diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md index 06cfcb390cb..841acfec3db 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md @@ -5249,200 +5249,107 @@ Ten aanzien van asielzoekers uit Irak geldt geen besluit in de zin van artikel 4 ### [12]. Het asielbeleid ten aanzien van Iran -#### 1. Datum - -Deze versie van deze landenparagraaf treedt in werking op de dag waarop C24 van kracht wordt. - -#### 2. Achtergrond +#### 1. Achtergrond Deze landenparagraaf bevat het landgebonden asielbeleid voor Iran. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C23 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag. -De beleidsconclusies in deze landenparagraaf zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van augustus 2006 over de situatie in Iran. +#### 2. Besluitmoratorium -Er is besloten tot een beleidswijziging ten aanzien van christenen en homoseksuelen. Deze beleidswijziging is neergelegd in een brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 18 oktober 2006. +Ten aanzien van asielzoekers uit Iran geldt geen besluit in de zin van artikel 43 Vw. -#### 3. Besluitmoratorium +#### 3. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen -Ten aanzien van (geboren, bekeerde en bekerende) christenen uit Iran is een besluit genomen in de zin van artikel 43 Vw. Dit besluit is gepubliceerd op 3 november 2006. +##### 3.1. (On line) journalisten, schrijvers, kunstenaars, uitgevers, intellectuelen, internettechnici, mensenrechtenactivisten -Het besluitmoratorium heeft tot gevolg dat de individuele beslistermijn, als bedoeld in artikel 42 Vw, voor christelijke asielzoekers afkomstig uit Iran die een aanvraag hebben ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, wordt verlengd tot 19 mei 2007. - -Indien de individuele beslistermijn van een aanvraag reeds was verlengd in verband met onderzoek op grond van artikel 42, vierde lid, Vw, dan wordt op grond van het verlengde besluitmoratorium de beslistermijn extra verlengd. De reikwijdte van het besluitmoratorium beslaat niet die aanvragen die zijn ingediend vóór de invoering van de Vw op 1 april 2001. Voorts kan het voorkomen dat (ook) de (verlengde) beslistermijn reeds is verstreken. Echter, het ligt voor de hand dat het ook niet mogelijk is zorgvuldig te beslissen op deze aanvragen. - -Het besluitmoratorium ziet niet op de volgende categorieën: - -– Dublin-claimanten (artikel 30, eerste lid, onder a, Vw); -– Iraniërs die rechtmatig verblijf hebben op een andere grond als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e of l, Vw (artikel 30, eerste lid, onder b, Vw); -– Iraniërs die al eerder een aanvraag tot een verblijfsvergunning (asiel of regulier) hebben ingediend waarop nog niet onherroepelijk is beslist en welke op grond van die aanvraag rechtmatig verblijf hebben als bedoeld in artikel 8, onder f, g en h, Vw (artikel 30, eerste lid, onder c, Vw); -– Iraniërs die op grond van verdragsverplichtingen tussen Nederland en een ander land zullen worden overgedragen aan dat land van eerder verblijf (artikel 30, eerste lid, onder d, Vw); -– Iraniërs die hebben verbleven in een derde land dat partij is bij het Vluchtelingenverdrag en die niet aannemelijk hebben gemaakt dat het bedoelde land die verdragsverplichtingen ten aanzien van hen niet nakomt (artikel 31, tweede lid, onder h, Vw); -– Iraniërs die in een land van eerder verblijf zullen worden toegelaten totdat zij elders duurzame bescherming hebben gevonden (artikel 31, tweede lid, onder i, Vw); -– Iraniërs die een gevaar vormen voor de nationale veiligheid, zijn veroordeeld wegens een zodanig ernstig misdrijf als bedoeld in artikel 33, tweede lid, Vluchtelingenverdrag of zich schuldig hebben gemaakt aan misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag (zie artikel 31, tweede lid, onder k, Vw juncto artikel 3.107 Vb en in het bijzonder C4/3.11.3). - -Onder de werking van het besluitmoratorium zullen de individuele vreemdelingen wel in de gelegenheid worden gesteld zich omtrent de asielaanvraag te doen horen, met uitzondering van de Dublinprocedure die juist niet ziet op de inhoud van de asielaanvraag nu een ander land daar (mogelijk) verantwoordelijk voor is. - -#### 4. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen - -##### 4.1. (on line) journalisten, schrijvers, kunstenaars, uitgevers, intellectuelen, internettechnici, mensenrechtenactivisten - -De Iraanse grondwet garandeert de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid. De persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting worden echter door een aantal artikelen in de Perswet en het Iraanse wetboek van strafrecht beperkt. Bovendien mag een uiting in de pers en in publicaties niet in strijd zijn met de beginselen van de islam. Het is niet aan te geven welke mening of publicatie precies in strijd is met de beginselen van de islam. De ene keer wordt een kritische uitspraak toegelaten, een andere keer worden de critici gearresteerd of krijgt bijvoorbeeld een krant een verschijningsverbod. Op dit punt is er sprake van een arbitraire rechtspraktijk. +De Iraanse grondwet stelt