2024-01-01 | BWBR0047436 | Wet hersteloperatie toeslagen

This commit is contained in:
Coornhert 2024-01-01 12:00:00 +00:00
parent 08df5ef48b
commit 0a3f6ce197

View file

@ -41,14 +41,14 @@ b. daartoe een aanvraag zou hebben gedaan en is overleden voor 1 januari 2024;
**1.**
De Belastingdienst/Toeslagen kent op aanvraag compensatie toe aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag, die schade heeft geleden, doordat ten aanzien van hem:
De Dienst Toeslagen kent op aanvraag compensatie toe aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag, die schade heeft geleden, doordat ten aanzien van hem:
a. voor 23 oktober 2019 bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid van de Belastingdienst/Toeslagen; of
a. voor 23 oktober 2019 bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid van de Dienst Toeslagen; of
b. de toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de Wet kinderopvang of de op die wetten berustende bepalingen bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard die voortkomen uit de hardheid van de toepassing die voor 23 oktober 2019 werd gegeven aan het wettelijke systeem.
**2.** De compensatie wordt niet toegekend indien de door de aanvrager van een kinderopvangtoeslag geleden schade is te wijten aan ernstige onregelmatigheden die aan hem toerekenbaar zijn.
**3.** Aan een aanvrager van compensatie die aannemelijk maakt dat en in welke mate de door hem werkelijk geleden schade overeenkomstig het civiele schadevergoedingsrecht hoger is dan een bedrag als bedoeld in artikel 2.3, eerste tot en met zevende lid, wordt door de Belastingdienst/Toeslagen op aanvraag aanvullende compensatie voor de werkelijke schade toegekend.
**3.** Aan een aanvrager van compensatie die aannemelijk maakt dat en in welke mate de door hem werkelijk geleden schade overeenkomstig het civiele schadevergoedingsrecht hoger is dan een bedrag als bedoeld in artikel 2.3, eerste tot en met zevende lid, wordt door de Dienst Toeslagen op aanvraag aanvullende compensatie voor de werkelijke schade toegekend.
**4.** Een aanvrager van een kinderopvangtoeslag als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, komt niet in aanmerking voor compensatie van schade met betrekking tot een berekeningsjaar waarover minder dan € 1.500 aan kinderopvangtoeslag is teruggevorderd of het recht op kinderopvangtoeslag met minder dan € 1.500 is verlaagd.
@ -81,7 +81,7 @@ b. een alsnog toegekende kinderopvangtoeslag of een verhoging daarvan met betrek
**4.** Het bedrag, bedoeld in artikel 2.2, onderdeel d, is ongeacht het aantal berekeningsjaren waarop de compensatie betrekking heeft, gelijk aan € 500 voor ieder half jaar dat is verstreken tussen de dagtekening van een eerste beschikking als bedoeld in artikel 2.2, onderdeel a, en de dagtekening van de eerste beschikking tot toekenning van compensatie, waarbij een deel van een half jaar naar boven wordt afgerond op een half jaar, met dien verstande dat het bedrag niet hoger is dan de som van de bedragen die overeenkomstig het eerste lid voor de berekeningsjaren zijn vastgesteld, zonder de verminderingen.
**5.** Het bedrag, bedoeld in artikel 2.2, onderdeel e, is gelijk aan de kosten die door de Belastingdienst/Toeslagen in rekening zijn gebracht en zijn betaald voor invorderingshandelingen in verband met de beschikking, bedoeld in artikel 2.2, onderdeel a, met inbegrip van betaalde invorderingsrente.
**5.** Het bedrag, bedoeld in artikel 2.2, onderdeel e, is gelijk aan de kosten die door de Dienst Toeslagen in rekening zijn gebracht en zijn betaald voor invorderingshandelingen in verband met de beschikking, bedoeld in artikel 2.2, onderdeel a, met inbegrip van betaalde invorderingsrente.
**6.** Het bedrag, bedoeld in artikel 2.2, onderdeel f, is een forfaitair bedrag voor de kosten van de door een derde beroepsmatig verleende en aan de belanghebbende in rekening gebrachte rechtsbijstand met betrekking tot een beschikking als bedoeld in artikel 2.2, onderdeel a, dat is vastgesteld overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht, met wegingsfactor 2, waarbij wordt aangenomen dat er geen sprake is van samenhangende zaken, verminderd met een reeds toegekende of nog te toe te kennen proceskostenvergoeding.
@ -93,7 +93,7 @@ b. een alsnog toegekende kinderopvangtoeslag of een verhoging daarvan met betrek
### Artikel 2.4
**1.** De Belastingdienst/Toeslagen kan een toegekende compensatie herzien indien de beschikking tot toekenning of herziening van de kinderopvangtoeslag alsnog op een hoger bedrag wordt vastgesteld dan waarvan is uitgegaan bij de berekening van de hoogte van de compensatie. De herziening bedraagt het hieruit voortvloeiende verschil, doch maximaal het bedrag, bedoeld in artikel 2.2, onderdeel a.
**1.** De Dienst Toeslagen kan een toegekende compensatie herzien indien de beschikking tot toekenning of herziening van de kinderopvangtoeslag alsnog op een hoger bedrag wordt vastgesteld dan waarvan is uitgegaan bij de berekening van de hoogte van de compensatie. De herziening bedraagt het hieruit voortvloeiende verschil, doch maximaal het bedrag, bedoeld in artikel 2.2, onderdeel a.
**2.** Indien de compensatie een bedrag omvat voor in rekening gebrachte en betaalde of verrekende invorderingsrente of voor rente als bedoeld in artikel 2.2, onderdeel g, wordt het bedrag van de compensatie verminderd met de rente die op basis van artikel 27 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen wordt vergoed over de verhoging, bedoeld in het eerste lid, doch maximaal met het bedrag dat in de compensatie ter zake van de genoemde rentecomponenten is begrepen.
@ -103,23 +103,23 @@ b. een alsnog toegekende kinderopvangtoeslag of een verhoging daarvan met betrek
### Artikel 2.5
Indien aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag voor 26 januari 2021 bij beschikking een bedrag is toegekend op grond van artikel 49, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen of een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 onderzoekt de Belastingdienst/Toeslagen ambtshalve of compensatie als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, na toepassing van artikel 2.1, vijfde lid, zou leiden tot toekenning van een aanvullend bedrag. Indien dit het geval is, wordt dit bedrag door de Belastingdienst/Toeslagen bij beschikking vastgesteld en uitbetaald.
Indien aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag voor 26 januari 2021 bij beschikking een bedrag is toegekend op grond van artikel 49, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen of een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 onderzoekt de Dienst Toeslagen ambtshalve of compensatie als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, na toepassing van artikel 2.1, vijfde lid, zou leiden tot toekenning van een aanvullend bedrag. Indien dit het geval is, wordt dit bedrag door de Dienst Toeslagen bij beschikking vastgesteld en uitbetaald.
### Artikel 2.6
**1.** De Belastingdienst/Toeslagen kent aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag op aanvraag een O/GS-tegemoetkoming toe indien de toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de daarop berustende bepalingen of de Wet kinderopvang bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard, omdat aan hem geen persoonlijke betalingsregeling is toegekend of een buitengerechtelijke schuldregeling is geweigerd vanwege de onterechte kwalificatie van opzet of grove schuld van hemzelf of zijn partner ten aanzien van het ontstaan van de terugvordering van de kinderopvangtoeslag.
**1.** De Dienst Toeslagen kent aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag op aanvraag een O/GS-tegemoetkoming toe indien de toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de daarop berustende bepalingen of de Wet kinderopvang bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard, omdat aan hem geen persoonlijke betalingsregeling is toegekend of een buitengerechtelijke schuldregeling is geweigerd vanwege de onterechte kwalificatie van opzet of grove schuld van hemzelf of zijn partner ten aanzien van het ontstaan van de terugvordering van de kinderopvangtoeslag.
**2.** De O/GS-tegemoetkoming bedraagt 30 procent van het bedrag van de terugvordering.
**3.** Aan een aanvrager van een O/GS-tegemoetkoming die aannemelijk maakt dat en in welke mate de door hem werkelijk geleden schade als gevolg van de onbillijkheden van overwegende aard, bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig het civiele schadevergoedingsrecht hoger is dan de O/GS-tegemoetkoming, wordt door de Belastingdienst/Toeslagen op aanvraag een aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade toegekend.
**3.** Aan een aanvrager van een O/GS-tegemoetkoming die aannemelijk maakt dat en in welke mate de door hem werkelijk geleden schade als gevolg van de onbillijkheden van overwegende aard, bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig het civiele schadevergoedingsrecht hoger is dan de O/GS-tegemoetkoming, wordt door de Dienst Toeslagen op aanvraag een aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade toegekend.
**4.** De O/GS-tegemoetkoming en de aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade blijven achterwege indien ten aanzien van de terugvordering recht bestaat op compensatie als bedoeld in artikel 2.1 over hetzelfde berekeningsjaar of voor zover op andere wijze in een vergoeding of tegemoetkoming ter zake is voorzien.
### Artikel 2.7
**1.** Aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel en daarvoor voor 1 januari 2024 een aanvraag heeft ingediend, kent de Belastingdienst/Toeslagen ambtshalve eenmalig een forfaitair bedrag toe van € 30.000, met dien verstande dat dit bedrag wordt verminderd, maar niet verder dan tot nihil, met de bedragen die de aanvrager op het moment van toekenning van het forfaitaire bedrag al op grond van een herstelmaatregel heeft ontvangen. Bij vermindering tot nihil vindt geen toekenning plaats.
**1.** Aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel en daarvoor voor 1 januari 2024 een aanvraag heeft ingediend, kent de Dienst Toeslagen ambtshalve eenmalig een forfaitair bedrag toe van € 30.000, met dien verstande dat dit bedrag wordt verminderd, maar niet verder dan tot nihil, met de bedragen die de aanvrager op het moment van toekenning van het forfaitaire bedrag al op grond van een herstelmaatregel heeft ontvangen. Bij vermindering tot nihil vindt geen toekenning plaats.
**2.** Indien een aanvrager van een kinderopvangtoeslag gedurende een periode een partner had, zij beiden in aanmerking komen voor toepassing van een herstelmaatregel en ten minste een van hen in aanmerking komt voor een herstelmaatregel over een deel van die periode, wordt het forfaitaire bedrag alleen toegekend aan degene van wie de Belastingdienst/Toeslagen het recht op het forfaitaire bedrag het eerst heeft vastgesteld. Aan de ander wordt een bedrag van € 10.000 toegekend als diegene op het moment van het toekennen van het forfaitaire bedrag niet de partner is van degene aan wie het forfaitaire bedrag wordt toegekend, met dien verstande dat het bedrag van € 10.000 wordt verminderd, maar niet verder dan tot nihil, met de bedragen die deze persoon op het moment van toekenning van dit bedrag al op grond van een herstelmaatregel heeft ontvangen. Bij vermindering tot nihil vindt geen toekenning plaats.
**2.** Indien een aanvrager van een kinderopvangtoeslag gedurende een periode een partner had, zij beiden in aanmerking komen voor toepassing van een herstelmaatregel en ten minste een van hen in aanmerking komt voor een herstelmaatregel over een deel van die periode, wordt het forfaitaire bedrag alleen toegekend aan degene van wie de Dienst Toeslagen het recht op het forfaitaire bedrag het eerst heeft vastgesteld. Aan de ander wordt een bedrag van € 10.000 toegekend als diegene op het moment van het toekennen van het forfaitaire bedrag niet de partner is van degene aan wie het forfaitaire bedrag wordt toegekend, met dien verstande dat het bedrag van € 10.000 wordt verminderd, maar niet verder dan tot nihil, met de bedragen die deze persoon op het moment van toekenning van dit bedrag al op grond van een herstelmaatregel heeft ontvangen. Bij vermindering tot nihil vindt geen toekenning plaats.
**3.** Indien een aanvrager van een kinderopvangtoeslag of de partner, bedoeld in het tweede lid, in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel over een deel van de periode, bedoeld in het tweede lid, en zij elkaars partners waren op het moment van het toekennen van het forfaitaire bedrag aan een van hen, wordt voor de toepassing van de artikelen 2.1, vijfde lid, en 2.6, vierde lid, aan ieder van hen een percentage van € 30.000 toegerekend, met een maximum van het uitbetaalde bedrag van de forfaitaire tegemoetkoming. Dit percentage wordt voor ieder van hen berekend door de som van de aan hem op grond van herstelmaatregelen toegekende bedragen, vóór toepassing van de in die artikelleden bedoelde verminderingen, te delen door de som van de aan hen beiden op grond van herstelregelmaatregelen toegekende bedragen, vóór toepassing van de in die artikelleden bedoelde verminderingen, met dien verstande dat bij de berekening van het percentage toegekende bedragen die compensatie of tegemoetkoming voor hogere werkelijke schade bieden, buiten beschouwing worden gelaten.
@ -144,106 +144,47 @@ b. een verlaging, vaststelling op nihil of naar rato vaststelling als bedoeld in
### Artikel 2.8
**1.** De Belastingdienst/Toeslagen kan een incidentele noodvoorziening toekennen aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die zich in een acute financiële noodsituatie bevindt waardoor hij noodzakelijke uitgaven niet kan doen, indien hij een aanvraag heeft gedaan om toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 en de Belastingdienst/Toeslagen het forfaitaire bedrag, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, of de herstelmaatregel of een eerste betaling daarvan, niet op korte termijn aan de aanvrager kan toekennen.
**1.** De Dienst Toeslagen kan een incidentele noodvoorziening toekennen aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die zich in een acute financiële noodsituatie bevindt waardoor hij noodzakelijke uitgaven niet kan doen, indien hij een aanvraag heeft gedaan om toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 en de Dienst Toeslagen het forfaitaire bedrag, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, of de herstelmaatregel of een eerste betaling daarvan, niet op korte termijn aan de aanvrager kan toekennen.
**2.** Een aanvrager van een kinderopvangtoeslag komt niet in aanmerking voor een incidentele noodvoorziening indien hij geen recht had op een kinderopvangtoeslag en hij dit wist of redelijkerwijze behoorde te weten.
### Artikel 2.9
**1.** In bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevallen kan onder bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur te stellen regels op een voor 1 januari 2024 aan de Belastingdienst/Toeslagen gedaan verzoek van de belanghebbende een bijzondere tegemoetkoming worden toegekend indien sprake is van een schrijnend geval waarin toepassing van Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de daarop berustende bepalingen of de Wet kinderopvang bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag heeft geleid tot ernstige onbillijkheden van overwegende aard, die zich hebben voorgedaan bij een beschikking tot vaststelling of tot terugvordering inzake de kinderopvangtoeslag, dan wel bij het niet toekennen van een persoonlijke betalingsregeling vanwege de onterechte kwalificatie opzet of grove schuld van de belanghebbende of diens partner ten aanzien van het ontstaan van de terugvordering inzake de kinderopvangtoeslag, welke onbillijkheden zodanig zijn dat het overduidelijk onredelijk is deze voor rekening van de belanghebbende te laten en waarvoor andere compensaties, herzieningen, hardheidstegemoetkomingen, O/GS-tegemoetkomingen als bedoeld in artikel 2.6 of vergoedingen ter zake van die onbillijkheden niet voldoende zijn.
**1.** In bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevallen kan onder bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur te stellen regels op een voor 1 januari 2024 aan de Dienst Toeslagen gedaan verzoek van de belanghebbende een bijzondere tegemoetkoming worden toegekend indien sprake is van een schrijnend geval waarin toepassing van Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de daarop berustende bepalingen of de Wet kinderopvang bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag heeft geleid tot ernstige onbillijkheden van overwegende aard, die zich hebben voorgedaan bij een beschikking tot vaststelling of tot terugvordering inzake de kinderopvangtoeslag, dan wel bij het niet toekennen van een persoonlijke betalingsregeling vanwege de onterechte kwalificatie opzet of grove schuld van de belanghebbende of diens partner ten aanzien van het ontstaan van de terugvordering inzake de kinderopvangtoeslag, welke onbillijkheden zodanig zijn dat het overduidelijk onredelijk is deze voor rekening van de belanghebbende te laten en waarvoor andere compensaties, herzieningen, hardheidstegemoetkomingen, O/GS-tegemoetkomingen als bedoeld in artikel 2.6 of vergoedingen ter zake van die onbillijkheden niet voldoende zijn.
**2.** In bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevallen kan onder bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur te stellen regels op een aan de Belastingdienst/Toeslagen gedaan verzoek van het kind, pleegkind en voormalig pleegkind of de ex-partner een bijzondere tegemoetkoming worden toegekend indien sprake is van een schrijnend geval waarin toepassing van deze wet leidt tot ernstige onbillijkheden van overwegende aard, welke onbillijkheden zodanig zijn dat het overduidelijk onredelijk is deze voor rekening van dat kind, pleegkind of voormalig pleegkind, onderscheidenlijk die ex-partner, te laten en waarvoor de voorzieningen ter zake van die onbillijkheden niet voldoende zijn.
**2.** In bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevallen kan onder bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur te stellen regels op een aan de Dienst Toeslagen gedaan verzoek van het kind, pleegkind en voormalig pleegkind of de ex-partner een bijzondere tegemoetkoming worden toegekend indien sprake is van een schrijnend geval waarin toepassing van deze wet leidt tot ernstige onbillijkheden van overwegende aard, welke onbillijkheden zodanig zijn dat het overduidelijk onredelijk is deze voor rekening van dat kind, pleegkind of voormalig pleegkind, onderscheidenlijk die ex-partner, te laten en waarvoor de voorzieningen ter zake van die onbillijkheden niet voldoende zijn.
**3.** De voordracht voor een krachtens het eerste en tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan twee weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Indien binnen die termijn door of namens een van de Kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een van de Kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld, wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend.
### Afdeling 2.1a. Compensatie en tegemoetkomingen nabestaanden van overleden aanvrager kinderopvangtoeslag
### Artikel 2.9a
**1.**
Aan degene die partner was van een overleden aanvrager op de dag van overlijden wordt een of meer van de onderstaande voorzieningen toegekend:
a. op aanvraag door de Dienst Toeslagen:
1°. compensatie die op grond van artikel 2.1, eerste lid, aan een overleden aanvrager op aanvraag zou zijn toegekend indien deze niet was overleden;
2°. tegemoetkoming die op grond van artikel 2.6, eerste lid, aan een overleden aanvrager op aanvraag zou zijn toegekend indien deze niet was overleden;
3°. het forfaitaire bedrag dat op grond van artikel 2.7 aan een overleden aanvrager op aanvraag zou zijn toegekend indien deze niet was overleden;
b. op aanvraag door Onze Minister: overeenkomstige toepassing van afdeling 4.1 op de daar bedoelde geldschulden van een overleden aanvrager voor zover deze ten laste van de partner zijn gekomen, en op de daar bedoelde schulden van die partner;
c. ambtshalve door de publieke schuldeisers, genoemd in de artikelen 3.1 tot en met 3.12:
overeenkomstige toepassing van hoofdstuk 3 op de geldschulden, bedoeld in de artikelen 3.1 tot en met 3.12, van een overleden aanvrager voor zover deze ten laste van de partner zijn gekomen, en de daar bedoelde schulden van die partner.
**2.** Aan degene die partner was van een overleden aanvrager op de dag van overlijden wordt door de Dienst Toeslagen op aanvraag aanvullende compensatie voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, of een aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.6, derde lid, toegekend die aan de overleden aanvrager op aanvraag zou zijn toegekend indien deze niet was overleden.
**3.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien degene die partner was van de overleden aanvrager op de dag van overlijden, dit niet meer was op de eerste dag van de maand die volgt op de dag van overlijden van de aanvrager als gevolg van een omstandigheid anders dan het overlijden van de aanvrager.
### Artikel 2.9b
**1.**
Indien een overleden aanvrager geen partner had op de dag van overlijden, indien degene die partner was van een overleden aanvrager op de dag waarop laatstgenoemde is overleden, is overleden voor de dag van inwerkingtreding van artikel 2.9a, of indien de situatie, bedoeld in artikel 2.9a, derde lid, zich voordoet, worden aan het kind van de overleden aanvrager een of meer van de onderstaande voorzieningen toegekend:
a. op aanvraag door de Dienst Toeslagen:
1°. compensatie die op grond van artikel 2.1, eerste lid, aan de overleden aanvrager op aanvraag zou zijn toegekend indien deze niet was overleden;
2°. tegemoetkoming die op grond van artikel 2.6, eerste lid, aan de overleden aanvrager op aanvraag zou zijn toegekend indien deze niet was overleden;
3°. het forfaitaire bedrag dat op grond van artikel 2.7 aan de overleden aanvrager op aanvraag zou zijn toegekend indien deze niet was overleden;
b. op aanvraag door Onze Minister: overeenkomstige toepassing van afdeling 4.1 op de daar bedoelde geldschulden van de overleden aanvrager voor zover deze ten laste van het kind zijn gekomen;
c. ambtshalve door de publieke schuldeisers, genoemd in de artikelen 3.1 tot en met 3.12:
overeenkomstige toepassing van hoofdstuk 3 op de geldschulden, bedoeld in de artikelen 3.1 tot en met 3.12, van de overleden aanvrager voor zover deze ten laste van het kind zijn gekomen.
**2.**
Aan het kind van een overleden aanvrager wordt door de Dienst Toeslagen op aanvraag aanvullende compensatie voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, of een aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.6, derde lid, toegekend die aan de overleden aanvrager op aanvraag zou zijn toegekend indien deze niet was overleden, in het geval dat:
a. de overleden aanvrager geen partner had op de dag van overlijden;
b. degene die partner was van de overleden aanvrager op de dag waarop laatstgenoemde is overleden, is overleden voor de dag van inwerkingtreding van artikel 2.9a; of
c. de situatie, bedoeld in artikel 2.9a, derde lid, zich voordoet.
**3.** Indien meerdere kinderen binnen de aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 6.1b, eerste lid, een aanvraag indienen voor de compensatie of tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt het bedrag van de compensatie of tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, verminderd naar evenredigheid van het aantal kinderen dat in aanmerking komt voor die compensatie of tegemoetkoming.
**4.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing bij de toekenning van aanvullende compensatie of een aanvullende O/GS-tegemoetkoming op grond van het tweede lid, indien meerdere kinderen binnen de aanvraagtermijn die op grond van artikel 6.1b op hen van toepassing is, een aanvraag daartoe indienen.
**5.**
Het eerste tot en met vierde lid alsmede hoofdstuk 4a, artikel 5.3 en hoofdstuk 6 voor zover die betrekking hebben op aanvragen als bedoeld in het eerste of tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een kind van een overleden aanvrager:
a. indien degene die partner was van de overleden aanvrager op de dag waarop laatstgenoemde is overleden, overlijdt op of na de dag van inwerkingtreding van artikel 2.9a;
b. voor zover die partner is overleden voordat toekenning heeft plaatsgevonden van de voorzieningen, de aanvullende compensatie of de aanvullende O/GS-tegemoetkoming die aan die partner zouden zijn toegekend op grond van artikel 2.9a indien deze niet was overleden;
c. met dien verstande dat:
1°. voor de toepassing van artikel 6.1b, eerste lid, de aanvraagtermijn aanvangt op de dag van overlijden van de partner in plaats van op de dag van overlijden van de overleden aanvrager;
2°. artikel 6.1b, tweede lid, van toepassing is als geen toekenning heeft plaatsgevonden aan de partner van de overleden aanvrager van een voorziening als bedoeld in artikel 2.9a, eerste lid, onderdeel a, onder 1° of 2°.
### Afdeling 2.2. Tegemoetkoming voor kind, pleegkind en voormalig pleegkind van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag of diens partner en voor kind, pleegkind en voormalig pleegkind van ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag
### Artikel 2.10
Aan een kind van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 of van diens partner, indien die tevens diens partner was op 26 januari 2021, kent de Belastingdienst/Toeslagen ambtshalve een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 toe, indien het kind op 1 januari 2005 jonger was dan 21 jaar of in de periode van 1 januari 2005 tot en met de dag waarop dit artikel in werking is getreden, is geboren.
Aan een kind van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 of van diens partner, indien die tevens diens partner was op 26 januari 2021, kent de Dienst Toeslagen ambtshalve een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 toe, indien het kind op 1 januari 2005 jonger was dan 21 jaar of in de periode van 1 januari 2005 tot en met de dag waarop dit artikel in werking is getreden, is geboren.
### Artikel 2.11
**1.**
Aan een pleegkind van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 of van diens partner, indien die tevens diens partner was op 26 januari 2021, kent de Belastingdienst/Toeslagen ambtshalve een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 toe, indien het pleegkind:
Aan een pleegkind van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 of van diens partner, indien die tevens diens partner was op 26 januari 2021, kent de Dienst Toeslagen ambtshalve een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 toe, indien het pleegkind:
a. uiterlijk op de dag waarop dit artikel in werking is getreden, pleegkind is geworden van de aanvrager van een kinderopvangtoeslag of diens partner; en
b. op 1 januari 2005 jonger was dan 21 jaar of in de periode van 1 januari 2005 tot en met de dag waarop dit artikel in werking is getreden, is geboren.
**2.**
Aan een voormalig pleegkind van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, of van diens partner, indien die tevens diens partner was op 26 januari 2021, kent de Belastingdienst/Toeslagen ambtshalve een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 toe, indien het voormalige pleegkind:
Aan een voormalig pleegkind van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, of van diens partner, indien die tevens diens partner was op 26 januari 2021, kent de Dienst Toeslagen ambtshalve een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 toe, indien het voormalige pleegkind:
a. onderdeel van het huishouden is geweest van de aanvrager van de kinderopvangtoeslag in de periode tussen de eerste beschikking van de Belastingdienst/Toeslagen waarvoor herstel wordt geboden door middel van de herstelmaatregel tot en met de dag waarop dit artikel in werking is getreden; en
a. onderdeel van het huishouden is geweest van de aanvrager van de kinderopvangtoeslag in de periode tussen de eerste beschikking van de Dienst Toeslagen waarvoor herstel wordt geboden door middel van de herstelmaatregel tot en met de dag waarop dit artikel in werking is getreden; en
b. op 1 januari 2005 jonger was dan 21 jaar of in de periode van 1 januari 2005 tot en met de dag waarop dit artikel in werking is getreden, is geboren.
### Artikel 2.11a
**1.**
Aan een kind van een ex-partner, die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, kent de Belastingdienst/Toeslagen ambtshalve een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 toe, indien het kind:
Aan een kind van een ex-partner, die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, kent de Dienst Toeslagen ambtshalve een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 toe, indien het kind:
a. is geboren voordat de ex-partner de partner werd van de aanvrager van een kinderopvangtoeslag; en
b. op 1 januari 2005 jonger was dan 21 jaar of in de periode van 1 januari 2005 tot en met de dag voordat het toeslagpartnerschap met de aanvrager van een kinderopvangtoeslag begon, is geboren.
@ -254,17 +195,17 @@ b. op 1 januari 2005 jonger was dan 21 jaar of in de periode van 1 januari 200
**1.**
Aan een pleegkind van een ex-partner, die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, kent de Belastingdienst/Toeslagen ambtshalve een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 toe, indien het pleegkind:
Aan een pleegkind van een ex-partner, die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, kent de Dienst Toeslagen ambtshalve een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 toe, indien het pleegkind:
a. pleegkind van de ex-partner is geworden voordat de ex-partner de partner werd van de aanvrager van een kinderopvangtoeslag; en
b. op 1 januari 2005 jonger was dan 21 jaar of in de periode van 1 januari 2005 tot en met de dag voordat het toeslagpartnerschap met de aanvrager van een kinderopvangtoeslag begon, is geboren.
**2.**
Aan een voormalig pleegkind van een ex-partner, die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, kent de Belastingdienst/Toeslagen ambtshalve een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 toe, indien het voormalige pleegkind:
Aan een voormalig pleegkind van een ex-partner, die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, kent de Dienst Toeslagen ambtshalve een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 toe, indien het voormalige pleegkind:
a. pleegkind van de ex-partner is geworden voordat de ex-partner de partner werd van de aanvrager van een kinderopvangtoeslag;
b. onderdeel van het huishouden is geweest van de aanvrager van de kinderopvangtoeslag en diens ex-partner in de periode tussen de eerste beschikking van de Belastingdienst/Toeslagen waarvoor herstel wordt geboden door middel van de herstelmaatregel, tot en met de dag voordat het toeslagpartnerschap tussen de aanvrager van de kinderopvangtoeslag en diens ex-partner is geëindigd; en
b. onderdeel van het huishouden is geweest van de aanvrager van de kinderopvangtoeslag en diens ex-partner in de periode tussen de eerste beschikking van de Dienst Toeslagen waarvoor herstel wordt geboden door middel van de herstelmaatregel, tot en met de dag voordat het toeslagpartnerschap tussen de aanvrager van de kinderopvangtoeslag en diens ex-partner is geëindigd; en
c. op 1 januari 2005 jonger was dan 21 jaar of in de periode van 1 januari 2005 tot en met de dag voordat het toeslagpartnerschap met de aanvrager van een kinderopvangtoeslag begon, is geboren.
**3.** Artikel 2.14g, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
@ -287,19 +228,19 @@ e. ten minste achttien jaar is: € 10.000.
Een kind als bedoeld in artikel 2.10, een pleegkind als bedoeld in artikel 2.11, eerste lid, of een voormalig pleegkind als bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, kan een aanvraag doen tot toekenning van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 indien:
a. de Belastingdienst/Toeslagen de beschikking tot het toepassen van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 heeft bekendgemaakt; en
b. de Belastingdienst/Toeslagen de beschikking tot toekenning van de tegemoetkoming niet ambtshalve binnen zes maanden na de datum, bedoeld in artikel 6.4, onderdeel a of b, heeft vastgesteld.
a. de Dienst Toeslagen de beschikking tot het toepassen van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 heeft bekendgemaakt; en
b. de Dienst Toeslagen de beschikking tot toekenning van de tegemoetkoming niet ambtshalve binnen zes maanden na de datum, bedoeld in artikel 6.4, onderdeel a of b, heeft vastgesteld.
### Artikel 2.13a
Een kind als bedoeld in artikel 2.11a, een pleegkind als bedoeld in artikel 2.11b, eerste lid, of een voormalig pleegkind als bedoeld in artikel 2.11b, tweede lid, kan een aanvraag doen tot toekenning van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 indien:
a. de Belastingdienst/Toeslagen de beschikking tot toekenning van de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, heeft bekendgemaakt; en
a. de Dienst Toeslagen de beschikking tot toekenning van de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, heeft bekendgemaakt; en
b. de beschikking tot toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2.12, niet ambtshalve is gegeven binnen zes maanden na de datum van dagtekening van de beschikking, bedoeld in artikel 6.4a.
### Artikel 2.14
**1.** De Belastingdienst/Toeslagen kent op aanvraag een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 toe aan een kind van een overleden aanvrager, dat op 1 januari 2005 jonger was dan 21 jaar of is geboren in de periode van 1 januari 2005 tot en met de dag waarop de artikelen 2.10 en 2.11 in werking zijn getreden.
**1.** De Dienst Toeslagen kent op aanvraag een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 toe aan een kind van een overleden aanvrager, dat op 1 januari 2005 jonger was dan 21 jaar of is geboren in de periode van 1 januari 2005 tot en met de dag waarop de artikelen 2.10 en 2.11 in werking zijn getreden.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een pleegkind als bedoeld in artikel 2.11, eerste lid, onderdeel a, en een voormalig pleegkind als bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, onderdeel a, van de aanvrager van een kinderopvangtoeslag en op een kind, een pleegkind als bedoeld in artikel 2.11, eerste lid, onderdeel a, en een voormalig pleegkind als bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, onderdeel a, van de partner van de aanvrager van een kinderopvangtoeslag, indien hij tevens diens partner was op 26 januari 2021.
@ -307,7 +248,7 @@ b. de beschikking tot toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2.12
**1.**
De Belastingdienst/Toeslagen kent op aanvraag een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 toe aan een kind van een ex-partner van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag indien:
De Dienst Toeslagen kent op aanvraag een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 toe aan een kind van een ex-partner van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag indien:
a. het kind is geboren voordat de ex-partner de partner werd van de aanvrager van een kinderopvangtoeslag;
b. het kind op 1 januari 2005 jonger was dan 21 jaar of is geboren in de periode van 1 januari 2005 tot en met de dag voordat het toeslagpartnerschap met de aanvrager van een kinderopvangtoeslag begon; en
@ -322,36 +263,6 @@ c. de ex-partner is overleden en ten aanzien van hem aannemelijk is dat een comp
### Afdeling 2.2a. Tegemoetkoming nabestaanden van overleden kind
### Artikel 2.14b
Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder een overleden kind verstaan een kind, pleegkind of voormalig pleegkind dat is overleden voordat aan hem een tegemoetkoming als bedoeld in afdeling 2.2 is toegekend en van wie aannemelijk is dat aan hem die tegemoetkoming zou zijn toegekend indien:
a. hij nog in leven zou zijn geweest op het moment dat de tegemoetkoming ambtshalve zou zijn toegekend;
b. hij nog in leven zou zijn geweest op het moment dat de tegemoetkoming zou zijn toegekend naar aanleiding van diens aanvraag daartoe; of
c. hij daartoe een aanvraag zou hebben gedaan en hij is overleden voordat de aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 6.1, tweede lid, is verlopen.
### Artikel 2.14c
**1.** De Dienst Toeslagen kent aan degene die partner was van het overleden kind op de dag van overlijden, op aanvraag een tegemoetkoming toe.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien degene die partner was van het overleden kind op de dag van overlijden, dit niet meer was op de eerste dag van de maand die volgt op de dag van overlijden van het kind, als gevolg van een omstandigheid anders dan het overlijden van het kind.
### Artikel 2.14d
Indien het overleden kind geen partner had op de dag van overlijden of indien de situatie, bedoeld in artikel 2.14c, tweede lid, zich voordoet, kent de Dienst Toeslagen aan het kind van een overleden kind op aanvraag een tegemoetkoming toe.
### Artikel 2.14e
**1.** Indien het overleden kind geen partner of kind had op de dag van overlijden of indien de situatie, bedoeld in artikel 2.14c, tweede lid, zich voordoet, kent de Dienst Toeslagen aan de ouder van een overleden kind op aanvraag een tegemoetkoming toe.
**2.** Als ouder wordt aangemerkt de persoon van wie het overleden kind op de dag van overlijden kind was in de zin van artikel 1.1.
### Artikel 2.14f
**1.** De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2.14c, artikel 2.14d of artikel 2.14e, is gelijk aan het bedrag dat ingevolge artikel 2.12 bij leven aan het overleden kind zou zijn toegekend, met dien verstande dat bij de vaststelling van dat bedrag wordt uitgegaan van de leeftijd van het overleden kind op 1 juli 2023, dan wel op de dag van overlijden indien deze dag ligt voor 1 juli 2023.
**2.** Indien meerdere personen binnen de aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 6.1a een aanvraag indienen voor de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2.14d of artikel 2.14e, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, verminderd naar evenredigheid met het aantal personen dat in aanmerking komt voor de tegemoetkoming.
### Afdeling 2.3. Compensatie en noodvoorziening ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag
### Artikel 2.14g
@ -385,15 +296,15 @@ b. de eerste dag van de maand die volgt op de dag van overlijden van de aanvrage
### Artikel 2.14h
**1.** De Belastingdienst/Toeslagen kent op aanvraag een compensatie van € 10.000 toe aan een ex-partner, met dien verstande dat de compensatie nihil bedraagt indien een ex-partner eerder compensatie heeft ontvangen op grond van dit lid.
**1.** De Dienst Toeslagen kent op aanvraag een compensatie van € 10.000 toe aan een ex-partner, met dien verstande dat de compensatie nihil bedraagt indien een ex-partner eerder compensatie heeft ontvangen op grond van dit lid.
**2.** De ex-partner doet de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, niet eerder dan na ontvangst van een brief van de Belastingdienst/Toeslagen met een uitnodiging deze aanvraag te doen en doet dit via een daartoe door de Belastingdienst/Toeslagen ter beschikking gesteld formulier.
**2.** De ex-partner doet de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, niet eerder dan na ontvangst van een brief van de Dienst Toeslagen met een uitnodiging deze aanvraag te doen en doet dit via een daartoe door de Dienst Toeslagen ter beschikking gesteld formulier.
**3.** Compensatie blijft achterwege voor zover op een andere wijze in een vergoeding of tegemoetkoming is voorzien ter zake van geleden schade als gevolg van een beschikking vanwege institutionele vooringenomenheid of hardheid of een beschikking vanwege een onterechte kwalificatie opzet of grove schuld. Onder vergoeding of tegemoetkoming als bedoeld in de eerste zin wordt niet verstaan een bedrag dat de ex-partner heeft ontvangen van de aanvrager van een kinderopvangtoeslag vanwege het met de ex-partner delen van een tegemoetkoming of compensatie die de aanvrager heeft ontvangen op grond van deze wet.
### Artikel 2.14i
Indien de Belastingdienst/Toeslagen niet op korte termijn overgaat tot uitbetaling van compensatie als bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, kan de Belastingdienst/Toeslagen een incidentele noodvoorziening toekennen aan een ex-partner, aan wie de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, is toegekend en die zich in een acute financiële noodsituatie bevindt waardoor noodzakelijke uitgaven niet mogelijk zijn.
Indien de Dienst Toeslagen niet op korte termijn overgaat tot uitbetaling van compensatie als bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, kan de Dienst Toeslagen een incidentele noodvoorziening toekennen aan een ex-partner, aan wie de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, is toegekend en die zich in een acute financiële noodsituatie bevindt waardoor noodzakelijke uitgaven niet mogelijk zijn.
### Afdeling 2.4. Brede ondersteuning in het buitenland
@ -443,28 +354,7 @@ b. de redelijke kosten van de verhuizing naar Nederland voor zijn rekening nemen
### Artikel 2.15b
**1.**
Onze Minister kan ambtshalve brede ondersteuning in het buitenland aanbieden:
a. op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg aan een partner van een overleden aanvrager die in aanmerking komt voor een compensatie of tegemoetkoming, kwijtschelding van bestuursrechtelijke schulden of overneming en betaling van privaatrechtelijke schulden van de gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag als bedoeld in artikel 2.9a, ten behoeve van die partner van een overleden aanvrager, diens partner, diens kind, pleegkind of voormalig pleegkind dat in aanmerking komt voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12, en het thuiswonende kind of pleegkind van hemzelf of van diens partner, indien:
1°. die partner van een overleden aanvrager op 31 december 2021 niet in Nederland woonde;
2°. die partner van een overleden aanvrager, diens partner, diens kind, pleegkind of voormalig pleegkind dat in aanmerking komt voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12, en het thuiswonende kind of pleegkind van hemzelf of van diens partner op het moment van ambtshalve toetsing door Onze Minister niet in Nederland woont;
b. op de vier leefgebieden financiën, werk, wonen en zorg aan een kind van een overleden aanvrager dat in aanmerking komt voor een compensatie of tegemoetkoming, kwijtschelding van bestuursrechtelijke schulden of overneming en betaling van privaatrechtelijke schulden van de gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag als bedoeld in artikel 2.9b, indien dat kind op 7 juli 2020 niet in Nederland woonde en op het moment van ambtshalve toetsing door Onze Minister niet in Nederland woont.
**2.** Voor zover de brede ondersteuning wordt geboden in de vorm van een financiële tegemoetkoming, wordt deze tegemoetkoming verstrekt ter vergoeding van redelijke kosten die worden gemaakt in het kader van de brede ondersteuning.
**3.**
In geval van een wens tot remigratie naar Nederland die binnen drie maanden na het ambtshalve aanbod, bedoeld in het eerste lid, kenbaar is gemaakt aan Onze Minister kan Onze Minister op verzoek van:
a. de partner van een overleden aanvrager, diens partner, diens kind, pleegkind of voormalig pleegkind dat in aanmerking komt voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12, en het thuiswonende kind of pleegkind van hemzelf of van diens partner eenmalig de redelijke reiskosten van remigratie van ieder van hen vergoeden of voor zijn rekening nemen, mits voornoemde gezinsleden voor de remigratie naar Nederland op hetzelfde adres buiten Nederland wonen als die partner van een overleden aanvrager en eenmalig de redelijke kosten van de verhuizing naar Nederland voor zijn rekening nemen; of
b. het kind van een overleden aanvrager eenmalig de redelijke reiskosten van remigratie vergoeden of voor zijn rekening nemen en eenmalig de redelijke kosten van de verhuizing naar Nederland voor zijn rekening nemen.
**4.** Onze Minister verleent de ondersteuning, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, op basis van een plan van aanpak dat in overleg met de partner of het kind van een overleden aanvrager van een kinderopvangtoeslag is opgesteld.
**5.** Onze Minister vergoedt of neemt voor zijn rekening de kosten, bedoeld in het derde lid, indien het plan van aanpak is vastgesteld binnen drie maanden nadat de wens tot remigratie kenbaar is gemaakt en indien de remigratie naar Nederland plaatsvindt uiterlijk een jaar nadat het plan van aanpak is vastgesteld.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Afdeling 2.5. Tegemoetkomingen gedupeerde aanvrager huurtoeslag, zorgtoeslag of kindgebonden budget
@ -472,9 +362,9 @@ b. het kind van een overleden aanvrager eenmalig de redelijke reiskosten van rem
**1.**
De Belastingdienst/Toeslagen kent ambtshalve een tegemoetkoming toe aan een aanvrager van een huurtoeslag, zorgtoeslag of kindgebonden budget, indien:
De Dienst Toeslagen kent ambtshalve een tegemoetkoming toe aan een aanvrager van een huurtoeslag, zorgtoeslag of kindgebonden budget, indien:
a. ten aanzien van hem voor 23 oktober 2019 bij de uitvoering van de huurtoeslag, zorgtoeslag of het kindgebonden budget sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid van de Belastingdienst/Toeslagen;
a. ten aanzien van hem voor 23 oktober 2019 bij de uitvoering van de huurtoeslag, zorgtoeslag of het kindgebonden budget sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid van de Dienst Toeslagen;
b. hij hierdoor schade heeft geleden; en
c. hij betrokken is geweest bij een onderzoek van het Combiteam Aanpak Facilitators.
@ -494,7 +384,7 @@ c. het bedrag van een tegemoetkoming die toegekend is op grond van artikel 2.17
### Artikel 2.17
**1.** De Belastingdienst/Toeslagen kent aan een aanvrager van een huurtoeslag, zorgtoeslag of kindgebonden budget ambtshalve een tegemoetkoming toe indien de toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de Wet op de huurtoeslag, de Wet op de zorgtoeslag, de Wet op het kindgebonden budget of op die wetten berustende bepalingen bij de uitvoering van de huurtoeslag, zorgtoeslag of het kindgebonden budget heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard omdat aan de aanvrager geen persoonlijke betalingsregeling is toegekend of een buitengerechtelijke schuldregeling is geweigerd vanwege de onterechte kwalificatie van opzet of grove schuld van de aanvrager of diens partner ten aanzien van het ontstaan van de terugvordering van de huurtoeslag, zorgtoeslag of het kindgebonden budget.
**1.** De Dienst Toeslagen kent aan een aanvrager van een huurtoeslag, zorgtoeslag of kindgebonden budget ambtshalve een tegemoetkoming toe indien de toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de Wet op de huurtoeslag, de Wet op de zorgtoeslag, de Wet op het kindgebonden budget of op die wetten berustende bepalingen bij de uitvoering van de huurtoeslag, zorgtoeslag of het kindgebonden budget heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard omdat aan de aanvrager geen persoonlijke betalingsregeling is toegekend of een buitengerechtelijke schuldregeling is geweigerd vanwege de onterechte kwalificatie van opzet of grove schuld van de aanvrager of diens partner ten aanzien van het ontstaan van de terugvordering van de huurtoeslag, zorgtoeslag of het kindgebonden budget.
**2.** De tegemoetkoming bedraagt 30 procent van het bedrag van de terugvordering.
@ -504,14 +394,14 @@ c. het bedrag van een tegemoetkoming die toegekend is op grond van artikel 2.17
**1.**
De Belastingdienst/Toeslagen kan een incidentele noodvoorziening toekennen aan een aanvrager van een huurtoeslag, zorgtoeslag of kindgebonden budget die zich in een acute financiële noodsituatie bevindt waardoor hij noodzakelijke uitgaven niet kan doen, indien:
De Dienst Toeslagen kan een incidentele noodvoorziening toekennen aan een aanvrager van een huurtoeslag, zorgtoeslag of kindgebonden budget die zich in een acute financiële noodsituatie bevindt waardoor hij noodzakelijke uitgaven niet kan doen, indien:
a. aannemelijk is dat de acute financiële noodsituatie mogelijk een gevolg is van:
1°. institutionele vooringenomenheid van de Belastingdienst/Toeslagen die voor 23 oktober 2019 heeft plaatsgevonden tijdens een onderzoek van het Combiteam Aanpak Facilitators bij de uitvoering van de huurtoeslag, zorgtoeslag of het kindgebonden budget; of
1°. institutionele vooringenomenheid van de Dienst Toeslagen die voor 23 oktober 2019 heeft plaatsgevonden tijdens een onderzoek van het Combiteam Aanpak Facilitators bij de uitvoering van de huurtoeslag, zorgtoeslag of het kindgebonden budget; of
2°. het niet toekennen van een persoonlijke betalingsregeling of het weigeren van een buitengerechtelijke schuldregeling vanwege de onterechte kwalificatie van opzet of grove schuld van hemzelf of zijn partner ten aanzien van het ontstaan van de terugvordering van de huurtoeslag, zorgtoeslag of het kindgebonden budget; en
b. hij zich kenbaar heeft gemaakt bij de Belastingdienst/Toeslagen als iemand die mogelijk aanspraak maakt op een tegemoetkoming als gevolg van een situatie als bedoeld in onderdeel a, onder 1° of 2°.
b. hij zich kenbaar heeft gemaakt bij de Dienst Toeslagen als iemand die mogelijk aanspraak maakt op een tegemoetkoming als gevolg van een situatie als bedoeld in onderdeel a, onder 1° of 2°.
2. Een aanvrager komt niet in aanmerking voor een incidentele noodvoorziening, indien hij geen recht heeft op de huurtoeslag, zorgtoeslag of het kindgebonden budget en hij dit wist of redelijkerwijze behoorde te weten.
@ -555,7 +445,7 @@ c. een ex-partner is die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in arti
**5.** Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente kan de uitvoering van dit artikel, behoudens de vaststelling van de rechten en plichten van de persoon die op basis van het eerste of tweede lid in aanmerking komt voor brede ondersteuning en de daarvoor noodzakelijke beoordeling van zijn omstandigheden, door derden laten verrichten.
**6.** Indien de aanvraag tot toekenning van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 wordt afgewezen, beëindigt het college van burgemeester en wethouders de brede ondersteuning van de personen die op grond van het eerste of tweede lid in aanmerking komen voor brede ondersteuning binnen 30 dagen nadat de Belastingdienst/Toeslagen het college van burgemeester en wethouders heeft geïnformeerd dat ten aanzien van de aanvrager van de kinderopvangtoeslag een afwijzende beschikking is gegeven.
**6.** Indien de aanvraag tot toekenning van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 wordt afgewezen, beëindigt het college van burgemeester en wethouders de brede ondersteuning van de personen die op grond van het eerste of tweede lid in aanmerking komen voor brede ondersteuning binnen 30 dagen nadat de Dienst Toeslagen het college van burgemeester en wethouders heeft geïnformeerd dat ten aanzien van de aanvrager van de kinderopvangtoeslag een afwijzende beschikking is gegeven.
**7.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel.
@ -565,7 +455,7 @@ c. een ex-partner is die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in arti
**1.**
In afwijking van artikel 31bis van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen scheldt de Belastingdienst/Toeslagen ambtshalve kwijt het voor 1 januari 2021 nog niet betaalde bedrag van de terugvordering van een toeslag die betrekking heeft op een berekeningsjaar van voor 2021, de met die terugvordering samenhangende rente, de met die terugvordering samenhangende kosten van invordering alsmede het bedrag van een met die terugvordering samenhangende bestuurlijke boete van:
In afwijking van artikel 31bis van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen scheldt de Dienst Toeslagen ambtshalve kwijt het voor 1 januari 2021 nog niet betaalde bedrag van de terugvordering van een toeslag die betrekking heeft op een berekeningsjaar van voor 2021, de met die terugvordering samenhangende rente, de met die terugvordering samenhangende kosten van invordering alsmede het bedrag van een met die terugvordering samenhangende bestuurlijke boete van:
a. degene die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7;
b. degene die op de peildatum de partner was van degene, bedoeld in onderdeel a;
@ -581,7 +471,7 @@ In afwijking van het eerste lid wordt het voor 1 januari 2021 nog niet betaalde
a. wordt verrekend met die terugvordering; of
b. kon worden verrekend met die terugvordering indien in 2021 of later geen aflossing van die terugvordering had plaatsgevonden.
**4.** Indien het nog niet betaalde bedrag, bedoeld in het eerste lid, na 31 december 2020 is verminderd als gevolg van een aflossing of verrekening, niet zijnde een verrekening als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, betaalt de Belastingdienst/Toeslagen het bedrag van die vermindering, na aftrek van het bedrag dat op grond van het derde lid, aanhef en onderdeel b, niet in aanmerking komt voor kwijtschelding, uit aan degene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b of c.
**4.** Indien het nog niet betaalde bedrag, bedoeld in het eerste lid, na 31 december 2020 is verminderd als gevolg van een aflossing of verrekening, niet zijnde een verrekening als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, betaalt de Dienst Toeslagen het bedrag van die vermindering, na aftrek van het bedrag dat op grond van het derde lid, aanhef en onderdeel b, niet in aanmerking komt voor kwijtschelding, uit aan degene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b of c.
**5.** Geen kwijtschelding wordt verleend wanneer het ontstaan of niet voldoen van de toeslagschuld het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van degene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b, of c.
@ -802,7 +692,7 @@ b. die voortvloeien uit alimentatieverplichtingen van de persoon, bedoeld in art
De compensatie wordt verleend voor een geldschuld en kosten die zijn voldaan door een aanvrager als bedoeld in het eerste lid, diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c of de ex-partner, die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend:
a. na het moment van het ontvangen van een bedrag op grond van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 dan wel de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid; of
b. tussen het moment van de dagtekening van de beschikking van de Belastingdienst/Toeslagen waarin staat dat de Belastingdienst/Toeslagen vooralsnog geen reden ziet voor uitbetaling van een forfaitair bedrag en het moment van de dagtekening van de beschikking waarin toch recht op een forfaitair bedrag als bedoeld in de artikelen 2.7, eerste lid, of artikel 2.14h, eerste lid, is vastgesteld.
b. tussen het moment van de dagtekening van de beschikking van de Dienst Toeslagen waarin staat dat de Dienst Toeslagen vooralsnog geen reden ziet voor uitbetaling van een forfaitair bedrag en het moment van de dagtekening van de beschikking waarin toch recht op een forfaitair bedrag als bedoeld in de artikelen 2.7, eerste lid, of artikel 2.14h, eerste lid, is vastgesteld.
**4.** De compensatie wordt niet verleend indien artikel 4.6 of 4.7 wordt toegepast.
@ -824,13 +714,13 @@ Artikel 3.14 is van overeenkomstige toepassing bij de vaststelling van het bedr
### Artikel 4.6
**1.** De Belastingdienst/Toeslagen betaalt op aanvraag de schulden van degene die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 en diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c, op wie de schuldsaneringsregeling, bedoeld in titel III van de Faillissementswet, toepassing vindt die is ingegaan voor de dag waarop dit artikel in werking is getreden of een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, op wie deze schuldsaneringsregeling toepassing vindt en die is ingegaan voor de dag waarop de Wet aanvullende regelingen hersteloperatie toeslagen in werking is getreden.
**1.** De Dienst Toeslagen betaalt op aanvraag de schulden van degene die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 en diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c, op wie de schuldsaneringsregeling, bedoeld in titel III van de Faillissementswet, toepassing vindt die is ingegaan voor de dag waarop dit artikel in werking is getreden of een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, op wie deze schuldsaneringsregeling toepassing vindt en die is ingegaan voor de dag waarop de Wet aanvullende regelingen hersteloperatie toeslagen in werking is getreden.
**2.** Het bedrag van de te betalen schulden is gelijk aan de som van het bedrag van de vorderingen op de lijst van erkende schuldeisers welke zijn geverifieerd overeenkomstig artikel 328 van de Faillissementswet.
**3.** Een schuld die voortvloeit uit een strafrechtelijke veroordeling ter zake van een misdrijf als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht dat in kracht van gewijsde is gegaan binnen vijf jaren voor de aanvang van de schuldsaneringsregeling, wordt niet betaald.
**4.** De aanvraag tot het geven van een beschikking tot betaling van de schulden geschiedt door de bewindvoerder, bedoeld in artikel 287, derde lid, van de Faillissementswet, bij de Belastingdienst/Toeslagen. De beschikking wordt bekendgemaakt aan de bewindvoerder en aan de belanghebbende.
**4.** De aanvraag tot het geven van een beschikking tot betaling van de schulden geschiedt door de bewindvoerder, bedoeld in artikel 287, derde lid, van de Faillissementswet, bij de Dienst Toeslagen. De beschikking wordt bekendgemaakt aan de bewindvoerder en aan de belanghebbende.
**5.**
@ -840,7 +730,7 @@ a. het bedrag van de som van de vorderingen op de lijst van erkende schuldeisers
b. een berekening van de vergoeding, bedoeld in het zesde lid; en
c. de afschriften van de boedelrekening.
**6.** De Belastingdienst/Toeslagen betaalt aan de bewindvoerder een vergoeding ter grootte van het salaris vermeerderd met de door hem betaalde verschotten en kosten van publicaties, verminderd met eventueel verstrekte voorschotten of genoten vergoedingen. Het salaris wordt berekend overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens artikel 320, zesde lid, van de Faillissementswet waarbij ervan wordt uitgegaan dat de schuldsaneringsregeling ten minste drie jaren heeft geduurd. Het salaris wordt verhoogd met € 543 en de daarover verschuldigde omzetbelasting.
**6.** De Dienst Toeslagen betaalt aan de bewindvoerder een vergoeding ter grootte van het salaris vermeerderd met de door hem betaalde verschotten en kosten van publicaties, verminderd met eventueel verstrekte voorschotten of genoten vergoedingen. Het salaris wordt berekend overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens artikel 320, zesde lid, van de Faillissementswet waarbij ervan wordt uitgegaan dat de schuldsaneringsregeling ten minste drie jaren heeft geduurd. Het salaris wordt verhoogd met € 543 en de daarover verschuldigde omzetbelasting.
**7.** Nadat uitbetaling van de bedragen, bedoeld in het tweede en zesde lid, heeft plaatsgevonden, gaat de bewindvoerder niet over tot vereffening van de boedel als bedoeld in titel III, zevende afdeling, van de Faillissementswet en verzoekt hij de rechtbank de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen als bedoeld in artikel 350 van die wet. Deze beëindiging wordt aangemerkt als een beëindiging op grond van artikel 350, derde lid, onder a, van die wet. Artikel 320, derde lid, van die wet is niet van toepassing.
@ -850,7 +740,7 @@ c. de afschriften van de boedelrekening.
**1.**
De Belastingdienst/Toeslagen betaalt op aanvraag een bedrag ter grootte van de schulden, bedoeld in het tweede lid, van degene die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 en diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c, en die:
De Dienst Toeslagen betaalt op aanvraag een bedrag ter grootte van de schulden, bedoeld in het tweede lid, van degene die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 en diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c, en die:
a. zich bevindt in een buitengerechtelijke schuldregeling die voor de dag waarop dit artikel in werking is getreden, is aangevangen in de vorm van schuldbemiddeling om niet als bedoeld in artikel 48, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het consumentenkrediet door de werkgever waarmee hij een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst heeft afgesloten, waarbij een buitengerechtelijk akkoord is getroffen met zijn schuldeisers; of
b. zich bevindt in een buitengerechtelijke schuldregeling die voor de dag waarop dit artikel in werking is getreden, is aangevangen in de vorm van schuldbemiddeling door een persoon of instelling als bedoeld in artikel 48, eerste lid, onderdeel b of c, van de Wet op het consumentenkrediet, waarbij een buitengerechtelijk akkoord is getroffen met zijn schuldeisers; of
@ -862,9 +752,9 @@ c. zich bevindt in een buitengerechtelijke schuldregeling die voor de dag waarop
**3.** Een schuld die voortvloeit uit een strafrechtelijke veroordeling ter zake van een misdrijf als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht dat in kracht van gewijsde is gegaan binnen vijf jaren voor de aanvang van de buitengerechtelijke schuldregeling, of een veroordeling als bedoeld in artikel 358, vierde lid, van de Faillissementswet binnen vijf jaar voor de aanvang van de buitengerechtelijke schuldregeling wordt niet betaald.
**4.** De aanvraag tot het geven van een beschikking tot betaling van het bedrag aan te betalen schulden geschiedt door de werkgever of de persoon of instelling, bedoeld in het eerste lid, of de gemeentelijke kredietbank bij de Belastingdienst/Toeslagen. De beschikking wordt bekendgemaakt aan die werkgever, die persoon, die gemeentelijke kredietbank of die instelling en degene die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b en c, of een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend.
**4.** De aanvraag tot het geven van een beschikking tot betaling van het bedrag aan te betalen schulden geschiedt door de werkgever of de persoon of instelling, bedoeld in het eerste lid, of de gemeentelijke kredietbank bij de Dienst Toeslagen. De beschikking wordt bekendgemaakt aan die werkgever, die persoon, die gemeentelijke kredietbank of die instelling en degene die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b en c, of een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend.
**5.** De Belastingdienst/Toeslagen betaalt aan de werkgever of de persoon of instelling, bedoeld in het vierde lid, een vergoeding voor het opzetten en uitvoeren van de buitengerechtelijke schuldregeling en voor eventueel financieel beheer. De vergoeding bedraagt nooit meer dan het salaris van de bewindvoerder, bedoeld in artikel 4.6, zesde lid.
**5.** De Dienst Toeslagen betaalt aan de werkgever of de persoon of instelling, bedoeld in het vierde lid, een vergoeding voor het opzetten en uitvoeren van de buitengerechtelijke schuldregeling en voor eventueel financieel beheer. De vergoeding bedraagt nooit meer dan het salaris van de bewindvoerder, bedoeld in artikel 4.6, zesde lid.
**6.**
@ -885,48 +775,6 @@ Artikel 3.14 is van overeenkomstige toepassing bij de vaststelling van het bedr
## Hoofdstuk 4A. Persoonlijke bijstand bij afhandeling herstel voor nabestaanden van een overleden aanvrager
### Artikel 4a.1
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- *betrokkene:*
a. de partner van een overleden aanvrager die in aanmerking kan komen voor toekenning van een voorziening, aanvullende compensatie of een aanvullende O/GS-tegemoetkoming op grond van artikel 2.9a;
b. het kind van een overleden aanvrager dat in aanmerking kan komen voor toekenning van een voorziening, aanvullende compensatie of een aanvullende O/GS-tegemoetkoming op grond van artikel 2.9b;
- *persoonlijke bijstand:* bijstand door de Dienst Toeslagen bij aanvragen en regelingen waar de betrokkene op grond van deze wet aanspraak kan maken.
### Artikel 4a.2
**1.** De betrokkene krijgt persoonlijke bijstand.
**2.** Tijdens de persoonlijke bijstand coördineert een persoonlijk zaakbehandelaar regeling nabestaanden overleden aanvragers van de Dienst Toeslagen de procedure en fungeert voor de betrokkene tevens als aanspreekpunt.
### Artikel 4a.3
**1.** In het kader van de persoonlijke bijstand vinden tussen de betrokkene en de Dienst Toeslagen een of meerdere persoonlijke gesprekken plaats, waarbij de persoonlijk zaakbehandelaar regeling nabestaanden overleden aanvragers eveneens aanwezig is.
**2.**
Een persoonlijk gesprek ziet desgewenst in ieder geval op:
a. uitleg over de regelingen waarop de persoonlijke bijstand betrekking heeft;
b. uitleg over de mogelijkheden voor persoonlijke bijstand;
c. informatie over het gebruik van de regelingen waar de betrokkene recht op heeft;
d. het door de betrokkene overleggen van informatie met betrekking tot een aanvraag op grond van de artikelen 2.9a of 2.9b;
e. het ondersteunen bij het doen van een aanvraag op grond van de artikelen 2.9a of 2.9b.
### Artikel 4a.4
De Dienst Toeslagen draagt zorg voor een goede afhandeling van de persoonlijke bijstand en zorgt dat hierover afstemming plaatsvindt met andere personen of organen, voor zover de verantwoordelijkheid voor de uitvoering hiervan bij die personen of organen ligt en voor zover afstemming het belang van de betrokkene dient.
### Artikel 4a.5
Onze Minister verleent mandaat aan de Dienst Toeslagen om een beschikking als bedoeld in artikelen 2.9a, tweede lid, of 2.9b, tweede lid, te nemen, indien de betrokkene een verzoek als bedoeld in artikel 4a.2, derde lid, heeft gedaan dat ook betrekking heeft op een dergelijke beschikking.
### Artikel 4a.6
Op verzoek van de betrokkene voegt de Dienst Toeslagen voor zover mogelijk alle beschikkingen op grond van deze wet die de betrokkene betreffen samen tot één beschikking, die bestaat uit één of meer besluitonderdelen.
## Hoofdstuk 5. Commissies
### Artikel 5.1
@ -939,13 +787,13 @@ Op verzoek van de betrokkene voegt de Dienst Toeslagen voor zover mogelijk alle
### Artikel 5.2
**1.** Bij ministeriële regeling stelt Onze Minister commissies in met het oog op de uitvoering van de artikelen 2.1 tot en met 2.4.
**1.** Bij ministeriële regeling stelt Onze Minister commissies in met het oog op de uitvoering van de artikelen 2.1 tot en met 2.6 en 2.9, eerste lid.
**2.** De commissies hebben tot taak het dossier van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag dat door de Belastingdienst/Toeslagen aan hen is voorgelegd te voorzien van een advies over de toepassing van artikel 2.1 tot en met 2.4. De Belastingdienst/Toeslagen verstrekt daartoe aan de betrokken commissie een afschrift van de op de zaak betrekking hebbende gegevens, waaronder mede wordt begrepen de informatie die niet aan het dossier is toegevoegd, maar wel van invloed is geweest op de beoordeling of behandeling ervan.
**2.** De commissies hebben tot taak het dossier van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag dat door de Dienst Toeslagen aan hen is voorgelegd te voorzien van een advies over de toepassing van de artikelen 2.1 tot en met 2.6 en 2.9, eerste lid. De Dienst Toeslagen verstrekt daartoe aan de betrokken commissie een afschrift van de op de zaak betrekking hebbende gegevens, waaronder mede wordt begrepen de informatie die niet aan het dossier is toegevoegd, maar wel van invloed is geweest op de beoordeling of behandeling ervan.
**3.** De Belastingdienst/Toeslagen zendt de beschikking omtrent de toepassing van artikel 2.1 tot en met 2.4 aan de aanvrager van een kinderopvangtoeslag tezamen met het advies van de betrokken commissie en de gegevens die direct ten grondslag liggen aan de beschikking. Indien de beschikking in het nadeel van de aanvrager van een kinderopvangtoeslag afwijkt van het advies van de commissie, wordt in de beschikking de reden voor die afwijking vermeld.
**3.** De Dienst Toeslagen zendt de beschikking omtrent de toepassing van de artikelen 2.1 tot en met 2.6 en 2.9, eerste lid aan de aanvrager van een kinderopvangtoeslag tezamen met het advies van de betrokken commissie en de gegevens die direct ten grondslag liggen aan de beschikking. Indien de beschikking in het nadeel van de aanvrager van een kinderopvangtoeslag afwijkt van het advies van de commissie, wordt in de beschikking de reden voor die afwijking vermeld.
**4.** De Belastingdienst/Toeslagen verstrekt desgevraagd tevens het onderzoekdossier, inclusief die informatie die niet aan het dossier is toegevoegd, maar wel van invloed is geweest bij de beoordeling ervan, aan de aanvrager van een kinderopvangtoeslag.
**4.** De Dienst Toeslagen verstrekt desgevraagd tevens het onderzoekdossier, inclusief die informatie die niet aan het dossier is toegevoegd, maar wel van invloed is geweest bij de beoordeling ervan, aan de aanvrager van een kinderopvangtoeslag.
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de commissies.
@ -957,7 +805,7 @@ Op verzoek van de betrokkene voegt de Dienst Toeslagen voor zover mogelijk alle
**1.** Een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste of derde lid, 2.6, eerste of derde lid, 3.13, eerste lid, 4.1, eerste lid, 4.2, 4.3, eerste lid, 4.4, eerste lid, 4.6, eerste lid, of 4.7, eerste lid, wordt ingediend voor 1 januari 2024.
**2.** Een aanvraag als bedoeld in artikel 2.13, 2.14 of 2.14a wordt ingediend bij de Belastingdienst/Toeslagen binnen een jaar na de uiterste datum voor het doen van een aanvraag van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7. In afwijking van de eerste zin wordt een aanvraag als bedoeld in artikel 2.13 ingediend tot een jaar na de dagtekening van de beschikking tot het toepassen van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, indien die beschikking een dagtekening heeft van na 31 december 2023.
**2.** Een aanvraag als bedoeld in artikel 2.13, 2.14 of 2.14a wordt ingediend bij de Dienst Toeslagen binnen een jaar na de uiterste datum voor het doen van een aanvraag van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7. In afwijking van de eerste zin wordt een aanvraag als bedoeld in artikel 2.13 ingediend tot een jaar na de dagtekening van de beschikking tot het toepassen van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, indien die beschikking een dagtekening heeft van na 31 december 2023.
**3.** In afwijking van het eerste lid wordt een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, 2.6, derde lid, 3.13, eerste lid, of 4.3, eerste lid, indien een beschikking tot toekenning van compensatie als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of van een O/GS-tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, na 1 juli 2023 onherroepelijk vast komt te staan, uiterlijk zes maanden na de datum waarop die beschikking onherroepelijk vast komt te staan, ingediend.
@ -972,89 +820,49 @@ Een aanvraag als bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, wordt ingediend:
a. voor 1 juli 2024; of
b. binnen zes maanden na de datum waarop die aanvraag voor het eerst gedaan kan worden, indien deze termijn van zes maanden verstrijkt op of na 1 juli 2024.
**7.** Indien de ex-partner een brief heeft ontvangen van de Belastingdienst/Toeslagen met een uitnodiging tot het aanvragen van compensatie met dagtekening van na 31 december 2023, wordt een aanvraag als bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, in afwijking van het zesde lid ingediend binnen zes maanden na dagtekening van die brief.
**7.** Indien de ex-partner een brief heeft ontvangen van de Dienst Toeslagen met een uitnodiging tot het aanvragen van compensatie met dagtekening van na 31 december 2023, wordt een aanvraag als bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, in afwijking van het zesde lid ingediend binnen zes maanden na dagtekening van die brief.
**8.** In afwijking van het eerste lid wordt een aanvraag als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, 4.4, eerste lid, 4.6, eerste lid, of 4.7, eerste lid, van of met betrekking tot een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, ingediend binnen zes maanden na dagtekening van de beschikking tot toekenning van de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid.
### Artikel 6.1a
Een aanvraag als bedoeld in de artikelen 2.14c, 2.14d of 2.14e, wordt ingediend:
a. binnen zes maanden na de datum van inwerkingtreding van artikel 2.14c, artikel 2.14d, onderscheidenlijk artikel 2.14e, indien het overleden kind, bedoeld in artikel 2.14b, is overleden voor inwerkingtreding van die artikelen; of
b. binnen zes maanden na de datum van overlijden van het overleden kind, bedoeld in artikel 2.14b.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 6.1b
**1.**
Een aanvraag als bedoeld in de artikelen 2.9a, eerste lid, onderdelen a en b, of tweede lid, of 2.9b, eerste lid, onderdelen a en b, of tweede lid, wordt ingediend:
a. binnen zes maanden na de datum van inwerkingtreding van de artikelen 2.9a, onderscheidenlijk artikel 2.9b, indien de overleden aanvrager is overleden voor of op de datum van inwerkingtreding van die artikelen; of
b. bij overlijden na de inwerkingtreding van artikel 2.9a, onderscheidenlijk artikel 2.9b, binnen zes maanden na de datum van overlijden van de overleden aanvrager.
**2.**
Indien voorafgaand aan het overlijden van de overleden aanvrager aan die overleden aanvrager geen toekenning heeft plaatsgevonden van compensatie als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of van een O/GS-tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, wordt een aanvraag als bedoeld in de artikelen 2.9a, tweede lid, of 2.9b, tweede lid, in afwijking van het eerste lid ingediend:
a. niet eerder dan na toekenning van een voorziening als bedoeld in de artikelen 2.9a, eerste lid, onderdeel a, onder 1° of 2°, of 2.9b, eerste lid, onderdeel a, onder 1° of 2°, aan de nabestaande; en
b. uiterlijk zes maanden na de datum waarop:
1°. de beschikking tot toekenning van een voorziening als bedoeld in onderdeel a onherroepelijk vast komt te staan indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 2.9a, tweede lid; of
2°. de beschikking tot toekenning van een voorziening als bedoeld in onderdeel a onherroepelijk is geworden voor alle kinderen van de overleden aanvrager die tijdig een aanvraag tot toekenning daarvan hebben ingediend indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 2.9b, tweede lid.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 6.2
**1.** Op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste of derde lid, 2.6, eerste of derde lid, 2.13, 2.13a, 2.14, 2.14a of 2.14h, eerste lid, besluit de Belastingdienst/Toeslagen binnen een termijn van zes maanden na ontvangst van de aanvraag. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd.
**1.** Op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste of derde lid, 2.6, eerste of derde lid, 2.13, 2.13a, 2.14, 2.14a of 2.14h, eerste lid, besluit de Dienst Toeslagen binnen een termijn van zes maanden na ontvangst van de aanvraag. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd.
**2.** Op een aanvraag als bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, 4.1, eerste lid, 4.2, 4.3, eerste lid, of 4.4, eerste lid, besluit Onze Minister binnen een termijn van zes maanden na ontvangst van de aanvraag. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd.
**3.** Op een aanvraag als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, of artikel 4.7, eerste lid, besluit de Belastingdienst/Toeslagen binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag.
**3.** Op een aanvraag als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, of artikel 4.7, eerste lid, besluit de Dienst Toeslagen binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag.
**4.** In afwijking van het eerste lid besluit de Belastingdienst/Toeslagen op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, binnen een termijn van zes maanden na de dag van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M, onder 2, van de Wet aanvullende regelingen hersteloperatie toeslagen, indien die aanvraag is gedaan voor ontvangst van een brief van de Belastingdienst/Toeslagen met een uitnodiging een aanvraag te doen en voor inwerkingtreding van laatstgenoemd artikel. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd.
**4.** In afwijking van het eerste lid besluit de Dienst Toeslagen op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, binnen een termijn van zes maanden na de dag van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M, onder 2, van de Wet aanvullende regelingen hersteloperatie toeslagen, indien die aanvraag is gedaan voor ontvangst van een brief van de Dienst Toeslagen met een uitnodiging een aanvraag te doen en voor inwerkingtreding van laatstgenoemd artikel. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd.
**5.**
In afwijking van het eerste en vierde lid besluit de Belastingdienst/Toeslagen op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, binnen een termijn van zes maanden na de dagtekening van de beschikking waarin voor de aanvrager van een kinderopvangtoeslag, bedoeld in artikel 2.14g, eerste lid, het recht op het forfaitaire bedrag, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, het recht op het bedrag van € 10.000, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, of het recht op toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 wordt vastgesteld, indien:
In afwijking van het eerste en vierde lid besluit de Dienst Toeslagen op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, binnen een termijn van zes maanden na de dagtekening van de beschikking waarin voor de aanvrager van een kinderopvangtoeslag, bedoeld in artikel 2.14g, eerste lid, het recht op het forfaitaire bedrag, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, het recht op het bedrag van € 10.000, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, of het recht op toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 wordt vastgesteld, indien:
a. die aanvrager voor een kinderopvangtoeslag diens aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, heeft ingediend voor 1 januari 2024; en
b. nog geen beschikking is gegeven op de aanvraag, bedoeld in onderdeel a, op:
1°. de dag van ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid; of
2°. de dag van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M, onder 2, van de Wet aanvullende regelingen hersteloperatie toeslagen in de situatie dat de aanvraag, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, is gedaan voor ontvangst van een brief van de Belastingdienst/Toeslagen met een uitnodiging een aanvraag te doen. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd.
2°. de dag van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M, onder 2, van de Wet aanvullende regelingen hersteloperatie toeslagen in de situatie dat de aanvraag, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, is gedaan voor ontvangst van een brief van de Dienst Toeslagen met een uitnodiging een aanvraag te doen. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd.
### Artikel 6.2bis
**1.** Op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.14c, eerste lid, besluit de Belastingdienst/Toeslagen binnen een termijn van zes maanden na ontvangst van de aanvraag. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd.
**2.** In afwijking van het eerste lid besluit de Belastingdienst/Toeslagen op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, die is gedaan voor inwerkingtreding van artikel 2.14c, eerste lid, binnen een termijn van zes maanden na de datum van inwerkingtreding van dat artikel. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd.
**3.** Op een aanvraag als bedoeld in de artikelen 2.14d of 2.14e, eerste lid, besluit de Belastingdienst/Toeslagen binnen een termijn van zes maanden na het verstrijken van de op grond van artikel 6.1a geldende aanvraagtermijnen. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 6.2ter
**1.** Op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.9a, eerste lid, onderdeel a, besluit de Dienst Toeslagen binnen een termijn van zes maanden na ontvangst van de aanvraag. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd.
**2.** In afwijking van het eerste lid besluit de Dienst Toeslagen op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, die is gedaan voor inwerkingtreding van artikel 2.9a, eerste lid, onderdeel a, binnen een termijn van zes maanden na de datum van inwerkingtreding van dat artikel. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd.
**3.** Op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.9a, eerste lid, onderdeel b, besluit Onze Minister binnen een termijn van zes maanden na ontvangst van de aanvraag, met dien verstande dat de beslistermijn niet eerder verstrijkt dan zes maanden nadat de gedupeerdheid van de aanvrager kinderopvangtoeslag die is overleden, is vastgesteld indien die gedupeerdheid nog niet is vastgesteld voordat de aanvraag is ingediend. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd.
**4.** Op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.9a, tweede lid, waarop de in artikel 6.1b, eerste lid, bedoelde aanvraagtermijn van toepassing is, besluit de Dienst Toeslagen binnen een termijn van zes maanden na ontvangst van de aanvraag. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd.
**5.** In afwijking van het vierde lid besluit de Dienst Toeslagen op een aanvraag als bedoeld in het vierde lid, die is gedaan voor inwerkingtreding van artikel 2.9a, tweede lid, binnen een termijn van zes maanden na de datum van inwerkingtreding van dat artikel. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd.
**6.** Op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.9a, tweede lid, waarop artikel 6.1b, tweede lid, van toepassing is, besluit de Dienst Toeslagen binnen een termijn van zes maanden na ontvangst van de aanvraag, met dien verstande dat de beslistermijn niet eerder verstrijkt dan zes maanden nadat de beschikking tot toekenning van een voorziening als bedoeld in artikel 2.9a, eerste lid, onderdeel a, onder 1° of 2°, onherroepelijk is geworden. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd.
**7.** Op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.9b, eerste lid, onderdeel a, besluit de Dienst Toeslagen binnen een termijn van zes maanden na het verstrijken van de op grond van artikel 6.1b geldende aanvraagtermijn. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd.
**8.** Op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.9b, eerste lid, onderdeel b, besluit Onze Minister binnen een termijn van zes maanden na het verstrijken van de op grond van artikel 6.1b geldende aanvraagtermijn, met dien verstande dat de beslistermijn niet eerder verstrijkt dan zes maanden nadat de gedupeerdheid van de aanvrager kinderopvangtoeslag die is overleden, is vastgesteld indien die gedupeerdheid nog niet is vastgesteld voordat de aanvraag is ingediend. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd.
**9.** Op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.9b, tweede lid, waarop de in artikel 6.1b, eerste lid, bedoelde aanvraagtermijn van toepassing is, besluit de Dienst Toeslagen binnen een termijn van zes maanden na het verstrijken van de op grond van artikel 6.1b, eerste lid, geldende aanvraagtermijn. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd.
**10.** Op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.9b, tweede lid, waarop de in artikel 6.1b, tweede lid, bedoelde aanvraagtermijn van toepassing is, besluit de Dienst Toeslagen binnen een termijn van zes maanden na ontvangst van de aanvraag, met dien verstande dat de beslistermijn niet eerder verstrijkt dan zes maanden nadat de beschikking tot toekenning van een voorziening als bedoeld in artikel 2.9b, eerste lid, onderdeel a, onder 1° of 2°, onherroepelijk is geworden voor alle kinderen van de overleden aanvrager die tijdig een aanvraag tot toekenning daarvan hebben ingediend. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 6.2a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 6.3
@ -1066,14 +874,14 @@ b. nog geen beschikking is gegeven op de aanvraag, bedoeld in onderdeel a, op:
### Artikel 6.4
Een beschikking tot toekenning van een tegemoetkoming aan een kind als bedoeld in artikel 2.10, een tegemoetkoming aan een pleegkind als bedoeld in artikel 2.11, eerste lid, of een tegemoetkoming aan een voormalig pleegkind als bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, wordt door de Belastingdienst/Toeslagen vastgesteld:
Een beschikking tot toekenning van een tegemoetkoming aan een kind als bedoeld in artikel 2.10, een tegemoetkoming aan een pleegkind als bedoeld in artikel 2.11, eerste lid, of een tegemoetkoming aan een voormalig pleegkind als bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, wordt door de Dienst Toeslagen vastgesteld:
a. op of na de datum waarop de artikelen 2.10 tot en met 2.13 in werking zijn getreden, indien de Belastingdienst/Toeslagen het recht op toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 voor de inwerkingtreding van de artikelen 2.10 tot en met 2.13 heeft vastgesteld; of
b. na de dagtekening van de beschikking waarin door de Belastingdienst/Toeslagen het recht op toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 is vastgesteld.
a. op of na de datum waarop de artikelen 2.10 tot en met 2.13 in werking zijn getreden, indien de Dienst Toeslagen het recht op toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 voor de inwerkingtreding van de artikelen 2.10 tot en met 2.13 heeft vastgesteld; of
b. na de dagtekening van de beschikking waarin door de Dienst Toeslagen het recht op toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 is vastgesteld.
### Artikel 6.4a
Een beschikking tot toekenning van een tegemoetkoming aan een kind als bedoeld in artikel 2.11a, een pleegkind als bedoeld in artikel 2.11b, eerste lid, of een voormalig pleegkind als bedoeld in artikel 2.11b, tweede lid, wordt door de Belastingdienst/Toeslagen gegeven na de dagtekening van de beschikking waarin door de Belastingdienst/Toeslagen het recht op compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, is vastgesteld.
Een beschikking tot toekenning van een tegemoetkoming aan een kind als bedoeld in artikel 2.11a, een pleegkind als bedoeld in artikel 2.11b, eerste lid, of een voormalig pleegkind als bedoeld in artikel 2.11b, tweede lid, wordt door de Dienst Toeslagen gegeven na de dagtekening van de beschikking waarin door de Dienst Toeslagen het recht op compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, is vastgesteld.
### Artikel 6.5
@ -1081,17 +889,17 @@ Een beschikking tot toekenning van ondersteuning als bedoeld in artikel 2.15, e
### Artikel 6.6
De Belastingdienst/Toeslagen verleent de kwijtschelding, bedoeld in artikel 3.1, uiterlijk drie maanden na het tijdstip waarop dit artikel in werking is getreden of, indien dit later is, uiterlijk binnen drie maanden na het toekennen, afwijzen op grond van artikel 2.7, tweede lid, of verminderen tot nihil van het forfaitaire bedrag, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, of indien dit nog later is, uiterlijk binnen drie maanden nadat de toekenning van de toeslag, waarop de terugvordering, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, betrekking heeft, over het berekeningsjaar waarop die terugvordering betrekking heeft, onherroepelijk is geworden. Deze termijn kan door de Belastingdienst/Toeslagen eenmaal met maximaal drie maanden worden verlengd. De Belastingdienst/Toeslagen stelt de belanghebbende hiervan uiterlijk op de laatste dag van deze termijn in kennis.
De Dienst Toeslagen verleent de kwijtschelding, bedoeld in artikel 3.1, uiterlijk drie maanden na het tijdstip waarop dit artikel in werking is getreden of, indien dit later is, uiterlijk binnen drie maanden na het toekennen, afwijzen op grond van artikel 2.7, tweede lid, of verminderen tot nihil van het forfaitaire bedrag, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, of indien dit nog later is, uiterlijk binnen drie maanden nadat de toekenning van de toeslag, waarop de terugvordering, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, betrekking heeft, over het berekeningsjaar waarop die terugvordering betrekking heeft, onherroepelijk is geworden. Deze termijn kan door de Dienst Toeslagen eenmaal met maximaal drie maanden worden verlengd. De Dienst Toeslagen stelt de belanghebbende hiervan uiterlijk op de laatste dag van deze termijn in kennis.
### Artikel 6.7
**1.** Voorafgaande aan de beslissing op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, informeert de Belastingdienst/Toeslagen de aanvrager schriftelijk over deze beslissing door middel van een vooraankondiging. Bij een voorgenomen toekenning van de aanvraag berekent de Belastingdienst/Toeslagen het voorlopige bedrag van de compensatie en wordt de aanvrager hierover in de vooraankondiging geïnformeerd.
**1.** Voorafgaande aan de beslissing op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, informeert de Dienst Toeslagen de aanvrager schriftelijk over deze beslissing door middel van een vooraankondiging. Bij een voorgenomen toekenning van de aanvraag berekent de Dienst Toeslagen het voorlopige bedrag van de compensatie en wordt de aanvrager hierover in de vooraankondiging geïnformeerd.
**2.** De aanvrager kan binnen twee weken na de dagtekening van de vooraankondiging zijn zienswijze hierover naar voren brengen.
**3.** De termijn, bedoeld in het tweede lid, wordt op verzoek van de aanvrager eenmalig verlengd tot ten hoogste zes weken vanaf de dagtekening van de vooraankondiging.
**4.** In het geval van toekenning van een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, stelt de Belastingdienst/Toeslagen het bedrag van de compensatie vast na afloop van de termijn, bedoeld in het tweede of derde lid.
**4.** In het geval van toekenning van een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, stelt de Dienst Toeslagen het bedrag van de compensatie vast na afloop van de termijn, bedoeld in het tweede of derde lid.
### Artikel 6.8
@ -1113,29 +921,29 @@ De Belastingdienst/Toeslagen verleent de kwijtschelding, bedoeld in artikel 3.1
### Artikel 6.9
**1.** Uitbetaling van het voorlopige bedrag van de compensatie, bedoeld in artikel 6.7, eerste lid, vindt plaats door de Belastingdienst/Toeslagen bij de bekendmaking van de vooraankondiging.
**1.** Uitbetaling van het voorlopige bedrag van de compensatie, bedoeld in artikel 6.7, eerste lid, vindt plaats door de Dienst Toeslagen bij de bekendmaking van de vooraankondiging.
**2.** Uitbetaling van het bedrag van de compensatie, bedoeld in artikel 6.7, vierde lid, vindt plaats door de Belastingdienst/Toeslagen bij de vaststelling dit bedrag, onder aftrek van het bedrag dat reeds bij de bekendmaking van de vooraankondiging is uitbetaald.
**2.** Uitbetaling van het bedrag van de compensatie, bedoeld in artikel 6.7, vierde lid, vindt plaats door de Dienst Toeslagen bij de vaststelling dit bedrag, onder aftrek van het bedrag dat reeds bij de bekendmaking van de vooraankondiging is uitbetaald.
**3.** Uitbetaling van het forfaitaire bedrag, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, vindt plaats door de Belastingdienst/Toeslagen binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7.
**3.** Uitbetaling van het forfaitaire bedrag, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, vindt plaats door de Dienst Toeslagen binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7.
**4.** Uitbetaling van het bedrag van maximaal € 10.000, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, vindt plaats door de Belastingdienst/Toeslagen binnen zes maanden na inwerkingtreding van dit lid of, indien dit later is, binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7.
**4.** Uitbetaling van het bedrag van maximaal € 10.000, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, vindt plaats door de Dienst Toeslagen binnen zes maanden na inwerkingtreding van dit lid of, indien dit later is, binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7.
**5.** Uitbetaling van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 vindt plaats door de Belastingdienst/Toeslagen binnen vier weken nadat de beschikking tot toekenning is bekendgemaakt of, indien het kind, pleegkind of voormalig pleegkind dan wel, als hij minderjarig is, diens wettelijke vertegenwoordiger daarom heeft verzocht, op een latere datum, doch niet later dan 31 december 2025. In afwijking van de eerste zin kan een kind, pleegkind of voormalig pleegkind, dan wel als hij minderjarig is, diens wettelijk vertegenwoordiger, verzoeken om uitstel van uitbetaling tot een jaar na dagtekening van de beschikking tot toekenning van een tegemoetkoming indien die beschikking na 31 december 2024 is bekendgemaakt.
**5.** Uitbetaling van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 vindt plaats door de Dienst Toeslagen binnen vier weken nadat de beschikking tot toekenning is bekendgemaakt of, indien het kind, pleegkind of voormalig pleegkind dan wel, als hij minderjarig is, diens wettelijke vertegenwoordiger daarom heeft verzocht, op een latere datum, doch niet later dan 31 december 2025. In afwijking van de eerste zin kan een kind, pleegkind of voormalig pleegkind, dan wel als hij minderjarig is, diens wettelijk vertegenwoordiger, verzoeken om uitstel van uitbetaling tot een jaar na dagtekening van de beschikking tot toekenning van een tegemoetkoming indien die beschikking na 31 december 2024 is bekendgemaakt.
**6.** Uitbetaling van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.16 of 2.17 vindt plaats door de Belastingdienst/Toeslagen binnen vier weken nadat de beschikking tot toekenning is bekendgemaakt of, indien de rechthebbende daarom heeft verzocht, op een latere datum, doch niet later dan 31 december 2025.
**6.** Uitbetaling van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.16 of 2.17 vindt plaats door de Dienst Toeslagen binnen vier weken nadat de beschikking tot toekenning is bekendgemaakt of, indien de rechthebbende daarom heeft verzocht, op een latere datum, doch niet later dan 31 december 2025.
**7.** Uitbetaling van een tegemoetkoming of vergoeding als bedoeld in artikel 2.15, tweede of derde lid, of artikel 2.15a, tweede of derde lid, door Onze Minister en uitbetaling door de Belastingdienst/Toeslagen van een vergoeding als bedoeld in artikel 4.6, zesde lid, of artikel 4.7, vijfde lid, en betaling van schulden als bedoeld in artikel 4.6, tweede lid, of 4.7, tweede lid, vindt plaats binnen vier weken nadat de beschikking tot toekenning is bekendgemaakt.
**7.** Uitbetaling van een tegemoetkoming of vergoeding als bedoeld in artikel 2.15, tweede of derde lid, of artikel 2.15a, tweede of derde lid, door Onze Minister en uitbetaling door de Dienst Toeslagen van een vergoeding als bedoeld in artikel 4.6, zesde lid, of artikel 4.7, vijfde lid, en betaling van schulden als bedoeld in artikel 4.6, tweede lid, of 4.7, tweede lid, vindt plaats binnen vier weken nadat de beschikking tot toekenning is bekendgemaakt.
**8.** Een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.16 of 2.17 wordt niet betaald indien zij minder dan € 24 bedraagt.
**9.** Uitbetaling van de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, vindt plaats door de Belastingdienst/Toeslagen binnen zes weken nadat de beschikking tot toekenning is bekendgemaakt of op een later moment indien de ex-partner daarom heeft verzocht, doch niet later dan een jaar na dagtekening van de beschikking tot toekenning van die compensatie.
**9.** Uitbetaling van de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, vindt plaats door de Dienst Toeslagen binnen zes weken nadat de beschikking tot toekenning is bekendgemaakt of op een later moment indien de ex-partner daarom heeft verzocht, doch niet later dan een jaar na dagtekening van de beschikking tot toekenning van die compensatie.
### Artikel 6.10
**1.** De Belastingdienst/Toeslagen kan compensatie als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of artikel 2.14h, eerste lid, aanvullende compensatie voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, een O/GS-tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, of een aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.6, derde lid, terugvorderen van de aanvrager, indien hij de aanvraag heeft ingediend nadat dit artikel in werking is getreden en hij bij de aanvraag opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt of geen recht had op toekenning van de compensatie, de aanvullende compensatie voor de werkelijke schade, de O/GS-tegemoetkoming of de aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade en hij dit wist of redelijkerwijze behoorde te weten.
**1.** De Dienst Toeslagen kan compensatie als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of artikel 2.14h, eerste lid, aanvullende compensatie voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, een O/GS-tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, of een aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.6, derde lid, terugvorderen van de aanvrager, indien hij de aanvraag heeft ingediend nadat dit artikel in werking is getreden en hij bij de aanvraag opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt of geen recht had op toekenning van de compensatie, de aanvullende compensatie voor de werkelijke schade, de O/GS-tegemoetkoming of de aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade en hij dit wist of redelijkerwijze behoorde te weten.
**2.** De Belastingdienst/Toeslagen kan het forfaitaire bedrag, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, terugvorderen van de aanvrager van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 indien hij de aanvraag van de herstelmaatregel heeft ingediend na 19 maart 2021 en bij de aanvraag opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt of geen recht had op toekenning van een herstelmaatregel en hij dit wist of redelijkerwijze behoorde te weten.
**2.** De Dienst Toeslagen kan het forfaitaire bedrag, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, terugvorderen van de aanvrager van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 indien hij de aanvraag van de herstelmaatregel heeft ingediend na 19 maart 2021 en bij de aanvraag opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt of geen recht had op toekenning van een herstelmaatregel en hij dit wist of redelijkerwijze behoorde te weten.
**3.** Onze Minister kan een financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.15, tweede lid, of artikel 2.15a, tweede lid, terugvorderen, indien degene die een aanvraag heeft ingediend om toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 onderscheidenlijk een aanvraag heeft ingediend als bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, bij het opstellen van het plan van aanpak, bedoeld in artikel 2.15, vierde lid, onderscheidenlijk artikel 2.15a, vierde lid, opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt of geen recht had op toekenning van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, onderscheidenlijk op toekenning van compensatie als bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en de aanvrager dit wist of redelijkerwijze behoorde te weten.
@ -1143,23 +951,23 @@ De Belastingdienst/Toeslagen verleent de kwijtschelding, bedoeld in artikel 3.1
### Artikel 6.10a
In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de termijn voor het maken van bezwaar tegen een beschikking van de Belastingdienst/Toeslagen die op grond van deze wet is gegeven aan met ingang van de dag na die van dagtekening van de beschikking, tenzij de dag van dagtekening gelegen is vóór de dag van de bekendmaking.
In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de termijn voor het maken van bezwaar tegen een beschikking van de Dienst Toeslagen die op grond van deze wet is gegeven aan met ingang van de dag na die van dagtekening van de beschikking, tenzij de dag van dagtekening gelegen is vóór de dag van de bekendmaking.
### Artikel 6.10b
In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de termijn voor het instellen van beroep tegen een beslissing op bezwaar die door de Belastingdienst/Toeslagen is gedaan op een beschikking die op grond van deze wet is gegeven aan met ingang van de dag na die van dagtekening van de beslissing op bezwaar, tenzij de dag van dagtekening is gelegen vóór de dag van de bekendmaking.
In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de termijn voor het instellen van beroep tegen een beslissing op bezwaar die door de Dienst Toeslagen is gedaan op een beschikking die op grond van deze wet is gegeven aan met ingang van de dag na die van dagtekening van de beslissing op bezwaar, tenzij de dag van dagtekening is gelegen vóór de dag van de bekendmaking.
### Afdeling 6.2. Verkrijgen, gebruiken en verstrekken van gegevens
### Artikel 6.11
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur worden de lichamen, instellingen, diensten, rechtspersonen of personen aangewezen die gehouden zijn aan de Belastingdienst/Toeslagen desgevraagd kosteloos de gegevens en inlichtingen te verstrekken die van belang kunnen zijn voor de uitvoering van de artikelen van de hoofdstukken 2, 3 en 4.
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur worden de lichamen, instellingen, diensten, rechtspersonen of personen aangewezen die gehouden zijn aan de Dienst Toeslagen desgevraagd kosteloos de gegevens en inlichtingen te verstrekken die van belang kunnen zijn voor de uitvoering van de artikelen van de hoofdstukken 2, 3 en 4.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de verstrekking van het burgerservicenummer van degene op wie de gegevens en inlichtingen betrekking hebben.
**3.** Aan een lichaam dat of een instelling, dienst, rechtspersoon of persoon die gegevens en inlichtingen heeft verstrekt, maar van oordeel is dat de verplichting daartoe onrechtmatig is opgelegd, kan op verzoek een vergoeding worden toegekend voor de kosten die rechtstreeks verband houden met de nakoming van de verplichting. De Belastingdienst/Toeslagen kent bij beschikking een redelijke kostenvergoeding toe in geval van een onrechtmatig opgelegde verplichting. Voor de toepassing van de wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep wordt de rechtmatigheid van de opgelegde verplichting, bedoeld in het eerste lid, geacht deel uit te maken van het geschil in bezwaar en beroep tegen de beschikking tot toekenning van een kostenvergoeding.
**3.** Aan een lichaam dat of een instelling, dienst, rechtspersoon of persoon die gegevens en inlichtingen heeft verstrekt, maar van oordeel is dat de verplichting daartoe onrechtmatig is opgelegd, kan op verzoek een vergoeding worden toegekend voor de kosten die rechtstreeks verband houden met de nakoming van de verplichting. De Dienst Toeslagen kent bij beschikking een redelijke kostenvergoeding toe in geval van een onrechtmatig opgelegde verplichting. Voor de toepassing van de wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep wordt de rechtmatigheid van de opgelegde verplichting, bedoeld in het eerste lid, geacht deel uit te maken van het geschil in bezwaar en beroep tegen de beschikking tot toekenning van een kostenvergoeding.
**4.** Een schuldeiser met een opeisbare vordering of diegene die optreedt namens die schuldeiser kan de naam, de geboortedatum, de adresgegevens en, indien de schuldeiser het burgerservicenummer rechtmatig mag verwerken, het burgerservicenummer van een schuldenaar op wie de opeisbare vordering betrekking heeft en op wie de afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 2.20 mogelijk van toepassing is verstrekken aan de Belastingdienst/Toeslagen, zodat de Belastingdienst/Toeslagen aan de schuldeiser of degene die namens hem optreedt kan bevestigen of ten aanzien van die schuldenaar de afkoelingsperiode van toepassing is. De Belastingdienst/Toeslagen kan na de verstrekking van die gegevens de bevestiging van de afkoelingsperiode en de datum waarop de afkoelingsperiode is ingegaan verstrekken aan de schuldeiser of diegene die optreedt namens de schuldeiser.
**4.** Een schuldeiser met een opeisbare vordering of diegene die optreedt namens die schuldeiser kan de naam, de geboortedatum, de adresgegevens en, indien de schuldeiser het burgerservicenummer rechtmatig mag verwerken, het burgerservicenummer van een schuldenaar op wie de opeisbare vordering betrekking heeft en op wie de afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 2.20 mogelijk van toepassing is verstrekken aan de Dienst Toeslagen, zodat de Dienst Toeslagen aan de schuldeiser of degene die namens hem optreedt kan bevestigen of ten aanzien van die schuldenaar de afkoelingsperiode van toepassing is. De Dienst Toeslagen kan na de verstrekking van die gegevens de bevestiging van de afkoelingsperiode en de datum waarop de afkoelingsperiode is ingegaan verstrekken aan de schuldeiser of diegene die optreedt namens de schuldeiser.
**5.** Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van gegevensverstrekking door een gerechtsdeurwaarder, een gerecht als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, het College van Beroep voor het bedrijfsleven en de Centrale Raad van Beroep.
@ -1169,47 +977,47 @@ In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de termijn
**8.** De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan twee weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Als binnen die twee weken door of namens een der Kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der Kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld, wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend.
**9.** De inspecteur of ontvanger verstrekken desgevraagd aan de Belastingdienst/Toeslagen de gegevens en inlichtingen, die nodig zijn voor de uitvoering van deze wet, onder vermelding van het burgerservicenummer van degene op wie de gegevens of inlichtingen betrekking hebben.
**9.** De inspecteur of ontvanger verstrekken desgevraagd aan de Dienst Toeslagen de gegevens en inlichtingen, die nodig zijn voor de uitvoering van deze wet, onder vermelding van het burgerservicenummer van degene op wie de gegevens of inlichtingen betrekking hebben.
**10.** Een gerechtsdeurwaarder die optreedt namens een schuldeiser met een opeisbare vordering van degene die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, of diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c, kan de naam, de geboortedatum, de adresgegevens, het bedrag aan gerechtelijke schulden en het burgerservicenummer van de schuldenaar op wie de opeisbare vordering betrekking heeft en voor wie de afkoelingsperiode, bedoeld in artikel 2.20, meer dan zes maanden geleden aangevangen is, verstrekken aan de Belastingdienst/Toeslagen, om de Belastingdienst/Toeslagen in staat te stellen die schuldenaar te benaderen om voor de opeisbare vordering tot een oplossing te komen.
**10.** Een gerechtsdeurwaarder die optreedt namens een schuldeiser met een opeisbare vordering van degene die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, of diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c, en voor wie de afkoelingsperiode, bedoeld in artikel 2.20, meer dan zes maanden geleden aangevangen is of van de ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, kan de naam, de geboortedatum, de adresgegevens, het bedrag aan schulden en bijkomende kosten en het burgerservicenummer van de schuldenaar op wie de opeisbare vordering betrekking heeft, verstrekken aan de Belastingdienst/ToeslagenDienst Toeslagen, om de Belastingdienst/ToeslagenDienst Toeslagen in staat te stellen die schuldenaar te benaderen om voor de opeisbare vordering tot een oplossing te komen.
### Artikel 6.12
**1.** Indien een aanvrager van een kinderopvangtoeslag heeft verzocht om toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 en kenbaar heeft gemaakt in aanmerking te willen komen voor ondersteuning als bedoeld in artikel 2.21 door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarvan die aanvrager ingezetene is, kan de Belastingdienst/Toeslagen op verzoek van deze aanvrager het burgerservicenummer en de contactgegevens verstrekken aan dat college van burgemeester en wethouders om dat college in staat te stellen die aanvrager een aanbod van ondersteuning te doen op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg.
**1.** Indien een aanvrager van een kinderopvangtoeslag heeft verzocht om toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 en kenbaar heeft gemaakt in aanmerking te willen komen voor ondersteuning als bedoeld in artikel 2.21 door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarvan die aanvrager ingezetene is, kan de Dienst Toeslagen op verzoek van deze aanvrager het burgerservicenummer en de contactgegevens verstrekken aan dat college van burgemeester en wethouders om dat college in staat te stellen die aanvrager een aanbod van ondersteuning te doen op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg.
**2.** Indien een aanvrager van een kinderopvangtoeslag heeft verzocht om compensatie of een tegemoetkoming als bedoeld in deze wet en kenbaar heeft gemaakt in aanmerking te willen komen voor hulpverlening van Stichting Slachtofferhulp Nederland, kan de Belastingdienst/Toeslagen op verzoek van die belanghebbende zijn burgerservicenummer, en contactgegevens verstrekken aan die stichting, om die stichting in staat te stellen die belanghebbende een aanbod voor hulpverlening te doen bij emotionele en psychische problematiek.
**2.** Indien een aanvrager van een kinderopvangtoeslag heeft verzocht om compensatie of een tegemoetkoming als bedoeld in deze wet en kenbaar heeft gemaakt in aanmerking te willen komen voor hulpverlening van Stichting Slachtofferhulp Nederland, kan de Dienst Toeslagen op verzoek van die belanghebbende zijn burgerservicenummer, en contactgegevens verstrekken aan die stichting, om die stichting in staat te stellen die belanghebbende een aanbod voor hulpverlening te doen bij emotionele en psychische problematiek.
**3.** Bij de uitvoering van de artikelen in afdeling 2.2 verwerkt de Belastingdienst/Toeslagen gegevens van de ouder, diens partner of voormalige partner, en de pleegouder.
**3.** Bij de uitvoering van de artikelen in afdeling 2.2 verwerkt de Dienst Toeslagen gegevens van de ouder, diens partner of voormalige partner, en de pleegouder.
**4.** De Belastingdienst/Toeslagen verstrekt aan Onze Minister het burgerservicenummer en de contactgegevens van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 of een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, ten behoeve van de uitvoering van de artikelen 2.15 en 2.15a.
**4.** De Dienst Toeslagen verstrekt aan Onze Minister het burgerservicenummer en de contactgegevens van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 of een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, ten behoeve van de uitvoering van de artikelen 2.15 en 2.15a.
**5.** De Belastingdienst/Toeslagen verstrekt aan Onze Minister de gegevens en inlichtingen die van belang kunnen zijn voor de uitvoering van de artikelen 3.13, 4.1 en 4.3.
**5.** De Dienst Toeslagen verstrekt aan Onze Minister de gegevens en inlichtingen die van belang kunnen zijn voor de uitvoering van de artikelen 3.13, 4.1 en 4.3.
**6.**
Voor de toepassing van de artikelen 2.20, 3.1 tot en met 3.12, 4.1 en 4.7, vierde lid, kan de Belastingdienst/Toeslagen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Centraal Administratie Kantoor, de Dienst Uitvoering Onderwijs, de Sociale Verzekeringsbank, het Centraal Justitieel Incassobureau, het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, de inspecteur, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990, gemeenten en waterschappen uit eigen beweging voor zover nodig, de naam, de geboortedatum, de adresgegevens, het burgerservicenummer en indien van toepassing de datum waarop een bedrag van in totaal ten minste € 30.000 in de vorm van een forfaitair bedrag als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, of op grond van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 is uitgekeerd, verstrekken:
Voor de toepassing van de artikelen 2.20, 3.1 tot en met 3.12, 4.1 en 4.7, vierde lid, kan de Dienst Toeslagen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Centraal Administratie Kantoor, de Dienst Uitvoering Onderwijs, de Sociale Verzekeringsbank, het Centraal Justitieel Incassobureau, het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, de inspecteur, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990, gemeenten en waterschappen uit eigen beweging voor zover nodig, de naam, de geboortedatum, de adresgegevens, het burgerservicenummer en indien van toepassing de datum waarop een bedrag van in totaal ten minste € 30.000 in de vorm van een forfaitair bedrag als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, of op grond van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 is uitgekeerd, verstrekken:
a. van degenen aan wie dit bedrag wordt uitgekeerd;
b. van degenen op wie de afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 2.20 van toepassing is;
c. van een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend.
**7.** Indien een schuldeiser aan de Belastingdienst/Toeslagen bevestigt dat er in redelijkheid wordt gezocht naar een voor alle betrokken partijen passende oplossing voor de financiële situatie van degenen, bedoeld in het zesde lid, onderdelen a, b en c, kan de Belastingdienst/Toeslagen op verzoek van die schuldeiser gegevens verstrekken die noodzakelijk worden geacht voor de totstandkoming van die passende oplossing. De schuldeiser kan bij zijn verzoek aan de Belastingdienst/Toeslagen gegevens verstrekken die noodzakelijk worden geacht voor de totstandkoming van de passende oplossing.
**7.** Indien een schuldeiser aan de Dienst Toeslagen bevestigt dat er in redelijkheid wordt gezocht naar een voor alle betrokken partijen passende oplossing voor de financiële situatie van degenen, bedoeld in het zesde lid, onderdelen a, b en c, kan de Dienst Toeslagen op verzoek van die schuldeiser gegevens verstrekken die noodzakelijk worden geacht voor de totstandkoming van die passende oplossing. De schuldeiser kan bij zijn verzoek aan de Dienst Toeslagen gegevens verstrekken die noodzakelijk worden geacht voor de totstandkoming van de passende oplossing.
**8.** De Belastingdienst/Toeslagen registreert welke gegevens van degenen, bedoeld in het zesde lid, onderdelen a, b en c, zijn verstrekt aan een schuldeiser, aan iemand die optreedt namens een schuldeiser, aan gerechtsdeurwaarders, aan een gerecht als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie, aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven of aan de Centrale Raad van Beroep.
**8.** De Dienst Toeslagen registreert welke gegevens van degenen, bedoeld in het zesde lid, onderdelen a, b en c, zijn verstrekt aan een schuldeiser, aan iemand die optreedt namens een schuldeiser, aan gerechtsdeurwaarders, aan een gerecht als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie, aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven of aan de Centrale Raad van Beroep.
**9.** De Belastingdienst/Toeslagen kan op diens verzoek en indien noodzakelijk ter ondersteuning van de uitvoering van artikel 6.14 aan het stelsel van kredietregistratie de naam, de geboortedatum en de adresgegevens verstrekken van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, diens partner, of een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend.
**9.** De Dienst Toeslagen kan op diens verzoek en indien noodzakelijk ter ondersteuning van de uitvoering van artikel 6.14 aan het stelsel van kredietregistratie de naam, de geboortedatum en de adresgegevens verstrekken van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, diens partner, of een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend.
**10.** Het zesde tot en met achtste lid zijn van overeenkomstige toepassing op gegevensverstrekking met betrekking tot een betalingsverplichting die voortvloeit uit een bestuursrechtelijke geldschuld als bedoeld in artikel 4:85 van de Algemene wet bestuursrecht, een administratiefrechtelijke afdoening op grond van de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften, een publiekrechtelijke rechtshandeling of een uitspraak van een gerecht als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, het College van Beroep voor het bedrijfsleven of de Centrale Raad van Beroep.
**11.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van het eerste, en zesde tot en met achtste lid.
**12.** Indien een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, bij de Belastingdienst/Toeslagen kenbaar heeft gemaakt in aanmerking te willen komen voor ondersteuning als bedoeld in artikel 2.21 door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarvan die ex-partner ingezetene is, kan de Belastingdienst/Toeslagen op verzoek van die ex-partner het burgerservicenummer en de contactgegevens verstrekken aan dat college van burgemeester en wethouders om dat college in staat te stellen die ex-partner een aanbod van ondersteuning te doen op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg.
**12.** Indien een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, bij de Dienst Toeslagen kenbaar heeft gemaakt in aanmerking te willen komen voor ondersteuning als bedoeld in artikel 2.21 door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarvan die ex-partner ingezetene is, kan de Dienst Toeslagen op verzoek van die ex-partner het burgerservicenummer en de contactgegevens verstrekken aan dat college van burgemeester en wethouders om dat college in staat te stellen die ex-partner een aanbod van ondersteuning te doen op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg.
**13.** Ten behoeve van de uitvoering van artikel 2.21, vijfde lid, verstrekt de Belastingdienst/Toeslagen het burgerservicenummer en informatie over de status van het verzoek om toepassing van een herstelmaatregel of informatie over een wijziging in de status van de gedupeerdheid van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag, een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, of het kind, het pleegkind of het voormalige pleegkind dat in aanmerking komt voor de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2.12, aan het college van burgemeester en wethouders dat aan die aanvrager, die ex-partner of dat kind, pleegkind of het voormalige pleegkind brede ondersteuning biedt.
**13.** Ten behoeve van de uitvoering van artikel 2.21, vijfde lid, verstrekt de Dienst Toeslagen het burgerservicenummer en informatie over de status van het verzoek om toepassing van een herstelmaatregel of informatie over een wijziging in de status van de gedupeerdheid van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag, een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, of het kind, het pleegkind of het voormalige pleegkind dat in aanmerking komt voor de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2.12, aan het college van burgemeester en wethouders dat aan die aanvrager, die ex-partner of dat kind, pleegkind of het voormalige pleegkind brede ondersteuning biedt.
**14.** Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend en die bij de Belastingdienst/Toeslagen kenbaar heeft gemaakt in aanmerking te willen komen voor hulpverlening van Stichting Slachtofferhulp Nederland.
**14.** Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend en die bij de Dienst Toeslagen kenbaar heeft gemaakt in aanmerking te willen komen voor hulpverlening van Stichting Slachtofferhulp Nederland.
**15.** Bij de uitvoering van afdeling 2.3 verwerkt de Belastingdienst/Toeslagen gegevens van kinderen en voormalige partners van degene die een brief van de Belastingdienst/Toeslagen heeft ontvangen met een uitnodiging tot het aanvragen van compensatie of van degene die, zonder daartoe bij brief van de Belastingdienst/Toeslagen te zijn uitgenodigd, een aanvraag doet voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid.
**15.** Bij de uitvoering van afdeling 2.3 verwerkt de Dienst Toeslagen gegevens van kinderen en voormalige partners van degene die een brief van de Dienst Toeslagen heeft ontvangen met een uitnodiging tot het aanvragen van compensatie of van degene die, zonder daartoe bij brief van de Dienst Toeslagen te zijn uitgenodigd, een aanvraag doet voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid.
**16.** Bij de uitvoering van artikel 4.1 verstrekt Onze Minister gegevens met betrekking tot de bij een aanvraag als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, ingediende schulden, de persoonsgegevens en, indien noodzakelijk, het burgerservicenummer van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c, of van een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, aan diens schuldeisers of kredietbank.
@ -1217,7 +1025,7 @@ c. van een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in art
### Artikel 6.13
**1.** De Belastingdienst/Toeslagen verwerkt gegevens en inlichtingen die betrekking hebben op bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard, indien dat noodzakelijk is voor het vaststellen van een recht op compensatie, een tegemoetkoming, kwijtschelding of overneming van schulden als bedoeld in de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze wet of voor de uitvoering daarvan.
**1.** De Dienst Toeslagen verwerkt gegevens en inlichtingen die betrekking hebben op bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard, indien dat noodzakelijk is voor het vaststellen van een recht op compensatie, een tegemoetkoming, kwijtschelding of overneming van schulden als bedoeld in de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze wet of voor de uitvoering daarvan.
**2.** Het college van burgemeester en wethouders verwerkt gegevens en inlichtingen die betrekking hebben op bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard, indien dat noodzakelijk is voor de uitvoering van artikel 2.21.
@ -1287,13 +1095,13 @@ Op een beschikking die is gebaseerd op artikel 49g van de Algemene wet inkomens
### Artikel 9.1
**1.** De Belastingdienst/Toeslagen kan bij een besluit over toekenning van compensatie, een tegemoetkoming of vergoeding, kwijtschelding van bestuursrechtelijke schulden of betaling van bestuursrechtelijke en privaatrechtelijke schulden afwijken van 2.1, 2.6, 2.7, 2.10, 2.11, 2.11a, 2.11b, 2.14, 2.14a, 2.16, 2.17, 3.1, 4.6, 4.7 of 6.1 voor zover toepassing van het desbetreffende artikel gelet op doel of strekking ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard voor degene die aanspraak wil maken op de toekenning.
**1.** De Dienst Toeslagen kan bij een besluit over toekenning van compensatie, een tegemoetkoming of vergoeding, kwijtschelding van bestuursrechtelijke schulden of betaling van bestuursrechtelijke en privaatrechtelijke schulden afwijken van 2.1, 2.6, 2.7, 2.10, 2.11, 2.11a, 2.11b, 2.14, 2.14a, 2.16, 2.17, 3.1, 4.6, 4.7 of 6.1 voor zover toepassing van het desbetreffende artikel gelet op doel of strekking ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard voor degene die aanspraak wil maken op de toekenning.
**2.**
Voor zover toepassing gelet op het belang dat de bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard kan:
a. Onze Minister afwijken van artikel 2.15, 3.13, 4.1, 4.2 of 4.3;
a. Onze Minister afwijken van artikel 2.15, 2.15a, 3.13, 4.1, 4.2 of 4.3;
b. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in Hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, afwijken van artikel 3.6;
c. de Sociale verzekeringsbank, genoemd in Hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, afwijken van artikel 3.7;
d. het college van burgemeester en wethouders afwijken van artikel 3.8 of 2.21;