2005-01-01 | BWBR0007149 | Wet arbeid vreemdelingen
This commit is contained in:
parent
0c1ca5bc5c
commit
0b3e528bcf
1 changed files with 153 additions and 8 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet arbeid vreemdelingen
|
|||
bwb_id: BWBR0007149
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '1995-09-01'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2005-01-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0007149
|
||||
citeertitel: Wet arbeid vreemdelingen
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -14,6 +14,8 @@ citeertitel: Wet arbeid vreemdelingen
|
|||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
|
||||
|
|
@ -27,6 +29,13 @@ e. tewerkstellingsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2;
|
|||
f. Centrale organisatie werk en inkomen: de Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
g. prioriteitgenietend aanbod: aanbod van de zijde van Nederlanders en vreemdelingen als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onder *a*, en 4, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In deze wet wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. beboetbaar feit: een gedraging in strijd met deze wet ter zake waarvan een boete kan worden opgelegd;
|
||||
b. boete: de bestuurlijke sanctie die bestaat uit de onvoorwaardelijke verplichting tot het betalen van een bepaalde geldsom aan de Staat.
|
||||
|
||||
### Paragraaf II. Tewerkstelling van vreemdelingen
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
|
@ -174,13 +183,13 @@ b. het niet naleven van een aan de tewerkstellingsvergunning verbonden voorschri
|
|||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** Indien de werkgever door een vreemdeling arbeid laat verrichten waarbij die arbeid feitelijk worden verricht bij een andere werkgever, draagt de eerstgenoemde werkgever er bij aanvang van de arbeid door de vreemdeling onverwijld zorg voor dat de andere werkgever een afschrift van het document, bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, van de vreemdeling ontvangt.
|
||||
**1.** Indien de werkgever door een vreemdeling arbeid laat verrichten waarbij die arbeid feitelijk worden verricht bij een andere werkgever, draagt de eerstgenoemde werkgever er bij aanvang van de arbeid door de vreemdeling onverwijld zorg voor dat de andere werkgever een afschrift van het document, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1° tot en met 3°, van de Wet op de identificatieplicht, van de vreemdeling ontvangt.
|
||||
|
||||
**2.** De werkgever die het afschrift van het document, bedoeld in het eerste lid, ontvangt, stelt de identiteit van de vreemdeling vast aan de hand van het genoemde document en neemt het afschrift op in de administratie.
|
||||
|
||||
**3.** De werkgever, bedoeld in het tweede lid, bewaart het afschrift tot tenminste vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de arbeid door de vreemdeling is beëindigd.
|
||||
|
||||
**4.** De vreemdeling verstrekt een op hem betrekking hebbend document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht aan de werkgever, die het afschrift van het document, bedoeld in het eerste lid, ontvangt, en stelt die werkgever in de gelegenheid een afschrift van dit document te maken.
|
||||
**4.** De vreemdeling verstrekt een op hem betrekking hebbend document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1° tot en met 3°, van de Wet op de identificatieplicht aan de werkgever, die het afschrift van het document, bedoeld in het eerste lid, ontvangt, en stelt die werkgever in de gelegenheid een afschrift van dit document te maken.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
|
|
@ -198,17 +207,153 @@ b. het niet naleven van een aan de tewerkstellingsvergunning verbonden voorschri
|
|||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
De toezichthouder is bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner indien sprake is van een redelijk vermoeden van een strafbaar feit.
|
||||
De toezichthouder is bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner indien sprake is van een redelijk vermoeden van een beboetbaar feit als bedoeld in artikel 18 of van een strafbaar feit als bedoeld in artikel 19c.
|
||||
|
||||
### Artikel 17a
|
||||
|
||||
De toezichthouder is te allen tijde bevoegd tot inbeslagneming van daarvoor vatbare voorwerpen. Hij kan daartoe de uitlevering vorderen tegen een door hem afgegeven schriftelijk bewijs. Zodra het belang van onderzoek omtrent het beboetbare feit zulks toelaat wordt het in beslag genomen voorwerp teruggegeven aan degene bij wie het in beslag is genomen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf IV. Bestuursrechtelijke handhaving
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Als beboetbaar feit wordt aangemerkt het niet naleven van de artikelen 2, eerste lid, en 15.
|
||||
|
||||
### Artikel 18a
|
||||
|
||||
**1.** Beboetbare feiten kunnen worden begaan door natuurlijke personen en rechtspersonen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien een beboetbaar feit wordt begaan door een rechtspersoon, kan de boete worden opgelegd aan:
|
||||
|
||||
1°. de rechtspersoon, of
|
||||
2°. degene die opdracht heeft gegeven tot de gedraging waardoor in strijd met de verplichtingen die voortvloeien uit deze wet is gehandeld alsmede tegen hem die feitelijke leiding heeft gegeven aan die gedraging, of
|
||||
3°. de onder 1° en 2° genoemde tezamen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt met een rechtspersoon gelijkgesteld:
|
||||
|
||||
1°. de vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid,
|
||||
2°. de maatschap,
|
||||
3°. de rederij, en
|
||||
4°. het doelvermogen.
|
||||
|
||||
### Artikel 18b
|
||||
|
||||
**1.** Indien de toezichthouder vaststelt, dat een beboetbaar feit is begaan, maakt hij daarvan zo spoedig mogelijk een rapport op.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het rapport is gedagtekend en vermeldt in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. de naam van degene die het beboetbaar feit heeft begaan;
|
||||
b. de aard van het beboetbare feit onder vermelding van het wettelijke voorschrift waarmee in strijd is gehandeld;
|
||||
c. de aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop het beboetbaar feit is vastgesteld;
|
||||
d. de bij het beboetbaar feit betrokken persoon of personen;
|
||||
e. het officiële nummer waaronder een betreffend vervoermiddel is geregistreerd, voor zover in verband met een beboetbaar feit van belang.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de toezichthouder, bedoeld in het eerste lid, jegens de bij een beboetbaar feit betrokken persoon een handeling verricht waaraan deze in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat jegens hem wegens het begaan van het beboetbaar feit een rapport als bedoeld in het eerste lid zal worden opgemaakt, is die persoon niet langer verplicht terzake enige verklaring af te leggen. De in de eerste volzin bedoelde persoon wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd.
|
||||
|
||||
**4.** Het rapport wordt toegezonden aan de op grond van artikel 19a, eerste lid, aangewezen ambtenaar.
|
||||
|
||||
**5.** Gelijktijdig met de toezending, bedoeld in het vierde lid, wordt het rapport in afschrift toegezonden of uitgereikt aan de persoon, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a.
|
||||
|
||||
**6.** Op verzoek van de in het vijfde lid bedoelde persoon die het rapport wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, zorgt de toezichthouder, bedoeld in het eerste lid, er zoveel mogelijk voor dat de in het rapport vermelde informatie aan hem wordt medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Indien de op grond van artikel 19a, eerste lid, aangewezen ambtenaar voornemens is om degene door wie een beboetbaar feit is begaan een boete op te leggen, wordt deze hiervan in kennis gesteld onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust.
|
||||
|
||||
### Paragraaf IV. Overgangs- en slotbepalingen
|
||||
**2.** Op verzoek van de in het eerste lid bedoelde persoon die de kennisgeving wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, zorgt de op grond van artikel 19a, eerste lid, aangewezen ambtenaar er zoveel mogelijk voor dat de in de kennisgeving vermelde gronden aan hem worden medegedeeld in voor hem begrijpelijke taal.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stelt de op grond van artikel 19a, eerste lid, aangewezen ambtenaar binnen een door hem te bepalen termijn de persoon, bedoeld in het eerste lid, in de gelegenheid om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen alvorens de boete wordt opgelegd.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de persoon, bedoeld in het derde lid, zijn zienswijze mondeling naar voren brengt en hij de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, zorgt de op grond van artikel 19a, eerste lid, aangewezen ambtenaar, op diens verzoek ervoor dat een tolk wordt benoemd die hem kan bijstaan, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 19a
|
||||
|
||||
**1.** Een daartoe door Onze Minister aangewezen, onder hem ressorterende ambtenaar legt namens hem de boete op aan degene op wie de verplichtingen rusten welke voortvloeien uit deze wet, voor zover het niet naleven daarvan is aangeduid als een beboetbaar feit.
|
||||
|
||||
**2.** De terzake van deze wet gestelde beboetbare feiten, gelden ten opzichte van elk persoon, met of ten aanzien van wie een beboetbaar feit is begaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 19b
|
||||
|
||||
**1.** Geen boete wordt opgelegd indien degene op wie de verplichtingen rusten welke voortvloeien uit deze wet, is overleden.
|
||||
|
||||
**2.** Geen boete wordt opgelegd, indien een beboetbaar feit tevens een strafbaar feit oplevert.
|
||||
|
||||
### Artikel 19c
|
||||
|
||||
Een beboetbaar feit wordt aangemerkt als een strafbaar feit indien binnen een periode van 48 maanden tweemaal voor een zelfde feit, elk afzonderlijk in een periode van maximaal 24 maanden voorafgaand aan dat feit, een boete is opgelegd en onherroepelijk is geworden.
|
||||
|
||||
### Artikel 19d
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De hoogte van de boete, die voor een beboetbaar feit kan worden opgelegd, is, indien begaan door:
|
||||
|
||||
a. een natuurlijk persoon, gelijk aan de geldsom van ten hoogste € 11 250,
|
||||
b. een rechtspersoon, gelijk aan de geldsom van ten hoogste € 45 000.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd het eerste lid verhoogt de op grond van artikel 19a, eerste lid, aangewezen ambtenaar de boete met 50% van de geldsom, indien terzake het plegen van het beboetbare feit nog geen 24 maanden zijn verstreken nadat het feit is geconstateerd en het opleggen van een vroegere boete wegens het niet naleven van dezelfde wettelijke verplichting onherroepelijk is geworden.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter in beroep of hoger beroep de hoogte van de boete ook ten nadele van de belanghebbende wijzigen.
|
||||
|
||||
### Artikel 19e
|
||||
|
||||
**1.** Een boete wordt opgelegd bij beschikking van de op grond van artikel 19a, eerste lid, aangewezen ambtenaar.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In de beschikking wordt in ieder geval vermeld:
|
||||
|
||||
a. de hoogte van de boete;
|
||||
b. het beboetbare feit ter zake waarvan de boete opgelegd wordt;
|
||||
c. de natuurlijke persoon of rechtspersoon op wie de verplichting rust tot naleving van deze wet, voor zover deze verplichting is aangeduid als beboetbaar feit;
|
||||
d. de bij het beboetbare feit betrokken persoon of personen;
|
||||
e. de termijn waarbinnen de boete moet worden betaald.
|
||||
|
||||
**3.** De beschikking wordt gegeven binnen dertien weken na dagtekening van het rapport, bedoeld in artikel 18b.
|
||||
|
||||
**4.** Op verzoek van de in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde persoon die de inhoud van de beschikking wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, zorgt de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, er zoveel mogelijk voor dat de in die beschikking vermelde informatie aan hem wordt medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
|
||||
|
||||
### Artikel 19f
|
||||
|
||||
**1.** De bevoegdheid om een boete op te leggen vervalt na verloop van twee jaren na de dag waarop het beboetbare feit is geconstateerd.
|
||||
|
||||
**2.** De beslissing om een boete op te leggen stuit de in het eerste lid bedoelde termijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 19g
|
||||
|
||||
**1.** De boete wordt betaald binnen zes weken nadat de beschikking, bedoeld in artikel 19e, eerste lid, is bekendgemaakt.
|
||||
|
||||
**2.** Bij overlijden van degene aan wie een boete is opgelegd, vervalt de opgelegde boete voor zover de geldsom nog niet is geïnd.
|
||||
|
||||
### Artikel 19h
|
||||
|
||||
**1.** Bij gebreke van betaling maant de op grond van artikel 19a, eerste lid, aangewezen ambtenaar degene aan wie de boete is opgelegd schriftelijk aan binnen een termijn van twee weken alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen. De verschuldigde boete wordt verhoogd met de kosten die op de aanmaning betrekking hebben.
|
||||
|
||||
**2.** De aanmaning bevat de aanzegging, dat de boete, voor zover deze binnen de in de aanmaning gestelde termijn niet wordt voldaan, wordt ingevorderd overeenkomstig artikel 19i.
|
||||
|
||||
### Artikel 19i
|
||||
|
||||
**1.** Bij gebreke van betaling vordert de op grond van artikel 19a, eerste lid, aangewezen ambtenaar van degene aan wie de boete is opgelegd de verschuldigde boete, verhoogd met de op de aanmaning en invordering betrekking hebbende kosten, bij dwangbevel in.
|
||||
|
||||
**2.** Het dwangbevel wordt op kosten van de degene aan wie de boete is opgelegd bij deurwaardersexploit betekend en levert een executoriale titel op in de zin van Boek 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
|
||||
|
||||
**3.** Gedurende zes weken na de dag van betekening van het dwangbevel staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van de Staat.
|
||||
|
||||
**4.** Het verzet kan niet worden gegrond op de stelling dat de beschikking, bedoeld in artikel 19e, eerste lid, niet is ontvangen of dat de bij die beschikking opgelegde boete ten onrechte of op een te hoge geldsom is vastgesteld.
|
||||
|
||||
**5.** Het verzet schorst de tenuitvoerlegging niet, tenzij de voorzieningsrechter desgevraagd anders beslist.
|
||||
|
||||
### Artikel 19j
|
||||
|
||||
Indien een boete ten onrechte is opgelegd, wordt de betaalde geldsom, vermeerderd met de wettelijke rente, binnen zes weken nadat is vastgesteld dat de boete ten onrechte is opgelegd, aan de rechthebbende terugbetaald.
|
||||
|
||||
### Paragraaf V. Overgangs- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
|
|
@ -216,7 +361,7 @@ Een tewerkstellingsvergunning anders dan die bedoeld in artikel 11, tweede en de
|
|||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
Artikel 71, eerste tot en met vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 is van toepassing ten aanzien van beroepen tegen besluiten, gegeven op grond van deze wet.
|
||||
Artikel 71, eerste tot en met vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 is van toepassing ten aanzien van beroepen tegen besluiten, gegeven op grond van deze wet, met uitzondering van een beschikking als bedoeld in artikel 19e, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue