2013-01-01 | BWBR0026494 | Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in de Nederlandse Antillen
This commit is contained in:
parent
1557742e3a
commit
0a1ce109a5
1 changed files with 275 additions and 259 deletions
|
|
@ -311,30 +311,21 @@ In dit artikellid is het beginsel neergelegd dat minderjarigen bij het afleggen
|
|||
|
||||
#### 2. Rechtshandelingen minderjarigen door tussenkomst van wettelijk vertegenwoordiger
|
||||
|
||||
Ingevolge dit artikellid moet een minderjarige bij het afleggen van verklaringen en het indienen van verzoeken betreffende de nationaliteit vertegenwoordigd zijn door zijn wettelijk vertegenwoordiger 1 Een ouder die niet de wettelijk vertegenwoordiger is, kan ingevolge artikel 2, derde lid, RWN geen optieverklaring afleggen of een verzoek om naturalisatie indienen voor een minderjarige. Een ouder die niet de wettelijk vertegenwoordiger is, kan wél in zijn optieverklaring of zijn verzoek om naturalisatie aangeven dat een minderjarige moet delen in de verkrijging of verlening van het Nederlanderschap. Dit is immers niet een verklaring of verzoek van de minderjarige als bedoeld in artikel 2, derde lid, RWN. De minderjarige kan dan delen in de verkrijging van of de verlening aan deze ouder van het Nederlanderschap., tenzij dit anders is bepaald. Minderjarigen vanaf twaalf jaar hebben wel het recht hun mening over een wijziging van hun nationaliteitsrechtelijke positie kenbaar te maken. Op grond van het vierde lid van dit artikel worden deze minderjarigen van twaalf tot zestien jaar dan ook in de gelegenheid gesteld hun zienswijze naar voren te brengen omtrent de (mede)verkrijging of (mede)verlening van het Nederlanderschap.
|
||||
Minderjarigen van zestien of zeventien jaar moeten uitdrukkelijk verklaren in te stemmen met de (mede)verkrijging of (mede)verlening.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
*Drie uitzonderingen op rechtshandelingen minderjarigen door tussenkomst van wettelijk vertegenwoordiger*
|
||||
|
||||
Er zijn drie uitzondering op de regel dat minderjarigen van 16 of 17 door tussenkomst van hun wettelijk vertegenwoordiger rechthandelingen verrichten, namelijk:
|
||||
|
||||
|
||||
1.
|
||||
geen vertegenwoordiging bij de verklaring van verbondenheid: De 16 of 17 jarige legt die verklaring altijd zelf af;2 Zie artikel 2, vijfde lid, artikel 6, tweede en achtste lid, artikel 11, vierde lid RWN
|
||||
|
||||
|
||||
2.
|
||||
geen vertegenwoordiging bij de bereidverklaring voor het afleggen van de verklaring van verbondenheid (model 1.36 (optie) en model 2.30 (naturalisatie)). Deze bereidverklaring ondertekenen minderjarigen als zij, vertegenwoordigd door hun wettelijk vertegenwoordiger, een verzoek om naturalisatie (artikel 11, vierde lid, RWN) of een optieverklaring afleggen;
|
||||
|
||||
|
||||
3.
|
||||
geen vertegenwoordiging bij de verklaring van afstand van het Nederlanderschap.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
20095724-03-200909-03-2009200911729-06-200929-06-2009De wijziging is in werking getreden op 26 maart 2009 met terugwerkende kracht tot 1 maart 2009 (Stcrt. 2009/57).
|
||||
Op grond van dit artikellid moet een minderjarige bij het afleggen van verklaringen en het indienen van verzoeken betreffende de nationaliteit vertegenwoordigd zijn door zijn wettelijk vertegenwoordiger, tenzij dit anders is bepaald.
|
||||
|
||||
Een ouder die niet de wettelijke vertegenwoordiger is, kan op grond van artikel 2, derde lid, RWN geen optieverklaring afleggen of een verzoek om naturalisatie indienen voor een minderjarige. Een ouder die niet de wettelijk vertegenwoordiger is, kan wel in zijn optieverklaring of verzoek om naturalisatie aangeven dat een minderjarige moet delen in de verkrijging of verlening van het Nederlanderschap. Dit is immers niet een verklaring of verzoek van de minderjarige als bedoeld in artikel 2, derde lid, RWN. De minderjarige kan dan delen in de verkrijging of verlening van het Nederlanderschap aan de ouder.
|
||||
|
||||
Minderjarigen vanaf twaalf jaar hebben wel het recht hun mening over een wijziging van hun nationaliteitsrechtelijke positie kenbaar te maken. Op grond van het vierde lid van dit artikel worden deze minderjarigen van twaalf tot zestien jaar dan ook in de gelegenheid gesteld hun zienswijze naar voren te brengen over de (mede)verkrijging of (mede)verlening van het Nederlanderschap.
|
||||
|
||||
Minderjarigen van zestien of zeventien jaar moeten uitdrukkelijk verklaren in te stemmen met de (mede)verkrijging of (mede)verlening.
|
||||
|
||||
Er zijn drie uitzonderingen op de regel dat minderjarigen van 16 of 17 door tussenkomst van hun wettelijk vertegenwoordiger rechtshandelingen verrichten, namelijk:
|
||||
|
||||
1. geen vertegenwoordiging bij de verklaring van verbondenheid: De 16 of 17 jarige legt die verklaring altijd zelf af;
|
||||
2. geen vertegenwoordiging bij de bereidverklaring voor het afleggen van de verklaring van verbondenheid (model 1.36 (optie) en model 2.30 (naturalisatie)). Deze bereidverklaring ondertekenen minderjarigen als zij, vertegenwoordigd door hun wettelijk vertegenwoordiger, een verzoek om naturalisatie (artikel 11, vierde lid, RWN) of een optieverklaring afleggen;
|
||||
3. geen vertegenwoordiging bij de verklaring van afstand van het Nederlanderschap.
|
||||
|
||||
Minderjarigen van 16 jaar en ouder moeten vanaf 1 januari 2013 bij een verzoek tot medeverlening van het Nederlanderschap dat is ingediend door een wettelijke vertegenwoordiger, tegelijkertijd met de indiening het verzoek om naturalisatie van de hoofdpersoon, een model 2.3 ‘Verklaring verblijf en gedrag’ ondertekenen. Let op! Het zelf ondertekenen van de modelverklaring 2.3 is geen uitzondering op een rechtshandeling als bedoeld in de RWN.
|
||||
|
||||
#### 3. Wettelijk vertegenwoordiger
|
||||
|
||||
|
|
@ -2247,15 +2238,19 @@ In sommige gevallen kan het noodzakelijk zijn nadere gegevens en bewijsstukken t
|
|||
|
||||
Verder dient de optant een zogenaamde waarheidsverklaring te ondertekenen (artikel 6, vierde lid, BVVN). In deze verklaring, waarvan de tekst is opgenomen in de optieverklaring (zie modellen 1.1 tot en met 1.13), verklaart de verzoeker dat hij de gevraagde gegevens, betreffende zichzelf en de in de optieverklaring genoemde personen naar waarheid heeft verstrekt en geen relevant gegeven heeft verzwegen.
|
||||
|
||||
####### 2.2.4.3. Verklaring omtrent verblijfsstatus en gedrag
|
||||
####### 2.2.4.3. Verklaring verblijf en gedrag
|
||||
|
||||
Bovendien dient de optant door middel van een zogenaamde verklaring omtrent verblijfsstatus en gedrag (model 1.14) schriftelijk te verklaren dat in het kader van de verkrijging en het behoud van de verblijfsvergunning van hemzelf en de overige in de optieverklaring genoemde personen de gevraagde gegevens naar waarheid zijn verstrekt en geen relevante gegevens zijn verzwegen (artikel 6, vierde lid, BVVN) en of hij, of één van de in de optieverklaring genoemde personen ouder dan zestien jaar, niet polygaam gehuwd is en al dan niet in aanraking is geweest met politie en/of justitie in verband met een misdrijf. De Gouverneur zet, voordat de optant de verklaring ondertekent, de openbare orde richtlijnen en het beginsel van monogamie bij optie uiteen en wijst de optant erop dat een en ander gevolgen kan hebben voor de bevestiging van de optieverklaring. Betrokkene wordt in de gelegenheid gesteld om op de verklaring aan te geven of er sprake is van bijzondere feiten en/of omstandigheden op grond waarvan, naar zijn mening, ten aanzien van hem of de betreffende minderjarige niet mag worden geconcludeerd dat op grond van zijn gedrag ernstige vermoedens bestaan dat hij een gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk (zie verder: de toelichting bij artikel 6, vierde lid RWN en artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a RWN).
|
||||
Bovendien moet de optant door middel van een zogenaamde verklaring verblijf en gedrag (model 1.14) schriftelijk te verklaren dat in het kader van de verkrijging en het behoud van de verblijfsvergunning van hemzelf en de overige in de optieverklaring genoemde personen de gevraagde gegevens naar waarheid zijn verstrekt en geen relevante gegevens zijn verzwegen (artikel 6, vierde lid, BVVN) en of hij, of één van de in de optieverklaring genoemde personen ouder dan zestien jaar, niet polygaam gehuwd is en al dan niet in aanraking is geweest met politie en/of justitie in verband met een misdrijf. De Gouverneur zet, voordat de optant de verklaring ondertekent, de openbare orde richtlijnen en het beginsel van monogamie bij optie uiteen en wijst de optant erop dat een en ander gevolgen kan hebben voor de bevestiging van de optieverklaring. De optant wordt in de gelegenheid gesteld om op de verklaring aan te geven of er sprake is van bijzondere feiten en/of omstandigheden op grond waarvan, naar zijn mening, ten aanzien van hem of de betreffende minderjarige niet mag worden geconcludeerd dat op grond van zijn gedrag ernstige vermoedens bestaan dat hij een gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk (zie verder: de toelichting bij artikel 6, vierde lid RWN en artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a RWN).
|
||||
|
||||
Enkele optanten zijn niet verplicht een verklaring omtrent verblijfsstatus en/of gedrag te ondertekenen. Voor optanten van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c end, RWN, artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f **juncto**artikel 26 RWN, artikel 6, eerste lid, aanhef en onder en i t/m o RWN, artikel 28 RWN en artikel II (2008)12RRWN van 27 juni 2008, stb. 270. Zie voor de inhoud van deze optieregeling ook de toelichting op artikel 6, eerste lid onder c, RWN, sub 6.geldt geen eis van toelating en/of hoofdverblijf.
|
||||
Enkele optanten zijn niet verplicht de verklaring verblijf en gedrag te ondertekenen.
|
||||
|
||||
Voor optanten van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b (tenzij de optant meerderjarig is), artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, RWN, artikel 6, eerste lid, aanhef en onder d RWN (tenzij de optant 16 jaar of ouder is), en artikel II RRWN (2008) (tenzij de optant meerderjarig is) geldt geen openbare orde toets.
|
||||
Voor optanten van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c end, RWN, artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f juncto artikel 26 RWN, artikel 6, eerste lid, aanhef en onder en i t/m o RWN, artikel 28 RWN en artikel II (2008) geldt geen eis van toelating en/of hoofdverblijf.
|
||||
|
||||
Model 1.14 hoeft door deze optanten daarom niet ondertekend te worden. Model 1.14 moet wel ondertekend worden door de meerderjarige optant van artikel 6, eerste lid aanhef en onder b, RWN en van artikel II RRWN (2008). De optant van artikel 6, eerste lid aanhef en onder d RWN die 16 jaar of ouder is, moet model 1.14 ook ondertekenen. Zodra één van beide eisen geldt, dient model 1.14 ondertekend te worden.
|
||||
Voor optanten van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b (tenzij de optant meerderjarig is), artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, RWN, artikel 6, eerste lid, aanhef en onder d en k t/m o RWN (tenzij de optant 16 jaar of ouder is), en artikel II RRWN (2008) (tenzij de optant meerderjarig is) geldt geen openbare orde toets.
|
||||
|
||||
Model 1.14 hoeft door deze optanten daarom niet ondertekend te worden. Model 1.14 moet wel ondertekend worden door de meerderjarige optant van artikel 6, eerste lid aanhef en onder b en c, RWN en van artikel II RRWN (2008). De optant van artikel 6, eerste lid aanhef en onder d en k t/m o RWN die 16 jaar of ouder is, moet model 1.14 ook ondertekenen. Zodra één van beide eisen geldt, moet model 1.14 ondertekend worden.
|
||||
|
||||
Let op! Minderjarige optanten van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder k t/m o die op het moment van het afleggen van de optieverklaring jonger zijn dan 16 jaar hoeven model 1.14 niet te ondertekenen. Voor deze optanten geldt geen openbare orde eis en geen eis van toelating en hoofdverblijf.
|
||||
|
||||
####### 2.2.4.4. Bereidheidsverklaring afstand
|
||||
|
||||
|
|
@ -2376,9 +2371,11 @@ Geldt in de betreffende optiemogelijkheid een onafgebroken periode van toelating
|
|||
|
||||
Daarna onderzoekt de Gouverneur of er op grond van het gedrag van de minderjarige optant van zestien jaar of ouder, de meerderjarige optant of dat van zijn minderjarige kinderen van zestien jaar of ouder voor wie medeverkrijging van het Nederlanderschap wordt beoogd, ernstige vermoedens bestaan dat zij een gevaar opleveren voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk (artikel 10, tweede lid, BVVN).
|
||||
|
||||
Dit onderzoek wordt verricht aan de hand van de door of namens de optant verstrekte gegevens, door de Gouverneur opgevraagde gegevens uit het register van de Justitiële documentatie en gegevens van de korpschef (NSIS). Op het moment van de bevestiging van de optieverklaring geldt dat uittreksels van de JD niet ouder mogen zijn dan zes maanden (zie de toelichting bij artikel 6, vierde lid, RWN en artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, RWN). Bovendien onderzoekt de Gouverneur of de optant polygaam gehuwd is. (zie toelichting bij artikel 6, vierde lid, RWN).
|
||||
Dit onderzoek wordt verricht aan de hand van de door of namens de optant verstrekte gegevens, door de Gouverneur opgevraagde gegevens uit het register van de Justitiële documentatie en gegevens van de korpschef (NSIS). Op het moment van de bevestiging van de optieverklaring geldt dat uittreksels van de JD niet ouder mogen zijn dan zes maanden (zie de toelichting bij artikel 6, vierde lid, RWN en artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, RWN).
|
||||
|
||||
Bij opties op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b (indien de optant minderjarig is) of c, RWN, artikel 6, eerste lid, aanhef en onder d, RWN (indien de optant op het moment van het afleggen van de optie de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt) en bij opties op grond van artikel II RRWN (2008)4RRWN van 27 juni 2008, stb. 270. Zie voor de inhoud van deze optieregeling ook de toelichting op artikel 6, eerste lid onder c, RWN, sub 6.(indien de optant op het moment van het afleggen van de optie nog minderjarig is) blijft onderzoek naar de eventuele antecedenten van de optant achterwege. Er wordt ook geen onderzoek gedaan naar de eventuele antecedenten van minderjarige kinderen van wie het de bedoeling is dat zij delen in de optie en die op het moment van de optieverklaring de leeftijd van zestien jaar nog niet hebben bereikt.
|
||||
Bij opties op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b RWN (als de optant minderjarig is) en artikel 6, eerste lid, aanhef en onder d en k t/m o, RWN (als de optant op het moment van het afleggen van de optie de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt) blijft onderzoek naar de eventuele antecedenten van de optant achterwege. Er wordt ook geen onderzoek gedaan naar de eventuele antecedenten van minderjarige kinderen van wie het de bedoeling is dat zij delen in de optie en die op het moment van de optieverklaring de leeftijd van zestien jaar nog niet hebben bereikt.
|
||||
|
||||
Bovendien onderzoekt de Gouverneur of de optant polygaam gehuwd is (zie toelichting bij artikel 6, vierde lid, RWN).
|
||||
|
||||
####### 2.4.2.4. Naamsvaststelling en naamskeuze bij optie
|
||||
|
||||
|
|
@ -2402,7 +2399,7 @@ Nadat de Gouverneur heeft vastgesteld dat aan de optievoorwaarden is voldaan, be
|
|||
|
||||
##### 2.6. Administratieve verwerking van de bevestiging
|
||||
|
||||
De Gouverneur zendt de volgende stukken in kopie (conform origineel) aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), unit Nationaliteit en Naturalisatie in Rijswijk:
|
||||
De Gouverneur zendt de volgende stukken in kopie (conform origineel) aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), Klantdirectie Naturalisatie, unit Nationaliteit en Naturalisatie, Postbus 285, 7600 AG te Almelo (Nederland):
|
||||
|
||||
• de optieverklaring;
|
||||
• de bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid;
|
||||
|
|
@ -2413,21 +2410,23 @@ De Gouverneur zendt de volgende stukken in kopie (conform origineel) aan de Immi
|
|||
• het volledig ingevulde uitwisselingsformulier als bedoeld in de Overeenkomst van Parijs van 10 september 1964 (indien van toepassing); en
|
||||
• het volledig ingevulde uitwisselingsformulier als bedoeld in het Memorandum of Understanding van 26 augustus 2008 (bij een persoon met de Surinaamse nationaliteit).
|
||||
|
||||
Voornoemde stukken zijn nodig in verband met de opname van deze documenten in het nationaliteitenregister (artikel 12, eerste lid, BVVN) en om de afstandsprocedure van de optant (indien van toepassing) te controleren.
|
||||
Voornoemde stukken zijn nodig in verband met de opname van deze documenten in het nationaliteitenregister (artikel 12, eerste lid, BVVN) en om de afstandsprocedure van de optant (als van toepassing) te controleren.
|
||||
|
||||
De Gouverneur zendt tevens een afschrift van de optieverklaring en van de bevestiging van de verkrijging van het Nederlanderschap aan de Minister van Justitie van Curaçao of Sint Maarten(artikel 18, eerste lid, BVVN).
|
||||
De Gouverneur stuurt ook een afschrift van de optieverklaring en van de bevestiging van de verkrijging van het Nederlanderschap aan de Minister van Justitie van Curaçao of Sint Maarten (artikel 18, eerste lid, BVVN).
|
||||
|
||||
Het uitwisselingsformulier als bedoeld in de Overeenkomst van Parijs van 10 september 1964, betreffende het uitwisselen van gegevens met betrekking tot verkrijging van nationaliteit moet volledig worden ingevuld bij de verkrijging van het Nederlanderschap door een persoon met de nationaliteit van: België, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Luxemburg, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal en Turkije (Model 1.35).
|
||||
Het uitwisselingsformulier als bedoeld in de Overeenkomst van Parijs van 10 september 1964, betreffende het uitwisselen van gegevens met betrekking tot verkrijging van nationaliteit moet volledig worden ingevuld en verzonden naar het land van herkomst bij de verkrijging van het Nederlanderschap door een persoon met de nationaliteit van: België, Duitsland, Griekenland, Italië, Luxemburg, Noorwegen, Oostenrijk en Portugal (Model 1.35).
|
||||
|
||||
De Gouverneur voegt bij de stukken van een persoon van Surinaamse nationaliteit een ingevuld formulier gebaseerd op het Memorandum of Understanding inzake wederzijdse uitwisseling van informatie betreffende de verkrijging en het verlies van de nationaliteit tussen Nederland en Suriname, ondertekend op 26 augustus 2008 (Stcrt. 17 februari 2009, nr. 32) toe (model 1.35a). De Gouverneur maakt één uitwisselingsformulier op per meerderjarige, die door optie het Nederlanderschap verkregen heeft en die voorheen de Surinaamse nationaliteit bezat. Minderjarige kinderen die hebben gedeeld in de verkrijging van het Nederlanderschap van de ouder door optie en die voorheen de Surinaamse nationaliteit bezaten, staan vermeld op het uitwisselingsformulier van de ouder. Bij zelfstandige verkrijging van het Nederlanderschap door optie van een minderjarige van Surinaamse nationaliteit wordt eveneens een uitwisselingsformulier opgemaakt.
|
||||
Bij een persoon van Surinaamse nationaliteit voegt de Gouverneur een ingevuld formulier gebaseerd op het Memorandum of Understanding inzake wederzijdse uitwisseling van informatie betreffende de verkrijging en het verlies van de nationaliteit tussen Nederland en Suriname, ondertekend op 26 augustus 2008 toe (model 1.35a). De Gouverneur maakt één uitwisselingsformulier op per meerderjarige, die door optie het Nederlanderschap verkregen heeft en die voorheen de Surinaamse nationaliteit bezat. Minderjarige kinderen die hebben gedeeld in de verkrijging van het Nederlanderschap van de ouder door optie en die voorheen de Surinaamse nationaliteit bezaten, staan vermeld op het uitwisselingsformulier van de ouder. Bij zelfstandige verkrijging van het Nederlanderschap door optie van een minderjarige van Surinaamse nationaliteit wordt eveneens een uitwisselingsformulier opgemaakt.
|
||||
|
||||
Let op! Als een persoon in het bezit is van een asielgerelateerde verblijfsvergunning wordt geen uitwisselingsformulier opgemaakt.
|
||||
|
||||
Bij een optie op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN moet een bereidheidsverklaring ingevuld worden. Deze verklaring moet naar de IND worden gestuurd, zodat de optant kan worden geïnformeerd over zijn afstandsplicht en worden gecontroleerd dat de optant daadwerkelijk afstand doet van zijn oorspronkelijke nationaliteit.
|
||||
|
||||
De Gouverneur bevordert dat de verkrijging van het Nederlanderschap, eventueel vastgestelde namen en het eventuele verlies van de oorspronkelijke nationaliteit in de PIVA worden verwerkt.
|
||||
|
||||
Bovendien wordt de vreemdelingendienst van de woonplaats van betrokkene(n) door de Gouverneur op de hoogte gesteld.
|
||||
Bovendien wordt de vreemdelingendienst van de woonplaats van de optant door de Gouverneur op de hoogte gesteld.
|
||||
|
||||
Indien naamsvaststelling heeft plaatsgevonden, wordt zowel het OM als de betreffende ambtenaar van de burgerlijke stand op de hoogte gesteld. Dit geldt ook voor naamsvaststellingen die gevolgen hebben voor de namen van de kinderen van de optant, van welke kinderen in Curaçao of Sint Maarten bij de ambtenaar van de burgerlijke stand geboorteakten zijn opgemaakt.
|
||||
Als naamsvaststelling heeft plaatsgevonden, wordt zowel het OM als de betreffende ambtenaar van de burgerlijke stand op de hoogte gesteld. Dit geldt ook voor naamsvaststellingen die gevolgen hebben voor de namen van de kinderen van de optant, van welke kinderen in Curaçao of Sint Maarten bij de ambtenaar van de burgerlijke stand geboorteakten zijn opgemaakt.
|
||||
|
||||
###### 2.6.1. Administratieve handeling na de afstandsprocedure (zie
|
||||
|
||||
|
|
@ -3173,9 +3172,11 @@ Indien de verzoeker weigert de bereidverklaring te ondertekenen of op de bereidv
|
|||
|
||||
De verzoeker dient een waarheidsverklaring te ondertekenen (artikel 31, vierde lid, BVVN). In deze verklaring, waarvan de tekst is opgenomen in het verzoek om naturalisatie, verklaart verzoeker dat hij de gevraagde gegevens naar waarheid heeft verstrekt, dat er ten aanzien van hem geen sprake is van een ander huwelijk dan is vermeld op zijn persoonslijst in de PIVA en dat hij geen relevante gegevens heeft verzwegen.
|
||||
|
||||
###### 3.4.3
|
||||
###### 3.4.3. Verklaring verblijf en gedrag
|
||||
|
||||
De verzoeker dient door middel van de verklaring omtrent verblijfsstatus en gedrag (model 2.3) schriftelijk te verklaren dat in het kader van de verkrijging en het behoud van de verblijfsvergunning van hemzelf en de overige in het verzoek om naturalisatie genoemde personen de gevraagde gegevens naar waarheid zijn verstrekt en geen relevante gegevens zijn verzwegen (artikel 31, vierde lid, BVVN) en of hij of een van de in het verzoek om naturalisatie genoemde personen ouder dan zestien jaar, al dan niet in aanraking is geweest met politie en/of Justitie. Indien verzoeker in deze verklaring aangeeft wel in aanraking te zijn geweest met politie en/of Justitie, of aangeeft dat dit geldt voor een in het verzoek om naturalisatie genoemd kind, dan informeert de Gouverneur de verzoeker over de openbare orde richtlijnen bij naturalisatie en wijst verzoeker erop dat een en ander gevolgen kan hebben voor de beslissing op het verzoek om naturalisatie. De verzoeker wordt in de gelegenheid gesteld om in de verklaring aan te geven of er sprake is van bijzondere feiten en/of omstandigheden op grond waarvan, naar zijn mening, ten aanzien van hem of de betreffende minderjarige niet mag worden geconcludeerd dat hij gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk. Zie ook de toelichting bij artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, RWN (paragraaf 6.1).
|
||||
Iedere verzoeker om (mede)naturalisatie moet door middel van de verklaring verblijf en gedrag (model 2.3) schriftelijk te verklaren dat in het kader van de verkrijging en het behoud van de verblijfsvergunning van hemzelf en, als er ook een verzoek om medeverlening voor een kind van onder de 16 jaar wordt ingediend, ook over dit kind de gevraagde gegevens naar waarheid zijn verstrekt en geen relevante gegevens zijn verzwegen (artikel 31, vierde lid, BVVN), of hij al dan niet in aanraking is geweest met politie en/of Justitie en of hij niet meer dan één vrouw is getrouwd, dan informeert de Gouverneur de verzoeker, voordat hij de verklaring ondertekent, over de openbare orde richtlijnen bij naturalisatie en het beginsel van monogamie bij naturalisatie en wijst verzoeker erop dat een en ander gevolgen kan hebben voor de beslissing op het verzoek om naturalisatie. De 16 of 17-jarige voor wie medeverlening wordt verzocht, ondertekent zelf het model 2.3, waarin zijn/haar gegevens zijn ingevuld. In dat model is ruimte voor bijzondere feiten en/of omstandigheden op grond waarvan, naar de mening van de ondertekenaar of ten aanzien van hem niet mag worden geconcludeerd dat hij gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk. Zie ook de toelichting bij artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, RWN (paragraaf 6.1).
|
||||
|
||||
Let op! Als minderjarigen meenaturaliseren, dan moet voor elke minderjarige van 16 jaar of ouder een model 2.3 volledig ingevuld en ondertekend worden meegestuurd bij het verzoek.
|
||||
|
||||
###### 3.4.4
|
||||
|
||||
|
|
@ -3790,33 +3791,44 @@ Indien het verzoek om naturalisatie wordt afgewezen, stuurt de IND het originele
|
|||
|
||||
In artikel 3 BNT zijn de gronden voor vrijstelling van de naturalisatietoets opgenomen. Op delen zijn deze ontleend aan de in het Europese deel van Nederland geldende Wet inburgering, maar van toepassing in het gehele Koninkrijk. In de praktijk zullen verschillende van de hieronder genoemde gronden niet voorkomen bij verzoeken in Curaçao of in Sint Maarten.
|
||||
|
||||
Een verzoeker die zich beroept op volledige vrijstelling dient aan te tonen dat hij behoort tot één van de volgende categorieën:
|
||||
Een verzoeker die zich beroept op volledige vrijstelling moet aantonen dat hij behoort tot één van de volgende categorieën:
|
||||
|
||||
1. Molukkers, die op grond van de Wet van 9 september 1976 (Stb. 1976, 468) bij de toepassing van de Nederlandse wetgeving worden behandeld als Nederlander en dientengevolge als voldoende ingeburgerd worden beschouwd;
|
||||
2. Verzoeker heeft onderwijs gevolgd in de Nederlandse taal of in de taal die daarnaast in Curaçao of in Sint Maarten gangbaar is, t.w. Papiaments in Curaçao en Engels in Sint Maarten en is in het bezit van een op wettelijke basis uitgereikt diploma of getuigschrift van afronding van een opleiding van wetenschappelijk onderwijs, hoger onderwijs, algemeen voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs of leerlingwezen. De verzoeker die onderwijs heeft gevolgd in het Papiaments in Curaçao of in het Engels in Sint Maarten, is slechts volledig vrijgesteld van de naturalisatietoets als hij tevens heeft aangetoond dat hij in een vak Nederlandse taal is onderwezen en voor dat vak een voldoende heeft behaald (artikel 3, eerste lid onder b BNT).
|
||||
1. Molukkers, die op grond van de Wet van 9 september 1976 (Stb. 1976, 468) bij de toepassing van de Nederlandse wetgeving worden behandeld als Nederlander en op grond daarvan als voldoende ingeburgerd worden beschouwd;
|
||||
2. Degene die, na onderwijs te hebben gevolgd in de Nederlandse taal of in de taal die daarnaast in Curaçao of in Sint Maarten gangbaar is, te weten Papiaments in Curaçao en Engels in Sint Maarten, en is in het bezit van een op wettelijke basis uitgereikt diploma of getuigschrift van afronding van een opleiding van wetenschappelijk onderwijs, hoger onderwijs, algemeen voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs of leerlingwezen. De verzoeker die onderwijs heeft gevolgd in het Papiaments in Curaçao of in het Engels in Sint Maarten, is slechts volledig vrijgesteld van de naturalisatietoets als hij tevens heeft aangetoond dat hij in een vak Nederlands is onderwezen en voor dat vak een voldoende heeft behaald (artikel 3, eerste lid onder b BNT). De verzoeker bezit dan bijvoorbeeld een:
|
||||
|
||||
Betrokkene bezit dan bijvoorbeeld een:
|
||||
• getuigschrift Wetenschappelijk Onderwijs of Hoger beroepsonderwijs, uitgereikt op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
|
||||
• diploma voortgezet (middelbaar) onderwijs, uitgereikt op grond van de Wet op het voortgezet onderwijs;
|
||||
• diploma beroepsonderwijs, uitgereikt op grond van de Wet educatie beroepsonderwijs;
|
||||
• diploma leerlingwezen, uitgereikt op grond van de Wet educatie beroepsonderwijs of de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs;
|
||||
• diploma of getuigschrift, uitgereikt op een wettelijke basis anders dan een onderwijswet, nadat onderwijs is gevolgd in de Nederlandse taal of het Papiaments in Curaçao of het Engels in Sint Maarten;
|
||||
3. Degene die in het bezit is van een diploma staatsexamen Nederlands als Tweede taal, programma I of II;
|
||||
4. Degene die in het bezit is van een Certificaat Inburgering als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de (voormalige) Wet inburgering nieuwkomers (WIN-certificaat). Het WIN-certificaat is alleen vrijstellend als zowel voor de vier taalonderdelen als voor het onderdeel Maatschappij Oriëntatie een voldoende resultaat is behaald. Hierbij is het volgende van belang:
|
||||
|
||||
− getuigschrift Wetenschappelijk Onderwijs of Hoger beroepsonderwijs, uitgereikt op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
|
||||
− diploma voortgezet (middelbaar) onderwijs, uitgereikt op grond van de Wet op het voortgezet onderwijs;
|
||||
− diploma beroepsonderwijs, uitgereikt op grond van de Wet educatie beroepsonderwijs;
|
||||
− diploma leerlingwezen, uitgereikt op grond van de Wet educatie beroepsonderwijs of de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs;
|
||||
− diploma of getuigschrift uitgereikt op een wettelijke basis anders dan een onderwijswet, nadat onderwijs is gevolgd in de Nederlandse taal of Papiaments in Curaçao of het Engels in Sint Maarten.
|
||||
a. De vier taalonderdelen
|
||||
|
||||
Bij het diploma moet de cijferlijst worden overgelegd.
|
||||
3. diploma staatsexamen Nederlands als tweede Taal (NT-2), programma I of II;
|
||||
4. Certificaat Inburgering in het kader van de Wet Inburgering Nieuwkomers (WIN) met daarop de expliciete vermelding dat voor de delen ‘Luisteren’, ‘Spreken’, ‘Lezen’ en ‘Schrijven’ minimaal niveau 2 van de eindtermen Referentiekader Nederlands als Tweede Taal is gehaald en voor het deel Maatschappij Oriëntatie niveau 2 van de Kwalificatiestructuur Educatie (KSE). Daarnaast dient verzoeker de verklaring van het ROC over te leggen op grond waarvan het niveau 2 op het certificaat is ingevuld.
|
||||
5. Degene die door een Nederlands College van Burgemeester en Wethouders is vrijgesteld of ontheven (artikel 3, eerste lid, aanhef en onder e, f en g, BNT) van het inburgeringsprogramma in het kader van de WIN. Betrokkene dient in dit geval de originele beschikking tot vrijstelling of ontheffing te overleggen. Ten aanzien van een beschikking tot vrijstelling (artikel 3, eerste lid, aanhef en onder e, BNT) moet worden nagegaan of de vrijstelling heeft plaatsgevonden op grond van de veronderstelling dat verzoeker de kennis, inzicht en vaardigheden op het moment van de vrijstelling reeds in zijn bezit had of dat hij die (binnen een redelijke termijn na het moment van de vrijstelling) in zijn bezit zou krijgen (artikel 5, tweede lid, WIN). Vrijstelling van het inburgeringsprogramma kan namelijk ook zijn verleend op grond van kennis, inzicht en vaardigheden waarvan wordt verondersteld dat die in de toekomst zullen worden verworven. Indien een vrijstelling van het inburgeringsprogramma is verleend op grond van in de toekomst te verwerven kennis, inzicht en vaardigheden wordt verzoeker niet vrijgesteld van de naturalisatietoets; betrokkene heeft immers in dat geval nog niet aangetoond dat hij reeds over het vereiste taal- en kennisniveau beschikt.
|
||||
6. Degene die ten minste acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd in Nederland heeft verbleven. Het gaat hier om de periode tussen het vijfde en achttiende levensjaar. Betrokkene kan dit aantonen door een uittreksel uit de bevolkingsadministratie waaruit blijkt dat hij ten minste acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd woonachtig was in Nederland. Voor de toepassing van deze vrijstellingsgrond is niet vereist dat het hierbij om een ononderbroken inschrijving van acht jaar gaat; ook de betrokken persoon die tijdens de leerplichtige leeftijd bijvoorbeeld twee perioden van vier jaar ingeschreven was, is vrijgesteld. Tevens is niet vereist dat het om legaal verblijf gaat.
|
||||
7. Degene die in het bezit is van een Belgisch diploma of getuigschrift, behaald in Nederlandstalig onderwijs, met een voldoende voor het vak Nederlands.
|
||||
8. Degene die in het bezit is van een Surinaamse diploma of getuigschrift, behaald in het Nederlandstalig onderwijs, met een voldoende voor het vak Nederlands.
|
||||
9. Degene die in het bezit is van het diploma van het Europees baccalaureaat van de Europese school (Trb. 1957, 246), voor zover dat baccalaureaat het vak Nederlands als eerste of tweede taal omvat en voor dat vak een voldoende is behaald.
|
||||
10. Degene die in het bezit is van het getuigschrift International baccalaureaat Middle Years Certificate, International General Certificate of Secondary Education of International Baccalaureaat, indien daartoe een cursus Engels-Nederlandstalig of een cursus Internationaal Baccalaureaat met daarin het vak Nederlands is gevolgd en voor het vak een voldoende is behaald.
|
||||
11. Degene die in het bezit is van het certificaat, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit naturalisatietoets zoals dit luidde voor 1 april 2007. Hieruit moet blijken dat betrokkene is geslaagd voor de volgende vijf delen: kennis van staatsinrichting en maatschappij; spreek-, luister-, schrijf- en leesvaardigheid.
|
||||
Voor elk van de onderdelen ‘Luisteren’, ‘Spreken’, ‘Lezen’ en ‘Schrijven’ moet ten minste minimaal niveau 2 van de eindtermen Referentiekader Nederlands als Tweede Taal zijn gehaald. Staat er, al is het maar één keer, ‘op weg naar 2’ (of een lager of helemaal geen niveau), dan is niet het vereiste niveau gehaald. De niveaus moeten in ieder geval zijn vermeld op de bij het WIN-certificaat over te leggen ROC-verklaring. De niveaus van de vier taalonderdelen kunnen ook nog op het WIN-certificaat zelf zijn vermeld. In dat laatste geval moeten de niveaus op de ROC-verklaring en op het WIN-certificaat exact hetzelfde zijn.
|
||||
b. Het onderdeel Maatschappij Oriëntatie
|
||||
|
||||
Om voor bovengenoemde vrijstellingsgronden in aanmerking te komen, overlegt betrokkene bij het indienen van zijn verzoek om naturalisatie het originele diploma en in het geval vereist is dat voor het vak Nederlands dan wel Papiamento of Engels een voldoende is behaald, een door de onderwijsinstelling gewaarmerkte cijferlijst waaruit blijkt dat een voldoende is behaald voor dat vak.
|
||||
Naast ten minste niveau 2 voor elk van de vier taalonderdelen moet voor het onderdeel Maatschappij Oriëntatie niveau 2 van de Kwaliteitsstructuur Educatie (KSE) zijn gehaald. Voor Maatschappij Oriëntatie kan een niveau zijn aangegeven, maar meestal wordt een scoringspercentage vermeld. De verzoeker moet dit altijd aantonen met de bij het WIN-certificaat behorende ROC-verklaring. Op het certificaat staat soms het niveau, soms het scoringspercentage, en soms is helemaal niets ingevuld.
|
||||
|
||||
Voor zowel het verkrijgen van documenten als de vertalingen en eventuele legalisatie of apostille van stukken, dient betrokkene zelf zorg te dragen. Indien de documenten zijn opgesteld in een andere taal dan het Nederlands, Engels, Duits of Frans, dient betrokkene zorg te dragen voor een door een beëdigd vertaler gemaakte vertaling, die gehecht moet zijn aan het originele (afschrift van het) document. De thans geldende legalisatiecirculaire is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Als op de onderliggende verklaring van het ROC geen niveau wordt vermeld voor het onderdeel Maatschappij Oriëntatie, maar wel een scoringspercentage, dan geldt het volgende. Niveau 2 KSE is in de periode tot en met 31 augustus 2001 behaald bij een percentage van 85 of hoger. Vanaf 1 september 2001 is niveau 2 KSE behaald bij een percentage van 80 of hoger. Omdat WIN-certificaten soms erg laat na de verklaring van het ROC zijn afgegeven, is de datum van de ROC-verklaring bepalend voor de vaststelling welk percentage moet zijn behaald om niveau 2 KSE te hebben gehaald.
|
||||
5. Degene die beschikt over een beschikking van het College van Burgemeesters en Wethouders als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de (voormalige) Wet inburgering nieuwkomers. De verzoeker moet hiertoe de originele beschikking overleggen. In deze beschikking wordt ten aanzien van de verzoeker besloten het vaststellen van een inburgeringsprogramma achterwege te laten, omdat tijdens het inburgeringsonderzoek aannemelijk was geworden dat de verzoeker de kennis, het inzicht en de vaardigheden die hij door het deelnemen aan een inburgeringsprogramma zou kunnen verwerven, al in voldoende mate op een andere wijze heeft verworven (artikel 3, eerste lid, aanhef en onder e, BNT).
|
||||
6. Degene die een toets als bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de (voormalige) Wet inburgering nieuwkomers met goed gevolg heeft afgelegd, als gevolg waarvan hij beschikt over een besluit inhoudende dat de vaststelling van het inburgeringsprogramma achterwege wordt gelaten (artikel 3, eerst lid, aanhef en onder f, BNT).
|
||||
7. Degene die beschikt over een beschikking van het College van Burgemeesters en Wethouders als bedoeld in artikel 3, derde lid, onder a, van de (voormalige) Wet inburgering nieuwkomers. De verzoeker moet hiertoe de originele beschikking overleggen. In deze beschikking wordt ten aanzien van de verzoeker vastgesteld dat hij wegens psychische of lichamelijke redenen voor onbepaalde duur is ontheven van de verplichting een inburgeringsprogramma te volgen (artikel 3, eerste lid, aanhef en onder g, BNT).
|
||||
8. Degene die beschikt over een inburgeringsdiploma (alle onderdelen minimaal op niveau A2) als bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de Wet inburgering, zoals dat luidde tot 1 januari 2013 of een diploma (alle onderdelen minimaal op niveau A2) als bedoeld in artikel 7, vierde lid, aanhef en onder g, van de Wet inburgering.
|
||||
9. Degene die in het bezit is van het document dat wordt uitgereikt nadat de Korte Vrijstellingstoets, bedoeld in artikel 2.7 van het Besluit inburgering met goed gevolg is afgelegd, zoals die tot 1 januari 2013 gold. Hieruit moet blijken dat betrokkene niveau B1 van het Europese Raamwerk voor Moderne Vreemde talen heeft gehaald.
|
||||
10. Degene die tenminste acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd in het Europese deel van Nederland heeft verbleven. De leerplichtige leeftijd vangt aan op de eerste schooldag van de maand volgend op die waarin de leeftijd van vijf jaar is bereikt en eindigt aan het einde van het schooljaar waarin de leeftijd van 16 jaar is bereikt. Voor de onderhavige vrijstelling van de naturalisatietoets is het voldoende als wordt vastgesteld dat betrokkene in de periode die is gelegen tussen zijn vijfde en zestiende verjaardag, ten minste acht jaar in Europees Nederland heeft gewoond. Betrokkene kan dit aantonen door een uittreksel van de GBA of een daaraan voorafgaande bevolkingsboekhouding (bijvoorbeeld het Vestigingsregister) waaruit blijkt dat hij ten minste acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd woonachtig was in Europees Nederland.
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van deze vrijstellingsgrond is niet vereist dat het hierbij om een ononderbroken inschrijving van acht jaar gaat; ook de betrokken persoon die tijdens de leerplichtige leeftijd bijvoorbeeld twee perioden van vier jaar ingeschreven was, is vrijgesteld. Ook is niet vereist dat het om legaal verblijf gaat.
|
||||
11. Degene die in het bezit is van een diploma of getuigschrift, vergelijkbaar diploma of een ander document zoals genoemd onder punt 2, behaald in het Nederlandstalig onderwijs in België, mits een voldoende is behaald voor het vak Nederlands.
|
||||
12. Degene die in het bezit is van een diploma of getuigschrift, vergelijkbaar diploma of een ander document zoals genoemd onder punt 2, behaald in het Nederlandstalig onderwijs in Suriname, mits een voldoende is behaald voor het vak Nederlands.
|
||||
13. Degene die in het bezit is van het diploma van het Europees baccalaureaat van de Europese school (Trb. 1957, 246), voorzover dat baccalaureaat het vak Nederlands als eerste of tweede taal omvat en voor dat vak een voldoende is behaald.
|
||||
14. Degene die in het bezit is van het getuigschrift International baccalaureaat Middle Years Certificate, International General Certificate of Secondary Education of International Baccalaureaat, als daartoe een cursus Engels-Nederlandstalig of een cursus Internationaal Baccalaureaat met daarin het vak Nederlands is gevolgd en voor het vak een voldoende is behaald.
|
||||
15. Degene die in het bezit is van het certificaat Naturalisatietoets als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit naturalisatietoets, zoals dit luidde voor 1 april 2007. Hieruit moet blijken dat betrokkene is geslaagd voor de volgende vijf onderdelen: kennis van staatsinrichting en maatschappij; spreek-, luister-, schrijf- en leesvaardigheid.
|
||||
|
||||
Om voor bovengenoemde vrijstellingsgronden in aanmerking te komen, overlegt betrokkene bij zijn verzoek om naturalisatie het originele diploma en in het geval vereist is dat voor het vak Nederlands een voldoende is behaald, een door de onderwijsinstelling gewaarmerkte cijferlijst waaruit blijkt dat een voldoende is behaald voor dat vak.
|
||||
|
||||
Betrokkene is zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van de documenten en, als van toepassing, voor de vertalingen en legalisatie of apostille van de stukken. Als de documenten zijn opgesteld in een andere taal dan het Nederlands, Engels, Duits of Frans, dan moet betrokkene zelf ervoor zorgen dat de stukken worden vertaald door een beëdig vertaler. Deze vertaling moet gehecht zijn aan het originele (afschrift van het) document. De op dit moment geldige legalisatiecirculaire is van toepassing.
|
||||
|
||||
Voorafgaand aan het in behandeling nemen van het verzoek om naturalisatie beoordeelt de Gouverneur summier of het overgelegde document dat recht op vrijstelling kan geven origineel is, of de personalia overeenkomen met die van verzoeker en of de inhoud juist is. Als hij van oordeel is dat het document origineel is, de inhoud klopt en de personalia juist zijn, neemt hij deze stukken in ontvangst. Het verzoek wordt op dat moment in behandeling genomen. De Gouverneur maakt een kopie van het document en voegt die met de gedateerde en door of namens hem ondertekende aantekening ‘kopie van origineel’ in het dossier. Het origineel geeft hij terug aan verzoeker. Hij stelt een advies op waarin hij de IND meedeelt dat de verzoeker naar zijn oordeel is vrijgesteld van de naturalisatietoets en stuurt het advies met de kopie van het overgelegde document mee in het dossier aan de IND. In deze gevallen wordt uiteraard geen Certificaat Naturalisatietoets verlangd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3824,11 +3836,11 @@ Als de Gouverneur in dit stadium twijfelt aan de echtheid van het overgelegde do
|
|||
|
||||
In het geval de Gouverneur, ná het in behandeling nemen van het verzoek, de echtheid van het document of de juistheid van de gegevens op het overgelegde document nader wil onderzoeken, wint hij daarover advies in van het ETE dan wel van de Dienst Examens Sint Maarten. In dat geval wordt het originele document tijdelijk ingenomen. Als het contact met het ETE dan wel de Dienst Examens Sint Maarten leidt tot de vaststelling dat de gegevens op het document niet juist zijn of het document zelf niet authentiek is, vermeldt hij dat op het adviesblad. De verklaring van het ETE dan wel de Dienst Examens Sint Maarten en een kopie van het document zelf, worden in het dossier gevoegd dat aan de IND wordt verzonden.
|
||||
|
||||
Als het contact met het ETE dan wel de Dienst Examens Sint Maarten leidt tot de vaststelling dat de gegevens juist zijn en het document echt is, maakt de Gouverneur een kopie van het door de verzoeker overgelegde document en voegt hij die kopie met de gedateerde en door of namens hem ondertekende aantekening ‘kopie van origineel’ in het dossier van verzoeker, met daarbij de aantekening omtrent de visie van het ETE dan wel de Dienst Examens Sint Maarten.
|
||||
Als het contact met het ETE dan wel de Dienst Examens Sint Maarten leidt tot de vaststelling dat de gegevens juist zijn en het document echt is, maakt de Gouverneur een kopie van het door de verzoeker overgelegde document en voegt hij die kopie met de gedateerde en door of namens hem ondertekende aantekening ‘kopie van origineel’ in het dossier van verzoeker, met daarbij de aantekening over de visie van het ETE dan wel de Dienst Examens Sint Maarten.
|
||||
|
||||
De Gouverneur stuurt het hele dossier op aan de IND. In zijn advies wordt opgenomen of de verzoeker naar zijn oordeel is vrijgesteld van de naturalisatietoets.
|
||||
|
||||
In het geval dat verzoeker slechts een kopie van de hierboven genoemde documenten kan overleggen, komt hij alleen in aanmerking voor vrijstelling als hij een recente verklaring van de leiding van het betrokken onderwijsinstituut overlegt waaruit blijkt dat de kopie overeenstemt met het door dat instituut afgegeven originele getuigschrift of diploma. In het geval van een overgelegde verklaring als hiervoor bedoeld, neemt de Gouverneur ter verificatie contact op met het instituut dat de verklaring heeft afgegeven. Als de Gouverneur tot de conclusie komt dat de kopie of de verklaring (of beide documenten) niet authentiek zijn, neemt hij dit op in zijn advies. Als het contact met het instituut waar de opleiding is gevolgd leidt tot de vaststelling dat de gegevens juist zijn en het document echt is, neemt de Gouverneur de kopie van het document en de begeleidende verklaring van het desbetreffende instituut op in het dossier. Het hele dossier stuurt hij op aan de IND. In het advies wordt nu ook opgenomen dat betrokkene naar het oordeel van de Gouverneur is vrijgesteld van de naturalisatietoets. Wordt een dergelijke verklaring niet afgelegd, dan dient betrokkene de naturalisatietoets af te leggen.
|
||||
In het geval dat de verzoeker alleen een kopie van de hierboven genoemde documenten kan overleggen, komt hij alleen in aanmerking voor vrijstelling als hij een recente verklaring van de leiding van het betrokken onderwijsinstituut overlegt waaruit blijkt dat de kopie overeenstemt met het door dat instituut afgegeven originele getuigschrift of diploma. In het geval van een overgelegde verklaring als hiervoor bedoeld, neemt de Gouverneur ter verificatie contact op met het instituut dat de verklaring heeft afgegeven. Als de Gouverneur tot de conclusie komt dat de kopie of de verklaring (of beide documenten) niet authentiek zijn, neemt hij dit op in zijn advies. Als het contact met het instituut waar de opleiding is gevolgd leidt tot de vaststelling dat de gegevens juist zijn en het document echt is, neemt de Gouverneur de kopie van het document en de begeleidende verklaring van het desbetreffende instituut op in het dossier. Het hele dossier stuurt hij op aan de IND. In het advies wordt nu ook opgenomen dat betrokkene naar het oordeel van de Gouverneur is vrijgesteld van de naturalisatietoets. Wordt een dergelijke verklaring niet afgelegd, dan moet betrokkene de naturalisatietoets afleggen.
|
||||
|
||||
###### 2.2.1. Gedeeltelijke vrijstelling van de naturalisatietoets
|
||||
|
||||
|
|
@ -3911,32 +3923,34 @@ Telefonisch overleg met de IND inzake overgelegde adviezen is voor Gouverneur al
|
|||
|
||||
Artikel 11 en 12 van de Regeling naturalisatietoets Curaçao 2011 en artikel 11 en 12 van de Regeling naturalisatietoets Sint Maarten 2011 geven hieraan uitwerking. Het gaat hier om een verzoeker die:
|
||||
|
||||
1. **niet gealfabetiseerd is in zijn eigen taal en de Papiamentse dan wel Engelse en Nederlandse taal, en
|
||||
2. **van wie, gezien zijn leeftijd en overige omstandigheden, niet kan worden verwacht dat hij (nog) Papiaments (voor Curaçao) of Engels (voor Sint Maarten) en Nederlands leert lezen en schrijven binnen een periode van vijf jaar.
|
||||
1. niet gealfabetiseerd is in zijn eigen taal en de Papiamentse dan wel Engelse en Nederlandse taal, en
|
||||
2. van wie, gezien zijn leeftijd en overige omstandigheden, niet kan worden verwacht dat hij (nog) Papiaments (voor Curaçao) of Engels (voor Sint Maarten) en Nederlands leert lezen en schrijven binnen een periode van vijf jaar.
|
||||
|
||||
Betrokkene is ontheven van deel III van het examen dan wel van de delen I en II (en wellicht in uitzonderingssituaties van de delen I, II en III), indien hij een verklaring overlegt van Fundashon Pro Alfa dan wel van de Dienst Examens Sint Maarten, waarin deze aangeeft dat betrokkene wegens beperkt leervermogen in samenhang met onder meer vooropleiding en leeftijd in redelijkheid niet in staat geacht kan worden de betreffende taal binnen vijf jaar te kunnen lezen en schrijven op niveau A2.
|
||||
Betrokkene is ontheven van deel III van het examen dan wel van de delen I en II (en wellicht in uitzonderingssituaties van de delen I, II en III), als hij een verklaring overlegt van Arbo Consult, gevestigd te Willemstad, Curaçao dan wel van de Dienst Examens Sint Maarten, waarin deze aangeeft dat betrokkene wegens beperkt leervermogen in samenhang met onder meer vooropleiding en leeftijd in redelijkheid niet in staat geacht kan worden de betreffende taal binnen vijf jaar te kunnen lezen en schrijven op niveau A2.
|
||||
|
||||
Let wel: Ook hier gaat het altijd om ontheffing van een *geheel deel* van de naturalisatietoets. Het gaat dus niet om ontheffing van een taalvaardigheid.
|
||||
Let op! Tot 1 januari 2012 was Fundashon Pro Alfa te Curaçao de aangewezen instantie om het haalbaarheidsonderzoek uit te voeren. Als een verzoek is ingediend vóór 1 januari 2012 en betrokkene heeft bij dit verzoek een advies van Fundashon Pro Alfa overgelegd, gedateerd vóór 1 januari 2012, dan kan dit advies worden meegenomen in de naturalisatieprocedure.
|
||||
|
||||
Betrokkene moet met relevante bewijsstukken aantonen welke inspanning hij heeft verricht om gealfabetiseerd te raken. Indien blijkt dat er geen serieuze poging is ondernomen, zal worden vastgesteld dat verzoeker niet in aanmerking komt voor ontheffing.
|
||||
Let wel: Ook hier gaat het altijd om ontheffing van een geheel deel van de naturalisatietoets. Het gaat dus niet om ontheffing van een taalvaardigheid.
|
||||
|
||||
Betrokkene moet met relevante bewijsstukken aantonen welke inspanning hij heeft verricht om gealfabetiseerd te raken. Als blijkt dat er geen serieuze poging is ondernomen, zal worden vastgesteld dat verzoeker niet in aanmerking komt voor ontheffing.
|
||||
|
||||
Het bovenstaande leidt ertoe dat bij een beroep op deze ontheffingsgrond een nader onderzoek moet worden ingesteld. In dit onderzoek worden de volgende factoren meegenomen: de mate van het niet gealfabetiseerd zijn, de mate van extra inspanning om gealfabetiseerd te raken, alsmede het leervermogen van betrokkene, de vooropleiding en de leeftijd.
|
||||
|
||||
Dit zogenaamde ‘haalbaarheidsonderzoek’ vindt plaats bij Fundashon Pro Alfa in Curaçao dan wel bij de Dienst Examens Sint Maarten. Dit beoordeelt of het haalbaar is voor betrokkene binnen een tijdsbestek van vijf jaar Papiaments (voor Curaçao) dan wel Engels (voor Sint Maarten) en Nederlands te leren lezen en schrijven. Voor kennis van beide talen geldt dat dit moet liggen op beheersingsniveau A2 van het Europees Raamwerk voor moderne vreemde talen (artikel 2, vierde lid, Regeling naturalisatietoets Curaçao 2011 en Regeling naturalisatietoets Sint Maarten 2011). Betrokkene dient zelf voor het haalbaarheidsonderzoek te betalen. De kosten voor het haalbaarheidsonderzoek worden door Fundashon Pro Alfa dan wel de Dienst Examens Sint Maarten vastgesteld.
|
||||
Dit zogenaamde ‘haalbaarheidsonderzoek’ vindt plaats bij Arbo Consult, gevestigd te Willemstad, Curaçao dan wel bij de Dienst Examens Sint Maarten. Dit beoordeelt of het haalbaar is voor betrokkene binnen een tijdsbestek van vijf jaar Papiaments (voor Curaçao) dan wel Engels (voor Sint Maarten) en Nederlands te leren lezen en schrijven. Voor kennis van beide talen geldt dat dit moet liggen op beheersingsniveau A2 van het Europees Raamwerk voor moderne vreemde talen (artikel 2, vierde lid, Regeling naturalisatietoets Curaçao 2011 en Regeling naturalisatietoets Sint Maarten 2011). Betrokkene moet zelf voor het haalbaarheidsonderzoek betalen. De kosten voor het haalbaarheidsonderzoek worden door Arbo Consult dan wel de Dienst Examens Sint Maarten vastgesteld.
|
||||
|
||||
Iemand is ‘niet gealfabetiseerd’ in het kader van de naturalisatietoets indien hij analfabeet is in zowel zijn eigen taal als in het Papiaments dan wel in het Engels en het Nederlands. Beheerst iemand wel het schrift van zijn eigen taal (bijvoorbeeld betrokkene kan Arabisch, Chinees of Urdu schrijven), maar beheerst hij niet het Latijnse schrift, dan kan hij niet als ‘niet gealfabetiseerd’ worden beschouwd. Betrokkene beheerst immers de kunst van het schrijven. Onderwijsdeskundigen spreken in dat geval van ‘anders’ gealfabetiseerd zijn.
|
||||
Iemand is ‘niet gealfabetiseerd’ in het kader van de naturalisatietoets als hij analfabeet is in zowel zijn eigen taal als in het Papiaments dan wel in het Engels en het Nederlands. Beheerst iemand wel het schrift van zijn eigen taal (bijvoorbeeld betrokkene kan Arabisch, Chinees of Urdu schrijven), maar beheerst hij niet het Latijnse schrift, dan kan hij niet als ‘niet gealfabetiseerd’ worden beschouwd. Betrokkene beheerst immers de kunst van het schrijven. Onderwijsdeskundigen spreken in dat geval van ‘anders’ gealfabetiseerd zijn.
|
||||
|
||||
Heeft iemand in zijn eigen land niet de aldaar gebruikelijke basisopleiding (lagere school) afgerond, dan wordt hij in het kader van de naturalisatietoets als niet gealfabetiseerd beschouwd. Mogelijkerwijs kan betrokkene enigszins in zijn eigen taal en (al dan niet) in het Papiaments dan wel het Engels en/of het Nederlands enige woorden lezen en schrijven, toch is betrokkene te beschouwen als niet gealfabetiseerd. Van een ieder die in beginsel op model 2.27 aangeeft dat hij in het land van herkomst geen enkele opleiding heeft afgerond, wordt aangenomen dat hij de eigen taal niet kan lezen en schrijven. Betrokkene hoeft geen stukken te overleggen. Indien echter later blijkt dat betrokkene in een eerdere procedure anders heeft verklaard of indien anderszins blijkt dat betrokkene toch een opleiding heeft afgerond, dan wordt bij de beslissing op het verzoek om naturalisatie gemotiveerd van het advies van het Fundashon Pro Alfa dan wel van de Dienst Examens Sint Maarten afgeweken.
|
||||
Heeft iemand in zijn eigen land niet de aldaar gebruikelijke basisopleiding (lagere school) afgerond, dan wordt hij in het kader van de naturalisatietoets als niet gealfabetiseerd beschouwd. Mogelijkerwijs kan betrokkene enigszins in zijn eigen taal en (al dan niet) in het Papiaments dan wel het Engels en/of het Nederlands enige woorden lezen en schrijven, toch is betrokkene te beschouwen als niet gealfabetiseerd. Van een ieder die in beginsel op model 2.27 aangeeft dat hij in het land van herkomst geen enkele opleiding heeft afgerond, wordt aangenomen dat hij de eigen taal niet kan lezen en schrijven. Betrokkene hoeft geen stukken te overleggen. Indien echter later blijkt dat betrokkene in een eerdere procedure anders heeft verklaard of indien anderszins blijkt dat betrokkene toch een opleiding heeft afgerond, dan wordt bij de beslissing op het verzoek om naturalisatie gemotiveerd van het advies van Arbo Consult dan wel van de Dienst Examens Sint Maarten afgeweken.
|
||||
|
||||
Betrokkene dient aan de hand van certificaten of verklaringen van (bij voorkeur onderwijs-)instellingen aan te tonen dat hij zich heeft ingespannen om gealfabetiseerd te raken. Van een ‘extra inspanning’ is sprake als meer dan gemiddeld is getracht Papiaments (voor Curaçao) dan wel Engels (voor Sint Maarten) en/of Nederlands (op A2 niveau) te leren lezen en schrijven. Het moet wel ten minste gaan om een taalcursus in georganiseerd verband, bij voorkeur bij een onderwijsinstelling, maar het kan ook gaan om welzijnswerk, een cursus bij of via het arbeidsbureau of een cursus bij buurt- of clubhuis.
|
||||
Betrokkene moet aan de hand van certificaten of verklaringen van (bij voorkeur onderwijs-)instellingen aantonen dat hij zich heeft ingespannen om gealfabetiseerd te raken. Van een ‘extra inspanning’ is sprake als meer dan gemiddeld is geprobeerd Papiaments (voor Curaçao) dan wel Engels (voor Sint Maarten) en/of Nederlands (op A2 niveau) te leren lezen en schrijven. Het moet wel ten minste gaan om een taalcursus in georganiseerd verband, bij voorkeur bij een onderwijsinstelling, maar het kan ook gaan om welzijnswerk, een cursus bij of via het arbeidsbureau of een cursus bij buurt- of clubhuis.
|
||||
|
||||
De Gouverneur heeft hierbij een voorlichtende taak, die eruit bestaat betrokkene erop te wijzen dat hij bij zijn aanmelding bij Fundashon Pro Alfa in Curaçao dan wel bij de Dienst Examens Sint Maarten zal moeten kunnen aantonen dat hij (onverplicht) een cursus Papiaments dan wel Engels en/of Nederlands heeft gedaan. Gezien de kosten voor het onderzoek is het degene die niet kan aantonen een cursus Papiaments dan wel Engels en/of Nederlands te hebben gedaan, bij voorbaat af te raden om zich bij Fundashon Pro Alfa dan wel bij de Dienst Examens Sint Maarten te melden voor het onderzoek. Alleen als betrokkene ervan overtuigd is de ‘extra inspanning’ te kunnen aantonen bij Fundashon Pro Alfa dan wel bij de Dienst Examens Sint Maarten, heeft het zin hem door te verwijzen naar Fundashon Pro Alfa dan wel naar de Dienst Examens Sint Maarten voor het onderzoek naar de vraag of betrokkene eventueel nog binnen vijf jaar met kans op succes de naturalisatietoets zal kunnen afleggen.
|
||||
De Gouverneur heeft hierbij een voorlichtende taak, die eruit bestaat betrokkene erop te wijzen dat hij bij zijn aanmelding bij Arbo Consult in Curaçao dan wel bij de Dienst Examens Sint Maarten zal moeten kunnen aantonen dat hij (onverplicht) een cursus Papiaments dan wel Engels en/of Nederlands heeft gedaan. Gezien de kosten voor het onderzoek is het degene die niet kan aantonen een cursus Papiaments dan wel Engels en/of Nederlands te hebben gedaan, bij voorbaat af te raden om zich bij Arbo Consult dan wel bij de Dienst Examens Sint Maarten te melden voor het onderzoek. Alleen als betrokkene ervan overtuigd is de ‘extra inspanning’ te kunnen aantonen bij Arbo Consult dan wel bij de Dienst Examens Sint Maarten, heeft het zin hem door te verwijzen naar Arbo Consult dan wel naar de Dienst Examens Sint Maarten voor het onderzoek naar de vraag of betrokkene eventueel nog binnen vijf jaar met kans op succes de naturalisatietoets zal kunnen afleggen.
|
||||
|
||||
Het gaat hier om ‘beperkt leervermogen’ in de zin van ‘beperkte studievaardigheden als gevolg van gebrek aan educatie’. Iemand die nooit geleerd heeft om ‘te leren’ bezit, in deze context, een ‘beperkt leervermogen’. Of hiervan sprake is, wordt onderzocht en beoordeeld door Fundashon Pro Alfa in Curaçao dan wel door de Dienst Examens Sint Maarten. In die beoordeling betrekt Fundashon Pro Alfa dan wel de Dienst Examens factoren als de geen tot zeer beperkte vooropleiding van betrokkene, diens leeftijd en het feit dat betrokkene wel heeft getracht Papiaments (voor Curaçao) dan wel Engels (voor Sint Maarten) of Nederlands (op niveau A2 van het Europese Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen) te leren schrijven en lezen.
|
||||
Het gaat hier om ‘beperkt leervermogen’ in de zin van ‘beperkte studievaardigheden als gevolg van gebrek aan educatie’. Iemand die nooit geleerd heeft om ‘te leren’ bezit, in deze context, een ‘beperkt leervermogen’. Of hiervan sprake is, wordt onderzocht en beoordeeld door Arbo Consult in Curaçao dan wel door de Dienst Examens Sint Maarten. In die beoordeling betrekt Arbo Consult dan wel de Dienst Examens factoren als de geen tot zeer beperkte vooropleiding van betrokkene, diens leeftijd en het feit dat betrokkene wel heeft geprobeerd Papiaments (voor Curaçao) dan wel Engels (voor Sint Maarten) of Nederlands (op niveau A2 van het Europese Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen) te leren schrijven en lezen.
|
||||
|
||||
In de voorlichtende sfeer wijst de Gouverneur de verzoeker er bij een beroep op ontheffing op dat hij bij de indiening van zijn verzoek om naturalisatie de bewijsstukken overlegt op grond waarvan hij ontheffing van deel I, II en/of III heeft. Beroept de verzoeker zich op ongeletterdheid, dan wijst de Gouverneur de verzoeker erop, dat hij dient aan te tonen dat hij zich (onverplicht) heeft ingespannen om gealfabetiseerd te raken. Ook wijst de Gouverneur betrokkene erop dat er kosten zijn verbonden aan het haalbaarheidsonderzoek.
|
||||
|
||||
Als de verzoeker in aanmerking komt voor ontheffing van deel I, II of III van de naturalisatietoets wegens een taalgerichte belemmering, dan geeft het hoofd van het ETE dan wel van de Dienst Examens Sint Maarten aan de verzoeker een Certificaat naturalisatietoets waarop is aangetekend welk deel of welke delen de verzoeker niet heeft afgelegd (artikel 12, eerste lid, Regeling naturalisatietoets Curaçao 2011 en Regeling naturalisatie Sint Maarten 2011). Deze aantekening geschiedt alleen op verzoek van degene aan wie het Certificaat wordt afgegeven.
|
||||
Als de verzoeker in aanmerking komt voor ontheffing van deel I, II of III van de naturalisatietoets wegens een taalgerichte belemmering, dan geeft het hoofd van het ETE dan wel van de Dienst Examens Sint Maarten aan de verzoeker een Certificaat naturalisatietoets waarop is aangetekend welk deel of welke delen de verzoeker niet heeft afgelegd (artikel 12, eerste lid, Regeling naturalisatietoets Curaçao 2011 en Regeling naturalisatie Sint Maarten 2011). Deze aantekening gebeurt alleen op verzoek van degene aan wie het Certificaat wordt afgegeven.
|
||||
|
||||
Het ETE dan wel de Dienst Examens Sint Maarten treedt niet in een beoordeling of de verzoeker terecht afziet van het afleggen van een deel van de naturalisatietoets. Immers uiteindelijk oordeelt de IND over de vraag of betrokkene inderdaad niet de gemiste delen hoefde te maken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3948,39 +3962,39 @@ Naast het in zijn bezit hebben van een door de wet bepaalde mate van kennis van
|
|||
|
||||
Voor wat betreft polygamie (of bigamie) kan worden opgemerkt dat er sprake is van opneming in de Nederlands-Antilliaanse samenleving wanneer verzoeker zijn situatie in overeenstemming heeft gebracht met de in Curaçao en Sint Maarten geldende rechtsbeginselen, waaronder dat van monogamie.
|
||||
|
||||
Het rechtsbeginsel van monogamie komt onder andere tot uiting in artikel 1:30 BWNA en artikel 1:69 BWNA. Deze artikelen bepalen respectievelijk dat een man slechts met een vrouw, de vrouw slechts met een man kan zijn gehuwd en dat een polygaam huwelijk nietig kan worden verklaard. Het beginsel van monogamie komt ook tot uitdrukking in artikel 3 WCH. Dit artikel verbiedt het voltrekken van een polygaam huwelijk in Nederland voor zowel Nederlanders als vreemdelingen.
|
||||
Het rechtsbeginsel van monogamie komt onder andere tot uiting in artikel 1:30 BW-NA en artikel 1:69 BW-NA. Deze artikelen bepalen respectievelijk dat een man slechts met een vrouw, de vrouw slechts met een man kan zijn gehuwd en dat een polygaam huwelijk nietig kan worden verklaard. Het beginsel van monogamie komt ook tot uitdrukking in artikel 3 van de Wet conflictenrecht huwelijk (WHC), die in Curaçao en Sint Maarten niet van toepassing is. Op 1 januari 2012 is de WCH in het Europese deel van Nederland vervallen. Vanaf die datum is artikel 10:27 BW-NL tot en met 10:53 BW-NL van toepassing. Artikel 10:29 BW-NL (voorheen: artikel 3 WCH). Dit artikel verbiedt het voltrekken van een polygaam huwelijk in Europees Nederland voor zowel Nederlanders als vreemdelingen.
|
||||
|
||||
De Nederlands-Antilliaanse openbare orde verzet zich dan ook tegen het voortbestaan of het aangaan van een polygaam huwelijk van een vreemdeling op het moment waarop deze het Nederlanderschap heeft verkregen. Onder inburgering valt dus ook dat verzoeker slechts met één persoon door het huwelijk verbonden kan zijn.
|
||||
|
||||
Indien een verzoeker zich niet wenst te conformeren aan de in Curaçao en Sint Maarten geldende fundamentele rechtsbeginselen, is hij in wezen niet voldoende ingeburgerd. Bovendien is zijn situatie dan niet in overeenstemming met de Nederlands-Antilliaanse civielrechtelijke openbare (rechts)orde (zie bij artikel 6 en 9 RWN).
|
||||
Als een verzoeker zich niet wenst te conformeren aan de in Curaçao en Sint Maarten geldende fundamentele rechtsbeginselen, is hij eigenlijk niet voldoende ingeburgerd. Bovendien is zijn situatie dan niet in overeenstemming met de Nederlands-Antilliaanse civielrechtelijke openbare (rechts)orde (zie bij artikel 6 en 9 RWN).
|
||||
|
||||
De vraag of een verzoeker monogaam is, doet zich het meest voor bij personen afkomstig uit islamitische landen die polygamie kennen, alsmede huwelijksontbinding door verstoting. Zie voor een overzicht van deze landen bijlage 1 bij dit artikellid.
|
||||
|
||||
Artikel 3 WCE geeft onder meer aan dat een in het buitenland uitgesproken verstoting in Nederland slechts dan als een rechtsgeldige ontbinding van het huwelijk wordt aangemerkt, eerst dan naar Nederlands recht erkend kan worden, indien de verstoting onherroepelijk is en de vrouw hiermee (uitdrukkelijk of stilzwijgend) heeft ingestemd of zich erbij heeft neergelegd, door middel van bijvoorbeeld een bewijs van verstotingshandeling (waaruit de instemming van de vrouw kan worden afgeleid), een bewijs van instemming of berusting, een bewijs dat de ex-echtgenote hertrouwd is of een huwelijksakte van de man betreffende een huwelijk gesloten ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand in Nederland. Als bewijs dat een polygaam huwelijk niet meer in stand is dient uiteraard ook de overlijdensakte van de verstoten vrouw. Verstotingen van vóór de inwerkingtreding van de Wet conflictenrecht echtscheiding worden analoog behandeld.
|
||||
Artikel 10:29 BW-NL geeft onder meer aan dat een in het buitenland uitgesproken verstoting in Europees Nederland slechts dan als een rechtsgeldige ontbinding van het huwelijk wordt aangemerkt, eerst dan naar Europees Nederlands recht erkend kan worden, als de verstoting onherroepelijk is en de vrouw hiermee (uitdrukkelijk of stilzwijgend) heeft ingestemd of zich erbij heeft neergelegd, door middel van bijvoorbeeld een bewijs van verstotingshandeling (waaruit de instemming van de vrouw kan worden afgeleid), een bewijs van instemming of berusting, een bewijs dat de ex-echtgenote hertrouwd is of een huwelijksakte van de man betreffende een huwelijk gesloten ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand in Europees Nederland. Als bewijs dat een polygaam huwelijk niet meer in stand is dient uiteraard ook de overlijdensakte van de verstoten vrouw. Verstotingen van vóór de inwerkingtreding van artikel 10:27 BW-NL tot en met 10:53 BW-NL worden analoog behandeld.
|
||||
|
||||
Als verzoeker de nationaliteit bezit van een land waar polygamie mogelijk is, zal de Gouverneur aan de hand van de gegevens in de PIVA nagaan of er sprake is (geweest) van eerdere huwelijken. Indien uit de PIVA blijkt dat sprake is (geweest) van eerdere huwelijken zal onderzocht moeten worden of de ontbinding van het huwelijk naar Nederlands-Antilliaans recht kan worden erkend. Het ligt op de weg van de verzoeker om aan de hand van documenten aan te tonen dat een eerdere echtgenote heeft ingestemd met de verstoting. Zo is de omstandigheid dat de verstoting lang geleden heeft plaatsgevonden geen reden om aan te nemen dat de vrouw stilzwijgend heeft ingestemd met de verstoting43 Zie ABRvs, 11-11-99, nr. H01.98.2024 en ABRvs, 18-11-99, nr. H01.98.2025.. De Gouverneur zal bij de indiening van het verzoek aan een verzoeker als hier bedoeld vragen of er nog sprake is van eerdere huwelijken die niet in de PIVA zijn opgenomen (zie model 2.1). Indien dat het geval is zal aan de hand van de door verzoeker overlegde documenten onderzocht dienen te worden of dat huwelijk is ontbonden op een naar Nederlands-Antilliaans recht erkende wijze.
|
||||
Als verzoeker de nationaliteit bezit van een land waar polygamie mogelijk is, zal de Gouverneur aan de hand van de gegevens in de PIVA nagaan of er sprake is (geweest) van eerdere huwelijken. Als uit de PIVA blijkt dat sprake is (geweest) van eerdere huwelijken zal onderzocht moeten worden of de ontbinding van het huwelijk naar Nederlands-Antilliaans recht kan worden erkend. Het ligt op de weg van de verzoeker om aan de hand van documenten aan te tonen dat een eerdere echtgenote heeft ingestemd met de verstoting. Zo is de omstandigheid dat de verstoting lang geleden heeft plaatsgevonden geen reden om aan te nemen dat de vrouw stilzwijgend heeft ingestemd met de verstoting43. De Gouverneur zal bij de indiening van het verzoek aan een verzoeker als hier bedoeld vragen of er nog sprake is van eerdere huwelijken die niet in de PIVA zijn opgenomen (zie model 2.1). Als dat het geval is zal aan de hand van de door verzoeker overlegde documenten onderzocht moeten worden of dat huwelijk is ontbonden op een naar Nederlands-Antilliaans recht erkende wijze.
|
||||
|
||||
##### 3.2. Beoordeling buitenlandse verstotingsakten
|
||||
|
||||
Bij de behandeling van een verzoek om naturalisatie worden moeilijkheden ondervonden die vaak verband houden met de beoordeling door ambtenaren van de PIVA van buitenlandse verstotingsakten. Het blijkt namelijk dat bij de inschrijving in de PIVA van eenzijdige verstotingen, in het verleden veelal is nagelaten na te gaan of de vrouw met de verstoting heeft ingestemd dan wel zich daarbij heeft neergelegd. De omstandigheid dat een verstoting in de PIVA staat ingeschreven als ontbinding van een huwelijk levert dan ook geen bewijs op dat de verstoting rechtsgeldig tot stand is gekomen44 Zie ABRvs, 18-11-99, nr. H01.98.2025.. Dit kan tot gevolg hebben dat de ongeldigheid van een verstoting jaren na inschrijving alsnog aan de betrokken persoon wordt tegengeworpen. Het kan dan voor hem moeilijk zijn na zo lange tijd nog een bewijs van de berusting van de vrouw te verkrijgen.
|
||||
Bij de behandeling van een verzoek om naturalisatie worden moeilijkheden ondervonden die vaak verband houden met de beoordeling door ambtenaren van de PIVA van buitenlandse verstotingsakten. Het blijkt namelijk dat bij de inschrijving in de PIVA van eenzijdige verstotingen, in het verleden veelal is nagelaten na te gaan of de vrouw met de verstoting heeft ingestemd dan wel zich daarbij heeft neergelegd. De omstandigheid dat een verstoting in de PIVA staat ingeschreven als ontbinding van een huwelijk levert dan ook geen bewijs op dat de verstoting rechtsgeldig tot stand is gekomen. Dit kan tot gevolg hebben dat de ongeldigheid van een verstoting jaren na inschrijving alsnog aan de betrokken persoon wordt tegengeworpen. Het kan dan voor hem moeilijk zijn na zo lange tijd nog een bewijs van de berusting van de vrouw te verkrijgen.
|
||||
|
||||
Mede teneinde een adequate afhandeling van verzoeken tot naturalisatie te bevorderen, dienen de ambtenaren van de PIVA steeds de geldigheid van een eenzijdige verstoting aan de hand van de door de wet gestelde criteria te toetsen. Daartoe worden hier enige richtlijnen gegeven.
|
||||
Mede teneinde een adequate afhandeling van verzoeken tot naturalisatie te bevorderen, moeten de ambtenaren van de PIVA steeds de geldigheid van een eenzijdige verstoting aan de hand van de door de wet gestelde criteria te toetsen. Daartoe worden hier enige richtlijnen gegeven.
|
||||
|
||||
Een eenzijdige verstoting door de man leidt tot een in Nederland rechtsgeldige huwelijksontbinding als aan drie cumulatieve voorwaarden is voldaan (artikel 3 WCE45 De WCE is niet van toepassing in Curaçao en Sint Maarten.):
|
||||
Op 1 januari 2012 is de Wet conflictenrecht echtscheiding (WCE), die niet van toepassing is in Curaçao en Sint Maarten, vervallen. Vanaf die datum is in Europees Nederland artikel 10:54 BW-NL tot en met artikel 10:59 BW-NL van toepassing. Op grond van artikel 10:58 BW-NL wordt een ontbinding van het huwelijk die uitsluitend door een eenzijdige verklaring van één van de echtgenoten tot stand is gekomen in Europees Nederland erkend als:
|
||||
|
||||
1. er is, conform het nationale recht van de man, een verstotingsakte opgemaakt en gehomologeerd in het land van herkomst of een ander land dat de verstoting kent. De verstotingsakte mag niet zijn opgemaakt door het consulaat van het land van herkomst in Nederland. Is dit het geval, dan is geen geldige verstoting totstandgekomen. Verklaart het consulaat dat een akte in het land van herkomst is opgemaakt, dan is dit onvoldoende bewijs; én
|
||||
2. de ontbinding moet ter plaatse waar zij geschiedde rechtsgevolgen hebben; met andere woorden de verstoting moet onherroepelijk zijn, hetgeen moet zijn aangetoond met stukken van – bijvoorbeeld – een rechtbank (Marokko); én
|
||||
3. de vrouw heeft uitdrukkelijk of stilzwijgend ingestemd met de verstoting of zich erbij neergelegd. Dit blijkt slechts in incidentele gevallen uit de verstotingsakte.
|
||||
1. er conform het nationale recht van één van de echtgenoten, een verstotingsakte is opgemaakt in het land van herkomst of een ander land dat de verstoting kent. De verstotingsakte mag niet zijn opgemaakt door het consulaat van het land van herkomst in Europees Nederland. Is dit het geval, dan is geen geldige verstoting tot stand gekomen. Verklaart het consulaat dat een akte in het land van herkomst is opgemaakt, dan is dit onvoldoende bewijs; én
|
||||
2. de ontbinding ter plaatse waar zij geschiedde rechtsgevolgen heeft; met andere woorden de verstoting moet onherroepelijk zijn, hetgeen moet zijn aangetoond met stukken van – bijvoorbeeld – een rechtbank (Marokko); én
|
||||
3. de andere echtgenoot uitdrukkelijk of stilzwijgend heeft ingestemd met de verstoting of zich erbij heeft neergelegd. Dit blijkt slechts in incidentele gevallen uit de verstotingsakte.
|
||||
|
||||
De instemming of berusting van de vrouw kan wel worden afgeleid uit onder meer de volgende omstandigheden:
|
||||
|
||||
– de vrouw heeft zelf om inschrijving van de verstotingsakte in de PIVA gevraagd, of zij heeft verzocht om op haar Nederlandse huwelijksakte een latere vermelding betreffende de huwelijksontbinding te plaatsen;
|
||||
– de vrouw is blijkens een huwelijksakte – of een ander officieel document – hertrouwd (N.B. een islamitische vrouw mag zelf geen polygaam huwelijk aangaan);
|
||||
– uit de vrouw zijn na de verstoting natuurlijke kinderen geboren, hetgeen blijkt uit het feit dat deze kinderen in de buitenlandse geboorteakte onder haar naam, althans niet onder de naam van de gewezen echtgenoot, staan vermeld;
|
||||
– de vrouw heeft een authentieke akte overgelegd, waaruit blijkt dat zij instemt met de verstoting46 Het enkele feit dat de vrouw aanwezig was bij de verstoting of homologatie dan wel daarbij was opgeroepen, is onvoldoende reden om haar instemming aan te nemen.. De handtekening van de vrouw dient te zijn gelegaliseerd door een autoriteit van het land waar de vrouw de verklaring heeft afgelegd (eventueel kan – ter vergelijking met de handtekening op de verklaring van instemming – een kopie van de handtekening van de vrouw in haar paspoort worden meegestuurd). Een verklaring van de vrouw dat zij op de hoogte is van de verstoting is in dit verband overigens onvoldoende;
|
||||
– de man is hertrouwd ten overstaan van een Nederlandse ambtenaar van de burgerlijke stand. In dit geval wordt ervan uitgegaan dat die ambtenaar de verstoting op geldige grond heeft erkend;
|
||||
– de verstotingsakte47 In vertalingen van verstotingsakten wordt de verstoting (‘talaq’) soms ten onrechte vertaald met ‘echtscheiding’ of ‘divorce’. Of er sprake is van een rechterlijke ontbinding van het huwelijk zal uit de inhoud van de akte, maar niet uit het enkele woord ‘echtscheiding’ of ‘divorce’ moeten blijken. vermeldt dat de vrouw om verstoting heeft verzocht én voor die verstoting is een vergoeding (‘khul’) aan de man toegezegd. Die vergoeding kan bijvoorbeeld blijken uit de omstandigheid dat zij afstand heeft gedaan van bepaalde rechten die zij gewoonlijk na de verstoting heeft, zoals het recht op betaling van het restant van de bruidsgift (‘mahr’ of ‘sadaq’ geheten), het recht op alimentatie, zij kan de feitelijke zorg voor de kinderen aan de man hebben overgedragen, zij kan ook verplichtingen op zich hebben genomen, zoals de betaling van het onderhoud van de kinderen. In geval van een ‘khul’ is de verstoting steeds onherroepelijk;
|
||||
– de verstotingsakte vermeldt dat de vrouw, optredend als vertegenwoordiger van de man, zichzelf verstoot.
|
||||
• de vrouw heeft zelf om inschrijving van de verstotingsakte in de PIVA gevraagd, of zij heeft verzocht om op haar Nederlandse huwelijksakte een latere vermelding betreffende de huwelijksontbinding te plaatsen;
|
||||
• de vrouw is blijkens een huwelijksakte – of een ander officieel document – hertrouwd. Let op! Een islamitische vrouw mag zelf geen polygaam huwelijk aangaan;
|
||||
• uit de vrouw zijn na de verstoting natuurlijke kinderen geboren, hetgeen blijkt uit het feit dat deze kinderen in de buitenlandse geboorteakte onder haar naam, althans niet onder de naam van de gewezen echtgenoot, staan vermeld;
|
||||
• de vrouw heeft een authentieke akte overgelegd, waaruit blijkt dat zij instemt met de verstoting. De handtekening van de vrouw moet zijn gelegaliseerd door een autoriteit van het land waar de vrouw de verklaring heeft afgelegd (eventueel kan – ter vergelijking met de handtekening op de verklaring van instemming – een kopie van de handtekening van de vrouw in haar paspoort worden meegestuurd). Een verklaring van de vrouw dat zij op de hoogte is van de verstoting is in dit verband overigens onvoldoende;
|
||||
• de man is hertrouwd ten overstaan van een Nederlandse ambtenaar van de burgerlijke stand. In dit geval wordt ervan uitgegaan dat die ambtenaar de verstoting op geldige grond heeft erkend;
|
||||
• de verstotingsakte vermeldt dat de vrouw om verstoting heeft verzocht én voor die verstoting is een vergoeding (‘khul’) aan de man toegezegd. Die vergoeding kan bijvoorbeeld blijken uit de omstandigheid dat zij afstand heeft gedaan van bepaalde rechten die zij gewoonlijk na de verstoting heeft, zoals het recht op betaling van het restant van de bruidsgift (‘mahr’ of ‘sadaq’ geheten), het recht op alimentatie, zij kan de feitelijke zorg voor de kinderen aan de man hebben overgedragen, zij kan ook verplichtingen op zich hebben genomen, zoals de betaling van het onderhoud van de kinderen. In geval van een ‘khul’ is de verstoting steeds onherroepelijk;
|
||||
• de verstotingsakte vermeldt dat de vrouw, optredend als vertegenwoordiger van de man, zichzelf verstoot.
|
||||
|
||||
De hierboven gegeven criteria zijn uiteraard vatbaar voor rechterlijke toetsing. De hierboven genoemde lijst van omstandigheden, waaruit de instemming of de berusting blijkt, is niet limitatief. Er kunnen andere feitelijke omstandigheden zijn die er mede op wijzen dat de vrouw zich bij de verstoting heeft neergelegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4465,32 +4479,32 @@ De voorwaardelijke gratie komt neer op het omzetten van de oorspronkelijke straf
|
|||
|
||||
#### 5. Afwijking slechts mogelijk in geval van zeer bijzondere omstandigheden
|
||||
|
||||
Bovenstaande regels geven een nadere invulling van het criterium “ernstig vermoeden van gevaar voor de openbare orde” (artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, RWN). Zij dienen door iedereen op dezelfde wijze te worden uitgevoerd. Deze regels vervangen artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, RWN niet. Zij sluiten dus ook niet uit dat zich in een concreet individueel geval heel bijzondere feiten of omstandigheden kunnen voordoen, die tot gevolg hebben dat alleen maar tot een juiste wetstoepassing kan worden gekomen door van deze regels af te wijken. Bij de toepassing van deze regels dient men er dus altijd op bedacht te zijn dat zich in een concreet individueel geval heel bijzondere feiten of omstandigheden kunnen voordoen, die afwijking noodzakelijk kunnen maken.
|
||||
Bovenstaande regels geven een nadere invulling van het criterium ‘ernstig vermoeden van gevaar voor de openbare orde’ (artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, RWN). Zij moeten door iedereen op dezelfde wijze worden uitgevoerd. Deze regels vervangen artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, RWN niet. Zij sluiten dus ook niet uit dat zich in een concreet individueel geval heel bijzondere feiten of omstandigheden kunnen voordoen, die tot gevolg hebben dat alleen maar tot een juiste wetstoepassing kan worden gekomen door van deze regels af te wijken. Bij de toepassing van deze regels dient men er dus altijd op bedacht te zijn dat zich in een concreet individueel geval heel bijzondere feiten of omstandigheden kunnen voordoen, die afwijking noodzakelijk kunnen maken.
|
||||
|
||||
Het is in zeer bijzondere gevallen dus mogelijk dat een verzoek dat op grond van bovenstaande regels zou moeten worden afgewezen, toch moet worden ingewilligd. Anderzijds is het in zeer bijzondere gevallen dus ook mogelijk dat een bepaald verzoek dat niet onder een van bovenstaande regels kan worden gebracht, toch moet worden afgewezen, omdat er ernstige vermoedens bestaan dat de verzoeker een gevaar voor de openbare orde vormt. Het is immers niet mogelijk om ieder individueel geval dat zich ooit zal kunnen voordoen, van te voren te voorzien en daarvoor een regel op te stellen. Een dergelijk verzoek moet dan apart worden onderzocht en beoordeeld. Voor een dergelijk verzoek zal dan een oplossing moeten worden gevonden die aansluit bij de algemene uitgangspunten van het beleid en bij de wél in dit hoofdstuk van de Handleiding RWN 2003 geregelde situaties. Een en ander neemt niet weg dat het voor de eenduidigheid, de rechtszekerheid en de rechtsgelijkheid van het grootste belang is dat niet snel van bovenstaande regels wordt afgeweken. Er moet zeer grote terughoudendheid worden betracht.
|
||||
Het is in zeer bijzondere gevallen dus mogelijk dat een verzoek om naturalisatie of optieverklaring dat op grond van bovenstaande regels zou moeten worden afgewezen of geweigerd, toch moet worden ingewilligd of worden bevestigd. Anderzijds is het in zeer bijzondere gevallen dus ook mogelijk dat een bepaald verzoek om naturalisatie of optieverklaring dat niet onder een van bovenstaande regels kan worden gebracht, toch moet worden afgewezen of geweigerd, omdat er ernstige vermoedens bestaan dat de verzoeker of optant een gevaar voor de openbare orde vormt. Het is immers niet mogelijk om ieder individueel geval dat zich ooit zal kunnen voordoen, van te voren te voorzien en daarvoor een regel op te stellen. Een dergelijk verzoek of optie moet dan apart worden onderzocht en beoordeeld. Voor een dergelijk verzoek of optie zal dan een oplossing moeten worden gevonden die aansluit bij de algemene uitgangspunten van het beleid en bij de wél in dit hoofdstuk van de Handleiding RWN 2003 geregelde situaties. Een en ander neemt niet weg dat het voor de eenduidigheid, de rechtszekerheid en de rechtsgelijkheid van het grootste belang is dat niet snel van bovenstaande regels wordt afgeweken. Er moet zeer grote terughoudendheid worden betracht.
|
||||
|
||||
Een bijzondere omstandigheid kan in het algemeen worden omschreven als een omstandigheid die wel belangrijk is, maar waaraan bij het opstellen van de regels niet of onvoldoende kon worden gedacht. Juist omdat het bijzondere omstandigheden zijn, kan niet van tevoren worden aangegeven welke omstandigheden zo bijzonder zijn dat zij tot afwijking van de regels in dit hoofdstuk moeten leiden.
|
||||
|
||||
Uit de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS), kan echter wel worden afgeleid welke omstandigheden in het algemeen niet als bijzondere omstandigheden worden aangemerkt. Niet bijzonder is bijvoorbeeld (‘de verzoeker’):
|
||||
|
||||
– dat de verzoeker nimmer eerder een (dergelijk) strafbaar feit heeft gepleegd;
|
||||
– dat de verzoeker lering heeft getrokken uit het gebeurde;
|
||||
– dat de verzoeker thans ieder strafbaar gedrag poogt te vermijden;
|
||||
– dat de verzoeker de misdraging heeft gepleegd in een bijzonder moeilijke periode die definitief is afgesloten;
|
||||
– dat de verzoeker inmiddels is gehuwd, een kind heeft gekregen en stelt zijn leven aanzienlijk te hebben verbeterd;
|
||||
– dat de verzoeker bij internationale werkzaamheden hinder ondervindt van zijn buitenlandse paspoort;
|
||||
– dat de verzoeker als enige binnen het gezin geen Nederlander is;
|
||||
– dat de verzoeker (bij een veroordeling wegens rijden onder invloed van alcohol) onder behandeling is geweest voor zijn drankprobleem, zodat het gevaar voor recidive klein is;
|
||||
– dat (bij een veroordeling wegens bijstandsfraude) de uitkering inmiddels is stopgezet en het teveel ontvangen bedrag wordt terugbetaald, zodat het gevaar voor recidive minimaal is;
|
||||
– dat de verzoeker (bij een veroordeling wegens bijstandsfraude) het delict heeft gepleegd, omdat hij de Nederlandse taal onvoldoende machtig was, zodat, nu hij de Nederlandse taal beter beheerst, de kans op recidive verwaarloosbaar is;
|
||||
– dat de verzoeker minderjarig was toen hij het strafbare feit pleegde;
|
||||
– dat de verzoeker geschikt is bevonden voor de functie van beroepsmilitair bij het ministerie van Defensie.
|
||||
• dat de verzoeker nimmer eerder een (dergelijk) strafbaar feit heeft gepleegd;
|
||||
• dat de verzoeker lering heeft getrokken uit het gebeurde;
|
||||
• dat de verzoeker thans ieder strafbaar gedrag poogt te vermijden;
|
||||
• dat de verzoeker de misdraging heeft gepleegd in een bijzonder moeilijke periode die definitief is afgesloten;
|
||||
• dat de verzoeker inmiddels is gehuwd, een kind heeft gekregen en stelt zijn leven aanzienlijk te hebben verbeterd;
|
||||
• dat de verzoeker bij internationale werkzaamheden hinder ondervindt van zijn buitenlandse paspoort;
|
||||
• dat de verzoeker als enige binnen het gezin geen Nederlander is;
|
||||
• dat de verzoeker (bij een veroordeling wegens rijden onder invloed van alcohol) onder behandeling is geweest voor zijn drankprobleem, zodat het gevaar voor recidive klein is;
|
||||
• dat (bij een veroordeling wegens bijstandsfraude) de uitkering inmiddels is stopgezet en het teveel ontvangen bedrag wordt terugbetaald, zodat het gevaar voor recidive minimaal is;
|
||||
• dat de verzoeker (bij een veroordeling wegens bijstandsfraude) het delict heeft gepleegd, omdat hij de Nederlandse taal onvoldoende machtig was, zodat, nu hij de Nederlandse taal beter beheerst, de kans op recidive verwaarloosbaar is;
|
||||
• dat de verzoeker minderjarig was toen hij het strafbare feit pleegde;
|
||||
• dat de verzoeker geschikt is bevonden voor de functie van beroepsmilitair bij het Ministerie van Defensie.
|
||||
|
||||
Evenmin kunnen als bijzonder worden aangemerkt omstandigheden die hebben geleid of bijgedragen tot het misdrijf, aangezien die omstandigheden, voorzover zij als verzachtende omstandigheden hebben te gelden, door de strafrechter bij diens oordeel zijn betrokken. Deze voorbeelden zijn niet-limitatief.
|
||||
|
||||
Als er al sprake is van dergelijke bijzondere omstandigheden, is het aan de verzoeker om die zelf aan te voeren. Dat ligt niet op de weg van de Gouverneur en de IND, omdat die in den regel ook geen kennis kunnen hebben van bijzondere omstandigheden50 Vergelijk ABRvS 14 november 1996, H01.96.0718/P90 en K01.96.0101.. Wel ligt het op de weg van de Gouverneur en de IND om naar de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden te vragen en de betekenis daarvan zonodig te onderzoeken. De verzoeker kan op de Verklaring omtrent verblijfsstatus en gedrag (model 2.3) die hij bij de indiening van zijn verzoek bij de Gouverneur invult, aangeven of er volgens hem sprake is van bijzondere omstandigheden. Bij het nemen van de beslissing beoordeelt de IND namens Onze Minister de eventueel aangevoerde omstandigheden. Indien het verzoek wordt afgewezen en bezwaar wordt gemaakt, zal de verzoeker in het algemeen in de gelegenheid moeten worden gesteld zijn bezwaren mondeling toe te lichten.
|
||||
Als er al sprake is van dergelijke bijzondere omstandigheden, is het aan de verzoeker of optant om die zelf aan te voeren. Dat ligt niet op de weg van de Gouverneur en de IND, omdat die in den regel ook geen kennis kunnen hebben van bijzondere omstandigheden. Wel ligt het op de weg van de Gouverneur en de IND om naar de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden te vragen en de betekenis daarvan zonodig te onderzoeken. De verzoeker kan op model 2.3 (bij naturalisatie) ‘Verklaring verblijf en gedrag’ die hij bij de indiening van zijn verzoek bij de Gouverneur invult, aangeven of er volgens hem sprake is van bijzondere omstandigheden. De optant kan bij het afleggen van de optieverklaring dat doen op model 1.14. Bij het nemen van de beslissing beoordeelt de IND (bij naturalisatie) namens Onze Minister de eventueel aangevoerde omstandigheden. Bij optie wordt die beoordeling gedaan door de Gouverneur.
|
||||
|
||||
De beoordeling van bijzondere omstandigheden geschiedt bij de IND. Die bijzondere omstandigheden kunnen hoogstens leiden tot de conclusie dat de verzoeker geen gevaar vormt voor de openbare orde. Indien er wel sprake is van ernstige vermoedens dat de verzoeker een gevaar voor de openbare orde vormt, mag hij niet worden genaturaliseerd. Daarvan kan niet met toepassing van artikel 10 RWN worden afgeweken.
|
||||
De beoordeling van bijzondere omstandigheden gebeurt bij naturalisatie bij de IND, en bij optie bij de Gouverneur. Die bijzondere omstandigheden kunnen hoogstens leiden tot de conclusie dat de verzoeker of optant geen gevaar vormt voor de openbare orde. Als wel sprake is van ernstige vermoedens dat de verzoeker of optant een gevaar voor de openbare orde vormt, mag hij niet worden genaturaliseerd of Nederlander worden door optie. Daarvan kan bij naturalisatie niet met toepassing van artikel 10 RWN worden afgeweken.
|
||||
|
||||
#### 6. Afwijzing indien ernstige vermoedens bestaan dat verzoeker een gevaar vormt voor de veiligheid van het Koninkrijk
|
||||
|
||||
|
|
@ -4502,34 +4516,27 @@ In de naturalisatieprocedure wordt het verzoek om naturalisatie ingediend bij de
|
|||
|
||||
Indien reeds voor de indiening van het verzoek duidelijk is dat de betrokkene (bijvoorbeeld wegens een openstaande strafzaak of recente sanctie) niet voor naturalisatie in aanmerking komt, dient hij er op te worden gewezen dat het verzoek waarschijnlijk zal worden afgewezen en dat hij beter kan wachten met de indiening van het verzoek totdat de (rehabilitatie)termijn is verstreken. Indien hij er toch op staat een verzoek in te dienen, moet dat verzoek wel in behandeling worden genomen en onderzocht. Het advies van de Gouverneur over de openbare orde is gebaseerd op gegevens uit verschillende bronnen.
|
||||
|
||||
##### 7.1. Verklaring omtrent verblijfsstatus en gedrag
|
||||
##### 7.1. Verklaring verblijf en gedrag
|
||||
|
||||
Iedere verzoeker dient door middel van een verklaring omtrent verblijfsstatus en gedrag (zie model 2.3) schriftelijk te verklaren of hij, of één van de in het verzoek genoemde personen ouder dan zestien jaar, al dan niet in aanraking is geweest met politie en/of justitie alsmede dat hij niet polygaam gehuwd is. De verklaring omtrent verblijfsstatus en gedrag omvat meerdere verklaringen. Indien verzoeker aangeeft dat hij een of meer van deze verklaringen niet naar waarheid kan afleggen, zal de Gouverneur:
|
||||
Iedere meerderjarige verzoeker en iedere minderjarige medenaturalisant van 16 jaar en ouder moet bij het verzoek een verklaring verblijf en gedrag (model 2.3) ondertekenen. In dit model verklaart hij dat hij niet in aanraking is geweest met politie en/of Justitie, én, als hij getrouwd is, dat hij niet met meer dan één vrouw is getrouwd. Model 2.3 bestaat uit meerdere verklaringen. Als de (mede)verzoeker aangeeft dat hij niet een of meer van de verklaringen op model 2.3 naar waarheid kan verklaren, dan moet hij op het model (zoveel mogelijk onderbouwd met stukken) aangeven waarom hij die verklaring niet kan afleggen. Daarbij kan hij aangeven of er naar zijn mening bijzondere omstandigheden zijn die toch tot naturalisatie moeten leiden.
|
||||
|
||||
a. die betreffende verklaring(en) doorhalen voordat de verzoeker de overige verklaringen ondertekent;
|
||||
b. de verzoeker in de gelegenheid stellen aan te geven waarom deze de doorgehaalde verklaringen niet kan ondertekenen;
|
||||
c. de verzoeker zijn verklaringen laten onderbouwen met alle gegevens waarover hij redelijkerwijs kan beschikken. Indien verzoeker beschikt over stukken in een vreemde taal, dient de verzoeker zelf zorg te dragen voor een beëdigde vertaling;
|
||||
d. de verzoeker in de gelegenheid te stellen aan te geven of er naar zijn mening sprake is van zeer bijzondere omstandigheden die in afwijking van het beleid tot inwilliging van het verzoek moeten leiden. De verzoeker moet dan zelf aangeven welke omstandigheden dat zijn en waarom die tot inwilliging van het verzoek zouden moeten leiden. Hij dient deze zo volledig mogelijk te onderbouwen. Indien hij beschikt over stukken in een vreemde taal, dient hij zelf zorg te dragen voor een beëdigde vertaling.
|
||||
Als een verzoeker (op model 2.3) of optant (op model 1.14) aangeeft dat er sprake is van buitenlandse delicten, moet hij daarover zoveel mogelijk gegevens verstrekken. Als hij beschikt over documenten, zoals het buitenlandse vonnis, dan moet een kopie hiervan bij het verzoek zitten. De verzoeker of optant moet zo gedetailleerd mogelijk aangeven welk(e) feit(en) het betrof, welke rechtbank en welke kamer op welke datum daarover hebben beslist, welke rechtsmiddelen eventueel zijn aangewend en met welk resultaat, waar en wanneer de beslissing van de rechtbank ten uitvoer is gelegd en eventuele andere bijzonderheden. Als de verzoeker of optant beschikt over stukken in een vreemde taal, dan moet hijzelf ervoor zorgen dat deze stukken worden vertaald door een beëdigd vertaler.
|
||||
|
||||
Indien de verzoeker aangeeft dat er sprake is van buitenlandse delicten, dient hij daarover zoveel mogelijk gegevens te verstrekken. Indien hij beschikt over documentaire gegevens, zoals het buitenlandse vonnis, dient daarvan een kopie te worden genomen. De verzoeker dient zo gedetailleerd mogelijk aan te geven welk(e) feit(en) het betrof, welke rechtbank en welke kamer op welke datum daarover hebben beslist, welke rechtsmiddelen eventueel zijn aangewend en met welk resultaat, waar en wanneer de beslissing van de rechtbank ten uitvoer is gelegd en eventuele andere bijzonderheden.
|
||||
De meerderjarige verzoeker of optant en de medenaturalisant van 16 of 17 jaar geeft aan of binnen vier jaar voor de indiening van het verzoek of het afleggen van de optieverklaring een sanctie ten uitvoer is gelegd. Daarbij is van belang dat de verzoeker of optant zelf stukken overlegt waaruit blijkt op welke datum de sanctie ten uitvoer is gelegd, dus op welke datum de verzoeker of optant in vrijheid is gesteld, de taakstraf heeft voltooid of het bedrag heeft betaald.
|
||||
|
||||
De verzoeker dient aan te geven of er binnen vier jaar voor de indiening van het verzoek een sanctie ten uitvoer is gelegd. Daarbij is van belang dat de verzoeker zelf stukken overlegt waaruit blijkt op welke datum de sanctie ten uitvoer is gelegd, dus op welke datum de verzoeker in vrijheid is gesteld, de taakstraf heeft voltooid of het bedrag heeft betaald.
|
||||
##### 7.2. Gegevens van de Justitiële documentatiedienst
|
||||
|
||||
##### 7.2. Gegevens van de Justitiële documentatie
|
||||
|
||||
De Gouverneur raadpleegt, ongeacht hetgeen de verzoeker zelf verklaart, voor ieder verzoek om naturalisatie de Justitiële documentatie (JD) (zie model 2.20).
|
||||
|
||||
De Gouverneur verstrekt alle in de Justitiële registers opgenomen vermeldingen met betrekking tot de verzoeker aan de IND. De IND beoordeelt of er op grond van die gegevens ernstige vermoedens bestaan dat verzoeker een gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden, of de veiligheid van het Koninkrijk.
|
||||
|
||||
Indien uit de JD gegevens met betrekking tot misdrijven naar voren komen die niet overeenkomen met hetgeen de verzoeker zelf heeft verklaard, vermeldt de Gouverneur dat op zijn advies. De verzoeker dient in dat geval door de IND in de gelegenheid te worden gesteld zijn zienswijze daarop naar voren te brengen (artikel 4:7 Awb). Deze zienswijze van verzoeker wordt bij de beoordeling van het verzoek betrokken.
|
||||
De Gouverneur raadpleegt, ongeacht wat de verzoeker/optant zelf verklaart, voor ieder verzoek om naturalisatie of optieverklaring het OM over de Justitiële documentatie (JDD) (zie model 2.20 voor naturalisatie en model 1.30 voor optie). Als uit de gegevens blijkt dat sprake is van feiten en omstandigheden die niet overeenkomen met wat de optant (op model 1.14) of de verzoeker om naturalisatie (op model 2.3) zelf heeft verklaard, dan wordt de optant door de Gouverneur en de verzoeker om naturalisatie door Onze Minister in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen (artikel 4:7 Awb). De zienswijze wordt bij optie door de Gouverneur bij de beoordeling betrokken, bij naturalisatie door Onze Minister.
|
||||
|
||||
##### 7.3. Verzoek aan de IND
|
||||
|
||||
De Gouverneur stelt op basis van de aldus verkregen gegevens een advies op en zendt dat aan de IND, die waar nodig een vervolgonderzoek(en) instelt. De IND verifieert met het NSIS, het Politieregister en de JDD.
|
||||
De Gouverneur stelt op basis van de aldus verkregen gegevens een advies op en zendt dat aan de IND, die waar nodig een vervolgonderzoek(en) instelt. De IND verifieert het NSIS, het Politieregister en de JDD.
|
||||
|
||||
Indien er sprake is van een openstaande strafzaak wegens een misdrijf, neemt de Gouverneur contact op met het parket van de Officier van Justitie om te onderzoeken of de verzoeker voor dat misdrijf reeds wordt of nog zal worden vervolgd. Indien dat het geval is, zal worden geïnformeerd of er een vrijheidsbenemende straf of maatregel, een taakstraf, of een boete van Naf. 762,35 of meer kan worden gevorderd. Tevens zal verzocht worden om de uitkomst van de strafprocedure aan de Gouverneur terug te melden. Indien de verzoeker een transactievoorstel zal kunnen worden gedaan, informeert de Gouverneur of de hoogte van het transactiebedrag Naf. 762,35 of meer (dan wel, indien de verzoeker reeds eerder vermogenssancties zijn opgelegd: Naf. 381,17 of meer) kan zijn. Indien de zaak zal worden geseponeerd, dient te worden geïnformeerd of het sepot een onvoorwaardelijk sepot zal zijn en zo dat niet het geval is, welke de voorwaarden en eventuele proeftijd zullen zijn. De resultaten van dit onderzoek zullen worden meegezonden met het advies aan de IND. De voor de beslissing op het verzoek om naturalisatie vereiste zorgvuldigheid strekt niet zover dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) zich zelfstandig een oordeel behoort te vormen over de mogelijke uitkomst van de strafzaak. De beslissing op het verzoek om naturalisatie wordt niet onnodig aangehouden in afwachting van de uitkomst van een strafprocedure.
|
||||
Als sprake is van een openstaande strafzaak neemt de IND bij naturalisatie en de Gouverneur bij optie contact op met het parket van de Officier van Justitie van Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten om te onderzoeken of de verzoeker of optant voor dat misdrijf al wordt of nog zal worden vervolgd. Als dat het geval is, moet worden nagegaan of er een vrijheidsbenemende straf of maatregel, een taakstraf of een boete van Naf. 762,35 of meer kan worden gevorderd. Als de verzoeker of optant een transactievoorstel zal kunnen worden gedaan of een strafbeschikking kan worden uitgevaardigd, moet worden nagegaan of de hoogte van het transactiebedrag Naf. 762,35 of meer (dan wel, als aan de verzoeker of optant al eerder vermogenssancties zijn opgelegd: Naf. 381,17) kan zijn. Als de zaak zal worden geseponeerd, moet worden nagegaan of het sepot een onvoorwaardelijk sepot zal zijn en zo dat niet het geval is, welke de voorwaarden en eventuele proeftijd zullen zijn. De voor de beslissing op het verzoek om naturalisatie of optie vereiste zorgvuldigheid strekt niet zover dat de IND of de Gouverneur zich zelfstandig een oordeel behoort te vormen over de mogelijke uitkomst van de strafzaak. De beslissing op het verzoek om naturalisatie of optie wordt niet onnodig aangehouden in afwachting van de uitkomst van een strafprocedure.
|
||||
|
||||
Indien er sprake is van in het buitenland gepleegde delicten, onderzoekt de Gouverneur, eventueel in samenwerking met de Minister van Justitie van Curaçao onderscheidenlijk van Sint Maarten, of het betreffende feit naar het recht van Curaçao onderscheidenlijk van Sint Maarten een misdrijf is. De Gouverneur neemt voorts contact op met het parket van de Officier van Justitie om te onderzoeken of de beoordeling van het misdrijf door de buitenlandse rechter vergelijkbaar is met de beoordeling naar de maatstaven van Curaçao onderscheidenlijk van Sint Maarten. Indien het OM van Curaçao of van Sint Maarten voor de eis ter zitting richtlijnen hanteert, dienen die richtlijnen als uitgangspunt. Met de individuele omstandigheden kan daarbij in het algemeen geen rekening worden gehouden. Het OM noch de IND kan zich een oordeel vormen over het aan de strafrechter toekomend oordeel over de juiste strafmaat in een individuele casus. Het OM kan in het algemeen slechts adviseren over de eis ter zitting. De daarbij door het OM gehanteerde richtlijnen geven echter duidelijke en objectieve maatstaven aan de hand waarvan de gangbare straf voor de betreffende delicten uniform kan worden beoordeeld. Dat laat onverlet dat in zeer bijzondere (individuele) gevallen alleen dan tot een juiste toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap kan worden gekomen door af te wijken.
|
||||
Als er sprake is van een in het buitenland gepleegd delict, onderzoekt de IND bij naturalisatie en de Gouverneur bij optie of het betreffende feit naar het recht van Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten een misdrijf is. De IND (bij naturalisatie) of Gouverneur (bij optie) neemt dan contact op met het parket van de Officier van Justitie om te onderzoeken of de beoordeling van het misdrijf door de buitenlandse rechter vergelijkbaar is met de beoordeling naar de maatstaven van Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten. Als het OM van Curaçao of Sint Maarten voor de eis ter zitting richtlijnen hanteert, gelden die richtlijnen als uitgangspunt. Met de individuele omstandigheden kan daarbij in het algemeen geen rekening worden gehouden. Het OM noch de IND/de Gouverneur kan zich een oordeel vormen over het aan de strafrechter toekomend oordeel over de juiste strafmaat in een individuele casus. Het OM kan in het algemeen slechts adviseren over de eis ter zitting. De daarbij door het OM gehanteerde richtlijnen geven echter duidelijke en objectieve maatstaven aan de hand waarvan de gangbare straf voor de betreffende delicten uniform kan worden beoordeeld. Dat laat onverlet dat in zeer bijzondere (individuele) gevallen alleen dan tot een juiste toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap kan worden gekomen door af te wijken.
|
||||
|
||||
De beoordeling van de door de verzoeker of optant naar voren gebrachte bijzondere feiten of omstandigheden gebeurt bij naturalisatie bij de IND en bij optie bij de Gouverneur.
|
||||
|
||||
##### 7.4. Beoordeling bijzondere feiten of omstandigheden
|
||||
|
||||
|
|
@ -4841,6 +4848,41 @@ Wordt het bewijs dat de andere nationaliteit is verloren, overgelegd bij het eil
|
|||
|
||||
#### 1
|
||||
|
||||
Hierna volgt een lijst van landen met vermelding van behoud of verlies van de nationaliteit bij de verkrijging of verlening van het Nederlanderschap. Bij deze lijst wordt het volgende aangetekend: het betreft hier een momentopname voor zover bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bekend ten tijde van het verschijnen van deze gewijzigde landenlijst. Gebruikers van deze lijst die stuiten op wijzigingen of onjuistheden, wordt verzocht dit schriftelijk aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te melden onder vermelding van het onderwerp: Afstandsverplichting bij de verkrijging of verlening van het Nederlanderschap.
|
||||
|
||||
De schrijfwijze van de namen van staten is conform de ‘lijst van landnamen’, de officiële schrijfwijze voor het Nederlandse taalgebied, van de Werkgroep Buitenlandse Aardrijkskundige namen, 1994.
|
||||
|
||||
A = automatisch verlies
|
||||
|
||||
B = geen automatisch verlies maar het doen van afstand is mogelijk.
|
||||
|
||||
Als volgens de vreemde nationaliteitswetgeving het doen van afstand mogelijk is, betekent dit niet dat dit altijd daadwerkelijk door de Nederlandse autoriteiten wordt verlangd. Van de verplichting om de oorspronkelijke nationaliteit te verliezen, bestaan vrijstellingen. Zie daarvoor artikel 9 lid 3 RWN en artikel 6 Regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap (Stcrt. 2003, 54).
|
||||
|
||||
C = geen automatisch verlies; het doen van afstand is niet mogelijk
|
||||
|
||||
D = partij bij het Verdrag van Straatsburg
|
||||
|
||||
E = partij geweest bij het Tweede Protocol van het Verdrag van Straatsburg
|
||||
|
||||
Onbekend = geen automatisch verlies, tot het tegendeel bewezen is
|
||||
|
||||
Als betrokkene verplicht is afstand te doen, dan moet hij een bereidheidsverklaring tekenen. Als betrokkene is vrijgesteld van de plicht om afstand te doen, dan hoeft hij geen bereidheidsverklaring te tekenen.
|
||||
|
||||
**Let op! **Deze lijst geldt zowel bij optie als naturalisatie. De afstandsverplichting bij optie op grond van artikel 6, eerste lid en onder e, RWN is op 1 oktober 2010 ingevoerd. De afstandsverplichting geldt niet voor de overige optiecategorieën. Voor 1 oktober 2010 gold dus bij optie niet de verplichting een bereidheidsverklaring te ondertekenen.
|
||||
|
||||
Met bevoegde autoriteit wordt bedoeld de bevoegde instantie die de optieverklaring of het naturalisatieverzoek in ontvangst neemt:
|
||||
|
||||
• in Europees Nederland: de burgemeester
|
||||
• in Aruba, Curaçao en Sint Maarten: de Gouverneur van Aruba, van Curaçao onderscheidenlijk van Sint Maarten;
|
||||
• in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: de Miniser (lees: IND-unit Caribisch Nederland);
|
||||
• in het buitenland: de hoofden van de Nederlandse diplomatieke en consulaire posten.
|
||||
|
||||
Daar waar staat (gemeentelijke) basisadministratie geldt:
|
||||
|
||||
• voor Europees Nederland: het GBA;
|
||||
• voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten: de PIVA;
|
||||
• voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: de bevolkingsregistratie.
|
||||
|
||||
| Afghanistan | B |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| Albanië | B |
|
||||
|
|
@ -4850,73 +4892,61 @@ Wordt het bewijs dat de andere nationaliteit is verloren, overgelegd bij het eil
|
|||
| Antigua en Barbuda | B |
|
||||
| Argentinië | C, echter in sommige gevallen A. Tot Argentijn genaturaliseerden verliezen de Argentijnse nationaliteit wel automatisch. |
|
||||
| Armenië | B |
|
||||
| Australië | B De Australische nationaliteit ging tot 03.04.2002 automatisch verloren bij naturalisatie tot Nederlander. Het doen van afstand bij naturalisatie wordt gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.11.2002 (zie TBN 2002/3) en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010 (zie WBN-CM 2010/1). |
|
||||
| Australië | B De Australische nationaliteit ging tot 03.04.2002 automatisch verloren bij naturalisatie tot Nederlander. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.11.2002 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
|
||||
| Azerbeidzjan | B |
|
||||
| Bahama’s | B, echter in sommige gevallen C. Burgers van de Bahama’s die de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt kunnen afstand doen. Burgers van de Bahama’s, die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt, kunnen geen afstand doen. |
|
||||
| Bahama’s | B, echter in sommige gevallen C. Burgers van de Bahama’s die de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt kunnen afstand doen. Burgers van de Bahama’s, die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt, kunnen geen afstand doen. |
|
||||
| Bahrein | B |
|
||||
| Bangladesh | C |
|
||||
| Barbados | B |
|
||||
| Belarus (Wit-Rusland) | Zie Wit-Rusland |
|
||||
| België | B (sinds 28.04.2008) Met ingang van 28 april 2008 is België geen partij meer bij Hoofdstuk 1 van het Verdrag van Straatsburg. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 28 april 2008. Tot 28 april gold A,D (zie TBN 2007/10 en TBN 2008/10). Het doen van afstand wordt bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) gevraagd als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010 (zie WBN-CM 2010/1). |
|
||||
| België | B (sinds 28.04.2008) Met ingang van 28.04.2008 is België geen partij meer bij Hoofdstuk I van het Verdrag van Straatsburg. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 28 april 2008. Tot 28.04.2008 gold A, D. Het doen van afstand wordt bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) gevraagd als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
|
||||
| Belize | B |
|
||||
| Benin | B |
|
||||
| Bhutan | A |
|
||||
| Bolivia | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 (zie TBN 2006/5) en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010 (zie WBN-CM 2010/1). |
|
||||
| Bosnië-Herzegovina | A Onderdanen van Bosnië-Herzegovina die na 01.01.1998 de Nederlandse nationaliteit hebben gekregen door optie of naturalisatie hebben de nationaliteit van Bosnië-Herzegovina automatisch verloren conform artikel 17 van de Wet betreffende het staatsburgerschap van Bosnië-Herzegovina van 1998 (in werking getreden op 01.01.1998). Als men voor 01.01.1998 de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen valt men onder een uitzonderingscategorie in de wetgeving van Bosnië-Herzegovina waardoor tot 01.01.2013 een dubbele nationaliteit blijft bestaan. (zie TBN 2007/12). |
|
||||
| Bolivia | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
|
||||
| Bosnië-Herzegovina | A Onderdanen van Bosnië-Herzegovina die na 01.01.1998 de Nederlandse nationaliteit hebben gekregen door optie of naturalisatie hebben de nationaliteit van Bosnië- Herzegovina automatisch verloren conform artikel 17 van de Wet betreffende het staatsburgerschap van Bosnië-Herzegovina van 1998 (in werking getreden op 01.01.1998). Als men voor 01.01.1998 de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen door optie of naturalisatie valt men onder een uitzonderingscategorie in de wetgeving van Bosnië-Herzegovina waardoor tot 01.01.2013 een dubbele nationaliteit blijft bestaan. |
|
||||
| Botswana | A |
|
||||
| Brazilië | B |
|
||||
| Brunei | A |
|
||||
| Bulgarije | B |
|
||||
| Burkina Faso | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.03.2009 (datum inwerkingtreding TBN 2008/10) en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010 (zie WBN-CM 2010/1). |
|
||||
| Burundi | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.03.2002 (zie TBN 2002/1) en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010 (zie WBN-CM 2010/1). |
|
||||
| Burkina Faso | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.03.2009 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
|
||||
| Burundi | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.03.2002 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
|
||||
| Cambodja | B |
|
||||
| Canada | B |
|
||||
| Centraal-Afrikaanse Republiek | A |
|
||||
| Chili | B Tot Chileen genaturaliseerden verliezen hun Chileense nationaliteit vanaf 26.08.2005 niet meer automatisch maar moeten, net als Chilenen door geboorte, ook afstand doen. Het doen van afstand bij naturalisatie alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.02.2008 (TBN 2007/12) en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010 (zie WBN-CM 2010/1). |
|
||||
| Chili | B Tot Chileen genaturaliseerden verliezen hun Chileense nationaliteit vanaf 26 augustus 2005 niet meer automatisch maar moeten, net als Chilenen door geboorte, ook afstand doen. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.02.2008 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
|
||||
| China | A |
|
||||
| Colombia | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 (zie TBN 2006/5) en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010 (zie WBN-CM 2010/1). |
|
||||
| Colombia | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
|
||||
| Comoren, de | B |
|
||||
| Congo (Volksrepubliek) | A |
|
||||
| Congo (Democratische Rep., vh Zaïre) | A |
|
||||
| Costa Rica | C |
|
||||
| Cuba | C (m.i.v. 01.10.2010, zie WBN-CM 2011/1) De rechtspraktijk maakt het onmogelijk afstand te doen van de Cubaanse nationaliteit. |
|
||||
| Cuba | C (m.i.v. 1 oktober 2010) De rechtspraktijk maakt het onmogelijk afstand te doen van de Cubaanse nationaliteit. |
|
||||
| Cyprus | B |
|
||||
| Denemarken | A, D |
|
||||
| Djibouti | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 (zie TBN 2006/5) en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010 (zie WBN-CM 2010/1). |
|
||||
| Djibouti | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
|
||||
| Dominica | B |
|
||||
| Dominicaanse Republiek | C |
|
||||
| Duitsland | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 28.08.2007 (zie TBN 2007/12) en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010 (zie WBN-CM 2010/1). Geen partij meer bij het verdrag van Straatsburg m.i.v. 22.12.2002. |
|
||||
| | Tot 28.08.2007 ging de Duitse nationaliteit automatisch verloren, tenzij de Duitse autoriteiten, met instemming van de Nederlandse autoriteiten, behoud van de Duitse nationaliteit hadden goedgekeurd. |
|
||||
| Duitsland | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 28.08.2007 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. Geen partij meer bij het verdrag van Straatsburg m.i.v. 22.12.2002. Tot 28.08.2007 ging de Duitse nationaliteit automatisch verloren, tenzij de Duitse autoriteiten, met instemming van de Nederlandse autoriteiten, behoud van de Duitse nationaliteit hadden goedgekeurd. |
|
||||
| Ecuador | C |
|
||||
| Egypte Met het oog op de actualiteit van de PIVA voegt de IND aan de kennisgeving aan de Gouverneur dat betrokkene het Nederlanderschap is verleend, een kopie van de toestemmingsverklaring van de Egyptische autoriteiten toe. De Egyptische nationaliteit is verloren gegaan met het verlenen van het Nederlanderschap, mits genaturaliseerd is ná verkregen toestemming. | B Betrokkene moet zich tot het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken wenden om toestemming te krijgen van een andere nationaliteit. Betrokkene moet vóór het moment van verkrijging of verlening van het Nederlanderschap de beoogde toestemming van het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken hebben verkregen. Bedoelde toestemming blijkt uit een (gelegaliseerde) verklaring van de Egyptische ambassade. De verklaring van de Egyptische ambassade legt betrokkene over bij het afleggen van de optieverklaring of bij het indienen van het naturalisatieverzoek. De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie kan eventueel ook worden afgelegd of ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan moet betrokkene na ontvangst van bedoelde verklaring deze inleveren bij het Kabinet van de Gouverneur van Aruba of in sturen naar het IND-kantoor Rijswijk (unit 192) waar zijn naturalisatieverzoek in behandeling is. |
|
||||
| | Op de optieverklaring of het verzoek om naturalisatie ingediend op of na 01.11.2002 wordt pas beslist als de verklaring van de ambassade is ontvangen. In dit kader kan bij naturalisatie gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid tot aanhouding uit artikel 9, vierde lid RWN. Bij optie kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid om de beslistermijn met dertien weken te verlengen (artikel 6, vijfde lid, RWN). |
|
||||
| | De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie wordt na de verlengingstermijn/laatste aanhoudingstermijn bevestigd of ingewilligd indien nog geen toestemmingsverklaring is ontvangen, **mits** de betrokkene aan de hand van correspondentie aantoont meermaals bij de Egyptische autoriteiten navraag te hebben gedaan inzake zijn verzoek om een vreemde nationaliteit aan te nemen. |
|
||||
| | Een afstandsplichtige betrokkene (die niet onder één van de vrijstellingscategorieën voor de verplichting tot het doen van afstand van de oorspronkelijke nationaliteit valt) wordt ook gevraagd een verklaring (model 1.14-1b bij optie en model 2.5 bij naturalisatie) te ondertekenen dat de Egyptische autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Egyptische nationaliteit. Uit artikel 10 van de Egyptische nationaliteitswetgeving blijkt namelijk dat de mogelijkheid bestaat om na de verkregen toestemming om een andere nationaliteit aan te nemen en het hieropvolgende verlies van de Egyptische nationaliteit binnen één jaar na verkrijging van de andere nationaliteit om behoud kan worden gevraagd van de Egyptische nationaliteit. Om de betrokkene duidelijk te maken dat dit niet de bedoeling is, moet model 1.14-1b (bij optie) en model 2.5 (bij naturalisatie) worden getekend. |
|
||||
| | Op verzoeken ingediend op of ná 05.02.2008 (zie TBN 2007/12) wordt eerst beslist indien model 2.5 is ondertekend. |
|
||||
| Egypte Met het oog op de actualiteit van de (gemeentelijke) basisadministratie voegt de IND aan de bekendmaking aan de bevoegde autoriteit dat betrokkene het Nederlanderschap is verleend, een kopie van de toestemmingsverklaring van de Egyptische autoriteiten toe. Let op! De Egyptische nationaliteit is verloren gegaan met het verlenen van het Nederlanderschap, mits genaturaliseerd is ná verkregen toestemming **en** nadat het verlies van de Egyptische nationaliteit is gepubliceerd in de Egyptische Staatscourant. Zodra betrokkene een kopie van de publicatie in de Egyptische Staatscourant heeft overgelegd, zal de IND de bevoegde autoriteit hiervan op de hoogte stellen en verzoeken de (gemeentelijke) basisadministratie aan te passen. | B Betrokkene moet zich tot het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken wenden om toestemming te krijgen voor het verkrijgen van een andere nationaliteit. Betrokkene moet vóór het moment van verkrijging of verlening van het Nederlanderschap de beoogde toestemming van het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken hebben verkregen. Bedoelde toestemming blijkt uit een (gelegaliseerde) verklaring van de Egyptische ambassade. De verklaring van de Egyptische ambassade legt betrokkene over bij het afleggen van de optieverklaring of bij het indienen van het naturalisatieverzoek. De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie kan eventueel ook worden afgelegd dan wel ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan moet betrokkene na ontvangst van bedoelde verklaring deze inleveren/opsturen bij/naar de bevoegde autoriteit waar de optieverklaring is afgelegd of het IND-kantoor waar zijn naturalisatieverzoek in behandeling is. Op de optieverklaring of het verzoek om naturalisatie wordt pas beslist als de verklaring van de ambassade is ontvangen. In dit kader kan bij naturalisatie gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid tot aanhouding uit artikel 9, vierde lid, RWN. Bij optie kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid om de beslistermijn met dertien weken te verlengen (artikel 6, vijfde lid, RWN). De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie wordt na de verlengingstermijn/ laatste aanhoudingstermijn bevestigd of ingewilligd als nog geen toestemmingsverklaring is ontvangen, **mits** de betrokkene aan de hand van correspondentie aantoont meermaals bij de Egyptische autoriteiten navraag te hebben gedaan inzake zijn verzoek om een vreemde nationaliteit aan te nemen. Nadat het Nederlanderschap is verleend of verkregen moet betrokkene, totdat daadwerkelijk afstand is gedaan van de Egyptische nationaliteit, nog de volgende handelingen verrichten: – Inleveren van het Egyptische paspoort en/of ID-kaart bij de bevoegde autoriteit; – Verzoek indienen bij het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken om de Egyptische nationaliteit officieel te laten schrappen. Het opgeven van de Egyptische nationaliteit wordt gepubliceerd in de Egyptische Staatscourant; – Betrokkene moet een bewijs publicatie verlies Egyptische nationaliteit overleggen aan de IND. Genoemde stukken moeten zijn voorzien van een vertaling, gemaakt door een beëdigd vertaler. Een afstandsplichtige betrokkene (die niet onder één van de vrijstellingscategorieën voor de verplichting tot het doen van afstand van de oorspronkelijke nationaliteit valt) wordt ook gevraagd een verklaring (model 1.14-1b bij optie en model 2.5/2.5a bij naturalisatie) dat de Egyptische autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Egyptische nationaliteit. Uit artikel 10 van de Egyptische nationaliteitswetgeving blijkt namelijk dat de mogelijkheid bestaat om na de verkregen toestemming om een andere nationaliteit aan te nemen en het hieropvolgende verlies van de Egyptische nationaliteit binnen één jaar na verkrijging van de andere nationaliteit om behoud kan worden gevraagd van de Egyptische nationaliteit. Om de betrokkene duidelijk te maken dat dit niet de bedoeling is, moet model 1.14-1b (bij optie) en model 2.5/2.5a (bij naturalisatie) getekend te worden. |
|
||||
| El Salvador | B, echter in sommige gevallen A. B: voor Salvadoranen door geboorte. A: tot Salvadoraan genaturaliseerden verliezen de Salvadoraanse nationaliteit automatisch als zij vijf jaren zonder onderbreking buiten El Salvador verblijven. |
|
||||
| Equatoriaal-Guinee | Onbekend |
|
||||
| Eritrea | B Na onderzoek is nu gebleken dat het doen van afstand van de Eritrese nationaliteit mogelijk is op grond van de Eritrese nationaliteitsverordening nr. 21/1992 d.d. 6 april 1992. |
|
||||
| | Het formulier dat gebruikt moet worden voor een afstandsverzoek, kan alleen worden verkregen bij het ‘Department of Immigration and Nationality executive secretary’. Een kopie van het ingevulde verzoek tot afstand van de Eritrese nationaliteit moet bij naturalisatie en optie naar de IND worden gestuurd. |
|
||||
| | Nadat individueel onderzoek is verricht door de Eritrese autoriteiten wordt afstand al dan niet toegestaan. |
|
||||
| | Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.07.2010 (datum inwerkingtreding WBN-CM 2010/1 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010 (zie WBN-CM 2010/1). |
|
||||
| Eritrea | B Het doen van afstand van de Eritrese nationaliteit is mogelijk op grond van de Eritrese nationaliteitsverordening nr. 21/1992 d.d. 6 april 1992. Het formulier dat gebruikt moet worden voor een afstandsverzoek, kan alleen worden verkregen bij het ‘Department of Immigration and Nationality executive secretary’. Een kopie van het ingevulde verzoek tot afstand van de Eritrese nationaliteit moet bij naturalisatie en optie naar de IND worden gestuurd. Nadat individueel onderzoek is verricht door de Eritrese autoriteiten wordt afstand al dan niet toegestaan. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.07.2010 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
|
||||
| Estland | A |
|
||||
| Ethiopië | A |
|
||||
| Fiji | B Het doen van afstand van de Fijische nationaliteit is sinds 10.04.2009 mogelijk (Staatsburgerschapverordening 2009). Het doen van afstand wordt gevraag bij een optieverklaring of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 01.04.2012. A: tot 10.04.2009. |
|
||||
| Filippijnen | A, B Met ingang van 17.9.2003 is de Filippijnse nationaliteitswet gewijzigd. Een Filippijn die door geboorte de Filippijnse nationaliteit bezit, verliest niet automatisch de Filippijnse nationaliteit bij het aannemen van een andere nationaliteit. |
|
||||
| | De Filippijn kan afstand doen van zijn Filippijnse nationaliteit door het overleggen van een expliciete verklaring aan de Filippijnse autoriteiten. |
|
||||
| | In andere gevallen dan hierboven omschreven geldt A. |
|
||||
| | Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 16.11.2005 (TBN 2005/5) en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010 (zie WBN-CM 2010/1). |
|
||||
| Finland | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 19.07.2004 (zie TBN 2004/3) en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010 (zie WBN-CM 2010/1). |
|
||||
| Frankrijk | B Met ingang van 05.03.2009 is Frankrijk geen partij meer bij Hoofdstuk 1 van het Verdrag van Straatsburg en het Tweede Protocol. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.03.2009 (tot 5 maart 2009 gold ‘A, D, E’) ) en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010 (zie WBN-CM 2010/1). |
|
||||
| Fiji | B Het doen van afstand van de Fijische nationaliteit is sinds 10.04.2009 mogelijk (Staatsburgerschapverordening 2009). Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 01.04.2012. A: tot 10.04.2009. |
|
||||
| Filipijnen | A, B Met ingang van 17.9.2003 is de Filippijnse nationaliteitswet gewijzigd. Een Filippijn die door geboorte de Filippijnse nationaliteit bezit, verliest niet automatisch de Filippijnse nationaliteit bij het aannemen van een andere nationaliteit De Filippijn kan afstand doen van zijn Filippijnse nationaliteit door het overleggen van een expliciete verklaring aan de Filippijnse autoriteiten. In ander gevallen dan hierboven omschreven geldt A. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 16.11.2005 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
|
||||
| Finland | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 19.07.2004 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
|
||||
| Frankrijk | B Met ingang van 5 maart 2009 is Frankrijk geen partij meer bij Hoofdstuk 1 van het Verdrag van Straatsburg en het Tweede Protocol. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.03.2009 (tot 5 maart 2009 gold A, D, E) en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
|
||||
| Gabon | B |
|
||||
| Gambia | B |
|
||||
| Georgië | A |
|
||||
| Ghana | B Het doen van afstand bij naturalisatie wordt gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.10.2001 (zie TBN 2001/5) en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010 (zie WBN-CM 2010/1). |
|
||||
| | A: tot 05.01.2001 |
|
||||
| Ghana | B Het doen van afstand bij naturalisatie wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.10.2001 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. A: tot 05.01.2001 |
|
||||
| Grenada | B |
|
||||
| Griekenland | C |
|
||||
| Groot-Brittannië (en Noord-Ierland) | Zie Verenigd Koninkrijk |
|
||||
| Guatemala | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.03.2009 (datum inwerkingtreding TBN 2008/10) en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010 (zie WBN-CM 2010/1). |
|
||||
| Guatemala | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.03.2009 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
|
||||
| Guinee | A |
|
||||
| Guinee-Bissau | A |
|
||||
| Guyana | B |
|
||||
|
|
@ -4926,11 +4956,10 @@ Wordt het bewijs dat de andere nationaliteit is verloren, overgelegd bij het eil
|
|||
| Ierland | B |
|
||||
| India | A |
|
||||
| Indonesië | A |
|
||||
| Irak | B (m.i.v. 01.04.2012) Dit houdt in dat de betrokkene bij de indiening van het verzoek of bij het afleggen van de optieverklaring (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) de bereidheidsverklaring moet ondertekenen. Nadat betrokkene Nederlander is geworden moet hij actie ondernemen om afstand te doen van de Iraakse nationaliteit. Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 01.04.2012. Tot 01.04.2012 werd geen afstand gevraagd. |
|
||||
| Iran | C (m.i.v. 1 oktober 2010) De rechtspraktijk maakt het onmogelijk afstand te doen van de Iraanse nationaliteit. Bij een naturalisatieverzoek en bij een optieverklaring (ex artikel 6, eerste lid en onder e, RWN) ingediend/afgelegd op of na 01.10.2010 hoeft geen bereidheidsverklaring van het doen van afstand meer te worden ondertekend. |
|
||||
| Irak | B (m.i.v. 01.04.2012) Dit houdt in dat de betrokkene bij de indiening van het verzoek of bij het afleggen van de optieverklaring (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) de bereidheidsverklaring moet ondertekenen. Nadat betrokkene Nederlander is geworden moet hij actie ondernemen om afstand te doen van de Iraakse nationaliteit. Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op 01.04.2012. Tot 01.04.2012 werd geen afstand gevraagd. |
|
||||
| Iran | C (m.i.v. 1 oktober 2010) De rechtspraktijk maakt het onmogelijk afstand te doen van de Iraanse nationaliteit. Bij een naturalisatieverzoek en bij een optieverklaring (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) ingediend/afgelegd op of na 01.10.2010, hoeft geen bereidheidsverklaring tot het doen van afstand meer te worden ondertekend. |
|
||||
| Israël | B |
|
||||
| Italië | B Met ingang van 4 juni 2010 is Italië geen partij meer bij Hoofdstuk 1 van het Verdrag van Straatsburg en daarmee ook niet meer bij het Tweede Protocol. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.07.2010 (datum inwerkingtreding WBN-CM 2010/1) en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010 (zie WBN-CM 2010/1). |
|
||||
| | A, D, E: tot 01.07.2010 |
|
||||
| Italië | B Met ingang van 4 juni 2010 is Italië geen partij meer bij Hoofdstuk 1 van het Verdrag van Straatsburg en daarmee ook niet meer bij het Tweede Protocol. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.07.2010 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. A, D, E: tot 01.07.2010 |
|
||||
| Ivoorkust | A |
|
||||
| Jamaica | B |
|
||||
| Japan | A |
|
||||
|
|
@ -4939,26 +4968,21 @@ Wordt het bewijs dat de andere nationaliteit is verloren, overgelegd bij het eil
|
|||
| Kaapverdië | B |
|
||||
| Kameroen | A |
|
||||
| Kazachstan | B |
|
||||
| Kenya | A |
|
||||
| Kenia | B (m.i.v. 01.01.2013) Het doen van afstand van het Keniaanse staatsburgerschap is mogelijk op grond van artikel 19 van de Kenya Citizenship and Immigration Bill, 2011, die op 30 augustus 2011 in werking is getreden. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen genaturaliseerde of van rechtswege Kenianen. Het doen van afstand wordt bij een naturalisatie en optie (ex artikel 6, lid 1 onder e, RWN) alleen gevraagd als dat is ingediend of afgelegd op of na 01.01.2013. Vanaf deze datum moet een bereidheidsverklaring worden ondertekend. A: tot 27.08.2010 (datum inwerkingtreding Grondwet 2010) |
|
||||
| Kirgizië | B |
|
||||
| Kiribati | B, echter in sommige gevallen A Personen van Kiribatische afstamming moeten afstand doen. Personen die de Kiribatische nationaliteit door naturalisatie hebben verkregen, verliezen deze nationaliteit automatisch bij het verkrijgen van een andere nationaliteit. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 (datum inwerkingtreding van TBN 2006/5) en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010 (zie WBN-CM 2010/1). |
|
||||
| Kiribati | B, echter in sommige gevallen A Personen van Kiribatische afstamming moeten afstand doen. Personen die de Kiribatische nationaliteit door naturalisatie hebben verkregen, verliezen deze nationaliteit automatisch bij het verkrijgen van een andere nationaliteit. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
|
||||
| Koeweit | A |
|
||||
| Kosovo | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 04.03.2009 (datum inwerkingtreding TBN 2008/10) en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010 (zie WBN-CM 2010/1). |
|
||||
| Kosovo | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.03.2009 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
|
||||
| Kroatië | B |
|
||||
| Laos | B |
|
||||
| Lesotho | A |
|
||||
| Letland | B |
|
||||
| Libanon | B Betrokkene moet vóór het moment van verkrijging of verlening van het Nederlanderschap toestemming van de Libanese autoriteiten hebben om een andere nationaliteit te verkrijgen en afstand te doen van de Libanese nationaliteit. De toestemming wordt verleend bij Presidentieel decreet. Dit decreet wordt gepubliceerd in de Libanese Staatscourant (in Franse vertaling: Journal officiel). |
|
||||
| | De stukken waaruit de verkregen toestemming blijkt, legt betrokkene over bij het afleggen van de optieverklaring of bij het indienen van zijn naturalisatieverzoek. De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie kan eventueel ook worden afgelegd of ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan moet betrokkene zo spoedig mogelijk de stukken inleveren bij het Kabinet van de Gouverneur of opsturen naar het IND-kantoor Rijswijk (unit 192). Op de optieverklaring of het naturalisatieverzoek wordt pas beslist nadat de toestemmingsverklaring is ontvangen. In dit kader kan bij naturalisatie gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid tot aanhouding uit artikel 9, vierde lid, RWN. |
|
||||
| | Bij optie kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid om de beslistermijn met dertien weken te verlengen (artikel 6, vijfde lid, RWN). |
|
||||
| | De optieverklaring of het naturalisatieverzoek wordt het verstrijken van de verlengingstermijn/laatste aanhoudingstermijn bevestigd of ingewilligd als nog geen toestemmingsverklaring is ontvangen, **mits** de betrokkene aan de hand van correspondentie aantoont meermaals bij de Libanese autoriteiten navraag te hebben gedaan. inzake zijn verzoek om een vreemde nationaliteit aan te mogen nemen en om afstand te doen van de Libanese nationaliteit (TBN 2003/2). |
|
||||
| | Nadat het Nederlanderschap is verleend of verkregen moet betrokkene dit, ten einde afstand van de Libanese nationaliteit te bewerkstelligen, melden bij de verantwoordelijke autoriteiten in Libanon (burgerlijke stand). Hiervan vindt vervolgens een aantekening plaats in de Libanese burgerlijke stand (civil registration). |
|
||||
| | Betrokkene moet na het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit een origineel en gelegaliseerd uittreksel uit het register van de Libanese burgerlijke stand inleveren bij het Kabinet van de Gouverneur of overleggen aan de IND, waaruit blijkt dat betrokkene afstand heeft gedaan van de Libanese nationaliteit. Genoemde stukken moeten zijn voorzien van een vertaling, gemaakt door een beëdigd vertaler. |
|
||||
| Libanon | B Betrokkene moet vóór het moment van verkrijgen of verlening van het Nederlanderschap toestemming van de Libanese autoriteiten hebben om een andere nationaliteit te verkrijgen én om afstand te doen van de Libanese nationaliteit. De toestemming wordt verleend bij Presidentieel decreet. Dit decreet wordt gepubliceerd in de Libanese Staatscourant (in Franse vertaling: journal officiel). De stukken waaruit de verkregen toestemming blijkt, legt betrokkene over bij het afleggen van de optieverklaring of bij het indienen van zijn naturalisatieverzoek. De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie kan eventueel ook worden afgelegd dan wel ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan moet betrokkene zo spoedig mogelijk de stukken inleveren/opsturen bij/naar de bevoegde autoriteit waar de optieverklaring is afgelegd of het IND-kantoor waar zijn naturalisatieverzoek in behandeling is. Op de optieverklaring of het naturalisatieverzoek wordt pas beslist nadat de toestemmingsverklaring is ontvangen. In dit kader kan bij naturalisatie gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid tot aanhouding uit artikel 9, vierde lid, RWN. Bij optie kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid om de beslistermijn met dertien weken te verlengen (artikel 6, vijfde lid, RWN). De optieverklaring of het naturalisatieverzoek wordt na het verstrijken van de verlengingstermijn/laatste aanhoudingstermijn bevestigd dan wel ingewilligd als nog geen toestemmingsverklaring is ontvangen, **mits** de betrokkene aan de hand van correspondentie aantoont meermaals bij de Libanese autoriteiten navraag te hebben gedaan inzake zijn verzoek om een vreemde nationaliteit aan te mogen nemen en om afstand te mogen doen van de Libanese nationaliteit. Nadat het Nederlanderschap is verleend of verkregen moet betrokkene dit, ten einde afstand van de Libanese nationaliteit te bewerkstelligen, melden bij de verantwoordelijke autoriteiten in Libanon (burgerlijke stand). Hiervan vindt vervolgens een aantekening plaats in de Libanese burgerlijke stand (civil registration). Betrokkene moet na het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit een origineel en gelegaliseerd uittreksel uit het register van de Libanese burgerlijke stand inleveren bij de bevoegde autoriteiten of overleggen aan de IND, waaruit blijkt dat betrokkene afstand heeft gedaan van de Libanese nationaliteit. Genoemde stukken moeten zijn voorzien van een vertaling, gemaakt door een beëdigd vertaler. |
|
||||
| Liberia | A |
|
||||
| Libië | C |
|
||||
| Liechtenstein | B |
|
||||
| Litouwen | A |
|
||||
| Luxemburg | B Met ingang van 10.07.2009 is Luxemburg geen partij meer bij Hoofdstuk 1 van het Verdrag van Straatsburg. Het doen van afstand bij naturalisatie dat is ingediend na 10.07.2009 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010 (zie WBN-CM 2010/1). A, D, E: tot 10.07.2009 |
|
||||
| Luxemburg | B Sinds 10.07.2009 is Luxemburg geen partij meer bij Hoofdstuk 1 van het Verdrag van Straatsburg. Het doen van afstand bij naturalisatie wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend na 10.07.2009 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. A, D, E: tot 10.07.2009. |
|
||||
| Macedonië | B |
|
||||
| Madagaskar | A |
|
||||
| Malawi | A |
|
||||
|
|
@ -4971,31 +4995,29 @@ Wordt het bewijs dat de andere nationaliteit is verloren, overgelegd bij het eil
|
|||
| Mauritanië | A |
|
||||
| Mauritius | B |
|
||||
| Mexico | C, echter in sommige gevallen B. Tot Mexicaan genaturaliseerden kunnen afstand doen van de Mexicaanse nationaliteit. |
|
||||
| Micronesië | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 (datum inwerkingtreding van TBN 2006/5) en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010 (zie WBN-CM 2010/1). |
|
||||
| Micronesia | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
|
||||
| Moldavië | B |
|
||||
| Monaco | A |
|
||||
| Mongolië | B |
|
||||
| Montenegro | B |
|
||||
| Mozambique | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek op of na 22.11.2006 (datum inwerkingtreding van TBN 2006/5) en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010 (zie WBN-CM 2010/1). |
|
||||
| Mozambique | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
|
||||
| Myanmar (Birma) | A |
|
||||
| Namibië | A, voor Namibiërs door registratie of naturalisatie B, voor Namibiërs door geboorte, afstamming of huwelijk. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.10.2001 (zie TBN 2001/5) en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010 (zie WBN-CM 2010/1). |
|
||||
| Nauru | B Het doen van afstand van de Nauruaanse nationaliteit is met ingang van 30.12.2005 mogelijk (Wet van het staatsburgerschap van Nauru van 2005). Het doen van afstand wordt alleen gevraagd aan betrokkene als de optieverklaring/het naturalisatieverzoek is afgelegd/ingediend op of na 01.04.2012. C: tot 30.12.2005 |
|
||||
| Namibië | A, voor Namibiërs door registratie of naturalisatie. B, voor Namibiërs door geboorte, afstamming of huwelijk. Het doen van afstand bij naturalisatie wordt alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.10.2001 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
|
||||
| Nauru | B Het doen van afstand van de Nauruaanse nationaliteit is met ingang van 30.12.2005 mogelijk (Wet van het staatsburgerschap van Nauru van 2005). Het doen van afstand wordt alleen gevraagd aan betrokkene als de optieverklaring/ het naturalisatieverzoek is afgelegd/ingediend op of na 01.04.2012. C: tot 30.12.2005 |
|
||||
| Nepal | A |
|
||||
| Nicaragua | C Vanaf 19 januari 2000 (wijziging Grondwet) treedt ook geen automatisch verlies meer op voor Nicaraguanen die de Nicaraguaanse nationaliteit niet door geboorte hebben gekregen maar door naturalisatie (zie TBN 2007/12). |
|
||||
| Nicaragua | C Vanaf 19 januari 2000 (wijziging Grondwet) treedt ook geen automatisch verlies meer op voor Nicaraguanen die de Nicaraguaanse nationaliteit niet door geboorte hebben gekregen maar door naturalisatie. |
|
||||
| Nieuw-Zeeland | B |
|
||||
| Niger | A |
|
||||
| Nigeria | B, in sommige gevallen A. Tot Nigeriaan genaturaliseerden verliezen de Nigeriaanse nationaliteit wel automatisch. |
|
||||
| Noord-Korea | A |
|
||||
| Noorwegen | A, D |
|
||||
| Oeganda (Uganda) | A |
|
||||
| Oekraïne | B Ondanks de tekst van artikel 19, eerste lid van de Oekraïense nationaliteitswet, is van de bevoegde Oekraïense autoriteiten vernomen dat in geval van vrijwillige verkrijging van een andere nationaliteit de Oekraïense nationaliteit eerst verloren wordt als door de President van de Oekraïne aan betrokkene een verklaring van verlies is afgegeven. Daarom moet verzoeker na verkrijging of verlening van het Nederlanderschap een verklaring van verlies overleggen, en moet (m.i.v. 01.03.2002) bij naturalisatie en m.i.v. 01.10.2010 bij optie ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) de bereidheidsverklaring (model 2.4 bij naturalisatie en model 1.14-1a bij optie) worden getekend. |
|
||||
| Oekraïne | B Ondanks de tekst van artikel 19, eerste lid van de Oekraïense nationaliteitswet, is van de bevoegde Oekraïense autoriteiten vernomen dat in geval van vrijwillige verkrijging van een andere nationaliteit de Oekraïense nationaliteit eerst verloren wordt als door de President van de Oekraïne aan betrokkene een verklaring van verlies is afgegeven. Daarom moet verzoeker na de verkrijging of verlening van het Nederlanderschap een verklaring van verlies overleggen, en moet bij het naturalisatieverzoek en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) m.i.v. 01.10.2010 de bereidheidsverklaring tot het doen van afstand worden getekend. |
|
||||
| Oezbekistan | B |
|
||||
| Oman | B |
|
||||
| Oostenrijk | A, D Een verzoeker om naturalisatie of optant (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN m.i.v. 01.10.2010) wordt gevraagd een verklaring te ondertekenen dat de Oostenrijkse autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Oostenrijkse nationaliteit (model 2.5 bij naturalisatie en model 1.14-1b bij optie). |
|
||||
| Oost-Timor | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 (datum inwerkingtreding van TBN 2006/5) ) en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010 (zie WBN-CM 2010/1). |
|
||||
| Pakistan | B of C Afstand is alleen mogelijk voor personen van 21 jaar en ouder. Volgens Pakistaans recht zijn personen jonger dan 21 jaar namelijk minderjarig. Van personen van 18 tot 21 jaar wordt daarom niet gevraagd om afstand te doen. |
|
||||
| | Het doen van afstand bij naturalisatie wordt alleen gevraagd aan een verzoeker die 21 jaar of ouder is op het moment van de indiening van het naturalisatieverzoek en als het verzoek is ingediend op of na 01.07.2010 (datum inwerkingtreding WBN-CM 2010/1). Deze verzoeker moet model 2.4 ondertekenen. |
|
||||
| | Het doen van afstand bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) wordt alleen gevraagd aan een optant die 21 jaar of ouder is op het moment van het afleggen van de optieverklaring en als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010 (zie WBN-CM 2010/1). Deze optant moet model 1.14-1a ondertekenen. |
|
||||
| Oostenrijk | A, D Een verzoeker om naturalisatie of optant (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN m.i.v. 01.10.2010) wordt gevraagd een verklaring te ondertekenen dat de Oostenrijkse autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Oostenrijkse nationaliteit (model 2.5/2.5a bij naturalisatie en model 1.14-1b bij optie). |
|
||||
| Oost-Timor | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
|
||||
| Pakistan | B of C Afstand is alleen mogelijk voor personen van 21 jaar en ouder. Volgens Pakistaans recht zijn personen jonger dan 21 jaar namelijk minderjarig. Van personen van 18 tot 21 jaar wordt daarom niet gevraagd om afstand te doen. Het doen van afstand bij naturalisatie wordt alleen gevraagd aan een verzoeker die 21 jaar of ouder is op het moment van indiening van het naturalisatieverzoek en als het verzoek is ingediend op of na 01.07.10. Deze verzoekers moeten model 2.4/2.4a ondertekenen. Het doen van afstand bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) wordt alleen gevraagd aan een optant die 21 jaar of ouder is op het moment van het afleggen van de optieverklaring en als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. Deze optanten moeten model 1.14-1a ondertekenen. |
|
||||
| Palau (Belau) | A |
|
||||
| Panama | A |
|
||||
| Papoea-Nieuw-Guinea | A |
|
||||
|
|
@ -5005,7 +5027,7 @@ Wordt het bewijs dat de andere nationaliteit is verloren, overgelegd bij het eil
|
|||
| Portugal | B |
|
||||
| Qatar | B |
|
||||
| Roemenië | B |
|
||||
| Rwanda | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 (datum inwerkingtreding van TBN 2006/5) en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010 (zie WBN-CM 2010/1). |
|
||||
| Rwanda | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
|
||||
| Rusland = Russische Federatie | B |
|
||||
| Saint Kitts en Nevis | B |
|
||||
| Saint Lucia | B |
|
||||
|
|
@ -5013,21 +5035,18 @@ Wordt het bewijs dat de andere nationaliteit is verloren, overgelegd bij het eil
|
|||
| Samoa | B |
|
||||
| San Marino | B |
|
||||
| São Tomé en Principe | A |
|
||||
| Saudi-Arabië Met het oog op de actualiteit van de PIVA voegt de IND aan de kennisgeving aan de Gouverneur dat betrokkene het Nederlanderschap is verleend, een kopie van de toestemmingsverklaring van de Saudische autoriteiten toe. De Saudische nationaliteit is verloren gegaan met het verlenen van het Nederlanderschap, mits genaturaliseerd is ná verkregen toestemming. | B Betrokkene moet zich tot de Saudische autoriteiten wenden om toestemming tot verkrijging van een andere nationaliteit te krijgen. Betrokkene moet vóór het moment van verkrijging of verlening van het Nederlanderschap de beoogde toestemming van de Saudische autoriteiten hebben verkregen. Bedoelde toestemming blijkt uit een (gelegaliseerde) verklaring van de Saudische autoriteiten. De verklaring van de Saudische autoriteiten legt betrokkene over het afleggen van de optieverklaring of bij het indienen van zijn naturalisatieverzoek. De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie kan eventueel ook worden afgelegd of ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan moet betrokkene na ontvangst van bedoelde verklaring deze inleveren bij het Kabinet van de Gouverneur of in sturen naar het IND-kantoor Rijswijk (unit 192) waar zijn naturalisatieverzoek in behandeling is. Op de optieverklaring of het naturalisatieverzoek wordt pas beslist als de verklaring van de ambassade is ontvangen. In dit kader kan bij naturalisatie gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid tot aanhouding uit artikel 9, vierde lid, RWN. Bij optie kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid om de beslistermijn met dertien weken te verlengen (artikel 6, vijfde lid, RWN). |
|
||||
| | De optieverklaring of het naturalisatieverzoek wordt na het verstrijken van de verlengingstermijn/laatste aanhoudingstermijn bevestigd of ingewilligd als nog geen toestemmingsverklaring is ontvangen, **mits** de betrokkene aan de hand van correspondentie aantoont meermaals bij de Saudische autoriteiten navraag te hebben gedaan inzake zijn verzoek om een vreemde nationaliteit aan te nemen. |
|
||||
| Saudi-Arabië Met het oog op de actualiteit van de (gemeentelijke) basisadministratie voegt de IND aan de bekendmaking aan de bevoegde autoriteit dat betrokkene het Nederlanderschap is verleend, een kopie van de toestemmingsverklaring van de Saudische autoriteiten toe. De Saudische nationaliteit is verloren gegaan met het verlenen van het Nederlanderschap, mits genaturaliseerd is ná verkregen toestemming. | B Betrokkene moet zich tot de Saudische autoriteiten wenden om toestemming tot verkrijging van een andere nationaliteit te krijgen. Betrokkene moet vóór het moment van verkrijging of verlening van het Nederlanderschap de beoogde toestemming van de Saudische autoriteiten hebben verkregen. Bedoelde toestemming blijkt uit een (gelegaliseerde) verklaring van de Saudische autoriteiten. De verklaring van de Saudische autoriteiten legt betrokkene over bij het afleggen van de optieverklaring of bij het indienen van zijn naturalisatieverzoek. De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie kan eventueel ook worden afgelegd dan wel ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan moet betrokkene na ontvangst van bedoelde verklaring deze inleveren/opsturen bij/naar de bevoegde autoriteit waar de optieverklaring is afgelegd of het IND-kantoor waar zijn naturalisatieverzoek in behandeling is. Op de optieverklaring of het verzoek om naturalisatie wordt pas beslist als de verklaring van de ambassade is ontvangen. In dit kader kan bij naturalisatie gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid tot aanhouding uit artikel 9, vierde lid, RWN. Bij optie kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid om de beslistermijn met dertien weken te verlengen (artikel 6, vijfde lid, RWN). De optieverklaring of het naturalisatieverzoek wordt na het verstrijken van de verlengingstermijn/laatste aanhoudingstermijn bevestigd dan wel ingewilligd als nog geen toestemmingsverklaring is ontvangen, **mits** de betrokkene aan de hand van correspondentie aantoont meermaals bij de Saudische autoriteiten navraag te hebben gedaan inzake zijn verzoek om een vreemde nationaliteit aan te nemen. |
|
||||
| Senegal | A, in sommige gevallen B. Personen die actief dienst doen of hebben gedaan, dan wel hiertoe opgeroepen zijn na vrijstelling, hebben voor verlies van hun nationaliteit toestemming van de regering nodig. |
|
||||
| Servië | B |
|
||||
| Seychellen | B |
|
||||
| Sierra Leone | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.03.2009 (datum inwerkingtreding TBN 2008/10) en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010 (zie WBN-CM 2010/1). |
|
||||
| Sierra Leone | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.03.2009 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
|
||||
| Singapore | B |
|
||||
| Slovenië | B |
|
||||
| Slowakije | B |
|
||||
| Slowakije | A, in sommige gevallen B M.i.v. 01.01.2013 is de wetswijziging van 17 juli 2010 in de landenlijst verwerkt. De nieuwe wet geldt alleen voor Slowaken die op of na 17.07.2010 een andere nationaliteit hebben verkregen. A: met de onderstaande uitzonderingen waarbij behoud van de Slowaakse nationaliteit aan de orde is: – de met een Nederlander gehuwde Slowaak, die de Nederlandse nationaliteit verkrijgt na 17.07.2010 behoudt de Slowaakse nationaliteit (Nederland vraagt ook geen afstand te doen van de Slowaakse nationaliteit wegens artikel 9 lid 3 RWN). De Slowaakse nationaliteit wordt tevens niet verloren in het geval de andere nationaliteit van rechtswege wordt verkregen door geboorte. Tot 17.07.2010: B |
|
||||
| Soedan (Sudan) | B |
|
||||
| Solomoneilanden | A |
|
||||
| Somalië | A |
|
||||
| Spanje | B Het doen van afstand wordt alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.10.2003 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010 (zie WBN-CM 2010/1). |
|
||||
| | Voor de categorieën die zijn vrijgesteld van de afstandsverplichting geldt: A (drie jaar na de naturalisatie indien betrokkene niet de verklaring aflegt tot behoud van de Spaanse nationaliteit.). Een Spanjaard die vóór 09.01.2003 is genaturaliseerd tot Nederlander, en die woonachtig is buiten Spanje, verliest na drie jaar automatisch de Spaanse nationaliteit. Artikel 24 van de Spaanse nationaliteitswet is per 09.01.2003 gewijzigd. Aan Spanjaarden die op of na 09.01.2003 tevens Nederlander zijn geworden, staat Spanje het behoud van de Spaanse nationaliteit toe. De regel van automatisch verlies na drie jaar is nog wel in de wet opgenomen, maar het verlies kan worden voorkomen door tijdig bij de Spaanse autoriteiten een verklaring tot behoud van de Spaanse nationaliteit af te leggen. |
|
||||
| | Om dubbele nationaliteit te vermijden wordt Spanjaarden die niet in aanmerking komen voor vrijstelling van de afstandsverplichting gevraagd om direct na verkrijging of verlening van het Nederlanderschap op grond van artikel 24, tweede lid van de Spaanse nationaliteitwet afstand te doen van de Spaanse nationaliteit (zie TBN 2003/2). |
|
||||
| Spanje | B Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.10.2003 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. Voor de categorieën die zijn vrijgesteld van de afstandsverplichting geldt: A (drie jaar na de naturalisatie indien betrokkene niet de verklaring aflegt tot behoud van de Spaanse nationaliteit). Een Spanjaard die vóór 09.01.2003 is genaturaliseerd tot Nederlander, en die woonachtig is buiten Spanje, verliest na drie jaar automatisch de Spaanse nationaliteit. Artikel 24 van de Spaanse nationaliteitswet is per 9 januari 2003 gewijzigd. Aan Spanjaarden die op of na 9 januari 2003 tevens Nederlander zijn geworden, staat Spanje het behoud van de Spaanse nationaliteit toe. De regel van automatisch verlies na drie jaar is nog wel in de wet opgenomen, maar het verlies kan worden voorkomen door tijdig bij de Spaanse autoriteiten een verklaring tot behoud van de Spaanse nationaliteit af te leggen. Met het oog op vermijding van dubbele nationaliteit wordt Spanjaarden die niet in aanmerking komen voor vrijstelling van de afstandsverplichting gevraagd om direct na hun naturalisatie tot Nederlander op grond van artikel 24, tweede lid van de Spaanse nationaliteitwet afstand te doen van de Spaanse nationaliteit. |
|
||||
| Sri Lanka | A |
|
||||
| Suriname | A |
|
||||
| Swaziland | B |
|
||||
|
|
@ -5035,34 +5054,30 @@ Wordt het bewijs dat de andere nationaliteit is verloren, overgelegd bij het eil
|
|||
| Tadzjikistan | B |
|
||||
| Taiwan | B Het doen van afstand wordt echter niet gevraagd. Taiwan wordt niet erkend door Nederland. |
|
||||
| Tanzania | A |
|
||||
| Thailand | A en soms B Het (automatisch) verlies van de Thaise nationaliteit wordt effectief na publicatie hiervan in de Thaise Staatscourant. Blijkens artikel 13 van de Thaise Nationality Act verliest een Thaise vrouw die gehuwd is met een persoon van niet Thaise nationaliteit na haar naturalisatie niet automatisch de Thaise nationaliteit. Zij kan wel afstand doen van de Thaise nationaliteit. Dit wordt in Nederland niet van haar gevraagd aangezien zij valt onder één van de uitzonderingscategorieën (artikel 9 lid 3 RWN). |
|
||||
| | Voor Thaise vrouwen die getrouwd zijn met een niet Nederlandse partner geldt dat zij hun Thaise nationaliteit automatisch verliezen wanneer zij de Nederlandse nationaliteit verkrijgen. Dit geldt dus ook voor de Thaise die gehuwd is met een Thaise partner. |
|
||||
| Thailand | A en soms B Het (automatisch) verlies van de Thaise nationaliteit wordt effectief na publicatie hiervan in de Thaise staatscourant. Blijkens artikel 13 van de Thaise Nationality Act verliest een Thaise vrouw die is gehuwd met een persoon van niet Thaise nationaliteit niet automatisch de Thaise nationaliteit na haar naturalisatie tot de nationaliteit van haar echtgenoot. Zij kan wel afstand doen van de Thaise nationaliteit. Dit wordt in Nederland niet van haar gevraagd aangezien zij valt onder één van de uitzonderingscategorieën (artikel 9 lid 3 RWN). Voor Thaise vrouwen die getrouwd zijn met een niet Nederlandse partner geldt dat zij hun Thaise nationaliteit automatisch verliezen wanneer zij de Nederlandse nationaliteit verkrijgen. Dit geldt dus ook voor de Thaise die gehuwd is met een Thaise partner. |
|
||||
| Togo | B |
|
||||
| Tonga | C |
|
||||
| Trinidad en Tobago | B |
|
||||
| Tsjaad | B |
|
||||
| Tsjechië | A, soms B. Een burger zal de Tsjechische nationaliteit niet verliezen als de andere nationaliteit wordt verkregen in verband met een huwelijk met de inwoner van een ander land, onder de voorwaarde dat het verkrijgen van die andere nationaliteit tijdens de huwelijkse staat (moet zijn) geschied(t). |
|
||||
| | De Tsjechische nationaliteit wordt tevens niet verloren in het geval de andere nationaliteit van rechtswege wordt verkregen door geboorte. |
|
||||
| | Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 16.11.2005 (TBN 2005/5) en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010 (zie WBN-CM 2010/1). |
|
||||
| Tsjechië | A, soms B Een burger zal de Tsjechische nationaliteit niet verliezen als de andere nationaliteit wordt verkregen in verband met een huwelijk met de inwoner van een ander land, onder de voorwaarde dat het verkrijgen van die andere nationaliteit tijdens de huwelijkse staat (moet zijn) geschied(t). De Tsjechische nationaliteit wordt tevens niet verloren in het geval de andere nationaliteit van rechtswege wordt verkregen door geboorte. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 16.11.2005 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
|
||||
| Tunesië | C |
|
||||
| Turkije | B Dit geldt ook voor mannelijke Turkse onderdanen die hun dienstplicht nog niet hebben vervuld. |
|
||||
| Turkmenistan | B |
|
||||
| Tuvalu | B |
|
||||
| Uganda | A |
|
||||
| Uruguay | C, echter in sommige gevallen A. Tot Uruguaan genaturaliseerden verliezen de Uruguaanse nationaliteit wel automatisch. |
|
||||
| Uruguay | C, echter in sommige gevallen A. Tot Uruguayaan genaturaliseerden verliezen de Uruguayaanse nationaliteit wel automatisch. |
|
||||
| Vanuatu | A |
|
||||
| Vaticaanstad | A |
|
||||
| Venezuela | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.11.2002 (zie TBN 2002/3) en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010 (zie WBN-CM 2010/1). A: tot 29-12-1999 |
|
||||
| Venezuela | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.11.2002 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. A: tot 29.12.1999 |
|
||||
| Verenigde Arabische Emiraten | A |
|
||||
| Verenigde Staten van Amerika | B |
|
||||
| Verenigd Koninkrijk (Groot-Brittannië en Noord-Ierland) | B |
|
||||
| Verenigd Koninkrijk (Groot-Brittannië (en Noord-Ierland)) | B |
|
||||
| Vietnam | B |
|
||||
| Wit-Rusland (Belarus) | B |
|
||||
| IJsland Met het oog op de actualiteit van de PIVA voegt de IND aan de kennisgeving aan de Gouverneur dat betrokkene het Nederlanderschap is verleend, een kopie van de toestemmingsverklaring van de IJslandse autoriteiten toe. De IJslandse nationaliteit is verloren gegaan met het verlenen van het Nederlanderschap, mits genaturaliseerd is ná verkregen toestemming. | B Betrokkene moet vóór het moment van verkrijging of verlening van het Nederlanderschap bij de IJslandse autoriteiten vragen om toestemming om afstand te doen van de IJslandse nationaliteit. Bedoelde toestemming blijkt uit een (gelegaliseerde) verklaring van de IJslandse autoriteiten. De verklaring van de IJslandse autoriteiten legt betrokkene over bij het afleggen van de optieverklaring of bij het indienen van zijn naturalisatieverzoek. De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie kan eventueel ook worden afgelegd of ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan moet betrokkene na ontvangst van bedoelde verklaring deze inleveren bij het Kabinet van de Gouverneur of op te sturen naar het IND-kantoor Rijswijk (unit 192) waar zijn naturalisatieverzoek in behandeling is. Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 (zie TBN 2006/5) en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010 (zie WBN-CM 2010/1). |
|
||||
| IJsland Met het oog op de actualiteit van de (gemeentelijke) basisadministratie voegt de IND aan de bekendmaking aan de bevoegde autoriteit dat betrokkene het Nederlanderschap is verleend, een kopie van de toestemmingsverklaring van de IJslandse autoriteiten toe. De IJslandse nationaliteit is verloren gegaan met het verlenen van het Nederlanderschap, mits genaturaliseerd is ná verkregen toestemming. | B Betrokkene moet vóór het moment van verkrijging of verlening van het Nederlanderschap bij de IJslandse autoriteiten vragen om toestemming om afstand te doen van de IJslandse nationaliteit. Bedoelde toestemming blijkt uit een (gelegaliseerde) verklaring van de IJslandse autoriteiten. De verklaring van de IJslandse autoriteiten legt betrokkene over bij het afleggen van de optieverklaring of bij het indienen van zijn naturalisatieverzoek. De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie kan eventueel ook worden afgelegd dan wel ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan moet betrokkene na ontvangst van bedoelde verklaring deze inleveren/opsturen bij/naar de bevoegde autoriteit waar de optieverklaring is afgelegd of het IND-kantoor waar zijn naturalisatieverzoek in behandeling is. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij een optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als deze is afgelegd op of na 01.10.2010. |
|
||||
| Zaïre (Congo, Democratische Republiek) | Zie Congo, Democratische Republiek |
|
||||
| Zambia | A |
|
||||
| Zimbabwe | A |
|
||||
| Zuid-Afrika | A Betrokkene wordt gevraagd een verklaring te ondertekenen dat de Zuidafrikaanse autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Zuidafrikaanse nationaliteit (model 1.14-1b bij optie en model 2.5 bij naturalisatie). |
|
||||
| Zuid-Afrika | A Betrokkene wordt gevraagd een verklaring te ondertekenen dat de Zuidafrikaanse autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Zuidafrikaanse nationaliteit (model 1.14-1b bij optie en model 2.5/2.5a bij naturalisatie). |
|
||||
| Zuid-Korea | A |
|
||||
| Zweden | B (m.i.v. 01.07.2002) A, D: tot 01.07.2002 |
|
||||
| Zwitserland | B |
|
||||
|
|
@ -6121,51 +6136,51 @@ Met het oog op de jaarlijkse indexering van de optie- en naturalisatiegelden (zi
|
|||
|
||||
| Tariefgroep | Tarief(code) | Bedrag |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| optie; enkelvoudig | A | Naf. 437 |
|
||||
| optie; gemeenschappelijk | B | Naf. 743 |
|
||||
| optie; medeopterende minderjarige | C | Naf. 51 |
|
||||
| naturalisatie; enkelvoudig; standaard | D | Naf. 2051 |
|
||||
| naturalisatie; gemeenschappelijk; standaard | E | Naf. 2620 |
|
||||
| naturalisatie; enkelvoudig; verlaagd | F | Naf. 1524 |
|
||||
| naturalisatie; gemeenschappelijk; verlaagd | G | Naf. 2095 |
|
||||
| naturalisatie; meenaturaliserende minderjarige | H | Naf. 301 |
|
||||
| optie; enkelvoudig | A | Naf. 380 |
|
||||
| optie; gemeenschappelijk | B | Naf. 647 |
|
||||
| optie; medeopterende minderjarige | C | Naf. 45 |
|
||||
| naturalisatie; enkelvoudig; standaard | D | Naf. 1785 |
|
||||
| naturalisatie; gemeenschappelijk; standaard | E | Naf. 2280 |
|
||||
| naturalisatie; enkelvoudig; verlaagd | F | Naf. 1327 |
|
||||
| naturalisatie; gemeenschappelijk; verlaagd | G | Naf. 1823 |
|
||||
| naturalisatie; meenaturaliserende minderjarige | H | Naf. 262 |
|
||||
|
||||
#### 1
|
||||
|
||||
##### 1.1
|
||||
##### 1.1. Tarieven
|
||||
|
||||
Tarief A is verschuldigd als een optant een optieverklaring aflegt op grond van artikel 6 RWN of artikel 28 RWN dan wel artikel II, eerste lid, van de Rijkswet van 27 juni 2008 (Stb. 270).
|
||||
Tarief A is verschuldigd als een optant een optieverklaring aflegt op grond van artikel 6 RWN, artikel 28 RWN of artikel II, eerste lid, van de Rijkswet van 27 juni 2008 (Stb. 270).
|
||||
|
||||
Tarief B is verschuldigd als twee optieverklaringen gelijktijdig worden afgelegd door twee:
|
||||
Tarief B is verschuldigd als twee optieverklaringen gelijktijdig worden afgelegd door twee personen die:
|
||||
|
||||
• met elkaar gehuwden; of
|
||||
• personen die een geregistreerd partnerschap met elkaar zijn aangegaan; of
|
||||
• ongehuwden die samenleven in een duurzame relatie.
|
||||
• met elkaar gehuwd zijn; of
|
||||
• een geregistreerd partnerschap met elkaar zijn aangegaan; of
|
||||
• ongehuwd samenleven in een duurzame relatie.
|
||||
|
||||
De regeling voor de optiegelden bevat, anders dan bij de naturalisatiegelden het geval is, geen verlaagd tarief voor een staatloze of een houder van een asielgerelateerd verblijfsrecht.
|
||||
|
||||
Tarief C is verschuldigd voor de behandeling van een verzoek tot medeverkrijging bij optie als bedoeld in artikel 6, achtste lid, RWN. Dit betekent dat voor de behandeling van een verzoek voor een minderjarige om met zijn ouder(s) mee te opteren, naast het tarief dat de ouder(s) moet(en) betalen bij het afleggen van hun optieverklaring (tarief A of B), het tarief C moet worden betaald voor iedere minderjarige voor wie een verzoek tot medeverlening bij optie wordt ingediend.
|
||||
Tarief C is verschuldigd als een optieverklaring tot medeverkrijging wordt afgelegd zoals bedoeld in artikel 6, achtste lid, RWN. Dit betekent dat voor het afleggen van voornoemde optieverklaring tot medeverkrijging, naast het tarief dat de ouder(s) moet(en) betalen bij het afleggen van hun optieverklaring (tarief A of B), het tarief C moet worden betaald voor iedere minderjarige voor wie een optieverklaring tot medeverkrijging wordt afgelegd.
|
||||
|
||||
Zie voor de betalingsprocedure verder paragraaf 3 (betaling van de verschuldigde optie- en naturalisatiegelden).
|
||||
|
||||
##### 1.2
|
||||
##### 1.2. Categoriale vrijstelling optiegelden
|
||||
|
||||
Optanten die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander worden behandeld zijn ingevolge artikel 4, eerste lid, BON vrijgesteld van leges.
|
||||
Optanten die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander worden behandeld zijn op grond van artikel 4, eerste lid, BON vrijgesteld van leges.
|
||||
|
||||
##### 1.3
|
||||
##### 1.3. Ontheffing van optiegelden
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 4, derde lid, BON bestaat de mogelijkheid in twee situaties ontheffing van de leges te verlenen. Hierbij moet het gaan om optieverklaringen van:
|
||||
|
||||
a. een minderjarige die zelfstandig een optieverklaring aflegt (artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b, c of d, RWN, artikel II, a, artikel II, b en artikel II, c (Stb. 2008, 270);
|
||||
b. een persoon die als gevolg van een administratieve vergissing al meer dan een jaar als Nederlander is aangemerkt.
|
||||
|
||||
Om in aanmerking te komen voor ontheffing moet gelijktijdig met de indiening van de optieverklaring een gemotiveerd ontheffingsverzoek worden ingediend. De Gouverneur is gemandateerd in de ministeriële regeling om te beslissen op het verzoek tot ontheffing van de optiegelden (zie artikel 4, vijfde lid, BON). Voor een inwilligend besluit op een ontheffingsverzoek is model 1.27 beschikbaar. Voor een afwijzend besluit op een ontheffingsverzoek is model 1.28 beschikbaar.
|
||||
Om in aanmerking te komen voor ontheffing moet gelijktijdig met de indiening aflegging van de optieverklaring een gemotiveerd ontheffingsverzoek worden ingediend. De Gouverneur is gemandateerd in de ministeriële regeling om te beslissen op het verzoek tot ontheffing van de optiegelden (zie artikel 4, vijfde lid, BON). Voor een inwilligend besluit op een ontheffingsverzoek is model 1.27 beschikbaar. Voor een afwijzend besluit op een ontheffingsverzoek is model 1.28 beschikbaar.
|
||||
|
||||
In geval van een zelfstandige optie door een minderjarige is er in beginsel geen reden om met betrekking tot de optiegelden anders te handelen dan in geval van optie door een meerderjarige. In beide gevallen wordt een zelfde inspanning van de Gouverneur vereist. In beginsel betaalt de minderjarige optant dan ook tarief A voor zijn optieverklaring. Worden echter tegelijkertijd door twee kinderen binnen één gezin optieverklaringen afgelegd, dan wordt tarief B in rekening gebracht. Tarief B wordt tevens in rekening gebracht indien meer dan twee kinderen uit één gezin tegelijkertijd optieverklaringen afleggen. Het derde en volgende kind(eren) wordt ontheffing verleend van het betalen van optiegelden, omdat anders financiële redenen ertoe zouden kunnen leiden dat binnen gezinnen verschillen in nationaliteit ontstaan (vergelijk de nota van toelichting bij artikel 4 BON). Het is daarom niet redelijk in geval van een gelijktijdige optieverklaring door meerdere kinderen binnen een gezin een hoger bedrag aan leges op te leggen dan het bedrag in geval van een gemeenschappelijk verzoek.
|
||||
In geval van een zelfstandige optie door een minderjarige is er in beginsel geen reden om met betrekking tot de optiegelden anders te handelen dan in geval van optie door een meerderjarige. In beide gevallen wordt een zelfde inspanning van de Gouverneur vereist. In beginsel betaalt de minderjarige optant dan ook tarief A voor zijn optieverklaring. Worden echter tegelijkertijd door twee kinderen binnen één gezin optieverklaringen afgelegd, dan wordt tarief B in rekening gebracht. Tarief B wordt tevens in rekening gebracht als meer dan twee kinderen uit één gezin tegelijkertijd optieverklaringen afleggen. Het derde en volgende kind(eren) wordt ontheffing verleend van het betalen van optiegelden, omdat anders financiële redenen ertoe zouden kunnen leiden dat binnen gezinnen verschillen in nationaliteit ontstaan (vergelijk de nota van toelichting bij artikel 4 BON). Het is daarom niet redelijk in geval van een gelijktijdige optieverklaring door meerdere kinderen binnen een gezin een hoger bedrag aan leges op te leggen dan het bedrag in geval van een gemeenschappelijke optieverklaring.
|
||||
|
||||
Met betrekking tot personen die als gevolg van een administratieve vergissing al meer dan een jaar als Nederlander zijn aangemerkt, geldt dat de fout moet kunnen worden hersteld zonder kosten voor betrokkene als de administratie een fout in de beoordeling van het bezit van het Nederlanderschap heeft gemaakt, én betrokkene kan opteren. Als de fout aan betrokkene zelf is te wijten, bijvoorbeeld indien sprake is van frauduleus of onzorgvuldig gedrag van de betrokkene, wordt geen ontheffing van de optiegelden verleend.
|
||||
Met betrekking tot personen die als gevolg van een administratieve vergissing al meer dan een jaar als Nederlander zijn aangemerkt, geldt dat de fout moet kunnen worden hersteld zonder kosten voor betrokkene als de administratie een fout in de beoordeling van het bezit van het Nederlanderschap heeft gemaakt, én betrokkene kan opteren. Als de fout aan betrokkene zelf is te wijten, bijvoorbeeld als sprake is van frauduleus of onzorgvuldig gedrag van de betrokkene, wordt geen ontheffing van de optiegelden verleend.
|
||||
|
||||
Artikel 7, tweede lid, BON voorziet in de mogelijkheid dat de Gouverneur aan de rijksoverheid vergoeding verzoekt wegens, door ontheffing, niet-ontvangen optiegelden
|
||||
Artikel 7, tweede lid, BON voorziet in de mogelijkheid dat de Gouverneur aan de rijksoverheid vergoeding verzoekt wegens, door ontheffing, niet-ontvangen optiegelden.
|
||||
|
||||
##### 1.4
|
||||
|
||||
|
|
@ -6204,17 +6219,15 @@ Om in aanmerking te komen voor het verlaagd tarief moet betrokkene in de PIVA te
|
|||
|
||||
Voor de behandeling van een verzoek tot medeverlening als bedoeld in artikel 11, eerste lid, RWN, is het tarief onder H verschuldigd. Dit betekent dat voor de behandeling van een verzoek voor een minderjarige om met zijn ouder(s) mee te naturaliseren, naast het tarief dat de ouder(s) moet(en) betalen voor hun naturalisatie (tarief D, E, F of G), het tarief H moet worden betaald voor iedere minderjarige voor wie een verzoek tot medeverlening wordt ingediend.
|
||||
|
||||
##### 2.5
|
||||
##### 2.5. Categoriale vrijstelling van leges
|
||||
|
||||
Personen die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers van 9 september 1976 (Stb. 468) als Nederlander wordt behandeld, zijn vrijgesteld van naturalisatieleges. Op het adviesblad moet worden aangeven dat het een verzoek van een Molukker betreft die op grond van genoemde wet wordt behandeld als Nederlander.
|
||||
Personen die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers van 9 september 1976 (Stb. 468) als Nederlander wordt behandeld, zijn vrijgesteld van naturalisatieleges.
|
||||
|
||||
Personen die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld, zijn vrijgesteld van naturalisatieleges.
|
||||
Op het adviesblad moet worden aangeven dat het gaat om een verzoek van een Molukker die op grond van genoemde wet wordt behandeld als Nederlander.
|
||||
|
||||
Het uitgangspunt van de Wet betreffende de positie van Molukkers van 9 september 1976 (Stb. 468) brengt mee dat Molukkers, die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander worden behandeld, zijn vrijgesteld van het betalen van naturalisatiegelden. Op het adviesblad dient te worden aangeven dat het een verzoek van een Molukker betreft die op grond van genoemde wet wordt behandeld als Nederlander.
|
||||
##### 2.6. Ontheffing van naturalisatiegelden
|
||||
|
||||
##### 2.6
|
||||
|
||||
Onze Minister2Vanaf 14 oktober 2010 is dat de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Stc. 18 oktober 2010, 16527).kan aan de volgende personen ontheffing verlenen van betaling van de naturalisatiegelden:
|
||||
Onze Minister kan aan de volgende personen ontheffing verlenen van betaling van de naturalisatiegelden:
|
||||
|
||||
a. een minderjarige die zelfstandig een verzoek om naturalisatie indient;
|
||||
b. een persoon die als gevolg van een administratieve vergissing al meer dan een jaar als Nederlander is aangemerkt;
|
||||
|
|
@ -6224,66 +6237,69 @@ Om in aanmerking te komen voor ontheffing moet gelijktijdig met de indiening van
|
|||
|
||||
Hieronder wordt toegelicht onder welke omstandigheden aan bovengenoemde categorieën van personen ontheffing wordt verleend.
|
||||
|
||||
– In geval van een zelfstandig verzoek om naturalisatie van een minderjarige is er in beginsel geen reden om met betrekking tot de naturalisatiegelden anders te handelen dan in geval van een zelfstandige naturalisatie van een meerderjarige. In beide gevallen wordt een zelfde inspanning van de Gouverneur en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties3Vanaf 14 oktober 2010 behoort de Rijkswet op het Nederlanderschap tot de verantwoordelijkheid van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.vereist. Voor een zelfstandig verzoek om naturalisatie van een minderjarige wordt in beginsel dan ook hetzij tarief D, hetzij tarief F in rekening gebracht. Slechts onder de hieronder genoemde drie omstandigheden wordt een minderjarige die een zelfstandig verzoek om naturalisatie indient, ontheven van het betalen van naturalisatiegelden.
|
||||
– Worden tegelijkertijd door twee minderjarigen binnen één gezin twee zelfstandige verzoeken om naturalisatie ingediend, dan wordt hetzij tarief E, hetzij tarief G in rekening gebracht. Het derde en volgende kind(eren) wordt ontheffing verleend van het betalen van naturalisatiegelden, omdat anders financiële redenen ertoe zouden kunnen leiden dat binnen gezinnen verschillen in nationaliteit ontstaan (vergelijk de nota van toelichting bij artikel 4 BON). Het is daarom niet redelijk in geval van gelijktijdige zelfstandige verzoeken om naturalisatie door meerdere minderjarigen binnen een gezin een hoger bedrag aan naturalisatiegelden op te leggen dan het bedrag in geval van een gemeenschappelijk verzoek. Dit betekent dat de naturalisatiegelden bij gelijktijdige, zelfstandige, verzoeken om naturalisatie van meerdere kinderen binnen een gezin hetzij tarief E hetzij tarief G is verschuldigd;
|
||||
– In het geval een zelfstandig verzoek wordt ingediend door een kind dat is geboren tijdens de optie- of naturalisatieprocedure van de ouder dan wordt dat kind ontheffing verleend van de verplichting tot het betalen van de naturalisatiegelden. Voor de ontheffing van de betalingsverplichting dient het naturalisatieverzoek van het kind binnen een redelijke termijn na de verkrijging of de verlening van het Nederlanderschap aan de ouder te zijn ingediend. De redelijke termijn voor de indiening van het verzoek van het kind is in dit geval maximaal een jaar nadat de ouder Nederlander is geworden. Wordt het verzoek later ingediend, dan wordt hetzij tarief D, hetzij tarief F in rekening gebracht;
|
||||
– In bijzondere gevallen waarin een kind buiten eigen toedoen niet is meegenaturaliseerd, wordt ontheffing verleend van de betaling van de naturalisatiegelden. Hierbij kan worden gedacht aan een kind dat door zwaarwegende lichamelijke of psychische omstandigheden ten tijde van de naturalisatie van de ouders niet in het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba verbleef en niet is meegenaturaliseerd. Bijvoorbeeld een kind dat in het land van herkomst tijdelijk is opgenomen in een ziekenhuis of psychiatrische inrichting. Een en ander dient te worden aangetoond door middel van een verklaring van een medisch specialist of psychiater.
|
||||
In geval van een zelfstandig verzoek om naturalisatie van een minderjarige is er in beginsel geen reden om met betrekking tot de naturalisatiegelden anders te handelen dan in geval van een zelfstandige naturalisatie van een meerderjarige. In beide gevallen wordt een zelfde inspanning van de Gouverneur en Onze Minister vereist. Voor een zelfstandig verzoek om naturalisatie van een minderjarige wordt in beginsel dan ook hetzij tarief D, hetzij tarief F in rekening gebracht. Slechts onder de hieronder genoemde drie omstandigheden wordt een minderjarige die een zelfstandig verzoek om naturalisatie indient, ontheven van het betalen van naturalisatiegelden:
|
||||
|
||||
Met betrekking tot personen die als gevolg van een administratieve vergissing al meer dan een jaar als Nederlander zijn aangemerkt, geldt dat als de administratie een fout heeft gemaakt, deze fout hersteld moet worden zonder kosten voor betrokkene. Indien de fout aan betrokkene zelf te wijten is, bijvoorbeeld indien er sprake is van frauduleus of onzorgvuldig gedrag van de betrokkene, wordt geen ontheffing van de naturalisatiegelden verleend.
|
||||
1. Worden tegelijkertijd door twee minderjarigen binnen één gezin twee zelfstandige verzoeken om naturalisatie ingediend, dan wordt hetzij tarief E, hetzij tarief G in rekening gebracht. Het derde en volgende kind(eren) wordt ontheffing verleend van het betalen van naturalisatiegelden, omdat anders financiële redenen ertoe zouden kunnen leiden dat binnen gezinnen verschillen in nationaliteit ontstaan (vergelijk de nota van toelichting bij artikel 4 BON). Het is daarom niet redelijk in geval van gelijktijdige zelfstandige verzoeken om naturalisatie door meerdere minderjarigen binnen een gezin een hoger bedrag aan naturalisatiegelden op te leggen dan het bedrag in geval van een gemeenschappelijk verzoek. Dit betekent dat de naturalisatiegelden bij gelijktijdige, zelfstandige, verzoeken om naturalisatie van meerdere kinderen binnen een gezin hetzij tarief E hetzij tarief G is verschuldigd;
|
||||
2. In het geval een zelfstandig verzoek wordt ingediend door een kind dat is geboren tijdens de optie- of naturalisatieprocedure van de ouder dan wordt dat kind ontheffing verleend van de verplichting tot het betalen van de naturalisatiegelden. Voor de ontheffing van de betalingsverplichting moet het naturalisatieverzoek van het kind binnen een redelijke termijn na de verkrijging of de verlening van het Nederlanderschap aan de ouder zijn ingediend. De redelijke termijn voor de indiening van het verzoek van het kind is in dit geval maximaal een jaar nadat de ouder Nederlander is geworden. Wordt het verzoek later ingediend, dan wordt hetzij tarief D, hetzij tarief F in rekening gebracht;
|
||||
3. In bijzondere gevallen waarin een kind buiten eigen toedoen niet is meegenaturaliseerd, wordt ontheffing verleend van de betaling van de naturalisatiegelden. Hierbij kan worden gedacht aan een kind dat door zwaarwegende lichamelijke of psychische omstandigheden ten tijde van de naturalisatie van de ouders niet in (één van de landen van) het Koninkrijk verbleef en niet is meegenaturaliseerd. Bijvoorbeeld een kind dat in het land van herkomst tijdelijk is opgenomen in een ziekenhuis of psychiatrische inrichting. Een en ander moet worden aangetoond door middel van een verklaring van een medisch specialist of psychiater.
|
||||
|
||||
Met betrekking tot personen die als gevolg van een administratieve vergissing al meer dan een jaar als Nederlander zijn aangemerkt, geldt dat als de administratie een fout heeft gemaakt, deze fout hersteld moet worden zonder kosten voor betrokkene. Als de fout aan betrokkene zelf te wijten is, bijvoorbeeld als er sprake is van frauduleus of onzorgvuldig gedrag van de betrokkene, wordt geen ontheffing van de naturalisatiegelden verleend.
|
||||
|
||||
In gevallen waarin iemand op grond van staatsbelang of zijn verdiensten voor de Staat genaturaliseerd wordt, wordt ontheffing verleend van de betaling van de naturalisatiegelden vanwege dat staatsbelang en die verdiensten voor de Staat.
|
||||
|
||||
1. Een hoogleraar van vreemde nationaliteit komt in aanmerking voor de functie van Procureur-Generaal bij de Hoge Raad. Voor de vervulling van dit ambt is het bezit van het Nederlanderschap vereist. Deze persoon kan op grond van staatsbelang voor naturalisatie in aanmerking komen (ervan uitgaande dat tegen het verblijf voor onbepaalde duur geen bedenkingen bestaan).
|
||||
1. Een hoogleraar van vreemde nationaliteit komt in aanmerking voor de functie van Procureur-Generaal bij de Hoge Raad. Voor de vervulling van dit ambt is het bezit van het Nederlanderschap vereist. Deze persoon kan op grond van staatsbelang voor naturalisatie in aanmerking.
|
||||
2. Een militair van vreemde nationaliteit die een uitzonderlijk hoge Nederlandse militaire onderscheiding heeft gekregen, kan op grond van verdiensten voor de Staat in aanmerking komen voor naturalisatie.
|
||||
|
||||
De bevoegdheid tot verlening van ontheffing is gemandateerd aan de Gouverneur. Voor een inwilligend besluit op een ontheffingsverzoek is model 2.24 beschikbaar. Voor een afwijzend besluit op een ontheffingsverzoek is model 2.25 beschikbaar.
|
||||
|
||||
#### 3
|
||||
#### 3. Betaling van de verschuldigde optie- en naturalisatiegelden
|
||||
|
||||
De optie- en naturalisatiegelden zijn verschuldigd alvorens een verklaring van optie of verzoek tot verlening van het Nederlanderschap in behandeling wordt genomen. De betaling heeft in Curaçao en Sint Maarten plaats bij de Gouverneur. Betrokkene dient een bewijs van betaling te overleggen bij de Gouverneur. Eerst na ontvangst van de betaling dan wel na de beslissing op een ontheffingsverzoek wordt het ingediende verzoek om naturalisatie dan wel de verklaring van optie in behandeling genomen (zie de nota van toelichting bij het BON). Ongeacht het verdere verloop van de naturalisatieprocedure – toewijzing, afwijzing of intrekking van het verzoek nadat de behandeling is begonnen – zijn de rechten verschuldigd betaald (vergelijk artikelen 2 en 3 BON).
|
||||
De optie- en naturalisatiegelden zijn verschuldigd voordat een optieverklaring of een naturalisatieverzoek in behandeling kan worden genomen. De betaling van de optiegelden heeft in Curaçao en Sint Maarten plaats bij de Gouverneur.
|
||||
|
||||
De hoogte van het verschuldigde bedrag voor het afleggen van de optieverklaring of voor het verzoek om naturalisatie wordt in beginsel vastgesteld (op grond van de in paragrafen 1.1, 1.3, 2.2 tot en met 2.4 en 2.6 opgenomen richtlijnen) op het moment dat de verklaring of het verzoek door de Gouverneur in ontvangst wordt genomen.
|
||||
De optie- en naturalisatiegelden zijn verschuldigd voordat een optieverklaring of een naturalisatieverzoek in behandeling kan worden genomen. De betaling van de optie- en naturalisatiegelden heeft in Curaçao en Sint Maarten plaats bij de Gouverneur. Betrokkene moet een bewijs van betaling overleggen bij de Gouverneur. Eerst na ontvangst van de betaling dan wel na de beslissing op een ontheffingsverzoek wordt het ingediende verzoek om naturalisatie of de afgelegde optieverklaring in behandeling genomen. Ongeacht het verdere verloop van de optie- of naturalisatieprocedure – toewijzing, afwijzing of intrekking van het naturalisatieverzoek of de optieverklaring nadat de behandeling is begonnen – zijn de rechten verschuldigd betaald (vergelijk artikelen 2 en 3 BON).
|
||||
|
||||
De hoogte van het verschuldigde bedrag voor het afleggen van de optieverklaring of voor het indienen van een naturalisatieverzoek wordt in beginsel vastgesteld op het moment dat de verklaring of het verzoek door de Gouverneur in ontvangst wordt genomen. Zie hiervoor de in paragrafen 1.1, 1.3, 2.2 tot en met 2.4 en 2.6 opgenomen richtlijnen.
|
||||
|
||||
Modellen van een schriftelijke bevestiging door betrokkene dat hij is geïnformeerd over de hoogte en de termijn van de te betalen optie- en naturalisatiegelden en dat hij instemt met de betaling van de opgelegde optie- en naturalisatiegelden dan wel is vrijgesteld van de betaling dan wel een verzoek om ontheffing heeft ingediend, zijn opgenomen als model 1.25 en model 2.8. De vaststelling van de hoogte van de te betalen naturalisatiegelden is een voorbereidingshandeling zoals bedoeld in artikel 6:3 Awb en is niet afzonderlijk vatbaar voor bezwaar of beroep.
|
||||
|
||||
Uitgangspunt is dat de leges worden betaald op het moment van het afleggen van de optieverklaring respectievelijk de indiening van het verzoek om naturalisatie. Het verschuldigde bedrag wordt ineens voldaan, betaling in termijnen is niet mogelijk.
|
||||
|
||||
Wordt niet betaald op het moment van het afleggen van de optieverklaring respectievelijk de indiening van het verzoek om naturalisatie, dan wordt betrokkene op dat moment op grond van artikel 4:5, eerste lid, Awb in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken te betalen (hiervoor zijn model 1.25 en model 2.8 beschikbaar). De termijn van zes weken vloeit voort uit artikel 6 BON. Vindt de betaling van het verschuldigde bedrag niet plaats binnen deze zes weken, dan wordt de verklaring of het verzoek buitenbehandeling gesteld (artikel 6 BON). Een besluit tot buitenbehandelingstelling wegens niet- of niet tijdige betaling wordt schriftelijk meegedeeld aan betrokkene (artikel 4, tweede lid, BVVN). Daarvoor zijn beschikbaar de modellen 1.26 en 2.23.
|
||||
Wordt niet betaald op het moment van het afleggen van de optieverklaring respectievelijk de indiening van het verzoek om naturalisatie, dan wordt betrokkene op dat moment in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken te betalen. Hiervoor zijn model 1.25 en model 2.8 beschikbaar. De termijn van zes weken vloeit voort uit artikel 6 BON. Vindt de betaling van het verschuldigde bedrag niet plaats binnen deze zes weken, dan wordt de verklaring of het verzoek buitenbehandeling gesteld (artikel 6 BON). Een besluit tot buitenbehandelingstelling wegens niet- of niet tijdige betaling wordt schriftelijk meegedeeld aan betrokkene (artikel 4, tweede lid, BVVN). Daarvoor zijn beschikbaar de modellen 1.26 en 2.23.
|
||||
|
||||
Is verzocht om ontheffing van optie- of naturalisatiegelden, dan wordt de zes-wekentermijn opgeschort tot de dag waarop op het ontheffingsverzoek (negatief) is beslist.
|
||||
Is verzocht om ontheffing van optie- of naturalisatiegelden, dan wordt de termijn van zes weken waarbinnen betrokkene moet betalen opgeschort tot de dag waarop op het ontheffingsverzoek (negatief) is beslist.
|
||||
|
||||
Tegen de buitenbehandelingstelling van een optieverklaring of een verzoek om naturalisatie kan binnen zes weken bezwaar worden aangetekend bij onze Minister4Vanaf 14 oktober 2010 is dat de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Stc. 18 oktober 2010, 16527).. Het bezwaar wordt behandeld door unit Nationaliteit en Naturalisatie (unit 192) van de IND te Rijswijk
|
||||
Tegen de beslissing tot buitenbehandelingstelling van een optieverklaring of een verzoek om naturalisatie kan betrokkene binnen zes weken bezwaar aantekenen bij Onze Minister. Het bezwaarschrift moet worden opgestuurd aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), Klantdirectie Naturalisatie, Unit Nationaliteit en Naturalisatie, Postbus 285, 7600 AG te Almelo (Nederland).
|
||||
|
||||
Stelt de Gouverneur een verzoek om naturalisatie buiten behandeling, dan brengt hij geen advies uit aan de Minister. De Gouverneur stuurt altijd het naturalisatiedossier aan de IND, ongeacht of de verzoeker wel of geen bezwaar heeft aangetekend tegen het besluit tot buitenbehandelingstelling van het verzoek.
|
||||
Stelt de Gouverneur een verzoek om naturalisatie buiten behandeling, dan brengt hij geen advies uit aan Onze Minister. De Gouverneur stuurt altijd het naturalisatiedossier aan de IND, ongeacht of de verzoeker wel of geen bezwaar heeft aangetekend tegen de beslissing tot buitenbehandelingstelling van het verzoek om naturalisatie.
|
||||
|
||||
#### 4
|
||||
#### 4. Afdracht naturalisatiegelden
|
||||
|
||||
De Gouverneur hoeft de ontvangen optiegelden niet af te dragen aan de IND.
|
||||
De Gouverneur hoeft de ontvangen optiegelden niet af te dragen aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
De behandeling van en de beslissing op de verklaring van optie liggen immers geheel in handen van de ontvangende instantie. artikel 8 BON bepaalt dat een gedeelte van de ontvangen naturalisatiegelden moet worden afgedragen aan de rijksoverheid. De Gouverneur draagt zorg voor een rechtstreekse afdracht aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (de IND). Tevens regelt artikel 8 BON de hoogte van het bedrag dat de Gouverneur behoudt en op welke wijze de afdracht aan de IND geschiedt. Over de wijze van afdracht van de ontvangen naturalisatiegelden door de Gouverneur van Aruba aan de IND, wordt de Gouverneur nader geïnformeerd met een brief van de IND.
|
||||
De behandeling van en de beslissing op de optieverklaring liggen immers geheel in handen van de ontvangende instantie.
|
||||
|
||||
De Gouverneur behoudt per enkelvoudig verzoek om naturalisatie Naf. 437, ongeacht of betrokkene het standaard of het verlaagde tarief betaalt. Het resterende bedrag dat aan leges is ontvangen, wordt afgedragen aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (de IND) (Naf. 1614 bij standaard tarief en Naf. 1087 bij verlaagd tarief).
|
||||
Artikel 8 BON bepaalt dat een gedeelte van de ontvangen naturalisatiegelden moet worden afgedragen aan de rijksoverheid. De Gouverneur draagt zorg voor een rechtstreekse afdracht aan Onze Minister. Tevens regelt artikel 8 BON de hoogte van het bedrag dat de Gouverneur behoudt en op welke wijze de afdracht aan Onze Minister geschiedt. Over de wijze van afdracht van de ontvangen naturalisatiegelden door de Gouverneur aan Onze Minister, wordt de Gouverneur nader geïnformeerd met een brief van de IND.
|
||||
|
||||
Bij een gemeenschappelijk verzoek of een gelijktijdig verzoek om naturalisatie van meerdere kinderen binnen één gezin behoudt de Gouverneur Naf. 743 eveneens ongeacht of standaard of verlaagd tarief is betaald. Het resterende bedrag dat aan leges is ontvangen wordt afgedragen aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Naf. 1877 bij het standaard tarief en Naf. 1352 bij het verlaagd tarief). In het geval van een verzoek tot medeverlening als bedoeld in artikel 11, eerste lid, RWN behoudt de Gouverneur Naf. 51 per kind. Het resterende bedrag dat aan leges is ontvangen (Naf. 250) wordt afgedragen aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (de IND). Indien de verzoeker tijdens de naturalisatieprocedure verhuist, behoudt de Gouverneur die de leges geïnd heeft het bedrag dat niet afgedragen hoeft te worden en draagt zorg voor de afdracht van het resterende bedrag.
|
||||
De Gouverneur behoudt per enkelvoudig verzoek om naturalisatie Naf. 380, ongeacht of betrokkene het standaard of het verlaagde tarief betaalt. Het resterende bedrag dat aan leges is ontvangen, wordt afgedragen aan Onze Minister (Naf. 1405 bij standaard tarief en Naf. 947 bij verlaagd tarief).
|
||||
|
||||
De afdracht geschiedt rechtstreeks aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in Nederland (de IND) zonder tussenkomst van de landen Curaçao of Sint Maarten.
|
||||
Bij een gemeenschappelijk verzoek of een gelijktijdig verzoek om naturalisatie van meerdere kinderen binnen één gezin behoudt de Gouverneur Naf. 647 eveneens ongeacht of standaard of verlaagd tarief is betaald. Het resterende bedrag dat aan leges is ontvangen wordt afgedragen Onze Minister (Naf. 1633 bij het standaard tarief en Naf. 1176 bij het verlaagd tarief). In het geval van een verzoek tot medeverlening als bedoeld in artikel 11, eerste lid, RWN behoudt de Gouverneur Naf. 45 per kind. Het resterende bedrag dat aan leges is ontvangen (Naf. 217) wordt afgedragen aan Onze Minister. Als de verzoeker tijdens de naturalisatieprocedure verhuist, behoudt de Gouverneur die de leges geïnd heeft het bedrag dat niet afgedragen hoeft te worden en draagt zorg voor de afdracht van het resterende bedrag.
|
||||
|
||||
Vanaf 1 januari 2012 gelden de volgende afdrachtcodes:
|
||||
De afdracht geschiedt rechtstreeks aan Onze Minister zonder tussenkomst van de landen Curaçao of Sint Maarten.
|
||||
|
||||
Vanaf 1 januari 2013 gelden de volgende afdrachtcodes:
|
||||
|
||||
| Tariefgroep | af te dragen bedrag | afdrachtcode |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| optie; enkelvoudig | nvt | nvt |
|
||||
| optie; gemeenschappelijk | nvt | nvt |
|
||||
| optie; medeopterende minderjarige | nvt | nvt |
|
||||
| naturalisatie; enkelvoudig; standaard | Naf. 1614 | 120 |
|
||||
| naturalisatie; gemeenschappelijk; standaard | Naf. 1877 | 123 |
|
||||
| naturalisatie; enkelvoudig; verlaagd | Naf. 1087 | 121 |
|
||||
| naturalisatie; gemeenschappelijk; verlaagd | Naf. 1352 | 124 |
|
||||
| naturalisatie; meenaturaliserende minderjarige | Naf. 250 | 125 |
|
||||
| naturalisatie; enkelvoudig; standaard | Naf. 1405 | 130-NA |
|
||||
| naturalisatie; gemeenschappelijk; standaard | Naf. 1633 | 133-NA |
|
||||
| naturalisatie; enkelvoudig; verlaagd | Naf. 947 | 131-NA |
|
||||
| naturalisatie; gemeenschappelijk; verlaagd | Naf. 1176 | 134-NA |
|
||||
| naturalisatie; meenaturaliserende minderjarige | Naf. 217 | 135-NA |
|
||||
|
||||
In geval van ontheffing van betaling van de naturalisatiegelden kan de Gouverneur verzoeken om een vergoeding (artikel 8, tweede lid, BON). Een dergelijk schriftelijk verzoek dient te worden gericht aan het Hoofd Financieel Beheer van de Stafdirectie Middelen & Control van de IND, Postbus 5800, 2280 HV te Rijswijk. Indien het verzoek van de Gouverneur door de IND wordt gehonoreerd, ontvangt de Gouverneur een bedrag van Naf. 437 voor een enkelvoudig verzoek en Naf. 743 voor een gemeenschappelijk verzoek.
|
||||
|
||||
In geval van ontheffing van betaling van de naturalisatiegelden kan de Gouverneur verzoeken om een vergoeding (artikel 8, tweede lid, BON). Een dergelijk schriftelijk verzoek dient te worden gericht aan het Hoofd Financieel Beheer van de Stafdirectie Middelen & Control van de IND, Postbus 5800, 2280 HV te Rijswijk. Indien het verzoek van de Gouverneur door de IND wordt gehonoreerd, ontvangt de Gouverneur een bedrag van Naf. 373 voor een enkelvoudig verzoek en Naf. 634 voor een gemeenschappelijk verzoek.
|
||||
In geval van ontheffing van betaling van de naturalisatiegelden kan de Gouverneur verzoeken om een vergoeding (artikel 8, tweede lid, BON). Een dergelijk schriftelijk verzoek moet worden gericht aan het Hoofd Financieel Beheer van de Directie Middelen & Control van de IND, Postbus 1821, 2280 DV te Rijswijk. Als het verzoek van de Gouverneur door de IND wordt gehonoreerd, ontvangt de Gouverneur een bedrag van Naf. 380 voor een enkelvoudig verzoek en Naf. 647 voor een gemeenschappelijk verzoek.
|
||||
|
||||
### 13-2. Toelichting ad
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue