10 +883,10 @@ e. wanneer hij, bij ontslag uit een ambt, voor het bekleden waarvan hij op non-a
|
|||
1°. het ingevolge artikel 38 bevoegde gezag niet doet blijken van zijn verlangen om in werkelijke dienst te worden gehandhaafd; dan wel
|
||||
2°. ofschoon hij dat verlangen te kennen heeft gegeven, naar verwachting niet binnen twee jaren bij het krijgsmachtdeel waartoe hij behoort, of indien dat niet mogelijk is bij een ander krijgsmachtdeel, kan worden geplaatst;
|
||||
f. ter zake van blijvende ongeschiktheid voor het vervullen van de dienst uit hoofde van een ziekte of een gebrek;
|
||||
g. wanneer hij behoort tot de zeemacht en een officiersrang heeft, dan wel wanneer hij behoort tot de landmacht, luchtmacht of marechaussee - ongeacht welke rang hij heeft -, ter zake van het bereiken of overschrijden van de leeftijd van vijftig jaar, wanneer hij naar het oordeel van het ingevolge artikel 38 bevoegde gezag - in verband met zijn leeftijd voor het vervullen van de dienst niet meer ten volle geschikt is;
|
||||
g. wanneer hij is ingedeeld bij de zeemacht en een officiersrang heeft, dan wel wanneer hij is ingedeeld bij de landmacht, luchtmacht of marechaussee - ongeacht welke rang hij heeft -, ter zake van het bereiken of overschrijden van de leeftijd van vijftig jaar, wanneer hij naar het oordeel van het ingevolge artikel 38 bevoegde gezag - in verband met zijn leeftijd voor het vervullen van de dienst niet meer ten volle geschikt is;
|
||||
h. wegens ontheffing van de initiële opleiding tot het volgen waarvan hij bij zijn aanstelling is aangewezen, om reden dat hij niet voldoet aan de bij die opleiding gestelde eisen;
|
||||
i. vervallen;
|
||||
j. wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie of voor de vervulling van functies binnen de groepen van functies, waarvoor hij is bestemd, wat de ongeschiktheid betreft, voor zover het bepaalde onder *f* of *g* niet toepasselijk is; een en ander onverminderd het bepaalde in artikel 43, eerste lid;
|
||||
i. voor soldaten en korporaals wegens het niet kunnen worden bevorderd op basis van een besluit als bedoeld in artikel 29a, derde lid, respectievelijk 29b, derde lid, uiterlijk twee jaar na dat besluit dan wel voor onderofficieren en officieren wegens het niet kunnen doorstromen naar fase drie op basis van een besluit als bedoeld in artikel 31 vierde lid onder c, uiterlijk drie jaar na dat besluit;
|
||||
j. wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie of voor de vervulling van functies binnen de groepen van functies, waarvoor hij is bestemd, wat de ongeschiktheid betreft, voor zover het bepaalde onder f of g niet toepasselijk is; een en ander onverminderd het bepaalde in artikel 43, eerste lid;
|
||||
k. wegens verregaande nalatigheid in de vervulling van zijn plichten;
|
||||
l. wegens wangedrag in de dienst, dan wel buiten de dienst voor zover dit gedrag schadelijk is of kan zijn voor zijn dienstvervulling of niet in overeenstemming is met het aanzien van zijn ambt;
|
||||
m. wegens een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan en is gewezen in verband met een feit van zodanige aard, dat, mede gelet op het algemeen gedrag van de militair, diens ontslag in het belang van de dienst noodzakelijk is;
|
||||
|
|
@ -547,14 +896,7 @@ n. ter zake van misleiding bij zijn indiensttreding indien blijkt dat hij bij zi
|
|||
|
||||
**4.** Aan de militair die is aangesteld bij het reserve-personeel op grond van zijn burgerlijke betrekking kan voorts nog ontslag worden verleend ter zake van beëindiging van die burgerlijke betrekking.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Aan de militair die behoort tot het reserve-personeel op grond van artikel 67 van de Kaderwet dienstplicht kan voorts nog ontslag worden verleend:
|
||||
|
||||
a. ter zake van het eindigen van zijn dienstplicht;
|
||||
b. ter zake van het eindigen van zijn dienstverhouding bij het reserve-personeel, indien het ingevolge artikel 38 bevoegde gezag handhaving van die dienstverhouding niet langer nodig oordeelt.
