diff --git a/amvb/besluit-verpakking-en-aanduiding-milieugevaarlijke-stoffen-en-preparaten/BWBR0004220/README.md b/amvb/besluit-verpakking-en-aanduiding-milieugevaarlijke-stoffen-en-preparaten/BWBR0004220/README.md index fd94273020d..64fd7592a9d 100644 --- a/amvb/besluit-verpakking-en-aanduiding-milieugevaarlijke-stoffen-en-preparaten/BWBR0004220/README.md +++ b/amvb/besluit-verpakking-en-aanduiding-milieugevaarlijke-stoffen-en-preparaten/BWBR0004220/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten bwb_id: BWBR0004220 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2004-03-18' +datum_inwerkingtreding: '2008-04-29' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0004220 citeertitel: Besluit verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten --- @@ -14,15 +14,31 @@ citeertitel: Besluit verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en prepa In dit besluit wordt verstaan onder: -a. de wet: de Wet milieugevaarlijke stoffen; +a. de wet: de Wet milieubeheer; b. stoffenrichtlijn: richtlijn nr. 67/548/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juni 1967 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PbEG L 196); c. Onze Ministers: Onze Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. +### Artikel 1a + +**1.** + +Op een verpakking als bedoeld in artikel 9.2.3.3, eerste lid, van de wet moeten duidelijk en onuitwisbaar vermeld zijn: + +a. de chemische naam van de stof; +b. de naam en het adres van de in de Europese Economische Ruimte gevestigde persoon die de stof vervaardigt, in de Europese Economische Ruimte aan een ander ter beschikking stelt of invoert; +c. de benaming van het gevaar of de gevaren van de stof, als bedoeld in artikel 9.2.3.1, tweede lid, van de wet, met het bijbehorende symbool, onderscheidenlijk de bijbehorende symbolen, voor zover daarin krachtens het derde lid is voorzien; +d. een verwijzing naar de bijzondere, aan het gebruik van de stof verbonden gevaren, voor zover daarin krachtens het derde lid is voorzien; +e. veiligheidsaanbevelingen ter vermijding van de belangrijkste, aan het gebruik van de stof verbonden gevaren, voor zover daarin krachtens het derde lid is voorzien. + +**2.** Onze Ministers stellen tezamen nadere regels met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde aanduidingen. Zij kunnen daarbij tevens bepalen dat door hen aan te geven verdere aanduidingen op een verpakking moeten zijn vermeld, of dat door hen aan te geven aanduidingen slechts in door hen aan te geven gevallen behoeven te zijn vermeld. + +**3.** Aan het bepaalde bij of krachtens het eerste lid, onder a, c, d en e, en het tweede lid wordt geacht te zijn voldaan, indien een stof, opgenomen op een door Onze Ministers tezamen vastgestelde lijst van stoffen als bedoeld in artikel 9.2.3.1, is aangeduid op de wijze die in die lijst met betrekking tot die stof is aangegeven. + ### Artikel 2 **1.** -De criteria volgens welke een stof moet worden ingedeeld in een categorie als bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de wet, zijn voor de onderscheidene categorieën als volgt: +De criteria volgens welke een stof moet worden ingedeeld in een categorie als bedoeld in artikel 9.2.3.1, tweede lid, van de wet, zijn voor de onderscheidene categorieën als volgt: a. ontplofbaar: stoffen en preparaten in vaste, vloeibare, pasta- of gelatine-achtige toestand, die ook zonder de inwerking van zuurstof in de lucht exotherm kunnen reageren, hierbij snel gassen ontwikkelen en onder bepaalde voorwaarden ontploffen, snel explosief verbranden of door verhitting bij gedeeltelijke afsluiting ontploffen; b. oxyderend: stoffen en preparaten die bij aanraking met andere stoffen, met name ontvlambare stoffen, sterk exotherm reageren; @@ -45,60 +61,62 @@ m. mutageen: stoffen en preparaten die bij inademing of bij opneming via de mond n. voor de voortplanting vergiftige: stoffen en preparaten die bij inademing of bij opneming via de mond of via de huid niet-erfelijke afwijkingen bij het nageslacht alsmede of uitsluitend aantasting van de mannelijke of vrouwelijke voortplantingsfuncties of -vermogens kunnen veroorzaken, dan wel de frequentie van deze afwijkingen of aantasting doen toenemen; o. milieugevaarlijk: stoffen en preparaten die, wanneer zij in het milieu terechtkomen, onmiddellijk of na verloop van tijd gevaar voor een of meer milieucompartimenten opleveren of kunnen opleveren. -**2.** Voor de indeling van een stof in een categorie als bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de wet, zijn tevens van toepassing de criteria die zijn vastgelegd in bijlage VI bij de stoffenrichtlijn. +**2.** Voor de indeling van een stof in een categorie als bedoeld in artikel 9.2.3.1, tweede lid, van de wet, zijn tevens van toepassing de criteria die zijn vastgelegd in bijlage VI bij de stoffenrichtlijn. **3.** Het bepaalde in het eerste lid, onder a tot en met e, is niet van toepassing op aërosolen als bedoeld in het Warenwetbesluit drukverpakkingen. ### Artikel 3 -**1.** Voor zover van een stof een kennisgeving als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de wet is gedaan, dient ter bepaling of de stof behoort tot een categorie als bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de wet, gebruik te worden gemaakt van de bij de kennisgeving overgelegde gegevens. Voor stoffen die voorkomen op de Europese inventaris van bestaande commerciële stoffen (European Inventory of Existing Commercial Substances (EINECS))(*PbEG* 90/C 146A), doch niet zijn opgenomen in bijlage I bij de stoffenrichtlijn, dient hierbij gebruik te worden gemaakt van de bestaande relevante en toegankelijke gegevens over de eigenschappen van de stof. +**1.** Ter bepaling of een stof behoort tot een categorie als bedoeld in artikel 9.2.3.1, tweede lid, van de wet, wordt gebruik gemaakt van de bestaande relevante en toegankelijke gegevens over de eigenschappen van de stof. -**2.** Onderzoek dat wordt uitgevoerd teneinde vast te stellen of een stof als bedoeld in de tweede volzin van het eerste lid behoort tot een categorie als bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de wet, dient te worden uitgevoerd met toepassing van methoden, vastgelegd in bijlage V bij de stoffenrichtlijn. +**2.** Onderzoek dat wordt uitgevoerd teneinde vast te stellen of een stof behoort tot een categorie als bedoeld in artikel 9.2.3.1, tweede lid, van de wet, dient te worden uitgevoerd met toepassing van methoden, vastgelegd in bijlage X bij de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen. -**3.** Dit artikel is niet van toepassing op stoffen die zijn opgenomen op de in artikel 36, vierde lid, van de wet bedoelde lijst. +**3.** Dit artikel is niet van toepassing op stoffen die zijn opgenomen op de in artikel 1a, derde lid bedoelde lijst. ### Artikel 4 -Indien van een stof als bedoeld in artikel 2*a*, eerste of tweede lid, artikel 9, tweede lid, onder *a*, of artikel 12, eerste, tweede of derde lid, van het Kennisgevingsbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen of van een stof die in de Europese Gemeenschappen door een fabrikant zal worden of wordt vervaardigd of door een importeur zal worden of wordt ingevoerd in een hoeveelheid van minder dan 1000 kg per jaar met het oogmerk daarmede in laboratoria onderzoek te verrichten of, nog niet volledig kan worden bepaald in hoeverre zij behoort tot een of meer categorieën als bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de wet, moet op de verpakking van die stof, benevens de aanduidingen op grond van reeds uitgevoerde onderzoeken, duidelijk en onuitwisbaar zijn vermeld: "Pas op - nog niet volledig onderzochte stof". +Vervallen ### Artikel 5 -Onze Ministers kunnen bepalen dat in door hen aan te geven gevallen, waarin naar hun oordeel in het verband met de bestemming van de stoffen het in artikel 36, tweede lid, van de wet voorgeschreven gebruik van de Nederlandse taal voor de in artikel 36, eerste lid, van de wet voorgeschreven aanduidingen niet zinvol is, deze aanduidingen in een andere taal dan de Nederlandse taal mogen worden gesteld. +**1.** De in artikel 1a, eerste lid, voorgeschreven aanduidingen moeten gesteld zijn in de Nederlandse taal. + +**2.** Onze Ministers kunnen bepalen dat in door hen aan te geven gevallen, waarin naar hun oordeel in het verband met de bestemming van de stoffen het in het eerste lid voorgeschreven gebruik van de Nederlandse taal voor de in artikel 1a, eerste lid, voorgeschreven aanduidingen niet zinvol is, deze aanduidingen in een andere taal dan de Nederlandse mogen worden gesteld. ### Artikel 6 -**1.** De artikelen 34 tot en met 38 van de wet, en de artikelen 2, eerste en derde lid, 3, tweede lid, en 5, zijn van overeenkomstige toepassing op preparaten, met uitzondering van cosmetica als bedoeld in het Warenwetbesluit kosmetische produkten. +**1.** De artikelen 9.2.3.1 tot en met 9.2.3.4 van de wet, en de artikelen 1a, 2, eerste en derde lid, 3, tweede lid, en 5, zijn van overeenkomstige toepassing op preparaten, met uitzondering van cosmetica als bedoeld in het Warenwetbesluit kosmetische produkten. **2.** Onze Ministers kunnen regels stellen met betrekking tot de verpakking, het etiket daaronder begrepen, en aanduiding van preparaten. ### Artikel 6a -**1.** De indeling van een preparaat in een categorie als bedoeld in artikel 34, tweede lid, onder a tot en met e, van de wet, dient te geschieden op grond van onderzoek naar de in die onderdelen bedoelde gevaarlijke eigenschappen. +**1.** De indeling van een preparaat in een categorie als bedoeld in artikel 9.2.3.1, tweede lid, onder a tot en met e, van de wet, dient te geschieden op grond van onderzoek naar de in die onderdelen bedoelde gevaarlijke eigenschappen. **2.** In afwijking van het eerste lid kan de indeling van een preparaat in een categorie als bedoeld in dat lid achterwege blijven, indien: -a. geen enkel bestanddeel van dat preparaat de in artikel 34, tweede lid, onder a tot en met e van de wet, bedoelde eigenschappen heeft en het volgens de gegevens waarover de fabrikant beschikt weinig waarschijnlijk is dat bij het preparaat een dergelijk gevaar aanwezig is, of +a. geen enkel bestanddeel van dat preparaat de in artikel 9.2.3.1, tweede lid, onder a tot en met e van de wet, bedoelde eigenschappen heeft en het volgens de gegevens waarover de fabrikant beschikt weinig waarschijnlijk is dat bij het preparaat een dergelijk gevaar aanwezig is, of b. in het geval van wijziging van de samenstelling van een preparaat met bekende samenstelling, er wetenschappelijke aanwijzingen zijn dat een nieuwe beoordeling van de gevaren niet tot een wijziging van de indeling zal leiden. **3.** Bij regeling van Onze Ministers worden nadere regels gesteld ter zake van het onderzoek en de in het eerste lid genoemde indeling van een preparaat. ### Artikel 6b -**1.** Voor de indeling van een preparaat in een categorie als bedoeld in artikel 34, tweede lid, onder f tot en met n, van de wet, is van toepassing de door Onze Ministers vast te stellen methode met bijbehorende criteria, die gebaseerd is op de eigenschappen van de stoffen waaruit het preparaat is samengesteld en de concentraties waarin die stoffen in het preparaat voorkomen. +**1.** Voor de indeling van een preparaat in een categorie als bedoeld in artikel 9.2.3.1, tweede lid, onder f tot en met n, van de wet, is van toepassing de door Onze Ministers vast te stellen methode met bijbehorende criteria, die gebaseerd is op de eigenschappen van de stoffen waaruit het preparaat is samengesteld en de concentraties waarin die stoffen in het preparaat voorkomen. -**2.** In afwijking van het eerste lid wordt een preparaat overeenkomstig de criteria van bijlage VI bij de stoffenrichtlijn, ingedeeld in één of meer van de categorieën bedoeld in artikel 34, tweede lid, onder f tot en met j, van de wet, indien met betrekking tot die indeling toxicologische gegevens beschikbaar zijn. +**2.** In afwijking van het eerste lid wordt een preparaat overeenkomstig de criteria van bijlage VI bij de stoffenrichtlijn, ingedeeld in één of meer van de categorieën bedoeld in artikel 9.2.3.1, tweede lid, onder f tot en met j, van de wet, indien met betrekking tot die indeling toxicologische gegevens beschikbaar zijn. **3.** Bij regeling van Onze Ministers worden regels gesteld over de wijze waarop de toxicologische gegevens bedoeld in het tweede lid worden bepaald. **4.** In de in het derde lid bedoelde regels kunnen tevens bijzondere omstandigheden worden aangewezen die van invloed zijn op de indeling van het preparaat. -**5.** Onze Ministers bepalen in welke gevallen een wijziging in de samenstelling van een preparaat dat is ingedeeld in een categorie als bedoeld in artikel 34, tweede lid, onder f tot en met n, van de wet, leidt tot een nieuwe beoordeling van die indeling. +**5.** Onze Ministers bepalen in welke gevallen een wijziging in de samenstelling van een preparaat dat is ingedeeld in een categorie als bedoeld in artikel 9.2.3.1, tweede lid, onder f tot en met n, van de wet, leidt tot een nieuwe beoordeling van die indeling. ### Artikel 6c -**1.** Op de indeling van een preparaat in de categorie milieugevaarlijk als bedoeld in artikel 34, tweede lid, onder o, van de wet, is van toepassing de bij regeling van Onze Ministers vast te stellen methode met bijbehorende criteria. +**1.** Op de indeling van een preparaat in de categorie milieugevaarlijk als bedoeld in artikel 9.2.3.1, tweede lid, onder o, van de wet, is van toepassing de bij regeling van Onze Ministers vast te stellen methode met bijbehorende criteria. **2.** Bij regeling van Onze Ministers wordt voor preparaten waarvan de samenstelling bekend is, met uitzondering van de onder richtlijn nr. 91/414/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PbEG L 230) vallende preparaten die zijn ingedeeld volgens andere internationaal erkende methoden die in overeenstemming zijn met de bepalingen van de bijlagen II en III bij richtlijn nr. 91/414/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PbEG L 230), vastgesteld in welke gevallen een nieuwe beoordeling van de gevaren voor het milieu plaatsvindt. @@ -117,17 +135,15 @@ b. alle nuttige informatie betreffende de wijze van verpakking van die verpakkin ### Artikel 6e -Elke vorm van reclame voor een preparaat waarbij een particulier een koopcontract kan sluiten zonder eerst de verpakking, het etiket daarbij inbegrepen, van het preparaat te hebben gezien, vermeldt de daarop aangeduide soort of soorten gevaren als bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de wet. +Elke vorm van reclame voor een preparaat waarbij een particulier een koopcontract kan sluiten zonder eerst de verpakking, het etiket daarbij inbegrepen, van het preparaat te hebben gezien, vermeldt de daarop aangeduide soort of soorten gevaren als bedoeld in artikel 9.2.3.1, tweede lid, van de wet. ### Artikel 6f -Bij regeling van Onze Ministers kunnen preparaten worden aangewezen waarop de artikelen 34 tot en met 38 van de wet geheel of voor een daarbij te bepalen gedeelte niet van toepassing zijn indien deze preparaten in de vorm waarin ze in de handel zijn gebracht geen gevarenopleveren uit fysisch-chemische eigenschappen, noch gevaren opleveren voor gezondheid of voor het milieu. +Bij regeling van Onze Ministers kunnen preparaten worden aangewezen waarop de artikelen 1a en 9.2.3.1 tot en met 9.2.3.4 van de wet geheel of voor een daarbij te bepalen gedeelte niet van toepassing zijn indien deze preparaten in de vorm waarin ze in de handel zijn gebracht geen gevarenopleveren uit fysisch-chemische eigenschappen, noch gevaren opleveren voor gezondheid of voor het milieu. ### Artikel 7 -**1.** - -De artikelen 34 tot en met 37 en artikel 38, eerste lid, van de wet zijn niet van toepassing op: +De artikelen 9.2.3.1, 9.2.3.2, 9.2.3.3 en 9.2.3.4, eerste lid, van de wet zijn niet van toepassing op: a. springstoffen die in de handel worden gebracht met het oog op hun explosieve of pyrotechnische eigenschappen; b. stoffen, alsmede preparaten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, in douanevervoer, die onder toezicht staan van de douane en niet worden bewerkt of verwerkt; @@ -136,17 +152,15 @@ d. preparaten die radioactieve stoffen als omschreven in richtlijn nr. 80/836/Eu e. medische hulpmiddelen die invasief zijn of in direct contact komen met het lichaam, voorzover er communautaire voorschriften voor de indeling en kenmerking van gevaarlijke stoffen en preparaten voorhanden zijn die eenzelfde niveau van informatie en bescherming verzekeren als richtlijn nr. 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 mei 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten (PbEG L 200); f. geneesmiddelen als bedoeld in de Geneesmiddelenwet en de Diergeneesmiddelenwet. -**2.** De artikelen 34 tot en met 37 en artikel 38, eerste lid, van de wet zijn tot 30 april 1997 evenmin van toepassing op butaan, propaan en vloeibaar gemaakt petroleumgas, met uitzondering van aërosolen als bedoeld in het Warenwetbesluit drukverpakkingen. - ### Artikel 8 -Het Besluit Aflevering Gevaarlijke Stoffen (*Stb.* 1979, 764) wordt ingetrokken. +Dit besluit berust op de artikelen 9.2.3.1, derde en vierde lid, 9.2.3.2, 9.2.3.3 en 9.2.3.5 van de wet. ### Artikel 9 **1.** Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. -**2.** Een wijziging van bijlage I, V of VI bij de stoffenrichtlijn treedt voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, onderscheidenlijk tweede lid, onderscheidenlijk artikel 2, tweede lid, in werking met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld. +**2.** Een wijziging van bijlage I of VI bij de stoffenrichtlijn treedt voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, onderscheidenlijk tweede lid, onderscheidenlijk artikel 2, tweede lid, in werking met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld. **3.** Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan bij ministeriële regeling onderdelen van een in werking getreden wijziging als bedoeld in het tweede lid, voor door hem aan te wijzen categorieën stoffen tot een door hem te bepalen tijdstip buiten toepassing laten.