de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid te garanderen. De persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting worden echter door een aantal artikelen in de Perswet en het Iraanse wetboek van strafrecht beperkt. Bovendien mag een uiting in de pers en in publicaties niet in strijd zijn met de beginselen van de islam. Het is niet aan te geven welke mening of publicatie precies in strijd is met de beginselen van de islam. De ene keer wordt een kritische uitspraak toegelaten, een andere keer worden de critici gearresteerd of krijgt bijvoorbeeld een krant een verschijningsverbod. Op dit punt is er sprake van een arbitraire rechtspraktijk. Het enkele aannemen van een kritische houding is evenwel geen reden om vervolging aan te nemen. -Met name ‘intellectuele’ beroepsgroepen, onder wie parlementariërs, advocaten, hoogleraren, mensenrechtenactivisten, (on line) journalisten, kunstenaars, schrijvers, ‘bloggers’, internettechnici, lopen in dit verband een verhoogd risico problemen te ondervinden. De intimidaties van het regime via het gerechtelijk apparaat jegens deze groep nemen sinds april 2002 toe. Het enkele behoren tot deze groepen is evenwel geen reden om vervolging aan te nemen. - -Van asielzoekers die tot deze beroepsgroepen gerekend kunnen worden en stellen vanwege hun hervormingsgezinde opstelling problemen te ondervinden, mag worden verlangd dat zij hun activiteiten aannemelijk kunnen maken. Het zal immers veelal gaan om personen die bekend zijn vanwege hun publiek optreden, of die bepaalde publicaties hebben uitgebracht, of bijvoorbeeld openlijk hebben deelgenomen aan bepaalde conferenties. Van hen kan worden verlangd dat zij publicatiebronnen en -data of andere achtergrondinformatie kunnen geven. - -De asielzoekers die behoren tot de genoemde beroepsgroepen en aannemelijk maken dat zij vanwege hun activiteiten vervolging vrezen van de Iraanse autoriteiten, komen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel. - -##### 4.2. Vakbondsleden +##### 3.2. Vakbondsleden Iran kent geen vakbonden in de gangbare zin van het woord, maar er zijn wel (politieke) georganiseerde acties van groepen van werknemers bekend. Arbeiders die hebben deelgenomen aan demonstraties dan wel een belangrijke positie innemen in een ‘vakbeweging’ en aannemelijk kunnen maken om die reden persoonlijk vervolging te vrezen door de Iraanse autoriteiten, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. -Van de asielzoeker mag worden verwacht dat naast het geloofwaardig maken van de activiteiten ook aannemelijk wordt gemaakt dat de autoriteiten negatieve aandacht voor hem persoonlijk hebben. +Van de asielzoeker mag worden verwacht dat hij aannemelijk maakt dat hij activiteiten heeft verricht voor de vakbeweging. Daarnaast mag ook worden verwacht dat aannemelijk wordt gemaakt dat de autoriteiten negatieve aandacht voor hem persoonlijk hebben. -##### 4.3. Nationalistisch religieuzen +##### 3.3. Nationalistisch religieuzen Nationalistisch religieuzen vormen een politieke stroming die minder invloed wenst van de geestelijkheid in de dagelijkse gang van zaken in Iran, met name op de terreinen van justitie, politie en de wetgevende macht. Het enkele behoren tot deze groepen is geen reden om vervolging aan te nemen. -Nationalistisch religieuzen, al dan niet lid van de verboden beweging Iran Freedom Movement, die aannemelijk maken dat zij door hun activiteiten een gegronde vrees voor vervolging door de Iraanse autoriteiten hebben, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. - -##### 4.4. Etnische Arabieren of Ahwazi +##### 3.4. Etnische Arabieren of Ahwazi In het zuidwesten van Iran leven Arabieren, ook wel Ahwazi genoemd. Zij bewonen de streek met de grootste oliereserves en een deel van de Ahwazi verlangen naar een eigen staat. -In het zuidwesten is onder meer sprake van rellen. De autoriteiten dwingen sommige Ahwazi zich te hervestigen in andere delen van Iran. Twee Ahwazi zijn opgehangen vanwege betrokkenheid bij een bomaanslag, en tien Ahwazi zouden in juni 2006 ter dood zijn veroordeeld voor samenzwering tegen de staat. +In het zuidwesten is onder meer sprake van rellen. De autoriteiten dwingen sommige Ahwazi zich te hervestigen in andere delen van Iran. Meerdere berichten melden dat Ahwazi zijn geëxecuteerd vanwege betrokkenheid bij een bomaanslag of voor samenzwering tegen de staat, waarbij in een aantal gevallen twijfel is gerezen over de eerlijkheid van de rechtsgang. -Het enkel behoren tot deze groep is niet voldoende voor vluchtelingschap. Indien asielzoekers aannemelijk maken dat zij tot deze groep behoren en zij enige vluchtelingrechtelijke indicatie kunnen geven dat de aandacht van de autoriteiten op de persoon is gevestigd, kunnen zij op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. +##### 3.5. Koerden -##### 4.5. Koerden +Veel aandacht van de autoriteiten in Teheran gaat uit naar de Koerden in het noordwesten. In juni, juli en augustus 2005 zijn diverse rellen uitgebroken. De autoriteiten traden hard op tegen de Koerdische rellen. Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa blijkt dat Koerdische journalisten worden gearresteerd door de autoriteiten. Veel Iraanse Koerden zijn gevlucht als gevolg van de militaire acties van de Iraanse strijdkrachten. -Veel aandacht van de autoriteiten in Teheran gaat uit naar de Koerden in het noordwesten. In juni, juli en augustus 2005 zijn diverse rellen uitgebroken. De autoriteiten traden hard op tegen de Koerdische rellen. Een aantal Koerdische activisten in deze rellen is veroordeeld in de verslagperiode van het ambtsbericht tot 30 jaar gevangenisstraf. Veel Iraanse Koerden zijn gevlucht als gevolg van de militaire acties van de Iraanse strijdkrachten. +##### 3.6. Activisten voor illegale politieke bewegingen -Het enkele behoren tot deze groep is niet voldoende voor vluchtelingschap. Koerden die hebben deelgenomen aan demonstraties of rellen dan wel een belangrijke positie innemen in de Koerdische beweging en aannemelijk kunnen maken om die reden persoonlijk vervolging te vrezen door de Iraanse autoriteiten, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. +De Mujaheddin-e Khalq, de Koerdische Democratische Partij van Iran en de Komala zijn nog steeds actieve illegale politieke bewegingen die van buiten Iran worden gecoördineerd. Een relatief nieuwe gewapende Koerdische beweging is de PJAK (Party of Free Life of Kurdistan). Het enkele behoren tot een van deze groepen is geen reden om vervolging aan te nemen. -##### 4.6. Activisten voor illegale politieke bewegingen +##### 3.7. Christenen -De Mujaheddin-e Khalq, de Koerdische Democratische Partij van Iran en de Komala zijn nog steeds actieve illegale politieke bewegingen die van buiten Iran worden gecoördineerd. Een nieuwe gewapende Koerdische beweging is de Pejak. Het enkele behoren tot een van deze groepen is geen reden om vervolging aan te nemen. +Uit het ambtsbericht komt naar voren dat geboren christenen in Iran in staat zijn zonder problemen hun godsdienst uit te oefenen. Discriminatie op religieuze gronden komt echter voor. Voor erkende religieuze minderheden (zoals het christendom) is het uiterst moeilijk in geval van discriminatie op religieuze gronden een beroep te doen op de overheid. -Bij aanvragen van activisten van genoemde of soortgelijke illegale politieke bewegingen dient grondig aandacht te worden gegeven aan mogelijke misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, aangezien deze groeperingen in verband worden gebracht met gebruik van geweld, waaronder aanslagen. +##### 3.8. Bahaien -Activisten voor deze verboden bewegingen die aannemelijk maken dat zij een gegronde vrees voor vervolging door de Iraanse autoriteiten hebben (en van wie niet aannemelijk is dat zij misdrijven hebben begaan als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag), kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. +De situatie van de bahaien blijft onverminderd zorgwekkend. In het ambtsbericht van de Minister van BuZa wordt over de beschreven verslagperiode een verscherping van de controle op maatschappelijke activiteiten en aanhoudende arrestaties geconstateerd. Er is sprake van willekeur en soms van onteigening of sloop van eigendommen. -##### 4.7. Christenen +Het bahai-geloof wordt niet erkend in de Iraanse grondwet. Aanhangers worden als geloofsafvalligen van de islam beschouwd en als een bedreiging voor de stabiliteit van de staat. -Het ambtsbericht levert nog onvoldoende inzicht in de positie van christelijke bekeerlingen. Hierom is het eerder ingestelde besluit- en vertrekmoratorium, geldig tot 2 oktober 2006, verlengd tot 19 mei 2007. Ondanks het feit dat de positie van geboren christenen gunstig afsteekt bij die van christelijke bekeerlingen, vallen ook zij onder het moratorium. - -##### 4.8. Bahaien - -De situatie van de bahaien blijft onverminderd zorgwekkend. In het ambtsbericht van augustus 2006 wordt over de beschreven verslagperiode een toename in arrestaties geconstateerd. Het bahai-geloof wordt niet erkend in de Iraanse grondwet. Aanhangers worden als geloofsafvalligen van de islam beschouwd. Anders dan de eerder genoemde christenen worden zij gezien als een bedreiging voor de stabiliteit van de staat. Echter, het enkele behoren tot deze groep is nog geen reden om vervolging aan te nemen. - -Bahaien die aannemelijk maken dat zij door hun geloofsovertuiging gegronde reden hebben te vrezen voor vervolging door de Iraanse autoriteiten, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. - -##### 4.9. Studenten +##### 3.9. Studenten Studenten worden nog steeds als een bedreiging voor het regime beschouwd. Het enkel student zijn is evenwel geen reden om vervolging van de zijde van de Iraanse autoriteiten te vrezen. -Studenten die hebben deelgenomen aan studentendemonstraties of studentenrellen dan wel een belangrijke positie innemen in een studentenbeweging en aannemelijk kunnen maken om die reden persoonlijk vervolging te vrezen door de Iraanse autoriteiten, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. Daarbij wordt tevens opgemerkt dat niet iedere vorm van aandacht meteen leidt tot de conclusie dat van vluchtelingrechtelijke vervolging sprake is. - -##### 4.10. Vrouwen +##### 3.10. Vrouwen Het normale beleid, zoals onder andere weergegeven in C2/2.11, C2/3.2 en C14/4.3 is van toepassing. -De VN Speciale Rapporteur inzake vrouwenrechten heeft positieve ontwikkelingen erkend zoals het hoge aantal vrouwelijke studenten en het onderzoek dat wordt verricht om het geweld tegen vrouwen tegen te gaan. Aan de andere kant sprak hij zijn zorg uit over het geweld tegen vrouwen dat nog steeds plaatsvindt. Ook noemde de rapporteur de ongelijke positie van de vrouw in wetgeving en rechtspraktijk welke de discriminatie van vrouwen bestendigen. +##### 3.11. Homoseksuelen, biseksuelen en transseksuelen -In zijn algemeenheid kan men stellen dat de deelname van vrouwen aan het openbare leven de afgelopen jaren is toegenomen en dat kleding- en gedragsnormen voor hen zijn versoepeld. +Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa blijkt dat homoseksualiteit in het openbare leven een taboe is. Homoseksuele mannen en vrouwen kunnen niet vrijelijk voor hun geaardheid uitkomen. Indien bekend is dat een persoon homoseksueel is, is het mogelijk dat deze gediscrimineerd wordt. Er zijn geen aanwijzingen dat geïnstitutionaliseerde discriminatie, bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt, plaatsvindt; men wordt bij het accepteren van werk niet gevraagd naar seksuele oriëntatie. -Vrouwen die evenwel aannemelijk kunnen maken dat zij zich actief hebben ingezet voor een ‘niet-islamitisch’ waarden- en normenpatroon ten aanzien van vrouwen en om die reden op een dusdanige wijze worden gediscrimineerd dat het voor hen onmogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied te kunnen functioneren, of die daardoor een gegronde vrees voor vervolging hebben, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. +#### 4. Traumatabeleid -##### 4.11. Homoseksuelen, biseksuelen en transseksuelen +Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/4.2, is van toepassing. Voor het overige zijn er met betrekking tot Iran geen bijzonderheden. -Het ambtsbericht van augustus 2006 maakt melding van een rapport van Human Rights Watch. Daaruit blijkt dat door Human Rights Watch geïnterviewde homoseksuele Iraniërs grotendeels het beeld bevestigen van een maatschappij waarin het sociale stigma bij homoseksueel gedrag hoog is. Politie, rechterlijke macht, semi-officiële organisaties, buren en familieleden zouden het Iraanse morele beleid ondersteunen. Homoseksuelen hebben hier structureel onder te lijden. Daaruit kan worden geconcludeerd dat homoseksuelen in Iran een verhoogd risico lopen op mensenrechtenschendingen, daar zij evenmin kunnen terugvallen op/worden gesteund door hun sociale netwerk (familieleden, buren). Zij vormen derhalve een kwetsbare groep. - -Er bestaat daarom aanleiding om Iraanse homoseksuelen op grond van klemmende redenen van humanitaire aard in het landgebonden asielbeleid aan te wijzen als specifieke groep, die om andere redenen dan traumata in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder c, Vw onder verwijzing naar het ambtsbericht, en met name het rapport van Human Rights Watch. Derhalve komen homoseksuelen die niet op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel, wel op grond van artikel 29, eerste lid, onder c, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel, behoudens contra-indicaties. - -Met homoseksuele asielzoekers worden zowel mannelijke als vrouwelijke homoseksuele asielzoekers bedoeld. - -Voor biseksuelen en transseksuelen geldt hetzelfde. Derhalve komen biseksuelen en transseksuelen die niet op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel, wel op grond van artikel 29, eerste lid, onder c, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel, behoudens contra-indicaties. - -#### 5. Traumatabeleid - -Het algemene beleid, zoals weergegeven in C4/2 is van toepassing. Voor het overige zijn er met betrekking tot Iran geen bijzonderheden. - -#### 6. Categoriale bescherming +#### 5. Categoriale bescherming Asielzoekers uit Iran komen niet op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel (zie C2/5). -#### 7. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten +#### 6. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten -##### 7.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief +##### 6.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief -Het algemene beleid, zoals weergegeven in C4/2.2 is van toepassing. +Het algemene beleid, zoals weergegeven in C4/2.2, is van toepassing. -Aangezien de Iraanse autoriteiten feitelijk gezag uitoefenen over het gehele grondgebied van Iran, is het hebben van een binnenlands vluchtalternatief voor personen die een gegronde vrees hebben voor vervolging of een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM door de Iraanse autoriteiten, niet aannemelijk. Slechts wanneer duidelijk is dat de problemen van de asielzoeker lokaal bepaald zijn, kan sprake zijn van een binnenlands vlucht-, of vestigingsalternatief. Dit dient per individueel geval te worden beoordeeld. - -##### 7.2. Veilig land van herkomst +##### 6.2. Veilig land van herkomst Iran wordt niet beschouwd als veilig land van herkomst. -##### 7.3. Veilig derde land / land van eerder verblijf +##### 6.3. Veilig derde land / land van eerder verblijf Iran wordt niet beschouwd als veilig derde land. -##### 7.4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag +##### 6.4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag Het beleid zoals neergelegd in C4/3.11.3 is van toepassing. Voor de procedure omtrent getuigen van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid wordt verwezen naar C11/3.1. -De volgende groeperingen hebben zich schuldig gemaakt aan mensenrechtenschendingen. Om die reden dient men er op bedacht te zijn of personen die behoren tot deze groepen zich mogelijk schuldig hebben gemaakt aan gedragingen als omschreven in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag: +##### 6.5. Tussentijds Bericht Vc 1999/22 -– Mujaheddin-e Khalq; -– National Liberation Army; -– Peoples Mujaheddin Organisation of Iran; -– National Council of Resistance; -– Iraanse Islamitische Studentenassociatie; -– Koerdische Democratische Partij van Iran; -– Komala (ook wel Komeleh); -– Islamitische Revolutionaire Garde (ook Sepah Pasdaran); -– Iraanse veiligheidsdiensten; -– Pejak. +Voor Iran gold de bijzondere regeling van het Tussentijds Bericht Vc 1999/22. Deze regeling is op 1 april 2002 verlopen. Voor oudere zaken, die vóór 1 april 2002 zijn ingediend en in aanmerking zouden komen voor verblijf op grond van deze regeling, blijft dit beleid gelden. Deze regeling dient overigens niet te worden verward met het driejarenbeleid. -##### 7.5. Tussentijds Bericht Vc 1999/22 - -Voor Iran gold de bijzondere regeling van het Tussentijds Bericht Vc 1999/22. Deze regeling is op 1 april 2002 verlopen. Voor oudere zaken, die vóór 1 april 2002 zijn ingediend en in aanmerking zouden komen voor verblijf op grond van deze regeling, blijft dit beleid gelden. Deze regeling dient overigens niet te worden verward met het driejarenbeleid. - -#### 8. Opvangmogelijkheden Amv’s +#### 7. Opvangmogelijkheden Amv’s Voor Amv’s is adequate opvang in Iran voorhanden. Minderjarige asielzoekers van Iraanse nationaliteit komen derhalve niet in aanmerking voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bedoeld voor Amv’s. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn, tenzij betrokkene zich zelfstandig kan handhaven. In Iran bestaat een goed functionerend opvangsysteem voor kinderen die geen ouders meer hebben. Kinderen worden in eerste instantie opgevangen door familieleden. Minderjarigen die om één of andere reden niet langer bij familieleden kunnen verblijven, kunnen worden ondergebracht in opvangtehuizen of pleeggezinnen. Het Bureau for Residential and Foster Care van Behzisti, de welzijnsorganisatie van de Iraanse regering, is verantwoordelijk voor de plaatsing van de kinderen. -#### 9. Vertrekmoratorium +#### 8. Vertrekmoratorium -##### 9.1. Toepasselijkheid - -Voor (geboren, bekeerde en bekerende) christenen uit Iran is een vertrekmoratorium ingesteld. Van het vertrekmoratorium zijn de volgende categorieën uitgezonderd: - -– Dublinclaimanten (artikel 30, eerste lid, onder a, Vw); -– Iraniërs die rechtmatig verblijf hebben op een andere grond als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, Vw (artikel 30, eerste lid, onder b, Vw); -– Iraniërs die al eerder een aanvraag tot een verblijfsvergunning (asiel of regulier) hebben ingediend waarop nog niet onherroepelijk is beslist, en die op grond van die aanvraag rechtmatig verblijf hebben als bedoeld in artikel 8, onder f, g en h, Vw (artikel 30, eerste lid, onder c, Vw); -– Iraniërs die op grond van verdragsverplichtingen tussen Nederland en een ander land zullen worden overgedragen aan dat land van eerder verblijf (artikel 30, eerste lid, onder d, Vw); -– Iraniërs die hebben verbleven in een derde land dat partij is bij het Vluchtelingenverdrag en niet aannemelijk hebben gemaakt dat het bedoelde land die verdragsverplichtingen ten aanzien van hen niet nakomt (artikel 31, tweede lid, onder h, Vw); -– Iraniërs die in een land van eerder verblijf zullen worden toegelaten totdat zij elders duurzame bescherming hebben gevonden (artikel 31, tweede lid, onder i, Vw); -– Iraniërs die een gevaar vormen voor de openbare orde of nationale veiligheid (zie artikel 31, tweede lid, onder k, Vw). - -##### 9.2. Voortgezet recht op opvang - -Het vertrekmoratorium heeft tot gevolg dat de opvang van (geboren, bekeerde en bekerende) christenen uit Iran die een asielaanvraag hebben ingediend, van wie de vertrektermijn reeds is verstreken, niet wordt beëindigd. Dit voortgezet recht op opvang volgt van rechtswege uit het besluit zoals gepubliceerd in de Stcrt. Het voortgezet recht op opvang eindigt tevens van rechtswege wanneer het vertrekmoratorium eindigt. - -Gedurende het vertrekmoratorium wordt de vreemdeling geacht, conform artikel 45, vijfde lid, Vw, rechtmatig verblijf te hebben als bedoeld in artikel 8, onder j, Vw. Het is niet noodzakelijk dat door deze personen een nieuwe asielaanvraag wordt ingediend. Voor zover betrokkene niet (meer) in het bezit is van een document, dient een document te worden verstrekt (zie artikel 3.5 VV). - -Iraanse christenen die een asielaanvraag hebben ingediend waarop nog niet onherroepelijk is beslist, maar die geen rechtmatig verblijf in Nederland hebben, worden daarmee tevens geacht rechtmatig verblijf te hebben, indien zij onder de reikwijdte van het vertrekmoratorium vallen. Dit betekent dat Iraniërs die onder het vertrekmoratorium vallen, niet langer belang hebben bij een eerder ingediend verzoek om een voorlopige voorziening voor zover dit verzoek is gericht op het voorkomen van de verwijdering of de beëindiging van de voorzieningen. - -##### 9.3. Verkrijging van opvang wanneer de opvang reeds was beëindigd - -Om opnieuw voor opvang in aanmerking te komen onder de werking van het vertrekmoratorium is geen nieuwe asielaanvraag noodzakelijk. Wel moet men eerder een asielaanvraag hebben ingediend en moet men zich melden bij het AC Ter Apel om voor opvang in aanmerking te komen. Om logistieke redenen kan na de aanmelding besloten worden betrokkene door te verwijzen naar een tijdelijke noodvoorziening, alvorens te beoordelen of betrokkene conform het geldende vertrekmoratorium in aanmerking komt voor opvang. Vreemdelingen die reeds voorafgaand aan de instelling van het vertrekmoratorium een tweede of volgende aanvraag hebben ingediend, welke nog niet heeft geleid tot een onherroepelijke afwijzing, kunnen zich ter verkrijging van opvang eveneens melden bij het AC Ter Apel. - -Asielzoekers die al een herhaalde aanvraag hebben ingediend welke niet in de AC-procedure is afgedaan, hebben al opvang en hoeven zich dus niet te melden. +Ten aanzien van asielzoekers uit Iran geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw. ### [13]. Het asielbeleid ten aanzien van Ivoorkust @@ -5969,33 +5876,29 @@ Ten aanzien van asielzoekers uit Nepal geldt geen besluit in de zin van artikel ### [19]. Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria -#### 1. Datum - -Deze versie van deze landenparagraaf treedt in werking op de dag waarop C24 van kracht wordt. - -#### 2. Achtergrond +#### 1. Achtergrond Deze landenparagraaf bevat het landgebonden asielbeleid voor Nigeria. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C23 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag. -De beleidsconclusies in deze landenparagraaf zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van 23 september 2005 over de situatie in Nigeria. +De beleidsconclusies in deze landenparagraaf zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van februari 2007 over de situatie in Nigeria (zie de website van het Ministerie van BuZa). -#### 3. Besluitmoratorium +#### 2. Besluitmoratorium Ten aanzien van asielzoekers uit Nigeria geldt geen besluit in de zin van artikel 43 Vw. -#### 4. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen +#### 3. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen -##### 4.1. Bevolkingsgroepen +##### 3.1. Bevolkingsgroepen Uit het vorengenoemde ambtsbericht van de Minister van BuZa blijkt dat er geen specifieke bevolkingsgroepen zijn aan te wijzen die stelselmatig zijn onderworpen aan vervolging van de zijde van de overheid, dan wel derden. Het behoren tot een specifieke bevolkingsgroep vormt op zich geen reden om betrokkene in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. -##### 4.2. Journalisten +##### 3.2. Journalisten -De grondwet voorziet in de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid. Over het algemeen respecteert de regering dit in de praktijk. Hoewel veiligheidsdiensten wel eens informatie eisten over de bronnen van een artikel, hoeven journalisten niet te vrezen voor schorsing of detentie wegens hun publicaties. +De grondwet voorziet in de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid. Deze rechten kunnen alleen dan worden ingeperkt wanneer dit in het belang is van publieke veiligheid, openbare orde, openbare zedelijkheid en volksgezondheid dan wel wanneer de rechten en vrijheden van derden in het gedrang zijn. Ondanks het grondwettelijk recht komt intimidatie van kritische journalisten incidenteel voor. Het enkele feit dat betrokkene journalist is, is in beginsel onvoldoende om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. -##### 4.3. Vrouwen +##### 3.3. Vrouwen Het normale beleid, zoals onder andere weergegeven in C2/2.11, C2/3.2 en C14/4.3 is van toepassing. @@ -6003,55 +5906,65 @@ Uit het ambtsbericht blijkt dat de regering van Nigeria zich heeft uitgesproken Vrouwen kunnen in sommige gevallen zowel zichzelf als hun eventuele (jonge) dochters aan de praktijken van genitale verminking onttrekken als zij dit wensen, met name in de grotere steden. Of zij zich eraan kunnen onttrekken door zich elders (buiten de eigen leefgemeenschap) te vestigen zal per geval verschillen en is mede afhankelijk van de vraag in hoeverre men elders een nieuw bestaan kan opbouwen. Hierbij speelt het sociale netwerk een belangrijke rol. Het sociale netwerk kan bestaan uit de (extended) ‘family’, maar ook uit andere sociale netwerken zoals verenigingen en kerkgenootschappen. -##### 4.4. Dienstplichtigen en deserteurs +##### 3.4. Dienstplichtigen en deserteurs Het normale beleid, zoals weergegeven in C2/2.12 is van toepassing. -##### 4.5. Militante groeperingen +##### 3.5. Militante groeperingen -Politieke groeperingen dan wel militante groeperingen die zich louter op etnische basis organiseren worden door de autoriteiten in de gaten gehouden. Een aantal van deze groeperingen, zoals de Odua People’s Congress, de Bakassi Boys en de Arewa People’s Congress, is wegens (vermeende) geweldplegingen verboden verklaard. Andere groeperingen zijn Egbesu Boys en Movement for the Actualisation of the Souvereign State of Biafra en Movement for the Survival of the Ogoni People. +In Nigeria zijn verscheidene militante etnische bewegingen, die alle regionaal actief zijn. Voorbeelden zijn de Odua People’s Congress, de Bakassi Boys, de Egbesu Boys en de Movement for the Actualisation of the Souvereign State of Biafra. Om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dient betrokkene aannemelijk te maken dat de problemen die hij heeft ondervonden van de zijde van de regering vanwege zijn betrokkenheid bij een politieke dan wel militante groepering zijn te herleiden tot daden van vervolging, zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag. Voorzover betrokkene stelt te vrezen voor vervolging van de zijde van één van deze groeperingen, zal hij in een deel van Nigeria waar deze beweging niet actief is, gevrijwaard zijn van deze problemen. In de regio waar de groepering wel actief is, moet worden aangenomen dat de autoriteiten niet altijd in staat zijn afdoende bescherming te bieden tegen eventueel op de persoon gericht geweld. Nu er sprake is van een vlucht- of vestigingsalternatief, bestaat er in beginsel geen aanleiding om betrokkene in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw. -##### 4.6. Geheime genootschappen +##### 3.6. Geheime genootschappen Er bestaan in Nigeria talloze geheime genootschappen met name aan universiteiten en in het zakenleven. Van een asielzoeker die zich op problemen beroept van de zijde van geheime genootschappen, wordt verwacht dat hij consistente en gedetailleerde verklaringen aflegt over (de achtergronden van) zijn problemen, die reden zijn geweest om Nigeria te verlaten. Indien iemand slachtoffer dreigt te worden van excessen (buitengerechtelijk handelen/mensenrechtenschendingen die voortvloeien uit een traditioneel Afrikaans geloof), dan kan hij zich wenden tot de autoriteiten (rechter/politie). De autoriteiten zullen in beginsel zeker optreden tegen uitwassen. -Voorzover betrokkene stelt te vrezen voor vervolging van de zijde van een geheim genootschap geldt dat hij zich aan eventuele problemen kan onttrekken door zich elders te vestigen. De activiteiten van de geheime genootschappen zijn over het algemeen beperkt tot de universiteiten. +Voorzover betrokkene stelt te vrezen voor vervolging van de zijde van een geheim genootschap geldt dat hij zich aan eventuele problemen kan onttrekken door zich elders te vestigen. De activiteiten van de geheime genootschappen zijn over het algemeen beperkt tot de universiteiten. Het wordt niet aannemelijk geacht dat de reikwijdte van geheime genootschappen zich uitstrekt tot ver buiten het gebied waar de desbetreffende groep zich ophoudt. -Voor de Ogboni-genootschappen geldt in het bijzonder dat zij thans nog actief zijn als bewaarder van oude tradities in Yorubaland (Zuidwest-Nigeria) en in gebieden waarover Yorubakoningen vroeger invloed uitoefenden. Er zijn geen aanwijzingen dat traditionele praktijken zoals mensenoffers en oplegging van de doodstraf door deze genootschappen thans nog voorkomen. Ook wordt niet aannemelijk geacht dat de reikwijdte van dergelijke genootschappen zich uitstrekt tot ver buiten het gebied waar de desbetreffende groep zich ophoudt. +Voor de Ogboni-genootschappen geldt in het bijzonder dat zij thans nog actief zijn als bewaarder van oude tradities in Yorubaland (Zuidwest-Nigeria) en in gebieden waarover Yorubakoningen vroeger invloed uitoefenden. Er zijn geen aanwijzingen dat traditionele praktijken zoals mensenoffers en oplegging van de doodstraf door deze genootschappen thans nog voorkomen. Om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning asiel dient betrokkene aannemelijk te maken dat de problemen die hij heeft ondervonden zijn te herleiden tot daden van vervolging zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag dan wel dat er sprake is van een reëel en persoonlijk risico om bij uitzetting te worden onderworpen aan foltering of andere onmenselijke behandelingen, welke in verband kunnen worden gebracht met de vrees voor het geheime genootschap. In beginsel is er sprake van een vlucht- dan wel vestigingsalternatief. Echter, dit dient te worden bezien in het individuele geval. -#### 5. Traumatabeleid +##### 3.7. Homoseksuelen + +Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa komt naar voren dat het enkele feit homoseksueel te zijn geen grond is voor strafrechtelijke vervolging. Seksuele handelingen tussen mensen van gelijk geslacht zijn dat wel. + +Er is een wet in voorbereiding die homoseksuele relaties en huwelijksceremonies tussen twee mensen van gelijk geslacht verbiedt en strafbaar stelt. Tevens zouden homoseksuele organisaties, waarvan er momenteel twee actief zijn in Nigeria, worden verboden. + +In de sharia-wetgeving is seksuele gemeenschap tussen mensen van hetzelfde geslacht strafbaar en kan leiden tot steniging. Hoewel deze straf wordt opgelegd, zijn er geen voorbeelden van daadwerkelijke uitvoering van deze straf. + +Ten aanzien van homoseksuelen is het beleid van C2/2.10.2 van toepassing. + +#### 4. Traumatabeleid Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/4.2 is van toepassing. Voor het overige zijn er met betrekking tot Nigeria geen bijzonderheden. -#### 6. Categoriale bescherming +#### 5. Categoriale bescherming Asielzoekers uit Nigeria komen niet op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (zie C2/5). -#### 7. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten +#### 6. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten -##### 7.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief +##### 6.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief Het algemene beleid, zoals weergegeven in C4/2.2 is van toepassing. -Informatie aangaande het vlucht- en vestigingsalternatief is reeds eerder in deze landenparagraaf gegeven voor een aantal specifieke groepen. Deze specifieke groepen zijn: vrouwen die genitale besnijding vrezen, personen die vervolging vrezen van militante groeperingen en personen die vervolging vrezen van de zijde van een geheim genootschap. Voorts wordt er in het kader van het vlucht- en vestigingsalternatief nog verwezen naar hetgeen er bij het onderwerp religie beschreven staat. +Informatie aangaande het vlucht- en vestigingsalternatief is reeds eerder in deze landenparagraaf gegeven voor een aantal specifieke groepen. Deze specifieke groepen zijn: vrouwen die genitale besnijding vrezen, personen die vervolging vrezen van militante groeperingen en personen die vervolging vrezen van de zijde van een geheim genootschap. Voorts wordt er in het kader van het vlucht- en vestigingsalternatief nog verwezen naar hetgeen er bij het onderwerp sharia beschreven staat. -##### 7.2. Veilig land van herkomst +##### 6.2. Veilig land van herkomst Nigeria wordt niet beschouwd als veilig land van herkomst. -##### 7.3. Veilig derde land / land van eerder verblijf +##### 6.3. Veilig derde land / land van eerder verblijf Nigeria wordt niet beschouwd als veilig derde land. -##### 7.4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag +##### 6.4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag Het beleid zoals neergelegd in C4/3.11.3 is van toepassing. Voor de procedure omtrent getuigen van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid wordt verwezen naar C11/3.1. @@ -6059,19 +5972,17 @@ Verder zijn er nog de volgende aandachtspunten. Zowel leden van het leger, de politie, de veiligheidsdiensten, als leden van de militante etnische groeperingen, zoals Odua People’s Congress, Movement for the Actualisation of the Souvereign State of Biafra, Egbesu Boys, Bakassi Boys en Ijaw Youth Council, hebben zich schuldig gemaakt aan het schenden van mensenrechten. Om die reden dient men in het bijzonder bedacht te zijn of betrokkene zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als omschreven in artikel 1F Vluchtelingenverdrag. -##### 7.5. Religie - -In de noordelijke deelstaten van Nigeria is sinds de invoering van de sharia sprake van een gespannen situatie tussen moslims en christenen met regelmatig gewelddadige incidenten. In de verslagperiode van het vorengenoemde ambtsbericht was het aantal incidenten beperkt, met uitzondering van de deelstaat Kaduna. +##### 6.5. Sharia Het sharia-strafrecht geldt alleen in de noordelijke deelstaten en is alleen van toepassing op moslims, tenzij een niet-moslim zich er vrijwillig aan wil onderwerpen. Degene die zich beroept op strafrechtelijke vervolging op grond van de sharia kan zich aan de sharia onttrekken door zich elders in Nigeria te vestigen. Een dergelijk beroep op strafrechtelijke vervolging op grond van de sharia vormt derhalve in beginsel geen reden om betrokkene in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. -#### 8. Opvangmogelijkheden Amv’s +#### 7. Opvangmogelijkheden Amv’s Opvang van Amv’s is traditioneel een aangelegenheid voor de ‘extended family’. Het wordt over het algemeen als normaal beschouwd dat andere familieleden dan de ouders indien nodig de zorg voor een kind op zich nemen. Het is in beginsel niet waarschijnlijk dat niemand zich over een minderjarig familielid zou kunnen of willen ontfermen. Ten aanzien van Amv’s uit Nigeria kan niet op voorhand worden geconcludeerd dat adequate opvang aanwezig is. De aanwezigheid van adequate opvang dient per individueel geval te worden vastgesteld. Het algemene beleid is van toepassing. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn, tenzij betrokkene zich zelfstandig kan handhaven. -#### 9. Vertrekmoratorium +#### 8. Vertrekmoratorium Ten aanzien van asielzoekers uit Nigeria geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.