2015-01-01 | BWBR0004043 | Toeslagenwet
This commit is contained in:
parent
94a8b96d6e
commit
0b12bceb3c
1 changed files with 44 additions and 46 deletions
|
|
@ -21,12 +21,12 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
|
||||
b. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
c. Toeslagenfonds: het fonds, bedoeld in artikel 31;
|
||||
d. loondervingsuitkering: een uitkering krachtens de verplichte verzekering op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, alsmede een uitkering of inkomensvoorziening op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of de gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen en de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen;
|
||||
d. loondervingsuitkering: een uitkering krachtens de verplichte verzekering op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, alsmede een uitkering of inkomensvoorziening op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of de gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen en de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen;
|
||||
e. toeslag: een op een loondervingsuitkering of naast het recht op loon, bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel de bezoldiging of hetgeen daarmee overeenkomt, bedoeld in artikel 76a van de Ziektewet, te verlenen toeslag ingevolge deze wet;
|
||||
f. minimumloon:
|
||||
|
||||
1°. voor de persoon, bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Stb. 1968, 657), gedeeld door 21,75, en
|
||||
2°. voor de persoon, bedoeld in artikel 2, derde lid, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag in verbinding met artikel 8, derde lid, van die wet, gedeeld door 21,75;
|
||||
1°. voor de persoon, bedoeld in artikel 2, eerste lid, het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Stb. 1968, 657), gedeeld door 21,75, en
|
||||
2°. voor de persoon, bedoeld in artikel 2, tweede lid, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag in verbinding met artikel 8, derde lid, van die wet, gedeeld door 21,75;
|
||||
g. vervolgdagloon: het vervolgdagloon, bedoeld in artikel 21b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
|
||||
h. vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -63,7 +63,7 @@ d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huish
|
|||
|
||||
**8.** Onder bloedverwant in de eerste graad als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, wordt mede verstaan een meerderjarig aangehuwd kind of een meerderjarig voormalig pleegkind van de ongehuwde meerderjarige.
|
||||
|
||||
**9.** Onder voormalig pleegkind als bedoeld in het achtste lid wordt verstaan een pleegkind waarvoor de ongehuwde meerderjarige een pleegvergoeding ontving of ontvangt op grond van de Wet op de jeugdzorg of kinderbijslag ontving op grond van de Algemene Kinderbijslagwet.
|
||||
**9.** Onder voormalig pleegkind als bedoeld in het achtste lid wordt verstaan een pleegkind voor wie de ongehuwde meerderjarige een pleegvergoeding ontving of ontvangt op grond van de Wet op de jeugdzorg of de Jeugdwet, of kinderbijslag ontving op grond van de Algemene Kinderbijslagwet.
|
||||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
|
|
@ -80,35 +80,27 @@ Vervallen
|
|||
Recht op toeslag heeft een gehuwde, die:
|
||||
|
||||
a. recht heeft op loondervingsuitkering, en
|
||||
b. per dag een inkomen heeft dat lager is dan € 68,74.
|
||||
b. per dag een inkomen heeft dat lager is dan € 69,05.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Recht op toeslag heeft een ongehuwde, die:
|
||||
|
||||
a. recht heeft op loondervingsuitkering;
|
||||
b. een kind heeft jonger dan 18 jaar, dat niet als eigen kind, aangehuwd kind of pleegkind tot het huishouden van een ander behoort en voor wie aan hem op grond van artikel 18 van de Algemene Kinderbijslagwet kinderbijslag wordt betaald, zal worden betaald of zou worden betaald indien artikel 7, tweede lid, van die wet niet van toepassing zou zijn, en
|
||||
c. per dag een inkomen heeft dat lager is dan € 64,67.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Behoudens het vierde lid heeft voorts recht op toeslag een ongehuwde, die:
|
||||
Behoudens het derde lid heeft voorts recht op toeslag een ongehuwde, die:
|
||||
|
||||
a. recht heeft op loondervingsuitkering, en
|
||||
b. per dag een inkomen heeft dat lager is dan:
|
||||
|
||||
1°. indien hij 23 jaar of ouder is: € 51,81;
|
||||
2°. indien hij 22 jaar is: € 40,86;
|
||||
3°. indien hij 21 jaar is: € 34,43;
|
||||
1°. indien hij 23 jaar of ouder is: € 52,05;
|
||||
2°. indien hij 22 jaar is: € 40,90;
|
||||
3°. indien hij 21 jaar is: € 34,44;
|
||||
4°. indien hij 20 jaar is: € 28,81;
|
||||
5°. indien hij 19 jaar is: € 24,12;
|
||||
6°. indien hij 18 jaar is: € 20,57.
|
||||
5°. indien hij 19 jaar is: € 24,09;
|
||||
6°. indien hij 18 jaar is: € 20,88.
|
||||
|
||||
**4.** Geen recht op toeslag heeft de in het derde lid bedoelde ongehuwde, die de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt en behoort tot het huishouden van zijn ouders of pleegouders.
|
||||
**3.** Geen recht op toeslag heeft de in het tweede lid bedoelde ongehuwde, die de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt en behoort tot het huishouden van zijn ouders of pleegouders.
|
||||
|
||||
**5.** Zolang een gehuwde of ongehuwde geen recht heeft op een loondervingsuitkering omdat hem rechtens zijn vrijheid is ontnomen of omdat hij zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, heeft hij geen recht op toeslag.
|
||||
**4.** Zolang een gehuwde of ongehuwde geen recht heeft op een loondervingsuitkering omdat hem rechtens zijn vrijheid is ontnomen of omdat hij zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, heeft hij geen recht op toeslag.
|
||||
|
||||
**6.** Zolang een gehuwde of ongehuwde de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, heeft hij geen recht op toeslag.
|
||||
**5.** Zolang een gehuwde of ongehuwde de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, heeft hij geen recht op toeslag.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
|
|
@ -122,11 +114,11 @@ Geen recht op toeslag heeft de persoon die onbetaald verlof geniet als bedoeld i
|
|||
|
||||
**1.** Geen recht op toeslag heeft de persoon, bedoeld in artikel 2, gedurende de periode dat hij niet in Nederland woont.
|
||||
|
||||
**2.** De persoon, bedoeld in artikel 2, die op grond van het eerste lid geen recht heeft op toeslag, heeft vanaf de dag dat hij in Nederland woont recht op toeslag, indien hij aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2, eerste, tweede of derde lid, voldoet.
|
||||
**2.** De persoon, bedoeld in artikel 2, die op grond van het eerste lid geen recht heeft op toeslag, heeft vanaf de dag dat hij in Nederland woont recht op toeslag, indien hij aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, voldoet.
|
||||
|
||||
### Artikel 4b
|
||||
|
||||
Geen recht op toeslag heeft de persoon die inkomensondersteuning als bedoeld in artikel 2:43 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten ontvangt.
|
||||
Geen recht op toeslag heeft de persoon die inkomensondersteuning als bedoeld in artikel 2:43 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten ontvangt.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
|
|
@ -170,11 +162,9 @@ b. indien en voor zover het inkomen uit arbeid meer bedraagt dan het in onderdee
|
|||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** Voor de persoon, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is de toeslag gelijk aan het verschil tussen € 68,74 en het inkomen per dag.
|
||||
**1.** Voor de persoon, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is de toeslag gelijk aan het verschil tussen € 69,05 en het inkomen per dag.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de persoon, bedoeld in artikel 2, tweede lid, is de toeslag gelijk aan het verschil tussen € 64,67 en het inkomen per dag.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de persoon, bedoeld in artikel 2, derde lid, is de toeslag gelijk aan het verschil tussen het in artikel 2, derde lid, onderdeel b, bij de leeftijd van die persoon genoemd bedrag en het inkomen per dag.
|
||||
**2.** Voor de persoon, bedoeld in artikel 2, tweede lid, is de toeslag gelijk aan het verschil tussen het in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, bij de leeftijd van die persoon genoemd bedrag en het inkomen per dag.
|
||||
|
||||
### Artikel 8a
|
||||
|
||||
|
|
@ -183,8 +173,7 @@ b. indien en voor zover het inkomen uit arbeid meer bedraagt dan het in onderdee
|
|||
De toeslag bedraagt niet meer dan het verschil tussen het dagloon, vervolgdagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend, en de loondervingsuitkering, voor:
|
||||
|
||||
a. de persoon, bedoeld in artikel 2, eerste lid, indien het dagloon, vervolgdagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend, lager is dan het minimumloon;
|
||||
b. de persoon, bedoeld in artikel 2, tweede lid, indien het dagloon, vervolgdagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend, lager is dan 90% van het minimumloon;
|
||||
c. de persoon, bedoeld in artikel 2, derde lid, indien het dagloon, vervolgdagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend, lager is dan 70% van het minimumloon.
|
||||
b. de persoon, bedoeld in artikel 2, tweede lid, indien het dagloon, vervolgdagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend, lager is dan 70% van het minimumloon.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt de in het dagloon, vervolgdagloon of grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend, begrepen vakantiebijslag niet in aanmerking genomen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -194,9 +183,9 @@ c. de persoon, bedoeld in artikel 2, derde lid, indien het dagloon, vervolgdaglo
|
|||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** De in de artikelen 2 en 8 genoemde bedragen worden gewijzigd overeenkomstig de wijze en met ingang van de dag waarop de bedragen, genoemd in hoofdstuk 3 van de Wet werk en bijstand, worden gewijzigd. De gewijzigde bedragen treden voor de in de artikelen 2 en 8 genoemde bedragen in de plaats.
|
||||
**1.** De in de artikelen 2 en 8 genoemde bedragen worden gewijzigd overeenkomstig de wijze en met ingang van de dag waarop de bedragen, genoemd in hoofdstuk 3 van de Participatiewet, worden gewijzigd. De gewijzigde bedragen treden voor de in de artikelen 2 en 8 genoemde bedragen in de plaats.
|
||||
|
||||
**2.** Van de gewijzigde bedragen, bedoeld in het eerste lid, en de dag waarop de wijziging plaats vindt, wordt door Onze Minister mededeling gedaan in de Staatscourant.
|
||||
**2.** De gewijzigde bedragen, bedoeld in het eerste lid, en de dag waarop de wijzigingen ingaan, worden door of namens Onze Minister bekend gemaakt in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. De vakantie-uitkering
|
||||
|
||||
|
|
@ -255,16 +244,18 @@ Degene die aanspraak maakt op toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke verte
|
|||
|
||||
In aanvulling op artikel 12 kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen degene die aanspraak maakt op toeslag of zijn wettelijke vertegenwoordiger verzoeken aan te tonen dat:
|
||||
|
||||
a. degene die aanspraak maakt op toeslag een ongehuwde is als bedoeld in artikel 2, tweede of derde lid, onderdeel a en onderdeel b, onder 1°, 2° of 3°;
|
||||
a. degene die aanspraak maakt op toeslag een ongehuwde is als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a en onderdeel b, onder 1°, 2° of 3°;
|
||||
b. de feitelijke woonsituatie van degene die aanspraak maakt op toeslag, van zijn echtgenoot of van een kind in overeenstemming is met het verstrekte adres van hemzelf, zijn echtgenoot of van zijn kind.
|
||||
|
||||
Teneinde hem daartoe in de gelegenheid te stellen kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bij die verzoeken aanbieden met de toestemming van degene die aanspraak maakt op toeslag dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger de woning van degene die aanspraak maakt op toeslag binnen te treden.
|
||||
|
||||
**2.** Indien degene die aanspraak maakt op toeslag dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger niet desgevraagd aantoont dat degene die aanspraak maakt op toeslag een ongehuwde is als bedoeld in artikel 2, tweede lid, of derde lid, onderdeel a en onderdeel b, onder 1°, 2° of 3°, wordt de toeslag toegekend respectievelijk herzien naar een hoogte gelijk aan het verschil tussen de helft van het bedrag, bedoeld in artikel 8, eerste lid, en het inkomen per dag.
|
||||
**2.** Indien degene die aanspraak maakt op toeslag dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger niet desgevraagd aantoont dat degene die aanspraak maakt op toeslag een ongehuwde is als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a en onderdeel b, onder 1°, 2° of 3°, wordt de toeslag toegekend respectievelijk herzien naar een hoogte gelijk aan het verschil tussen de helft van het bedrag, bedoeld in artikel 8, eerste lid, en het inkomen per dag.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
Degene die aanspraak maakt op toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger, alsmede de instelling aan welke ingevolge artikel 22 toeslag wordt uitbetaald, zijn verplicht de voorschriften, bedoeld in artikel 30, op te volgen en anderszins aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet.
|
||||
**1.** Degene die aanspraak maakt op toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger, alsmede de instelling aan welke ingevolge artikel 22 toeslag wordt uitbetaald, zijn verplicht de voorschriften, bedoeld in artikel 30, op te volgen en anderszins aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet.
|
||||
|
||||
**2.** Degene die aanspraak maakt op toeslag of zijn echtgenoot onthouden zich van zeer ernstige misdragingen jegens de met de uitvoering van deze wet belaste personen en instanties tijdens het verrichten van hun werkzaamheden.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
|
|
@ -292,7 +283,7 @@ Degene die aanspraak maakt op toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke verte
|
|||
|
||||
**5.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt een bestuurlijke boete op wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door degene die aanspraak maakt op een toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger van de verplichting, bedoeld in artikel 12, als gevolg waarvan ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan toeslag is ontvangen, van ten hoogste 150 procent van het benadelingsbedrag indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van het begaan van de overtreding een eerdere bestuurlijke boete of strafrechtelijke sanctie is opgelegd wegens een eerdere overtreding, bestaande uit eenzelfde gedraging, die onherroepelijk is geworden.
|
||||
|
||||
**6.** Onder eenzelfde gedraging als bedoeld in het vijfde lid wordt verstaan het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in de artikelen 12 van deze wet, 25 van de Werkloosheidswet, 70, eerste en tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 12, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, 80 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 2:7, eerste lid, of 3:74 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, 27, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, 31, eerste lid, of 49 van de Ziektewet, als gevolg waarvan ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan uitkering, inkomensvoorziening, ziekengeld of toeslag is verleend.
|
||||
**6.** Onder eenzelfde gedraging als bedoeld in het vijfde lid wordt verstaan het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in de artikelen 12 van deze wet, 25 van de Werkloosheidswet, 70, eerste en tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 12, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, 80 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 2:7, eerste lid, of 3:74 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, 27, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, 31, eerste lid, of 49 van de Ziektewet, als gevolg waarvan ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan uitkering, inkomensvoorziening, ziekengeld of toeslag is verleend.
|
||||
|
||||
**7.** In afwijking van het vijfde lid is het in dat lid genoemde tijdvak van vijf jaar tien jaar indien wegens de eerdere overtreding, bedoeld in het vijfde lid, degene die aanspraak maakt op een toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger is gestraft met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
|
||||
|
||||
|
|
@ -333,11 +324,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 14g
|
||||
|
||||
**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verrekent de bestuurlijke boete met een toeslag op grond van deze wet, een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen of de Wet arbeid en zorg, die degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd ontvangt.
|
||||
**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verrekent de bestuurlijke boete met een toeslag op grond van deze wet, een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen of de Wet arbeid en zorg, die degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd ontvangt.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd het eerste lid kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de bestuurlijke boete verrekenen met een vordering die degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd op hem heeft.
|
||||
|
||||
**3.** De Sociale verzekeringsbank onderscheidenlijk de gemeente betaalt het bedrag van de bestuurlijke boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is, op zijn verzoek aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen indien degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
|
||||
**3.** De Sociale verzekeringsbank onderscheidenlijk de gemeente betaalt het bedrag van de bestuurlijke boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is, op zijn verzoek aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen indien degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
|
||||
|
||||
**4.** De in artikel 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gebruik maakt van deze bevoegdheid, geschiedt de bekendmaking van het dwangbevel, in afwijking van artikel 4:123, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, door middel van toezending per post aan degene aan wie de boete is opgelegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -358,7 +349,7 @@ b. geldt de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van h
|
|||
|
||||
**4.** De voorgaande leden laten de verrekening van de bestuurlijke boete op grond van artikel 14g, eerste lid, na het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, onverlet.
|
||||
|
||||
**5.** Indien als gevolg van de verrekening, bedoeld in het eerste en tweede lid, algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand wordt toegekend, wordt bij de verrekening een bij ministeriële regeling bepaald deel van de toeslag op grond van deze wet op aanvraag vrijgelaten in verband met zorgkosten, woonkosten en de kosten van kinderen. Het vrij te laten deel van de toeslag kan afhankelijk worden gesteld van de leefsituatie.
|
||||
**5.** Indien als gevolg van de verrekening, bedoeld in het eerste en tweede lid, algemene bijstand op grond van de Participatiewet wordt toegekend, wordt bij de verrekening een bij ministeriële regeling bepaald deel van de toeslag op grond van deze wet op aanvraag vrijgelaten in verband met zorgkosten, woonkosten en de kosten van kinderen. Het vrij te laten deel van de toeslag kan afhankelijk worden gesteld van de leefsituatie.
|
||||
|
||||
**6.** Voor de toepassing van het vijfde lid kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -491,10 +482,9 @@ In afwijking van artikel 20, eerste lid, kan het Uitvoeringsinstituut werknemers
|
|||
|
||||
a. redelijkerwijs te voorzien is dat degene die aanspraak maakt op de toeslag, zijn echtgenoot of zijn wettelijke vertegenwoordiger, alsmede de instelling aan welke ingevolge artikel 22 toeslag wordt uitbetaald, niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen;
|
||||
b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen, behoudens de in het tweede lid bedoelde vorderingen, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen;
|
||||
c. de vordering van het Uitvoeringinstituut werknemersverzekeringen wegens onverschuldigde betaling ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang;
|
||||
d. een naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betrouwbaar voorstel voor een schuldregeling tot stand is gekomen door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in artikel 48 van de Wet op het consumentenkrediet;
|
||||
e. aannemelijk is dat medewerking aan een schuldregeling niet concurrentieverstorend werkt; en
|
||||
f. uitdeling in het kader van de schuldregeling plaatsvindt overeenkomstig artikel 349 van de Faillissementswet.
|
||||
c. een naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betrouwbaar voorstel voor een schuldregeling tot stand is gekomen door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in artikel 48 van de Wet op het consumentenkrediet;
|
||||
d. aannemelijk is dat medewerking aan een schuldregeling niet concurrentieverstorend werkt; en
|
||||
e. uitdeling in het kader van de schuldregeling plaatsvindt overeenkomstig artikel 349 van de Faillissementswet.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien een vordering is ontstaan door het niet nakomen door degene die aanspraak maakt op de toeslag, zijn echtgenoot of zijn wettelijke vertegenwoordiger, alsmede de instelling aan welke ingevolge artikel 22 toeslag wordt uitbetaald, van de verplichting, bedoeld in artikel 12, en hiervoor een boete als bedoeld in artikel 14a is opgelegd, dan wel met betrekking tot het niet naleven van die verplichting aangifte is gedaan op grond van het Wetboek van Strafrecht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -624,7 +614,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen binnen dertien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het bezwaarschrift, bedoeld in het eerste lid, verband houdt met een bezwaar tegen een besluit waaraan een medische of arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt, zijn de artikelen 79, tweede lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, artikel 112 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, artikel 96, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, artikel 6:3, tweede lid, van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, 87d van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en XXVIIa, tweede lid, van de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Indien het bezwaarschrift, bedoeld in het eerste lid, verband houdt met een bezwaar tegen een besluit waaraan een medische of arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt, zijn de artikelen 79, tweede lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, artikel 112 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, artikel 96, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, artikel 6:3, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, 87d van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en XXVIIa, tweede lid, van de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
|
|
@ -683,7 +673,7 @@ c. op 1 januari 2008 recht zou hebben op een toeslag.
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Aan de persoon, bedoeld in artikel 2, eerste, tweede of derde lid, die:
|
||||
Aan de persoon, bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, die:
|
||||
|
||||
a. op de dag voor de inwerkingtreding van de verordening recht op toeslag heeft op grond van artikel 10, eerste lid, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van de Europese gemeenschappen van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de gemeenschap verplaatsen (PbEG L 149); en
|
||||
b. niet in Nederland woont maar wel in een andere lidstaat van de Europese Unie, in een land aangesloten bij de Europese Economische Ruimte dan wel in Zwitserland, wordt in afwijking van artikel 4a:
|
||||
|
|
@ -698,7 +688,15 @@ Artikel 1, achtste en negende lid, is niet van toepassing indien voor de inwerki
|
|||
|
||||
### Artikel 44d
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Aan de persoon op wie artikel 4a van toepassing wordt als gevolg van de opzegging van een verdrag, de beëindiging van de voorlopige toepassing van een verdrag dan wel de beëindiging van een daarmee gelijk te stellen situatie, wordt, zolang deze persoon blijft wonen in hetzelfde land als waar hij op de dag voor buitenwerkingtreding als gevolg van die opzegging respectievelijk op de dag voor de beëindiging woonde en blijft voldoen aan de overige voorwaarden voor het recht op toeslag, in afwijking van artikel 4a:
|
||||
|
||||
1°. vanaf de datum van die opzegging of beëindiging tot en met een jaar na het tijdstip hiervan het bedrag uitbetaald waarop recht zou bestaan indien betrokkene in Nederland zou wonen;
|
||||
2°. gedurende het tweede jaar na de datum van die opzegging of beëindiging twee derden van het bedrag uitbetaald waarop recht zou bestaan indien betrokkene in Nederland zou wonen; en
|
||||
3°. gedurende het derde jaar na de datum van die opzegging of beëindiging een derde van het bedrag uitbetaald waarop recht zou bestaan indien betrokkene in Nederland zou wonen.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister deelt mede ten aanzien van welk land, met inbegrip van de dag waarop, een verdrag als bedoeld in het eerste lid buitenwerking is getreden dan wel de voorlopige toepassing van een verdrag of een daarmee gelijk te stellen situatie als bedoeld in het eerste lid is beëindigd.
|
||||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue