2005-04-27 | BWBR0007625 | Wet educatie en beroepsonderwijs
This commit is contained in:
parent
871338f1d7
commit
0beb16c8b7
1 changed files with 64 additions and 7 deletions
|
|
@ -206,6 +206,8 @@ Het bevoegd gezag voegt bij deze aanvraag in elk geval het ontwerp van de in art
|
|||
|
||||
**5.** Artikel 1.3.8, eerste tot en met derde lid, is van overeenkomstige toepassing op instellingen als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**5a.** Het eerste lid is niet van toepassing op opleidingen, bedoeld in artikel 12.1a.2, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Titel 4a. Andere instellingen die een opleiding educatie verzorgen
|
||||
|
||||
### Artikel 1.4a.1
|
||||
|
|
@ -282,7 +284,9 @@ a. de maatschappelijke behoeften aan de opleiding, mede in het licht van het ond
|
|||
b. de arbeidsmarktperspectieven voor afgestudeerden, alsmede
|
||||
c. de mate waarin de inhoud van de opleiding bijdraagt aan een duurzame en brede beroepskwalificatie.
|
||||
|
||||
**3.** De ministeriële regeling, bedoeld in artikel 7.2.4, eerste lid, omvat mede een overzicht van de beroepsopleidingen die op grond van het eerste lid voor bekostiging in aanmerking komen. Bij deze ministeriële regeling wordt tevens het tijdstip bepaald met ingang waarvan de bekostiging wordt beëindigd. Dat tijdstip wordt zodanig bepaald dat het bevoegd gezag in de gelegenheid is om de voor de opleiding ingeschreven deelnemers in staat te stellen de opleiding te voltooien.
|
||||
**3.** De ministeriële regeling, bedoeld in artikel 7.2.4, tweede lid, omvat mede een overzicht van de beroepsopleidingen die op grond van het eerste lid voor bekostiging in aanmerking komen. Bij deze ministeriële regeling wordt tevens het tijdstip bepaald met ingang waarvan de bekostiging wordt beëindigd. Dat tijdstip wordt zodanig bepaald dat het bevoegd gezag in de gelegenheid is om de voor de opleiding ingeschreven deelnemers in staat te stellen de opleiding te voltooien.
|
||||
|
||||
**3a.** Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op opleidingen, bedoeld in artikel 12.1a.1, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -1371,6 +1375,8 @@ b. waarvoor Onze Minister toepassing heeft gegeven aan artikel 7.2.4, zevende li
|
|||
|
||||
**6.** Het tweede tot en met vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de registratie van de examinering door exameninstellingen.
|
||||
|
||||
**6a.** Het eerste tot en met zesde lid zijn niet van toepassing op de aanmelding van de opleidingen, bedoeld in artikel 12.1a.1, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.4.3
|
||||
|
||||
Indien de aanmelding voor registratie betrekking heeft op een opleiding, verzorgd door een instelling ten aanzien waarvan Onze Minister in de vier jaren voorafgaand aan de aanmelding voor die opleiding toepassing heeft gegeven aan artikel 6.1.4, verschaft het bevoegd gezag in aanvulling op de gegevens, bedoeld in artikel 6.4.1, vijfde lid, onder a, gegevens waaruit blijkt dat
|
||||
|
|
@ -1537,6 +1543,8 @@ g. het beroep of de beroepencategorie op de voorbereiding waarvan de beroepsople
|
|||
|
||||
**3.** Onze Minister stelt de in het tweede lid bedoelde ministeriële regeling vast op voorstel van het desbetreffende kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven. Het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven doet een dergelijk voorstel telkens vóór 1 juni en neemt daarbij het tweede lid in acht.
|
||||
|
||||
**3a.** Met het oog op de ontwikkeling van nieuwe kwalificaties kunnen met afwijking van de termijnen, bedoeld in het tweede en derde lid, eindtermen tot stand worden gebracht.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Bij het voorstel voor de eindtermen voegt het bestuur van het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven:
|
||||
|
|
@ -1759,6 +1767,8 @@ l. de wijze waarop en de termijn waarbinnen de deelnemer inzage verkrijgt in zij
|
|||
m. de wijze waarop en de termijn waarbinnen kennis genomen kan worden van schriftelijke opgaven, en
|
||||
n. de termijn waarbinnen de uitslag van een toets, examenonderdeel en examen bekend wordt gemaakt.
|
||||
|
||||
**1a.** De termijn, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, is niet van toepassing op de opleidingen, bedoeld in de artikelen 12.1a.1, eerste lid, en 12.1a.2, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** De examencommissie stelt, met inachtneming van de onderwijs- en examenregeling, regels vast met betrekking tot de goede gang van zaken tijdens het afnemen van de toetsen, het examen of de examenonderdelen.
|
||||
|
||||
**3.** Het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in artikel 1.3.2, eerste lid, die uitgaat van verschillende godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuigingen, houdt bij de vaststelling van de onderwijs- en examenregeling rekening met die verschillen.
|
||||
|
|
@ -1775,7 +1785,7 @@ n. de termijn waarbinnen de uitslag van een toets, examenonderdeel en examen bek
|
|||
|
||||
### Artikel 7.4.9
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag maakt tijdig voor de aanvang van het studiejaar en zodanig dat de aanstaande deelnemer zich een goed beeld kan vormen van de inhoud en inrichting van het onderwijs en de examens, de onderwijs- en examenregeling bekend.
|
||||
Het bevoegd gezag maakt tijdig voor de aanvang van het studiejaar en zodanig dat de aanstaande deelnemer zich een goed beeld kan vormen van de inhoud en inrichting van het onderwijs en de examens, de onderwijs- en examenregeling bekend. De termijn, bedoeld in de vorige volzin, is niet van toepassing op de opleidingen, bedoeld in de artikelen 12.1a.1, eerste lid, en 12.1a.2, eerste lid.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 1a. Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -2058,11 +2068,13 @@ e. schorsing en verwijdering,
|
|||
f. tussentijdse beëindiging van de overeenkomst en onmiddellijke ontbinding van de overeenkomst in het geval, bedoeld in artikel 8.1.1, lid 1a en
|
||||
g. de schadevergoeding waarop de deelnemer bij beëindiging van de bekostiging of ontneming van rechten als bedoeld in artikel 2.1.3 onderscheidenlijk in de artikelen 6.1.4 of 6.2.2 jegens de instelling aanspraak heeft.
|
||||
|
||||
**3a.** De overeenkomst met betrekking tot een opleiding als bedoeld in artikel 12.1a.1, eerste lid, of artikel 12.1a.2, eerste lid, bevat tevens de regeling, bedoeld in de laatste volzin van die artikelleden.
|
||||
|
||||
**4.** Indien tot een bijzondere instelling andere deelnemers worden toegelaten dan voor wie de instelling in verband met de godsdienstige of levensbeschouwelijke richting wordt in stand gehouden, kunnen deze deelnemers niet worden verplicht tot het volgen van onderwijs dat in verband met die richting door de instelling wordt verzorgd.
|
||||
|
||||
**5.** Artikel 8.1.1, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing op de schorsing en verwijdering van deelnemers.
|
||||
|
||||
**6.** Definitieve verwijdering van een deelnemer waarop de Leerplichtwet 1969 van toepassing is, vindt niet plaats dan nadat het bevoegd gezag ervoor heeft zorggedragen dat een andere instelling, een school voor speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, dan wel een instelling als bedoeld in artikel 1, onder *c*, van de Leerplichtwet 1969 bereid is de deelnemer toe te laten. Indien aantoonbaar gedurende 8 weken zonder succes is gezocht naar een zodanige instelling of school waarnaar kan worden verwezen, kan in afwijking van de eerste volzin tot definitieve verwijdering worden overgegaan.
|
||||
**6.** Definitieve verwijdering van een deelnemer waarop de Leerplichtwet 1969 van toepassing is, vindt niet plaats dan nadat het bevoegd gezag ervoor heeft zorggedragen dat een andere instelling, een school voor speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, dan wel een instelling als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Leerplichtwet 1969 bereid is de deelnemer toe te laten. Indien aantoonbaar gedurende 8 weken zonder succes is gezocht naar een zodanige instelling of school waarnaar kan worden verwezen, kan in afwijking van de eerste volzin tot definitieve verwijdering worden overgegaan.
|
||||
|
||||
**7.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op examendeelnemers als bedoeld in artikel 8.1.1, eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2412,6 +2424,55 @@ c. het Besluit bekostiging Innovatie- en praktijkcentra.
|
|||
|
||||
**2.** Van de ingetrokken of vervallen voorschriften die bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling zijn vastgesteld en die ingevolge dit hoofdstuk van toepassing blijven, kan worden afgeweken bij algemene maatregel van bestuur respectievelijk ministeriële regeling.
|
||||
|
||||
### Titel 1a. Bepalingen met betrekking tot experimentele opleidingen
|
||||
|
||||
### Artikel 12.1a.1
|
||||
|
||||
**1.** Met het oog op de ontwikkeling van nieuwe kwalificaties en de daarop gerichte opleidingen kan Onze Minister op aanvraag van het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8 of een hogeschool als bedoeld in artikel 12.3.9 besluiten dat een beroepsopleiding waarvoor de eindtermen worden voorbereid of met toepassing van artikel 7.2.4, lid 3a, of artikel 17 van de Regeling subsidiëring proeftuinen herontwerp beroepsonderwijs studiejaar 2004–2005 zijn vastgesteld, voor bekostiging overeenkomstig hoofdstuk 2, titel 2, paragraaf 1 in aanmerking komt. Onze Minister bepaalt de aanvang en het einde van de bekostiging en de aanvullende voorwaarden voor bekostiging, die in elk geval betrekking hebben op de regeling die de instelling treft om de belangen van de deelnemers te waarborgen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, vermeldt het bevoegd gezag in elk geval
|
||||
|
||||
1°. de naam en de studielast van de opleiding,
|
||||
2°. de leerweg of leerwegen waarin de opleiding wordt verzorgd,
|
||||
3°. indien beschikbaar, de code waarmee het geheel van de desbetreffende eindtermen wordt aangeduid en de code waarmee de deelkwalificaties van de opleiding worden aangeduid,
|
||||
4°. of het een opleiding betreft die is gericht op een bepaald beroep waarvoor bij of krachtens de wet vereisten zijn vastgesteld en
|
||||
5°. een voorstel voor de regeling, bedoeld in het eerste lid, laatste volzin.
|
||||
|
||||
**3.** De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, geldt mede als aanmelding voor registratie in het Centraal register. Indien Onze Minister de aanvraag inwilligt en de eindtermen zijn vastgesteld, registreert hij bij de eerstvolgende gelegenheid daartoe de in het tweede lid, onder 1° tot en met 4°, genoemde gegevens in het Centraal register.
|
||||
|
||||
**4.** De bekostiging op grond van het eerste lid eindigt op het door Onze Minister in de bekostigingsbeschikking bepaalde tijdstip of, indien dat eerder is, zodra de desbetreffende opleiding wordt bekostigd op grond van artikel 2.1.1, eerste lid. Bij niet nakoming van de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, kan Onze Minister onverminderd artikel 11.1 bepalen dat de bekostiging met ingang van een eerder tijdstip dan bedoeld in de eerste volzin eindigt.
