diff --git a/amvb/uitvoeringsbesluit-web/BWBR0010646/README.md b/amvb/uitvoeringsbesluit-web/BWBR0010646/README.md index 13be11cebe4..e309dbc3ef3 100644 --- a/amvb/uitvoeringsbesluit-web/BWBR0010646/README.md +++ b/amvb/uitvoeringsbesluit-web/BWBR0010646/README.md @@ -91,15 +91,12 @@ zoals deze delen voor het desbetreffende jaar voor de instelling worden berekend Onze Minister berekent het rijksbijdragedeel op grond van de maatstaf ingeschreven deelnemers volgens de formule: -i = n - -Σ {[(DDi x DFi) + VDi] x Pi} - -i = 1 - ------------------------------------------------ x LMID - -LDw +| i = n | +| --- | +| Σ {[(DDi1 x DFi1) + (DDi2 x DFi2) + VDi] x Pi} | +| i = 1 | +| ———————————————————————— x LMID | +| LDw | In deze formule wordt verstaan onder: @@ -107,32 +104,43 @@ i: opleiding verzorgd aan de desbetreffende instelling, n: het aantal opleidingen verzorgd aan de desbetreffende instelling, -DDi: het aantal deeltijds deelnemers dat op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende jaar aan de desbetreffende instelling voor de desbetreffende opleiding is ingeschreven en daadwerkelijk die opleiding volgt, en voor zover het deelnemers aan de beroepsbegeleidende leerweg, bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, onder b, van de wet betreft, voor zover deze deelnemers: +DDi1: het aantal deeltijds deelnemers aan de beroepsopleidende leerweg dat op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende jaar aan de desbetreffende instelling is ingeschreven voor een opleiding als bedoeld in het tweede lid, onder b, en daadwerkelijk die opleiding volgt, vermeerderd met het aantal deelnemers aan de beroepsbegeleidende leerweg dat op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende jaar aan de desbetreffende instelling voor de desbetreffende opleiding is ingeschreven en daadwerkelijk die opleiding volgt, voor zover de laatstgenoemde deelnemers: -a. uiterlijk op 31 december van datzelfde kalenderjaar een overeenkomst als bedoeld in artikel 7.2.8, tweede lid, van de wet hebben gesloten, en -b. indien zij een opleiding volgen als bedoeld in het tweede lid, onder b, uiterlijk op 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar, dan wel in geval zij een andere opleiding volgen uiterlijk op dezelfde datum als genoemd onder a, daadwerkelijk de opleiding in de praktijk van het beroep, bedoeld in artikel 7.2.8, eerste lid, van de wet volgen op de grondslag van een overeenkomst als bedoeld onder a, +a. uiterlijk op 31 december van datzelfde kalenderjaar een overeenkomst als bedoeld in artikel 7.2.8, tweede lid, van de wet hebben gesloten, en +b. indien zij een opleiding volgen als bedoeld in het tweede lid, onder b, uiterlijk op 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar, dan wel in geval zij een andere opleiding volgen uiterlijk op dezelfde datum als genoemd onder a, daadwerkelijk de opleiding in de praktijk van het beroep, bedoeld in artikel 7.2.8, eerste lid, van de wet, volgen op de grondslag van een overeenkomst als bedoeld onder a, -DFi: de op grond van het tweede lid aan de desbetreffende opleiding toegekende deeltijdfactor, +DDi2: het aantal deeltijds deelnemers dat op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende jaar aan de desbetreffende instelling voor de desbetreffende opleiding is ingeschreven en daadwerkelijk die opleiding volgt en niet voldoet aan de definitie van DDi1. -VDi: het aantal voltijds deelnemers dat op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende jaar aan de desbetreffende instelling voor de desbetreffende opleiding is ingeschreven en daadwerkelijk die opleiding volgt, +DFi1: de op grond van het tweede lid aan de desbetreffende opleiding toegekende deeltijdfactor, -Pi: de op grond van het derde lid aan de desbetreffende opleiding toegekende prijsfactor, +DFi2: de op grond van het derde lid aan de desbetreffende opleiding toegekende deeltijdfactor, -het gedeelte van de formule boven de streep: de deelnemerswaarde van de desbetreffende instelling, +VDi: het aantal voltijds deelnemers dat op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende jaar aan de desbetreffende instelling voor de desbetreffende opleiding is ingeschreven en daadwerkelijk die opleiding volgt, -LDw: de landelijke deelnemerswaarde, zijnde de som van de deelnemerswaarden van de instellingen, en +Pi: de op grond van het vierde lid aan de desbetreffende opleiding toegekende prijsfactor, + +LDw: de landelijke deelnemerswaarde, zijnde de som van de deelnemerswaarden van de instellingen, waarbij onder deelnemerswaarde wordt verstaan: de teller van de in de formule gebruikte breuk, en LMID: het landelijk deel ten behoeve van de maatstaf ingeschreven deelnemers, zoals dat voor het desbetreffende jaar is vastgesteld op grond van artikel 2.2.1, tweede lid, onder a. **2.