2005-10-12 | BWBR0003245 | Wet milieubeheer

This commit is contained in:
Coornhert 2005-10-12 12:00:00 +00:00
parent 889b4f50b4
commit 0ab8a73de2

View file

@ -106,12 +106,15 @@ de emissieautoriteit: de Nederlandse emissieautoriteit, genoemd in artikel 2.1;
de kaderrichtlijn water: richtlijn nr. 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG L 327), zoals deze is gewijzigd bij beschikking nr. 2455/2001/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2001 tot vaststelling van de lijst van prioritaire stoffen op het gebied van het waterbeleid en tot wijziging van richtlijn 2000/60/EG (PbEG L 331) en met inbegrip van wijzigingen uit hoofde van artikel 20, eerste lid, van de richtlijn, doch voor het overige naar de tekst zoals deze bij de richtlijn is vastgesteld.
EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling: richtlijn nr. 85/337/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juni 1985 betreffende de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PbEG L 175), zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 97/11/EG van de Raad van de Europese gemeenschappen van 3 maart 1997 (PbEG L 73) tot wijziging van richtlijn 85/337/EEG betreffende de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten;.
**2.**
In deze wet en de daarop berustende bepalingen:
a. worden onder gevolgen voor het milieu mede verstaan gevolgen die verband houden met een doelmatig beheer van afvalstoffen of een doelmatig beheer van afvalwater, gevolgen die verband houden met het verbruik van energie en grondstoffen, alsmede gevolgen die verband houden met het verkeer van personen of goederen van en naar de inrichting;
b. worden onder bescherming van het milieu mede verstaan de verbetering van het milieu, de zorg voor een doelmatig beheer van afvalstoffen of een doelmatig beheer van afvalwater, de zorg voor een zuinig gebruik van energie en grondstoffen, alsmede de zorg voor de beperking van de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen of goederen van en naar de inrichting.
a. worden onder gevolgen voor het milieu in ieder geval verstaan gevolgen voor het fysieke milieu, gezien vanuit het belang van de bescherming van mensen, dieren, planten en goederen, van water, bodem en lucht en van landschappelijke, natuurwetenschappelijke en cultuurhistorische waarden en van de beheersing van het klimaat, alsmede van de relaties daartussen;
b. worden onder gevolgen voor het milieu mede verstaan gevolgen die verband houden met een doelmatig beheer van afvalstoffen of een doelmatig beheer van afvalwater, gevolgen die verband houden met het verbruik van energie en grondstoffen, alsmede gevolgen die verband houden met het verkeer van personen of goederen van en naar de inrichting;
c. worden onder bescherming van het milieu mede verstaan de verbetering van het milieu, de zorg voor een doelmatig beheer van afvalstoffen of een doelmatig beheer van afvalwater, de zorg voor een zuinig gebruik van energie en grondstoffen, alsmede de zorg voor de beperking van de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen of goederen van en naar de inrichting.
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden categorieën van inrichtingen aangewezen, die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken.
@ -990,19 +993,15 @@ a. degene die de activiteit waarop die besluiten betrekking hebben, onderneemt,
b. met betrekking tot dezelfde activiteit reeds eerder een milieu-effectrapport overeenkomstig het bij of krachtens de artikelen 7.9 tot en met 7.26 bepaalde is gemaakt, indien het milieu-effectrapport redelijkerwijs geen nieuwe gegevens betreffende mogelijke nadelige gevolgen van die activiteit voor het milieu kan bevatten en de activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu in een ander land;
c. het algemeen belang het onverwijld ondernemen van de activiteit waarop die besluiten betrekking hebben, noodzakelijk maakt.
**2.** Onze Ministers kunnen tevens ontheffing verlenen van de verplichting tot het maken van een milieu-effectrapport bij de voorbereiding van een besluit als aangewezen krachtens artikel 7.2, eerste lid, indien de voorbereiding van de activiteit of van het besluit op het tijdstip waarop die aanwijzing in werking treedt, reeds zover is gevorderd, dat het maken van een milieu-effectrapport naar het oordeel van Onze Ministers redelijkerwijs niet meer kan worden verlangd.
**2.** Een ontheffing krachtens het eerste lid kan worden verleend op verzoek van degene die de activiteit onderneemt, of van het bevoegd gezag.
**3.** Een ontheffing krachtens het eerste of het tweede lid kan worden verleend op verzoek van degene die de activiteit onderneemt, of van het bevoegd gezag.
**3.** Onze Ministers tekenen de datum van ontvangst van het verzoek aan op het geschrift waarbij het is ingediend, en zenden de verzoeker een bericht van ontvangst, waarin die datum is vermeld.
**4.** In gevallen als bedoeld in het tweede lid wordt het verzoek ingediend binnen vier weken na de datum waarop met betrekking tot het betrokken besluit de verplichting tot het maken van een milieu-effectrapport ingaat.
**4.** Behoudens in een geval als bedoeld in het eerste lid, onder *c*, stellen Onze Ministers, voordat zij op het verzoek beslissen, het bevoegd gezag, indien het verzoek daarvan niet afkomstig is, in de gelegenheid hun omtrent het verzoek advies uit te brengen. In een geval als bedoeld in het eerste lid, onder *a* of *b*, stellen zij tegelijkertijd ook de commissie daartoe in de gelegenheid. Indien van de gelegenheid advies uit te brengen gebruik wordt gemaakt, wordt het advies binnen vijf weken na de datum waarop daarom is verzocht, aan Onze Ministers gezonden.
**5.** Onze Ministers tekenen de datum van ontvangst van het verzoek aan op het geschrift waarbij het is ingediend, en zenden de verzoeker een bericht van ontvangst, waarin die datum is vermeld.
**5.** De beslissing op het verzoek wordt genomen uiterlijk negen weken na de datum van ontvangst. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van de beslissing mededeling gedaan aan de commissie en het bevoegd gezag.
**6.** Behoudens in een geval als bedoeld in het eerste lid, onder *c*, stellen Onze Ministers, voordat zij op het verzoek beslissen, het bevoegd gezag, indien het verzoek daarvan niet afkomstig is, in de gelegenheid hun omtrent het verzoek advies uit te brengen. In een geval als bedoeld in het eerste lid, onder *a* of *b*, stellen zij tegelijkertijd ook de commissie daartoe in de gelegenheid. Indien van de gelegenheid advies uit te brengen gebruik wordt gemaakt, wordt het advies binnen vijf weken na de datum waarop daarom is verzocht, aan Onze Ministers gezonden.
**7.** De beslissing op het verzoek wordt genomen uiterlijk negen weken na de datum van ontvangst. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van de beslissing mededeling gedaan aan de commissie en het bevoegd gezag.
**8.**
**6.**
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld omtrent:
@ -1044,20 +1043,13 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld over de inhoud
### Artikel 7.8b
**1.** Behoudens in het geval dat toepassing is gegeven aan artikel 7.8*a*, derde lid, neemt het bevoegd gezag uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst een beslissing omtrent de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de bijzondere omstandigheden waaronder deze activiteit wordt ondernomen, een milieu-effectrapport moet worden gemaakt.
**1.** Behoudens in het geval dat toepassing is gegeven aan artikel 7.8*a*, derde lid, neemt het bevoegd gezag uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst een beslissing omtrent de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieu-effectrapport moet worden gemaakt.
**2.** Indien wenselijk, vindt, alvorens het bevoegd gezag een beslissing neemt, overleg plaats met degene die de mededeling heeft gedaan.
**3.** Indien krachtens artikel 7.4 meer dan één besluit is aangewezen, nemen de bevoegde bestuursorganen de in het eerste lid bedoelde beslissing gezamenlijk.
**4.**
Onder bijzondere omstandigheden als bedoeld in het eerste lid worden verstaan de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben, gezien:
a. de kenmerken van de activiteit;
b. de plaats waar de activiteit wordt verricht;
c. de samenhang met andere activiteiten ter plaatse;
d. de kenmerken van die gevolgen.
**4.** Het bevoegd gezag houdt bij zijn beslissing rekening met de in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling aangegeven omstandigheden.
**5.**
@ -1205,9 +1197,11 @@ De in het eerste lid bedoelde richtlijnen kunnen:
a. betrekking hebben op de wijze waarop aan het bij of krachtens de artikelen 7.10 of 7.11 bepaalde moet worden voldaan;
b. gegevens als bedoeld in artikel 7.10 of 7.11 aanwijzen die het milieu-effectrapport in elk geval moet inhouden, zo nodig nadat daarnaar onderzoek is verricht.
**3.** Ingeval de richtlijnen een milieu-effectrapport betreffen, dat moet worden gemaakt bij de voorbereiding van een besluit waarop afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, kan geen onderzoek als bedoeld in het tweede lid, onder b, worden verlangd ter verkrijging van gegevens als bedoeld in artikel 7.10, eerste lid, onder d.
**3.** De gegevens bedoeld in het tweede lid, onder b, omvatten de gegevens die zijn aangegeven in bijlage IV bij de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling, voor zover het bevoegd gezag dat noodzakelijk acht ter uitvoering van artikel 5, eerste lid, van die richtlijn.
**4.** De richtlijnen worden bekendgemaakt aan degene die de activiteit onderneemt en meegedeeld aan de commissie, de adviseurs en degenen die bij het bevoegd gezag overeenkomstig artikel 7.14, vierde lid, zienswijzen naar voren hebben gebracht. Artikel 3:44, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
**4.** Ingeval de richtlijnen een milieu-effectrapport betreffen, dat moet worden gemaakt bij de voorbereiding van een besluit waarop afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, kan geen onderzoek als bedoeld in het tweede lid, onder b, worden verlangd ter verkrijging van gegevens als bedoeld in artikel 7.10, eerste lid, onder d.
**5.** De richtlijnen worden bekendgemaakt aan degene die de activiteit onderneemt en meegedeeld aan de commissie, de adviseurs en degenen die bij het bevoegd gezag overeenkomstig artikel 7.14, vierde lid, zienswijzen naar voren hebben gebracht. Artikel 3:44, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 7.16
@ -1336,16 +1330,18 @@ Vervallen
**3.**
Het bevoegd gezag kan, indien krachtens artikel 7.2, 7.4 of 7.6 ter zake van een activiteit slechts één besluit is aangewezen op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, ongeacht de beperkingen die ter zake in de wettelijke regeling waarop het besluit berust, zijn gesteld:
Het bevoegd gezag kan, indien krachtens artikel 7.2, 7.4 of 7.6 ter zake van een activiteit slechts één besluit is aangewezen, ongeacht de beperkingen die ter zake in de wettelijke regeling waarop het besluit berust, zijn gesteld:
a. naast de voorwaarden, voorschriften en beperkingen tot het opnemen waarvan het ingevolge die wettelijke regeling bevoegd is, in het besluit tevens alle andere voorwaarden, voorschriften en beperkingen opnemen, die nodig zijn ter bescherming van het milieu;
b. een besluit nemen, ertoe strekkende dat de activiteit niet wordt ondernomen, indien het ondernemen van die activiteit tot ontoelaatbare nadelige gevolgen voor het milieu kan leiden.
**4.** Indien op de voorbereiding van meer dan een van de krachtens artikel 7.2, 7.4 of 7.6 ter zake van eenzelfde activiteit aangewezen besluiten afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, wordt een van die besluiten aangewezen als het besluit waarop het derde lid van toepassing is. Bij die aanwijzing kan worden bepaald dat zij slechts geldt in daarbij aangegeven gevallen. De aanwijzing geschiedt bij algemene maatregel van bestuur.
**4.** Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het derde lid is, ongeacht hetgeen ter zake in de betrokken wettelijke regeling is bepaald, afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
**5.** Met betrekking tot het krachtens het vierde lid aangewezen besluit is het derde lid van toepassing, met dien verstande dat slechts voorwaarden, voorschriften en beperkingen kunnen worden gesteld met betrekking tot onderwerpen waaromtrent geen voorwaarden, voorschriften en beperkingen kunnen worden gesteld bij de andere in het vierde lid bedoelde besluiten.
**5.** Indien op de voorbereiding van meer dan een van de krachtens artikel 7.2, 7.4 of 7.6 ter zake van eenzelfde activiteit aangewezen besluiten afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, wordt een van die besluiten aangewezen als het besluit waarop het derde lid van toepassing is. Bij die aanwijzing kan worden bepaald dat zij slechts geldt in daarbij aangegeven gevallen. De aanwijzing geschiedt bij algemene maatregel van bestuur.
**6.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het derde lid.
**6.** Met betrekking tot het krachtens het vijfde lid aangewezen besluit is het derde lid van toepassing, met dien verstande dat slechts voorwaarden, voorschriften en beperkingen kunnen worden gesteld met betrekking tot onderwerpen waaromtrent geen voorwaarden, voorschriften en beperkingen kunnen worden gesteld bij de andere in het vijfde lid bedoelde besluiten.
**7.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het derde lid.
### Artikel 7.36