2006-03-22 | BWBR0003779 | Bevoegdhedenbesluit WPO

This commit is contained in:
Coornhert 2006-03-22 12:00:00 +00:00
parent b9e6b61420
commit 0a167530b4

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Bevoegdhedenbesluit WPO
bwb_id: BWBR0003779
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '1985-08-01'
datum_inwerkingtreding: '2005-12-20'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0003779
citeertitel: Bevoegdhedenbesluit WPO
---
@ -18,7 +18,9 @@ In dit besluit wordt verstaan onder: "de wet": de Wet op het primair onderwijs.
**1.** Dit besluit bepaalt aan welke bewijzen van bekwaamheid, naast de in de wet genoemde bewijzen van bekwaamheid, de bevoegdheid tot het geven van onderwijs in een of meer onderwijsactiviteiten als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de wet, is verbonden.
**2.** Dit besluit bepaalt aan welke bewijzen van bekwaamheid de bevoegdheid tot het geven van onderwijs in de Friese taal, bedoeld in artikel 9, vierde lid, van de wet, is verbonden.
**2.** Dit besluit bepaalt aan welke bewijzen van bekwaamheid de bevoegdheid tot het geven van onderwijs in de Duitse of Franse taal, bedoeld in artikel 9, derde lid, van de wet, is verbonden.
**3.** Dit besluit bepaalt aan welke bewijzen van bekwaamheid de bevoegdheid tot het geven van onderwijs in de Friese taal, bedoeld in artikel 9, vierde lid, van de wet, is verbonden.
### Artikel 3
@ -249,7 +251,80 @@ d. de akte van bekwaamheid als onderwijzer, volledig bevoegd onderwijzer, hoofdo
### Artikel 6b
Vervallen
De bewijzen van bekwaamheid die bevoegdheid verlenen tot het geven van onderwijs in de Duitse taal zijn:
a. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen in één der taal- en letterkundige studierichtingen van de faculteit der letteren, indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor de Duitse taal en indien tevens:
het doctoraalexamen of het kandidaatsexamen is afgelegd in de desbetreffende taal, of
indien de taal- en letterkunde van de taal (in volle omvang) bijvak was van het doctoraalexamen, en tevens blijkens aantekening van de bevoegdheid op het getuigschrift ter beoordeling van de desbetreffende subfaculteit voldoende bewijzen zijn geleverd van de kennis der hedendaagse taal en vaardigheid in het gebruik daarvan;
b. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen geschiedenis, kunstgeschiedenis en archeologie dan wel archeologie, indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor de Duitse taal en indien tevens:
het kandidaatsexamen is afgelegd in de desbetreffende taal, of
indien de taal- en letterkunde van de taal (in volle omvang) bijvak was van het doctoraalexamen, en tevens blijkens aantekening van de bevoegdheid op het getuigschrift ter beoordeling van de desbetreffende subfaculteit voldoende bewijzen zijn geleverd van de kennis der hedendaagse taal en vaardigheid in het gebruik daarvan;
c. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen muziekwetenschap of doctoraalexamen wijsbegeerte (filosofie), indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor de Duitse taal en indien tevens:
het kandidaatsexamen is afgelegd in de desbetreffende taal, of
indien de taal- en letterkunde van de taal (in volle omvang) bijvak was van het doctoraalexamen, en tevens blijkens aantekening van de bevoegdheid op het getuigschrift ter beoordeling van de desbetreffende subfaculteit voldoende bewijzen zijn geleverd van de kennis der hedendaagse taal en vaardigheid in het gebruik daarvan;
d. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen vrije studierichting als bedoeld in de artikelen 174 tot en met 179 van het Academisch Statuut 1963 (Stb. 1963, 380), indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor de Duitse taal en indien tevens:
het kandidaatsexamen is afgelegd in de desbetreffende taal, of
indien de taal- en letterkunde van de taal (in volle omvang) bijvak was van het doctoraalexamen, en tevens blijkens aantekening van de bevoegdheid op het getuigschrift ter beoordeling van de desbetreffende subfaculteit voldoende bewijzen zijn geleverd van de kennis der hedendaagse taal en vaardigheid in het gebruik daarvan;
e. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen volgens het Academisch Statuut 1981 (Stb. 1981, 653 en Stb. 1982, 318) of van met goed gevolg afgelegd aanvullend examen als bedoeld in artikel 193 van het Academisch Statuut 1963 (Stb. 1963, 380) of artikel 54 van het Academisch Statuut 1981 (Stb. 1981, 653), indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor de Duitse taal, behaald vóór 1 september 1986, en indien tevens:
het doctoraalexamen of het kandidaatsexamen is afgelegd in de desbetreffende taal, of
indien de taal- en letterkunde van de taal (in volle omvang) bijvak was van het doctoraalexamen of van het aanvullend examen, en tevens blijkens aantekening van de bevoegdheid op het getuigschrift ter beoordeling van de desbetreffende subfaculteit voldoende bewijzen zijn geleverd van de kennis der hedendaagse taal en vaardigheid in het gebruik daarvan;
f. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen als bedoeld in het Academisch Statuut 1963 (Stb. 1963, 380) waarop de aantekening, bedoeld in artikel 101, eerste lid, van het Academisch Statuut 1981 (Stb. 1981, 653 en Stb. 1982, 318) is geplaatst ten bewijze dat met goed gevolg is afgelegd het examen tot leraar in het vak Duits;
g. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen als bedoeld in het Academisch Statuut 1981 (Stb. 1981, 653 en Stb. 1982, 318) waarop de aantekening, bedoeld in artikel 101, eerste lid, van dat Statuut is geplaatst ten bewijze dat met goed gevolg is afgelegd het examen tot leraar in het vak Duits;
h. de akte van bekwaamheid Duits B tot het geven van middelbaar onderwijs in de Duitse taal en letterkunde + Q (schoolakte Duits m.o. B);
i. de akte van bekwaamheid Duits A tot het geven van middelbaar onderwijs in de Duitse taal en letterkunde + Q (schoolakte Duits m.o. A);
j. het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van de opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Duits;
k. de akte van bekwaamheid tot het geven van lager onderwijs in de Duitse taal (akte m);
l. de verklaring van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen dat in de cursusjaren 1971 tot en met 1973 met gunstig resultaat de mto-applicatiecursus voor avo-leraren is gevolgd in Duits;
m. de akte van bekwaamheid van de tweede graad in twee vakken, waaronder het vak Duits, dan wel akte van bekwaamheid van de tweede graad in het vak Duits, tevens getuigschrift tot het geven van godsdienstonderwijs, uitgereikt door de instituten voor de opleiding van leraren die uit de openbare kas bekostigd zijn krachtens de Experimentenwet onderwijs (zgn. NLOs);
n. de akte van bekwaamheid van de derde graad in twee vakken, waaronder het vak Duits, dan wel akte van bekwaamheid van de derde graad in het vak Duits, tevens getuigschrift tot het geven van godsdienstonderwijs, uitgereikt door de instituten voor de opleiding van leraren die uit de openbare kas bekostigd zijn krachtens de Experimentenwet onderwijs (zgn. NLOs);
o. het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd examen in de vierjarige voltijdse studierichting opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad, samengesteld uit twee studierichtingsdelen, waarvan de inhoud van het ene studierichtingsdeel (vak) mede is gericht op het geven van middelbaar beroepsonderwijs en de inhoud van het andere studierichtingsdeel (vak) niet mede is gericht op het geven van middelbaar beroepsonderwijs, en het vak Duits daarvan deel uitmaakt;
p. het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van de opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Duits;
q. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd examen van de universitaire eerstegraads lerarenopleiding voor het vak Duits;
r. de akte van bekwaamheid van de derde graad, welke krachtens artikel III van de Wet van 4 juli 1985 (Stb. 1985, 408) tot uiterlijk 1 augustus 1989 kan worden uitgereikt, tot het geven van voortgezet onderwijs in het vak Duits;
s. de akte van bekwaamheid van de tweede graad, bedoeld in artikel 29, vierde lid, onder a, van de Wet op het voortgezet onderwijs (oud), tot het geven van voortgezet onderwijs in het vak Duits.
### Artikel 6c
De bewijzen van bekwaamheid die bevoegdheid verlenen tot het geven van onderwijs in de Franse taal zijn:
a. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen in één der taal- en letterkundige studierichtingen van de faculteit der letteren, indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor de Franse taal en indien tevens:
het doctoraalexamen of het kandidaatsexamen is afgelegd in de desbetreffende taal, of
indien de taal- en letterkunde van de taal (in volle omvang) bijvak was van het doctoraalexamen, en tevens blijkens aantekening van de bevoegdheid op het getuigschrift ter beoordeling van de desbetreffende subfaculteit voldoende bewijzen zijn geleverd van de kennis der hedendaagse taal en vaardigheid in het gebruik daarvan;
b. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen geschiedenis, kunstgeschiedenis en archeologie dan wel archeologie, indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor de Franse taal en indien tevens:
het kandidaatsexamen is afgelegd in de desbetreffende taal, of
indien de taal- en letterkunde van de taal (in volle omvang) bijvak was van het doctoraalexamen, en tevens blijkens aantekening van de bevoegdheid op het getuigschrift ter beoordeling van de desbetreffende subfaculteit voldoende bewijzen zijn geleverd van de kennis der hedendaagse taal en vaardigheid in het gebruik daarvan;
c. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen muziekwetenschap of doctoraalexamen wijsbegeerte (filosofie), indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor de Franse taal en indien tevens:
het kandidaatsexamen is afgelegd in de desbetreffende taal, of