** -De deeltijdfactor, bedoeld in het eerste lid onder DFi, bedraagt: +De deeltijdfactor, bedoeld in het eerste lid onder DFi1, bedraagt: a. voor de opleidingen die zijn opgenomen in het Centraal register en die worden bekostigd door Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij: 0,5; b. voor de opleidingen die zijn opgenomen in het Centraal register en die worden bekostigd door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, voor zover voor die opleidingen eindtermen als bedoeld in artikel 7.2.4, eerste lid, van de wet zijn vastgesteld in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport: 0,8, en -c. voor de overige opleidingen: 0,35. +c. voor de overige opleidingen: 0,4. -**3.** Jaarlijks voor 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld, wordt bij ministeriële regeling de prijsfactor, bedoeld in het eerste lid onder Pi, vastgesteld die wordt toegekend aan een opleiding die in dat kalenderjaar voor het eerst in het Centraal register wordt opgenomen. Wijzigingen van prijsfactoren van reeds in het Centraal register opgenomen opleidingen worden eveneens jaarlijks voor 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld, bij ministeriële regeling vastgesteld. +**3.** + +De deeltijdfactor, bedoeld in het eerste lid onder DFi2, bedraagt: + +a. voor de opleidingen die zijn opgenomen in het Centraal register en die worden bekostigd door Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit: 0,4, +b. voor de opleidingen die zijn opgenomen in het Centraal register en die worden bekostigd door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: 0,3. + +**4.** Jaarlijks voor 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld, wordt bij ministeriële regeling de prijsfactor, bedoeld in het eerste lid onder Pi, vastgesteld die wordt toegekend aan een opleiding die in dat kalenderjaar voor het eerst in het Centraal register wordt opgenomen. Wijzigingen van prijsfactoren van reeds in het Centraal register opgenomen opleidingen worden eveneens jaarlijks voor 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld, bij ministeriële regeling vastgesteld. + +**5.** Deelnemers aan de beroepsbegeleidende leerweg worden in de berekening, bedoeld in het eerste lid, niet geteld onder DDi2, voor zover zij in die berekening voor de desbetreffende instelling voor een van de drie voorafgaande kalenderjaren al onder DDi2 werden geteld. ### Artikel 2.2.4 @@ -244,7 +252,7 @@ In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. instelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de wet, een innovatie- en praktijkcentrum als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b1, van de wet, een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8 van de wet of de hogeschool Haarlem, bedoeld in artikel 12.3.9 van de wet, dan wel diens rechtsopvolger; b. uitkering: een werkloosheidsuitkering als bedoeld in de Hoofdstukken I en II van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel of suppletie inzake arbeidsongeschiktheid als bedoeld in Hoofdstuk 3 van het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs, voortvloeiend uit een dienstbetrekking aan een instelling; -c. overeenkomst inburgering: een overeenkomst als bedoeld in artikel 2.3.4 van de wet, die betrekking heeft op de educatieve programma's, bedoeld in artikel 2.3.1, tweede lid, van de wet; +c. overeenkomst inburgering: een overeenkomst als bedoeld in artikel 2.3.4 van de wet, die betrekking heeft op de educatieve programma's, bedoeld in artikel 2.3.1, tweede lid, van de wet, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet inburgering; d. overeenkomst educatie: een overeenkomst als bedoeld in artikel 2.3.4, eerste lid, van de wet. ### Artikel 2.5.2 @@ -293,17 +301,17 @@ Vervallen Onze Minister brengt op de rijksbijdrage voor een instelling voor een kalenderjaar een bedrag in mindering volgens de formule: -(DDi1 × DC1) + (DDi2 × DC2), waarin is: +(DDi3 x DC1) + (DDi4 x DC2), waarin is: -DDi1: het aantal deeltijds deelnemers, zoals bij dit onderdeel aangegeven in artikel 2.2.3, voor opleidingen als bedoeld in 7.2.2, eerste lid, onder a en b, van de wet; +DDi3: het aantal deeltijds deelnemers als bedoeld in artikel 2.2.3, eerste lid, onder DDi1 en DDi2, voor opleidingen als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder a en b, van de wet; -DC1: het cursusgeld per 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar, bedoeld in artikel 15 van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet, voor opleidingen als bedoeld in 7.2.2, eerste lid, onder a en b, van de wet; +DC1: het cursusgeld per 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar, bedoeld in artikel 15 van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet, voor opleidingen als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder a en b, van de wet; -DDi2: het aantal deeltijds deelnemers, zoals bij dit onderdeel aangegeven in artikel 2.2.3, voor opleidingen als bedoeld in 7.2.2, eerste lid, onder c tot en met e, van de wet; +DDi4: het aantal deeltijds deelnemers als bedoeld in artikel 2.2.3, eerste lid, onder DDi1 en DDi2, voor opleidingen als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder c tot en met e, van de wet; -DC2: het cursusgeld per 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar, bedoeld in artikel 15 van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet, voor opleidingen als bedoeld in 7.2.2, eerste lid, onder c tot en met e, van de wet. +DC2: het cursusgeld per 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar, bedoeld in artikel 15 van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet, voor opleidingen als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder c tot en met e, van de wet. -**2.** Bij de berekening van het in het eerste lid bedoelde bedrag telt het aantal deeltijds deelnemers DDi1 en DDi2, dat op 1 augustus van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende jaar aan de desbetreffende instelling voor de desbetreffende opleiding is ingeschreven en op die datum de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, niet mee. +**2.** Bij de berekening van het in het eerste lid bedoelde bedrag telt het aantal deeltijds deelnemers DDi3 en DDi4, dat op 1 augustus van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende jaar aan de desbetreffende instelling voor de desbetreffende opleiding is ingeschreven en op die datum de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, niet mee. ## Hoofdstuk 3. Rijksbijdrage educatie en huisvesting opleidingen VAVO @@ -822,7 +830,13 @@ Vervallen ### Artikel 6.1.4 -Vervallen +**1.** Indien het verschil van de berekening, bedoeld in artikel 2.2.2, eerste lid, met toepassing van artikel 2.2.3 zoals dat met ingang van 1 oktober 2006 is komen te luiden, en de overeenkomstige berekening met toepassing van artikel 2.2.3 zoals dat luidde op 30 september 2006, voor het kalenderjaar 2008 negatief is en meer bedraagt dan twee procent van de laatstgenoemde berekening, wordt dit meerdere in aanvulling gebracht op de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2.2.2, eerste lid, voor dat kalenderjaar. + +**2.** Het totaal van de aanvullingen op grond van het eerste lid wordt in mindering gebracht op de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2.2.2, eerste lid, voor het kalenderjaar 2008, voor de instellingen waarvoor het verschil van de berekening, bedoeld in artikel 2.2.2, eerste lid, met toepassing van artikel 2.2.3 zoals dat met ingang van 1 oktober 2006 is komen te luiden, en de overeenkomstige berekening met toepassing van artikel 2.2.3 zoals dat luidde op 30 september 2006, voor dat kalenderjaar positief is, naar rato van die toename van de rijksbijdrage voor de desbetreffende instelling. + +**3.** Indien een instelling voor het kalenderjaar 2008 een aanvulling ontvangt op grond van het eerste lid, ontvangt die instelling voor de kalenderjaren 2009 en 2010 aanvullingen ten bedrage van tweederde respectievelijk eenderde van die eerste aanvulling. + +**4.** Indien aan een instelling voor het kalenderjaar 2008 een bedrag in mindering wordt gebracht op grond van het tweede lid, wordt aan die instelling voor de kalenderjaren 2009 en 2010 tweederde respectievelijk eenderde van die eerste vermindering in mindering gebracht. ### Artikel 6.1.5