2010-03-03 | BWBR0006040 | Burgerlijk ambtenarenreglement defensie

This commit is contained in:
Coornhert 2010-03-03 12:00:00 +00:00
parent cfb14c5597
commit 0a75bcd3bc

View file

@ -144,7 +144,7 @@ b. meer dan drie aanstellingen in tijdelijke dienst elkaar opvolgen met tussenpo
### Artikel 8a
**1.** De ambtenaar, die in vaste dienst is aangesteld en is tewerkgesteld in een functie die voor de vaststelling van de salarisschaal is ingedeeld in hoofdgroep IV of hoger van bijlage A van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, wordt voor een periode van ten hoogste vijf jaren in een functie tewerkgesteld. Deze tewerkstelling duurt voort, tenzij na afloop van die periode op basis van een met de betrokken ambtenaar gemaakte loopbaanafspraak een andere, passende functie wordt opgedragen. In beginsel dient met de ambtenaar overeenstemming te zijn bereikt over die andere functie.
**1.** De ambtenaar, die in vaste dienst is aangesteld en is tewerkgesteld in een functie waaraan schaal 9 of hoger van bijlage A van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie is verbonden, wordt voor een periode van ten hoogste vijf jaren in een functie tewerkgesteld. Deze tewerkstelling duurt voort, tenzij na afloop van die periode op basis van een met de betrokken ambtenaar gemaakte loopbaanafspraak een andere, passende functie wordt opgedragen. In beginsel dient met de ambtenaar overeenstemming te zijn bereikt over die andere functie.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels ter uitvoering van het eerste lid worden gesteld.
@ -394,42 +394,42 @@ Indien de overschrijding van de arbeidsduur, bedoeld in artikel 30b, tweede lid,
### Artikel 30da
**1.** De ambtenaar kan bij de commandant een aanvraag indienen om zijn arbeidsduur gedurende een kalenderjaar met 2 uren per week te verlengen wanneer het rooster van de ambtenaar in dat kalenderjaar zal zijn gebaseerd op een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week. Voor de ambtenaar die is aangesteld voor een arbeidsduur van gemiddeld minder dan 38 uur per week wordt de ingevolge de vorige volzin geldende aanspraak vastgesteld op een evenredig deel van de aanspraak bij een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week.
**1.** De ambtenaar kan bij de commandant eenmaal per kalenderjaar een aanvraag indienen om zijn arbeidsduur gedurende het resterende deel van dat kalenderjaar met 2 uren per week te verlengen wanneer het rooster van de ambtenaar gedurende het resterende deel van dat kalenderjaar zal zijn gebaseerd op een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week. Voor de ambtenaar die is aangesteld voor een arbeidsduur van gemiddeld minder dan 38 uur per week wordt de ingevolge de vorige volzin geldende aanspraak vastgesteld op een evenredig deel van de aanspraak bij een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week.
**2.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt vóór 1 oktober voorafgaande aan het desbetreffende kalenderjaar ingediend bij de commandant.
**2.** De commandant wijst een aanvraag als bedoeld in het eerste lid toe, tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet. In ieder geval wordt de aanvraag afgewezen indien de tijdelijke verlenging van de arbeidsduur geen effect heeft op de formatie, onder door Onze Minister bij ministeriële regeling nader vast te stellen voorwaarden.
**3.** De commandant wijst een aanvraag als bedoeld in het eerste lid toe, tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet. In ieder geval wordt de aanvraag afgewezen indien de tijdelijke verlenging van de arbeidsduur geen effect heeft op de formatie, onder door Onze Minister bij ministeriële regeling nader vast te stellen voorwaarden.
**3.** Een toegestane verlenging van de arbeidsduur gaat in op de eerste dag van de maand, volgend op de maand waarin de verlenging is toegestaan.
**4.**
Een toegestane verlenging van de arbeidsduur wordt jaarlijks stilzwijgend voortgezet tenzij:
a. de ambtenaar vóór 1 oktober voorafgaande aan het desbetreffende kalenderjaar een aanvraag indient om de tijdelijke verlenging van de arbeidsduur te beëindigen; of
b. de ambtenaar vóór 1 oktober voorafgaande aan het desbetreffende kalenderjaar een aanvraag indient als bedoeld in artikel 30db, eerste lid; of
a. de ambtenaar een aanvraag indient om de tijdelijke verlenging van de arbeidsduur te beëindigen; of
b. de ambtenaar een aanvraag indient als bedoeld in artikel 30db, eerste lid; of
c. de commandant de verlenging van de arbeidsduur beëindigt omdat hij van oordeel is dat het dienstbelang zich tegen een voortgezette verlenging daarvan verzet.
**5.** Indien de ambtenaar op een andere functie wordt tewerkgesteld vervalt met ingang van de datum van tewerkstelling de verlenging van de arbeidsduur. In afwijking van de datum genoemd in het tweede lid kan de ambtenaar een aanvraag als bedoeld in het eerste lid indienen. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing.
**5.** Indien de ambtenaar in een andere functie wordt tewerkgesteld vervalt met ingang van de datum van tewerkstelling de verlenging van de arbeidsduur. In dat geval kan de ambtenaar bij zijn nieuwe commandant een aanvraag als bedoeld in het eerste lid indienen.
**6.** Voor het deel dat de arbeidsduur wordt verlengd ontvangt de ambtenaar een maandelijkse toeslag. Deze toeslag bedraagt 12 maal het voor de betrokken ambtenaar geldende salaris per uur, of een evenredig deel daarvan voor de ambtenaar die is aangesteld voor een arbeidsduur van gemiddeld minder dan 38 uur per week.
### Artikel 30db
**1.** De ambtenaar kan bij de commandant een aanvraag indienen om zijn arbeidsduur gedurende een kalenderjaar met 2 uren per week te verkorten wanneer het rooster van de ambtenaar in dat kalenderjaar zal zijn gebaseerd op een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week. Voor de ambtenaar die is aangesteld voor een arbeidsduur van gemiddeld minder dan 38 uur per week wordt de ingevolge de vorige volzin geldende aanspraak vastgesteld op een evenredig deel van de aanspraak bij een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week.
**1.** De ambtenaar kan bij de commandant eenmaal per kalenderjaar een aanvraag indienen om zijn arbeidsduur gedurende het resterende deel van dat kalenderjaar met 2 uren per week te verkorten wanneer het rooster van de ambtenaar gedurende het resterende deel van dat kalenderjaar zal zijn gebaseerd op een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week. Voor de ambtenaar die is aangesteld voor een arbeidsduur van gemiddeld minder dan 38 uur per week wordt de ingevolge de vorige volzin geldende aanspraak vastgesteld op een evenredig deel van de aanspraak bij een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week.
**2.** De in het eerste lid bedoelde verkorting van de arbeidsduur wordt verwerkt in het voor de betrokken ambtenaar geldende rooster dan wel wordt toegekend in de vorm van acht spaaruren per maand wanneer het een ambtenaar betreft van wie het rooster is gebaseerd op een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week en een evenredig deel daarvan wanneer het een ambtenaar betreft die is aangesteld voor een arbeidsduur van gemiddeld minder dan 38 uur per week.
**3.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt vóór 1 oktober voorafgaande aan het desbetreffende kalenderjaar ingediend bij de commandant.
**3.** De commandant wijst een aanvraag indien het gaat om een ambtenaar als bedoeld in het eerste lid toe.
**4.** De commandant wijst een aanvraag indien het gaat om een ambtenaar als bedoeld in het eerste lid toe.
**4.** Een toegestane verkorting van de arbeidsduur gaat in op de eerste dag van de maand, volgend op de maand waarin de verkorting is toegestaan.
**5.**
Een toegestane verkorting van de arbeidsduur wordt jaarlijks stilzwijgend voortgezet tenzij:
a. de ambtenaar vóór 1 oktober voorafgaande aan het desbetreffende kalenderjaar een aanvraag indient om de tijdelijke verkorting van de arbeidsduur te beëindigen; of
b. de ambtenaar vóór 1 oktober voorafgaande aan het desbetreffende kalenderjaar een aanvraag indient als bedoeld in artikel 30da, eerste lid.
a. de ambtenaar een aanvraag indient om de tijdelijke verkorting van de arbeidsduur te beëindigen; of
b. de ambtenaar een aanvraag indient als bedoeld in artikel 30da, eerste lid.
**6.** Indien de ambtenaar op een andere functie wordt tewerkgesteld vervalt met ingang van de datum van tewerkstelling de verkorting van de arbeidsduur. In dat geval kan de ambtenaar in afwijking van de datum genoemd in het derde lid een aanvraag als bedoeld in het eerste lid indienen.
**6.** Indien de ambtenaar in een andere functie wordt tewerkgesteld vervalt met ingang van de datum van tewerkstelling de verkorting van de arbeidsduur. In dat geval kan de ambtenaar bij zijn nieuwe commandant een aanvraag als bedoeld in het eerste lid indienen.
**7.** Voor het deel dat de arbeidsduur wordt verkort, wordt maandelijks een inhouding toegepast. Deze inhouding bedraagt 2 maal het voor de betrokken ambtenaar geldende salaris per uur, of een evenredig deel daarvan voor de ambtenaar die is aangesteld voor een arbeidsduur van gemiddeld minder dan 38 uur per week.
@ -999,7 +999,7 @@ De vakantie waarop de ambtenaar aanspraak maakt:
**7.** Wanneer dringende redenen van dienstbelang dat noodzakelijk maken, kan de commandant aan de ambtenaar verleende toestemming vakantie op te nemen intrekken, zowel vóór als tijdens de vakantie. Indien de ambtenaar ten gevolge van het intrekken van de toestemming vakantie op te nemen geldelijke schade lijdt, wordt deze hem vergoed.
**8.** Onverminderd het bepaalde in het derde lid wordt niet-opgenomen vakantie, waaronder eventuele van vorige jaren overgeboekte vakantie, naar het volgende kalenderjaar overgeboekt tot een maximum van 80 uren voor de ambtenaar die is aangesteld voor een wekelijkse arbeidsduur van 38 uur, en tot een evenredig lager getal voor de ambtenaar die is aangesteld voor een wekelijkse arbeidsduur van minder dan 38 uur. Onder onvolledige werktijd wordt hierbij uitsluitend begrepen de situatie waarin de ambtenaar zijn arbeidsduur heeft verminderd als bedoeld in de Wet aanpassing arbeidsduur.
**8.** Niet opgenomen vakantieverlof, waaronder eventueel van vorige jaren overgeboekt vakantieverlof, wordt overgeboekt naar het volgende kalenderjaar tot een maximum van het aantal uren per jaar, te berekenen volgens artikel 32, verminderd met het in het derde lid bedoelde aantal verplicht op nemen uren.
**9.** Uitsluitend indien naar het oordeel van de commandant operationele of gewichtige persoonlijke omstandigheden de ambtenaar hebben verhinderd vakantie op te nemen, kan worden afgeweken van de overeenkomstig het achtste lid maximaal naar een volgend kalenderjaar over te boeken vakantieaanspraken.
@ -1176,15 +1176,9 @@ Het kort durend zorgverlof, bedoeld in hoofdstuk 5 van de Wet arbeid en zorg, wo
### Artikel 47
**1.** Over de uren waarop de ambtenaar door de commandant ouderschapsverlof, als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet arbeid en zorg, is verleend, behoudt hij 75% van zijn bezoldiging.
**1.** Wanneer aan de ambtenaar door de commandant ouderschapsverlof als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet arbeid en zorg wordt verleend, behoudt hij over de eerste periode van het ouderschapsverlof, die overeenkomt met dertien maal de voor de ambtenaar geldende arbeidsduur per week, 75% van zijn bezoldiging. Over de resterende periode van het verleende ouderschapsverlof, ontvangt de ambtenaar over de ouderschapsverlofuren geen bezoldiging.
**2.** De ambtenaar kan door de commandant worden verplicht tot terugbetaling van de bezoldiging over de genoten ouderschapsverlofuren wanneer hem tijdens de verlofperiode of binnen één jaar na afloop van het ouderschapsverlof ontslag wordt verleend op aanvraag dan wel niet op aanvraag op grond van aan de ambtenaar te wijten omstandigheden of, wanneer hij is aangesteld in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd of voor een proeftijd, ter zake van het verstrijken van die tijd. De verplichting tot terugbetaling wordt beperkt tot een bedrag dat evenredig is aan het aantal maanden dat ontbreekt aan de periode van één jaar. Indien het ontslag verband houdt met een aanstelling als militair ambtenaar of indiensttreding bij een andere overheidssector bestaat geen verplichting tot terugbetaling.
**3.** De commandant wijst de ambtenaar, aan wie ouderschapsverlof wordt verleend, in voorkomend geval op de mogelijkheden tot het aanvragen van een financiële tegemoetkoming op basis hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg.
**4.** Indien de ambtenaar aan wie ouderschapsverlof is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg, wordt door de commandant gedurende de periode waarin sprake is van een samenloop een inhouding op de doorbetaling van de bezoldiging, bedoeld in het eerste lid, toegepast welke overeenkomt met het bedrag van bedoelde financiële tegemoetkoming, voor zover dat bedrag het bedrag overeenkomend met 100% van de bezoldiging te boven gaat.
**5.** Indien aan de in hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg gestelde voorwaarden voor het toekennen van een financiële tegemoetkoming is voldaan maar geen financiële tegemoetkoming is toegekend omdat de ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, kan de commandant het vierde lid op overeenkomstige wijze toepassen. In dat geval wordt rekening gehouden met de financiële tegemoetkoming die aan de ambtenaar zou zijn toegekend indien hij wel een aanvraag zou hebben ingediend.
**2.** De ambtenaar kan door de commandant worden verplicht tot terugbetaling van de tijdens het ouderschapsverlof genoten inkomsten wanneer hem tijdens de verlofperiode of binnen één jaar na afloop van het ouderschapsverlof ontslag wordt verleend op zijn aanvraag dan wel op grond van aan de ambtenaar te wijten omstandigheden of, wanneer hij is aangesteld in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd, ter zake van het eindigen van de tijd waarvoor de aanstelling is geschied. Indien binnen één jaar na afloop van het ouderschapsverlof ontslag wordt verleend, wordt de verplichting tot terugbetaling naar evenredigheid beperkt. Indien het ontslag verband houdt met een aanstelling als militair bij het Ministerie van Defensie of indiensttreding bij een andere overheidssector bestaat geen verplichting tot terugbetaling.
#### Paragraaf . Buitengewoon verlof van lange duur