|
||||
|
||||
|
||||
**5.** Aan de militair die behoort tot het reservepersoneel kan voorts nog ontslag worden verleend indien het op grond van artikel 38 bevoegde gezag handhaving van die dienstverhouding niet langer nodig oordeelt.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -564,10 +906,12 @@ a. Aan de militair behorend tot het beroepspersoneel die de rang van commandeur,
|
|||
|
||||
1°. op voordracht van Onze minister-president en Onze Minister, wanneer het belang van de dienst dit noodzakelijk maakt;
|
||||
2°. op andere gronden;
|
||||
b. In deze gevallen wordt bij koninklijk besluit - in het geval bedoeld onder *a*, ten eerste, op de gezamenlijke voordracht van Onze minister-president en van Onze Minister - een regeling getroffen waarbij aan de betrokkene een uitkering wordt toegekend welke met het oog op de omstandigheden redelijk is te achten. Die regeling zal in geen geval nadeliger mogen zijn dan die volgens welke de uitkering ingevolge de Uitkeringswet gewezen militairen zou zijn toegekend, waarop de betrokken militair aanspraak zou hebben kunnen maken, indien hem, in plaats van vorenbedoeld ontslag, op grond van het tweede lid onder *a*, ontslag zou zijn verleend.
|
||||
b. In deze gevallen wordt bij koninklijk besluit - in het geval bedoeld onder a, ten eerste, op de gezamenlijke voordracht van Onze minister-president en van Onze Minister - een regeling getroffen waarbij aan de betrokkene een uitkering wordt toegekend welke met het oog op de omstandigheden redelijk is te achten. Die regeling zal in geen geval nadeliger mogen zijn dan die volgens welke de uitkering ingevolge de Uitkeringswet gewezen militairen zou zijn toegekend, waarop de betrokken militair aanspraak zou hebben kunnen maken, indien hem, in plaats van vorenbedoeld ontslag, op grond van het tweede lid onder a, ontslag zou zijn verleend.
|
||||
|
||||
**7.** Aan de militair voor wie na de aanstelling een proeftijd geldt, kan tijdens die proeftijd ontslag worden verleend zonder toepassing van één van de in het tweede lid genoemde ontslaggronden.
|
||||
|
||||
**8.** Wanneer een ontslag op aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend in verband met het aanvaarden van een betrekking op de civiele arbeidsmarkt binnen drie maanden voor het bereiken van het moment van ontslag, genoemd in artikel 39, tweede lid, onder i, wordt dit ontslag aangemerkt als een ontslag op grond van het tweede lid, onder i.
|
||||
|
||||
### Artikel 39a
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 39, tweede lid, onderdeel a, kan aan de militair die vóór 1 januari 2002 voor onbepaalde tijd is aangesteld bij het beroepspersoneel, ontslag worden verleend wegens het bereiken of overschrijden van de volgende ontslagleeftijd:
|
||||
|
|
@ -657,7 +1001,7 @@ b. de helft van de tijd die vanaf 1 januari 2008 in het kader van een vredes- of
|
|||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
Aan de militair die behoort tot het beroepspersoneel en die een benoeming tot minister of staatssecretaris aanvaardt, wordt ontslag verleend.
|
||||
Aan de militair die een benoeming tot minister of staatssecretaris aanvaardt, wordt om die reden ontslag verleend.
|
||||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
|
|
@ -665,24 +1009,11 @@ Het ontslag wordt "eervol" verleend, behoudens in de gevallen, genoemd in artike
|
|||
|
||||
### Artikel 42
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een aanvraag van de militair om ontslag uit de dienst kan uitsluitend worden afgewezen:
|
||||
|
||||
a. in geval van buitengewone omstandigheden;
|
||||
b. gedurende de tijd dat hij is ingedeeld bij een gedeelte van de krijgsmacht, waaraan de bekendmaking, bedoeld in artikel 71 van het Wetboek van Militair Strafrecht is gedaan;
|
||||
c. gedurende de tijd waarin naar het oordeel van Onze Minister, in overeenstemming met het gevoelen van de Raad van Ministers, het landsbelang wegens bijzondere omstandigheden vordert dat het ontslag niet wordt verleend;
|
||||
d. indien op hem nog de verplichting rust om deel uit te maken van het beroeps- of het reserve-personeel;
|
||||
e. indien dit nodig is voor het onderzoek omtrent een strafbaar feit waarvan hij wordt verdacht, dan wel indien hij strafrechtelijk wordt vervolgd of een naar aanleiding van zodanige vervolging tegen hem gewezen rechterlijke uitspraak nog niet in kracht van gewijsde is gegaan;
|
||||
f. indien Onze Minister besloten heeft hem in aanmerking te brengen voor ontslag om een van de redenen, genoemd in artikel 39, tweede lid, aanhef en onder *k*, *l*, *m* en *n*, of het nemen van zodanig besluit overweegt.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op de militair voor wie na de datum van ingang van de aanstelling een proeftijd geldt, gedurende die proeftijd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
**1.** Ontslag van een militair in fase drie om de reden, genoemd in artikel 39, tweede lid, aanhef en onder d of j kan slechts plaatsvinden indien het naar het oordeel van de minister na een zorgvuldig onderzoek niet mogelijk is gebleken de militair binnen zijn krijgsmachtdeel, of indien dit niet mogelijk is bij een ander krijgsmachtdeel, een andere, mede in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden passende, functie toe te wijzen, dan wel indien hij een zodanige functie weigert te aanvaarden. In het onderzoek wordt de mogelijkheid tot bij- of omscholing van de militair betrokken.
|
||||
**1.** Ontslag van een militair om de reden, genoemd in artikel 39, tweede lid, aanhef en onder d of j kan slechts plaatsvinden indien het naar het oordeel van de minister na een zorgvuldig onderzoek niet mogelijk is gebleken de militair binnen zijn krijgsmachtdeel, of indien dit niet mogelijk is bij een ander krijgsmachtdeel, een andere, mede in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden passende, functie toe te wijzen, dan wel indien hij een zodanige functie weigert te aanvaarden. In het onderzoek wordt de mogelijkheid tot bij- of omscholing van de militair betrokken.
|
||||
|
||||
**2.** Indien meerdere functies worden opgeheven in verband met een reorganisatie of een wijziging van de personeelssamenstelling van een krijgsmachtdeel, vindt ontslag wegens overtolligheid plaats naar een vooraf vastgesteld en bekendgemaakt plan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -704,15 +1035,13 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.** Ontslag wordt in het algemeen verleend met ingang van de eerste dag van een kalendermaand.
|
||||
|
||||
**2.** Een ontslag op aanvraag anders dan tijdens de proeftijd en een ontslag om een van de redenen, genoemd in artikel 39, tweede lid onder c, d, e, f, g, en j, gaan niet eerder in dan nadat ten minste drie maanden zijn verstreken sedert het tijdstip waarop het aanvraag om ontslag is ingediend onderscheidenlijk de militair van de beslissing tot ontslagverlening schriftelijk in kennis is gesteld.
|
||||
**2.** Een ontslag op aanvraag anders dan tijdens de proeftijd en een ontslag om een van de redenen, genoemd in artikel 39, tweede lid, aanhef en onder c, d, e, f, g, i en j, gaan niet eerder in dan nadat ten minste drie maanden zijn verstreken sedert het tijdstip waarop het aanvraag om ontslag is ingediend onderscheidenlijk de militair van de beslissing tot ontslagverlening schriftelijk in kennis is gesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Een ontslag op aanvraag tijdens de proeftijd en de ontslagen, bedoeld in artikel 39, tweede lid onder *h*, en zevende lid, gaan niet eerder in dan nadat ten minste een maand is verstreken sedert het tijdstip waarop het aanvraag om ontslag is ingediend of de militair van de beslissing onderscheidenlijk het voorstel tot ontslagverlening schriftelijk in kennis is gesteld.
|
||||
**3.** Een ontslag op aanvraag tijdens de proeftijd en de ontslagen, bedoeld in artikel 39, tweede lid onder h, en zevende lid, gaan niet eerder in dan nadat ten minste een maand is verstreken sedert het tijdstip waarop het aanvraag om ontslag is ingediend of de militair van de beslissing onderscheidenlijk het voorstel tot ontslagverlening schriftelijk in kennis is gesteld.
|
||||
|
||||
**4.** De in het tweede en derde lid genoemde termijnen kunnen op verzoek van de militair worden bekort.
|
||||
|
||||
**5.** De ingangsdatum van reeds verleend ontslag kan worden opgeschort indien en voor zolang zich één van de omstandigheden voordoet, bedoeld in artikel 42, eerste lid, onder a, b, c en e, alsmede indien zich een omstandigheid voordoet die naar het oordeel van het ingevolge artikel 38 bevoegde gezag grond oplevert voor ontslag om één van de redenen, genoemd in artikel 39, tweede lid onder k, l, m of n.
|
||||
|
||||
**6.** Een ontslag ten gevolge van het aanvaarden van het ambt van minister of staatssecretaris, als bedoeld in artikel 40, gaat in op de dag van aanvaarding van dit ambt.
|
||||
**5.** Een ontslag ten gevolge van het aanvaarden van het ambt van minister of staatssecretaris, als bedoeld in artikel 40, gaat in op de dag van aanvaarding van dit ambt.
|
||||
|
||||
### Artikel 48
|
||||
|
||||
|
|
@ -2311,7 +2640,7 @@ en wordt berekend over een tijdvak van drie maanden.
|
|||
|
||||
### Artikel 126
|
||||
|
||||
De militair in werkelijke dienst is verplicht de hem opgedragen werkzaamheden of diensten en de overige plichten voortvloeiende uit zijn functie nauwgezet, ijverig en naar beste vermogen te vervullen, de uit dien hoofde voor hem geldende voorschriften en orders te kennen en zich te gedragen zoals een goed militair ambtenaar betaamt.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 126a
|
||||
|
||||
|
|
@ -2633,7 +2962,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.** Aan de militair kan ter zake van bijzondere dienstverrichtingen, dan wel langdurige en eervolle dienst, naar regelen bij koninklijk besluit te stellen, een onderscheiding worden toegekend.
|
||||
|
||||
**2.** De militair kan, in afwijking van de bepalingen van hoofdstuk 4, buitengewoon worden bevorderd ter beloning van een zeer belangrijk wapenfeit of een andere daad of verrichting, waardoor hij zich zeer bijzonder heeft onderscheiden.
|
||||
**2.** De militair kan, in afwijking van de bepalingen van hoofdstuk 3, buitengewoon worden bevorderd ter beloning van een zeer belangrijk wapenfeit of een andere daad of verrichting, waardoor hij zich zeer bijzonder heeft onderscheiden.
|
||||
|
||||
**3.** Aan de militair kan ter zake van het op een bijzondere wijze hebben bijgedragen tot de behartiging van de belangen van de krijgsmacht een titulaire rang worden toegekend.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2643,61 +2972,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 131
|
||||
|
||||
**1.** Aan de wijze van functievervulling van de militair in werkelijke dienst en aan zijn gedrag in relatie tot zijn functie wordt ten minste een keer per jaar aandacht besteed door middel van het houden van een functioneringsgesprek. Indien een militair naast de uit zijn functie voortvloeiende werkzaamheden andere opgedragen werkzaamheden of diensten heeft verricht, wordt tevens aan de wijze waarop hij die werkzaamheden of diensten heeft verricht en aan zijn gedrag in relatie tot die werkzaamheden of diensten aandacht besteed.
|
||||
|
||||
**2.** Aan het functioneringsgesprek wordt deelgenomen door de militair en diens functionele chef.
|
||||
|
||||
**3.** Op verzoek van een van de deelnemers aan het functioneringsgesprek en met instemming van beide deelnemers kunnen een of meer andere personen aan het gesprek deelnemen.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Het functioneringsgesprek is ten minste gericht op de navolgende onderdelen:
|
||||
|
||||
a. het functioneren van de militair in de omgeving waarin hij zijn functie vervult, alsmede de functionele relatie tussen de militair en de functionele chef met betrekking tot de functie-uitoefening van de militair over de achterliggende periode. Hierbij komen in elk geval de volgende aspecten aan de orde:
|
||||
|
||||
- de verhouding tussen de getoonde kennis en de vaardigheden, en de gestelde functie-eisen;
|
||||
- de vorderingen en de gedragingen;
|
||||
- de toetsing of en in hoeverre is voldaan aan eerder gemaakte afspraken;
|
||||
- integriteit;
|
||||
b. afspraken en aandachtspunten met betrekking tot de toekomstige functievervulling;
|
||||
c. de persoonlijke ontwikkeling in relatie tot de mogelijke loopbaanwensen van de militair en de algemene loopbaanpatronen;
|
||||
d. indien de militair de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt: de relatie tussen leeftijd en belastbaarheid en functievervulling.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
a. De functionele chef legt een samenvatting van de inhoud van het gesprek alsmede de gemaakte afspraken en besproken aandachtspunten in het functioneringsgesprekformulier vast. Het formulier wordt voor een correcte weergave daarvan door de functionele chef en de militair ondertekend. De functionele chef verstrekt de militair een afschrift van het functioneringsgesprekformulier.
