2018-07-01 | BWBR0009386 | Arbeidstijdenbesluit vervoer
This commit is contained in:
parent
82e142fc33
commit
0c13a6234b
1 changed files with 27 additions and 30 deletions
|
|
@ -28,7 +28,7 @@ In dit besluit wordt verstaan onder wet: de Arbeidstijdenwet.
|
|||
|
||||
Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt, voor zover niet anders is bepaald, verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. *Onze Ministers:* Onze Ministers van Infrastructuur en Milieu en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
|
||||
a. *Onze Ministers:* Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
|
||||
b. *verordening (EG) nr. 561/2006:* verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad (PbEU L 102);
|
||||
c. *verordening (EU) nr. 165/2014:* verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en van de Raad van 4 februari 2014 betreffende tachografen in het wegvervoer, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer (PbEU 2014, L 60);
|
||||
d. *vrachtauto:* vrachtauto als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet wegvervoer goederen, alsmede een trekker als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen;
|
||||
|
|
@ -97,7 +97,7 @@ c. een taxi, niet zijnde een ambulance.
|
|||
|
||||
**5.** De werknemer bewaart de gegevens en bescheiden met betrekking tot de in artikel 4:3 van de wet neergelegde registratieverplichting die tijdens zijn werkzaamheden, bedoeld in artikel 2.3:1 zijn geregistreerd tot het tijdstip van deugdelijke overdracht aan de werkgever.
|
||||
|
||||
**6.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen regels worden gesteld over de wijze van bewaren van de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens en bescheiden, en het overbrengen van de in het controleapparaat en op de bestuurderskaart geregistreerde gegevens naar de vestiging van de werkgever of de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet.
|
||||
**6.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kunnen regels worden gesteld over de wijze van bewaren van de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens en bescheiden, en het overbrengen van de in het controleapparaat en op de bestuurderskaart geregistreerde gegevens naar de vestiging van de werkgever of de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Boordcomputer
|
||||
|
||||
|
|
@ -105,7 +105,7 @@ c. een taxi, niet zijnde een ambulance.
|
|||
|
||||
**1.** Bij taxivervoer wordt door de werkgever, de bestuurder en de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet ten behoeve van een deugdelijke registratie van de arbeids- en rusttijden, een boordcomputer, als bedoeld in artikel 79, eerste lid, van het Besluit personenvervoer 2000 gebruikt, overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens voornoemd besluit.
|
||||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden nadere regels gesteld over de registratieverplichtingen die op de vervoerder en de bestuurder rusten indien de boordcomputer buiten gebruik is en de gegevens die in dat geval aanwezig zijn in de taxi.
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat worden nadere regels gesteld over de registratieverplichtingen die op de vervoerder en de bestuurder rusten indien de boordcomputer buiten gebruik is en de gegevens die in dat geval aanwezig zijn in de taxi.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Dienstrooster
|
||||
|
||||
|
|
@ -115,7 +115,7 @@ c. een taxi, niet zijnde een ambulance.
|
|||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien wordt gehandeld overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.4:1 en 2.4:13 en het verbod van artikel 2.4:4 wordt nageleefd.
|
||||
|
||||
**3.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de inhoud, de invulling, de bekendmaking en de bewaring van het dienstrooster.
|
||||
**3.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de inhoud, de invulling, de bekendmaking en de bewaring van het dienstrooster.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Controlemiddelen
|
||||
|
||||
|
|
@ -138,7 +138,7 @@ f. in het voertuig een voorziening aanwezig te hebben die voor misbruik als bedo
|
|||
|
||||
### Artikel 2.4:5
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu is bevoegd inzake de artikelen 16, vierde lid, en 26 van verordening (EU) nr. 165/2014.
|
||||
**1.** Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat is bevoegd inzake de artikelen 16, vierde lid, en 26 van verordening (EU) nr. 165/2014.
|
||||
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer is bevoegd inzake de artikelen 12 en 24 van verordening (EU) nr. 165/2014.
|
||||
|
||||
|
|
@ -146,7 +146,7 @@ f. in het voertuig een voorziening aanwezig te hebben die voor misbruik als bedo
|
|||
|
||||
### Artikel 2.4:6
|
||||
|
||||
Met inachtneming van de artikelen 25, derde lid, en 26, zevende lid, van verordening (EU) nr. 165/2014 besluit Onze Minister van Infrastructuur en Milieu ten aanzien van de aanvraag, verlening, weigering, intrekking of schorsing van een tachograafkaart.
|
||||
Met inachtneming van de artikelen 25, derde lid, en 26, zevende lid, van verordening (EU) nr. 165/2014 besluit Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat ten aanzien van de aanvraag, verlening, weigering, intrekking of schorsing van een tachograafkaart.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Geldigheidsduur tachograafkaart
|
||||
|
||||
|
|
@ -182,13 +182,13 @@ De werkgever en de persoon bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet gebrui
|
|||
|
||||
**2.** Een binnen de geldigheidsduur verloren, gestolen, defect geraakte of beschadigde bestuurderskaart, werkplaatskaart of bedrijfskaart wordt vervangen door een vervangende kaart voor de resterende termijn van geldigheid.
|
||||
|
||||
**3.** De houder meldt verlies of diefstal van zijn bestuurderskaart, werkplaatskaart of bedrijfskaart aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
|
||||
**3.** De houder meldt verlies of diefstal van zijn bestuurderskaart, werkplaatskaart of bedrijfskaart aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Uitvoeringsregels
|
||||
|
||||
### Artikel 2.4:12
|
||||
|
||||
Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen regels worden gesteld over:
|
||||
Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kunnen regels worden gesteld over:
|
||||
|
||||
a. de gronden voor goedkeuring, weigering, intrekking of schorsing van een model tachograafkaart;
|
||||
b. het voor goedkeuring van een model tachograafkaart benodigde certificaat;
|
||||
|
|
@ -202,7 +202,7 @@ g. de wijze van verwerking van de op een tachograafkaart of in een controleappar
|
|||
|
||||
### Artikel 2.4:13
|
||||
|
||||
**1.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen nadere regels worden gesteld, welke voor de uitvoering van verordening (EU) nr. 165/2014 noodzakelijk zijn.
|
||||
**1.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kunnen nadere regels worden gesteld, welke voor de uitvoering van verordening (EU) nr. 165/2014 noodzakelijk zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Voor zover verordening (EG) nr. 561/2006 van toepassing is, is het verboden te handelen in strijd met de artikelen 1, eerste lid, tweede alinea, 3, eerste lid, 27, 29, tweede lid, 32, eerste tot en met vierde lid, 33, eerste en tweede lid, 34, behoudens het derde lid, onder b, tweede alinea, 35, 36, eerste en tweede lid, 37, eerste lid, eerste volzin en tweede lid van verordening (EU) nr. 165/2014.
|
||||
|
||||
|
|
@ -428,20 +428,17 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 2.7:3
|
||||
|
||||
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu wordt aangewezen als de bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 19, tweede lid, en 22, tweede lid, van verordening (EG) nr. 561/2006.
|
||||
Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat wordt aangewezen als de bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 19, tweede lid, en 22, tweede lid, van verordening (EG) nr. 561/2006.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Bijrijder
|
||||
|
||||
### Artikel 2.7:4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** De werkgever kan een jeugdige werknemer als bijrijder arbeid doen verrichten indien wordt voldaan aan de eisen, genoemd in artikel 5, tweede lid, van verordening (EG) nr. 561/2006.
|
||||
|
||||
De werkgever mag een jeugdige werknemer als bijrijder arbeid doen verrichten indien:
|
||||
**2.** Een jeugdige werknemer voldoet aan artikel 5, tweede lid, onderdeel b, van verordening (EG) nr. 561/2006 indien hij een opleiding volgt als bedoeld in artikel 156q, derde lid, van het Reglement rijbewijzen.
|
||||
|
||||
a. deze in het bezit is van een verklaring, afgegeven door de Stichting Landelijk Orgaan Beroepsonderwijs, Transport en Logistiek, waaruit blijkt dat hij aldaar is ingeschreven als leerling, en
|
||||
b. het vervoer geheel in Nederland wordt verricht.
|
||||
|
||||
**2.** De werkgever ziet toe op het bezit van de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde verklaring.
|
||||
**3.** De werkgever ziet toe op het bezit van de in artikel 156q, derde lid, van het Reglement rijbewijzen bedoelde verklaring en het in dat lid bedoelde bewijs van inschrijving.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.7:5
|
||||
|
||||
|
|
@ -606,7 +603,7 @@ In § 4.5 wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
a. *EG-verordening 3922/91:* verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 december 1991 inzake de harmonisatie van technische voorschriften en administratieve procedures op het gebied van de burgerluchtvaart (PbEG L 373);
|
||||
b. *vliegdienstperiode:* een vliegdienstperiode (FDP) als bedoeld in EG-verordening 3922/91, bijlage III, onderdeel 1.1095, onder 1.6;
|
||||
c. *Onze Ministers:* Onze Ministers van Infrastructuur en Milieu en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
|
||||
c. *Onze Ministers:* Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4.2. Toepassingsgebied van de wet
|
||||
|
||||
|
|
@ -643,7 +640,7 @@ Met uitsluiting van hetgeen in het Arbeidstijdenbesluit is bepaald, is dit hoofd
|
|||
|
||||
**1.** Elk lid van het boordpersoneel op verkeersvluchten met helikopters met uitzondering van rondvluchten, houdt van zijn arbeids- en rusttijden een deugdelijke registratie bij of doet die bijhouden.
|
||||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden nadere regels gesteld omtrent de wijze van registratie.
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat worden nadere regels gesteld omtrent de wijze van registratie.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Bewaartermijn
|
||||
|
||||
|
|
@ -731,9 +728,9 @@ In plaats van paragraaf 5.2 van de wet is deze paragraaf van toepassing op het l
|
|||
|
||||
**1.** De werkgever ontwerpt regels ten aanzien van de arbeids- en rusttijden voor elk lid van het boordpersoneel op rondvluchten. Deze regels zijn zodanig dat de veiligheid van de vlucht niet in gevaar wordt gebracht door vermoeidheid, optredende, hetzij tijdens een vlucht, hetzij tijdens een serie vluchten, hetzij tijdens een bepaalde periode.
|
||||
|
||||
**2.** Deze regels worden ter instemming aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu en aan Onze Minister voorgelegd.
|
||||
**2.** Deze regels worden ter instemming aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat en aan Onze Minister voorgelegd.
|
||||
|
||||
**3.** De werkgever organiseert de arbeid in overeenstemming met de regels waarvoor Onze Minister van Infrastructuur en Milieu en Onze Minister instemming hebben gegeven.
|
||||
**3.** De werkgever organiseert de arbeid in overeenstemming met de regels waarvoor Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat en Onze Minister instemming hebben gegeven.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4.8. Arbeids-, rust- en reservetijd cockpitpersoneel helikopters
|
||||
|
||||
|
|
@ -883,7 +880,7 @@ c. 900 uren per jaar.
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan ontheffing verlenen van paragraaf 4.8 voor arbeid verricht door een lid van het boordpersoneel van helikopters, die gebruikt worden ten behoeve van het vervoeren van:
|
||||
Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan ontheffing verlenen van paragraaf 4.8 voor arbeid verricht door een lid van het boordpersoneel van helikopters, die gebruikt worden ten behoeve van het vervoeren van:
|
||||
|
||||
a. traumateams voor spoedeisende medische hulpverlening, of
|
||||
b. passagiers of vracht van of naar helikopterplatforms op mijnbouwinstallaties als bedoeld in artikel 1, onder o, van de Mijnbouwwet, of op schepen, gebruikt in het kader van het opsporen of het winnen van delfstoffen of aardwarmte.
|
||||
|
|
@ -894,7 +891,7 @@ b. passagiers of vracht van of naar helikopterplatforms op mijnbouwinstallaties
|
|||
|
||||
### Artikel 4.10:1
|
||||
|
||||
**1.** De gezagvoerder van een luchtvaartuig, bij vluchten die niet vallen onder § 4.5, kan afwijken en kan een lid van het boordpersoneel opdragen af te wijken van de arbeids- en rusttijden om arbeid te verrichten indien dit noodzakelijk is in verband met de onmiddellijke veiligheid van de personen aan boord en het luchtvaartuig. Van deze afwijking wordt aantekening gehouden en wordt melding gemaakt bij Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
|
||||
**1.** De gezagvoerder van een luchtvaartuig, bij vluchten die niet vallen onder § 4.5, kan afwijken en kan een lid van het boordpersoneel opdragen af te wijken van de arbeids- en rusttijden om arbeid te verrichten indien dit noodzakelijk is in verband met de onmiddellijke veiligheid van de personen aan boord en het luchtvaartuig. Van deze afwijking wordt aantekening gehouden en wordt melding gemaakt bij Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.
|
||||
|
||||
**2.** Zodra de situatie, bedoeld in het eerste lid, voorbij is, zorgt de werkgever ervoor dat de werknemer die arbeid heeft verricht in een rustperiode, voldoende rusttijd ter compensatie krijgt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1139,7 +1136,7 @@ Dit hoofdstuk is niet van toepassing op arbeid, verricht aan boord van installat
|
|||
|
||||
**1.** De kapitein zorgt ervoor dat aan boord van een zeeschip op een voor alle zeevarenden toegankelijke plaats een werkrooster aanwezig is, waarin het arbeidstijdpatroon van de zeevarenden is vastgesteld en waarin de wettelijk voorgeschreven arbeidstijden en rusttijden worden vermeld.
|
||||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu wordt een model voor een werkrooster vastgesteld. Bij die regeling kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de invulling van het werkrooster.
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat wordt een model voor een werkrooster vastgesteld. Bij die regeling kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de invulling van het werkrooster.
|
||||
|
||||
**3.** Het werkrooster bevat ten minste de gegevens opgenomen in het model bedoeld in het tweede lid, en is gesteld in de werktaal of in de werktalen van het schip en in de Engelse taal.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1153,7 +1150,7 @@ Dit hoofdstuk is niet van toepassing op arbeid, verricht aan boord van installat
|
|||
|
||||
**3.** De scheepsbeheerder zorgt ervoor dat de werklijsten zorgvuldig worden bijgehouden.
|
||||
|
||||
**4.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu wordt een model vastgesteld voor een werklijst voor de registratie van arbeidstijden en rusttijden. Bij die regeling kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de invulling van de werklijst.
|
||||
**4.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat wordt een model vastgesteld voor een werklijst voor de registratie van arbeidstijden en rusttijden. Bij die regeling kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de invulling van de werklijst.
|
||||
|
||||
**5.** De werklijst bevat ten minste de gegevens opgenomen in het in het tweede lid bedoelde model en is gesteld in de werktaal of in de werktalen van het schip en in de Engelse taal.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1329,11 +1326,11 @@ De artikelen 6.4:1, eerste lid, 6.4:2, eerste tot en met derde lid, 6.4:3 voor z
|
|||
|
||||
### Artikel 6.7:2
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan ontheffing verlenen van artikel 6.5:2, eerste en tweede lid, en artikel 6.5:3, eerste lid, onderdelen a en b.
|
||||
**1.** Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan ontheffing verlenen van artikel 6.5:2, eerste en tweede lid, en artikel 6.5:3, eerste lid, onderdelen a en b.
|
||||
|
||||
**2.** De scheepsbeheerder en de kapitein leven de aan de ontheffing verbonden voorschriften na.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan regels stellen omtrent de wijze waarop de aanvraag om een ontheffing moet worden ingediend en de gegevens die door de aanvrager moeten worden verstrekt.
|
||||
**3.** Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan regels stellen omtrent de wijze waarop de aanvraag om een ontheffing moet worden ingediend en de gegevens die door de aanvrager moeten worden verstrekt.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6A. Zeevisserij
|
||||
|
||||
|
|
@ -1372,7 +1369,7 @@ Met uitsluiting van hetgeen in het Arbeidstijdenbesluit is bepaald zijn dit hoof
|
|||
|
||||
**1.** De schipper zorgt ervoor dat aan boord van een vissersvaartuig op een voor alle schepelingen toegankelijke plaats een werkrooster is opgehangen, waarin zijn arbeidspatroon en dat van de schepelingen alsmede de wettelijk voorgeschreven arbeids- en rusttijden worden vermeld.
|
||||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een model worden vastgesteld voor een werkrooster. Bij die regeling kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de invulling van het werkrooster.
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan een model worden vastgesteld voor een werkrooster. Bij die regeling kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de invulling van het werkrooster.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6A.2. Arbeids- en rusttijden
|
||||
|
||||
|
|
@ -1453,11 +1450,11 @@ De schipper organiseert de wettelijk voorgeschreven oefeningen en appèls zodani
|
|||
|
||||
### Artikel 6A.3:2
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan ontheffing verlenen van artikel 6A.2:2, eerste en tweede lid, en van artikel 6A.2:4, eerste lid, onderdelen a en b.
|
||||
**1.** Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan ontheffing verlenen van artikel 6A.2:2, eerste en tweede lid, en van artikel 6A.2:4, eerste lid, onderdelen a en b.
|
||||
|
||||
**2.** De scheepsbeheerder en de schipper leven de aan de ontheffing verbonden voorschriften na.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan vrijstelling verlenen van artikel 6A.2:3.
|
||||
**3.** Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan vrijstelling verlenen van artikel 6A.2:3.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 7. Registerloodsen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1517,7 +1514,7 @@ De registerloods mag na 4 aaneengesloten uren loodsen op afstand vanaf de wal pa
|
|||
|
||||
### Artikel 8:1
|
||||
|
||||
**1.** Het niet naleven van de artikelen 2.4:1, eerste tot en met vijfde lid, 2.4:2, eerste lid, 2.4:3, eerste lid, 2.4:4, 2.4:8 tot en met 2.4:10, 2.4:11, derde lid, 2.4:13, tweede tot en met vierde lid, 2.5:1, tweede en vijfde lid, 2.5:3, 2.5:4, tweede lid, 2.5:4a, vijfde en zesde lid, 2.5:5, derde lid, 2.5:6, eerste tot en met vierde lid, 2.5:7, zesde lid, 2.5:8, vijfde en zesde lid, 2.6:1, derde lid, 2.7:1 en 2.7:4, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, alsmede het bepaalde krachtens de artikelen 2.4:1, zesde lid, 2.4:2, tweede lid, 2.4:3, derde lid, 2.4:12, onderdelen e, f en g, of 2.4:13, eerste lid, levert een overtreding op.
|
||||
**1.** Het niet naleven van de artikelen 2.4:1, eerste tot en met vijfde lid, 2.4:2, eerste lid, 2.4:3, eerste lid, 2.4:4, 2.4:8 tot en met 2.4:10, 2.4:11, derde lid, 2.4:13, tweede tot en met vierde lid, 2.5:1, tweede en vijfde lid, 2.5:3, 2.5:4, tweede lid, 2.5:4a, vijfde en zesde lid, 2.5:5, derde lid, 2.5:6, eerste tot en met vierde lid, 2.5:7, zesde lid, 2.5:8, vijfde en zesde lid, 2.6:1, derde lid, 2.7:1 en 2.7:4, eerste en derde lid, alsmede het bepaalde krachtens de artikelen 2.4:1, zesde lid, 2.4:2, tweede lid, 2.4:3, derde lid, 2.4:12, onderdelen e, f en g, of 2.4:13, eerste lid, levert een overtreding op.
|
||||
|
||||
**2.** Behoudens de artikelen 2.4:4 en 2.4:13, tweede tot en met vierde lid, wordt, indien de bestuurder werknemer is, ingeval van het niet naleven van een tot de bestuurder gerichte bepaling de werkgever aangemerkt als degene die die bepaling niet heeft nageleefd.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue