2007-04-27 | BWBR0004939 | Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer

This commit is contained in:
Coornhert 2007-04-27 12:00:00 +00:00
parent 0d7c95e08c
commit 0bc45a4a1e

View file

@ -33,7 +33,9 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
### Artikel 2
De kamerleden genieten een schadeloosstelling waarvan de hoogte overeenkomt met het bedrag dat is verbonden aan het hoogste salarisnummer van schaal 16 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (*Stb.* 1983, 571), vermeerderd met een percentage van dat bedrag, overeenkomend met het in artikel 21, eerste lid, Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 genoemde percentage.
**1.** De kamerleden genieten een schadeloosstelling van € 6.645,49 per maand, vermeerderd met een percentage dat gelijk is aan het percentage van de vakantie-uitkering voor het burgerlijk rijkspersoneel.
**2.** Indien de bezoldiging van het burgerlijk rijkspersoneel wordt gewijzigd en wordt bepaald dat die wijziging een algemeen karakter draagt, wordt bij algemene maatregel van bestuur met ingang van de datum, waarop die wijziging ingaat, de schadeloosstelling van kamerleden dienovereenkomstig gewijzigd, onder nadere vaststelling, voor zoveel nodig, van het in het eerste lid genoemde bedrag.
### Artikel 2a
@ -91,15 +93,11 @@ Vervallen
### Artikel 6
**1.** De kamerleden ontvangen naast de schadeloosstelling een tegemoetkoming in de premie van een ziektekostenverzekering op de voet van de regeling voor het burgerlijk rijkspersoneel.
**2.** De kamerleden hebben aanspraak op een tegemoetkoming in de voor eigen rekening blijvende ziektekosten op de voet van de regeling voor het burgerlijk rijkspersoneel.
**3.** Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op gewezen kamerleden, hun nabestaanden en nabestaanden van kamerleden gedurende de periode dat zij een uitkering, dan wel een pensioen genieten krachtens de bepalingen van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers met betrekking tot leden van de Tweede Kamer.
Vervallen
### Artikel 6a
**1.** Het kamerlid dat ingevolge artikel X 12 van de Kieswet is benoemd in de plaats die is opengevallen als gevolg van het tijdelijk ontslag van een lid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, ontvangt een bedrag van € 590 per maand waarmee voorzieningen kunnen worden getroffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.
**1.** Het kamerlid dat ingevolge artikel X 12 van de Kieswet is benoemd in de plaats die is opengevallen als gevolg van het tijdelijk ontslag van een lid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, ontvangt een bedrag van € 590 per maand waarmee voorzieningen kunnen worden getroffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.
**2.** Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt door Onze Minister gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijzigingen die de schadeloosstelling, bedoeld in artikel 2, ondergaat.
@ -128,15 +126,15 @@ De hoogte van het in het eerste lid bedoelde bedrag wordt berekend als volgt:
75 km.55 * bedrag A + 85 * bedrag B
150 km. en meer:140 * bedrag B
waarbij bedrag A gelijk is aan de som van de bedragen, genoemd in artikel 5, eerste lid, van de Reisregeling binnenland voor vergoeding van kosten voor lunch, avondmaaltijd en voor kleine uitgaven overdag en s avonds en bedrag B gelijk is aan de som van de bedragen, genoemd in artikel 5, eerste lid, van die regeling voor vergoeding van kosten voor maaltijden, voor logies en voor kleine uitgaven overdag en s avonds. De vergoeding behorend bij afstanden, afgerond op hele kilometers, tussen de in bovenstaand schema genoemde afstanden, wordt berekend naar evenredigheid met het verschil tussen de in het schema aangegeven vergoedingen bij de naast hogere en naast lagere afstand. Het bedrag van de vergoeding wordt afgerond op hele euro's.
waarbij bedrag A gelijk is aan de som van de voor dienstreizen van het burgerlijk rijkspersoneel vastgestelde bedragen voor vergoeding wegens verblijfkosten van een lunch en een avondmaaltijd en voor kleine uitgaven overdag en s avonds en bedrag B gelijk is aan de som van de voor dienstreizen van het burgerlijk rijkspersoneel vastgestelde bedragen voor vergoeding wegens verblijfkosten van de maaltijden en het logies en voor kleine uitgaven overdag en s avonds. De vergoeding behorend bij afstanden, afgerond op hele kilometers, tussen de in bovenstaand schema genoemde afstanden, wordt berekend naar evenredigheid met het verschil tussen de in het schema aangegeven vergoedingen bij de naast hogere en naast lagere afstand. Het bedrag van de vergoeding wordt afgerond op hele euro's.
**3.** Het kamerlid aan wie ingevolge artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte heeft aanspraak op een vergoeding van € 500, per maand indien de afstand van de woonplaats van het kamerlid of het door het kamerlid bewoonde deel van de woonplaats tot het gebouw van de Tweede Kamer der Staten-Generaal groter is dan 75 km en hij voor de uitoefening van het kamerlidmaatschap beschikt over huisvesting voor verblijf in of nabij s-Gravenhage.
**3.** Het kamerlid aan wie ingevolge artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte heeft aanspraak op een vergoeding van € 500, per maand indien de afstand van de woonplaats van het kamerlid of het door het kamerlid bewoonde deel van de woonplaats tot het gebouw van de Tweede Kamer der Staten-Generaal groter is dan 75 km en hij voor de uitoefening van het kamerlidmaatschap beschikt over huisvesting voor verblijf in of nabij s-Gravenhage.
**4.** Ten aanzien van een kamerlid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, wordt het bedrag, berekend met toepassing van het tweede lid, vermenigvuldigd met 100/P, waarbij P wordt berekend door het getal 100 te verminderen met het getal van het hoogste tarief, bedoeld in kolom IV van artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
### Artikel 9
**1.** De kamerleden ontvangen een vergoeding voor aan de uitoefening van het kamerlidmaatschap verbonden kosten die € 1997,99 per 1 januari 2006: € 2.268,46 per jaar bedraagt.
**1.** De kamerleden ontvangen een vergoeding voor aan de uitoefening van het kamerlidmaatschap verbonden kosten die € 1997,99 per 1 januari 2006: € 2.268,46 per jaar bedraagt.
**2.** Ten aanzien van een kamerlid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, wordt het bedrag, genoemd in het eerste lid, vermenigvuldigd met 100/P, waarbij P wordt berekend door het getal 100 te verminderen met het getal van het hoogste tarief, bedoeld in kolom IV van artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
@ -225,13 +223,7 @@ Onder neveninkomsten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, wordt met betrekking
### Artikel 21
**1.** Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1990.
**2.** Tot 1 januari 1991 dient artikel 7, eerste lid, te worden gelezen als volgt: De kamerleden ontvangen een compensatie voor de reiskosten in het woon-werkverkeer gelijk aan het bedrag dat op grond van artikel 23, eerste lid, onder *b*, juncto artikel 23, vierde lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 niet tot de inkomsten uit arbeid behoort. Bij de vaststelling van het in de vorige volzin bedoelde bedrag, wordt er van uit gegaan dat niet met het openbaar vervoer wordt gereisd.
**3.** Voor de tegemoetkoming in de premie van een ziektekostenverzekering, bedoeld in artikel 6 en artikel 16, onder D, over het jaar 1990, blijft de tweede volzin van artikel 6, tweede lid, van de Interimregeling ziektekosten ambtenaren 1982 buiten toepassing.
**4.** De op 1 januari 1990 ingevolge deze wet geldende schadeloosstelling is met ingang van die dag de berekeningsgrondslag van een uitkering, die ingevolge artikel 51 van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers is toegekend aan een gewezen kamerlid die is afgetreden vóór 2 januari 1990.
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1990.
### Artikel 22