indien de taal- en letterkunde van de taal (in volle omvang) bijvak was van het doctoraalexamen, en tevens blijkens aantekening van de bevoegdheid op het getuigschrift ter beoordeling van de desbetreffende subfaculteit voldoende bewijzen zijn geleverd van de kennis der hedendaagse taal en vaardigheid in het gebruik daarvan;
d. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen vrije studierichting als bedoeld in de artikelen 174 tot en met 179 van het Academisch Statuut 1963 (Stb. 1963, 380), indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor de Franse taal en indien tevens:
het kandidaatsexamen is afgelegd in de desbetreffende taal, of
indien de taal- en letterkunde van de taal (in volle omvang) bijvak was van het doctoraalexamen, en tevens blijkens aantekening van de bevoegdheid op het getuigschrift ter beoordeling van de desbetreffende subfaculteit voldoende bewijzen zijn geleverd van de kennis der hedendaagse taal en vaardigheid in het gebruik daarvan;
e. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen volgens het Academisch Statuut 1981 (Stb. 1981, 653 en Stb. 1982, 318) of van met goed gevolg afgelegd aanvullend examen als bedoeld in artikel 193 van het Academisch Statuut 1963 (Stb. 1963, 380) of artikel 54 van het Academisch Statuut 1981 (Stb. 1981, 653), indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor de Franse taal, behaald vóór 1 september 1986, en indien tevens:
het doctoraalexamen of het kandidaatsexamen is afgelegd in de desbetreffende taal, of
indien de taal- en letterkunde van de taal (in volle omvang) bijvak was van het doctoraalexamen of van het aanvullend examen, en tevens blijkens aantekening van de bevoegdheid op het getuigschrift ter beoordeling van de desbetreffende subfaculteit voldoende bewijzen zijn geleverd van de kennis der hedendaagse taal en vaardigheid in het gebruik daarvan;
f. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen als bedoeld in het Academisch Statuut 1963 (Stb. 1963, 380) waarop de aantekening, bedoeld in artikel 101, eerste lid, van het Academisch Statuut 1981 (Stb. 1981, 653 en Stb. 1982, 318) is geplaatst ten bewijze dat met goed gevolg is afgelegd het examen tot leraar in het vak Frans;
g. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen als bedoeld in het Academisch Statuut 1981 (Stb. 1981, 653 en Stb. 1982, 318) waarop de aantekening, bedoeld in artikel 101, eerste lid, van dat Statuut is geplaatst ten bewijze dat met goed gevolg is afgelegd het examen tot leraar in het vak Frans;
h. de akte van bekwaamheid Frans B tot het geven van middelbaar onderwijs in de Franse taal en letterkunde + Q (schoolakte Frans m.o. B);
i. de akte van bekwaamheid Frans A tot het geven van middelbaar onderwijs in de Franse taal en letterkunde + Q (schoolakte Frans m.o. A);
j. het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van de opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Frans;
k. de akte van bekwaamheid tot het geven van lager onderwijs in de Franse taal (akte m);
l. de akte van bekwaamheid van de tweede graad in twee vakken, waaronder het vak Frans, dan wel akte van bekwaamheid van de tweede graad in het vak Frans, tevens getuigschrift tot het geven van godsdienstonderwijs, uitgereikt door de instituten voor de opleiding van leraren die uit de openbare kas bekostigd zijn krachtens de Experimentenwet onderwijs (zgn. NLOs);
m. de akte van bekwaamheid van de derde graad in twee vakken, waaronder het vak Frans, dan wel akte van bekwaamheid van de derde graad in het vak Frans, tevens getuigschrift tot het geven van godsdienstonderwijs, uitgereikt door de instituten voor de opleiding van leraren die uit de openbare kas bekostigd zijn krachtens de Experimentenwet onderwijs (zgn. NLOs);
n. het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van met goed gevolg afgelegd examen in de vierjarige voltijdse studierichting opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad, samengesteld uit twee studierichtingsdelen, waarvan de inhoud van het ene studierichtingsdeel (vak) mede is gericht op het geven van middelbaar beroepsonderwijs en de inhoud van het andere studierichtingsdeel (vak) niet mede is gericht op het geven van middelbaar beroepsonderwijs, en het vak Frans daarvan deel uitmaakt;
o. het getuigschrift hoger beroepsonderwijs van de opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Frans;
p. het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd examen van de universitaire eerstegraads lerarenopleiding voor het vak Frans;
q. de akte van bekwaamheid van de derde graad, welke krachtens artikel III van de Wet van 4 juli 1985 (Stb. 1985, 408) tot uiterlijk 1 augustus 1989 kan worden uitgereikt, tot het geven van voortgezet onderwijs in het vak Frans;
r. de akte van bekwaamheid van de tweede graad, bedoeld in artikel 29, vierde lid, onder a, van de Wet op het voortgezet onderwijs (oud), tot het geven van voortgezet onderwijs in het vak Frans.
### Artikel 7