diff --git a/wet/wet-op-het-rivm/BWBR0008289/README.md b/wet/wet-op-het-rivm/BWBR0008289/README.md index 7075aae9a96..f73ae380505 100644 --- a/wet/wet-op-het-rivm/BWBR0008289/README.md +++ b/wet/wet-op-het-rivm/BWBR0008289/README.md @@ -14,12 +14,11 @@ citeertitel: Wet op het RIVM ### Artikel 1 -In deze wet wordt verstaan onder: +In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. RIVM: het rijksinstituut, bedoeld in artikel 2; -c. de directeur-generaal: de directeur-generaal van het RIVM, genoemd in artikel 2; -d. meerjaren-activiteitenprogramma: een programma als bedoeld in artikel 4. +c. de directeur-generaal: de directeur-generaal van het RIVM, genoemd in artikel 2. ## Hoofdstuk 2. INSTELLING, TAAK EN WERKWIJZE @@ -27,7 +26,7 @@ d. meerjaren-activiteitenprogramma: een programma als bedoeld in artikel 4. **1.** Er is een Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu, dat ressorteert onder Onze Minister. -**2.** De leiding van het RIVM berust bij de directeur-generaal van het RIVM. De directeur-generaal wordt door Onze Minister in overeenstemming met Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit benoemd. +**2.** De leiding van het RIVM berust bij de directeur-generaal. ### Artikel 3 @@ -35,65 +34,46 @@ d. meerjaren-activiteitenprogramma: een programma als bedoeld in artikel 4. Het RIVM heeft, onverminderd het bepaalde bij of krachtens andere wetten, tot taak: -a. onderzoek te verrichten, dat is gericht op ondersteuning van de beleidsontwikkeling en de uitoefening van toezicht op het terrein van de volksgezondheid, het terrein van het milieu en het terrein van natuur, bos en landschap; +a. monitoring, surveillance en onderzoek te verrichten dat is gericht op ondersteuning van de beleidsontwikkeling, de beleidsuitvoering, de bewaking van de veiligheid en de uitoefening van toezicht op het gebied van de volksgezondheid en het milieu; b. periodiek te rapporteren over de toestand en de toekomstige ontwikkeling van de volksgezondheid en het milieu; -c. andere door Onze Minister op te dragen werkzaamheden uit te voeren. +c. de landelijke aansturing en begeleiding uit te voeren van preventieprogramma’s die bij besluit van Onze Minister zijn vastgesteld; +d. deel te nemen aan internationale samenwerkingsverbanden en onderzoek en daarbij inhoudelijk coördinerend op te treden wanneer dit voor de uitvoering van de taken, bedoeld in de onderdelen a tot en met c, wenselijk is; +e. andere door Onze Minister op te dragen werkzaamheden uit te voeren. -**2.** Het RIVM kan ander onderzoek dan dat, bedoeld in het eerste lid, onder *a*, alsmede andere werkzaamheden dan die, bedoeld in het eerste lid, onder *c*, verrichten indien dat uit een oogpunt van algemeen belang nuttig is te achten en dit onderzoek of die werkzaamheden zijn opgenomen in een meerjaren-activiteitenprogramma. De kosten van zodanig onderzoek of zodanige werkzaamheden brengt het RIVM in rekening bij degene, in wiens opdracht het onderzoek of de werkzaamheden worden verricht. +**2.** Het RIVM kan in overeenstemming met Onze Minister andere taken dan die, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, alsmede andere werkzaamheden dan die, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, verrichten indien dat uit oogpunt van algemeen belang nuttig is te achten. De kosten van zodanig onderzoek of zodanige werkzaamheden brengt het RIVM in rekening bij degene, in wiens opdracht het onderzoek of de werkzaamheden worden verricht. -**3.** Voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde taak, is het RIVM bevoegd tot verwerking van gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming en is het RIVM verwerkingsverantwoordelijke als bedoeld in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming. Deze gegevens worden alleen verwerkt door personen die uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel krachtens een overeenkomst tot geheimhouding zijn verplicht. +**3.** Voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van de in het eerste lid, onderdeel e, bedoelde taak, is het RIVM bevoegd tot verwerking van gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming en is het RIVM verwerkingsverantwoordelijke als bedoeld in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming. Deze gegevens worden alleen verwerkt door personen die uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel krachtens een overeenkomst tot geheimhouding zijn verplicht. ### Artikel 4 -**1.** De directeur-generaal stelt jaarlijks, na overleg met Onze Minister, een meerjaren-activiteitenprogramma op, waarin zijn opgenomen alle activiteiten op het terrein van de volksgezondheid, die het RIVM voornemens is in de komende jaren uit te voeren. Het meerjaren-activiteitenprogramma en wijzigingen daarin behoeven de goedkeuring van Onze Minister. - -**2.** De directeur-generaal stelt jaarlijks, na overleg met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, een meerjaren-activiteitenprogramma op, waarin zijn opgenomen alle activiteiten op het terrein van het milieu, die het RIVM voornemens is in de komende jaren uit te voeren. Het meerjaren-activiteitenprogramma en wijzigingen daarin behoeven de goedkeuring van Onze Minister en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. - -**3.** De directeur-generaal stelt jaarlijks, na overleg met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, een meerjarenactiviteitenprogramma op, waarin zijn opgenomen de activiteiten op het terrein van natuur, bos en landschap die het RIVM en de andere betrokken instellingen in het kader van de opstelling van de rapporten, bedoeld in artikel 1.9 van de Wet natuurbescherming, voornemens zijn in de komende jaren uit te voeren. Het meerjarenprogramma en wijzigingen daarin behoeven de goedkeuring van Onze Minister en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. - -**4.** De directeur-generaal stelt jaarlijks, na overleg met Onze Minister en Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, een meerjaren-activiteitenprogramma op van onderzoek dat hij noodzakelijk acht voor het verwerven van inzichten die nodig zijn om de in artikel 3, eerste lid, onder *a* en *b*, genoemde taken adequaat te kunnen uitvoeren. +De directeur-generaal stelt periodiek een meerjarenprogramma voor onderzoek, innovatie en expertiseontwikkeling op dat hij noodzakelijk acht voor het verwerven van inzichten en de ontwikkeling van methoden om de taken, bedoeld in artikel 3, eerste lid, adequaat te kunnen uitvoeren. ### Artikel 5 -Onze Minister geeft aan de directeur-generaal geen aanwijzingen met betrekking tot de methoden, volgens welke de in de meerjaren-activiteitenprogramma’s opgenomen onderzoeken worden uitgevoerd en de resultaten daarvan worden gerapporteerd. +Onze Minister geeft aan de directeur-generaal geen aanwijzingen met betrekking tot de methoden, volgens welke de onderzoeken, bedoeld in artikel 3, worden uitgevoerd en de resultaten daarvan worden gerapporteerd. ### Artikel 6 -De directeur-generaal zendt jaarlijks voor 1 juni aan Onze Minister en Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een verslag van de werkzaamheden van het RIVM in het afgelopen kalenderjaar. - -### Artikel 7 - -Onze Minister en Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zenden rapporten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, alsmede de meerjaren-activiteitenprogramma's, bedoeld in artikel 4, en het verslag, bedoeld in artikel 6, aan de Staten-Generaal. +Onze Minister zendt rapporten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, en meerjarenbeleidsplannen aan de Staten-Generaal. ## Hoofdstuk 3. COMMISSIE VAN TOEZICHT +### Artikel 7 + +**1.** Er is een commissie van toezicht die tot taak heeft het wetenschappelijk niveau van het RIVM en de onafhankelijkheid van het onderzoek, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, te bewaken. De commissie rapporteert hierover jaarlijks aan Onze Minister. + +**2.** Onverminderd het vierde lid bestaat de commissie van toezicht uit ten hoogste zeven leden, waaronder de voorzitter. + +**3.** De leden worden door Onze Minister in overeenstemming met Onze Ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Economische Zaken en Klimaat en Infrastructuur en Waterstaat benoemd voor een periode van vier jaar. De leden kunnen worden herbenoemd voor eenzelfde periode. De voorzitter en één ander lid worden benoemd op de voordracht van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. + +**4.** Indien dat voor een specifieke onderzoeksopdracht wenselijk is, kan Onze Minister na overleg met Onze Ministers die het mede aangaat, op verzoek van de voorzitter voor de duur van het onderzoek één of meer leden aan de commissie toevoegen met deskundigheid op een specifiek terrein van wetenschappelijk onderzoek. + +## Hoofdstuk 4. SLOTBEPALINGEN + ### Artikel 8 -**1.** Er is een Commissie van toezicht die tot taak heeft het wetenschappelijk niveau van het RIVM te bewaken. - -**2.** - -De Commissie van toezicht bestaat uit: - -a. twee door Onze Minister in overeenstemming met Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op voordracht van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen telkens voor vier jaren te benoemen leden, waaronder de voorzitter, en -b. telkens één lid, aan te wijzen door de directie van het Centraal Planbureau, de directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, het hoofd van de Rijksplanologische Dienst en de directeur-generaal voor de statistiek. - -**3.** Onze Minister en Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kunnen daarnaast telkens voor vier jaren personen, die deskundig zijn op het terrein van het wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de volksgezondheid, het milieu of natuur, bos of landschap, tot lid van de commissie benoemen. - -## Hoofdstuk 4. SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN - -### Artikel 9 - -Wijzigt de Wet milieubeheer. - -### Artikel 10 - -Het koninklijke besluit van 30 december 1983, houdende instelling van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (*Stb*. 728) wordt ingetrokken. - -### Artikel 11 - Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. -### Artikel 12 +### Artikel 9 Deze wet wordt aangehaald als: Wet op het RIVM.