diff --git a/wet/wet-vermindering-afdracht-loonbelasting-en-premie-voor-de-volksverzekeringen/BWBR0007746/README.md b/wet/wet-vermindering-afdracht-loonbelasting-en-premie-voor-de-volksverzekeringen/BWBR0007746/README.md index 458012d35cf..dca95d637b7 100644 --- a/wet/wet-vermindering-afdracht-loonbelasting-en-premie-voor-de-volksverzekeringen/BWBR0007746/README.md +++ b/wet/wet-vermindering-afdracht-loonbelasting-en-premie-voor-de-volksverzekeringen/BWBR0007746/README.md @@ -29,8 +29,8 @@ c. loon: loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met daar 5°. loon dat in geblokkeerde vorm wordt gespaard ingevolge een spaarloonregeling en loon ingevolge een winstdelingsregeling; 6°. loon ter zake waarvan de belasting ingevolge artikel 31 van die wet wordt geheven van de inhoudingsplichtige; d. toetsloon: het in het desbetreffende hoofdstuk van deze wet opgenomen bedrag aan loon waarboven of waaronder de inhoudingsplichtige niet in aanmerking komt voor de in dat hoofdstuk voorziene afdrachtvermindering; -e. Vervallen. -f. scholing: cursussen alsmede opleidingen of studies voor een beroep als bedoeld in artikel 3.48 van de Wet inkomstenbelasting 2001;. +e. kinderopvang: opvang van kinderen die jonger zijn dan 13 jaar welke voldoet aan de regels die krachtens artikel 20 van de Welzijnswet 1994 bij gemeentelijke verordening zijn gesteld met betrekking tot de kwaliteit van de opvang, of welke voldoet aan bij ministeriële regeling aan te wijzen buitenlandse regelingen die naar aard en strekking overeenkomen met de krachtens artikel 20 van de Welzijnswet 1994 bij gemeentelijke verordening gestelde regels; +f. vervallen; g. ouderschapsverlof: het ouderschapsverlof als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet arbeid en zorg; h. zeeschip: een schip ten aanzien waarvan de Zeevaartbemanningswet van toepassing is, dat is voorzien van een zeebrief als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Zeebrievenwet, en dat in het kader van een onderneming voornamelijk op zee wordt geëxploiteerd, dan wel is bestemd voor sleep- en hulpverleningswerkzaamheden op zee en wordt gebezigd voor het verrichten van deze werkzaamheden aan zeeschepen, met uitzondering van: @@ -97,16 +97,16 @@ d. artikel 23 in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken. De inhoudingsplichtige kan de over een tijdvak af te dragen loonbelasting, dan wel af te dragen loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen verminderen, doch niet verder dan tot nihil, met: a. de afdrachtvermindering lage lonen; -b. Vervallen. +b. vervallen; c. de afdrachtvermindering onderwijs; -d. de afdrachtvermindering scholing; +d. vervallen; e. de afdrachtvermindering kinderopvang; f. de afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof; g. de afdrachtvermindering zeevaart; h. de S&O-afdrachtvermindering; i. de arbo-afdrachtvermindering. -**2.** De afdrachtvermindering lage lonen, de afdrachtvermindering scholing, de afdrachtvermindering kinderopvang, de afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof en de S&O-afdrachtvermindering komen in mindering op de af te dragen loonbelasting. Uitsluitend voor de toepassing van de vorige volzin door de inhoudingsplichtige wordt af te dragen premie voor de volksverzekeringen gelijkgesteld met af te dragen loonbelasting. +**2.** De afdrachtvermindering lage lonen, de afdrachtvermindering kinderopvang, de afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof en de S&O-afdrachtvermindering komen in mindering op de af te dragen loonbelasting. Uitsluitend voor de toepassing van de vorige volzin door de inhoudingsplichtige wordt af te dragen premie voor de volksverzekeringen gelijkgesteld met af te dragen loonbelasting. **3.** De afdrachtvermindering onderwijs, de afdrachtvermindering zeevaart en de arbo-afdrachtvermindering komen in mindering op de af te dragen loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen. @@ -120,11 +120,11 @@ Voor zover loon in aanmerking is genomen voor de toepassing van de S&O-afdrachtv Met betrekking tot een werknemer met een volledige arbeidsduur bedraagt: -a. de afdrachtvermindering lage lonen per kalenderjaar:  € 1687; -b. Vervallen. -c. de afdrachtvermindering onderwijs beloopt met betrekking tot de in artikel 14, eerste lid onderdelen a tot en met d en f, bedoelde werknemers:  € 2485 per kalenderjaar. De afdrachtvermindering onderwijs beloopt met betrekking tot de in artikel 14, eerste lid, onderdeel e, bedoelde werknemer:  € 1583 per kalenderjaar; +a. de afdrachtvermindering lage lonen per kalenderjaar:  € 1093; +b. vervallen; +c. de afdrachtvermindering onderwijs beloopt met betrekking tot de in artikel 14, eerste lid onderdelen a tot en met d en f, bedoelde werknemers:  € 2 500 per kalenderjaar. De afdrachtvermindering onderwijs beloopt met betrekking tot de in artikel 14, eerste lid, onderdeel e, bedoelde werknemer:  € 1 500 per kalenderjaar; -**2.** De afdrachtvermindering scholing beloopt een bedrag te bepalen op de voet van hoofdstuk VA. +**2.** Vervallen. **3.** De afdrachtvermindering kinderopvang beloopt een bedrag te bepalen op de voet van hoofdstuk VI. @@ -136,7 +136,7 @@ c. de afdrachtvermindering onderwijs beloopt met betrekking tot de in artikel 14 **7.** De arbo-afdrachtvermindering beloopt een bedrag te bepalen op de voet van hoofdstuk VIIIA. -**8.** Ingeval de som van de afdrachtvermindering lage lonen en de afdrachtvermindering onderwijs op de voet van de vorige leden meer dan € 3363 bedraagt, wordt de afdrachtvermindering lage lonen zodanig verlaagd dat de bedoelde som € 3363 bedraagt. +**8.** Ingeval de som van de afdrachtvermindering lage lonen en de afdrachtvermindering onderwijs op de voet van de vorige leden meer dan € 3405 bedraagt, wordt de afdrachtvermindering lage lonen zodanig verlaagd dat de bedoelde som € 3405 bedraagt. **9.** De in het eerste lid opgenomen bedragen, alsmede het toetsloon, worden naar tijdsgelang verdeeld over de loontijdvakken van het kalenderjaar. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de werknemer wiens dienstbetrekking niet gedurende het gehele kalenderjaar heeft bestaan. @@ -159,7 +159,7 @@ b. de werknemer zonder overeengekomen vaste arbeidsduur. ### Artikel 7 -De afdrachtvermindering lage lonen is van toepassing met betrekking tot de werknemer die de leeftijd heeft bereikt van 23 jaren en wiens loon in het desbetreffende loontijdvak niet meer bedraagt dan diens toetsloon voor dat tijdvak. Het toetsloon voor de afdrachtvermindering lage lonen bedraagt per kalenderjaar:   € 17 576. +De afdrachtvermindering lage lonen is van toepassing met betrekking tot de werknemer die de leeftijd heeft bereikt van 23 jaren en wiens loon in het desbetreffende loontijdvak niet meer bedraagt dan diens toetsloon voor dat tijdvak. Het toetsloon voor de afdrachtvermindering lage lonen bedraagt per kalenderjaar: € 17 806. ### Artikel 7a @@ -212,7 +212,7 @@ f. degene die bij de inhoudingsplichtige op basis van een leer-werkovereenkomst **2.** De in het eerste lid, onderdeel f, bedoelde persoon wordt voor de toepassing van deze wet en de krachtens deze wet uitgevaardigde regelingen, aangemerkt als werknemer met een volledige arbeidsduur. -**3.** Het eerste lid, aanhef en onderdelen a en d, is niet van toepassing ingeval het loon van die werknemer die jonger is dan 25 jaar in het desbetreffende loontijdvak meer bedraagt dan diens toetsloon voor dat tijdvak. Het toetsloon voor de afdrachtvermindering onderwijs bedraagt € 20 533 per kalenderjaar. +**3.** Het eerste lid, aanhef en onderdelen a en d, is niet van toepassing ingeval het loon van die werknemer die jonger is dan 25 jaar in het desbetreffende loontijdvak meer bedraagt dan diens toetsloon voor dat tijdvak. Het toetsloon voor de afdrachtvermindering onderwijs bedraagt € 20 793 per kalenderjaar. **4.** De afdrachtvermindering onderwijs op de voet van het eerste lid, onderdelen b en c, is met betrekking tot een werknemer gedurende ten hoogste 48 maanden van toepassing. De afdrachtvermindering onderwijs op de voet van het eerste lid, onderdeel d, is met betrekking tot een werknemer ten hoogste 24 maanden van toepassing. Indien artikel 6, eerste lid, aanhef en onderdeel a, met betrekking tot een werknemer toepassing vindt, wordt de termijn van 48 maanden onderscheidenlijk 24 maanden met betrekking tot deze werknemer naar evenredigheid verlengd. @@ -220,15 +220,14 @@ f. degene die bij de inhoudingsplichtige op basis van een leer-werkovereenkomst Het eerste lid, aanhef en onderdeel e, is niet van toepassing indien: -a. de werknemer op het tijdstip waarop deze de opleiding begint te volgen jonger is dan 23 jaar; -b. het loon van de werknemer in het desbetreffende loontijdvak meer bedraagt dan het in het tweede lid, tweede volzin, genoemde toetsloon, of -c. de werkgever niet over een verklaring beschikt waarin de Centrale organisatie werk en inkomen verklaart dat de werknemer vóór indiensttreding een werkloze is. +a. het loon van de werknemer in het desbetreffende loontijdvak meer bedraagt dan het in het derde lid, tweede volzin, genoemde toetsloon, of +b. de werkgever niet over een verklaring beschikt waarin de Centrale organisatie werk en inkomen verklaart dat de werknemer vóór indiensttreding een werkloze is. **6.** De inhoudingsplichtige bewaart een afschrift van de in het eerste lid, onderdelen a, b, c, d en f, bedoelde overeenkomst bij de loonadministratie. **7.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald welke gegevens de in het eerste lid, onderdelen a, b, c,d en f, bedoelde overeenkomsten ten minste dienen te bevatten voor de toepassing van deze wet alsmede welke partij of partijen de administratie voert onderscheidenlijk voeren die voortvloeit uit de overeenkomsten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d. -**8.** De inhoudingsplichtige bewaart een afschrift van de in het vijfde lid, onderdeel c, bedoelde verklaring bij de loonadministratie. +**8.** De inhoudingsplichtige bewaart een afschrift van de in het vijfde lid, onderdeel b, bedoelde verklaring bij de loonadministratie. ### Artikel 15 @@ -238,33 +237,23 @@ Bij ministeriële regeling kan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenscha ### Artikel 15a -**1.** De afdrachtvermindering scholing is van toepassing met betrekking tot kosten van scholing van bij de inhoudingsplichtige werkzame personen indien of voorzover de inhoudingsplichtige niet is onderworpen aan de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting en de kosten niet in die hoedanigheid zijn gemaakt. De afdrachtvermindering beloopt 12 percent van het bedrag dat de inhoudingsplichtige in het loontijdvak direct, dan wel indirect door middel van vergoedingen aan die personen, heeft betaald voor scholing, met dien verstande dat per kalenderjaar tot en met een bedrag van € 31 000 aan kosten de afdrachtvermindering 19 percent beloopt indien het totaal van de kosten in het kalenderjaar niet uitgaat boven € 129 000. De afdrachtvermindering wordt verhoogd met 7 percent van het bedrag dat de inhoudingsplichtige heeft betaald voor scholing die is gericht op het op een startkwalificatieniveau brengen van personen die dat niveau missen; bij ministeriële regeling wordt bepaald welke vormen van scholing zijn gericht op het op een startkwalificatieniveau brengen van personen die dat niveau missen. De afdrachtvermindering bedraagt ten hoogste € 794 115 per kalenderjaar. - -**2.** De in het eerste lid, tweede en derde volzin, bedoelde bedragen aan kosten worden verminderd met de door de inhoudingsplichtige van derden ontvangen of nog te ontvangen bedragen ter zake van scholing, met het bedrag dat door de in het eerste lid bedoelde personen ter zake van scholing aan de inhoudingsplichtige is vergoed en met het bedrag dat op voorschotten is terugbetaald. In afwijking van de eerste volzin worden door de inhoudingsplichtige direct of indirect van rijkswege of in samenhang daarmee van derden ontvangen bijdragen in de kosten van scholing niet in mindering gebracht op de in het eerste lid, tweede en derde volzin, bedoelde bedragen. Voor de situatie waarin indirect van rijkswege of in samenhang daarmee van derden een bijdrage wordt ontvangen kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop wordt bepaald welk deel daarvan van rijkswege is verstrekt. - -**3.** Onder kosten van scholing worden begrepen bijdragen aan een fonds dat zich geheel of nagenoeg geheel bezig houdt met de financiering van scholing en aanverwante activiteiten voorzover die bijdragen zijn verschuldigd ingevolge een collectieve arbeidsovereenkomst en door het fonds worden benut voor scholing. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter bevordering van een goede uitvoering van de eerste volzin. - -**4.** Voor de toepassing van dit artikel wordt met betaald zijn van kosten gelijkgesteld het verrekend zijn of het rentedragend zijn geworden van die kosten dan wel het ter beschikking gesteld zijn van de betaling. - -**5.** De in het eerste lid vermelde percentages kunnen bij ministeriële regeling worden vervangen door andere. Uiterlijk binnen drie maanden na het tijdstip waarop deze ministeriële regeling in werking treedt, wordt een voorstel van wet tot goedkeuring van die regeling aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden. Indien het voorstel wordt ingetrokken of indien een van de kamers der Staten-Generaal tot het niet aannemen van het voorstel besluit, worden onverwijld bij ministeriële regeling de vervangen percentages met ingang van het tijdstip waarop laatstgenoemde regeling in werking treedt, vervangen door de percentages zoals die golden onmiddellijk vóór het in de eerste volzin bedoelde tijdstip. - -**6.** De in het eerste lid, tweede volzin, vermelde bedragen worden bij het begin van het kalenderjaar van rechtswege vervangen door de bedragen die krachtens artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden vastgesteld ter vervanging van de in artikel 3.48, derde lid, eerste volzin, van die wet vermelde bedragen. +Vervallen ## Hoofdstuk VI. Afdrachtvermindering kinderopvang ### Artikel 16 -**1.** De afdrachtvermindering kinderopvang is van toepassing met betrekking tot kosten van opvang van kinderen en pleegkinderen die jonger dan 13 jaar zijn, van werknemers. De afdrachtvermindering beloopt 30 percent van het bedrag dat de inhoudingsplichtige ter zake van dergelijke opvang in het loontijdvak direct, dan wel indirect door middel van vergoedingen aan werknemers, heeft betaald voor kinderopvang waarvoor krachtens artikel 20, eerste lid, van de Welzijnswet 1994 bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld met betrekking tot de kwaliteit of die voldoet aan bij ministeriële regeling aan te wijzen buitenlandse regelingen die naar aard en strekking overeenkomen met de krachtens artikel 20 van de Welzijnswet 1994 bij gemeentelijke verordening gestelde regels. Voor zover de kinderopvang bij de werknemer thuis plaatsvindt, wordt het in de tweede volzin bedoelde bedrag tot ten hoogste € 9400 per kind per kalenderjaar in aanmerking genomen. Het in de tweede volzin bedoelde bedrag wordt verminderd met de door de inhoudingsplichtige ter zake van de kinderopvang van derden ontvangen of nog te ontvangen bedragen, met het bedrag dat door de werknemers ter zake van de kinderopvang aan de inhoudingsplichtige is vergoed en met het bedrag dat op voorschotten is terugbetaald. +**1.** De afdrachtvermindering kinderopvang is van toepassing met betrekking tot kosten van kinderopvang van kinderen en pleegkinderen van werknemers. De afdrachtvermindering beloopt 50 percent van het bedrag dat de inhoudingsplichtige ter zake van kinderopvang in het loontijdvak direct, dan wel indirect door middel van vergoedingen aan werknemers, heeft betaald voor kinderopvang, voorzover dat bedrag per kalenderjaar niet meer bedraagt dan € 21 400, en 30 percent van dat bedrag voorzover dat bedrag per kalenderjaar meer bedraagt dan € 21 400. Voorzover de kinderopvang bij de werknemer thuis plaatsvindt, wordt als bedrag dat de inhoudingsplichtige ter zake van kinderopvang direct, dan wel indirect door middel van vergoedingen aan werknemers, heeft betaald voor kinderopvang, ten hoogste € 9626 per kind per kalenderjaar in aanmerking genomen. Het bedrag dat de inhoudingsplichtige ter zake van kinderopvang direct, dan wel indirect door middel van vergoedingen aan werknemers, heeft betaald voor kinderopvang wordt verminderd met de door de inhoudingsplichtige ter zake van de kinderopvang van derden ontvangen of nog te ontvangen bedragen, met het bedrag dat door de werknemers ter zake van de kinderopvang aan de inhoudingsplichtige is vergoed en met het bedrag dat op voorschotten is terugbetaald. **2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ingeval de betaling door de inhoudingsplichtige geschiedt aan een fonds dat zich geheel of nagenoeg geheel bezig houdt met de financiering van kinderopvang, bedoeld in het eerste lid, voor zover de inhoudingsplichtige een collectieve arbeidsovereenkomst heeft die in zodanige betaling voorziet. -**3.** Ingeval de inhoudingsplichtige zelf kinderopvang als bedoeld in het eerste lid verricht beloopt de afdrachtvermindering kinderopvang 30 percent van de daaraan toe te rekenen kosten, verminderd met de door de inhoudingsplichtige ter zake van de kinderopvang van derden ontvangen of nog te ontvangen bedragen en met het bedrag dat de werknemers ter zake van de kinderopvang in rekening wordt gebracht. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter bepaling van de aan de kinderopvang toe te rekenen kosten. +**3.** Ingeval de inhoudingsplichtige zelf kinderopvang als bedoeld in het eerste lid verricht beloopt de afdrachtvermindering kinderopvang 50 dan wel 30 percent van de daaraan toe te rekenen kosten, verminderd met de door de inhoudingsplichtige ter zake van de kinderopvang van derden ontvangen of nog te ontvangen bedragen en met het bedrag dat de werknemers ter zake van de kinderopvang in rekening wordt gebracht. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter bepaling van de aan de kinderopvang toe te rekenen kosten. **4.** In afwijking van het eerste en het derde lid worden door de inhoudingsplichtige direct of indirect van rijkswege of in samenhang daarmee van derden ontvangen bijdragen in de kosten voor kinderopvang niet in mindering gebracht op de kosten waarover de afdrachtvermindering kinderopvang wordt berekend. Voor de situatie waarin indirect van rijkswege of in samenhang daarmee van derden een bijdrage wordt ontvangen kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop wordt bepaald welk deel daarvan van rijkswege is verstrekt. **5.** Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid wordt met betaald zijn van kosten gelijkgesteld het verrekend zijn of het rentedragend zijn geworden van die kosten dan wel het ter beschikking gesteld zijn van de betaling. -**6.** Het in het eerste lid vermelde bedrag wordt bij het begin van het kalenderjaar van rechtswege vervangen door het bedrag dat krachtens artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt vastgesteld ter vervanging van de in artikel 3.143 van die wet vermelde bedragen. +**6.** Het in het eerste lid, derde volzin, vermelde bedrag wordt bij het begin van het kalenderjaar van rechtswege vervangen door het bedrag dat krachtens artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt vastgesteld ter vervanging van de in artikel 3.143 van die wet vermelde bedragen. ### Artikel 16a @@ -282,15 +271,15 @@ De afdrachtvermindering geldt ten hoogste voor het totale aantal uren verlof waa | indien de werknemer de leeftijd heeft bereikt van | doch niet de leeftijd van | | | --- | --- | --- | -| 15 jaren | 16 jaren: | € 3 361 | -| 16 jaren | 17 jaren: | € 3 865 | -| 17 jaren | 18 jaren: | € 4 425 | -| 18 jaren | 19 jaren: | € 5 097 | -| 19 jaren | 20 jaren: | € 5 881 | -| 20 jaren | 21 jaren: | € 6 889 | -| 21 jaren | 22 jaren: | € 8 121 | -| 22 jaren | 23 jaren: | € 9 522 | -| 23 jaren: | | € 11 202 | +| 15 jaren | 16 jaren: | € 3 403 | +| 16 jaren | 17 jaren: | € 3 913 | +| 17 jaren | 18 jaren: | € 4 480 | +| 18 jaren | 19 jaren: | € 5 161 | +| 19 jaren | 20 jaren: | € 5 955 | +| 20 jaren | 21 jaren: | € 6 975 | +| 21 jaren | 22 jaren: | € 8 223 | +| 22 jaren | 23 jaren: | € 9 641 | +| 23 jaren: | | € 11 342 | Artikel 5, negende lid, is van overeenkomstige toepassing. @@ -300,15 +289,15 @@ Het toetsloon voor de afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof bedraagt pe | indien de werknemer de leeftijd heeft bereikt van | doch niet de leeftijd van | | | --- | --- | --- | -| 15 jaren | 16 jaren: | € 3 361 | -| 16 jaren | 17 jaren: | € 3 865 | -| 17 jaren | 18 jaren: | € 4 425 | -| 18 jaren | 19 jaren: | € 5 097 | -| 19 jaren | 20 jaren: | € 5 881 | -| 20 jaren | 21 jaren: | € 6 889 | -| 21 jaren | 22 jaren: | € 8 121 | -| 22 jaren | 23 jaren: | € 9 522 | -| 23 jaren: | | € 11 202 | +| 15 jaren | 16 jaren: | € 3 403 | +| 16 jaren | 17 jaren: | € 3 913 | +| 17 jaren | 18 jaren: | € 4 480 | +| 18 jaren | 19 jaren: | € 5 161 | +| 19 jaren | 20 jaren: | € 5 955 | +| 20 jaren | 21 jaren: | € 6 975 | +| 21 jaren | 22 jaren: | € 8 223 | +| 22 jaren | 23 jaren: | € 9 641 | +| 23 jaren: | | € 11 342 | **3.** Op het toetsloon is artikel 6 niet van toepassing. Het toetsloon en het maximum van de afdrachtvermindering worden naar evenredigheid verminderd met betrekking tot de werknemer wiens ouderschapsverlof een kortere duur heeft dan de volledige arbeidsduur in de zin van artikel 6, tweede lid. @@ -366,9 +355,9 @@ Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter bevordering van een ### Artikel 21 -**1.** De S&O-afdrachtvermindering is van toepassing met betrekking tot werknemers die direct betrokken zijn bij werk dat bij S&O-verklaring is aangemerkt als speur- en ontwikkelingswerk. De afdrachtvermindering beloopt 40 percent van het loon dat door die werknemers in het kalenderjaar is genoten ter zake van bedoeld speur- en ontwikkelingswerk voor zover dat loon in totaal niet meer bedraagt dan € 90 756, en 13 percent van dat loon voor zover dat in totaal meer bedraagt dan € 90 756. Als loon bedoeld in de vorige volzin wordt in totaal niet meer in aanmerking genomen dan het bedrag dat in de S&O-verklaring is aangemerkt als ten hoogste in aanmerking te nemen loon. De S&O-afdrachtvermindering bedraagt over een kalenderjaar maximaal € 7 941 154 per inhoudingsplichtige dan wel, ingeval de inhoudingsplichtige, beoordeeld naar de op het tijdstip waarop hij om de S&O-verklaring verzoekt bekende feiten en omstandigheden, bij de aanvang van het tijdvak waarop het verzoek betrekking heeft deel uitmaakt van een fiscale eenheid, per fiscale eenheid. In het laatste geval bedraagt de afdrachtvermindering per inhoudingsplichtige ten hoogste het in de S&O-verklaring aangegeven deel van het maximum van € 7 941 154. +**1.** De S&O-afdrachtvermindering is van toepassing met betrekking tot werknemers die direct betrokken zijn bij werk dat bij S&O-verklaring is aangemerkt als speur- en ontwikkelingswerk. De afdrachtvermindering beloopt 42 percent van het loon dat door die werknemers in het kalenderjaar is genoten ter zake van bedoeld speur- en ontwikkelingswerk voor zover dat loon in totaal niet meer bedraagt dan € 110 000, en 14 percent van dat loon voor zover dat in totaal meer bedraagt dan € 110 000. Als loon bedoeld in de vorige volzin wordt in totaal niet meer in aanmerking genomen dan het bedrag dat in de S&O-verklaring is aangemerkt als ten hoogste in aanmerking te nemen loon. De S&O-afdrachtvermindering bedraagt over een kalenderjaar maximaal € 7 941 154 per inhoudingsplichtige dan wel, ingeval de inhoudingsplichtige, beoordeeld naar de op het tijdstip waarop hij om de S&O-verklaring verzoekt bekende feiten en omstandigheden, bij de aanvang van het tijdvak waarop het verzoek betrekking heeft deel uitmaakt van een fiscale eenheid, per fiscale eenheid. In het laatste geval bedraagt de afdrachtvermindering per inhoudingsplichtige ten hoogste het in de S&O-verklaring aangegeven deel van het maximum van € 7 941 154. -**2.** Indien de inhoudingsplichtige in een of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren geen inhoudingsplichtige was en voor die periode met betrekking tot ten hoogste twee kalenderjaren een S&O-verklaring is afgegeven, wordt het in het eerste lid vermelde percentage van 40 vervangen door 60. Een S&O-verklaring die is afgegeven voor een deel van een kalenderjaar wordt aangemerkt als een S&O-verklaring afgegeven met betrekking tot een heel kalenderjaar +**2.** Het in het eerste lid vermelde percentage van 42 wordt vervangen door 60 indien de inhoudingsplichtige in een of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren geen inhoudingsplichtige was en voor die periode met betrekking tot ten hoogste twee kalenderjaren een S&O-verklaring is afgegeven. Indien de voor rekening van de inhoudingsplichtige gedreven onderneming een voortzetting is van een onderneming die, of een gedeelte van een onderneming dat direct of indirect is gedreven door een met hem verbonden vennootschap in de zin van artikel 10a, zevende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, dan wel voor rekening van een natuurlijk persoon die op het moment van aanvraag een aanmerkelijk belang in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 heeft in de inhoudingsplichtige, wordt voor de toepassing van de eerste volzin een ten aanzien van de verbonden vennootschap, onderscheidenlijk natuurlijk persoon, reeds voor de voortzetting afgegeven S&O-verklaring aangemerkt als een ten aanzien van de inhoudingsplichtige afgegeven verklaring. Een S&O-verklaring die is afgegeven voor een deel van een kalenderjaar wordt aangemerkt als een S&O-verklaring afgegeven met betrekking tot een heel kalenderjaar. **3.** Op het in het eerste lid bedoelde loon is artikel 1, eerste lid, onderdeel *c*, onder 1°, 2°, 4° en 5°, niet van toepassing. @@ -420,7 +409,7 @@ Teneinde zoveel mogelijk evenwicht te bereiken tussen de S&O-afdrachtverminderin **6.** De beslissing op het verzoek wordt gegeven binnen negen weken na de aanvang van het tijdvak waarop het verzoek betrekking heeft. -**7.** Een S&O-verklaring kan worden gewijzigd of ingetrokken indien blijkt dat te harer verkrijging verstrekte gegevens of bescheiden zodanig onjuist of onvolledig zijn dat op het verzoek een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend zouden zijn geweest. Onjuistheid of onvolledigheid van gegevens of bescheiden die Onze Minister van Economische Zaken bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn, kan geen grond opleveren voor wijziging of intrekking van een verklaring. Een S&O-verklaring kan tevens worden ingetrokken indien blijkt dat de in artikel 25 bedoelde administratie niet voldoet aan het bij of krachtens dat artikel bepaalde. De bevoegdheid tot het wijzigen of intrekken van een verklaring vervalt door verloop van vijf jaren na de dagtekening van de verklaring. +**7.** Een S&O-verklaring kan worden gewijzigd of ingetrokken indien blijkt dat te harer verkrijging verstrekte gegevens of bescheiden zodanig onjuist of onvolledig zijn dat op het verzoek een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend zouden zijn geweest. Onjuistheid of onvolledigheid van gegevens of bescheiden die Onze Minister van Economische Zaken bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn, kan geen grond opleveren voor wijziging of intrekking van een verklaring. Een S&O-verklaring kan tevens worden gewijzigd of ingetrokken indien blijkt dat de in artikel 25 bedoelde administratie niet voldoet aan het bij of krachtens dat artikel bepaalde. De bevoegdheid tot het wijzigen of intrekken van een verklaring vervalt door verloop van vijf jaren na de dagtekening van de verklaring. **8.** In afwijking van het derde lid onderscheidenlijk zesde lid kan bij ministeriële regeling van Onze Minister van Economische Zaken een latere datum worden vastgesteld waarop het verzoek uiterlijk moet zijn ingediend onderscheidenlijk de beslissing op het verzoek uiterlijk moet zijn gegeven. In samenhang daarmee kan de in artikel 23 bedoelde wijziging van percentages plaatsvinden na 1 januari, met terugwerkende kracht tot en met die datum. @@ -490,21 +479,23 @@ Indien het in artikel 27 en artikel 28 bedoelde verschil in belasting wordt nage ### Artikel 30a -**1.** Bij het begin van het kalenderjaar worden de in artikel 5 vermelde bedragen vervangen door andere. Deze bedragen worden berekend door de te vervangen bedragen te vermenigvuldigen met de verhouding van het bedrag genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel *a*, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag zoals dat luidt bij het begin van het kalenderjaar tot dat bedrag zoals dat luidt op 1 januari van het voorafgaande kalenderjaar en vervolgens de nodig geachte afrondingen aan te brengen. +**1.** Bij het begin van het kalenderjaar worden de in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, en achtste lid, vermelde bedragen vervangen door andere. Deze bedragen worden berekend door de te vervangen bedragen te vermenigvuldigen met de verhouding van het bedrag genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel *a*, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag zoals dat luidt bij het begin van het kalenderjaar tot dat bedrag zoals dat luidt op 1 januari van het voorafgaande kalenderjaar en vervolgens de nodig geachte afrondingen aan te brengen. **2.** Bij de toepassing van het eerste lid wordt het in artikel 5, achtste lid, vermelde bedrag niet hoger vastgesteld dan het gemiddelde bedrag van de werkgeverslasten bestaande uit premies voor de sociale verzekeringswetten en soortgelijke regelingen, premies voor regelingen voor vervroegde uittreding, premies in verband met loondoorbetaling tijdens ziekte van de werknemers. Bij ministeriële regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de vaststelling van de hoogte van het gemiddelde bedrag van de werkgeverslasten. ### Artikel 31 -**1.** Bij het begin van het kalenderjaar worden de in de artikelen 14 en 16b vermelde toetslonen en de in artikel 16b vermelde maximumbedragen van de afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof vervangen door andere. +**1.** Bij het begin van het kalenderjaar worden de in de artikelen 7, 14, derde lid, en 16b vermelde toetslonen en de in artikel 16b vermelde maximumbedragen van de afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof vervangen door andere. -**2.** Het in artikel 14, tweede lid, vermelde toetsloon wordt gesteld op 130 percent van het twaalfvoud van het in artikel 8, eerste lid, onderdeel *a*, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag, verminderd met het werknemersaandeel in de premie ingevolge de Werkloosheidswet en vermeerderd met het werkgeversaandeel in de premie ingevolge de Ziekenfondswet. +**2.** Het in artikel 7 vermelde toetsloon wordt gesteld op 110,5 percent van het twaalfvoud van het in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag, verminderd met het werknemersaandeel in de premie ingevolge de Werkloosheidswet en vermeerderd met het werkgeversaandeel in de premie ingevolge de Ziekenfondswet. -**3.** Het in artikel 16b, eerste lid, laatstvermelde bedrag wordt gesteld op 70 percent van het twaalfvoud van het in Artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag, verminderd met het werknemersaandeel in de premies ingevolge de Werkloosheidswet en vermeerderd met het werkgeversaandeel in de premie ingevolge de Ziekenfondswet. De overige in artikel 16b, eerste lid, vermelde bedragen worden dienovereenkomstig vastgesteld op basis van de desbetreffende krachtens artikel 8, derde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bepaalde minimumjeugdlonen. +**3.** Het in artikel 14, derde lid, vermelde toetsloon wordt gesteld op 130 percent van het twaalfvoud van het in artikel 8, eerste lid, onderdeel *a*, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag, verminderd met het werknemersaandeel in de premie ingevolge de Werkloosheidswet en vermeerderd met het werkgeversaandeel in de premie ingevolge de Ziekenfondswet. -**4.** Het in artikel 16b, tweede lid, laatstvermelde bedrag wordt gesteld op 70 percent van het twaalfvoud van het in Artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag, verminderd met het werknemersaandeel in de premies ingevolge de Werkloosheidswet en vermeerderd met het werkgeversaandeel in de premie ingevolge de Ziekenfondswet. De overige in artikel 16b, tweede lid, vermelde toetslonen worden dienovereenkomstig vastgesteld op basis van de desbetreffende krachtens artikel 8, derde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bepaalde minimumjeugdlonen. +**4.** Het in artikel 16b, eerste lid, laatstvermelde bedrag wordt gesteld op 70 percent van het twaalfvoud van het in Artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag, verminderd met het werknemersaandeel in de premies ingevolge de Werkloosheidswet en vermeerderd met het werkgeversaandeel in de premie ingevolge de Ziekenfondswet. De overige in artikel 16b, eerste lid, vermelde bedragen worden dienovereenkomstig vastgesteld op basis van de desbetreffende krachtens artikel 8, derde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bepaalde minimumjeugdlonen. -**5.** Indien ingevolge een van de sociale-verzekeringswetten een premie wordt ingehouden waarvan het percentage per bedrijfstak verschilt, wordt voor de toepassing van het tweede tot en met vierde lid het percentage in aanmerking genomen dat wordt vastgesteld krachtens artikel 9, vierde lid, van de Algemene Ouderdomswet. +**5.** Het in artikel 16b, tweede lid, laatstvermelde bedrag wordt gesteld op 70 percent van het twaalfvoud van het in Artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag, verminderd met het werknemersaandeel in de premies ingevolge de Werkloosheidswet en vermeerderd met het werkgeversaandeel in de premie ingevolge de Ziekenfondswet. De overige in artikel 16b, tweede lid, vermelde toetslonen worden dienovereenkomstig vastgesteld op basis van de desbetreffende krachtens artikel 8, derde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bepaalde minimumjeugdlonen. + +**6.** Indien ingevolge een van de sociale-verzekeringswetten een premie wordt ingehouden waarvan het percentage per bedrijfstak verschilt, wordt voor de toepassing van het tweede tot en met vijfde lid het percentage in aanmerking genomen dat wordt vastgesteld krachtens artikel 9, vierde lid, van de Algemene Ouderdomswet. ### Artikel 32 @@ -514,7 +505,18 @@ Ter bevordering van een goede uitvoering van deze wet kunnen bij ministeriële r ### Artikel 33 -Indien naar de regels van de wet zoals die luidden op 31 december 2002 een inhoudingsplichtige met betrekking tot een op die datum bij hem in dienstbetrekking zijnde werknemer de afdrachtvermindering langdurig werklozen geniet, blijft ten aanzien van die inhoudingsplichtige met betrekking tot die werknemer de met ingang van 1 januari 2003 vervallen regeling inzake de afdrachtvermindering langdurig werklozen doorlopen tot uiterlijk 1 januari 2007. +**1.** Indien naar de regels van de wet zoals die luidden op 31 december 2002 een inhoudingsplichtige met betrekking tot een op die datum bij hem in dienstbetrekking zijnde werknemer de afdrachtvermindering langdurig werklozen geniet, blijft ten aanzien van die inhoudingsplichtige met betrekking tot die werknemer de met ingang van 1 januari 2003 vervallen regeling inzake de afdrachtvermindering langdurig werklozen doorlopen tot uiterlijk 1 januari 2007. + +**2.** Voor de toepassing van het eerste lid bedraagt de afdrachtvermindering langdurig werklozen per kalenderjaar: € 2 352. + +**3.** + +Voor de toepassing van het eerste lid bedraagt het toetsloon voor de afdrachtvermindering langdurig werklozen per kalenderjaar: + +a. ten aanzien van de werknemer die bij aanvaarding van de dienstbetrekking de leeftijd van 50 jaar niet heeft bereikt: € 20 027; +b. ten aanzien van de werknemer die bij aanvaarding van de dienstbetrekking de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt: € 23 015. + +**4.** Bij het begin van het kalenderjaar worden de in het derde lid vermelde toetslonen vervangen door andere. Het in het derde lid, onderdeel a, vermelde toetsloon wordt gesteld op 125 percent van het twaalfvoud van het in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag, verminderd met het werknemersaandeel in de premie ingevolge de Werkloosheidswet en vermeerderd met het werkgeversaandeel in de premie ingevolge de Ziekenfondswet. Het in het derde lid, onderdeel b, vermelde toetsloon wordt gesteld op 144,5 percent van het twaalfvoud van het in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag, verminderd met het werknemersaandeel in de premie ingevolge de Werkloosheidswet en vermeerderd met het werkgeversaandeel in de premie ingevolge de Ziekenfondswet. Artikel 31, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 34