|
||||
|
||||
b. De afspraken en aandachtspunten worden opgelegd in het personeelsdossier van de betrokkene.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister stelt beleidsregels ten aanzien van het houden van functioneringsgesprekken alsmede het functioneringsgesprekformulier, waarin ten minste de in het vierde lid genoemde onderdelen zijn opgenomen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 131a
|
||||
|
||||
**1.** Indien de commandant of de militair in werkelijke dienst dit wenselijk vindt, wordt een beoordeling opgemaakt. De militair dient daartoe een aanvraag in bij de commandant.
|
||||
|
||||
**2.** Het hoofd defensieonderdeel en de commandant operationeel commando kunnen opdracht geven tot het opmaken van een beoordeling.
|
||||
|
||||
**3.** De militair wordt beoordeeld omtrent de wijze waarop hij zijn functie heeft vervuld en omtrent zijn gedrag in relatie tot die functie, gedurende het beoordelingstijdvak. Indien een militair naast de uit zijn functie voortvloeiende werkzaamheden andere opgedragen werkzaamheden of diensten heeft verricht, wordt hij tevens omtrent de wijze waarop hij die werkzaamheden of diensten heeft verricht en omtrent zijn gedrag in relatie tot die werkzaamheden of diensten beoordeeld. De beoordeling is gebaseerd op concrete handelingen, resultaten en gedragingen van de te beoordelen militair.
|
||||
|
||||
**4.** Bij het opmaken van een beoordeling kan een toekomstverwachting worden opgemaakt.
|
||||
|
||||
**5.** Het beoordelingstijdvak omvat een periode van ten minste zes maanden en ten hoogste twee jaren. Per kalenderjaar kan maximaal één beoordeling worden opgemaakt.
|
||||
|
||||
**6.** De beoordeling wordt opgemaakt door een eerste en in beginsel een tweede beoordelaar. Als eerste beoordelaar treedt op de functionele chef van de militair. De tweede beoordelaar is de commandant van de militair dan wel een door de commandant aangewezen functionaris. In het geval de commandant is opgetreden als eerste beoordelaar, treedt in beginsel als tweede beoordelaar op de functionele chef van de commandant.
|
||||
|
||||
**7.** Gelet op de vereiste deskundigheid kan bij het uitbrengen van een beoordeling een personeelsbeoordelingsadviseur aan de beoordelaar worden toegevoegd.
|
||||
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
Na het opmaken van de beoordeling van de militair:
|
||||
|
||||
a. wordt met de militair zijn beoordeling besproken;
|
||||
b. krijgt de militair een afschrift van zijn beoordeling uitgereikt;
|
||||
c. krijgt hij de gelegenheid zijn bedenkingen tegen de omtrent hem opgemaakte beoordeling binnen 2 weken schriftelijk bij de tweede beoordelaar kenbaar te maken, tenzij er geen tweede beoordelaar is; indien er geen tweede beoordelaar is, worden de bedenkingen kenbaar gemaakt bij de eerste beoordelaar.
|
||||
|
||||
**9.** Nadat de beoordeling door de tweede beoordelaar is vastgesteld, wordt aan de militair een afschrift verstrekt. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing indien er sprake is van één beoordelaar.
|
||||
|
||||
**10.** Onze Minister stelt beleidsregels ten aanzien van het opmaken en vaststellen van beoordelingen alsmede het beoordelingsformulier volgens welke de militair wordt beoordeeld.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 132
|
||||
|
||||
|
|
@ -2727,7 +3006,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 138
|
||||
|
||||
De militair in werkelijke dienst kan door de commandant operationeel commando worden verplicht tot sportbeoefening in dienstverband.
|
||||
De militair in werkelijke dienst kan door het hoofd defensieonderdeel worden verplicht tot sportbeoefening in dienstverband.
|
||||
|
||||
### Artikel 139
|
||||
|
||||
|
|
@ -2735,11 +3014,7 @@ De militair in werkelijke dienst kan door Onze Minister worden verplicht zodanig
|
|||
|
||||
### Artikel 140
|
||||
|
||||
**1.** De militair in werkelijke dienst kan worden verplicht, wanneer naar het oordeel van Onze Minister het algemeen belang dit vordert, tijdelijk andere werkzaamheden te verrichten dan die welke uit de militaire hoedanigheid voortvloeien.
|
||||
|
||||
**2.** Hij kan echter niet worden verplicht werkzaamheden te verrichten in plaats van stakers of uitgeslotenen, tenzij het werkzaamheden betreft die naar het oordeel van Onze Minister, in overeenstemming met het gevoelen van de Raad van Ministers, geen uitstel gedogen.
|
||||
|
||||
**3.** P.M.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 141
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue