2019-01-01 | BWBR0011470 | Wet personenvervoer 2000

This commit is contained in:
Coornhert 2019-01-01 12:00:00 +00:00
parent 958e5601b6
commit 09d302946b

View file

@ -21,12 +21,16 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- *auto:* personenauto op ten minste vier wielen, zoals nader omschreven bij ministeriële regeling, ingericht voor het vervoer van ten hoogste acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen;
- *Autoriteit Consument en Markt:* de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;
- *besloten busvervoer:* personenvervoer per bus, niet zijnde openbaar vervoer;
- *betaaldienst:* betaaldienst in de zin van de Wet op het financieel toezicht;
- *betaaldienstverlening in het openbaar vervoer:* samenstel van betaaldiensten en andere diensten dat de betaalwijzen ondersteunt;
- *betaalwijze:* elke manier om te kunnen voldoen aan de betalingsverplichting voor het openbaar vervoer;
- *bus:* motorrijtuig, al dan niet voorzien van een aanhangwagen, ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen;
- *communautaire vergunning:* vergunning als bedoeld in artikel 4 van verordening 1073/2009/EG;
- *concessie:* recht om met uitsluiting van anderen openbaar vervoer te verrichten in een bepaald gebied gedurende een bepaald tijdvak;
- *concessiehouder:* vergunninghoudende vervoerder aan wie een concessie is verleend;
- *concessieverlener:* het tot verlening van een concessie bevoegde gezag, bedoeld in artikel 20;
- *dienstregeling:* voor een ieder kenbaar schema van reismogelijkheden waarin zijn aangeduid de halteplaatsen waartussen en de tijdstippen waarop openbaar vervoer wordt verricht, zo nodig onder de vermelding of de halteplaatsen of de tijdstippen door de reiziger kunnen worden beïnvloed;
- *elektronisch vervoerbewijs:* bewijs dat toegang geeft tot en voorziet in betaling voor het gebruik van openbaar vervoer door elektronische registratie van de reis of een deel daarvan;
- *internationale passagiersvervoerdienst:* een passagiervervoerdienst als bedoeld in artikel 3, onderdeel 5, van richtlijn 2012/34/EU;
- *Onze Minister:* Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
- *openbaar vervoer:* voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling met een auto, bus, trein, metro, tram of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig;
@ -443,27 +447,50 @@ Een besluit tot verlening of wijziging van een concessie zonder dat daartoe een
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over nationale vervoerbewijzen, de daaraan te stellen eisen, de daarbij behorende tarieven en vervoersvoorwaarden, alsmede het gebied waarbinnen deze geldig zijn.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de invoering, de acceptatie, de uitgifte, de exploitatie of het beheer van elektronische nationale vervoerbewijzen.
**2.**
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de erkenning van een of meer instellingen die elektronische nationale vervoerbewijzen uitgeven, exploiteren of beheren, alsmede over de voorschriften waaraan dergelijke instellingen moeten voldoen.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de toegankelijkheid, gebruiksvriendelijkheid en interoperabiliteit van het openbaar vervoer regels worden gesteld over concessieoverstijgende onderwerpen. Deze regels kunnen betrekking hebben op:
**4.** De houder van een concessie, verleend door een concessieverlener als bedoeld in artikel 20, tweede of derde lid, is verplicht reizigers te vervoeren die daartoe beschikken over een voor het concessiegebied geldig nationaal vervoerbewijs tegen het daarbij behorende tarief.
a. de uitgifte, de kwaliteit en de functionaliteit van vervoerbewijzen;
b. de tarieven, waaronder de vaststelling van maximumtarieven, en vervoervoorwaarden;
c. de informatievoorziening en klachtprocedures met betrekking tot de onderdelen a en b.
**3.** De concessiehouder is verplicht reizigers te vervoeren die beschikken over een voor het concessiegebied geldig vervoerbewijs tegen het daarbij behorende tarief.
### Artikel 30a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.**
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van een goed functionerende markt voor betaaldienstverlening in het openbaar vervoer regels worden gesteld met betrekking tot in elk geval:
a. de instellingen die elektronische vervoerbewijzen uitgeven, beheren of exploiteren;
b. toegang van concessiehouders en aanbieders van elektronische vervoerbewijzen of andere betaalwijzen tot de markt voor betaaldienstverlening in het openbaar vervoer alsmede tot de diensten van de in onderdeel a bedoelde instellingen;
c. op een kostengeoriënteerde basis vast te stellen vergoeding voor de door de in onderdeel a bedoelde instellingen te verlenen diensten;
d. maatstaven en procedures voor de verdeling van opbrengsten uit het gebruik van elektronische vervoerbewijzen.
**2.**
Indien uitvoering wordt gegeven aan het eerste lid, onderdelen c of d, wordt bepaald dat:
a. de berekeningswijzen van de vergoeding en de maatstaven en procedures, bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk onderdelen c en d, de goedkeuring behoeven van de Autoriteit Consument en Markt;
b. op de voorbereiding van besluiten met betrekking tot de goedkeuring van maatstaven en procedures voor de verdeling van opbrengsten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de toelating van betaalwijzen tot de markt voor betaaldienstverlening in het openbaar vervoer alsmede met betrekking tot de acceptatie van betaalwijzen door concessiehouders.
### Artikel 30b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan de concessiehouders worden opgedragen gezamenlijk een systeem van betaaldienstverlening in het openbaar vervoer in stand te houden, waarbij functionele eisen met betrekking tot het betaalsysteem kunnen worden gesteld, indien de situatie ontstaat of dreigt te ontstaan dat er een niet alle vervoersconcessies omvattend minimaal aanbod van betaaldiensten is.
### Artikel 30c
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het beschikbaar stellen, door concessiehouders, aanbieders van elektronische vervoerbewijzen en de in artikel 30a, eerste lid, onderdeel a, bedoelde instellingen, van geanonimiseerde en niet tot personen herleidbare gegevens over de, uit het gebruik van vervoerbewijzen af te leiden, reizigersstromen.
### Artikel 30d
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over:
a. de samenwerking en werkwijze tussen concessieverleners en concessiehouders met betrekking tot concessieoverstijgende onderwerpen als bedoeld in artikel 30, tweede lid;
b. de samenwerking tussen concessiehouders en de in artikel 30a, eerste lid, onderdeel a, bedoelde instellingen.
### Artikel 31
@ -990,7 +1017,7 @@ b. de wijze waarop de in artikel 73 bedoelde aanwijzingen onder meer kunnen word
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorts regels worden gesteld over onder meer:
a. het gebruik van vervoerbewijzen;
a. het gebruik en de geldigheid van vervoerbewijzen;
b. de verplichting tot betaling en het recht op terugbetaling.
## Hoofdstuk V. Taxivervoer
@ -1274,7 +1301,14 @@ c. de bij besluit van het college van burgemeester en wethouders van de desbetre
**4.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij verordening 1371/2007/EG zijn de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen belast.
**5.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 63c, vierde, zesde tot en met tiende lid en elfde lid, onderdeel b, voor zover artikel 87, vijfde lid, op dat vervoer bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2, tweede of vierde lid, van toepassing is verklaard, uitvoeringsverordening (EU) nr. 869/2014 van de Commissie van 11 augustus 2014 inzake nieuwe spoorvervoersdiensten voor passagiers (PbEU 2014, L 239) en de bij ministeriële regeling aangewezen bindende EU-rechtshandelingen van algemene strekking van de Europese Commissie op het gebied van internationale passagiersvervoerdiensten is de Autoriteit Consument en Markt belast.
**5.**
In afwijking van het eerste en tweede lid is de Autoriteit Consument en Markt belast met het toezicht op de naleving van:
a. het bepaalde krachtens artikel 30a, eerste en derde lid;
b. artikel 63c, vierde, zesde tot en met tiende lid en elfde lid, onderdeel b, voor zover op dat vervoer artikel 87, vierde lid, bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2, tweede of vierde lid, van toepassing is verklaard;
c. uitvoeringsverordening (EU) nr. 869/2014 van de Commissie van 11 augustus 2014 inzake nieuwe spoorvervoersdiensten voor passagiers (PbEU 2014, L 239);
d. de bij ministeriële regeling aangewezen bindende EU-rechtshandelingen van algemene strekking van de Europese Commissie op het gebied van internationale passagiersvervoerdiensten.
**6.** Met het toezicht op de naleving van verordening (EU) nr. 181/2011 zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen.
@ -1322,7 +1356,10 @@ Het dagelijks bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 20, derde
### Artikel 94
In geval van overtreding van artikel 63c, vierde, zesde tot en met tiende en elfde lid, onderdeel b, voor zover artikel 94 op dat vervoer bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2, tweede of vierde lid, van toepassing is verklaard, en met uitzondering van openbaar vervoer per trein waarvoor op grond van deze wet Onze Minister het bevoegde bestuursorgaan is, kan de Autoriteit Consument en Markt aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen.
De Autoriteit Consument en Markt kan een last onder dwangsom opleggen aan de overtreder van:
a. regels gesteld krachtens artikel 30a, eerste en derde lid;
b. artikel 63c, vierde, zesde tot en met tiende en elfde lid, onderdeel b, voor zover op dat vervoer dit artikel, bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2, tweede of vierde lid, van toepassing is verklaard, en met uitzondering van openbaar vervoer per trein waarvoor op grond van deze wet Onze Minister het bevoegde bestuursorgaan is.
### Artikel 95
@ -1338,7 +1375,11 @@ In geval van overtreding van artikel 63c, vierde, zesde tot en met tiende en elf
### Artikel 96a
In geval van overtreding van artikel 63c, eerste, tweede, vierde, zesde tot en met tiende en elfde lid, onderdeel b, voor zover artikel 96a op dat vervoer bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2, tweede of vierde lid, van toepassing is verklaard, en met uitzondering van openbaar vervoer per trein waarvoor op grond van deze wet Onze Minister het bevoegde bestuursorgaan is, kan de Autoriteit Consument en Markt een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000, of indien dat meer is, 1% van de netto-omzet van de overtreder.
**1.** In geval van overtreding van artikel 63c, eerste, tweede, vierde, zesde tot en met tiende en elfde lid, onderdeel b, voor zover artikel 96a op dat vervoer bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2, tweede of vierde lid, van toepassing is verklaard, en met uitzondering van openbaar vervoer per trein waarvoor op grond van deze wet Onze Minister het bevoegde bestuursorgaan is, kan de Autoriteit Consument en Markt een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of indien dat meer is, 1% van de omzet van de overtreder.
**2.** In geval van overtreding van de regels gesteld krachtens artikel 30a, eerste en derde lid, kan de Autoriteit Consument en Markt een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, van 1% van de omzet van de overtreder.
**3.** De bestuurlijke boete die ingevolge het eerste of tweede lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden.
### Artikel 97