From 09f4537b1bb0c54f9fc69144045677ec45725484 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Jan 2020 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2020-01-01 | BWBR0009124 | Zeevaartbemanningswet --- .../BWBR0009124/README.md | 36 +++++++++---------- 1 file changed, 18 insertions(+), 18 deletions(-) diff --git a/wet/zeevaartbemanningswet/BWBR0009124/README.md b/wet/zeevaartbemanningswet/BWBR0009124/README.md index 5e431a58be9..0c0e9814efa 100644 --- a/wet/zeevaartbemanningswet/BWBR0009124/README.md +++ b/wet/zeevaartbemanningswet/BWBR0009124/README.md @@ -26,7 +26,7 @@ e. pleziervaartuig: een Nederlands schip dat uitsluitend anders dan in de uitoef f. zeilvaart: de bedrijfsmatige vaart met zeilschepen op zee; g. lengte (L): tenzij anders bepaald, 96 procent van de totale lengte op een waterlijn op 85 procent van de kleinste holte gemeten vanaf de kiellijn, of de lengte van de voorzijde van de voorsteven tot de hartlijn van de roerkoning op die waterlijn, indien deze lengte groter is; bij vissersvaartuigen die met een stuurlast ontworpen zijn, wordt de waterlijn waarop deze lengte gemeten wordt, evenwijdig aan de ontwerplastlijn genomen; h. kapitein: de gezagvoerder van een Nederlands schip; -i. scheepsofficier: een lid van de bemanning, niet zijnde de kapitein, die aan boord van een Nederlands schip een functie als stuurman, werktuigkundige, maritiem officier, officier elektrotechniek of radio-operator vervult; +i. scheepsofficier: een lid van de bemanning, niet zijnde de kapitein, die aan boord van een Nederlands schip een functie als stuurman, werktuigkundige, maritiem officier, officier elektrotechniek of radio-operator vervult; j. opvarende: een ieder die zich gedurende de vaart aan boord van het schip bevindt; k. bemanning: de kapitein, de scheepsofficieren, de scheepsgezellen, en de overige zeevarenden die in de monsterrol worden genoemd; l. scheepsbeheerder: de eigenaar of de rompbevrachter van een schip, of een vennootschap als bedoeld in artikel 311, derde lid, van het Wetboek van Koophandel aan wie de eigenaar de verantwoordelijkheid voor de exploitatie van het schip heeft overgedragen, of indien het een vissersvaartuig betreft, de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de eigenaar de verantwoordelijkheid voor de exploitatie van het vissersvaartuig heeft overgedragen; @@ -41,8 +41,8 @@ t. tuchtcollege: het tuchtcollege voor de scheepvaart als bedoeld in artikel 55a u. verwerking van persoonsgegevens: het verwerken van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 4, onderdelen 1 en 2, van de Algemene verordening gegevensbescherming; v. vervallen; w. bekwaamheidsbewijs: elk geldig document, niet zijnde een vaarbevoegdheidsbewijs, afgegeven aan een zeevarende, waarin wordt verklaard dat door deze wordt voldaan aan een of meer beroepsvereisten. -x. bemanningsrichtlijn: richtlijn nr. 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 november 2008 inzake het minimum opleidingsniveau van zeevarenden (PbEU L 323); -y. Maritiem Arbeidsverdrag: het op 23 februari 2006 in Genève tot stand gekomen Maritiem Arbeidsverdrag, 2006 (Trb. 2007, 93) en de bij dat verdrag behorende bindende protocollen en aanhangselen; +x. bemanningsrichtlijn: richtlijn nr. 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 november 2008 inzake het minimum opleidingsniveau van zeevarenden (PbEU L 323); +y. Maritiem Arbeidsverdrag: het op 23 februari 2006 in Genève tot stand gekomen Maritiem Arbeidsverdrag, 2006 (Trb. 2007, 93) en de bij dat verdrag behorende bindende protocollen en aanhangselen; z. zeevarende: 1°. de natuurlijke persoon die in enige hoedanigheid werkzaamheden verricht aan boord van een schip, niet zijnde een vissersvaartuig; of @@ -51,16 +51,16 @@ aa. visser: een ieder die in enige hoedanigheid aan boord van een vissersvaartui ab. certificaat maritieme arbeid: het certificaat, bedoeld in voorschrift 5.1.3, derde lid, van het Maritiem Arbeidsverdrag; ac. verklaring naleving maritieme arbeid: de verklaring, bedoeld in norm A 5.1.3, tiende lid, van het Maritiem Arbeidsverdrag, bestaande uit deel I en deel II; ad. internationale reis: een reis tussen twee verschillende landen of tussen havens in een ander land, waarbij een gebied voor welks buitenlandse betrekkingen een buiten dat gebied zetelende regering verantwoordelijk is of waarvan de Verenigde Naties het besturend lichaam zijn, mede als een afzonderlijk land wordt aangemerkt, en waarbij een transatlantische reis tussen delen van het Koninkrijk met een internationale reis gelijk wordt gesteld; -ae. IMO-nummer: het scheepsidentificatienummer, bedoeld in voorschrift XI-1/3 van het op 1 november 1974 te Londen tot stand gekomen Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 157); -af. STCW-Verdrag: het op 7 juli 1978 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst, 1978 (Trb. 1981, 144) en de bij dat verdrag behorende bindende bijlagen; -ag. STCW-Code: de Code inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van zeevarenden, behorend bij het STCW-Verdrag (Trb. 1996, 249); -ah. SOLAS-verdrag: het op 1 november 1974 te Londen tot stand gekomen Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 157) en de bij dat verdrag behorende bindende protocollen, aanhangsels en bijlagen; -ai. beveiligingstaak: elke functie of werkzaamheid met betrekking tot de beveiliging aan boord van een schip, zoals omschreven in hoofdstuk XI-2 van het SOLAS-verdrag en in de bij resolutie 2 van de Conferentie van verdragsluitende regeringen die partij zijn bij het SOLAS-verdrag op 12 december 2002 aangenomen Internationale Code voor de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten (*International Ship and Port Facility Security Code*); +ae. IMO-nummer: het scheepsidentificatienummer, bedoeld in voorschrift XI-1/3 van het op 1 november 1974 te Londen tot stand gekomen Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 157); +af. STCW-Verdrag: het op 7 juli 1978 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst, 1978 (Trb. 1981, 144) en de bij dat verdrag behorende bindende bijlagen; +ag. STCW-Code: de Code inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van zeevarenden, behorend bij het STCW-Verdrag (Trb. 1996, 249); +ah. SOLAS-verdrag: het op 1 november 1974 te Londen tot stand gekomen Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 157) en de bij dat verdrag behorende bindende protocollen, aanhangsels en bijlagen; +ai. beveiligingstaak: elke functie of werkzaamheid met betrekking tot de beveiliging aan boord van een schip, zoals omschreven in hoofdstuk XI-2 van het SOLAS-verdrag en in de bij resolutie 2 van de Conferentie van verdragsluitende regeringen die partij zijn bij het SOLAS-verdrag op 12 december 2002 aangenomen Internationale Code voor de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten (*International Ship and Port Facility Security Code*); aj. ervaring: de diensttijd in maanden, in een bepaalde functie aan boord van in de vaart zijnde zeeschepen, gerekend met ingang van de dag van aanmonstering tot en met de dag van afmonstering; -ak. GT: de maateenheid brutotonnage waarin de totale inhoud van een schip, vastgesteld overeenkomstig het op 23 juni 1969 te Londen tot stand gekomen Verdrag betreffende de meting van schepen (Trb. 1970, 122), wordt uitgedrukt; +ak. GT: de maateenheid brutotonnage waarin de totale inhoud van een schip, vastgesteld overeenkomstig het op 23 juni 1969 te Londen tot stand gekomen Verdrag betreffende de meting van schepen (Trb. 1970, 122), wordt uitgedrukt; al. schipper: de kapitein van een vissersvaartuig; am. Caribisch-Nederlands schip: een schip dat op grond van de Vaartuigenwet 1930 BES is geregistreerd in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba; -an. Verdrag betreffende werk in de visserijsector: het op 14 juni 2007 te Genève tot stand gekomen Verdrag betreffende werk in de visserijsector (Trb. 2011, 152); +an. Verdrag betreffende werk in de visserijsector: het op 14 juni 2007 te Genève tot stand gekomen Verdrag betreffende werk in de visserijsector (Trb. 2011, 152); ao. visserij-arbeidscertificaat: document als bedoeld in artikel 41 van het Verdrag betreffende werk in de visserijsector. **2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen, na overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en zeevarenden, categorieën van personen worden aangewezen die in afwijking van het eerste lid, onderdeel z, niet worden aangemerkt als zeevarenden. @@ -285,7 +285,7 @@ eerste maritiem officier schepen van minder dan 3000 GT en minder dan 3000 kW vo maritiem officier alle schepen -maritiem officier schepen van minder dan 3000 GT en minder dan 3000 kW voortstuwingsvermogen +maritiem officier schepen van minder dan 3000 GT en minder dan 3000 kW voortstuwingsvermogen d. officier elektrotechniek alle schepen e. gekwalificeerd gezel dek alle schepen @@ -323,7 +323,7 @@ k. radio-operator **3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke beperkingen of aanvullingen mogen worden aangebracht op een vaarbevoegdheidsbewijs in verband met de aard van de lading, het soort schip, de GT, het voortstuwingsvermogen, het type voortstuwing, de scheepslengte of het vaargebied. -**4.** In afwijking van het eerste lid kan een bemanningslid dat erkenning van zijn vaarbevoegdheidsbewijs als bedoeld in de artikelen 22, eerste lid, of 22a, eerste lid, heeft aangevraagd, voor een periode van ten hoogste 3 maanden volstaan met een door Onze Minister op aanvraag afgegeven bewijs van aanvraag om erkenning van een vaarbevoegdheidsbewijs, tezamen met het te erkennen vaarbevoegdheidsbewijs. Het bepaalde in de vorige volzin is niet van toepassing in bij ministeriële regeling aangewezen gevallen. Bij ministeriële regeling worden de voorwaarden vastgesteld waaronder een bewijs van aanvraag om erkenning van een vaarbevoegdheidsbewijs wordt afgegeven. +**4.** In afwijking van het eerste lid kan een bemanningslid dat erkenning van zijn vaarbevoegdheidsbewijs als bedoeld in de artikelen 22, eerste lid, of 22a, eerste lid, heeft aangevraagd, voor een periode van ten hoogste 3 maanden volstaan met een door Onze Minister op aanvraag afgegeven bewijs van aanvraag om erkenning van een vaarbevoegdheidsbewijs, tezamen met het te erkennen vaarbevoegdheidsbewijs. Het bepaalde in de vorige volzin is niet van toepassing in bij ministeriële regeling aangewezen gevallen. Bij ministeriële regeling worden de voorwaarden vastgesteld waaronder een bewijs van aanvraag om erkenning van een vaarbevoegdheidsbewijs wordt afgegeven. ### Artikel 19 @@ -758,7 +758,7 @@ d. arbeidsovereenkomsten gesteld bij artikel 69d, eerste lid; e. arbeidsbemiddeling en het ter beschikking stellen van arbeidskrachten gesteld bij of krachtens de hoofdstukken 2 en 3 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs; f. arbeids- en rusttijden gesteld bij paragraaf 5.2 en krachtens artikel 5:12, tweede lid van de Arbeidstijdenwet; g. bemanningssamenstelling gesteld bij of krachtens hoofdstuk 2, paragrafen 1 en 2; -h. huisvesting en voorzieningen voor zeevarenden aan boord van een schip gesteld krachtens artikel 48 van deze wet dan wel artikel 407 van het Wetboek van Koophandel in samenhang met artikel XII van de wet van 6 juli 2011, houdende implementatie van het op 23 februari 2006 te Genève tot stand gekomen Maritiem Arbeidsverdrag (Trb. 2007, 93) (Stb. 2011, 394); +h. huisvesting en voorzieningen voor zeevarenden aan boord van een schip gesteld krachtens artikel 48 van deze wet dan wel artikel 407 van het Wetboek van Koophandel in samenhang met artikel XII van de wet van 6 juli 2011, houdende implementatie van het op 23 februari 2006 te Genève tot stand gekomen Maritiem Arbeidsverdrag (Trb. 2007, 93) (Stb. 2011, 394); i. voeding en drinkwater, gesteld krachtens artikel 48a; j. gezondheid, veiligheid en ongevallenpreventie gesteld bij of krachtens de artikelen 3, vierde lid, 5, 6, 8, 12 en 16 van de Arbeidsomstandighedenwet, de artikelen 3, 3a, 4 en 9 van de Schepenwet en krachtens artikel 64; k. medische zorg aan boord gesteld bij of krachtens de artikelen 4, eerste lid, onderdeel b en tweede lid, en 9, eerste lid, van de Schepenwet; @@ -1063,7 +1063,7 @@ b. de vier leden, bedoeld in artikel 55b, vierde lid, indien het verzoek of de k **2.** Indien de betrokken kapitein of scheepsofficier op de oproeping niet ter zitting verschijnt, kan het tuchtcollege de zaak ter zitting bij verstek behandelen of de officier van justitie verzoeken de betrokkene te dagvaarden. Hij is verplicht na dagvaarding te verschijnen. -**3.** Indien de betrokken kapitein of scheepsofficier op de dagvaarding niet ter zitting verschijnt, kan het tuchtcollege de officier van justitie verzoeken de betrokkene te dagvaarden, met bevel tot medebrenging. Artikel 556 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing. +**3.** Indien de betrokken kapitein of scheepsofficier op de dagvaarding niet ter zitting verschijnt, kan het tuchtcollege de officier van justitie verzoeken de betrokkene te dagvaarden, met bevel tot medebrenging. Artikel 6:1:5 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing. **4.** Het tuchtcollege is bevoegd tot verlening van verstek indien de betrokken kapitein of scheepsofficier geen gevolg heeft gegeven aan de in het eerste lid bedoelde oproep. @@ -1087,7 +1087,7 @@ b. de vier leden, bedoeld in artikel 55b, vierde lid, indien het verzoek of de k **3.** Indien een getuige of deskundige op de oproeping niet ter zitting verschijnt, doet de officier van justitie hem op verzoek van het tuchtcollege dagvaarden. Hij is verplicht na dagvaarding te verschijnen. -**4.** Indien een getuige of deskundige op de dagvaarding niet ter zitting verschijnt, doet de officier van justitie hem op verzoek van het tuchtcollege andermaal dagvaarden, met bevel tot medebrenging. Artikel 556 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing. +**4.** Indien een getuige of deskundige op de dagvaarding niet ter zitting verschijnt, doet de officier van justitie hem op verzoek van het tuchtcollege andermaal dagvaarden, met bevel tot medebrenging. Artikel 6:1:5 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing. **5.** De voorzitter beëdigt getuigen om de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zeggen. Getuigen zijn verplicht op de gestelde vragen te antwoorden. @@ -1105,7 +1105,7 @@ Het tuchtcollege kan, indien het van oordeel is dat een tegen een kapitein of ee a. waarschuwing; b. berisping; -c. geldboete van ten hoogste € 4 500; +c. geldboete van ten hoogste € 4 500; d. schorsing van de vaarbevoegdheid voor een periode van ten hoogste twee jaren. **2.** Bij het opleggen van een of meer van de in het eerste lid genoemde tuchtmaatregelen kan het tuchtcollege tevens bepalen dat zijn beslissing, al dan niet met vermelding van de gronden waarop zij berust, in een of meer in de beslissing aangewezen tijdschriften of nieuwsbladen openbaar zal worden gemaakt. @@ -1375,9 +1375,9 @@ c. de overeenkomst aan boord voor inzage beschikbaar is voor de visser en, op ve ### Artikel 70 -**1.** Een vaarbevoegdheidsbewijs, afgegeven aan een zeevarende voor het tijdstip waarop artikel I, onderdelen M en XX, van het bij koninklijke boodschap van 13 oktober 2012 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van de Wet zeevarenden, de Scheepvaartverkeerswet en de Wet op de economische delicten in verband met de implementatie van de wijziging van de bijlage bij het STCW-Verdrag en de STCW-Code en enige andere onderwerpen op het terrein van de zeevaartbemanning (Kamerstukken II 2012/2013, 33 442, nr. 2), nadat dat voorstel tot wet is verheven, in werking treden, behoudt zijn geldigheid overeenkomstig de daarop aangegeven einddatum indien de zeevarende aantoont de in artikel 19a, tweede lid, bedoelde bijscholings- en herhalingstrainingen te hebben gevolgd. +**1.** Een vaarbevoegdheidsbewijs, afgegeven aan een zeevarende voor het tijdstip waarop artikel I, onderdelen M en XX, van het bij koninklijke boodschap van 13 oktober 2012 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van de Wet zeevarenden, de Scheepvaartverkeerswet en de Wet op de economische delicten in verband met de implementatie van de wijziging van de bijlage bij het STCW-Verdrag en de STCW-Code en enige andere onderwerpen op het terrein van de zeevaartbemanning (Kamerstukken II 2012/2013, 33 442, nr. 2), nadat dat voorstel tot wet is verheven, in werking treden, behoudt zijn geldigheid overeenkomstig de daarop aangegeven einddatum indien de zeevarende aantoont de in artikel 19a, tweede lid, bedoelde bijscholings- en herhalingstrainingen te hebben gevolgd. -**2.** Een vaarbevoegdheidsbewijs, afgegeven aan een zeevarende voor het in het eerste lid bedoelde tijdstip, behoudt zijn geldigheid overeenkomstig de daarop aangegeven einddatum maar uiterlijk tot 1 januari 2017, indien de zeevarende niet aantoont de in artikel 19a, tweede lid, bedoelde bijscholings- en herhalingstrainingen te hebben gevolgd. +**2.** Een vaarbevoegdheidsbewijs, afgegeven aan een zeevarende voor het in het eerste lid bedoelde tijdstip, behoudt zijn geldigheid overeenkomstig de daarop aangegeven einddatum maar uiterlijk tot 1 januari 2017, indien de zeevarende niet aantoont de in artikel 19a, tweede lid, bedoelde bijscholings- en herhalingstrainingen te hebben gevolgd. ### Artikel 71