From 0a0041aeb02767c012ba8d97b702999e2431bf86 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Jan 2016 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2016-01-01 | BWBR0025572 | Postwet 2009 --- wet/postwet-2009/BWBR0025572/README.md | 91 +++++++++++--------------- 1 file changed, 39 insertions(+), 52 deletions(-) diff --git a/wet/postwet-2009/BWBR0025572/README.md b/wet/postwet-2009/BWBR0025572/README.md index 91d0a5104d1..20c087df55c 100644 --- a/wet/postwet-2009/BWBR0025572/README.md +++ b/wet/postwet-2009/BWBR0025572/README.md @@ -177,7 +177,7 @@ b. in uitzonderlijke omstandigheden indien de vereiste spoed zich verzet tegen d **4.** Indien het een besluit op aanvraag betreft, is artikel 3.18, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. -**5.** Van een besluit als bedoeld in de artikelen 13b of 13c of het tweede lid wordt door de Autoriteit Consument en Markt mededeling gedaan in de Staatscourant. Van gegevens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Wet openbaarheid van bestuur wordt geen mededeling gedaan. +**5.** Van een besluit als bedoeld in de artikelen 13b of 13c of het tweede lid wordt door de Autoriteit Consument en Markt mededeling gedaan in de Staatscourant. ### Artikel 13e @@ -224,7 +224,7 @@ b. in uitzonderlijke omstandigheden indien de vereiste spoed zich verzet tegen d De Autoriteit Consument en Markt kan de verplichting opleggen om bij de levering van door haar te bepalen postvervoerdiensten aan andere postvervoerbedrijven of eindgebruikers: a. een door haar te bepalen postvervoerdienst los te leveren van andere diensten; -b. deze andere postvervoerbedrijven en eindgebruikers in gelijke gevallen gelijk te behandelen; +b. deze andere postvervoerbedrijven of eindgebruikers in gelijke gevallen gelijk te behandelen; c. een redelijk kwaliteitsniveau te garanderen. **2.** Aan een verplichting als bedoeld in het eerste lid kunnen door de Autoriteit Consument en Markt nadere voorschriften worden verbonden die nodig zijn voor een goede uitvoering van die verplichtingen. @@ -272,7 +272,7 @@ Dit hoofdstuk is van toepassing op de verlener van de universele postdienst voor Onze Minister kan een aanwijzing geheel of gedeeltelijk intrekken indien: a. de goede uitvoering van de universele postdienst of een gedeelte hiervan niet meer gewaarborgd is; -b. een verlener van de universele postdienst overeenkomstig artikel 30, eerste lid, heeft aangegeven dat de uitvoering van deze dienst nettokosten zal opleveren; +b. een verlener van de universele postdienst heeft aangegeven dat een rendabele uitvoering van deze dienst niet mogelijk is; c. het aangewezen postvervoerbedrijf daarom verzoekt; d. een ander postvervoerbedrijf te kennen heeft gegeven de universele postdienst uit te willen voeren. @@ -280,7 +280,7 @@ d. een ander postvervoerbedrijf te kennen heeft gegeven de universele postdienst **4.** De aanwijzing wordt niet ingetrokken vóórdat is voorzien in een aanwijzing van een postvervoerbedrijf voor de universele postdienst of het gedeelte van de universele postdienst waarop de aanwijzing die wordt ingetrokken, betrekking heeft. -**5.** Een postvervoerbedrijf waarvan de aanwijzing wordt ingetrokken, is verplicht deel te nemen aan de selectieprocedure. +**5.** Het postvervoerbedrijf dat is belast met de universele postdienst of een gedeelte daarvan, is verplicht deel te nemen aan de selectieprocedure. **6.** Een aanwijzing wordt niet gegeven aan een aanvrager die naar verwachting de universele dienst niet naar behoren zal kunnen verzorgen. @@ -314,25 +314,17 @@ d. poststukken die in hoofdzaak tekst bevatten in voor blinden bestemde tekens e De universele postdienst omvat binnen Nederland ten minste de volgende postvervoerdiensten: a. vervoer van aangetekende poststukken; -b. vervoer van poststukken met aangegeven waarde; -c. de uitreiking van het gerechtelijk schrijven, bedoeld in de artikelen 585, tweede lid, en 587, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. +b. vervoer van poststukken met aangegeven waarde. **4.** Onder de universele postdienst vallen bij postvervoer van en naar gebieden buiten Nederland ten minste de postvervoerdiensten, opgenomen in de akten van de Wereldpostunie. **5.** Een verlener van de universele postdienst haalt ten minste vijf dagen per week poststukken op uit de voor het publiek bestemde brievenbussen dan wel uit andere daartoe bestemde inrichtingen, en voert ten minste vijf dagen per week overal in Nederland een bestelling uit, met dien verstande dat hij ten minste zes dagen per week rouwbrieven en medische brieven ophaalt uit daartoe bestemde inrichtingen, en ten minste zes dagen per week overal in Nederland een bestelling uitvoert van rouwbrieven en medische brieven. -**6.** Een verlener van de universele postdienst zorgt ervoor dat de brieven, die overeenkomstig de daartoe gestelde voorwaarden aan hem worden aangeboden voor postvervoer binnen Nederland met de standaard overnight service, per kalenderjaar in ten minste gemiddeld 95% van de gevallen worden besteld op de dag, niet zijnde een zon- of maandag of officiële feestdag, volgend op de dag van aanbieding, met dien verstande dat rouwbrieven en medische brieven per kalenderjaar in ten minste gemiddeld 95% van de gevallen worden besteld op de dag, niet zijnde een zon-, of officiële feestdag, volgend op de dag van aanbieding. +**6.** Een verlener van de universele postdienst biedt een postdienst van goede kwaliteit. Daartoe voldoet hij in het kader van het postvervoer ten aanzien van brieven en andere poststukken aan de bij algemene maatregel van bestuur gestelde eisen aan de overkomstduur, de regelmaat en de betrouwbaarheid van de universele postdienst. -**7.** +**7.** Een verlener van de universele postdienst zorgt voor een net van voor het publiek bestemde brievenbussen en dienstverleningspunten voor het aanbieden van postzendingen en voor het verrichten van andere met het postvervoer samenhangende handelingen dat voldoet aan de behoeften van de gebruikers van de universele postdienst en rekening houdt met de kwetsbare gebruikers van de universele postdienst. Daartoe voldoet de verlener van de universele postdienst aan de bij algemene maatregel van bestuur gestelde eisen aan het net. -De verlener van de universele postdienst zorgt ervoor dat het net van dienstverleningspunten voor het aanbieden van postzendingen en voor het verrichten van andere met het postvervoer samenhangende handelingen ten minste 2000 dienstverleningspunten omvat, waarvan ten minste 902 met een volledig assortiment aan diensten. Bovendien zorgt de verlener van de universele postdienst ervoor dat dit net voldoet aan de volgende spreidingsmaatstaven: - -a. de spreiding over Nederland van dienstverleningspunten met een volledig assortiment van diensten resulteert in een beschikbaarheid van een volledig assortiment van diensten binnen een straal van vijf kilometer voor ten minste 95% van de inwoners; -b. de spreiding van dienstverleningspunten met een volledig assortiment van diensten buiten woonkernen met meer dan 5000 inwoners resulteert in een beschikbaarheid van een volledig assortiment van diensten binnen een straal van 5 kilometer voor ten minste 85% van de betrokken inwoners. - -**8.** De verlener van de universele postdienst zorgt ervoor dat in woonkernen met meer dan 5000 inwoners binnen een straal van 500 meter een voor het publiek bestemde brievenbus is om voor postvervoer bestemde poststukken aan te bieden. Buiten deze woonkernen zorgt de verlener van de universele postdienst ervoor dat binnen een straal van 2500 meter voor het publiek bestemde brievenbussen zijn. - -**9.** Indien het gestelde in het achtste lid redelijkerwijs niet haalbaar is, draagt de verlener van de universele postdienst er zorg voor dat bij de bestelling gelegenheid wordt geboden om daartoe geschikte postzendingen ten vervoer aan te bieden. +**8.** De voordracht voor een krachtens het zesde of zevende lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. ### Artikel 17 @@ -348,8 +340,20 @@ e. de wijze waarop poststukken aan een verlener van de universele postdienst wor **2.** De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. +### Artikel 17a + +Onze Minister onderzoekt iedere drie jaar of wanneer een verlener van de universele postdienst daartoe een gemotiveerd verzoek heeft ingediend, de universele postdienst en de eisen die gesteld worden aan een verlener van de universele postdienst. + ### Paragraaf 4.4. Verplichtingen voor de universele postdienstverlener +### Artikel 18a + +**1.** De verlener van de universele postdienst vraagt advies aan consumentenorganisaties die de belangen behartigen van kwetsbare gebruikers van de universele postdienst over door hem voorgenomen wijzigingen in de uitvoering van de universele postdienst die het gevolg zijn van een wijziging van de eisen ten aanzien van het aantal en de spreiding van postvestigingen en brievenbussen. + +**2.** De verlener van de universele postdienst vraagt het advies, bedoeld in het eerste lid, ten minste vier maanden voorafgaand aan de datum waarop de voorgenomen wijziging wordt gerealiseerd, en stelt een termijn voor het uitbrengen van het advies van ten minste acht weken. + +**3.** De verlener van de universele postdienst geeft een schriftelijke reactie op het advies, bedoeld in het eerste lid, binnen zes weken na ontvangst van dat advies, met dien verstande dat de reactie in ieder geval wordt gegeven voorafgaand aan de datum waarop de voorgenomen wijziging wordt gerealiseerd. In de reactie geeft de verlener van de universele postdienst aan of het advies al dan niet wordt overgenomen en wat daarvan de redenen zijn. + ### Artikel 18 **1.** Een verlener van de universele postdienst verzorgt binnen Nederland en van of naar gebieden buiten Nederland de universele postdienst. @@ -372,7 +376,7 @@ e. de wijze waarop poststukken aan een verlener van de universele postdienst wor **1.** Een verlener van de universele postdienst kan gedeelten van de universele postdienst door anderen onder zijn verantwoordelijkheid doen uitvoeren. -**2.** Een verlener van de universele postdienst rekent de kosten die anderen in rekening brengen voor het uitvoeren van gedeelten van de universele postdienst slechts toe aan de universele postdienst voor zover die kosten overeenkomstig de op grond van de artikelen 22, derde lid, en 25, zesde lid, vastgestelde regels zijn toe te rekenen aan de universele postdienst. +**2.** Een verlener van de universele postdienst rekent de kosten die anderen in rekening brengen voor het uitvoeren van gedeelten van de universele postdienst slechts toe aan de universele postdienst voor zover die kosten overeenkomstig de op grond van artikel 22, derde lid, vastgestelde regels zijn toe te rekenen aan de universele postdienst. **3.** Een verlener van de universele postdienst maakt de toerekening van de kosten van anderen, bedoeld in het tweede lid, inzichtelijk voor ieder gedeelte van de universele postdienst dat hij door anderen laat uitvoeren. @@ -396,34 +400,31 @@ e. de wijze waarop poststukken aan een verlener van de universele postdienst wor ### Artikel 24 -**1.** Een verlener van de universele postdienst stelt voorwaarden en tarieven vast voor de onderscheiden postvervoerdiensten binnen de universele postdienst en maakt deze bekend. +**1.** Een verlener van de universele postdienst stelt met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 22, derde lid, en 25 voorwaarden en tarieven vast voor de onderscheiden postvervoerdiensten binnen de universele postdienst en maakt deze bekend. **2.** De tarieven zijn uniform en op de kosten gebaseerd. **3.** De voorwaarden en tarieven zijn non-discriminatoir en transparant. +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden ter uitvoering van het eerste tot en met derde lid. + ### Artikel 25 -**1.** +**1.** Onze Minister bepaalt bij ministeriële regeling de ruimte waarbinnen de verlener van de universele postdienst de tarieven, bedoeld in artikel 24, eerste lid, kan vaststellen. -Bij ministeriële regeling, gehoord de Autoriteit Consument en Markt, wordt bepaald: +**2.** De in het eerste lid bedoelde tariefruimte wordt gebaseerd op de daadwerkelijke kosten van de universele postdienst en een redelijk rendement. -a. met welk percentage de tarieven voor de universele postdienst jaarlijks gemiddeld ten hoogste mogen worden gewijzigd; -b. op welke wijze de jaarlijks gemiddelde wijziging, bedoeld in onderdeel a, wordt vastgesteld. +**3.** Op basis van de door Onze Minister gestelde regels berekent de Autoriteit Consument en Markt de tariefruimte die de verlener van de universele postdienst in enig jaar heeft. -**2.** Bij ministeriële regeling kan, gehoord de Autoriteit Consument en Markt, voor een afzonderlijk jaar een ander percentage dan bedoeld in het eerste lid worden vastgesteld indien dit noodzakelijk is om te voldoen aan het vereiste dat de tarieven op de kosten gebaseerd zijn. +**4.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ter uitvoering van het tweede en derde lid. -**3.** Met inachtneming van bij ministeriële regeling te stellen regels worden, in afwijking van het eerste en tweede lid, zes maanden na inwerkingtreding van dit artikel de tarieven voor de te onderscheiden postvervoerdiensten binnen de universele postdienst gebaseerd op de daadwerkelijke kosten van de universele postdienst en een redelijk rendement. Bij de ministeriële regeling, bedoeld in de eerste volzin, kan worden bepaald dat de tarieven voor de onderscheiden postvervoerdiensten binnen de universele postdienst in enig ander jaar kunnen worden aangepast op basis van de daadwerkelijke kosten van de universele postdienst en een redelijk rendement. +**5.** Onze Minister kan bij ministeriële regeling voor een afzonderlijk jaar de in het eerste lid bedoelde ruimte bepalen in afwijking van de op grond van het eerste of vierde lid vastgestelde regels indien dit noodzakelijk is om te voldoen aan het vereiste dat de tarieven op de kosten gebaseerd zijn. -**4.** Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de tarieven, bedoeld in het derde lid. +### Artikel 25a -**5.** In afwijking van de artikelen 24 en 27 worden de tarieven, bedoeld in het derde lid, door de Autoriteit Consument en Markt vastgesteld. +**1.** De Autoriteit Consument en Markt wordt gehoord over een ministeriële regeling als bedoeld in artikel 25, eerste, vierde of vijfde lid. -**6.** Bij de ministeriële regeling, bedoeld in het derde lid, worden regels vastgesteld met betrekking tot de elementen van de tarieven, de wijze van berekening van de tarieven en de toerekening van de kosten. - -**7.** De Autoriteit Consument en Markt brengt advies uit over de ministeriële regeling, bedoeld in het derde lid. - -**8.** Het ontwerp voor een krachtens het derde lid vast te stellen ministeriële regeling en het advies van de Autoriteit Consument en Markt worden gelijktijdig aan beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De ministeriële regeling wordt niet eerder vastgesteld dan vier weken na de overlegging van het ontwerp. +**2.** Het ontwerp voor een krachtens artikel 25, eerste, vierde of vijfde lid, vast te stellen ministeriële regeling en de deskundige raad van de Autoriteit Consument en Markt worden gelijktijdig aan beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De ministeriële regeling wordt niet eerder vastgesteld dan vier weken na de overlegging van het ontwerp. ### Artikel 26 @@ -431,9 +432,9 @@ In afwijking van de artikelen 24 en 25 worden de kosten van het vervoer van post ### Artikel 27 -**1.** De tarieven, bedoeld in artikel 24, en de wijzigingen hiervan worden niet eerder vastgesteld dan een maand na het tijdstip waarop zij aan de Autoriteit Consument en Markt zijn toegezonden ter toetsing aan artikel 24, tweede en derde lid, en aan het bepaalde krachtens artikel 25. +**1.** De tarieven, bedoeld in artikel 24, en de wijzigingen hiervan worden niet eerder vastgesteld dan een maand na het tijdstip waarop zij aan de Autoriteit Consument en Markt zijn toegezonden ter toetsing aan artikel 24, tweede en derde lid, en aan het bepaalde krachtens de artikelen 22, derde lid, 24, vierde lid, en 25. -**2.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over de procedure van de toetsing, alsmede over de wijze en het tijdstip van de toetsing aan artikel 24. +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over de procedure van de toetsing, alsmede over de wijze en het tijdstip van de toetsing, bedoeld in het eerste lid. ### Artikel 28 @@ -471,25 +472,11 @@ e. aanhouding op last van daartoe bevoegd gezag. ### Artikel 30 -**1.** Een verlener van de universele postdienst meldt uiterlijk drie maanden voor de afloop van het kalenderjaar aan de Autoriteit Consument en Markt dat in het daaropvolgende kalenderjaar nettokosten worden verwacht voor de uitvoering van de universele postdienst. Daarbij wordt aangegeven hoe hoog de voor dat kalenderjaar verwachte nettokosten zullen zijn. - -**2.** De nettokosten zijn de kosten die een verlener van de universele postdienst voor de aan hem opgedragen universele postdiensten maakt waartegenover door toepassing van de regels, bedoeld in artikel 25, geen vergoeding staat, verminderd met andere op geld waardeerbare voordelen die verband houden met de verlening van de universele postdienst, waaronder begrepen immateriële voordelen. - -**3.** Een postvervoerbedrijf dat ingevolge het eerste lid nettokosten heeft aangekondigd, kan binnen een half jaar na afloop van het kalenderjaar waarin de nettokosten zijn ontstaan, bij de Autoriteit Consument en Markt een aanvraag indienen om vergoeding van de in het afgelopen kalenderjaar gemaakte nettokosten. - -**4.** Een vergoeding wordt slechts toegekend voorzover naar het oordeel van de Autoriteit Consument en Markt het bestaan en de hoogte van de nettokosten voldoende is aangetoond. - -**5.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de berekening van de nettokosten, bedoeld in het tweede lid. +Vervallen ### Artikel 31 -**1.** De vergoeding aan een universele postdienstverlener wordt omgeslagen over alle postvervoerbedrijven, met uitzondering van de postvervoerbedrijven die voldoen aan bij ministeriële regeling te bepalen criteria met betrekking tot de relevante omzet van een postvervoerbedrijf in Nederland. - -**2.** Bij ministeriële regeling wordt de wijze van berekening van de vergoeding vastgesteld aan de hand van de relevante netto-omzet van een postvervoerbedrijf in Nederland. - -**3.** De Autoriteit Consument en Markt doet aan een postvervoerbedrijf mededeling van het door hem verschuldigde bedrag. - -**4.** Een postvervoerbedrijf is verplicht binnen een daarbij te bepalen termijn de door de Autoriteit Consument en Markt vastgestelde vergoeding te betalen aan de desbetreffende verlener van de universele postdienst. +Vervallen ## Hoofdstuk 5. Wereldpostunie @@ -497,7 +484,7 @@ e. aanhouding op last van daartoe bevoegd gezag. **1.** Een verlener van de universele postdienst is gehouden bij de uitvoering van de op hem rustende verplichtingen terzake van de universele postdienst van of naar gebieden buiten Nederland de voor Nederland bindende verplichtingen na te komen die voortvloeien uit de akten van de Wereldpostunie dan wel uit andere verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties. -**2.** Een verlener van de universele postdienst is gerechtigd voor de toepassing van akten van de Wereldpostunie op te treden als Nederlandse postadministratie. +**2.** Een verlener van de universele postdienst is gerechtigd voor de toepassing van akten van de Wereldpostunie op te treden als aangewezen aanbieder. **3.** @@ -537,7 +524,7 @@ De afbeelding van de Koning op een postzegel of postzegelafdruk behoeft Diens go ### Artikel 37 -De Autoriteit Consument en Markt is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van hoofdstuk 11. +De Autoriteit Consument en Markt is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van de artikelen 15, eerste tot en met vierde lid, en zesde tot en met achtste lid, 17a, en hoofdstuk 11. ### Artikel 38 @@ -628,7 +615,7 @@ De Autoriteit Consument en Markt is verantwoordelijke in de zin van artikel 1, o ### Artikel 49 -**1.** De Autoriteit Consument en Markt kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4, 5, 8, 9, 10, 12, 13, 13b tot en met 13k, 16, vijfde tot en met negende lid, 18, 19, 22, 23, 24, 26, 27, 28, 31, vierde lid, 32, 35, 36, 41 en 61 de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000 of, indien dat meer is, 10% van de omzet van de onderneming. +**1.** De Autoriteit Consument en Markt kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4, 5, 8, 9, 10, 12, 13, 13b tot en met 13k, 15, vijfde lid, 16, vijfde tot en met achtste lid, 18, 19, 21 tot en met 25, 26 tot en met 28, 32, 35, 36, 41 en 61, de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450.000 of, indien dat meer is, 10% van de omzet van de onderneming. **2.** Onze Minister kan in geval van overtreding van een zelfstandige last als bedoeld in artikel 47, tweede lid, alsmede overtreding van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 11 de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000 of, indien dat meer is, 10% van de omzet van de onderneming in Nederland. Artikel 12o van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt is van overeenkomstige toepassing.