|
||||
|
||||
**5.** Artikel 1.3.1, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste tot en met vijfde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.1a.2
|
||||
|
||||
**1.** Met het oog op de ontwikkeling van nieuwe kwalificaties en de daarop gerichte opleidingen kan Onze Minister op aanvraag van het bevoegd gezag van een andere instelling dan bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, of van een instelling besluiten dat aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van opleidingen waarvoor de eindtermen zijn vastgesteld met toepassing van artikel 7.2.4, lid 3a, of artikel 17 van de Regeling subsidiëring proeftuinen herontwerp beroepsonderwijs studiejaar 2004–2005, een diploma of certificaat als bedoeld in artikel 7.4.6 is verbonden. Voorwaarde voor de toepassing van de eerste volzin is dat de desbetreffende instelling de voorschriften, bedoeld in artikel 1.4.1, eerste lid, in acht neemt. Onze Minister bepaalt de aanvang en het einde van de erkenning en de aanvullende voorwaarden voor erkenning, die in elk geval betrekking hebben op de regeling die de instelling treft om de belangen van de deelnemers te waarborgen.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 1.4.1, tweede tot en met vijfde lid, en artikel 12.1a.1, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de aanvragen, bedoeld in het eerste lid. In aanvulling op de gegevens, bedoeld in artikel 12.1a.1, tweede lid, verschaft het bevoegd gezag van een niet uit ’s Rijks kas bekostigde instelling bij de aanvraag tevens de gegevens waaruit blijkt dat het onderwijs van voldoende kwaliteit is of zal zijn en dat wordt voldaan aan de voorschriften, bedoeld in artikel 1.4.1, eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste en tweede lid.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van de Wet studiefinanciering 2000 en de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten wordt een opleiding als bedoeld in het eerste lid gelijkgesteld met een opleiding als bedoeld in artikel 1.4.1.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.1a.3
|
||||
|
||||
De opleidingen die op basis van de Regeling subsidiëring proeftuinen herontwerp beroepsonderwijs studiejaar 2004–2005 voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht, gelden met ingang van het studiejaar 2005–2006 voor de toepassing van deze wet als opleidingen die op basis van artikel 12.1a.1, eerste lid, voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht voor zover het deelnemers betreft die in het studiejaar 2004–2005 reeds voor de desbetreffende opleiding waren ingeschreven.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.1a.4
|
||||
|
||||
Onze Minister zendt voor 1 oktober 2007 aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal een door een onafhankelijke organisatie op te stellen verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de opleidingen, bedoeld in de artikelen 12.1a.1 tot en met 12.1a.3.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.1a.5
|
||||
|
||||
De artikelen 1.4.1, lid 5a, 2.1.1, lid 3a, 6.4.2, lid 6a, 7.2.4, lid 3a, 7.4.8, lid 1a, 7.4.9, tweede volzin, 8.1.3, lid 3a, 12.1a.1 en 12.1a.2 vervallen met ingang van 1 augustus 2010, met dien verstande dat
|
||||
|
||||
a. zij van toepassing blijven op opleidingen die voor die datum op basis van artikel 12.1a.1, eerste lid, voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht of op basis van artikel 12.1a.2, eerste lid, zijn erkend en
|
||||
b. deelnemers aan een opleiding die op basis van artikel 12.1a.1, eerste lid, voor bekostiging in aanmerking is gebracht, onverminderd de overige eisen kunnen worden meegeteld voor de berekening van de rijksbijdrage als zij op de desbetreffende teldatum waren ingeschreven voor die opleiding.
|
||||
|
||||
### Titel 2. Voorzieningen voor onbepaalde tijd
|
||||
|
||||
### Artikel 12.2.1
|
||||
|
|
@ -2426,10 +2487,6 @@ Diploma’s en certificaten ingevolge de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet
|
|||
|
||||
### Artikel 12.2.3
|
||||
|
||||
De vakinstelling die op grond van artikel 12.3.5, zoals dat luidde op 30 juni 2004, de rijksbijdrage ten aanzien van huisvesting voortgezet onderwijs ontving en nadien is blijven ontvangen, wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen, alsmede voor de toepassing van artikel 76v.1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, aangemerkt als scholengemeenschap in de zin van artikel 2.6.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.2.3
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12.2.4
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue