2002-03-01 | BWBR0013213 | Besluit bijzondere vergaring nummergegevens telecommunicatie
This commit is contained in:
parent
445372cc6e
commit
0a8e2c8ca1
1 changed files with 4 additions and 5 deletions
|
|
@ -21,8 +21,7 @@ b. aanbieder: de aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of een openb
|
|||
c. bevoegde autoriteit:
|
||||
|
||||
1°. de officier van justitie, dan wel de door hem in een bepaald geval schriftelijk aangewezen opsporingsambtenaar,
|
||||
2°. het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, dan wel door hem schriftelijk aangewezen functionarissen optredend in het kader van de uitvoering van hun taak,
|
||||
3°. het hoofd van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, dan wel door hem schriftelijk aangewezen functionarissen optredend in het kader van de uitvoering van hun taak.
|
||||
2°. het Hoofd van de Binnenlandse Veiligheidsdienst, dan wel door hem schriftelijk aangewezen functionarissen optredend in het kader van de uitvoering van hun taak.
|
||||
d. gebruiker: de natuurlijke of rechtspersoon die met de aanbieder een overeenkomst is aangegaan met betrekking tot het gebruik van een openbaar telecommunicatienetwerk of de levering van een openbare telecommunicatiedienst, alsmede de natuurlijke of rechtspersoon die daadwerkelijk gebruik maakt van een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare telecommunicatiedienst.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Afwijkend gebruik van frequentieruimte
|
||||
|
|
@ -31,14 +30,14 @@ d. gebruiker: de natuurlijke of rechtspersoon die met de aanbieder een overeenko
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De apparatuur waarmee op grond van artikel 3.22, eerste lid, van de wet een gebruik van frequentieruimte is toegestaan dat afwijkt van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 3 van de wet voldoet aan de volgende eisen:
|
||||
De apparatuur waarmee op grond van artikel 3.10, vierde lid, van de wet een gebruik van frequentieruimte is toegestaan dat afwijkt van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 3 van de wet voldoet aan de volgende eisen:
|
||||
|
||||
a. de apparatuur is voorzien van een inrichting die de nummergegevens, bedoeld in artikel 13.4, eerste lid, van de wet zodanig selecteert dat het selectieproces niet meer dan een plaatselijke, zeer geringe verandering van de functionaliteiten van het desbetreffende netwerk veroorzaakt;
|
||||
b. de apparatuur is voorzien van een inrichting waarmee het uitgezonden vermogen kan worden geregeld;
|
||||
c. indien de apparatuur is voorzien van een inrichting die het, al dan niet in combinatie met het selectieproces, bedoeld onder a, mogelijk maakt om telecommunicatie af te luisteren of op te nemen, dient deze inrichting uitgeschakeld en vergrendeld te zijn;
|
||||
d. de apparatuur is geregistreerd bij Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** Door of namens de korpschef, Onze Minister van Defensie of Onze Minister van Financiën wordt een plaats aangewezen voor de opslag van de apparatuur, bedoeld in het eerste lid, en wordt ervoor zorg gedragen dat deze plaats beveiligd is en uitsluitend toegankelijk is voor of onder begeleiding van daartoe geautoriseerd personeel.
|
||||
**2.** De apparatuur, bedoeld in het eerste lid, is opgeslagen bij een door de korpsbeheerder aangewezen onderdeel van het Korps landelijke politiediensten.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
|
|
@ -46,7 +45,7 @@ Met de in artikel 2 bedoelde apparatuur wordt gelijkgesteld apparatuur die recht
|
|||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Bevoegd tot het gebruik van de apparatuur, bedoeld in artikel 2, is de door de korpschef, Onze Minister van Defensie of Onze Minister van Financiën aangewezen opsporingsambtenaar die voldoet aan de door Onze Minister van Veiligheid en Justitie vastgestelde eisen betreffende kennis van de juridische, operationele en technische aspecten van het gebruik van de apparatuur.
|
||||
**1.** Bevoegd tot het gebruik van de apparatuur, bedoeld in artikel 2, is de door de korpsbeheerder van het Korps landelijke politiediensten aangewezen opsporingsambtenaar van het Korps landelijke politiediensten die voldoet aan de door Onze Minister van Justitie vastgestelde eisen betreffende kennis van de juridische, operationele en technische aspecten van het gebruik van de apparatuur.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue