2009-07-01 | BWBR0021670 | Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
This commit is contained in:
parent
aaff1a8c37
commit
0c22f8487e
1 changed files with 23 additions and 150 deletions
|
|
@ -1312,7 +1312,7 @@ Een toezichthouder is bevoegd met medeneming van de benodigde apparatuur een won
|
|||
|
||||
### Artikel 86
|
||||
|
||||
Onze Minister is, mede namens Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde regels en artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover het de verplichting betreft tot het verlenen van medewerking aan de ingevolge artikel 82 aangewezen ambtenaren.
|
||||
Onze Minister is, mede namens Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde regels en artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover het de verplichting betreft tot het verlenen van medewerking aan de ingevolge artikel 82 aangewezen ambtenaren.
|
||||
|
||||
### Artikel 87
|
||||
|
||||
|
|
@ -1329,7 +1329,7 @@ b. in of op door hen aan te wijzen plaatsen geen personen mogen verblijven.
|
|||
|
||||
**4.** Zodra naar het oordeel van de ambtenaar die een bevel als bedoeld in het eerste lid heeft gegeven, geen ernstig gevaar meer aanwezig is, trekt deze het bevel in.
|
||||
|
||||
**5.** Degene die een bevel als bedoeld in het eerste lid heeft gegeven, is bevoegd met betrekking tot dat bevel de nodige maatregelen te treffen, met inbegrip van toepassing van bestuursdwang, de nodige aanwijzingen te geven en zo nodig de hulp van de sterke arm in te roepen.
|
||||
**5.** Degene die een bevel als bedoeld in het eerste lid heeft gegeven, is bevoegd met betrekking tot dat bevel de nodige maatregelen te treffen, met inbegrip van oplegging van een last onder bestuursdwang, de nodige aanwijzingen te geven en zo nodig de hulp van de sterke arm in te roepen.
|
||||
|
||||
**6.** Ieder wie het aangaat is verplicht zich te gedragen overeenkomstig een krachtens dit artikel gegeven bevel of aanwijzing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1349,71 +1349,37 @@ b. in of op door hen aan te wijzen plaatsen geen personen mogen verblijven.
|
|||
|
||||
### Artikel 89
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In deze titel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- bestuurlijke boete: bestraffende sanctie, inhoudende een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom;
|
||||
- dwangbevel: schriftelijk bevel dat ertoe strekt de betaling van een geldsom af te dwingen, voor zover de verplichting tot betaling van de geldsom uitsluitend voortvloeit uit het bepaalde in deze titel;
|
||||
- overtreder: degene die een overtreding pleegt of mede pleegt;
|
||||
- overtreding: gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens de artikelen 18, 19, 20, 22, eerste, tweede en vierde lid, 40, derde lid, 64, achtste lid, 67, tweede lid, 71, eerste lid, 72, eerste tot en met derde lid, 73, eerste lid, 74, tweede lid, 75, 76, eerste lid, 77 tot en met 81, 115 en 118.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een overtreding is gepleegd door een rechtspersoon, wordt onder overtreder mede verstaan: degene die tot de overtreding opdracht heeft gegeven of daaraan feitelijk leiding heeft gegeven.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 90
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan, mede namens Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, een overtreder een bestuurlijke boete opleggen.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister stelt regels ter uitvoering van het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Geen bestuurlijke boete wordt opgelegd indien de overtreder is overleden. Een op het tijdstip van overlijden niet onherroepelijke of nog niet betaalde boete vervalt.
|
||||
Onze Minister kan, mede namens Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, een bestuurlijke boete opleggen ter zake van een overtreding van artikel 18, 19, 20, 22, eerste, tweede of vierde lid, 40, derde lid, 64, achtste lid, 67, tweede lid, 71, eerste lid, 72, eerste, tweede of derde lid, 73, eerste lid, 74, tweede lid, 75, 76, eerste lid, 77 tot en met 81, 115 of 118.
|
||||
|
||||
### Artikel 91
|
||||
|
||||
Geen bestuurlijke boete wordt opgelegd voor zover de overtreding niet aan de overtreder kan worden verweten.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 92
|
||||
|
||||
**1.** Geen bestuurlijke boete wordt opgelegd indien aan de overtreder wegens hetzelfde feit reeds eerder een bestuurlijke boete is opgelegd.
|
||||
|
||||
**2.** De ter zake van deze wet en de daarop berustende bepalingen gestelde overtredingen gelden ten opzichte van elk persoon, met of ten aanzien van wie de overtreding is begaan, en met betrekking tot elke dag in de loop waarvan deze overtreding is begaan.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 93
|
||||
|
||||
Geen bestuurlijke boete wordt opgelegd indien tegen de overtreder wegens hetzelfde feit:
|
||||
|
||||
a. een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting is begonnen, of
|
||||
b. het recht tot strafvordering is vervallen ingevolge artikel 74 of 74c van het Wetboek van Strafrecht dan wel ingevolge artikel 37 van de Wet op de economische delicten.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 94
|
||||
|
||||
**1.** Indien de ernst van de overtreding of de omstandigheden waaronder zij is begaan daartoe aanleiding geven, wordt zij aan het openbaar ministerie voorgelegd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Voor een overtreding als bedoeld in het eerste lid kan Onze Minister alsnog een bestuurlijke boete opleggen indien:
|
||||
|
||||
a. het openbaar ministerie heeft medegedeeld van strafvervolging tegen de overtreder af te zien, of
|
||||
b. sedert het voorleggen ervan dertien weken zijn verstreken en geen reactie van het openbaar ministerie is ontvangen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien ter zake van een overtreding aan de overtreder een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel een mededeling als bedoeld in artikel 100, tweede lid, onderdeel a, is verzonden, heeft dit dezelfde rechtsgevolgen als een kennisgeving van niet verdere vervolging als bedoeld in artikel 246, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.
|
||||
Indien de ernst van de overtreding of de omstandigheden waaronder zij is begaan daartoe aanleiding geven, wordt zij aan het openbaar ministerie voorgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 95
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt:
|
||||
|
||||
a. na verloop van twee jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden, ingeval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 22, tweede lid, 22, vierde lid, in samenhang met 22, tweede lid, 71, eerste lid, 72, eerste tot en met derde lid, 73, eerste lid, 76, eerste lid, 77 en 115.
|
||||
b. na verloop van vijf jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden, ingeval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 18, 19, 20, 22, eerste lid, 22, vierde lid, in samenhang met 22, eerste lid, 40, derde lid, 64, achtste lid, 67, tweede lid, 74, tweede lid, 75, 78 tot en met 81 en 118.
|
||||
|
||||
**2.** Indien tegen de bestuurlijke boete bezwaar wordt gemaakt of beroep wordt ingesteld, wordt de vervaltermijn opgeschort tot onherroepelijk op het bezwaar of beroep is beslist.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2. Hoogte bestuurlijke boete
|
||||
|
||||
### Artikel 96
|
||||
|
||||
Onze Minister stemt, mede namens Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, de hoogte van de bestuurlijke boete af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Hij houdt daarbij zo nodig rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 97
|
||||
|
||||
|
|
@ -1425,150 +1391,57 @@ Onze Minister stemt, mede namens Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenh
|
|||
|
||||
### Artikel 98
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister en de met het toezicht belaste ambtenaren, bedoeld in artikel 82, kunnen van de overtreding een rapport opmaken.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het rapport is gedagtekend en vermeldt:
|
||||
|
||||
a. de naam van de overtreder,
|
||||
b. de overtreding alsmede het overtreden voorschrift, en
|
||||
c. zo nodig een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is geconstateerd.
|
||||
|
||||
**3.** Een afschrift van het rapport wordt uiterlijk bij de bekendmaking van de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete aan de overtreder toegezonden of uitgereikt.
|
||||
|
||||
**4.** Indien van de overtreding een proces-verbaal als bedoeld in artikel 152 van het Wetboek van Strafvordering is opgemaakt, treedt dit voor de toepassing van deze afdeling in de plaats van het rapport.
|
||||
|
||||
**5.** Mandaat tot het opleggen van een bestuurlijke boete van meer dan € 340 wordt niet verleend aan degene die van de overtreding een rapport of proces-verbaal heeft opgemaakt.
|
||||
|
||||
**6.** Indien geen rapport of proces-verbaal is opgemaakt, wordt een bestuurlijke boete van ten hoogste € 340 opgelegd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 99
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister stelt de overtreder desgevraagd in de gelegenheid de gegevens waarop het opleggen van de bestuurlijke boete, dan wel het voornemen daartoe, berust, in te zien en daarvan afschriften te vervaardigen.
|
||||
|
||||
**2.** Voor zover blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt, draagt Onze Minister er zoveel mogelijk zorg voor dat deze gegevens aan de overtreder worden medegedeeld in een voor deze begrijpelijke taal.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 100
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien de overtreder in de gelegenheid wordt gesteld over het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete zijn zienswijze naar voren te brengen:
|
||||
|
||||
a. wordt het rapport reeds bij de uitnodiging daartoe aan de overtreder toegezonden of uitgereikt en
|
||||
b. zorgt Onze Minister voor bijstand door een tolk, indien blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien Onze Minister nadat de overtreder zijn zienswijze naar voren heeft gebracht, beslist dat:
|
||||
|
||||
a. voor de overtreding geen bestuurlijke boete zal worden opgelegd of
|
||||
b. de overtreding alsnog aan de officier van justitie zal worden voorgelegd, wordt dit schriftelijk aan de overtreder medegedeeld.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de overtreder steeds in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen indien de voorgenomen bestuurlijke boete meer dan € 340 bedraagt.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 101
|
||||
|
||||
**1.** Degene die wordt verhoord met het oog op het opleggen van een bestuurlijke boete, is niet verplicht ten behoeve daarvan verklaringen omtrent de overtreding af te leggen.
|
||||
|
||||
**2.** De betrokkene wordt hierop gewezen alvorens hem mondeling wordt gevraagd verklaringen af te leggen, en in ieder geval wanneer hij in de gelegenheid wordt gesteld over het voornemen tot oplegging van de bestuurlijke boete zijn zienswijze naar voren te brengen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 102
|
||||
|
||||
**1.** Indien van de overtreding een rapport is opgemaakt, beslist Onze Minister omtrent het opleggen van de bestuurlijke boete binnen dertien weken na de dagtekening van het rapport.
|
||||
|
||||
**2.** De beslistermijn wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de gedraging aan het openbaar ministerie is voorgelegd, tot de dag waarop Onze Minister weer bevoegd wordt een bestuurlijke boete op te leggen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 103
|
||||
|
||||
De beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete vermeldt:
|
||||
|
||||
a. de naam van de overtreder;
|
||||
b. de overtreding, alsmede het overtreden voorschrift;
|
||||
c. het bedrag van de boete;
|
||||
d. de termijn waarbinnen de betaling moet plaatsvinden.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 4. Betaling
|
||||
|
||||
### Artikel 104
|
||||
|
||||
**1.** De betaling van de bestuurlijke boete geschiedt binnen zes weken nadat de beschikking, bedoeld in artikel 103, op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, tenzij de beschikking een later tijdstip vermeldt.
|
||||
|
||||
**2.** De betaling geschiedt door bijschrijving op de daartoe door Onze Minister bestemde bankrekening.
|
||||
|
||||
**3.** Als tijdstip van betaling geldt de datum van bijschrijving op de bankrekening, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 105
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan de persoon aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd uitstel van betaling verlenen.
|
||||
|
||||
**2.** Gedurende het uitstel kan Onze Minister niet aanmanen als bedoeld in artikel 107 of invorderen als bedoeld in artikel 108.
|
||||
|
||||
**3.** De beschikking tot uitstel van betaling vermeldt de termijn waarvoor het uitstel geldt.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan aan de beschikking tot uitstel van betaling voorschriften verbinden.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan de beschikking tot uitstel van betaling intrekken:
|
||||
|
||||
a. indien de voorschriften, bedoeld in het vierde lid, niet zijn nageleefd, of
|
||||
b. voor zover veranderde omstandigheden zich tegen voortduring van het uitstel verzetten.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 106
|
||||
|
||||
**1.** De persoon aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd, is in verzuim indien hij niet binnen de voorgeschreven termijn heeft betaald.
|
||||
|
||||
**2.** Het verzuim heeft de verschuldigdheid van wettelijke rente tot gevolg overeenkomstig de artikelen 119, eerste en tweede lid, en 120 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister stelt het bedrag van de verschuldigde rente vast.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 107
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister maant de persoon aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd en die in verzuim is schriftelijk aan tot betaling binnen twee weken gerekend vanaf de dag volgend op de dag waarop de aanmaning is verzonden.
|
||||
|
||||
**2.** De aanmaning vermeldt dat bij niet tijdige betaling deze kan worden afgedwongen door op kosten van de schuldenaar uit te voeren invorderingsmaatregelen.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan voor de aanmaning een vergoeding in rekening brengen. De vergoeding bedraagt € 5 indien de schuld minder dan € 500 bedraagt en € 10 indien de schuld € 500 of meer bedraagt.
|
||||
|
||||
**4.** Indien een vergoeding als bedoeld in het derde lid in rekening wordt gebracht, vermeldt de aanmaning het desbetreffende bedrag.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 108
|
||||
|
||||
**1.** Bij gebreke van volledige betaling binnen de in artikel 104 bedoelde termijn kan Onze Minister de verschuldigde bestuurlijke boete invorderen bij dwangbevel.
|
||||
|
||||
**2.** Een dwangbevel levert een executoriale titel op, die met toepassing van de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ten uitvoer kan worden gelegd.
|
||||
|
||||
**3.** De uitvaardiging en betekening van een dwangbevel geschieden op kosten van degene tegen wie het is uitgevaardigd. De kosten zijn ook verschuldigd indien het dwangbevel door betaling van verschuldigde bedragen niet of niet volledig ten uitvoer is gelegd. De kosten die Onze Minister in rekening kan brengen voor het uitvaardigen van het dwangbevel bedragen ten hoogste een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag.
|
||||
|
||||
**4.** Bij het dwangbevel kunnen tevens de aanmaningsvergoeding, de wettelijke rente en de kosten van het dwangbevel in rekening worden gebracht.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Het dwangbevel vermeldt in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. aan het hoofd het woord «dwangbevel»;
|
||||
b. het bedrag van de invorderbare hoofdsom;
|
||||
c. de beschikking, bedoeld in artikel 103;
|
||||
d. de kosten van het dwangbevel; en
|
||||
e. dat het op kosten van de schuldenaar ten uitvoer kan worden gelegd.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Het dwangbevel vermeldt, indien van toepassing:
|
||||
|
||||
a. het bedrag van de aanmaningsvergoeding;
|
||||
b. de ingangsdatum van de wettelijke rente.
|
||||
Bij gebreke van volledige betaling binnen de in artikel 4:87 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde termijn kan Onze Minister de verschuldigde bestuurlijke boete invorderen bij dwangbevel.
|
||||
|
||||
### Artikel 109
|
||||
|
||||
Artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de aanmaning, bedoeld in artikel 107, en het dwangbevel, bedoeld in artikel 108.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 110
|
||||
|
||||
**1.** De bekendmaking van een dwangbevel geschiedt door middel van de betekening van een exploot als bedoeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De artikelen 3:41 tot en met 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Het exploot vermeldt in ieder geval de rechtbank waarbij tegen het dwangbevel en de tenuitvoerlegging ervan overeenkomstig de artikelen 438 en 438a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan worden opgekomen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 8. Overige bepalingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue