From 0ac031ffc66f97f853135ac59a912402dc190222 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 1 Jan 2005 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2005-01-01 | BWBR0017751 | Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg --- .../BWBR0017751/README.md | 613 ++---------------- 1 file changed, 49 insertions(+), 564 deletions(-) diff --git a/amvb/uitvoeringsbesluit-wet-op-de-jeugdzorg/BWBR0017751/README.md b/amvb/uitvoeringsbesluit-wet-op-de-jeugdzorg/BWBR0017751/README.md index 31caaa9fac1..41150816e0e 100644 --- a/amvb/uitvoeringsbesluit-wet-op-de-jeugdzorg/BWBR0017751/README.md +++ b/amvb/uitvoeringsbesluit-wet-op-de-jeugdzorg/BWBR0017751/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg bwb_id: BWBR0017751 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2014-11-15' +datum_inwerkingtreding: '2005-01-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0017751 citeertitel: Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg --- @@ -16,136 +16,22 @@ citeertitel: Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -- aanvrager: degene die de aanvraag indient voor een indicatiebesluit; -- advies- en meldpunt kindermishandeling: de stichting bij de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder e, van de wet; -- autorisatielijst: autorisatielijst van jeugdzorgaanbieders, bedoeld in artikel 2y van de wet; -- beroepsregister voor jeugdzorg: register waarin beoefenaren van beroepen werkzaam op het terrein van de jeugdzorg worden ingeschreven en dat tot doel heeft de kwaliteit van de beroepsbeoefening in het belang van de jeugdzorg, alsmede de handhaving van die kwaliteit te bevorderen; -- de wet: de Wet op de jeugdzorg; -- geautoriseerde: in de autorisatielijst opgenomen zorgaanbieder; -- gekwalificeerde gedragswetenschapper: degene die is opgenomen in het register Kinder- en Jeugdpsychologen van het Nederlands Instituut van Psychologen of degene die lid is van de Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen en geregistreerd is als Orthopedagoog-Generalist, dan wel een gezondheidszorgpsycholoog; -- geregistreerde jeugdprofessional: een beroepsbeoefenaar die is ingeschreven in het kwaliteitsregister jeugd; -- gezinsvoogdijwerker: medewerker van de stichting die belast is met de uitoefening van de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b, van de wet; -- indicatiebesluit: een besluit waarbij wordt vastgesteld of een cliënt is aangewezen op zorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet; -- inrichting: een justitiële jeugdinrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen; -- jeugdbeschermings- en reclasseringstaken: de taken, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van de wet; -- jeugdhulp: jeugdhulp als bedoeld in artikel 3; -- jeugdreclassering: de stichting bij de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder c en d, van de wet; -- jeugdreclasseringswerker: medewerker van de stichting die belast is met de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder c en d, van de wet. -- kwaliteitsregister jeugd: het door Onze Ministers op grond van artikel 68a, eerste lid, erkende register; -- melding: een melding van kindermishandeling of van een vermoeden daarvan; -- observatiediagnostiek: observatiediagnostiek als bedoeld in artikel 5; -- registerstichting: de rechtspersoon bedoeld in artikel 68a, tweede lid; -- SBV-Z: sectorale berichtenvoorziening in de zorg, bedoeld in artikel 11 van het Besluit gebruik burgerservicenummer in de zorg; -- toegangsmiddel: middel als bedoeld in artikel 24g, met inbegrip van de drager van het middel; -- verblijf: verblijf als bedoeld in artikel 4; -- verwijsindex: verwijsindex als bedoeld in artikel 2d van de wet; -- voogdijwerker: medewerker van de stichting die belast is met de uitoefening van de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, van de wet; -- vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000. - -## Hoofdstuk 1a. Landelijke verwijsindex - -### Paragraaf 1. Categorieën van instanties en functionarissen - -### Artikel 1a - -Als categorieën van instanties als bedoeld in artikel 2b, eerste lid, onder a, van de wet in het domein jeugdzorg worden aangewezen: - -a. bureaus jeugdzorg als bedoeld in artikel 4 van de wet; -b. instanties die voor de stichting taken als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, b, c of d, van de wet uitoefenen; -c. instanties die, daartoe aanvaard door Onze Minister van Veiligheid en Justitie als rechtspersoon, bedoeld in de artikelen 254, tweede lid, en 302, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, de voogdij of de voorlopige voogdij uitoefenen met betrekking tot minderjarige vreemdelingen. - -### Artikel 1b - -Als categorieën van instanties als bedoeld in artikel 2b, eerste lid, onder a, van de wet in het domein jeugdgezondheidszorg worden aangewezen: - -a. instanties die de in artikel 5, tweede lid, van de Wet publieke gezondheid genoemde werkzaamheden in opdracht van het college van burgemeester en wethouders uitvoeren; -b. aanbieders van zorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder b, van de wet. - -### Artikel 1c - -**1.** - -Als categorieën van instanties als bedoeld in artikel 2b, eerste lid, onder a, van de wet in het domein gezondheidszorg worden aangewezen: - -a. instanties voor verslavingszorg voor wie het op grond van artikel 35 van de Wet marktordening gezondheidszorg niet verboden is een tarief in rekening te brengen; -b. instanties voor gehandicaptenzorg, die zorg verlenen waarop aanspraak bestaat op grond van de Zorgverzekeringswet of de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten; -c. instanties die integrale eerstelijns geneeskundige zorg aanbieden, zoals die door huisartsen pleegt te geschieden; -d. ziekenhuizen die krachtens artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen als zodanig zijn toegelaten, voor zover het spoedeisende hulp betreft. - -**2.** Als categorie van functionarissen als bedoeld in artikel 2b, tweede lid, onder a, van de wet in het domein gezondheidszorg worden artsen aangewezen die integrale eerstelijns geneeskundige zorg aanbieden, zoals die door huisartsen pleegt te geschieden. - -### Artikel 1d - -**1.** - -Als categorieën van instanties als bedoeld in artikel 2b, eerste lid, onder a, van de wet in het domein onderwijs worden aangewezen: - -a. scholen als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs; -b. scholen als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra; -c. scholen als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs; -d. instellingen als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; -e. instellingen voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onder a of b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; -f. contactgemeenten als bedoeld in artikel 162b, derde lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 118h, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 8.3.2, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs ten behoeve van de regionale meld- en coördinatiefunctie. - -**2.** Als categorie van functionarissen als bedoeld in artikel 2b, tweede lid, onder a, van de wet in het domein onderwijs worden ambtenaren als bedoeld in artikel 16 van de Leerplichtwet 1969 aangewezen. - -### Artikel 1e - -**1.** Als categorieën van instanties als bedoeld in artikel 2b, eerste lid, onder a, van de wet in het domein maatschappelijke ondersteuning worden aangewezen de instanties voor maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onder 2°, 3°, 6°, 7° en 9°, van de Wet maatschappelijke ondersteuning. - -**2.** Een functionaris die werkzaam is voor een instantie als bedoeld in het eerste lid, kan door die instantie slechts worden aangewezen als meldingsbevoegde indien zijn beroep hoofdzakelijk bestaat uit het verlenen van hulp, zorg of bijsturing aan jeugdigen. - -**3.** Als categorie van instanties als bedoeld in artikel 2b, eerste lid, onder a, van de wet in het domein maatschappelijke ondersteuning worden tevens gemeenten voor zover het betreft de coördinatie van doelgroepenbeleid voor jeugdigen aangewezen. - -### Artikel 1f - -Als categorieën van instanties als bedoeld in artikel 2b, eerste lid, onder a, van de wet in het domein werk en inkomen worden aangewezen de gemeentelijke kredietbanken, bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht. - -### Artikel 1g - -Als categorieën van instanties als bedoeld in artikel 2b, eerste lid, onder a, van de wet in het domein politie en justitie worden aangewezen: - -a. de politie, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Politiewet 2012; -b. Halt-bureaus als bedoeld in artikel 48f, onder c, van de Wet Justitie-subsidies; -c. de regionale locaties van de raad voor de kinderbescherming, bedoeld in artikel 2 van het Organisatiebesluit raad voor de kinderbescherming 2006. - -### Artikel 1h - -Een instantie die behoort tot een van de categorieën als bedoeld in de artikelen 1a tot en met 1g wijst uitsluitend functionarissen aan die beschikken over een adequate opleiding en voldoende ervaring. - -### Paragraaf 2. Inrichting en beheer van de verwijsindex - -### Artikel 1i - -**1.** Indien voor een melding aan de verwijsindex gebruik wordt gemaakt van een gemeentelijk signaleringssysteem, draagt het college van burgemeester en wethouders zorg voor een zorgvuldige en veilige aansluiting daarvan op de verwijsindex. - -**2.** Indien voor een melding aan de verwijsindex gebruik wordt gemaakt van een ander digitaal systeem dan een gemeentelijk signaleringssysteem, draagt de daarvoor verantwoordelijke in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens zorg voor een zorgvuldige en veilige aansluiting daarvan op de verwijsindex. - -**3.** Een aansluiting als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt vermoed voldoende zorgvuldig en veilig te zijn als het voldoet aan de eisen zoals deze zijn uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut in de NTA 8023, Maatschappelijke zorg – Informatiearchitectuur in de jeugdsector – Deel 1 : Landelijke verwijsindex risicojongeren. - -### Artikel 1j - -**1.** Een instantie die behoort tot een van de categorieën als bedoeld in de artikelen 1a tot en met 1g of een functionaris die behoort tot een van de categorieën als bedoeld in artikel 1c, tweede lid, of 1d, tweede lid, draagt zorg voor een veilig en zorgvuldig gebruik van de verwijsindex. - -**2.** Een instantie of een functionaris wordt vermoed te voldoen aan het bepaalde in het eerste lid als voldaan wordt aan de eisen zoals deze zijn uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut in de NEN 7510, Medische informatica – Informatiebeveiliging in de zorg – Algemeen. - -### Artikel 1k - -Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport doet van wijziging van een norm als bedoeld in 1i, derde lid, of artikel 1j, tweede lid, mededeling in de Staatscourant. - -### Paragraaf 3. Verwijsindexservicenummer - -### Artikel 1l - -**1.** - -Indien een meldingsbevoegde een jeugdige die niet beschikt over een burgerservicenummer meldt aan de verwijsindex, biedt hij daartoe de volgende gegevens van de jeugdige aan in de verwijsindex: - -a. de familienaam; -b. de geboortedatum; -c. het geslacht. - -**2.** De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden in de verwijsindex omgezet in een verwijsindexservicenummer, dat vervolgens gebruikt wordt voor de melding in de verwijsindex. +a. de wet: de Wet op de jeugdzorg; +b. indicatiebesluit: een besluit waarbij wordt vastgesteld of een cliënt is aangewezen op zorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet; +c. aanvrager: degene die de aanvraag indient voor een indicatiebesluit; +d. jeugdhulp: jeugdhulp als bedoeld in artikel 3; +e. verblijf: verblijf als bedoeld in artikel 4; +f. observatiediagnostiek: observatiediagnostiek als bedoeld in artikel 5; +g. inrichting: een justitiële jeugdinrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen; +h. vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000; +i. advies- en meldpunt kindermishandeling: de stichting bij de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder e, van de wet; +j. advies: advies over de handelingsmogelijkheden bij een vermoeden van kindermishandeling; +k. melding: een melding van kindermishandeling of van een vermoeden daarvan; +l. jeugdreclassering: de stichting bij de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder c en d, van de wet; +m. gekwalificeerde gedragswetenschapper: degene die lid is van het Nederlands Instituut voor Psychologen en is opgenomen in het Register Klinisch Psychologen of het register Kinder- en Jeugdpsychologen en beschikt over de Basisaantekening Psychodiagnostiek van dit instituut of degene die lid is van de Nederlandse Vereniging van Orthopedagogen en Onderwijskundigen en geregistreerd is als Orthopedagoog-Generalist dan wel een BIG-geregistreerde gezondheidszorgpsycholoog; +n. voogdijwerker: medewerker van de stichting die belast is met de uitoefening van de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, van de wet; +o. gezinsvoogdijwerker: medewerker van de stichting die belast is met de uitoefening van de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b, van de wet; +p. jeugdreclasseringswerker: medewerker van de stichting die belast is met de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder c en d, van de wet. ## Hoofdstuk 2. Aanspraken op jeugdzorg ingevolge de @@ -178,7 +64,7 @@ b. de psychosociale, psychische of gedragsproblemen hun oorzaak vinden of mede v Geen aanspraak bestaat op verblijf voor zover: a. de jeugdige geen psychosociale, psychische of gedragsproblemen heeft, dan wel de jeugdige of zijn ouders, stiefouder, of anderen die hem als behorende tot hun gezin verzorgen en opvoeden, de psychosociale, psychische of gedragsproblemen van die jeugdige het hoofd kunnen bieden, al dan niet met jeugdhulp als bedoeld in artikel 3, met behulp van personen uit hun directe omgeving of met behulp van andere voorzieningen die hulp bieden dan zorgaanbieders, -b. het verblijf noodzakelijk is voor persoonlijke verzorging, begeleiding of behandeling als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ of zorg als bedoeld in artikel 2.4 van het Besluit zorgverzekering in verband met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, dan wel een psychiatrische of somatische aandoening of beperking of +b. het verblijf noodzakelijk is voor persoonlijke verzorging, ondersteunende begeleiding, activerende begeleiding of behandeling als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ in verband met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, dan wel een psychiatrische of somatische aandoening of beperking of c. het verblijf in een justitiële jeugdinrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen betreft. **3.** @@ -222,10 +108,7 @@ Als categorie niet rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen tot wie de ### Artikel 9 -Als vormen van zorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder b, van de wet worden, voor zover deze zorg of het verblijf betrekking heeft op een jeugdige en verband houdt met een psychiatrische aandoening, aangewezen: - -a. persoonlijke verzorging, begeleiding, verblijf, kortdurend verblijf en voortgezet verblijf als bedoeld in de artikelen 4, 6, 9, artikel 9a, 10 en 13, tweede lid, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ; -b. geneeskundige zorg en verblijf als bedoeld in de artikelen 2.4en 2.10 van het Besluit zorgverzekering. +Als vormen van zorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder b, van de wet worden aangewezen: huishoudelijke verzorging, persoonlijke verzorging, verpleging, ondersteunende begeleiding, activerende begeleiding, behandeling en verblijf als bedoeld in de artikelen 3 tot en met 9 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ in verband met een psychiatrische aandoening of beperking, een gedragsprobleem of een psychisch of psychosociaal probleem doch slechts voorzover deze zorg of het verblijf betrekking heeft op een jeugdige. ## Hoofdstuk 5. Rechtstreekse verwijzing naar de geestelijke gezondheidszorg @@ -253,7 +136,7 @@ Indien artikel 9b, vijfde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten toepa ### Artikel 14 -**1.** Een cliënt heeft, in afwijking van artikel 3, derde lid, van de wet, in situaties waarin naar het oordeel van de stichting die werkzaam is in de provincie waarin de jeugdige duurzaam verblijft, onmiddellijke verlening van jeugdzorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder a, van de wet, geboden is, aanspraak op deze jeugdzorg zonder dat die stichting een indicatiebesluit heeft genomen. +**1.** Een cliënt heeft, in afwijking van artikel 3, derde lid, van de wet, in situaties waarin naar het oordeel van de stichting die werkzaam is in de provincie waarin de jeugdige duurzaam verblijft, onmiddellijke verlening van jeugdzorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder a, respectievelijk d, van de wet, geboden is, aanspraak op deze jeugdzorg zonder dat die stichting een indicatiebesluit heeft genomen. **2.** Een aanspraak als bedoeld in het eerste lid vervalt zodra met betrekking tot de cliënt een indicatiebesluit is genomen, doch in ieder geval na vier weken. @@ -265,7 +148,7 @@ Indien artikel 9b, vijfde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten toepa ### Artikel 15 -Indien de stichting voorziet dat de zorg waarop een cliënt is aangewezen niet tijdig beschikbaar is, kan zij vervangende zorg aanduiden, waarop de cliënt alsdan is aangewezen. Een cliënt heeft aanspraak op de vervangende zorg tot het moment waarop hij zijn aanspraak op de eerst aangewezen zorg tot gelding heeft gebracht, of de met betrekking tot de vervangende zorg genoemde termijn, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder c, van de wet, is verstreken. +Indien de stichting voorziet dat de zorg waarop een cliënt is aangewezen niet tijdig beschikbaar is, kan zij vervangende zorg aanduiden, waarop de cliënt alsdan is aangewezen. Een cliënt is slechts op de vervangende zorg aangewezen tot het moment waarop de eerst aangewezen zorg beschikbaar is of tot de termijn, gedurende welke de aanspraak op de zorg waarop de cliënt is aangewezen, is verstreken. ### Artikel 16 @@ -279,32 +162,38 @@ Bij regeling van Onze Ministers kan worden geregeld dat een indicatiebesluit inh ### Artikel 18 +**1.** + Indien de stichting vaststelt dat een cliënt is aangewezen op jeugdhulp, geeft zij in het indicatiebesluit aan of een cliënt is aangewezen op jeugdhulp: a. in de thuissituatie of in een accommodatie van een zorgaanbieder; b. individueel of in groepsverband. +**2.** Het indicatiebesluit vermeldt de omvang van de benodigde jeugdhulp, uitgedrukt in een minimum en een maximum aantal contacturen, waarbij de marge twintig procent ten opzichte van het gemiddelde van het minimum en maximum bedraagt. + ### Artikel 19 **1.** Indien de stichting vaststelt dat een jeugdige is aangewezen op verblijf, geeft zij in het indicatiebesluit aan of de jeugdige is aangewezen op verblijf bij een pleegouder, dan wel op verblijf in een accommodatie van een zorgaanbieder. -**2.** Het indicatiebesluit vermeldt of het verblijf hele etmalen omvat of een gedeelte van een etmaal. +**2.** Het indicatiebesluit vermeldt de omvang van het benodigde verblijf, uitgedrukt in het benodigde aantal uren per etmaal en het aantal dagen waarover de uren worden gespreid. + +**3.** Het aantal dagen waarover de uren worden gespreid wordt uitgedrukt in een minimum en maximum aantal dagen, waarbij de marge twintig procent ten opzichte van het gemiddelde van het minimum en het maximum bedraagt. ### Artikel 20 -Indien de stichting vaststelt dat een jeugdige is aangewezen op observatiediagnostiek, geeft zij in het indicatiebesluit aan welke vragen met de observatiediagnostiek beantwoord moeten worden. +**1.** Indien de stichting vaststelt dat een jeugdige is aangewezen op observatiediagnostiek, geeft zij in het indicatiebesluit aan welke vragen met de observatiediagnostiek beantwoord moeten worden. -### Paragraaf 3. Het indicatiebesluit geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen +**2.** Het indicatiebesluit vermeldt de omvang van de benodigde observatiediagnostiek, uitgedrukt in het benodigde aantal uren per etmaal en het aantal dagen per week waarover deze uren worden gespreid. + +### Paragraaf 3. Het indicatiebesluit aanspraken geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen op grond van de ### Artikel 21 **1.** Indien de stichting vaststelt dat een jeugdige is aangewezen op een vorm van zorg als bedoeld in artikel 9, geeft zij in het indicatiebesluit aan op welke van deze vormen de jeugdige is aangewezen. -**2.** Indien de stichting vaststelt dat een jeugdige is aangewezen op een vorm van zorg als bedoeld in de artikelen 4 of 6 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, vermeldt het indicatiebesluit de omvang van de benodigde zorg, uitgedrukt in een minimum en een maximum aantal contacturen, waarbij de marge twintig procent ten opzichte van het gemiddelde van het minimum en maximum bedraagt. +**2.** Indien de stichting vaststelt dat een jeugdige is aangewezen op een vorm van zorg als bedoeld in de artikelen 3 tot en met 8, onderscheidenlijk 9 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, is artikel 18, onderscheidenlijk 19 van overeenkomstige toepassing. -**3.** Indien de stichting vaststelt dat een jeugdige is aangewezen op een vorm van zorg als bedoeld in de artikelen 9, 9a, onderscheidenlijk 13, tweede lid, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, vermeldt het indicatiebesluit de omvang van het benodigde verblijf, uitgedrukt in het benodigde aantal uren per etmaal en het aantal dagen waarover de uren worden gespreid. Het aantal dagen waarover de uren worden gespreid wordt uitgedrukt in een minimum en maximum aantal dagen, waarbij de marge twintig procent ten opzichte van het gemiddelde van het minimum en het maximum bedraagt. - -**4.** Indien de stichting vaststelt dat een jeugdige is aangewezen op een vorm van zorg als bedoeld in artikel 9, 9a of artikel 13, tweede lid, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, is, artikel 13 van het Zorgindicatiebesluit van overeenkomstige toepassing. +**3.** Indien de stichting vaststelt dat een jeugdige is aangewezen op een vorm van zorg als bedoeld in artikel 9 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ en het betreft niet zorg als bedoeld in artikel 2, onder b van het Zorgindicatiebesluit, is, in afwijking van het tweede lid, artikel 13 van het Zorgindicatiebesluit van overeenkomstige toepassing. ### Paragraaf 4. Het indicatiebesluit verblijf in een inrichting op grond van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen @@ -312,7 +201,7 @@ Indien de stichting vaststelt dat een jeugdige is aangewezen op observatiediagno Indien de stichting vaststelt dat een jeugdige is aangewezen op verblijf in een inrichting geeft zij in het indicatiebesluit aan of sprake moet zijn van verblijf in een beperkt beveiligde of normaal beveiligde inrichting als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen. -## Hoofdstuk 8. De termijn gedurende welke de aanspraak geldt +## Hoofdstuk 8. De termijn gedurende welke de aanspraak geldt en de termijn waarbinnen een aanspraak tot gelding moet worden gebracht ### Artikel 23 @@ -323,97 +212,13 @@ De in het indicatiebesluit vast te leggen termijn gedurende welke de aanspraak g a. verblijf bij een pleegouder van een jeugdige die al langer dan twee jaar bij eenzelfde pleegouder verblijft en voorzien wordt dat van terugkeer naar het gezin van herkomst geen sprake kan zijn; b. een aanspraak op een vorm van zorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder b, van de wet in verband met een aandoening die maakt dat een jeugdige langer dan twee jaar is aangewezen op eenzelfde vorm van zorg en voorzien wordt dat de jeugdige op deze vorm van zorg aangewezen blijft. -**2.** De in het eerste lid bedoelde termijn is met betrekking tot rechtmatig in Nederland verblijvende minderjarige vreemdelingen wier verblijf tijdelijk is als bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, aanhef en onder i, van het Vreemdelingenbesluit 2000, ten hoogste een half jaar. +**2.** De in het eerste lid bedoelde termijn is met betrekking tot rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen wier verblijf tijdelijk is als bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, aanhef en onder q, van het Vreemdelingenbesluit 2000, ten hoogste een half jaar. **3.** De in het eerste lid bedoelde termijn is met betrekking tot vreemdelingen, bedoeld in artikel 7, in overeenstemming met de verwachte duur van het verblijf in Nederland, en ten hoogste een half jaar. -## Hoofdstuk 8a. De kwaliteit van de zorgaanbieder - -### Artikel 23a - -**1.** Indien toepassing is gegeven aan artikel 68a, eerste lid, worden de taken waarmee de zorgaanbieder bij of krachtens de wet is belast, verricht door of onder verantwoordelijkheid van een geregistreerde jeugdprofessional. De zorgaanbieder houdt bij de toedeling van taken rekening met de specifieke kennis en vaardigheden op basis waarvan de geregistreerde jeugdprofessional is ingeschreven in het kwaliteitsregister jeugd. - -**2.** In afwijking van het eerste lid kan de zorgaanbieder anderen dan geregistreerde jeugdprofessionals met de uitvoering van taken belasten indien hij aannemelijk kan maken dat de kwaliteit van de zorgverlening daardoor niet nadelig wordt beïnvloed. De zorgaanbieder belast anderen met die taken indien dit noodzakelijk is voor de kwaliteit van de zorgverlening. - -**3.** De zorgaanbieder draagt er zorg voor dat geregistreerde jeugdprofessionals hun taken kunnen verrichten met inachtneming van de professionele standaarden waaraan zij door de inschrijving in het kwaliteitsregister jeugd zijn gebonden. - -**4.** Dit artikel is niet van toepassing op zorgaanbieders als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet. - -## Hoofdstuk 8b. Burgerservicenummer - -### Paragraaf 1. De autorisatielijst - ### Artikel 24 -Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald welke gegevens en bescheiden worden verstrekt bij de aanvraag om te worden opgenomen in de autorisatielijst. - -### Artikel 24a - -**1.** Onze Minister stelt, aan de hand van bij of krachtens de wet gestelde vereisten voor de hoedanigheid van de zorgaanbieder, vast of de aanvraag, bedoeld in artikel 24, is gedaan door een zorgaanbieder. - -**2.** De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien deze niet is gedaan door een zorgaanbieder. - -### Artikel 24b - -**1.** - -In de autorisatielijst wordt per inschrijving opgenomen: - -a. indien de geautoriseerde een natuurlijke persoon is: - -1°. geslachtsnaam; -2°. voornamen; -3°. geboortedatum; -4°. geboorteplaats; -5°. titel in de zin van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg; -b. indien de geautoriseerde een rechtspersoon is: de naam. - -**2.** - -In de autorisatielijst wordt voorts per inschrijving opgenomen: - -a. aard van de gegevens en bescheiden aan de hand waarvan is vastgesteld dat de geautoriseerde een zorgaanbieder is; -b. datum van opname in de autorisatielijst; -c. adres van vestiging; -d. gegevens met betrekking tot verstrekte en ingetrokken toegangsmiddelen. - -**3.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld over de opname en verwerking van gegevens in de autorisatielijst. - -### Artikel 24c - -De geautoriseerde stelt Onze Minister onmiddellijk op de hoogte van een wijziging van de in de autorisatielijst opgenomen gegevens en van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor het schorsen of doorhalen van de opname. - -### Artikel 24d - -**1.** - -Verwijdering van de autorisatielijst vindt slechts plaats: - -a. op verzoek van de geautoriseerde, of -b. indien de geautoriseerde geen zorgaanbieder meer is. - -**2.** Zolang de inschrijving van een zorgaanbieder in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, is geschorst, is zijn opname in de autorisatielijst van jeugdzorgaanbieders geschorst. - -### Artikel 24e - -**1.** - -Onze Minister deelt aan een ieder die daarom verzoekt mede of: - -a. een zorgaanbieder is opgenomen op de autorisatielijst; -b. een aan een geautoriseerde verstrekt toegangsmiddel geldig is. - -**2.** Indien het verzoek wordt gedaan door de voorzieningen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c en d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, wordt de mededeling, bedoeld in het eerste lid, onmiddellijk gedaan. - -### Paragraaf 2. SBV-Z en toegangsmiddelen - -### Artikel 24f - -Zorgaanbieders kunnen uitsluitend gebruik maken van de voorzieningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c en d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer uitsluitend door tussenkomst van de SBV-Z. - -### Artikel 24g - -Onze Minister kan op aanvraag middelen verschaffen waarmee de geautoriseerde toegang kan verkrijgen tot de SBV-Z. De artikelen 18 tot en met 25 en 33 van het Besluit gebruik burgerservicenummer in de zorg zijn van overeenkomstige toepassing op de aanvraag, het overleggen van gegevens en bescheiden, de verstrekking, de vergoeding, het gebruik, de intrekking, geldigheidsduur en eigendom van toegangsmiddelen, met dien verstande dat daarbij onder «geregistreerde» verstaan wordt: geautoriseerde. +De in het indicatiebesluit te noemen termijn waarbinnen een aanspraak tot gelding moet worden gebracht, bedraagt ten hoogste dertien weken. ## Hoofdstuk 9. Kwaliteit en werkwijze bureaus jeugdzorg @@ -454,7 +259,7 @@ De stichting stuurt, onverminderd artikel 51 van de wet, aan de huisarts van de **1.** -Onverminderd het derde, vierde en vijfde lid, beschikt de stichting ten behoeve van een verantwoorde uitvoering van de aan haar bij de wet opgedragen taken over deskundigheid met betrekking tot: +Ten behoeve van een verantwoorde uitvoering door de stichting van de aan haar bij de wet opgedragen taken, beschikt de stichting over deskundigheid met betrekking tot: a. de beoordeling en aanpak van psychosociale, psychische of gedragsproblemen, dan wel een psychiatrische aandoening van jeugdigen; b. de beoordeling en aanpak van opvoedingssituaties die het onbedreigd opgroeien van jeugdigen kunnen belemmeren; @@ -467,13 +272,7 @@ h. de juridische aspecten van de haar opgedragen taken. **2.** De stichting heeft kennis van het aanbod van zorg. -**3.** Indien toepassing is gegeven aan artikel 68a, eerste lid, worden de taken waarmee de stichting bij de wet is belast, verricht door of onder verantwoordelijkheid van een geregistreerde jeugdprofessional. De stichting houdt bij de toedeling van taken rekening met de specifieke kennis en vaardigheden op basis waarvan de geregistreerde jeugdprofessional is ingeschreven in het kwaliteitsregister jeugd. - -**4.** In afwijking van het derde lid, kan de stichting anderen dan geregistreerde jeugdprofessionals met de uitvoering van taken belasten indien zij aannemelijk kan maken dat de kwaliteit van de taakuitoefening daardoor niet nadelig wordt beïnvloed. Zij belast anderen met die taken indien dit noodzakelijk is voor de kwaliteit van de uitvoering van haar taken. - -**5.** De stichting draagt er zorg voor dat geregistreerde jeugdprofessionals hun taken kunnen verrichten met inachtneming van de professionele standaarden waaraan zij door de inschrijving in het kwaliteitsregister jeugd zijn gebonden. - -**6.** Bij regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld over de opleidings- of deskundigheidseisen van medewerkers van de stichting, van beroepskrachten werkzaam bij de stichting alsmede van de deskundigen, bedoeld in artikel 35. +**3.** Bij regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld over de opleidings- of deskundigheidseisen van medewerkers van de stichting, van beroepskrachten werkzaam bij de stichting alsmede van de deskundigen, bedoeld in artikel 35. ### Paragraaf 3. De taak bezien of een cliënt zorg nodig heeft @@ -503,7 +302,7 @@ Bij regeling van Onze Ministers kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de w ### Artikel 35 -In afwijking van artikel 29, derde lid, kan de stichting, alvorens het indicatiebesluit te nemen, een ontwerp daarvan ter advisering aan een gekwalificeerde gedragswetenschapper voorleggen. +De stichting neemt geen indicatiebesluit dan nadat een ontwerp daarvan ter beoordeling is voorgelegd aan een gekwalificeerde gedragswetenschapper. ### Artikel 36 @@ -517,15 +316,15 @@ In afwijking van artikel 29, derde lid, kan de stichting, alvorens het indicatie ### Artikel 37 -Indien de stichting ten aanzien van een jeugdige meer dan één van de jeugdbeschermings- en reclasseringstaken uitoefent, bevat het plan, bedoeld in artikel 13, derde lid, van de wet, een beschrijving van de wijze waarop de uitvoering van de verschillende taken op elkaar worden afgestemd. +Indien de stichting ten aanzien van een jeugdige meer dan één taak als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, b, c en d, van de wet uitoefent, bevat het plan, bedoeld in artikel 13, derde lid, van de wet, een beschrijving van de wijze waarop de uitvoering van de verschillende taken op elkaar worden afgestemd. ### Artikel 38 -Onverminderd artikel 10, eerste lid, onder i, van de wet stelt de stichting bij beëindiging van de jeugdbeschermings- en reclasseringstaken ten aanzien van de jeugdige een rapport op waarin beschreven wordt op welke wijze zij haar taak heeft verricht. In het rapport wordt aangegeven of de jeugdige naar het oordeel van de stichting, behoefte heeft aan nazorg en op welke wijze hierin kan worden voorzien. +Onverminderd artikel 10, eerste lid, onder i, van de wet stelt de stichting bij beëindiging van de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, b, c en d, van de wet ten aanzien van de jeugdige een rapport op waarin beschreven wordt op welke wijze zij haar taak heeft verricht. In het rapport wordt aangegeven of de jeugdige naar het oordeel van de stichting, behoefte heeft aan nazorg en op welke wijze hierin kan worden voorzien. ### Artikel 39 -Bij regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld over het verrichten of doen verrichten van een gedragsdeskundig of psychiatrisch diagnostisch onderzoek ter voorbereiding van een besluit in het kader van de uitvoering van de jeugdbeschermings- en reclasseringstaken, dat een rechterlijke beslissing vereist. +Bij regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld over het verrichten of doen verrichten van een gedragsdeskundig of psychiatrisch diagnostisch onderzoek ter voorbereiding van een besluit in het kader van de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, b, c en d, van de wet, dat een rechterlijke beslissing vereist. ### Paragraaf 5. Het uitoefenen van de voogdij @@ -734,34 +533,6 @@ a. een persoon die in een beroepsmatige, hulpverlenende of pedagogische relatie 3°. leidt of kan leiden tot een verstoring van de vertrouwensrelatie met het gezin waartoe de minderjarige behoort; b. het andere personen betreft dan die bedoeld onder a, behoudens voor zover zij daarvoor toestemming hebben gegeven. -## Hoofdstuk 9A. Klachtrecht gesloten jeugdzorg - -### Artikel 55a - -In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: - -a. *klachtencommissie:* klachtencommissie, bedoeld in artikel 68 van de wet, voor zover deze klachten behandelt over een beslissing als bedoeld in artikel 29w, eerste lid, van de wet of over de toepassing van artikel 29t van de wet; -b. *klacht:* klacht als bedoeld in artikel 29w, eerste lid, van de wet. -c. *klager:* degene die een klacht als bedoeld in artikel 29w, eerste lid van de wet, indient. - -### Artikel 55b - -Indien de klager daarom verzoekt, wordt de klacht ter kennis gebracht van één lid van de klachtencommissie teneinde terzake te bemiddelen. - -### Artikel 55c - -**1.** De klager kan zich doen bijstaan door een vertrouwenspersoon. - -**2.** Indien de klager de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, draagt de voorzitter van de klachtencommissie zorg voor de bijstand van een tolk. - -### Artikel 55d - -Van de klachtencommissie maken in ieder geval deel uit: - -a. een jurist, -b. een gekwalificeerde gedragswetenschapper of, indien toepassing is gegeven aan artikel 68a, eerste lid, een gedragswetenschapper die is opgenomen in het kwaliteitsregister jeugd, alsmede -c. een arts, indien het een klacht betreft tegen een geneeskundige behandelingsmethode als bedoeld in artikel 29p, derde lid, van de wet, niet zijnde een behandeling van een stoornis van de geestvermogens of een psychiater, indien het een klacht betreft tegen een geneeskundige behandelingsmethode als bedoeld in artikel 29p, derde lid, van de wet indien het gaat om een behandeling van een stoornis van de geestvermogens. - ## Hoofdstuk 10. Samenwerking stichting en de raad voor de kinderbescherming ### Artikel 56 @@ -825,18 +596,7 @@ b. de wijze van samenwerking in het kader van de taak, bedoeld in artikel 77hh v ### Artikel 61 -**1.** Op een door Onze Minister van Veiligheid en Justitie aanvaarde rechtspersoon, bedoeld in de artikelen 254, tweede lid, en 302, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek zijn de artikelen 26, 27, 29, eerste lid, onder b en h, en 38 tot en met 45 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de wijze van uitvoering van de taken door de rechtspersoon past bij de aard van het verblijf van de minderjarige en zijn verwachte verblijfsduur. - -**2.** - -De rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, die de voogdij uitoefent over een minderjarige zorgt dat die minderjarige wordt ondergebracht: - -a. bij meerderjarige familieleden; -b. in een pleeggezin; -c. in speciale centra voor minderjarigen, of -d. in andere voor minderjarige geschikte tehuizen. - -Voorzover mogelijk is de verblijfplaats van de minderjarige dezelfde als die van zijn broers of zussen. Veranderingen in de verblijfplaats van de minderjarige worden tot het strikt noodzakelijke minimum beperkt. +Op een door Onze Minister van Justitie aanvaarde rechtspersoon, bedoeld in de artikelen 254, tweede lid, en 302, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek zijn de artikelen 26, 27 en 38 tot en met 45 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de wijze van uitvoering van de taken door de rechtspersoon past bij de aard van het verblijf van de minderjarige en zijn verwachte verblijfsduur. ## Hoofdstuk 12. De taken en bevoegdheden van de vertrouwenspersoon en de verplichtingen van stichtingen en zorgaanbieders @@ -846,7 +606,7 @@ Voor de toepassing van dit hoofdstuk is onder stichting mede begrepen een rechts ### Artikel 63 -Het verlenen door de vertrouwenspersoon van ondersteuning in aangelegenheden samenhangend met de door de stichting uitgeoefende taken onderscheidenlijk aangelegenheden samenhangend met de door de zorgaanbieder geboden jeugdzorg, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet, is met name gericht op de uitoefening door de cliënt van zijn rechten. +Het verlenen door de vertrouwenspersoon van ondersteuning in aangelegenheden samenhangend met de door de stichting uitgeoefende taken onderscheidenlijk aangelegenheden samenhangend met de door de zorgaanbieder geboden jeugdzorg, bedoeld in artikel 1, onder w, van de wet, is met name gericht op de uitoefening door de cliënt van zijn rechten. ### Artikel 64 @@ -868,150 +628,6 @@ Aan de vertrouwenspersoon worden door de stichting of de zorgaanbieder de facili De vertrouwenspersoon die ondersteuning verleent aan een cliënt, onthoudt zich van ondersteuning van anderen indien zulks een onafhankelijke taakuitoefening jegens die cliënt in gevaar kan brengen. -## Hoofdstuk 12a. Voorwaarden voor erkenning als kwaliteitsregister jeugd - -### Paragraaf 1. De erkenning - -### Artikel 68a - -**1.** Onze Ministers kunnen op aanvraag van de beheerder van een beroepsregister voor jeugdzorg dat register als enig kwaliteitsregister jeugd erkennen. - -**2.** De beheerder van het kwaliteitsregister jeugd heeft de rechtsvorm, bedoeld in artikel 285, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. - -### Artikel 68b - -De erkenning, bedoeld in artikel 68a, eerste lid, vindt slechts plaats indien het beroepsregister voor jeugdzorg onderscheidenlijk de beheerder van die stichting voldoen aan de in de artikelen 68d tot en met 68l gestelde voorwaarden. - -### Artikel 68c - -**1.** - -Een erkenning als bedoeld in artikel 68a, eerste lid, kan door Onze Ministers worden ingetrokken: - -a. indien de registerstichting niet of niet langer voldoet aan de bij dit besluit gestelde eisen; -b. indien de registerstichting handelt in strijd met de in dit hoofdstuk neergelegde erkenningsvoorwaarden; -c. indien de registerstichting niet naar behoren functioneert; -d. op verzoek van de registerstichting. - -**2.** Onze Ministers kunnen in het belang van de jeugdzorg een termijn vaststellen waarop de intrekking zal plaatsvinden. - -### Paragraaf 2. Het bestuur en de organen van de registerstichting - -### Artikel 68d - -**1.** De leden van het bestuur van de registerstichting worden benoemd op voordracht van beroepsverenigingen waarbij beroepsbeoefenaren zijn aangesloten die van relevant belang zijn voor de beroepsuitoefening binnen de jeugdzorg. - -**2.** De statuten van de registerstichting regelen de mogelijkheid tot aanwijzing van andere beroepsverenigingen van relevant belang voor de beroepsuitoefening binnen de jeugdzorg, die gerechtigd zijn tot een voordracht van leden van het bestuur. - -### Artikel 68e - -De statuten van de registerstichting regelen op afdoende wijze dat de leden van het bestuur, dan wel leden van andere organen van de registerstichting geen functies vervullen die onverenigbaar, strijdig zijn of strijdig kunnen zijn met de belangen of doelstellingen van de registerstichting. - -### Artikel 68f - -**1.** De statuten van de registerstichting voorzien in een raad van advies, bestaande uit leden die in ieder geval organisaties van werkgevers en cliënten vertegenwoordigen. - -**2.** - -De raad van advies heeft in ieder geval het recht advies uit te brengen over: - -a. de voorwaarden voor registratie en herregistratie; -b. een aanwijzing als bedoeld in artikel 68d, tweede lid; -c. de samenstelling van de raad van advies. - -**3.** De statuten voorzien erin dat van een door de raad van advies uitgebracht advies slechts schriftelijk en gemotiveerd kan worden afgeweken nadat over het advies een op overeenstemming gericht overleg heeft plaatsgevonden. - -### Paragraaf 3. De registratievoorwaarden - -### Artikel 68g - -De registerstichting: - -a. regelt dat het kwaliteitsregister jeugd slechts toegankelijk is voor beroepsbeoefenaren die behoren tot bij een van de voordragende beroepsverenigingen aangesloten categorieën van beroepsbeoefenaren; -b. hanteert niet het vereiste van lidmaatschap van een beroepsvereniging voor opname in het kwaliteitsregister jeugd. - -### Artikel 68h - -De registerstichting stelt het register open voor de inschrijving van beroepsbeoefenaren die minimaal op het niveau van een hogere beroepsopleiding scholing hebben afgerond die is gericht op het vervullen van een beroep in de jeugdzorg. - -### Artikel 68i - -**1.** - -De registerstichting regelt dat: - -a. registratie en herregistratie op zorgvuldige wijze plaatsvinden; -b. de registratie een geldigheid heeft van een door de registerstichting vast te stellen, bepaalde duur; -c. herregistratie plaatsvindt op voorwaarde dat de betrokkene in de periode, bedoeld onder b, heeft voldaan aan door de registerstichting te stellen eisen van werkervaring en van na- en bijscholing. - -**2.** De registerstichting regelt voorts dat voorafgaand aan de wijziging van de eisen van registratie aan een beroepsbeoefenaar overleg wordt gevoerd met de beroepsverenigingen, bedoeld in artikel 68d, eerste lid. - -### Paragraaf 4. De binding aan en handhaving van professionele standaarden - -### Artikel 68j - -**1.** De registerstichting waarborgt dat de in het kwaliteitsregister jeugd opgenomen beroepsbeoefenaren dienen te handelen volgens voor hen geldende professionele standaarden. - -**2.** De statuten van de registerstichting voorzien in de binding van de geregistreerde beroepsbeoefenaren aan een adequaat systeem van normhandhaving op grond waarvan passende maatregelen kunnen worden genomen tegen beroepsbeoefenaren die niet voldoen aan professionele standaarden, bedoeld in het eerste lid. - -### Paragraaf 5. De registratiekosten - -### Artikel 68k - -De door de registerstichting in rekening te brengen kosten voor de registratie worden zodanig vastgesteld dat de baten niet uitgaan boven de kosten die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de registerstichting. - -### Paragraaf 6. De openbaarheid - -### Artikel 68l - -De registerstichting regelt dat het register voor een ieder kosteloos raadpleegbaar is. Zij regelt voorts dat maatregelen als bedoeld in artikel 68j, tweede lid, gedurende een door haar vast te stellen periode voor het publiek kenbaar zijn. Zij houdt daarbij rekening met de aard van de maatregelen, de verwijtbaarheid van het handelen en met het belang van degenen die daarvan kennis kunnen nemen. - -### Paragraaf 7. Overige bepalingen - -### Artikel 68m - -Na de beëindiging van de erkenning verleent de registerstichting alle medewerking die noodzakelijk is voor de overdracht van taken aan een andere, door Onze Ministers aan te wijzen organisatie. - -### Artikel 68n - -**1.** De registerstichting verstrekt aan Onze Ministers kosteloos op verzoek alle in haar bezit zijnde, op de op het functioneren van de registerstichting of het kwaliteitsregister jeugd betrekking hebbende informatie die redelijkerwijs noodzakelijk is om te beoordelen of de registerstichting of het kwaliteitsregister jeugd voldoet aan de bij dit besluit gestelde eisen, dan wel de informatie die redelijkerwijs noodzakelijk is om ten minste inzicht te krijgen in de aantallen registraties, de aard van de registraties en de ontwikkelingen rond het systeem van normhandhaving, bedoeld in artikel 68j, tweede lid. - -**2.** De registerstichting meldt voorgenomen wijzingen van haar statuten aan Onze Ministers. - -### Artikel 68o - -**1.** De registerstichting stelt jaarlijks een verslag op met betrekking tot de uitvoering van de met dit besluit samenhangende werkzaamheden. - -**2.** - -Het jaarverslag bevat in ieder geval een beschrijving van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, en geven inzicht in: - -a. de voorbereiding en uitvoering van de werkzaamheden; -b. de kwaliteit van de daarbij gevolgde procedures; -c. de behandeling van personen en instellingen die met de registerstichting in aanraking komen; en -d. de werkzaamheden, samenhangend met 68j, tweede lid. - -**3.** Het jaarverslag geeft tevens cijfermatig inzicht in de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder a, c en d. - -**4.** De registerstichting zendt het jaarverslag voor 1 april aan Onze Ministers en de beroepsverenigingen, bedoeld in artikel 68d, eerste lid. - -**5.** - -Het jaarverslag gaat vergezeld van een verklaring van een accountant die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties. In de verklaring: - -a. wordt mededeling gedaan omtrent de getrouwheid van het jaarverslag; en -b. wordt er blijk van gegeven dat de accountant heeft onderzocht of de registerstichting, onderscheidenlijk het kwaliteitsregister, heeft voldaan aan de bij dit besluit gestelde verplichtingen en wat daarvan de bevindingen zijn. - -### Artikel 68p - -Van de erkenning, bedoeld in artikel 68a, eerste lid, en de intrekking van de erkenning, bedoeld in artikel 68c, eerste lid, wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. - -## Hoofdstuk 12b. Het indienen van een tuchtklacht door de Inspectie jeugdzorg - -### Artikel 68q - -De bevoegdheid van de Inspectie jeugdzorg, bedoeld in artikel 47, tiende lid, van de wet, is beperkt tot het kwaliteitsregister jeugd. - ## Hoofdstuk 13. Bijdragen in de kosten van jeugdzorg ### Artikel 69 @@ -1024,28 +640,15 @@ De hoogte van de ouderbijdrage in de kosten van verblijf is: a. indien het verblijf gedurende het etmaal betreft: -1°. van een jeugdige van 0 tot en met 5 jaar: € 63,78 per 1 januari 2014: € 74,93 per maand; -2°. van een jeugdige van 6 tot en met 11 jaar: € 87,70 per 1 januari 2014: € 103,03 per maand; -3°. van een jeugdige van 12 tot en met 20 jaar: € 111,61 per 1 januari 2014: € 131,12 per maand; +1°. van een jeugdige van 0 tot en met 5 jaar: € 63,78 per maand; +2°. van een jeugdige van 6 tot en met 11 jaar: € 87,70 per maand; +3°. van een jeugdige van 12 tot en met 20 jaar: € 111,61 per maand; b. indien het verblijf gedurende een deel van een etmaal betreft: de helft van het voor de jeugdige ingevolge in het eerste lid geldende bedrag per maand. ### Artikel 71 Bij ministeriële regeling worden de bedragen, genoemd in artikel 70, onder a, jaarlijks met ingang van 1 januari opnieuw vastgesteld aan de hand van de consumentenprijsindex. -### Artikel 71a - -Het bedrag per maand, bedoeld in artikel 71, eerste lid, onder e, van de wet, wordt vastgesteld op € 226,89. - -### Artikel 71b - -Het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen kan de verschuldigde ouderbijdrage slechts buiten invordering stellen indien het betreft een bijdrageplichtige die: - -a. algemene bijstand ontvangt op grond van artikel 20, eerste lid, of artikel 23, eerste lid, onder a, van de Wet werk en bijstand; -b. een verstrekking ontvangt als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 en geen ander inkomen heeft; -c. zak- en kleedgeld ontvangt op grond van artikel 41 van het Reglement verpleging ter beschikking gestelden of; -d. rechtens zijn vrijheid is ontnomen en de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt in een penitentiaire inrichting, in een inrichting voor de verpleging van ter beschikking gestelden, in een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen of in een psychiatrisch ziekenhuis als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen en geen inkomen heeft. - ### Artikel 72 **1.** De hoogte van de eigen bijdrage in de kosten van verblijf gedurende het etmaal van een jeugdige die over een inkomen beschikt of die recht kan doen gelden op een inkomen, wordt vastgesteld op een bedrag gelijk aan het netto-maandinkomen, verminderd met eenvierde van het minimumloon dat geldt voor een vijftienjarige of indien de jeugdige zestien jaar of ouder is, het voor die leeftijd geldende minimumloon. @@ -1057,7 +660,7 @@ d. rechtens zijn vrijheid is ontnomen en de tenuitvoerlegging van de vrijheidsst Indien het inkomen, bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een uitkering ingevolge de Wet studiefinanciering 2000, wordt de bijdrage verminderd met: a. het deel van de uitkering dat volgens de normen van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen bedoeld is voor boeken, leermiddelen of onderwijsbijdrage, en -b. de te betalen premie voor een door of ten behoeve van de jeugdige gesloten zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet. +b. de te betalen premie voor een ten behoeve van de jeugdige gesloten verzekering tegen ziektekosten tot ten hoogste € 45,38 per maand, tenzij de jeugdige (mede)verzekerd kan zijn op grond van de Ziekenfondswet of ter zake van ziektekosten verzekerd is door zijn wettelijke vertegenwoordigers. **4.** De eigen bijdrage is niet hoger dan de kosten van het verblijf. @@ -1067,111 +670,6 @@ b. de te betalen premie voor een door of ten behoeve van de jeugdige gesloten zo **2.** Indien de bijdrage over een gedeelte van een maand is verschuldigd, bedraagt zij het voor een maand geldende bedrag, gedeeld door dertig en vermenigvuldigd met het aantal dagen dat het verblijf heeft geduurd. -## Hoofdstuk 13a. De uitkeringen - -### Paragraaf 1. Algemene bepalingen - -### Artikel 73a - -In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: - -1. uitkering bureau jeugdzorg: de uitkering, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onder a, van de wet; -2. uitkering zorgaanbod: de uitkering, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onder b, van de wet. - -### Paragraaf 2. De wijze waarop het bedrag van de uitkeringen wordt bepaald - -### Artikel 73b - -**1.** - -De uitkering bureau jeugdzorg bestaat uit de som van de volgende bedragen: - -a. een bedrag voor de uitvoering van de jeugdbeschermings- en reclasseringstaken, op basis van het aantal minderjarigen voor wie de stichting deze taken heeft uitgevoerd in het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de uitkering wordt verstrekt en de daartoe vastgestelde normbedragen, en -b. een bedrag voor de uitvoering van de overige wettelijke taken, dat overeenkomt met het verschil tussen het bedrag dat de provinciebesturen ontvingen in het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de uitkering wordt verstrekt en het bedrag bedoeld in artikel 73e, vermeerderd met een door Onze Ministers vast te stellen bedrag, dat is gerelateerd aan de uitvoering door de stichting van de taak, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder b, van de wet, en de uitvoering door de stichting van de taak, bedoeld in artikel 5 van de wet. - -**2.** De normbedragen, bedoeld in het eerste lid, onder a, worden per onderscheiden taak vastgesteld bij regeling van Onze Ministers. - -### Artikel 73c - -**1.** - -Onze Ministers stellen het bedrag voor de uitvoering van de jeugdbeschermings- en reclasseringstaken, als volgt vast: - -a. de voorlopige vaststelling door vermenigvuldiging van het aantal minderjarigen voor wie de stichting in het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de uitkering wordt verstrekt, de jeugdbeschermings- en reclasseringstaken heeft uitgevoerd, met de vastgestelde normbedragen, en -b. de definitieve vaststelling door vermenigvuldiging van het aantal minderjarigen voor wie de stichting in het eerste jaar, voorafgaand aan het jaar waarvoor de uitkering wordt verstrekt, de jeugdbeschermings- en reclasseringstaken heeft uitgevoerd, met de vastgestelde normbedragen. - -**2.** Het aantal minderjarigen, bedoeld in het eerste lid, is het gemiddelde van het aantal minderjarigen op de eerste dag van elke kalendermaand met uitsluiting van het aantal minderjarigen voor wie een persoon in dienst van een landelijke instelling als bedoeld in artikel 104, eerste lid, van de wet, de taak uitoefent, met uitzondering van de taken als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder c en d, van de wet, waarvoor de regeling waarbij het normbedrag of de normbedragen worden vastgesteld anders bepaalt. - -### Artikel 73d - -**1.** De uitkering bureau jeugdzorg, kan, in afwijking van de artikelen 73b en 73c, voor zover in de begroting de benodigde gelden ter beschikking zijn gesteld, worden verhoogd, indien aannemelijk is dat de uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 73b, onvoldoende is om te voorzien in de behoefte aan de uitvoering van de wettelijke taken van het bureau jeugdzorg en de andere activiteiten, genoemd in artikel 37, eerste lid, onder a, van de wet. - -**2.** De uitkering bureau jeugdzorg kan, in afwijking van de artikelen 73b en 73c, worden verminderd, indien aannemelijk is dat de behoefte aan subsidie voor door de stichting te leveren activiteiten, in het jaar waarop de uitkering betrekking heeft, substantieel lager zal zijn dan die in het tweede jaar voorafgaand aan dat jaar. - -**3.** Onze Ministers kunnen bij ministeriële regeling factoren aanwijzen die in aanmerking worden genomen bij de vaststelling van de behoefte en regels stellen omtrent de mate waarin de factoren, de vaststelling van de behoefte beïnvloeden. - -**4.** Het overeenkomstig artikel 73b, eerste lid, onder b, berekende bedrag van de uitkering bureau jeugdzorg voor het jaar 2013 wordt verminderd met 2,65%. - -### Artikel 73e - -**1.** De uitkering zorgaanbod bestaat, onverminderd artikel 104, tweede lid, van de wet, uit het bedrag dat het provinciebestuur in het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de uitkering wordt verstrekt ontving voor jeugdzorg waarop aanspraak bestaat ingevolge de wet, voor de vertrouwenspersoon voor de cliënten van zorgaanbieders, voor experimenten, voor de steunfunctie met betrekking tot die jeugdzorg, voor cliëntenorganisaties en voor het verwerken van gegevens, bedoeld in de artikelen 43 en 44, eerste lid, van de wet. - -**2.** De uitkering zorgaanbod wordt verhoogd met een bedrag uit de in de begroting beschikbaar gestelde gelden voor extra aanbod, volgens bij circulaire van Onze Ministers vast te stellen regels over de verdeling van dit bedrag aan de hand van het aantal jeugdigen in de provincie, het aantal allochtone jeugdigen en het aantal jeugdigen dat behoort tot een eenoudergezin. - -**3.** De uitkering zorgaanbod kan, in afwijking van het eerste lid, en onverminderd het tweede lid, voor zover in de begroting de benodigde gelden ter beschikking zijn gesteld, worden verhoogd, indien aannemelijk is dat de uitkering, vastgesteld overeenkomstig het eerste en tweede lid, onvoldoende is om te voorzien in de behoefte aan jeugdzorg waarop aanspraak bestaat ingevolge de wet. - -**4.** De uitkering zorgaanbod kan, in afwijking van het eerste lid, worden verminderd, indien aannemelijk is dat de behoefte aan subsidie voor door zorgaanbieders te leveren activiteiten in het jaar waarop de uitkering betrekking heeft, substantieel lager zal zijn dan die in het tweede jaar voorafgaand aan dat jaar. - -**5.** Artikel 73d, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. - -**6.** Het overeenkomstig het eerste lid berekende bedrag van de uitkering zorgaanbod voor het jaar 2013 wordt verminderd met 2,65%. - -### Artikel 73f - -**1.** Een uitkering als bedoeld in artikel 73b en artikel 73d wordt verminderd, indien de omvang van de egalisatiereserve, bedoeld in artikel 73k, zodanig is dat van het provinciebestuur redelijkerwijs mag worden verwacht dat zij te verlenen subsidies ten laste brengt van die reserve. - -**2.** De uitkeringen, bedoeld in de artikelen 73b en 73d, kunnen worden bijgesteld in verband met de ontwikkeling van het prijspeil of de ontwikkeling in de kosten van arbeidsvoorwaarden. Met het oog hierop bepalen Onze Ministers per activiteit welk deel van de uitkeringen, dan wel welk deel van de desbetreffende normbedragen waaruit de uitkering is opgebouwd, in aanmerking zal worden genomen in verband met de ontwikkeling van het prijspeil en welk deel in verband met de ontwikkeling van de kosten van de arbeidsvoorwaarden en welk deel ongevoelig is voor ontwikkeling van beide. - -### Paragraaf 3. De aanvraag van de uitkering - -### Artikel 73g - -**1.** Een aanvraag van de uitkering bureau jeugdzorg en van de uitkering zorgaanbod voor het eerstvolgende jaar wordt gedaan door de toezending van het ontwerp van het uitvoeringsprogramma, bedoeld in artikel 32, eerste lid, tweede volzin, van de wet. - -**2.** Bij regeling van Onze Ministers kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de bij de aanvraag te voegen gegevens en de wijze waarop deze worden verstrekt. - -### Artikel 73h - -Gedeputeerde staten verstrekken ter verantwoording de informatie, bedoeld in artikel 32, tweede lid, onder a, van de wet, op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet. - -### Paragraaf 4. De vaststelling en de betaling van de uitkering - -### Artikel 73i - -**1.** Onze Ministers stellen de uitkering bureau jeugdzorg, bedoeld in artikel 73b, eerste lid, voorlopig vast uiterlijk dertien weken na ontvangst van de aanvraag. De definitieve vaststelling van de uitkering vindt plaats uiterlijk dertien weken nadat het provinciebestuur de gegevens, bedoeld in artikel 73c, tweede lid, heeft overgelegd. Het provinciebestuur overlegt de gegevens uiterlijk vóór 1 juni van het uitvoeringsjaar. - -**2.** Onze Ministers stellen de uitkering zorgaanbod, bedoeld in artikel 73e, vast binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag. - -**3.** De uitkeringen worden betaald in termijnen, volgens bij regeling van Onze Ministers vast te stellen schema. - -### Paragraaf 5. Aan de uitkering verbonden verplichtingen - -### Artikel 73j - -De artikelen 4:49, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing. - -### Artikel 73k - -**1.** Het provinciebestuur vormt een egalisatiereserve jeugdzorg. - -**2.** Het verschil tussen de som van vastgestelde uitkeringen en de vastgestelde subsidies in het jaar waarop de uitkeringen betrekking hebben, komt ten gunste of ten laste van de egalisatiereserve. - -**3.** De van de egalisatiereserve genoten rente wordt aan de egalisatiereserve toegevoegd. - -**4.** In de gevallen, bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, onder c, d, en e, van de Algemene wet bestuursrecht, is het provinciebestuur terzake van de egalisatiereserve vergoedingsplichtig naar evenredigheid van de mate waarin de uitkering aan de egalisatiereserve heeft bijgedragen. - -**5.** De egalisatiereserve wordt uitsluitend besteed voor een van de doeleinden waarvoor de uitkeringen zijn verstrekt. - ## Hoofdstuk 14. Wijziging van andere besluiten ### Artikel 74 @@ -1192,19 +690,6 @@ Wijzigt het Reglement justitiële jeugdinrichtingen. Tot het tijdstip, bedoeld in artikel 104, eerste lid, van de wet, kan de stichting een medewerker van een instelling met een landelijk bereik, die op het moment van inwerkingtreding van de Wet op de jeugdzorg als voogdij-instelling op grond van artikel 60, eerste lid, onder a, van de Wet op de jeugdhulpverlening of als gezinsvoogdij-instelling op grond van artikel 60, eerste lid, onder b, van die wet aanvaard was, aanwijzen als voogdij- onderscheidenlijk gezinsvoogdij- of jeugdreclasseringswerker. -### Artikel 77a - -Gedurende een periode van een jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 23a, eerste tot en met derde lid, en 29, derde tot en met vijfde lid, zijn die bepalingen niet van toepassing op werktoedelingen waarvan de zorgaanbieder onderscheidenlijk de stichting, aannemelijk kan maken dat die toedeling plaatsvindt aan een beroepsbeoefenaar die reeds op dat tijdstip van inwerkingtreding binnen de betreffende organisatie werkzaam was. - -### Artikel 77b - -Gedurende een periode van vijf jaar en drie maanden na inwerkingtreding van artikel 68h kan in afwijking van dat artikel een beroepsbeoefenaar in het kwaliteitsregister jeugd zijn ingeschreven indien: - -a. die beroepsbeoefenaar op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 68h binnen de jeugdzorg werkzaam is in een functie waarvoor scholing is vereist op het niveau van een hogere beroepsopleiding; -b. de aan de registratie van de beroepsbeoefenaar ten grondslag liggende aanvraag is ingediend binnen drie maanden na inwerkingtreding van artikel 68h; -c. de beroepsbeoefenaar deelneemt aan een scholingstraject, dat erop gericht is uiterlijk bij de eerste herregistratie de scholing op het niveau van hoger beroepsonderwijs te voltooien; en -d. in het kader van de raadpleegbaarheid, bedoeld in artikel 68l, voor een ieder kenbaar is dat de inschrijving van de beroepsbeoefenaar valt onder de werking van dit artikel. - ### Artikel 78 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2005.