From 0c5c14d458e87e4f76b9023a18ab857682ff26ae Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 1 Jul 2023 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2023-07-01 | BWBR0020892 | Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling --- .../BWBR0020892/README.md | 1064 ++++++++++++++--- 1 file changed, 898 insertions(+), 166 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-uitvoering-pensioenwet-en-wet-verplichte-beroepspensioenregeling/BWBR0020892/README.md b/amvb/besluit-uitvoering-pensioenwet-en-wet-verplichte-beroepspensioenregeling/BWBR0020892/README.md index 601fa40f7f6..cd973781b3d 100644 --- a/amvb/besluit-uitvoering-pensioenwet-en-wet-verplichte-beroepspensioenregeling/BWBR0020892/README.md +++ b/amvb/besluit-uitvoering-pensioenwet-en-wet-verplichte-beroepspensioenregeling/BWBR0020892/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling bwb_id: BWBR0020892 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2019-01-13' +datum_inwerkingtreding: '2023-07-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0020892 citeertitel: Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling --- @@ -24,6 +24,7 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: 1°. pensioenfonds als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet; 2°. beroepspensioenfonds als bedoeld in artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling; +– geschilleninstantie: de geschilleninstantie, bedoeld in artikel 48c van de Pensioenwet en artikel 59c van de Wet verplichte beroepspensioenregeling; – loonaanvullingsuitkering: een uitkering als bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; – opbouwkeuzevoet: verhouding tussen het pensioen waarvan kan worden afgezien en het pensioen dat daarvoor in de plaats kan worden opgebouwd; – overdrachtsdatum: datum waarop de deelnemer een opgave heeft gevraagd van zijn pensioenaanspraken aan de ontvangende uitvoerder; @@ -33,6 +34,7 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: 2°. beroepspensioenregeling als bedoeld in artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling; – rechthebbende: degene die in aanmerking komt voor waardeoverdracht; – ruilvoet: verhouding tussen het in te ruilen pensioen en het daarvoor in te kopen pensioen; +– scenario-analyse: een scenario-analyse waarbij gebruik wordt gemaakt van de uniforme set met 10.000 economische scenario’s, bedoeld in artikel 23b van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen; – uitbesteding door een uitvoerder: het door een uitvoerder verlenen van een opdracht aan een derde tot het ten behoeve van die uitvoerder verrichten van werkzaamheden die deel uitmaken van: 1°. of voortvloeien uit het uitoefenen van het bedrijf; of @@ -55,12 +57,105 @@ c. het een eenmalige aanvulling is die wordt verstrekt in verband met werkhervat **2.** Het eerste lid is niet van toepassing op algemeen verbindend verklaarde bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten die betrekking hebben op aanvullingen op een vervolguitkering of op een loonaanvullingsuitkering, indien het verzoek tot algemeen verbindend verklaring is ingediend voor de datum van inwerkingtreding van de Wet van 15 juli 2008 houdende enige wijzigingen van de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en enige andere wetten. +### Artikel 1b + +Indien een samenlevingsverklaring als bedoeld in artikel 2a, tweede lid, of derde lid, onderdeel b, van de Pensioenwet dan wel artikel 2a, tweede lid, of derde lid, onderdeel b, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, wordt ingetrokken, informeert de uitvoerder de deelnemer, gewezen deelnemer, pensioengerechtigde, partner of gewezen partner die de samenlevingsverklaring heeft ondertekend hierover. + +## Hoofdstuk 1a. Pensioenregelingen + +### Artikel 1c + +**1.** De uitvoerder berekent met een scenario-analyse de kans dat met de premie de beoogde pensioendoelstelling wordt gehaald, bedoeld in artikel 10a, eerste lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 28a, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling. + +**2.** + +De uitvoerder legt vast of bescherming voor het renterisico in de solidaire premieovereenkomst dan wel solidaire premieregeling gebeurt door middel van beschermingsrendement gekoppeld aan: + +a. de rentetermijnstructuur, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen; of +b. een directe beschermingsportefeuille voor renterisico. + +**3.** + +Bij de keuze voor koppeling aan de rentetermijnstructuur: + +a. onderbouwt de uitvoerder kwantitatief op basis van een stochastische ALM-analyse de maximaal gewenste mate van afwijking tussen het feitelijke beleggingsrisico en renterisico dat alle leeftijdscohorten lopen en de toedelingsregels door: + +1°. de situatie met en zonder deling renterisico te vergelijken door middel van een stochastische analyse op basis van het vastgestelde strategische beleggingsbeleid; en +2°. per leeftijdscohort een begrenzing te bepalen voor de toegestane afwijking tussen de feitelijke toedeling van rendementen op basis van de collectieve beleggingsportefeuille en de toedelingsregels; en +b. maakt de uitvoerder de daadwerkelijke deling van renterisico per leeftijdscohort inzichtelijk en neemt maatregelen als deze de eigen begrenzing overschrijdt. + +**4.** + +Bij de keuze voor koppeling aan een directe beschermingsportefeuille: + +a. onderbouwt de uitvoerder in het kader van de vaststelling van het strategische beleggingsbeleid de mate van de renteafdekking op basis van die portefeuille kwantitatief met een stochastische ALM-analyse; +b. legt de uitvoerder ex ante vast wat wordt verstaan onder nominaal renterisico waarbij de gehanteerde rentemaatstaf geen kredietrisico bevat; en +c. onderbouwt de uitvoerder per beleggingscategorie kwantitatief in welke mate de categorie bijdraagt aan de bescherming van het nominale renterisico per leeftijdscohort. + +**5.** Indien een uitvoerder bij koppeling aan een directe beschermingsportefeuille reële bescherming wil bieden door ook voor inflatie gerelateerde instrumenten te kiezen in de directe portefeuille, is het vierde lid van overeenkomstige toepassing. + +**6.** De uitvoerder toetst jaarlijks of het derde of vierde lid de gewenste mate van bescherming tegen renterisico per leeftijdscohort biedt en neemt maatregelen als dat niet het geval is. + +### Artikel 1d + +**1.** In de artikelen 10a, vijfde lid, 10b, vierde lid, en 63a, vierde lid, van de Pensioenwet, dan wel de artikelen 28a, vijfde lid, 28b, vierde lid, en 75a, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling is bepaald dat er op voorhand geen herverdelingseffecten plaatsvinden. Hieronder wordt verstaan dat het niet is toegestaan om het risico van een belegging toe te delen aan een deelnemer, gewezen deelnemer of pensioengerechtigde en de bijbehorende risicobeloning van deze belegging toe te delen aan een andere deelnemer, gewezen deelnemer of pensioengerechtigde. De toedeling van het risico en de bijbehorende risicobeloning is consistent met prijzen, zoals geobserveerd op financiële markten. + +**2.** Indien van toepassing onderbouwt de uitvoerder kwantitatief dat herverdelingseffecten plaatsvinden voor zover dat nodig is om gelijke aanpassingen van ingegane uitkeringen en van de opgebouwde aanspraak op nabestaandenpensioen van pensioengerechtigden te realiseren en daarbij alleen herverdelingseffecten optreden tussen pensioengerechtigden onderling als bedoeld in de artikelen 10a, vijfde lid, en 10b, vierde lid, van de Pensioenwet, dan wel de artikelen 28a, vijfde lid, en 28b, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling. + +### Artikel 1e + +**1.** Een uitvoerder die voor bepaalde leeftijdscohorten de leenrestrictie opheft en deze daarmee effectief blootstelt aan meer dan 100% beleggingsrisico, voor zover dit passend is bij de risicohouding van deze cohorten, onderbouwt waarom dit in het belang van de deelnemers is. + +**2.** Onder blootstelling aan meer dan 100% beleggingsrisico wordt verstaan: de effectieve blootstelling aan meer dan 100% zakelijke waardenrisico als bedoeld in artikel 13, achtste lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen. Effectieve blootstelling houdt in dat wordt getoetst aan hoeveel beleggingsrisico’s deelnemers worden blootgesteld, inclusief toepassing van toedeelregels. + +**3.** De uitvoerder legt regels vast waarin wordt beschreven op welke wijze negatieve pensioenvermogens of kapitalen worden voorkomen waarbij verdeelregels worden vastgesteld voor de verschillende bronnen. + +**4.** Voor de onderbouwing, bedoeld in het eerste lid, en de regels, bedoeld in het derde lid, maakt de uitvoerder gebruik van een stochastische ALM-analyse. + +**5.** De uitvoerder draagt er zorg voor dat de pensioenvermogens of kapitalen niet negatief zijn op 31 december van ieder jaar en bij beëindiging van de verwerving door de deelnemer op een ander tijdstip dan 31 december. + +### Artikel 1f + +**1.** De uitvoerder legt de toedelingskring vast en informeert de deelnemer, gewezen deelnemer of pensioengerechtigde hierover voorafgaand aan zijn toetreding tot de toedelingskring. + +**2.** De uitvoerder legt de vormgeving van het toedelingsmechanisme voor het beleggingsrisico vast en onderbouwt dat daarbij op voorhand geen sprake is van herverdelingseffecten tussen leeftijdsgroepen. + +**3.** + +Bij een fonds gelden voor de omzetting van het kapitaal voortvloeiend uit de premies in een vastgestelde uitkering op de pensioendatum de volgende voorwaarden: + +a. de omzetting vindt plaats op basis van een dekkingsgraadneutraal tarief; +b. voor de vaststelling van het tarief hanteert het fonds de risicovrije rente voor fondsen; en +c. er wordt rekening gehouden met tariefgrondslagen passend bij de groep deelnemers of gewezen deelnemers. + +### Artikel 1g + +De verzekeraar of premiepensioeninstelling informeert de deelnemer of gewezen deelnemer over de mogelijkheid te kiezen voor een vastgestelde uitkering in ieder geval voorafgaand aan het moment dat de deelnemer of gewezen deelnemer voor het eerst deze keuze kan maken. + +### Artikel 1h + +**1.** De uitvoerder heeft een solidariteitsreserve of, indien van toepassing, risicodelingsreserve voor iedere afzonderlijke pensioenregeling of kan, indien kruissubsidiëring tussen de pensioenregelingen niet kan voorkomen, een reserve hebben voor meerdere pensioenregelingen. + +**2.** De uitvoerder berekent voor de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve in het kader van de toetsing van evenwichtigheid de baten en lasten voor alle cohorten die worden onderscheiden voor de risicohouding en onderbouwt dat deze baten en lasten in lijn zijn met de doelstellingen van de reserve. Het inzichtelijk maken van deze kwantitatieve effecten wordt toegelicht, waarbij de baten en lasten voor de cohorten met en zonder de reserve worden vergeleken. Voor de kwantitatieve onderbouwing wordt gebruik gemaakt van een scenario-analyse of een stochastische ALM-analyse. + +**3.** De evenwichtigheid van afspraken rond de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve wordt door de uitvoerder beoordeeld en in de besluitvorming onderbouwd. Onder evenwichtigheid wordt onder meer verstaan dat bij de inrichting van de reserve op voorhand wordt voorkomen dat een bepaalde generatie binnen een pensioenregeling uitsluitend baten of lasten heeft van de reserve. Voor de kwantitatieve onderbouwing wordt gebruik gemaakt van een scenario-analyse of een stochastische ALM-analyse. + +**4.** De uitvoerder legt de regels voor de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve in beginsel vast voor een periode van minimaal vijf jaar. Bij bijzondere omstandigheden kan van deze minimale termijn afgeweken worden. De uitvoerder onderbouwt dat deze afwijking van de minimale termijn in het belang van alle deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden is. + +**5.** De uitvoerder past het tweede en derde lid toe bij vaststelling van de regels voor de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve, bij wijziging van de inrichting van de reserve of bij een wijziging van het beleid of het deelnemersbestand indien de wijziging relevant is voor de doelstellingen of regels voor het vullen van en uitdelen uit de reserve. + +**6.** Indien van toepassing legt de uitvoerder van tevoren vast bij welk inflatieniveau sprake is van afdekking van onverwachte inflatie via de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve. De uitvoerder onderbouwt dit inflatieniveau op basis van objectief te verifiëren informatie. + +**7.** De vaststelling of de omvang van de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve blijft binnen de maximale omvang van 15% van het geheel voor pensioen gereserveerde vermogen inclusief de reserve, vindt plaats op 31 december van enig jaar. + +**8.** Als bij een risicodelingsreserve wordt ingelegd uit vermogen bij toetreding tot het collectief toedelingsmechanisme voor de collectieve uitkeringsfase, bedraagt de inleg uit vermogen niet meer dan het verschil tussen het percentage dat op grond van het pensioenreglement het voorgaande jaar uit premie is ingelegd en 10%. + +**9.** De Nederlandsche Bank kan nadere regels stellen over de wijze waarop de berekeningen, bedoeld in het tweede en derde lid, worden gemaakt en toegelicht. + ## Hoofdstuk 2. Informatie ### Artikel 2 -**1.** - De informatie over de kenmerken van de pensioenregeling en de uitvoering van de pensioenregeling, bedoeld in artikel 21 van de Pensioenwet dan wel artikel 48 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, bevat in ieder geval het volgende: a. de pensioensoorten waarin de basispensioenregeling voorziet; @@ -73,17 +168,13 @@ g. de beleidsdekkingsgraad met een omschrijving van de gevolgen ervan; h. op welke wijze in het beleggingsbeleid rekening wordt gehouden met milieu en klimaat, mensenrechten en sociale verhoudingen; en i. indien van toepassing, de beleggingsmogelijkheden van de deelnemer of gewezen deelnemer waarin de pensioenregeling voorziet. -**2.** De uitvoerder maakt bij het verstrekken van de informatie, bedoeld in het eerste lid, gebruik van de opschriften en iconen in de volgorde waarin ze staan in laag 1 van de Pensioen1-2-3, zoals deze op de website van de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars is opgenomen. - -**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de opschriften en iconen, bedoeld in het tweede lid. - ### Artikel 3 -De Stichting Autoriteit Financiële Markten kan nadere regels stellen met betrekking tot het informeren van de deelnemer over de risico’s, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, voor zover het gaat om premieovereenkomsten dan wel premieregelingen met beleggingsvrijheid voor de deelnemer. +De Stichting Autoriteit Financiële Markten kan nadere regels stellen met betrekking tot het informeren van de deelnemer over de risico’s, bedoeld in artikel 2, onderdeel e, voor zover het gaat om premieovereenkomsten dan wel premieregelingen met beleggingsvrijheid voor de deelnemer. ### Artikel 4 -**1.** De informatie over toeslagverlening die op grond van de artikelen 38, eerste lid, onderdeel c, 40, eerste lid, onderdeel b, en 44, eerste lid, onderdeel c, van de Pensioenwet, de artikelen 49, eerste lid, onderdeel c, 51, eerste lid, onderdeel b, en 55, eerste lid, onderdeel c, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en de artikelen 2, eerste lid, onderdeel e, en 9b, eerste lid, wordt verstrekt heeft betrekking op de toeslagverlening over de afgelopen drie jaar waarbij wordt aangegeven in hoeverre de prijsinflatie hiermee is gecompenseerd. +**1.** De informatie over toeslagverlening die op grond van de artikelen 38, eerste lid, onderdeel c, 40, eerste lid, onderdeel b, en 44, eerste lid, onderdeel c, van de Pensioenwet, de artikelen 49, eerste lid, onderdeel c, 51, eerste lid, onderdeel b, en 55, eerste lid, onderdeel c, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en artikel 2, onderdeel e, wordt verstrekt heeft betrekking op de toeslagverlening over de afgelopen drie jaar waarbij wordt aangegeven in hoeverre de prijsinflatie hiermee is gecompenseerd. **2.** De informatie over toeslagverlening die op grond van de artikelen 39, eerste lid, onderdeel b, 41, eerste lid, onderdeel b, 42, eerste lid, onderdeel b, 43, eerste lid, onderdeel c, en 45, eerste lid, onderdeel c, van de Pensioenwet en de artikelen 50, eerste lid, onderdeel b, 52, eerste lid, onderdeel b, 53, eerste lid, onderdeel b, 54, eerste lid, onderdeel c, en 56, eerste lid, onderdeel c, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt verstrekt heeft betrekking op de toeslagverlening over de afgelopen vijf jaar waarbij wordt aangegeven in hoeverre de prijsinflatie hiermee is gecompenseerd. @@ -91,7 +182,7 @@ De Stichting Autoriteit Financiële Markten kan nadere regels stellen met betrek ### Artikel 5 -**1.** De informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten die op grond van de artikelen 38, eerste lid, onderdeel d, 40, eerste lid, onderdeel c, en 44, eerste lid, onderdeel d, van de Pensioenwet, de artikelen 49, eerste lid, onderdeel d, 51, eerste lid, onderdeel c, en 55, eerste lid, onderdeel d, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en de artikelen 2, eerste lid, onderdeel e, en 9b, eerste lid, wordt verstrekt heeft betrekking op de vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten die in de laatste drie jaar is doorgevoerd. +**1.** De informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten die op grond van de artikelen 38, eerste lid, onderdeel d, 40, eerste lid, onderdeel c, en 44, eerste lid, onderdeel d, van de Pensioenwet, de artikelen 49, eerste lid, onderdeel d, 51, eerste lid, onderdeel c, en 55, eerste lid, onderdeel d, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en artikel 2, onderdeel e, wordt verstrekt heeft betrekking op de vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten die in de laatste drie jaar is doorgevoerd. **2.** De informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten die op grond van de artikelen 39, eerste lid, onderdeel e, 41, eerste lid, onderdeel d, 42, eerste lid, onderdeel c, 43, eerste lid, onderdeel d, en 45, eerste lid, onderdeel d, van de Pensioenwet en de artikelen 50, eerste lid, onderdeel e, 52, eerste lid, onderdeel d, 53, eerste lid, onderdeel c, 54, eerste lid, onderdeel d, en 56, eerste lid, onderdeel d, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt verstrekt heeft betrekking op de vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten die in de laatste vijf jaar is doorgevoerd. @@ -99,38 +190,33 @@ De Stichting Autoriteit Financiële Markten kan nadere regels stellen met betrek ### Artikel 5a -**1.** +**1.** De opgave van de verworven pensioenaanspraken die op grond van artikel 38, eerste lid, onderdeel a, van de Pensioenwet dan wel artikel 49, eerste lid, onderdeel a, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt verstrekt betreft, voor zover het de opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen op grond van een premieovereenkomst dan wel premieregeling betreft, het voor pensioenuitkeringen aan te wenden vermogen of kapitaal. -De informatie over de reglementair te bereiken pensioenaanspraken die op grond van artikel 38, eerste lid, onderdeel g, van de Pensioenwet en artikel 49, eerste lid, onderdeel g, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt verstrekt bevat: +**2.** De opgave van de opgebouwde pensioenaanspraken op grond van een premieovereenkomst dan wel premieregeling die op grond van artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Pensioenwet dan wel artikel 51, eerste lid, onderdeel a, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt verstrekt betreft onder meer het voor pensioenuitkeringen aan te wenden vermogen of kapitaal en een indicatie van de hoogte van de periodieke uitkeringen op de pensioendatum. Bij de indicatie worden de op dat moment bij de uitvoerder geldende tarieven gehanteerd. -a. in geval van een uitkeringsovereenkomst dan wel uitkeringsregeling een opgave van de hoogte van het periodiek uit te keren pensioen vanaf de ingangsdatum van het pensioen; -b. in geval van een kapitaalovereenkomst dan wel kapitaalregeling een indicatie van de hoogte van de periodieke uitkeringen op de pensioendatum wanneer het kapitaal daarvoor wordt aangewend; of -c. in geval van een premieovereenkomst dan wel premieregeling: +**3.** De opgave van de reglementair te bereiken pensioenaanspraken die op grond van artikel 38, eerste lid, onderdeel g, van de Pensioenwet dan wel artikel 49, eerste lid, onderdeel g, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt verstrekt bevat onder meer een indicatie van het te bereiken voor pensioenuitkeringen aan te wenden vermogen of kapitaal op de pensioendatum en een indicatie van de hoogte van de periodieke uitkeringen op de pensioendatum. Bij de indicatie worden de op dat moment bij de uitvoerder geldende tarieven gehanteerd. -1°. wanneer de premie wordt belegd, een indicatie van de hoogte van de periodieke uitkeringen op de pensioendatum; -2°. de hoogte van de periodieke uitkering wanneer de premie voor de ingangsdatum van het pensioen reeds daarvoor wordt aangewend; of -3°. een indicatie van de hoogte van de periodieke uitkeringen op de pensioendatum wanneer de premie voor de ingangsdatum van het pensioen reeds wordt aangewend voor een verzekerd kapitaal. - -**2.** Bij de indicatie van de hoogte van de periodieke uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en onderdeel c, onder 1° en 3°, worden de op dat moment bij de pensioenuitvoerder geldende tarieven gehanteerd. - -**3.** Bij de in het eerste lid bedoelde opgave wordt ten aanzien van nabestaandenpensioen aangegeven wat de consequenties zijn van de gekozen wijze van financieren. +**4.** Bij de in het derde lid bedoelde informatie wordt ten aanzien van nabestaandenpensioen aangegeven wat de consequenties zijn van de wijze van financieren. ### Artikel 5b -De informatie over de werkgeverspremie en werknemerspremie die op grond van artikel 38, eerste lid, onderdeel h, van de Pensioenwet wordt verstrekt en de informatie over de premie in rekening gebracht bij de beroepsgenoot die op grond van artikel 49, eerste lid, onderdeel h, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt verstrekt heeft betrekking op de premies die over het afgelopen jaar in rekening zijn gebracht. +**1.** De informatie over de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve die op grond van de artikelen 38, eerste lid, onderdeel e, en 40, eerste lid, onderdeel d, van de Pensioenwet dan wel de artikelen 49, eerste lid, onderdeel e, en 51, eerste lid, onderdeel d, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt verstrekt heeft betrekking op het effect van de reserve op de opgebouwde pensioenaanspraken. + +**2.** De informatie over de werkgeverspremie en werknemerspremie die op grond van artikel 38, eerste lid, onderdeel h, van de Pensioenwet wordt verstrekt en de informatie over de premie in rekening gebracht bij de beroepsgenoot die op grond van artikel 49, eerste lid, onderdeel h, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt verstrekt heeft betrekking op de premies die over het afgelopen jaar in rekening zijn gebracht. ### Artikel 6 De uitvoerder verstrekt de deelnemer bij beëindiging van de deelneming informatie over: -a. het vervallen van een pensioenaanspraak als bedoeld in artikel 55, zesde lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 66, zesde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, voor zover sprake is van een pensioenaanspraak onder de vervalgrens;. +a. het vervallen van een pensioenaanspraak als bedoeld in artikel 55, vijfde lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 66, vijfde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, voor zover sprake is van een pensioenaanspraak onder de vervalgrens;. b. het gebruik van het recht van de uitvoerder tot waardeoverdracht, bedoeld in artikel 70a van de Pensioenwet dan wel artikel 81a van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, voor zover er sprake is van een pensioenaanspraak onder de overdrachtgrens en de daarbij gevolgde procedure; c. het recht op waardeoverdracht, bedoeld in artikel 71 van de Pensioenwet dan wel artikel 82 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, of de mogelijkheid tot waardeoverdracht, bedoeld in artikel 75 van de Pensioenwet dan wel artikel 86 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling; d. het recht tot afkoop, bedoeld in de artikelen 66, tweede lid, onderdeel c, en derde lid, en 69, tweede lid, van de Pensioenwet dan wel de artikelen 78, tweede lid, onderdeel c, en derde lid, en 80a, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, voor zover er sprake is van een pensioenaanspraak onder de afkoopgrens en de uitvoerder artikel 70a van de Pensioenwet dan wel artikel 81a van de Wet verplichte beroepspensioenregeling toepast; e. de consequenties van arbeidsongeschiktheid; f. het actueel zijn van een herstelplan of geactualiseerd herstelplan; -g. het vervallen van de dekking tegen het risico op overlijden indien nabestaandenpensioen werd verworven op basis van risicofinanciering; en -h. de website waarop het pensioenregister te raadplegen is. +g. het voortzetten van de dekking voor het nabestaandenpensioen, bedoeld in artikel 55, vierde lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 66, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en het recht op uitruil van ouderdomspensioen in partnerpensioen op risicobasis, bedoeld in artikel 61a van de Pensioenwet dan wel artikel 73a van de Wet verplichte beroepspensioenregeling; +h. het vervallen van de dekking tegen het risico op overlijden indien nabestaandenpensioen werd verworven op basis van risicofinanciering; en +i. de website waarop het pensioenregister te raadplegen is. ### Artikel 7 @@ -142,8 +228,9 @@ De uitvoerder verstrekt degene die pensioengerechtigde wordt voorafgaand aan of a. het recht te kiezen voor een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen, bedoeld in artikel 60 van de Pensioenwet dan wel artikel 72 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, voor zover sprake is van opbouw van ouderdomspensioen en partnerpensioen; b. de mogelijkheid van afkoop, bedoeld in artikel 66 tot en met 69 van de Pensioenwet dan wel artikel 78 tot en met 80a van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, voor zover sprake is van een pensioenaanspraak onder de afkoopgrens of een fiscaal bovenmatige pensioenaanspraak; -c. de mogelijkheid tot of het recht op waardeoverdracht, bedoeld in de artikelen 80, 81, 81a, tweede lid, en 81b, van de Pensioenwet dan wel de artikelen 88, 89, 89a, tweede lid, en 89b van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, voor zover sprake is van een aan te wenden kapitaal op de pensioendatum; en -d. andere keuzemogelijkheden die de pensioenregeling biedt. +c. de mogelijkheid tot of het recht op waardeoverdracht, bedoeld in de artikelen 80, 81, 81a, tweede lid, en 81b, van de Pensioenwet dan wel de artikelen 88, 89, 89a, tweede lid, en 89b van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, voor zover sprake is van een aan te wenden kapitaal op de pensioendatum; +d. andere keuzemogelijkheden die de pensioenregeling biedt; en +e. de gehanteerde spreidingsperiode bij de uitkering waarbij de uitvoerder die een spreidingperiode hanteert van meer dan vijf jaar de volgende tekst opneemt: De ontwikkeling van uw pensioen hangt onder meer af van economische omstandigheden. Uw pensioen kan hierdoor omhoog of omlaag gaan. Wij spreiden financiële meevallers en tegenvallers over jaar om grote schokken in de hoogte van uw pensioen te voorkomen. Bij langdurige tegenvallers en bij een spreidingsperiode van meer dan vijf jaar kan uw pensioen na verloop van tijd flink lager uitvallen. ### Artikel 7b @@ -159,7 +246,7 @@ b. de uitkering voor het komende jaar. Bij de informatie die wordt verstrekt over een variabele uitkering, bedoeld in de artikelen 44a, eerste lid, of 63b, tweede lid, van de Pensioenwet dan wel de artikelen 55a, eerste lid, of 75b, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, geldt het volgende: a. een uitvoerder die één uniform beleggingsprofiel hanteert, vermeldt dit; -b. een uitvoerder die meerdere beleggingsprofielen hanteert, baseert de opgave van de hoogte van de variabele uitkeringen op het beleggingsprofiel dat passend is gezien het risicoprofiel van de deelnemer of gewezen deelnemer. +b. een uitvoerder die meerdere beleggingsprofielen hanteert of die een uitkering aanbiedt bestaande uit een vastgesteld en een variabel gedeelte, baseert de opgave van de hoogte van de variabele uitkering of de verhouding tussen het vastgestelde en variabele gedeelte op het beleggingsprofiel dat passend is gezien het risicoprofiel van de deelnemer of gewezen deelnemer. **2.** @@ -169,8 +256,6 @@ De ontwikkeling van uw pensioen hangt onder meer af van economische omstandighed **3.** De uitvoerder die geen vastgestelde uitkeringen uitvoert, geeft bij de opgave van de hoogte van de vastgestelde uitkeringen, bedoeld in artikel 44a, eerste lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 55a, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, aan dat een vastgestelde uitkering naar verwachting lager is dan een variabele uitkering maar met minder of geen kans op afwijking. -**4.** Bij de opgave van de hoogte van de variabele uitkeringen voorafgaand aan de eerste toetreding tot de toedelingskring, bedoeld in artikel 63b, vijfde lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 75b, vijfde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling is artikel 5a van toepassing. - ### Artikel 7d **1.** Bij de informatieverstrekking, bedoeld in de artikelen 44a en 63b van de Pensioenwet dan wel de artikelen 55a en 75b van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, wordt gebruikt gemaakt van standaardmodellen. @@ -179,7 +264,7 @@ De ontwikkeling van uw pensioen hangt onder meer af van economische omstandighed ### Artikel 7e -**1.** Voor de weergave op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario, bedoeld in de artikelen 38, eerste lid, onderdeel g, 40, eerste lid, onderdeel a, 44a, eerste lid, 45, tweede lid, 46, derde en vijfde lid, 51, eerste lid, en 63b, tweede lid, van de Pensioenwet, de artikelen 49, eerste lid, onderdeel g, 51, eerste lid, onderdeel b, 55a, eerste lid, 56, tweede lid, 57, derde en vijfde lid, 62, eerste lid en 75b, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en, voor zover het betreft weergave op basis van een pessimistisch en verwacht scenario, artikel 1a van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen, wordt gebruik gemaakt van de scenariosets, bedoeld in artikel 23b van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen en een voorgeschreven rekenmethodiek. +**1.** Voor de weergave op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario, bedoeld in de artikelen 10c, vierde lid, 38, eerste lid, onderdeel g, 40, eerste lid, onderdeel a, 44a, eerste lid, 45, tweede lid, 46, derde en vijfde lid, 51, eerste lid, onderdeel a, 63b, tweede lid, en 150j, tweede lid, onderdelen a en b, van de Pensioenwet, de artikelen 28c, vierde lid, 49, eerste lid, onderdeel g, 51, eerste lid, onderdeel b, 55a, eerste lid, 56, tweede lid, 57, derde en vijfde lid, 62, eerste lid, onderdeel a, 75b, tweede lid, en 145i, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt gebruik gemaakt van de scenariosets, bedoeld in artikel 23b van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen en een voorgeschreven rekenmethodiek. **2.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de rekenmethodiek. @@ -195,15 +280,7 @@ De ontwikkeling van uw pensioen hangt onder meer af van economische omstandighed ### Artikel 9 -**1.** - -De uitvoerder verstrekt de deelnemer, gewezen deelnemer of gewezen partner op verzoek: - -a. in geval van een kapitaalovereenkomst dan wel kapitaalregeling een opgave van de hoogte van het voor periodieke uitkeringen aan te wenden kapitaal op de ingangsdatum van het pensioen; -b. in geval van een premieovereenkomst dan wel premieregeling: - -1°. wanneer de premie wordt belegd, een indicatie van het te bereiken voor periodieke uitkeringen aan te wenden kapitaal op de pensioendatum met de daarbij gehanteerde veronderstellingen; of -2°. de hoogte van het voor periodieke uitkeringen aan te wenden verzekerd kapitaal wanneer de premie voor de ingangsdatum van het pensioen reeds daarvoor wordt aangewend. +**1.** De uitvoerder verstrekt de deelnemer, gewezen deelnemer of gewezen partner op verzoek in geval van een flexibele premieovereenkomst of premie-uitkeringsovereenkomst dan wel een flexibele premieregeling of premie-uitkeringsregeling een indicatie van het te bereiken voor periodieke uitkeringen aan te wenden kapitaal op de pensioendatum met de daarbij gehanteerde veronderstellingen. **2.** Bij de in het eerste lid bedoelde opgave wordt ten aanzien van nabestaandenpensioen aangegeven wat de consequenties zijn van de gekozen wijze van financieren. @@ -216,9 +293,9 @@ De uitvoerder verstrekt de deelnemer, de gewezen deelnemer, de gewezen partner o a. informatie over het van toepassing zijn van een aanwijzing als bedoeld in artikel 171 van de Pensioenwet dan wel artikel 166 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling; en b. informatie over de aanstelling van een bewindvoerder als bedoeld in artikel 173 van de Pensioenwet dan wel artikel 168 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling. -**5.** De uitvoerder verstrekt de deelnemer of gewezen deelnemer op verzoek informatie over de consequenties van uitruil als bedoeld in artikel 60, 61 of 62 van de Pensioenwet dan wel de artikelen 72, 73 of 74 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling voor de deelnemer of gewezen deelnemer. +**5.** De uitvoerder verstrekt de deelnemer of gewezen deelnemer op verzoek informatie over de consequenties van uitruil als bedoeld in artikel 60, 61, 61a of 62 van de Pensioenwet dan wel de artikelen 72, 73, 73a, of 74 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling voor de deelnemer of gewezen deelnemer. -**6.** Indien sprake is van een premieovereenkomst of premieregeling in de opbouwfase of een variabele uitkering verstrekt de uitvoerder op verzoek van de deelnemer, gewezen deelnemer of pensioengerechtigde informatie over de resultaten die de beleggingen van de pensioenregeling ten minste de afgelopen vijf jaar hebben behaald of, indien de pensioenregeling minder dan vijf jaar is uitgevoerd, alle jaren gedurende welke de pensioenregeling is uitgevoerd door de pensioenuitvoerder. +**6.** De uitvoerder verstrekt op verzoek van de deelnemer, gewezen deelnemer of pensioengerechtigde informatie over de resultaten die de beleggingen van de pensioenregeling ten minste de afgelopen vijf jaar hebben behaald of, indien de pensioenregeling minder dan vijf jaar is uitgevoerd, alle jaren gedurende welke de pensioenregeling is uitgevoerd door de pensioenuitvoerder. ### Artikel 9a @@ -226,7 +303,7 @@ b. informatie over de aanstelling van een bewindvoerder als bedoeld in artikel 1 **2.** -Het uniform pensioenoverzicht bevat naast de informatie, bedoeld in de artikelen 38, eerste lid, 40, eerste lid, 42, eerste lid, 44, eerste lid, en 48, vierde lid, tweede zin, van de Pensioenwet dan wel de artikelen 49, eerste lid, 51, eerste lid, 53, eerste lid, 55, eerste lid, en 59, vierde lid, tweede zin, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling in ieder geval het volgende: +Het uniform pensioenoverzicht bevat naast de informatie, bedoeld in de artikelen 38, eerste lid, 40, eerste lid, 42, eerste lid, 44, eerste lid, en 48, vijfde lid, tweede zin, van de Pensioenwet dan wel de artikelen 49, eerste lid, 51, eerste lid, 53, eerste lid, 55, eerste lid, en 59, vijfde lid, tweede zin, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling in ieder geval het volgende: a. de persoonsgegevens van de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde; b. de naam en het contactadres van de pensioenuitvoerder; @@ -237,16 +314,14 @@ d. de datum waarop de informatie betrekking heeft. ### Artikel 9b -**1.** Ten behoeve van de vergelijkbaarheid van de pensioenregeling wordt de informatie, bedoeld in artikel 46a, eerste lid, onderdeel a, van de Pensioenwet dan wel artikel 57a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, voor zover het betreft informatie over de pensioensoorten waarin de basispensioenregeling wel dan wel niet voorziet, de jaarlijkse pensioenopbouw, de risico’s en de beleidsdekkingsgraad tevens verstrekt met gebruikmaking van sjablonen die op de website van de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars zijn opgenomen. - -**2.** +**1.** De verdere informatie over de pensioenregeling, bedoeld in artikel 46a, eerste lid, onderdeel b, van de Pensioenwet dan wel artikel 57a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, betreft in ieder geval informatie over: -a. het vervallen van een pensioenaanspraak als bedoeld in artikel 55, zesde lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 66, zesde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling; en +a. het vervallen van een pensioenaanspraak als bedoeld in artikel 55, vijfde lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 66, vijfde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling; en b. het beleid van de uitvoerder ten aanzien van waardeoverdracht als bedoeld in artikel 70a van de Pensioenwet dan wel artikel 81a van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, en de daarbij toe te passen procedure. -**3.** +**2.** De informatie over uitvoeringskosten, bedoeld in artikel 46a, eerste lid, onderdeel c, van de Pensioenwet dan wel artikel 57a, eerste lid, onderdeel c, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, betreft: @@ -254,15 +329,22 @@ a. de administratieve uitvoeringskosten, bedoeld in artikel 10a, eerste lid; b. de kosten van vermogensbeheer, bedoeld in artikel 10a, tweede lid; en c. de transactiekosten, bedoeld in artikel 10a, derde lid. -**4.** +**3.** De informatie over uitvoeringskosten die op de website wordt geplaatst betreft: a. voor fondsen en premiepensioeninstellingen: de administratieve uitvoeringskosten als bedrag per deelnemer of pensioengerechtigde en de kosten van vermogensbeheer en de transactiekosten als percentage van het gemiddeld belegd vermogen; b. voor verzekeraars: de administratieve uitvoeringskosten als bedrag per deelnemer of pensioengerechtigde en de kosten van vermogensbeheer en de transactiekosten: -1°. bij uitkeringsovereenkomsten en kapitaalovereenkomsten dan wel uitkeringsregelingen en kapitaalregelingen, indien de kosten van invloed zijn op de pensioenaanspraak of het pensioenrecht als percentage van het gemiddeld belegd vermogen, en indien de kosten niet van invloed zijn op de pensioenaanspraak of het pensioenrecht, met vermelding dat deze kosten niet zijn opgenomen omdat zij niet van invloed zijn op de pensioenaanspraak of het pensioenrecht; -2°. bij premieovereenkomsten of premieregelingen waarbij de premie wordt belegd tot de pensioendatum als percentage van het gemiddeld belegd vermogen en bij overige premieovereenkomsten of premieregelingen, indien de kosten van invloed zijn op de pensioenaanspraak of het pensioenrecht als percentage van het gemiddeld belegd vermogen, en indien de kosten niet van invloed zijn op de pensioenaanspraak of het pensioenrecht, met vermelding dat deze kosten niet zijn opgenomen omdat zij niet van invloed zijn op de pensioenaanspraak of het pensioenrecht; +1°. indien de kosten van invloed zijn op de pensioenaanspraak of het pensioenrecht als percentage van het gemiddeld belegd vermogen; en +2°. indien de kosten niet van invloed zijn op de pensioenaanspraak of het pensioenrecht met vermelding dat deze kosten niet zijn opgenomen omdat zij niet van invloed zijn op de pensioenaanspraak of het pensioenrecht. + +**4.** + +De informatie over de beleggingen en het beleggingsbeleid, bedoeld in artikel 46a, tweede lid, onderdeel d, van de Pensioenwet dan wel artikel 57a, tweede lid, onderdeel d, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, betreft: + +a. beleggingsresultaten van het collectieve vermogen, met onderscheid tussen de verschillende beleggingscategorieën; en +b. de verhouding van deze resultaten tot het strategisch beleggingsbeleid. **5.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel. @@ -315,11 +397,11 @@ d. de op te bouwen pensioenaanspraken en de pensioenrechten bij een optimistisch ### Artikel 9f -Vervallen +Het pensioenregister en de uitvoerders dienen bij de vormgeving van de gegevensverstrekking, bedoeld in artikel 51, tweede lid, onderdeel b, van de Pensioenwet dan wel artikel 62, tweede lid, onderdeel b, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling alle noodzakelijke privacy- en gegevensdelingswaarborgen in acht te nemen. ### Artikel 10 -De informatie op grond van de artikelen 21, 38 tot en met 44, 45, 46, eerste en tweede lid, 46a, eerste en tweede lid, 52, 52a, 63b en 134, tweede lid, van de Pensioenwet dan wel de artikelen 48 tot en met 55, 56, 57, eerste en tweede lid, 57a, eerste en tweede lid, 63, 63a, 75b en 129, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt kosteloos verstrekt. +De informatie op grond van de artikelen 10c, vierde lid, 21, 38 tot en met 44, 45, 46, eerste en tweede lid, 46a, eerste en tweede lid, 52, 52a, 61a, derde lid, 63b, 134, tweede lid, en 220e, tweede lid, en hoofdstuk 6b, van de Pensioenwet dan wel de artikelen 28c, vierde lid, 48 tot en met 55, 56, 57, eerste en tweede lid, 57a, eerste en tweede lid, 63, 63a, 73a, derde lid, 75b, 129, tweede lid en 214d, tweede lid, en hoofdstuk 5a, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt kosteloos verstrekt. ### Artikel 10.0a @@ -365,12 +447,12 @@ c. deelname aan beleggingsfondsen. **1.** -De verzekeraar die bereid is op te treden als ontvangend uitvoerder verstrekt een betrokkene die het uit een kapitaalovereenkomst dan wel kapitaalregeling of een premieovereenkomst dan wel premieregeling voortvloeiende kapitaal op de pensioendatum wenst aan te wenden voor een pensioenuitkering, voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een pensioenuitkering ten minste de volgende informatie: +De verzekeraar die bereid is op te treden als ontvangend uitvoerder verstrekt een betrokkene die het uit een flexibele premieovereenkomst dan wel flexibele premieregeling of een premie-uitkeringsovereenkomst dan wel premie-uitkeringsregeling voortvloeiende kapitaal op de pensioendatum wenst aan te wenden voor een pensioenuitkering, voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een pensioenuitkering ten minste de volgende informatie: a. haar statutaire naam, handelsnaam en adres; b. het feit dat zij een verzekeraar is; c. of zij advies verstrekt over pensioenuitkeringen; -d. haar interne klachtenprocedure, bedoeld in artikel 4:17, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het financieel toezicht en de erkende geschilleninstantie waarbij zij is aangesloten; en +d. haar interne klachtenprocedure en de erkende geschilleninstantie waarbij zij is aangesloten; en e. de aard van de vergoeding die haar werknemers ontvangen voor het sluiten van de overeenkomst. **2.** De verzekeraar verstrekt de informatie in de Nederlandse taal of in elke andere taal die door partijen is overeengekomen. @@ -379,6 +461,31 @@ e. de aard van de vergoeding die haar werknemers ontvangen voor het sluiten van **4.** Indien de informatie elektronisch wordt verstrekt, krijgt de betrokkene op zijn verzoek kosteloos een papieren afschrift. +### Artikel 10bb + +**1.** De uitvoerder verstrekt de gewezen deelnemer van wie de dekking voor nabestaandenpensioen is voortgezet op grond van artikel 55, vierde lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 66, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling informatie over het keuzerecht om in plaats van ouderdomspensioen te kiezen voor het voortzetten van het partnerpensioen op risicobasis als bedoeld in artikel 61a, eerste lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 73a, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling. + +**2.** + +De informatie, bedoeld in het eerste lid, betreft in ieder geval: + +a. indien van toepassing: dat de gewezen deelnemer geen gebruik kan maken van het keuzerecht omdat zijn aanspraak op ouderdomspensioen na de uitruil voor het eerste jaar minder zou bedragen dan het op basis van artikel 66 van de Pensioenwet dan wel artikel 78 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling bepaalde bedrag; of +b. hoeveel pensioenvermogen of kapitaal wordt uitgeruild bij voortzetting in het eerste jaar en hoeveel pensioenvermogen of kapitaal resteert; +c. in voorkomend geval, dat de dekking van het wezenpensioen niet kan worden voortgezet; +d. wat de gevolgen zijn als de gewezen deelnemer wel of niet kiest voor voortzetting; en +e. de gronden voor beëindiging van de voortzetting, bedoeld in artikel 61a, tweede lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 73a, tweede lid, Wet verplichte beroepspensioenregeling. + +**3.** + +De uitvoerder verstrekt de gewezen deelnemer die gebruik maakt van de mogelijkheid tot voortzetting jaarlijks de volgende informatie: + +a. indien van toepassing: dat sprake is van beëindiging van de voortzetting op grond van artikel 61a, tweede lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 73a, tweede lid, Wet verplichte beroepspensioenregeling; of +b. hoeveel pensioenvermogen of kapitaal wordt uitgeruild bij voortzetting in het volgende jaar en hoeveel pensioenvermogen of kapitaal resteert; +c. dat de voortzetting wordt gecontinueerd tenzij de gewezen deelnemer meldt de voortzetting te willen beëindigen; en +d. wat de gevolgen zijn van voortzetten respectievelijk beëindigen van de voortzetting. + +**4.** Bij de informatie die wordt verstrekt wordt uitgegaan van de situatie op de dag van aanvang van de voortzetting van de dekking dan wel de dag waarop de voortzetting zou worden gecontinueerd. + ## Hoofdstuk 2a. Uitvoeringsovereenkomst algemeen pensioenfonds ### Artikel 10c @@ -459,7 +566,7 @@ i. de toepasselijkheid van de algemene beginselen van het beloningsbeleid van he ### Artikel 14a -**1.** Bij uitvoering van een premieovereenkomst of premieregeling in de opbouwfase of een variabele uitkering is artikel 13, eerste lid, en derde tot en met zevende lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen van overeenkomstige toepassing voor verzekeraars en premiepensioeninstellingen. +**1.** Bij uitvoering van een premieovereenkomst of premieregeling in de opbouwfase of een variabele uitkering is artikel 13, eerste lid, en derde tot en met achtste lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen van overeenkomstige toepassing voor verzekeraars en premiepensioeninstellingen. **2.** De waarden worden door de uitvoerder belegd op een wijze die past bij de aard en duur van de verwachte toekomstige pensioenuitkeringen. @@ -487,23 +594,19 @@ Bij het op grond van artikel 52, tweede lid, van de Pensioenwet dan wel artikel ### Artikel 14d -**1.** De uitvoerder die verantwoordelijk is voor de beleggingen legt de risicohouding vast waarop het beleggingsbeleid is gebaseerd. Artikel 1a, eerste en derde lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen is van overeenkomstige toepassing voor verzekeraars en premiepensioeninstellingen met dien verstande dat deze uitvoerders in plaats van overleg met de in het eerste lid van dit artikel genoemde partijen ernaar streven van de deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden of hun vertegenwoordigers zo veel mogelijk duidelijkheid te krijgen over hun doelstellingen en risicohouding. De risicohouding wordt per toedelingskring vastgelegd. +**1.** De uitvoerder die verantwoordelijk is voor de beleggingen baseert het strategisch beleggingsbeleid op de risicohouding en toetst jaarlijks op basis van een scenarioanalyse of het beleggingsbeleid of de toedelingsregels passend zijn bij de vastgestelde risicohouding en past het beleggingsbeleid aan indien dat niet het geval is. -**2.** De uitvoerder toetst periodiek op basis van een scenarioanalyse of het beleggingsbeleid passend is bij de vastgestelde risicohouding en past het beleggingsbeleid aan indien dat niet het geval is. Artikel 23a van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen is van toepassing bij de scenarioanalyse. +**2.** Het beleggingsbeleid in de opbouwfase van een flexibele premieovereenkomst of premie-uitkeringsovereenkomst dan wel een flexibele premieregeling of premie-uitkeringsregeling wordt door de uitvoerder gebaseerd op een vastgestelde of een variabele uitkering, naar gelang welke uitkeringsvorm in de pensioenovereenkomst of beroepspensioenregeling als standaard is opgenomen. Indien geen standaard uitkeringsvorm is opgenomen wordt het beleggingsbeleid gebaseerd op een vastgestelde uitkering. -**3.** Bij de uitvoering van het beleggingsbeleid in de opbouwfase biedt de uitvoerder de deelnemer of gewezen deelnemer effectieve bescherming tegen de gevolgen van negatieve beleggingsresultaten voorafgaand aan de pensioendatum. De uitvoerder kan hiertoe het beleggingsrisico afbouwen naarmate de deelnemer ouder wordt of kan op andere wijze bescherming bieden. De uitvoerder die een andere methode dan leeftijdsgerelateerde afbouw van beleggingsrisico toepast, onderbouwt dat op deze wijze de deelnemer of gewezen deelnemer beschermd wordt, zonder dat anderen worden benadeeld. Indien de door de uitvoerder toegepaste methode naar het oordeel van De Nederlandsche Bank niet aan de doelstellingen voldoet, kan De Nederlandsche Bank de uitvoerder verplichten over te gaan op leeftijdsgerelateerde afbouw van beleggingsrisico. +**3.** Zo nodig in afwijking van het tweede lid wordt de uitvoering van het beleggingsbeleid afgestemd op de uitkeringsvorm waarvan is gebleken dat de deelnemer of gewezen deelnemer daarvoor een voorkeur heeft. De uitvoerder vraagt de deelnemer of gewezen deelnemer naar diens voorkeur voor een vastgestelde of variabele uitkering, zodra dit voor de beleggingen relevant is. De uitvoerder verstrekt daarbij de voor de deelnemer of gewezen deelnemer relevante informatie over de gevolgen en risico’s. -**4.** De uitvoering van het beleggingsbeleid in de opbouwfase wordt door de uitvoerder gebaseerd op een vastgestelde uitkering, tenzij is gebleken dat de deelnemer of gewezen deelnemer een voorkeur heeft voor een variabele uitkering of toetreedt tot een toedelingskring waarop een collectief toedelingsmechanisme voor het beleggingsrisico wordt toegepast als bedoeld in artikel 63b, vijfde lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 75b, vijfde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling. In die situaties wordt de uitvoering van het beleggingsbeleid afgestemd op een variabele uitkering. +**4.** Bij de uitvoering van het beleggingsbeleid in de uitkeringsfase vergroot de uitvoerder het beleggingsrisico niet tenzij sprake is van een wijziging van de risicohouding of een gewijzigd risicoprofiel dat aanleiding is voor een wijziging van het beleggingsprofiel. -**5.** Voor de uitvoering van het vierde lid vraagt de uitvoerder de deelnemer of gewezen deelnemer naar diens voorkeur voor een vastgestelde of variabele uitkering, zodra dit voor de beleggingen relevant is. De uitvoerder verstrekt daarbij de voor de deelnemer of gewezen deelnemer relevante informatie over de gevolgen en risico’s. - -**6.** Bij de uitvoering van het beleggingsbeleid in de uitkeringsfase vergroot de uitvoerder het beleggingsrisico niet tenzij sprake is van een wijziging van de risicohouding of een gewijzigd risicoprofiel dat aanleiding is voor een wijziging van het beleggingsprofiel. - -**7.** Het risicoprofiel van de deelnemer, gewezen deelnemer of pensioengerechtigde geeft de mate weer waarin hij beleggingsrisico kan en wil nemen. De uitvoerder toetst het risicoprofiel tenminste iedere vijf jaar en indien een belangrijke gebeurtenis daartoe aanleiding geeft. +**5.** Het risicoprofiel van de deelnemer, gewezen deelnemer of pensioengerechtigde geeft de mate weer waarin hij beleggingsrisico kan en wil nemen. De uitvoerder toetst het risicoprofiel tenminste iedere vijf jaar en indien een belangrijke gebeurtenis daartoe aanleiding geeft. ### Artikel 14da -**1.** De verplichting om de voorkeur van een gewezen deelnemer voor een vaste of variabele uitkering uit te vragen, bedoeld in artikel 14d, vijfde lid, geldt niet indien op basis van de opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen de uitkering van het ouderdomspensioen op jaarbasis op de reguliere ingangsdatum minder zal bedragen dan het op basis van artikel 66 van de Pensioenwet dan wel artikel 78 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling bepaalde bedrag, en voldaan is aan het tweede, derde, vierde of vijfde lid. +**1.** De verplichting om de voorkeur van een gewezen deelnemer voor een vaste of variabele uitkering uit te vragen, bedoeld in artikel 14d, derde lid, geldt niet indien op basis van de opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen de uitkering van het ouderdomspensioen op jaarbasis op de reguliere ingangsdatum minder zal bedragen dan het op basis van artikel 66 van de Pensioenwet dan wel artikel 78 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling bepaalde bedrag, en voldaan is aan het tweede, derde, vierde of vijfde lid. **2.** Indien de deelneming is geëindigd vanaf 1 januari 2018 geldt de verplichting niet, indien de uitvoerder op grond van artikel 70a van de Pensioenwet dan wel artikel 81a van de Wet verplichte beroepspensioenregeling probeert over te gaan tot waardeoverdracht van de aanspraken van de gewezen deelnemer of dit tenminste vijf maal jaarlijks tevergeefs heeft geprobeerd. @@ -524,11 +627,186 @@ b. inhoudt dat de deelnemer, gewezen deelnemer of pensioengerechtigde de met dez **2.** De uitvoerder legt vast op welke wijze wordt vastgesteld of het advies of het beleggingsprofiel past bij het risicoprofiel van de deelnemer, gewezen deelnemer of pensioengerechtigde. +## Hoofdstuk 4b. Interne klachtenprocedure + +### Artikel 14f + +In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: + +– *geschil:* een geschil ontstaan na de gehele of gedeeltelijke afwijzing van een klacht over de uitvoering van het pensioenreglement door de uitvoerder of een klacht als bedoeld in artikel 14j, derde lid; +– *klacht:* iedere uiting van ontevredenheid die door een deelnemer, gewezen deelnemer, andere aanspraakgerechtigde of pensioengerechtigde wordt gericht aan een uitvoerder. + +### Artikel 14g + +**1.** De uitvoerder stelt een algemene beschrijving van de klachtenprocedure beschikbaar aan de deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden. + +**2.** De uitvoerder stelt aan alle personen die binnen de organisatie betrokken zijn bij de afhandeling van klachten een beschrijving beschikbaar van de te volgen procedure voor de afhandeling van die klachten. + +### Artikel 14h + +**1.** + +De uitvoerder beschikt met het oog op een adequate behandeling van klachten over een behoorlijke administratie van klachten, waarin ten minste wordt vastgelegd: + +a. de naam en het adres van de klager; +b. de klacht, met daarbij behorende dagtekening van ontvangst; +c. een omschrijving van de klacht; +d. een beschrijving van de wijze waarop zij de klacht heeft behandeld; en +e. de datum waarop de klacht is afgesloten. + +**2.** De uitvoerder bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste lid, gedurende een periode van ten minste zeven jaren na het boekjaar waarin de klacht door haar is afgehandeld. + +### Artikel 14i + +De uitvoerder informeert de klager bij een gehele of een gedeeltelijke afwijzing van diens klacht over de uitvoering van het pensioenreglement over de mogelijkheid om dit geschil voor te leggen aan de op grond van artikel 48c van de Pensioenwet dan wel artikel 59c van de Wet verplichte beroepspensioenregeling aangewezen geschilleninstantie waarbij zij is aangesloten, onder vermelding van de adresgegevens en de geldende termijnen. Daarbij wordt tevens vermeld dat een geschil ook direct bij een burgerlijke rechter aanhangig kan worden gemaakt. + +### Artikel 14j + +**1.** De uitvoerder draagt er zorg voor dat klachten binnen een redelijke termijn worden afgehandeld. + +**2.** De uitvoerder bevestigt de ontvangst van de klacht en bericht de klager binnen twee weken na ontvangst van de klacht binnen welke termijn de klacht zal worden afgehandeld. + +**3.** De klager kan vanaf tien weken na ontvangst van de ontvangstbevestiging, bedoeld in het tweede lid, of twaalf weken na het indienen van de klacht, de klacht die betrekking heeft op de uitvoering van het pensioenreglement rechtstreeks voorleggen aan de geschilleninstantie waarbij de uitvoerder is aangesloten. + +**4.** Indien de uitvoerder voor de afwikkeling van de klacht nadere informatie nodig heeft van de klager, verzoekt zij deze informatie van de klager en geeft een termijn voor de beantwoording. De termijnen, bedoeld in het derde lid, worden verlengd met de termijn voor beantwoording, of met de termijn waarin de verzochte informatie is ontvangen door de uitvoerder. + +### Artikel 14k + +De uitvoerder voorziet in procedures en maatregelen die waarborgen dat klachten zorgvuldig, verifieerbaar, consistent en binnen de gestelde termijnen worden afgehandeld. + +## Hoofdstuk 4c. Geschilleninstantie + +### Artikel 14l + +**1.** + +De geschilleninstantie voldoet, in aanvulling op de uit de Implementatiewet buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten voortvloeiende vereisten, aan de volgende vereisten: + +a. de bij die geschilleninstantie aangesloten uitvoerders vormen een groep van voldoende betekenis en veelsoortigheid of er kan aannemelijk gemaakt worden dat dit op korte termijn na erkenning het geval zal zijn; +b. de geschilleninstantie draagt in voldoende mate bij tot het oplossen van geschillen die hun oorsprong vinden in klachten over uitvoering van pensioenregelingen; en +c. de geschilleninstantie beschikt over een adequate financieringssystematiek en realiseert een adequate bezettingsgraad. + +**2.** Aan de aanwijzing van een geschilleninstantie kunnen door Onze Minister voorschriften worden verbonden. + +### Artikel 14m + +**1.** De geschilleninstantie heeft een onafhankelijk en naar behoren samengesteld bestuur. + +**2.** De onafhankelijkheid van het bestuur vereist ten minste dat de leden vanaf de aanvaarding van hun functie en gedurende een jaar voorafgaande aan de aanvaarding van hun functie niet werkzaam zijn of zijn geweest voor of enige functie bekleden of bekleed hebben bij een uitvoerder of een belangenvereniging voor uitvoerders. + +**3.** De bij de benoeming van bestuursleden te volgen procedure is schriftelijk vastgelegd. De procedure wordt ter goedkeuring aan Onze Minister voorgelegd. + +### Artikel 14n + +**1.** De geschilleninstantie draagt er zorg voor dat de met buitengerechtelijke geschillenbeslechting belaste personen vanaf de aanvaarding van hun functie en gedurende een jaar voorafgaande aan de aanvaarding van hun functie niet werkzaam zijn of zijn geweest voor of enige functie bekleden of bekleed hebben bij een uitvoerder of belangenvereniging voor uitvoerders. + +**2.** De bij de benoeming van een persoon, bedoeld in het eerste lid, te volgen procedure is schriftelijk vastgelegd. De procedure behoeft de goedkeuring van Onze Minister. + +### Artikel 14o + +**1.** + +De geschilleninstantie beschikt over en handelt in overeenstemming met een reglement voor de behandeling van geschillen dat ten minste omvat: + +a. een duidelijke omschrijving van de geschillen die ter behandeling aan de geschilleninstantie kunnen worden voorgelegd; +b. regels met betrekking tot het aanhangig maken van een geschil en een duidelijke omschrijving van de partijen die een geschil aanhangig kunnen maken; +c. regels met betrekking tot wraking van een met buitengerechtelijke geschillenbeslechting belaste persoon, op grond van feiten of omstandigheden die een onpartijdig of onafhankelijk oordeel van die persoon zouden bemoeilijken; +d. regels met betrekking tot de behandeling van een geschil door de geschilleninstantie waaronder de toepasselijke behandeltermijnen; +e. regels met betrekking tot het op voet van gelijkheid bieden van gelegenheid aan partijen om mondeling en schriftelijk, desgewenst met bijstand van derden, hun mening aan de geschilleninstantie kenbaar te maken; +f. regels met betrekking tot de voorwaarden waaronder een deskundige kan worden verzocht een advies uit te brengen; +g. regels met betrekking tot de voorwaarden waaronder getuigen en deskundigen kunnen worden gehoord, dan wel inlichtingen van hen kunnen worden ingewonnen; +h. regels met betrekking tot de mogelijkheid voor partijen om van alle door hen naar voren gebrachte feiten en stellingen, alsmede van verklaringen van getuigen en deskundigen, over en weer kennis te nemen en daarop te reageren; +i. regels met betrekking tot de voorwaarden waaronder een geschil door middel van een verkorte schriftelijke procedure of een voorlopig oordeel kan worden afgedaan; +j. regels op grond waarvan de geschilleninstantie haar beslissingen baseert; +k. regels met betrekking tot de mogelijkheid dat de beslechting van een geschil resulteert in een niet-bindend advies; +l. regels met betrekking tot een bindend advies, waarbij een uitvoerder bij de aansluiting bij de geschilleninstantie instemt met bindend advies en waarbij de beslechting van een geschil resulteert in een bindend advies, tenzij de deelnemer, gewezen deelnemer, andere aanspraakgerechtigde of pensioengerechtigde bij het aanhangig maken van het geschil daar uitdrukkelijk niet mee instemt; +m. regels met betrekking tot de vaststelling van de hoogte van het bedrag dat, zo dit verschuldigd is, bij het aanhangig maken van het geschil dient te worden voldaan; +n. regels met betrekking tot de mogelijkheid om partijen in de kosten van de behandeling van een geschil te veroordelen en vaststelling van een hierbij geldend maximumbedrag; +o. regels met betrekking tot de vorm, inhoud en bekendmaking van de uitkomst van het advies, bedoeld in de onderdelen k en l, waarbij in ieder geval is bepaald dat deze uitkomst, met redenen omkleed, ondertekend en schriftelijk of elektronisch aan partijen wordt medegedeeld; en +p. indien beroep tegen een uitspraak mogelijk is: regels met betrekking tot het mededelen van de mogelijkheid van beroep, de wijze en termijn van het instellen, alsmede de behandeling van dit beroep. + +**2.** De geschilleninstantie houdt het reglement, bedoeld in het eerste lid, beschikbaar en verstrekt het kosteloos op verzoek aan iedere belanghebbende. + +### Artikel 14p + +Het reglement, de samenstelling van het bestuur en de voorzitters van organen belast met buitengerechtelijke geschillenbeslechting behoeven de goedkeuring van Onze Minister. Een geschilleninstantie kan voorgenomen wijzigingen in de samenstelling van het bestuur, de voorzitters van organen belast met buitengerechtelijke geschillenbeslechting of het reglement, bedoeld in artikel 14o, niet doorvoeren dan na instemming van Onze Minister. + +### Artikel 14q + +Een erkende geschilleninstantie stelt aan een uitvoerder die zich bij haar wil aansluiten niet als voorwaarde voor aansluiting dat de uitvoerder andere regels naleeft dan die welke betrekking hebben op het aanhangig maken van een geschil bij de geschilleninstantie of de verdere behandeling van een geschil door de geschilleninstantie. + +### Artikel 14r + +Een geschilleninstantie publiceert de bindende adviezen, bedoeld in artikel 14o, eerste lid, onderdeel l, en houdt deze elektronisch beschikbaar en algemeen toegankelijk. + +### Artikel 14s + +**1.** Een geschilleninstantie verstrekt aan Onze Minister jaarlijks voor 1 juli een opgave van de in het afgelopen kalenderjaar bij de geschilleninstantie aangesloten uitvoerders. + +**2.** Een geschilleninstantie verstrekt aan Onze Minister op diens verzoek de gegevens en inlichtingen die Onze Minister nodig heeft voor de uitoefening van diens in dit hoofdstuk omschreven taken. + +**3.** Een geschilleninstantie verstrekt de toezichthouders de gegevens en inlichtingen die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. + +**4.** Een geschilleninstantie stelt jaarlijks een begroting op en zendt deze voor 1 december van het aan het begrotingsjaar voorafgaande jaar ter instemming aan Onze Minister. + +**5.** Een geschilleninstantie stelt jaarlijks een bestuursverslag en een jaarrekening op. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de geschilleninstantie aangewezen accountant. + +**6.** Een geschilleninstantie zendt de jaarrekening voor 1 mei van het op het boekjaar volgende jaar ter instemming aan Onze Minister. + +## Hoofdstuk 4d. Risicohouding + +### Artikel 14t + +**1.** De uitvoerder die verantwoordelijk is voor de beleggingen legt de risicohouding vast waarop het beleggingsbeleid of de toedelingsregels zijn gebaseerd. De risicohouding wordt per leeftijdscohort vastgelegd. + +**2.** Een fonds stelt de risicohouding vast na overleg met de organen van het fonds. Een verzekeraar of premiepensioeninstelling streeft ernaar van de deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden of hun vertegenwoordigers zo veel mogelijk duidelijkheid te krijgen over hun doelstellingen en risicohouding. + +**3.** Het vaststellen van de risicohouding wordt gebaseerd op in ieder geval de uitkomsten van het risicopreferentie-onderzoek, deelnemerskenmerken en wetenschappelijke inzichten. De uitvoerder onderbouwt hoe en in welke mate deze elementen hebben bijgedragen aan de risicohouding. + +**4.** Bij het vaststellen van de risicohouding en het beleggingsbeleid voor deelnemers of gewezen deelnemers wordt voor ieder leeftijdscohort rekening gehouden met de duur van de periode tot aan de pensioendatum, waarbij het beleggingsrisico kleiner wordt naarmate de pensioendatum nadert. + +**5.** Een leeftijdscohort heeft een maximale omvang van vijf geboortejaren. In afwijking hiervan kan een leeftijdscohort betrekking hebben op een groter aantal geboortejaren indien de uitvoerder op basis van het risicopreferentie-onderzoek, de deelnemerskenmerken en wetenschappelijke inzichten onderbouwt dat dit in het belang is van de deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden of pensioengerechtigden. + +**6.** + +De vaststelling en toetsing van de risicohouding vindt plaats in vier fasen: + +a. het risicopreferentie-onderzoek; +b. de weging van de informatie uit de bronnen risicopreferentie-onderzoek, deelnemerskenmerken en wetenschappelijke inzichten om tot vaststelling van de risicohouding te komen; +c. de vormgeving van het beleggingsbeleid of toedelingsregels op basis van de vastgestelde risicohouding door een ALM analyse; en +d. jaarlijkse toetsing op basis van een scenario-analyse of het beleggingsbeleid of de toedelingsregels passend zijn bij de vastgestelde risicohouding en aanpassing van het beleggingsbeleid of de toedelingsregels indien dat niet het geval is. + +### Artikel 14u + +**1.** + +De vastgestelde risicohouding per leeftijdscohort wordt vertaald naar de volgende maatstaven waarvoor gebruik wordt gemaakt van een scenario-analyse: + +a. de risicomaatstaf: de maximaal aanvaardbare afwijking van de, naar overlevingskans gewogen, gemiddelde over de uitkeringsjaren reële pensioenuitkeringen in een pessimistisch scenario ten opzichte van de, naar overlevingskans gewogen, gemiddelde reële pensioenuitkeringen in een mediaan scenario waarbij het in de opbouwfase gaat om een gewogen gemiddelde van alle ouderdomspensioenuitkeringen in de uitkeringsfase en in de uitkeringsfase om de afwijking van ouderdomspensioenuitkeringen van jaar op jaar; +b. de verwachtingsmaatstaf: de minimale verwachting voor de, naar overlevingskans gewogen, gemiddelde over de uitkeringsjaren reële pensioenuitkeringen in een mediaan scenario ten opzichte van de, naar overlevingskans gewogen, gemiddelde reële pensioenuitkeringen in een mediaan scenario op basis van een hypothetisch geheel risicomijdend beleggingsbeleid waarbij de verwachte uitkeringsstroom het inflatierisico door middel van reële obligaties afdekt binnen de uniforme scenariosets, bedoeld in artikel 23b van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen; en +c. de lange termijn risicomaatstaf in de uitkeringsfase: bij mechanismen die risico naar de toekomst verplaatsen, zoals een aangepast projectierendement of spreiding van schokken, de maximaal aanvaardbare afwijking van de, naar overlevingskans gewogen, gemiddelde over de uitkeringsjaren reële pensioenuitkeringen in een pessimistisch scenario ten opzichte van de, naar overlevingskans gewogen, gemiddelde reële pensioenuitkeringen in een mediaan scenario, waarbij het in de teller en de noemer van de maatstaf gaat om een gewogen gemiddelde van alle resterende reële ouderdomspensioenuitkeringen in de uitkeringsfase. + +**2.** Voor zover fondsen een beëindigde uitkeringsovereenkomst, zoals gedefinieerd in artikel 1 van de Pensioenwet dan wel een beëindigde uitkeringsregeling, zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, zoals die artikelen luidden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, of vastgestelde uitkeringen uitvoeren voldoet de risicohouding aan de prudent person regel en komt deze voor de lange termijn tot uitdrukking in de door het fonds gekozen ondergrenzen in het kader van de haalbaarheidstoets en voor de korte termijn in de hoogte van het vereist eigen vermogen of een bandbreedte hiervoor. + +**3.** Onze Minister stelt regels voor de vaststelling van de maatstaven. + +### Artikel 14v + +**1.** Het risicopreferentie-onderzoek onderzoekt de mate waarin een groep deelnemers, gewezen deelnemers of pensioengerechtigden bereid is beleggingsrisico’s te lopen met het oog op hun doelstellingen. Hierbij zal tenminste de mate van relatieve risicoaversie van deze groep worden afgeleid uit het onderzoek. Bij de vaststelling van de uitvraag voor het risicopreferentie-onderzoek wordt rekening gehouden met de mate waarin deze groep beleggingsrisico’s kan dragen gegeven de kenmerken van de groep, op basis van onder meer deelnemerskenmerken en wetenschappelijke inzichten. De uitkomsten van het onderzoek zijn bruikbaar voor het vaststellen van de risicohouding op cohortniveau. + +**2.** Het risicopreferentie-onderzoek sluit aan bij de pensioencontext en de persoonlijke situatie van deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden en geeft in de uitvraag een realistisch beeld van de hoogte van de te verwachte pensioenuitkering en de te verwachten zekerheid van de pensioenuitkering. Hiervoor wordt een realistische inschatting van de hoogte van de pensioenpremie gebruikt. + +**3.** De inrichting van het risicopreferentie-onderzoek is zodanig dat naar verwachting voor ieder cohort voldoende representatieve individuele uitkomsten opgehaald worden. De grootte van ieder cohort moet onderbouwd worden op grond van de uitkomsten van het onderzoek. + +**4.** De uitvoerder streeft ernaar dat de respons per cohort een adequate weerspiegeling is van de cohortpopulatie. De cohortpopulaties samen zijn een weerspiegeling van de deelnemerspopulatie. De uitvoerder onderbouwt dat sprake is van een adequate weerspiegeling en dat de vertaling van individuele uitkomsten naar cohortniveau zo representatief als mogelijk zijn. + +**5.** Het risicopreferentie-onderzoek levert een zo objectief mogelijk, controleerbaar, systematisch, reproduceerbaar en kwantitatief interpreteerbare uitkomst op. + ## Hoofdstuk 5. Uitruil, afkoop en gelijke behandeling ### Artikel 15 -**1.** Per geboden keuzemogelijkheid als bedoeld in artikel 60, 61 of 62 van de Pensioenwet dan wel artikel 72, 73, 74 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, wordt door de pensioenuitvoerder voor een door hem te bepalen periode voor alle deelnemers en gewezen deelnemers dezelfde ruilvoet of opbouwkeuzevoet vastgesteld. +**1.** Per geboden keuzemogelijkheid als bedoeld in artikel 60, 61, 61a of 62 van de Pensioenwet dan wel artikel 72, 73, 73a, of 74 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, wordt door de pensioenuitvoerder voor een door hem te bepalen periode voor alle deelnemers en gewezen deelnemers dezelfde ruilvoet of opbouwkeuzevoet vastgesteld. **2.** De ruilvoet en opbouwkeuzevoet worden zodanig vastgesteld dat sprake is van collectieve actuariële gelijkwaardigheid als bedoeld in de artikelen 60, vijfde lid, 61, vierde lid, en 62, eerste lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 72, vijfde lid, 73, vierde lid en 74, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling. @@ -550,25 +828,29 @@ Indien met de werkgever niet uitdrukkelijk een bepaalde verhouding tussen versch ### Artikel 17a -**1.** Bij toepassing van een periodieke vaste daling van de uitkering als bedoeld in artikel 63a, derde lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 75a, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt de uitkeringshoogte vastgesteld door te rekenen met een periodieke vaste daling van de uitkering die niet meer bedraagt dan 35% van het verschil tussen de risicovrije rente en de parameter voor aandelenrendement en niet meer dan consistent is met het beleggingsbeleid. De waarde van de met de risicovrije rente contant gemaakte kasstromen is gelijk aan het pensioenkapitaal op pensioendatum. +**1.** Bij toepassing van een periodieke vaste daling van de uitkering als bedoeld in artikel 63a, tweede lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 75a, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt de uitkeringshoogte vastgesteld door te rekenen met een periodieke vaste daling van de uitkering die niet meer bedraagt dan 35% van het verschil tussen de risicovrije rente en de parameter voor aandelenrendement en niet meer dan consistent is met de risicohouding en het beleggingsbeleid. De waarde van de met de risicovrije rente contant gemaakte kasstromen is gelijk aan het pensioenkapitaal op pensioendatum. **2.** Voor het vaststellen van de maximale hoogte van de periodieke vaste daling als bedoeld in het eerste lid kan de risicovrije rentecurve worden omgerekend tot één rentepercentage door middel van een duratie benadering. **3.** De uitvoerder legt vast of en zo ja op welke wijze een periodieke vaste daling wordt toegepast. +**4.** Het projectierendement, bedoeld in artikel 63a, derde lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 75a, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling kan na de ingangsdatum van het pensioen wijzigen indien dit het gevolg is van wijziging van de parameter voor aandelenrendement, de risicovrije rente, de prijsinflatie of de risicohouding. + ### Artikel 17b -De risicovrije rente, bedoeld in artikel 63a, derde, zevende en achtste lid, van de Pensioenwet, artikel 75a, derde, zevende en achtste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, en artikel 17a, eerste lid, is de risicovrije rente voor fondsen. +**1.** De risicovrije rente, bedoeld in artikel 63a, tweede, derde, zesde en zevende lid, van de Pensioenwet, artikel 75a, tweede, derde, zesde en zevende lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, en artikel 17a, eerste en vierde lid, is de risicovrije rente voor fondsen. + +**2.** De parameter voor aandelenrendement, bedoeld in artikel 63a, tweede en derde lid, van de Pensioenwet, artikel 75a, tweede en derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, en artikel 17a, eerste en vierde lid, is gelijk aan de parameter, bedoeld in artikel 23a, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen. + +**3.** De prijsinflatie, bedoeld in artikel 17a, vierde lid, is gebaseerd op zoveel mogelijk objectieve marktinformatie. ### Artikel 17c -**1.** De uitvoerder legt de toedelingskring vast en informeert de deelnemer, gewezen deelnemer of pensioengerechtigde hierover voorafgaand aan zijn toetreding tot de toedelingskring. - -**2.** De uitvoerder legt de vormgeving van het toedelingsmechanisme voor het beleggingsrisico vast en onderbouwt dat daarbij op voorhand geen sprake is van herverdelingseffecten tussen leeftijdsgroepen. +Vervallen ### Artikel 17d -De parameter voor aandelenrendement, bedoeld in artikel 63a, derde lid, van de Pensioenwet, artikel 75a, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en artikel 17a, eerste lid, is gelijk aan de parameter, bedoeld in artikel 23a, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen. +Vervallen ## Hoofdstuk 6. Waardeoverdracht @@ -713,30 +995,33 @@ Overschrijding van de in dit hoofdstuk gestelde termijnen door de overdragende o ### Artikel 25 -**1.** De overdrachtswaarde van pensioenaanspraken is ten minste gelijk aan de contante waarde van de over te dragen pensioenaanspraken op de overdrachtsdatum en wordt berekend op basis van het standaardtarief. Onze Minister stelt regels inzake het standaardtarief. Het standaardtarief wordt berekend op basis van marktwaardering. +**1.** De overdrachtswaarde van pensioenaanspraken die voortvloeien uit een premieovereenkomst of premieregeling, voor zover de premie wordt belegd, is het op de overdrachtsdatum voor pensioenuitkering bestemd vermogen of kapitaal, met inachtneming van het bepaalde in artikel 55, eerste of tweede lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 66, eerste of tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling. -**2.** Indien de overdrachtswaarde niet op basis van het standaardtarief berekend kan worden, worden de pensioenaanspraken met behoud van de actuariële gelijkwaardigheid eerst omgezet in pensioenaanspraken waarop het standaardtarief wel toegepast kan worden. +**2.** -**3.** +In afwijking van het eerste lid wordt de overdrachtswaarde van pensioenaanspraken berekend op basis van het standaardtarief indien sprake is van: + +a. aanspraken voortvloeiend uit een uitkeringsovereenkomst, zoals gedefinieerd in artikel 1 van de Pensioenwet dan wel een uitkeringsregeling, zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, zoals deze artikelen luidden op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen; en +b. aanspraken op een vastgestelde uitkering in een premie-uitkeringsovereenkomst dan wel premie-uitkeringsregeling. + +**3.** De overdrachtswaarde van pensioenaanspraken als bedoeld in het tweede lid is ten minste gelijk aan de contante waarde van de over te dragen pensioenaanspraken op de overdrachtsdatum. Het standaardtarief wordt berekend op basis van marktwaardering. + +**4.** Indien de overdrachtswaarde niet op basis van het standaardtarief berekend kan worden, worden de pensioenaanspraken met behoud van de actuariële gelijkwaardigheid eerst omgezet in pensioenaanspraken waarop het standaardtarief wel toegepast kan worden. + +**5.** In afwijking van het eerste lid wordt de overdrachtswaarde van pensioenaanspraken die voortvloeien uit een kapitaalovereenkomst, zoals gedefinieerd in artikel 1 van de Pensioenwet dan wel een kapitaalregeling, zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, zoals deze artikelen luidden op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen of uit een premieovereenkomst dan wel premieregeling waarbij de premie is aangewend voor de aankoop van een verzekerd kapitaal berekend op basis van de actuariële grondslagen van de overdragende uitvoerder. Onder actuariële grondslagen worden de grondslagen verstaan die de uitvoerder hanteert voor de vaststelling van de technische voorziening bij waardeoverdracht. + +**6.** Bij de berekening van de overdrachtswaarde mogen buiten beschouwing blijven: a. partnerpensioen dat is verzekerd op risicobasis, wezenpensioen en arbeidsongeschiktheidspensioen; en b. aanspraken op partnerpensioen of nettopensioen die achterblijven bij de overdragende uitvoerder. -**4.** - -De overdrachtswaarde wordt, in afwijking van het eerste lid, niet berekend op basis van het standaardtarief indien de pensioenaanspraken voortvloeien uit: - -a. een kapitaalovereenkomst of kapitaalregeling; -b. een premieovereenkomst of premieregeling, waarbij de premie wordt belegd; of -c. een premieovereenkomst of premieregeling waarbij de premie wordt aangewend voor de aankoop van een verzekerd kapitaal. - -**5.** Onze Minister stelt regels voor de berekening van de overdrachtswaarde in de in het vierde lid genoemde gevallen. +**7.** Onze Minister stelt regels voor de berekening van de overdrachtswaarde, bedoeld in het eerste lid en voor het standaardtarief. ### Artikel 26 -Indien bij een uitkeringsovereenkomst, een uitkeringsregeling of een premieovereenkomst of premieregeling waarbij de premie onmiddellijk na het beschikbaar stellen wordt omgezet in een aanspraak op een uitkering de overdrachtswaarde niet gelijk is aan de waarde van het gefinancierde deel van de aanspraken, komt het verschil ten gunste, respectievelijk ten laste, van de oude werkgever of van het fonds waar de regeling was ondergebracht. +Indien bij een premieovereenkomst of een premieregeling, waarbij de premie onmiddellijk na het beschikbaar stellen is omgezet in een aanspraak op een uitkering, een uitkeringsovereenkomst, zoals gedefinieerd in artikel 1 van de Pensioenwet dan wel een uitkeringsregeling, zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, zoals deze artikelen luidden op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, de overdrachtswaarde niet gelijk is aan de waarde van het gefinancierde deel van de aanspraken, komt het verschil ten gunste, respectievelijk ten laste, van de oude werkgever of van het fonds waar de regeling was ondergebracht. ### Artikel 27 @@ -752,7 +1037,7 @@ Indien bij een uitkeringsovereenkomst, een uitkeringsregeling of een premieovere **3.** Indien in de pensioenregeling, ondergebracht bij de ontvangende uitvoerder, pensioenopbouw plaatsvindt op basis van dienstjaren, wordt de overdrachtswaarde omgezet in voor de pensioenopbouw meetellende dienstjaren. -**4.** In een pensioenregeling die voor de pensioenopbouw rekent met een maximaal te bereiken aantal dienstjaren, geldt dat, indien toepassing van het tweede lid leidt tot meer dan het maximale aantal dienstjaren, het meerdere wordt behandeld als een bij ontslag verkregen pensioenaanspraak in die regeling. +**4.** In een pensioenregeling die voor de pensioenopbouw rekent met een maximaal te bereiken aantal dienstjaren, geldt dat, indien toepassing van het derde lid leidt tot meer dan het maximale aantal dienstjaren, het meerdere wordt behandeld als een bij ontslag verkregen pensioenaanspraak in die regeling. ## Hoofdstuk 6a. Bestuur en toezicht fonds @@ -782,6 +1067,39 @@ c. de financiële informatieverschaffing door het fonds. **3.** Het bestuur van een fonds legt de benoeming van een kandidaat bestuurder voor aan de raad van toezicht. De raad van toezicht kan de benoeming van deze kandidaat bestuurder beletten indien deze niet voldoet aan de profielschets. +## Hoofdstuk 6b. Opdrachtbevestiging + +### Artikel 28d + +**1.** + +Uiterlijk bij de opdrachtaanvaarding, bedoeld in artikel 102a, derde lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 109a, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, en bij elke ingrijpende wijziging, informeert het fonds de vertegenwoordigers van werkgevers of werkgeversverenigingen, werknemers of werknemersverenigingen of beroepspensioenverenigingen die de pensioenregeling zijn overeengekomen ten minste en voor zover van toepassing over: + +a. de risicohouding; +b. de regels ten aanzien van de solidariteitsreserve of de risicodelingsreserve; +c. de toedelingsregels; +d. het projectierendement of de vaste daling; en +e. de spreidingssystematiek. + +**2.** + +Het fonds licht toe welke overwegingen aan de vormgeving van de pensioenregeling, waaronder de in het eerste lid genoemde onderdelen ten grondslag liggen. Gezien de samenhang tussen de verschillende onderdelen, beoordeelt het fonds de afwegingen bij de verschillende onderdelen ook in samenhang met elkaar. Hierbij wordt ten minste toegelicht: + +a. hoe de vormgeving van de pensioenregeling aansluit op de opdracht en doelstellingen; +b. wat de effecten van de vormgeving van de pensioenregeling zijn op de verwachte pensioenen voor de verschillende leeftijdscohorten; +c. hoe het fonds de resultaten van het risicopreferentie-onderzoek, de wetenschappelijke inzichten en de deelnemerskenmerken heeft gewogen en op basis daarvan de risicohouding heeft vastgesteld per leeftijdscohort; +d. hoe de vormgeving van de pensioenregeling verband houdt met de vastgestelde risicohouding per leeftijdscohort; en +e. de onderbouwing in welke mate de gevolgen van de voorgenomen pensioenregeling, zowel op de onderdelen als de gezamenlijke werking van de verschillende onderdelen, passen bij deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden, gegeven de samenstelling van de populatie van het fonds. + +**3.** + +Het fonds informeert de vertegenwoordigers, bedoeld in het eerste lid, aanhef, bij de opdrachtbevestiging over de consequenties van arbeidsvoorwaardelijke keuzes, waaronder ten minste de gevolgen voor: + +a. de uitvoerbaarheid en uitvoeringskosten; en +b. in geval van een solidaire premieovereenkomst dan wel solidaire premieregeling de kans dat de beoogde pensioendoelstelling, gegeven de premie wordt behaald aan de hand van een uniforme scenario-analyse + +**4.** De toezichthouder kan regels stellen ten aanzien van de wijze waarop de informatie wordt gegeven. + ## Hoofdstuk 7. Geschiktheid, betrouwbaarheid en tijdsbeslag ### Artikel 29 @@ -913,9 +1231,9 @@ b. de schriftelijk vastgelegde afspraken over de besteding van het vermogen van ### Artikel 36 -**1.** De Stichting Autoriteit Financiële Markten houdt toezicht op de naleving van de regels, gesteld bij of krachtens de artikelen 21, eerste lid, tweede lid, tweede zin, vierde lid, 29, eerste lid, 29, zevende lid, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 29, eerste lid, 33, voor zover het betreft communicatie en de klachtenregeling van verzekeraars en premiepensioeninstellingen, 36, 38 tot en met 51, met uitzondering van de berekeningen ten behoeve van de weergave op basis van scenario’s, 52, tweede tot en met vierde lid, 52, vijfde lid, met uitzondering van de zorgplicht voor zover het betreft het beleggingsbeleid, 52, zesde lid, 52, zevende lid, met uitzondering van de regels over de beleggingen en het beleggingsbeleid, 52a, tweede lid, met uitzondering van de zorgplicht voor zover het betreft het beleggingsbeleid, 52a, derde tot en met vijfde lid, 52a, zesde lid, met uitzondering van de regels over de beleggingen en het beleggingsbeleid, 63b, met uitzondering van de berekeningen ten behoeve van de weergave op basis van scenario’s, 66, vierde en vijfde lid, 67, tweede lid, 68, tweede lid, 69, tweede lid, 71, derde lid, voor zover het de opgave van pensioenaanspraken betreft, 74, tweede en derde lid, 76, derde en negende lid, voor zover het de opgave van pensioenaanspraken betreft, 83, tweede, lid, onderdeel a, voor zover het betrekking heeft op het informeren van de daarin genoemde personen en 134, tweede lid van de Pensioenwet. +**1.** De Stichting Autoriteit Financiële Markten houdt toezicht op de naleving van de regels, gesteld bij of krachtens de artikelen 10c, derde lid, 21, eerste lid, tweede lid, tweede zin, vierde lid, 29, eerste lid, 29, zevende lid, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 29, eerste lid, 33, voor zover het betreft communicatie en de klachtenregeling van verzekeraars en premiepensioeninstellingen, 36, 38 tot en met 51a, met uitzondering van de berekeningen ten behoeve van de weergave op basis van scenario’s tenzij het gaat om de juistheid van deze weergave, 52, tweede tot en met vierde lid, 52, vijfde lid, met uitzondering van de zorgplicht voor zover het betreft het beleggingsbeleid, 52, zesde lid, 52, zevende lid, met uitzondering van de regels over de beleggingen en het beleggingsbeleid, 52a, tweede lid, met uitzondering van de zorgplicht voor zover het betreft het beleggingsbeleid, 52a, derde tot en met vijfde lid, 52a, zesde lid, met uitzondering van de regels over de beleggingen en het beleggingsbeleid, 52b, voor zover het betreft het risicopreferentie-onderzoek, 61a, derde lid, 63b, met uitzondering van de berekeningen ten behoeve van de weergave op basis van scenario’s tenzij het gaat om de juistheid van deze weergave, 66, vierde en vijfde lid, 67, tweede lid, 68, tweede lid, 69, tweede lid, 71, derde lid, voor zover het de opgave van pensioenaanspraken betreft, 74, tweede en derde lid, 76, derde en negende lid, voor zover het de opgave van pensioenaanspraken betreft, 83, tweede, lid, onderdeel a, voor zover het betrekking heeft op het informeren van de daarin genoemde personen, 102a, voor zover het betreft de regels, bedoeld in artikel 28d, tweede lid, aanhef en onderdelen b en e, van dit besluit, 134, tweede lid, 150a, eerste en vijfde lid, voor zover het betreft de communicatie, 150c, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b, voor zover het betreft het communicatieplan, 150e, vijfde lid, 150f, tweede lid, 150i, vijfde lid, tweede zin, 150j, 150l, zesde lid, 150p, vierde lid, onderdeel b, 220e, tweede lid en 220i, tweede lid, voor zover het betreft het vermelden van informatie op de website van de Pensioenwet. -**2.** De Stichting Autoriteit Financiële Markten houdt toezicht op de naleving van de regels, gesteld bij of krachtens de artikelen 38, 39, eerste lid, 39, zevende lid, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 39, eerste lid, 42, voor zover het betreft communicatie en de klachtenregeling van verzekeraars en premiepensioeninstellingen, 44, 48 tot en met 62, met uitzondering van de berekeningen ten behoeve van de weergave op basis van scenario’s, 63, tweede tot en met vierde lid, 63, vijfde lid, met uitzondering van de zorgplicht voor zover het betreft het beleggingsbeleid, 63, zesde lid, 63, zevende lid, met uitzondering van de regels over de beleggingen en het beleggingsbeleid, 63a, tweede lid, met uitzondering van de zorgplicht voor zover het betreft het beleggingsbeleid, 63a, derde tot en met vijfde lid, 63a, zesde lid, met uitzondering van de regels over de beleggingen en het beleggingsbeleid, 75b, met uitzondering van de berekeningen ten behoeve van de weergave op basis van scenario’s, 78, vierde en vijfde lid, 79, tweede lid, 80, tweede lid, 80a, tweede lid, 82, derde lid, voor zover het de opgave van pensioenaanspraken betreft, 85, tweede en derde lid, 91, tweede, lid, onderdeel a, voor zover het betrekking heeft op het informeren van de daarin genoemde personen en 129, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling. +**2.** De Stichting Autoriteit Financiële Markten houdt toezicht op de naleving van de regels, gesteld bij of krachtens de artikelen 28c, derde lid, 38, 39, eerste lid, 39, zevende lid, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 39, eerste lid, 42, voor zover het betreft communicatie en de klachtenregeling van verzekeraars en premiepensioeninstellingen, 44, 48 tot en met 62a, met uitzondering van de berekeningen ten behoeve van de weergave op basis van scenario’s tenzij het gaat om de juistheid van deze weergave, 63, tweede tot en met vierde lid, 63, vijfde lid, met uitzondering van de zorgplicht voor zover het betreft het beleggingsbeleid, 63, zesde lid, 63, zevende lid, met uitzondering van de regels over de beleggingen en het beleggingsbeleid, 63a, tweede lid, met uitzondering van de zorgplicht voor zover het betreft het beleggingsbeleid, 63a, derde tot en met vijfde lid, 63a, zesde lid, met uitzondering van de regels over de beleggingen en het beleggingsbeleid, 63b, voor zover het betreft het risicopreferentie-onderzoek, 73a, derde lid, 75b, met uitzondering van de berekeningen ten behoeve van de weergave op basis van scenario’s tenzij het gaat om de juistheid van deze weergave, 78, vierde en vijfde lid, 79, tweede lid, 80, tweede lid, 80a, tweede lid, 82, derde lid, voor zover het de opgave van pensioenaanspraken betreft, 85, tweede en derde lid, 91, tweede, lid, onderdeel a, voor zover het betrekking heeft op het informeren van de daarin genoemde personen, 109a, voor zover het betreft de regels, bedoeld in artikel 28d, tweede lid, aanhef en onderdelen b en e, van dit besluit, 129, tweede lid, 145b, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b, voor zover het betreft het communicatieplan, 145d, vijfde lid, 145e, tweede lid, 145h, vijfde lid, voor zover het betreft het beschikbaar stellen van het implementatieplan op de website, 145i, 145k, zesde lid, 145o, vierde lid, onderdeel b, 214d, tweede lid en 214g, tweede lid, voor zover het betreft het vermelden van informatie op de website, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling. **3.** De Nederlandsche Bank houdt toezicht op de naleving van de regels, gesteld bij of krachtens de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling, met uitzondering van de regels genoemd in het eerste en tweede lid. @@ -967,11 +1285,10 @@ f. de premie; g. het aantal deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden; h. de toeslagverlening; i. de vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten; -j. de uitvoeringskosten, bedoeld in artikel 9b, tweede lid, onderdeel a; +j. de uitvoeringskosten, bedoeld in artikel 9b, eerste lid, onderdeel a; k. de technische voorzieningen; -l. de premiedekkingsgraad; -m. het percentage renteafdekking; en -n. het percentage zakelijke waarden. +l. het percentage renteafdekking; en +m. het percentage zakelijke waarden. **2.** De publicatie van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, geschiedt niet eerder dan nadat tien werkdagen zijn verstreken na de dag waarop aan het fonds het besluit tot publicatie bekend is gemaakt. @@ -1082,14 +1399,18 @@ j. de vergunninghouder in staat van faillissement is komen te verkeren. De uitvoering van het nettopensioen door een fonds voldoet aan de volgende voorwaarden: -a. ouderdomspensioen of nabestaandenpensioen op opbouwbasis heeft het karakter van een premieovereenkomst of premieregeling waarbij het fonds het kapitaal dat is ontstaan uit de som van de beschikbaar gestelde premies en de daarop behaalde rendementen belegt tot een onder b genoemd moment van omzetting; -b. omzetting van het kapitaal dat is ontstaan uit de som van de beschikbaar gestelde premies en de daarop behaalde rendementen in een pensioenrecht of pensioenaanspraak in de vorm van een periodieke uitkering kan plaatsvinden op het moment dat de deelnemer overlijdt, gepensioneerde of gewezen deelnemer wordt of in de tien jaren voorafgaand aan de pensioendatum op basis van een dekkingsgraadneutraal tarief; -c. de omzetting van het kapitaal dat is ontstaan uit de som van de beschikbaar gestelde premies en de daarop behaalde rendementen in een pensioenrecht of pensioenaanspraak in de vorm van een periodieke uitkering vindt plaats door inkoop in de basispensioenregeling waarbij: +a. het beleggingsbeleid en de verwerking van financiële mee- of tegenvallers in de netto pensioenregeling is administratief gescheiden van de bruto basispensioenregeling, waarbij geen vermenging van geldstromen optreedt; +b. in de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve is geen vermenging van middelen voor het nettopensioen met de andere middelen in de reserve; +c. indien bij ouderdomspensioen of nabestaandenpensioen op opbouwbasis het kapitaal voortvloeiend uit de premies vanaf de pensioendatum wordt gebruikt voor financiering van een variabele uitkering varieert deze door verwerking van de ontwikkeling van het sterfteresultaat en de ontwikkeling van de levensverwachting waarvoor uitsluitend rekening wordt gehouden met het sterfteresultaat en de levensverwachting van de groep deelnemers aan het nettopensioen; +d. indien bij ouderdomspensioen of nabestaandenpensioen op opbouwbasis het kapitaal voortvloeiend uit de premies vanaf de pensioendatum wordt gebruikt voor financiering van een vaste uitkering: -1°. uitsluitend rekening wordt gehouden met de levensverwachting van de groep deelnemers aan het nettopensioen; en -2°. het nettopensioen een voorwaardelijke toeslagverlening kent; -d. ingeval de verplichtingen van het fonds ten aanzien van het nettopensioen toenemen als gevolg van een verschil in de stijging van de levensverwachting tussen de deelnemers aan het nettopensioen en de deelnemers aan de basispensioenregeling, vermindert het fonds de voorwaardelijke toeslagverlening bij het nettopensioen totdat deze toename van de verplichtingen bij het nettopensioen is gecompenseerd; -e. ingeval het fonds een incidentele bijstorting ontvangt van de werkgever vermindert het fonds de voorwaardelijke toeslagverlening bij het nettopensioen, voor zover deze storting ten goede is gekomen aan het nettopensioen; +1°. wordt een tarief gehanteerd dat tenminste dekkingsgraad neutraal is; +2°. wordt uitsluitend rekening gehouden met de levensverwachting van de groep deelnemers aan het nettopensioen; en +3°. is voor het nettopensioen sprake van voorwaardelijke toeslagverlening; +e. indien sprake is van voorwaardelijke toeslagverlening bij nettopensioen en: + +1°. de verplichtingen van het fonds ten aanzien van het nettopensioen toenemen als gevolg van een verschil in de stijging van de levensverwachting tussen de deelnemers aan het nettopensioen en de deelnemers aan de basispensioenregeling, vermindert het fonds de voorwaardelijke toeslagverlening bij het nettopensioen totdat deze toename van de verplichtingen bij het nettopensioen is gecompenseerd; of +2°. het fonds een incidentele bijstorting ontvangt van de werkgever vermindert het fonds de voorwaardelijke toeslagverlening bij het nettopensioen, voor zover deze storting ten goede is gekomen aan het nettopensioen; f. in geval van een nabestaandenpensioen op risicobasis of een premievrijstelling in verband met arbeidsongeschiktheid stelt het fonds de hierop betrekking hebbende premie vast rekening houdend met de kenmerken van de groep deelnemers aan het nettopensioen; g. het fonds rekent de kosten behorend bij het nettopensioen apart toe; h. het fonds houdt voor het nettopensioen een gescheiden administratie bij, waaruit ten minste blijken: @@ -1097,21 +1418,14 @@ h. het fonds houdt voor het nettopensioen een gescheiden administratie bij, waar 1°. de voor het nettopensioen ingelegde premies; 2°. de met de beschikbaar gestelde premies behaalde rendementen; 3°. de waarde van de pensioenverplichtingen; -4°. de actuariële gegevens over de groep deelnemers aan het nettopensioen die ten grondslag liggen aan de premie en aan de waardering van de pensioenverplichtingen, waaronder de geschatte levensverwachting en risico’s op arbeidsongeschiktheid en vooroverlijden; -5°. de toeslagverlening en de toepassing van de onderdelen d en e. +4°. de middelen voor nettopensioen in de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve; +5°. de actuariële gegevens over de groep deelnemers aan het nettopensioen die ten grondslag liggen aan de premie en aan de waardering van de pensioenverplichtingen, waaronder de geschatte levensverwachting en risico’s op arbeidsongeschiktheid en vooroverlijden; en +6°. de toeslagverlening en de toepassing van onderdeel e. -**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, wordt het dekkingsgraadneutraal tarief gebaseerd op de dekkingsgraad van het fonds met als minimum de dekkingsgraad benodigd om te voldoen aan de vereisten van het minimaal vereist eigen vermogen, bedoeld in artikel 131 van de Pensioenwet dan wel artikel 126 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, wordt de risicovrije rente gehanteerd en wordt rekening gehouden met tariefgrondslagen passend bij de groep deelnemers aan het nettopensioen. Indien de feitelijke premie voor de basispensioenregeling van het fonds gedeeld door de daarmee ingekochte jaarlijkse pensioenaanspraken leidt tot een hoger tarief dan bedoeld in de eerste zin, wordt dit hogere tarief gebruikt. +**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel d, onder 1° wordt het dekkingsgraadneutraal tarief gebaseerd op de dekkingsgraad van het fonds, wordt de risicovrije rente gehanteerd en wordt rekening gehouden met tariefgrondslagen passend bij de groep deelnemers aan het nettopensioen. **3.** Het eerste lid is niet van toepassing voor zover het ouderdomspensioen, nabestaandenpensioen of premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid is verzekerd bij een verzekeraar. -**4.** - -Het eerste lid, onderdelen a, b, c, d, e, h, onder 5, en het tweede lid, zijn niet van toepassing indien en voor zover voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: - -a. ouderdomspensioen of nabestaandenpensioen op opbouwbasis heeft het karakter van een premieovereenkomst of premieregeling waarbij het kapitaal dat is ontstaan uit de som van de beschikbaar gestelde premies en de daarop behaalde rendementen wordt gebruikt voor financiering van een variabele uitkering die kan variëren door de verwerking van financiële mee – of tegenvallers als gevolg van het beleggingsrisico en die varieert door de verwerking van financiële mee – of tegenvallers als gevolg van de ontwikkeling van het sterfteresultaat en de ontwikkeling van de levensverwachting; -b. voor de ontwikkeling van het sterfteresultaat en de ontwikkeling van de levensverwachting wordt uitsluitend rekening gehouden met het sterfteresultaat en de levensverwachting van de groep deelnemers aan het nettopensioen; -c. de waarde van de met de risicovrije rente contant gemaakte verwachte kasstromen is gelijk aan het pensioenkapitaal op pensioendatum. - ## Hoofdstuk 9a. Pensioenbewaarder ### Artikel 42 @@ -1124,25 +1438,375 @@ c. de pensioenbewaarder het in bewaring gegeven pensioenvermogen slechts afgeeft d. de pensioenbewaarder jegens het fonds, de deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden aansprakelijk is voor door hen geleden schade voor zover de schade het gevolg is van verwijtbare niet-nakoming of gebrekkige nakoming van zijn verplichtingen, ook indien de pensioenbewaarder het bij hem in bewaring gegeven pensioenvermogen geheel of gedeeltelijk aan een derde heeft toevertrouwd; en e. de pensioenbewaarder van het fonds de informatie ontvangt die noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn taak. +## Hoofdstuk 9b. Transitie + +### Paragraaf 9b.1. Risico-neutrale scenario’s + ### Artikel 43 -Vervallen +De risico-neutrale scenario’s die door uitvoerders worden gebruikt bij berekening van het netto profijt, bedoeld in de artikelen 150e, eerste lid, onderdeel a, 150p, vierde lid, onderdeel a, sub 5° en 220e, vierde lid, onderdeel a, van de Pensioenwet dan wel de artikelen 145d, eerste lid, onderdeel a, 145o, vierde lid, onderdeel a, sub 5° en 214d, vierde lid, onderdeel a, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en bij de collectieve waardeoverdracht indien gebruik wordt gemaakt van de vba-methode, bedoeld in artikel 150n, tweede lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 145m, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling worden door De Nederlandsche Bank beschikbaar gesteld. + +### Paragraaf 9b.2 + +### Artikel 43a + +Aan de mijlpalen, bedoeld in artikel 150c van de Pensioenwet dan wel artikel 145b van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt uiterlijk voldaan op de volgende tijdstippen: + +a. voor de mijlpaal, bedoeld in artikel 150c, eerste lid, onderdeel a, van de Pensioenwet dan wel artikel 145c, eerste lid, onderdeel a, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling: 1 januari 2025; +b. voor de mijlpaal, bedoeld in artikel 150c, eerste lid, onderdeel b, van de Pensioenwet dan wel artikel 145c, eerste lid, onderdeel b, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling: 1 juli 2025; en +c. voor de mijlpalen, bedoeld in artikel 150c, tweede lid, onderdelen a en b, van de Pensioenwet dan wel artikel 145c, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling: 1 oktober 2026. + +### Paragraaf 9b.3. Transitieplan en transitiecommissie ### Artikel 44 -Vervallen +**1.** + +Bij de uitwerking van het transitieplan, bedoeld in artikel 150d, eerste lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 145c, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt, naast de informatie, bedoeld in artikel 150d, tweede lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 145c, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, in ieder geval opgenomen: + +a. de doelstellingen van de transitie; +b. de kwantitatieve maatstaven voor de beoordeling van de doelstellingen, waartoe in ieder geval netto en bruto profijt en de pensioenverwachting horen, en de uitkomsten daarvan die aanvaardbaar zijn; +c. welke voorrangsregels gelden voor de doelstellingen bij de uitvoering van de opdracht; +d. bij uitvoering door fondsen: in hoeverre verschillende, positieve en negatieve, financiële en economische omstandigheden zijn verkend en in welke situaties de afgesproken doelstellingen, voorrangsregels en maatstaven zonder meer gelden en geen nadere besluitvorming nodig is; en +e. bij uitvoering door fondsen: het niveau van de dekkingsgraad vanaf wanneer de financiële positie van een fonds dusdanig is dat de gemaakte afspraken uit het transitieplan niet meer toereikend zijn, een onderbouwing van de berekening van deze dekkingsgraad, de alternatieve afspraken die van toepassing zijn indien het fonds een dergelijke dekkingsgraad heeft en, indien van toepassing, de procedure die voor deze situatie is afgesproken. + +**2.** Indien de financiële positie van een fonds dusdanig is dat de gemaakte afspraken uit het transitieplan niet meer toereikend zijn als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, en nieuwe afspraken zijn gemaakt, zendt de werkgever het gewijzigde transitieplan binnen twee weken na afronding aan het fonds. Het fonds stelt het gewijzigde transitieplan op zijn website beschikbaar voor de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner en pensioengerechtigde. + +### Artikel 44a + +Een vereniging van gewezen deelnemers respectievelijk van pensioengerechtigden, vertegenwoordigt een substantieel gedeelte van de gewezen deelnemers respectievelijk van de pensioengerechtigden als bedoeld in artikel 150g van de Pensioenwet dan wel artikel 145f van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: + +a. de vereniging bezit volledige rechtsbevoegdheid als bedoeld in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; +b. haar statutaire doel omvat in elk geval de belangenbehartiging van gewezen deelnemers respectievelijk van pensioengerechtigden bij het fonds; +c. de vereniging vertegenwoordigt ten minste: + +1°. duizend gewezen deelnemers of 10% van alle gewezen deelnemers bij het fonds; of +2°. duizend pensioengerechtigden of 10% van alle pensioengerechtigden bij het fonds; en +d. de vereniging maakt haar bestaan tijdig kenbaar aan de partijen die betrokken zijn bij de vaststelling, wijziging of intrekking van de pensioenovereenkomst dan wel de beroepspensioenregeling waarbij de vereniging de melding rechtstreeks kan doen of via het fonds. ### Artikel 45 -Vervallen +**1.** De transitiecommissie bestaat uit vijf onafhankelijke leden waaronder een voorzitter. + +**2.** Onze Minister benoemt de leden van de transitiecommissie. Alvorens een kandidaat-lid te benoemen vraagt Onze Minister het oordeel van de Stichting van de Arbeid over de kandidaat. + +**3.** De leden van de transitiecommissie zijn deskundig ten aanzien van pensioen en hebben ruime werkervaring op pensioenterrein als bestuurder, wetenschapper of bestuursadviseur. + +**4.** In de transitiecommissie als geheel is deskundigheid op het gebied van pensioen en arbeidsvoorwaarden, actuariële deskundigheid, kennis van en ervaring met mediation-trajecten en kennis van en ervaring met onderhandelingsprocessen vertegenwoordigd. + +**5.** + +De leden van de transitiecommissie: + +a. functioneren onafhankelijk en bevestigen dit voorafgaand aan hun aanstelling schriftelijk; +b. leggen vast welke andere werkzaamheden zij verrichten; en +c. zijn niet betrokken bij bemiddeling of bindend advies voor partijen of sectoren waarbij zij uit hoofde van hun andere werkzaamheden betrokken zijn. + +**6.** De transitiecommissie voorkomt belangenverstrengeling of de schijn van belangenverstrengeling en stelt hiervoor nadere regels in het reglement. + +**7.** De voorzitter en commissieleden kunnen op eigen verzoek door Onze Minister worden ontslagen. Zij kunnen verder door Onze Minister worden geschorst of ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden. + +**8.** De transitiecommissie wordt bekostigd door Onze Minister. De leden van de transitiecommissie kunnen een vergoeding ontvangen volgens de regels van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies. + +**9.** De transitiecommissie wordt uiterlijk vier weken nadat het jaarverslag over 2026, bedoeld in artikel 45b, is uitgebracht opgeheven, tenzij naar het oordeel van Onze Minister onvoorziene omstandigheden het opheffen van de transitiecommissie in de weg staan. + +### Artikel 45a + +**1.** De transitiecommissie wordt ondersteund door een secretariaat. Het secretariaat is ondergebracht bij de Sociaal-Economische Raad, bedoeld in de Wet op de Sociaal-Economische Raad. + +**2.** + +De werkzaamheden en huisvesting van het secretariaat van de transitiecommissie worden, voor zover goedgekeurd, gefinancierd door Onze Minister. Hieronder worden in ieder geval verstaan: + +a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning; +b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid; en +c. de kosten voor publicaties van jaarverslagen. + +### Artikel 45b + +**1.** De transitiecommissie maakt een jaarverslag van haar werkzaamheden dat bestaat uit een financieel jaarverslag en een verslag van de werkzaamheden. + +**2.** De transitiecommissie maakt het jaarverslag over het afgelopen jaar steeds openbaar voor 1 april. Het jaarverslag over 2026 dient uiterlijk voor 1 juli 2026 openbaar gemaakt te worden. + +### Artikel 45c + +**1.** + +De transitiecommissie stelt een reglement vast waarin in ieder geval is vastgelegd: + +a. de procedure voor het aanvragen van bemiddeling dan wel bindend advies; +b. de termijnen die gelden voor het in behandeling nemen van een aanvraag; +c. in welke gevallen een aanvraag niet dan wel niet langer in behandeling wordt genomen en hoe de aanvragers daarover worden geïnformeerd; +d. de procedure voor het openbaar maken van een bindend advies; en +e. de wijze waarop besluitvorming plaatsvindt. + +**2.** De transitiecommissie kan in het reglement nadere regels opnemen met betrekking tot de informatie en opgaven, bedoeld in artikel 45d, eerste lid. + +**3.** Het reglement wordt door de transitiecommissie vastgesteld na overleg met Onze Minister. + +### Artikel 45d + +**1.** + +Indien de aanvraag een verzoek tot bindend advies betreft overleggen de aanvragers bij de aanvraag: + +a. informatie over de onderwerpen waarover overeenstemming is bereikt; +b. informatie over de onderwerpen waarover geen overeenstemming is bereikt; +c. informatie over de onderhandelingsinzet van de beide aanvragers bij de onderwerpen waarover geen overeenstemming is bereikt; +d. de berekeningen van de effecten voor de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde van de verschillende opties; en +e. een oordeel over de uitvoerbaarheid van de beoogde uitvoerder. + +**2.** De transitiecommissie maakt een bindend advies openbaar binnen vier weken na bekendmaking aan de aanvragers. + +### Artikel 45e + +**1.** Een verzoek tot bemiddeling door de transitiecommissie dient voor 1 januari 2024 te worden ingediend bij de transitiecommissie als partijen de pensioenovereenkomst dan wel de beroepspensioenregeling willen laten uitvoeren door een pensioenfonds en voor 1 januari 2025 als partijen deze willen laten uitvoeren door een verzekeraar of premiepensioeninstelling. + +**2.** Een verzoek tot het bindend adviseren door de transitiecommissie dient voor 1 juli 2024 te worden ingediend bij de transitiecommissie als partijen de pensioenovereenkomst dan wel de beroepspensioenregeling willen laten uitvoeren door een pensioenfonds en voor 1 januari 2026 als partijen deze willen laten uitvoeren door een verzekeraar of premiepensioeninstelling. + +### Paragraaf 9b.4. Implementatieplan ### Artikel 46 -Vervallen +**1.** + +In het kader van de wijze waarop voorbereidingen worden getroffen voor de uitvoering van de gewijzigde pensioenovereenkomst dan wel de gewijzigde beroepspensioenregeling en de besluiten op grond van de artikelen 150m en 150n van de Pensioenwet dan wel de artikelen 145l en 145m van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt in het implementatieplan van fondsen ten minste opgenomen: + +a. informatie over het doorlopen en te doorlopen besluitvormingsproces; +b. de genomen en te nemen stappen in de implementatiefase en uitvoeringsfase en het beoogde tijdpad hiervoor en welke stappen gezet moeten worden ingeval financiële, economische en andere schokken optreden tijdens de transitieperiode; en +c. de onderwerpen, bedoeld in artikel 44, onderdelen d en e. + +**2.** + +Een fonds onderbouwt hoe zal worden omgegaan met de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten, alsmede de berekeningen daarbij en de overwegingen daartoe. Indien een fonds zal overgaan tot een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 150m van de Pensioenwet dan wel artikel 145l van de Wet verplichte beroepspensioenregeling betreft dit in ieder geval: + +a. welk gedeelte van het vermogen wordt gebruikt om te voldoen aan de vereisten ten aanzien van het minimaal vereist eigen vermogen; +b. indien van toepassing, de onderbouwing van het toepassen van de vba-methode voor de waardering van de pensioenaanspraken en pensioenrechten en het aanwenden van het vermogen; +c. hoe invulling wordt gegeven aan de keuzes die een fonds op grond van artikel 150n van de Pensioenwet dan wel artikel 145m van de Wet verplichte beroepspensioenregeling kan maken; +d. indien van toepassing, de hoogte van de initiële vulling van het compensatiedepot; +e. indien van toepassing, de hoogte van de initiële vulling van de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve; +f. hoe het rekening heeft gehouden met de gevolgen voor deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden van gebruikmaking van overbruggingsplannen als bedoeld in artikel 150p van de Pensioenwet dan wel artikel 145o van de Wet verplichte beroepspensioenregeling; +g. hoe het rekening heeft gehouden met de gevolgen voor deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners of pensioengerechtigden wanneer gebruik is gemaakt van de mogelijkheid in het jaar 2022 en 2023 toeslag te verlenen bij een beleidsdekkingsgraad vanaf 105%; +h. hoe zal worden omgegaan met arbeidsongeschiktheidspensioen, premievrije voortzetting en nabestaandenpensioen; en +i. indien van toepassing, de onderbouwing van het toepassen van een andere spreidingstermijn dan tien jaar bij de standaardregel, bedoeld in artikel 150n van de Pensioenwet dan wel artikel 145m van de Wet verplichte beroepspensioenregeling. + +**3.** + +Een fonds neemt een analyse op ten aanzien van: + +a. operationele en IT-risico’s waaronder de continuïteit en betrouwbaarheid van de dienstverlening voor, tijdens en na de transitie en de beheersing van deze risico’s; +b. de beschikbaarheid van data voor, tijdens en na de transitie en de beheersing van de risico’s hierbij; +c. de datakwaliteit voor, tijdens en na de transitie en de beheersing van de risico’s hierbij; +d. de procesbeheersing en de beheersing van de risico’s hierbij waarbij tevens de onderbouwing van de risicoanalyse die na de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen is uitgevoerd wordt opgenomen; +e. de risico’s die samenhangen met de uitbesteding van werkzaamheden en de beheersing van deze risico’s; en +f. de financiële risico’s en de beheersing van deze risico’s. + +**4.** + +Een fonds moet kunnen aantonen dat de datakwaliteit voor, tijdens en na de transitie geborgd is. Dit doet zij door het uitvoeren van een risicoanalyse als bedoeld in het derde lid, onderdeel c. Een fonds dat besluit tot een collectieve waardeoverdracht van de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten geeft tevens aan hoe zij de kwaliteit van de data zekerstelt voor, tijdens en na de transitie. Dat doet zij door: + +a. voorafgaand aan het indienen van het implementatieplan een externe accountant of een externe IT-auditor opdracht te geven werkzaamheden te verrichten waarmee het fondsbestuur in staat wordt gesteld een oordeel te vormen over de juistheid en volledigheid van de relevante pensioendata benodigd voor de transitie waarbij de resultaten van de bevindingen van de accountant of de IT-auditor, de wijze waarop de eventuele bevindingen zijn opgevolgd en de oordeelsvorming van het fonds dienen opgenomen te worden in het implementatieplan of meegestuurd te worden bij indiening van het implementatieplan bij De Nederlandsche Bank; en +b. na de transitie een externe accountant opdracht te geven een oordeel te vellen over de juistheid en volledigheid van de transitie, waaronder tenminste de berekeningen die ten grondslag liggen aan de verdeling van vermogens en, indien van toepassing, het compensatiedepot, de solidariteitsreserve of de risicodelingsreserve bij invaren. + +**5.** Op verzekeraars en premiepensioeninstellingen is het eerste lid, onderdelen a en b, het tweede lid, eerste zin, en het derde lid, aanhef en onderdelen a, b, c en d, van overeenkomstige toepassing. Daar waar de onderdelen in het implementatieplan overeenkomen met het reeds doorlopen productontwikkelingsproces kan daarnaar verwezen worden. + +**6.** De uitvoerder dient het implementatieplan, zonder het communicatieplan, in bij De Nederlandsche Bank en informeert de deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners of pensioengerechtigden over de indiening en over de inhoud van het implementatieplan waaronder de voorgenomen wijzigingen in de pensioenregeling, de gemaakte keuzes en het verdere proces. De verzekeraar of premiepensioeninstelling die gebruikt maakt van artikel 150i, vierde lid, onderdeel b, van de Pensioenwet, of artikel 145h, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, informeert de deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners of pensioengerechtigden tijdig maar uiterlijk wanneer de gewijzigde pensioenovereenkomst of gewijzigde beroepspensioenregeling bekend is. + +### Artikel 46a + +**1.** + +De uitvoerder neemt in het communicatieplan op dat bij het informeren van de deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden, naast de informatie, bedoeld in artikel 150j, tweede lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 145i, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, in ieder geval ook het volgende wordt opgenomen: + +a. de persoonsgegevens van de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde; +b. de naam en het contactadres van de uitvoerder; +c. de peildatum waarop de informatie betrekking heeft; +d. het karakter van de pensioenovereenkomst dan wel beroepspensioenregeling voor en na de peildatum; +e. de pensioensoorten voor en na de peildatum, waarbij bij partnerpensioen onderscheid wordt gemaakt tussen partnerpensioen op opbouwbasis en partnerpensioen op risicobasis; +f. de hoogte van de dekking van het nabestaandenpensioen voor en na de peildatum; +g. uitleg over verschillen in bedragen voor en na de peildatum; en +h. de doelgroepen, doelstellingen en de planning van de informatieverstrekking, waarbij in ieder geval de belangrijkste communicatiemomenten zijn opgenomen. + +**2.** De uitvoerder geeft verder informatie over het stellen van vragen aan de uitvoerder, over de interne klachtenprocedure van de uitvoerder en neemt een verwijzing op naar het pensioenregister. + +**3.** De uitvoerder legt de wijze waarop de pensioenuitvoerder omgaat met inkomende waarden in het kader van de collectieve waardeoverdracht, waaronder begrepen de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten, vast in het pensioenreglement. + +**4.** In geval de gewijzigde pensioenovereenkomst dan wel beroepspensioenregeling is ondergebracht bij een nieuwe uitvoerder, is de oude uitvoerder verplicht op verzoek van de nieuwe uitvoerder de relevante informatie tijdig te verstrekken. + +**5.** De uitvoerder dient het communicatieplan in bij de Stichting Autoriteit Financiële Markten en informeert de deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners of pensioengerechtigden over de indiening en de inhoud van het communicatieplan en over het verdere proces. De verzekeraar of premiepensioeninstelling die gebruikt maakt van artikel 150i, vierde lid, onderdeel b, van de Pensioenwet, of artikel 145h, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, informeert de deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners of pensioengerechtigden tijdig maar uiterlijk wanneer de gewijzigde pensioenovereenkomst of gewijzigde beroepspensioenregeling bekend is. + +**6.** De Stichting Autoriteit Financiële Markten kan nadere regels stellen over de vormgeving en wijze van leveren van het communicatieplan. + +### Paragraaf 9b.5. Interne collectieve waardenoverdracht en aanwenden vermogen + +### Artikel 46b + +**1.** + +De toezichthouder beoordeelt het voornemen tot waardeoverdracht, bedoeld in artikel 150m, tweede lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 145l, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling op de volgende aspecten: + +a. het besluitvormingsproces; +b. financiële en andere risico’s; +c. de financiële effecten; +d. de collectieve actuariële gelijkwaardigheid; en +e. de evenwichtige belangenafweging door het fonds. + +**2.** + +Het fonds verstrekt het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan ten behoeve van de advisering, dan wel goedkeuring, bedoeld in artikel 150m, vierde en zesde lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 145l, vierde en zesde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, in ieder geval de volgende gegevens: + +a. het voorgenomen besluit tot collectieve waardeoverdracht, waarbij ten minste wordt ingegaan op de volgende onderwerpen: + +1°. indien van toepassing, de onderbouwing van het toepassen van de vba-methode voor de waardering van de pensioenaanspraken en pensioenrechten en het aanwenden van het vermogen; +2°. hoe invulling wordt gegeven aan de keuzes die een fonds op grond van artikel 150n van de Pensioenwet dan wel artikel 145m van de Wet verplichte beroepspensioenregeling kan maken; +3°. indien van toepassing: de hoogte van de initiële vulling van het compensatiedepot; en +4°. indien van toepassing: de hoogte van de initiële vulling van de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve; +b. hoe zal worden omgegaan met arbeidsongeschiktheidspensioen, premievrije voortzetting en nabestaandenpensioen; +c. informatie over het besluitvormingsproces; +d. de kwantitatieve effecten van de collectieve waardeoverdracht; +e. de overwegingen en afwegingen van het fonds bij het voorgenomen besluit en een motivering waarom de effecten evenwichtig worden geacht; +f. de gewijzigde pensioenovereenkomst dan wel beroepspensioenregeling; +g. de afspraken met betrekking tot compensatie; en +h. de transitie-effecten van de totale transitie in termen van netto profijt per leeftijdscohort in hele geboortejaren en in termen van de pensioenverwachting per leeftijdscohort in hele geboortejaren die, voor zover het ouderdomspensioen betreft, wordt weergegeven op basis van een pessimistisch, verwacht en optimistisch scenario, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden. + +**3.** Indien van toepassing verstrekt het fonds aan de raad van toezicht of de visitatiecommissie de gegevens, bedoeld in het tweede lid, alsmede het advies van het verantwoordingsorgaan of de reactie op het verzoek tot goedkeuring van het belanghebbendenorgaan. + +### Artikel 46c + +**1.** Bij de vba-methode, bedoeld in de artikelen 150n van de Pensioenwet dan wel 145m van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en bij het berekenen van transitie-effecten als bedoeld in 150e van de Pensioenwet dan wel 145d van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, wordt gebruik gemaakt van de value based ALM-rekenmethodiek. + +**2.** + +Bij de vba-rekenmethodiek geldt voor de berekeningen het volgende: + +a. bij de analyse wordt gebruik gemaakt van minimaal 20.000 risico-neutrale scenario’s als bedoeld in artikel 43; +b. de duur van de gehele prognosehorizon is zoals vastgesteld in de risico-neutrale scenario’s, bedoeld in artikel 43; en +c. voor de demografische ontwikkeling binnen de uitvoerder wordt over de gehele prognosehorizon een realistische aanname gehanteerd. + +**3.** + +Bij de vba-rekenmethodiek geldt voor de berekeningen door een fonds het vastgestelde fondsbeleid. Bij de vaststelling van het fondsbeleid geldt het volgende: + +a. bij de waardering van de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten sluit het fonds aan bij het op 30 juni 2022 in de actuariële en bedrijfstechnische nota, bedoeld in artikel 145 van de Pensioenwet dan wel artikel 140 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, vastgelegde beleidskader en vastgelegde financiële toezichtskaderbeleid; +b. bij de waardering van de pensioenaanspraken en pensioenrechten voor de solidaire premieovereenkomst dan wel solidaire premieregeling, of flexibele premieovereenkomst dan wel flexibele premieregeling sluit het fonds aan bij de onderdelen zoals in de opdrachtbevestiging, bedoeld in artikel 28d, is vastgelegd of het fonds van plan is vast te leggen; +c. voor zover sprake is van incomplete beleidsonderdelen voor de uitvoering van de volledige prognosehorizon worden realistische aannames gehanteerd; +d. een fonds kan voor de uitvoering van de volledige prognosehorizon afwijken van het fondsbeleid, zoals vastgelegd in de actuariële en bedrijfstechnische nota of in de opdrachtbevestiging, waarbij dit uitsluitend mogelijk is indien dit leidt tot een realistischere invulling op langere termijn; +e. bij de volledige prognosehorizon wordt verondersteld dat de status van deelnemer of gewezen deelnemer niet wijzigt tot aan de pensioendatum voor zover de toeslagverlening voor deelnemers en gewezen deelnemers verschillend is; en +f. te allen tijde wordt voldaan aan de huidige wet- en regelgeving. + +**4.** Voor zover een uitvoerder bij de berekening gebruik maakt van maatmensen leidt deze vereenvoudiging niet tot materiële afwijkingen in de berekening van de marktwaarden van de te verwachte pensioenuitkeringen van deelnemers, gewezen deelnemers en andere aanspraakgerechtigden. + +**5.** De uitvoerder onderbouwt de aannames, vereenvoudigingen en, voor zover van toepassing, de afwijking van het fondsbeleid op adequate wijze en neemt dit op in het implementatieplan. + +### Artikel 46d + +**1.** Bij de standaardmethode, bedoeld in artikel 150n van de Pensioenwet dan wel artikel 145m van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, wordt gebruik gemaakt van een standaardregel. + +**2.** Bij de vba-methode, bedoeld in artikel 150n van de Pensioenwet en artikel 145m van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, wordt gebruik gemaakt van de rekenmethodiek in artikel 46c. + +**3.** Bij dekkingsgraden, na de initiële vulling van een solidariteitsreserve, een risicodelingsreserve of een compensatiedepot, tussen 105% en 110% als bedoeld in artikel 150n, zesde lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 145m, zesde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling kan 5% van het vermogen verschoven worden om evenwichtiger uitkomsten te bereiken. + +**4.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de voorgeschreven standaardregel. + +### Artikel 46e + +**1.** Bij de netto profijt berekening, bedoeld in de artikelen 150e, 150p, vierde lid, en 220e, vierde lid, van de Pensioenwet dan wel de artikelen 145d, 145o, vierde lid, en 214d, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, wordt de vba- rekenmethodiek, bedoeld in artikel 46c gehanteerd met dien verstande dat de berekening wordt uitgevoerd met minimaal 10.000 risico-neutrale scenario’s als bedoeld in artikel 43. + +**2.** Het netto profijt effect van het financieel toetsingskader tijdens de transitie, bedoeld in artikel 150p, vierde lid, van de Pensioenwet dan wel in artikel 145o, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, wordt berekend door het netto profijt van het ongewijzigd voortzetten van de pensioenovereenkomst dan wel beroepspensioenregeling af te zetten tegen het netto profijt dat ontstaat door het indienen van een overbruggingsplan. + +**3.** Het netto profijt effect wanneer gebruik is gemaakt van de mogelijkheid in het jaar 2022 en 2023 toeslag te verlenen bij een beleidsdekkingsgraad vanaf 105% wordt berekend door het netto profijt van het ongewijzigd voortzetten van de pensioenovereenkomst dan wel beroepspensioenregeling af te zetten tegen het netto profijt dat ontstaat door het gebruik maken van deze mogelijkheid. + +**4.** Het resultaat van de netto profijt berekening in de artikelen 150e, 150p, vierde lid, en 220e, vierde lid, van de Pensioenwet en de artikelen 145d, 145o, vierde lid en 214d, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt uitgedrukt als percentage van de marktwaarde van te verwachte pensioenuitkeringen bij het ongewijzigd voortzetten van de pensioenovereenkomst dan wel beroepspensioenregeling. + +**5.** + +De pensioenverwachting, bedoeld in de artikelen 150e, eerste lid, onderdeel b, en 220e, vierde lid, onderdeel b, en vijfde lid, onderdeel b, van de Pensioenwet dan wel de artikelen 145d, eerste lid, onderdeel b, en 214d, vierde lid, onderdeel b, en vijfde lid, onderdeel b, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, wordt berekend aan de hand van een scenario-analyse, waarbij: + +a. het pessimistisch scenario het 5e percentiel is; +b. het verwacht scenario het 50e percentiel is; en +c. het optimistisch scenario het 95e percentiel is. + +**6.** + +Bij de bruto profijt berekening, bedoeld in de artikelen 150e, derde lid, en 220e, vijfde lid, van de Pensioenwet en de artikelen 145d, derde lid, en 214d, vijfde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, wordt op moment van berekening het volgende gehanteerd: + +a. de meest recente door De Nederlandsche Bank gepubliceerde nominale rentetermijnstructuur, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen; +b. voor de prijs- en loonontwikkeling wordt aangesloten bij de prijs- en looninflatie, bedoeld in artikel 23a, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen; en +c. voor de individuele loonontwikkeling van deelnemers en gewezen deelnemers wordt aangesloten bij voor de uitvoerder specifieke uitgangspunten. + +**7.** Het resultaat van de bruto profijt berekening in de artikelen 150e, derde lid, en 220e, vijfde lid, van de Pensioenwet en de artikelen 145d, derde lid, en 214d, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt uitgedrukt als percentage van de marktwaarde van te verwachte pensioenuitkeringen bij het ongewijzigd voortzetten van de pensioenovereenkomst dan wel beroepspensioenregeling. + +**8.** De uitvoerder onderbouwt de voor de uitvoerder specifieke uitgangspunten, bedoeld in het zesde lid, onderdeel c, op adequate wijze en neemt dit op in het implementatieplan. + +**9.** De transitie-effecten netto profijt, pensioenverwachting en bruto profijt worden berekend in ieder geval per leeftijdscohort in hele geboortejaren waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden. + +### Artikel 46f + +**1.** Een fonds dient een aanvraag voor een ontheffing als bedoeld in artikel 150oa, eerste lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 145na, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, tegelijk in met het doen van de melding aan de toezichthouder van het voornemen tot waardeoverdracht, bedoeld in artikel 150m, tweede lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 145l, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling. + +**2.** De toezichthouder neemt een besluit over de aanvraag tot ontheffing tegelijk met het besluit of het een verbod tot waardeoverdracht zal opleggen. De toezichthouder verleent geen ontheffing indien een verbod tot waardeoverdracht wordt opgelegd. + +**3.** + +Van redelijkerwijs niet kunnen voldoen als bedoeld in artikel 150oa, eerste lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 145na, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling is sprake indien het fonds aan de toezichthouder aantoont dat: + +a. sprake is van specifiek voor het fonds geldende bijzondere omstandigheden of fondskarakteristieken; +b. uitsluitend deze bijzondere omstandigheden of fondskarakteristieken ertoe leiden dat toepassing van een of meer van de in artikel 150n, achtste lid, of artikel 150o van de Pensioenwet dan wel artikel 145m, achtste lid, of artikel 145n van de Wet verplichte beroepspensioenregeling genoemde voorwaarden leidt tot onevenwichtig nadeel als bedoeld in artikel 150l, vierde lid, onderdeel b, van de Pensioenwet of artikel 145k, vierde lid, onderdeel b, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling; en +c. het fonds redelijkerwijs op geen andere wijze kan voldoen aan de betreffende voorwaarden zonder dat toepassing daarvan leidt tot onevenwichtig nadeel. + +**4.** + +Bij de aanvraag voor ontheffing toont het fonds aan dat: + +a. de werkgever dan wel de beroepspensioenvereniging in het transitieplan het fonds heeft verzocht af te wijken van de artikelen 150n, achtste lid, of 150o Pensioenwet dan wel de artikelen 145m, achtste lid of 145n Wet verplichte beroepspensioenregeling; +b. het fonds het verantwoordingsorgaan, het belanghebbendenorgaan of de raad van toezicht, ten behoeve van de advisering, dan wel goedkeuring, als bedoeld in artikel 150m, vierde, zesde en zevende lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 145l, vierde en zesde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling uitdrukkelijk heeft verzocht om te adviseren of goedkeuring te verlenen aan het doen van een aanvraag van een in het eerste lid bedoelde ontheffing bij de toezichthouder; +c. het fonds aan het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan, in aanvulling op artikel 46b, de transitie-effecten van de totale transitie inzichtelijk heeft gemaakt, waarbij ten minste het netto profijt en de pensioenverwachting als bedoeld in artikel 150e van de Pensioenwet dan wel artikel 145d van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, per leeftijdscohort in hele geboortejaren zijn opgenomen en waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden en het verschil inzichtelijk wordt gemaakt voor de situatie dat de toezichthouder wel of geen ontheffing geeft; +d. het fonds indien van toepassing aan de raad van toezicht of de visitatiecommissie de gegevens, bedoeld in onderdeel c, alsmede het advies van het verantwoordingsorgaan of de reactie op het verzoek tot goedkeuring van het belanghebbendenorgaan heeft verstrekt; +e. het fonds aan de hand van de in onderdeel c opgenomen berekeningen de transitie-effecten van het aanvragen van een ontheffing nadrukkelijk heeft meegewogen en deze weging inzichtelijk maakt in de onderbouwing van de aanvraag voor de ontheffing en in het implementatieplan; en +f. het fonds onderbouwt dat door de gevraagde ontheffing het fonds met het besluit tot collectieve waardeoverdracht in overeenstemming met artikel 105, tweede lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 110b, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling handelt. + +### Paragraaf 9b.6. Financieel overbruggingsplan ### Artikel 47 -Vervallen +**1.** + +Het overbruggingsplan, bedoeld in artikel 150p van de Pensioenwet dan wel artikel 145o van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, bevat in ieder geval: + +a. de in artikel 150p, derde en vierde lid, onderdeel a, van de Pensioenwet dan wel artikel 145o, derde en vierde lid, onderdeel a, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling genoemde onderwerpen; +b. een beschrijving van de voorziene ontwikkeling van de technische voorzieningen en de waarden; en +c. een beschrijving van de concrete maatregelen waardoor het eigen vermogen binnen de looptijd van het overbruggingsplan op de invaardekkingsgraad komt, waarbij rekening wordt gehouden met de toeslagverlening en de overige verplichtingen van het fonds. + +**2.** Een fonds dat een overbruggingsplan indient en nog geen implementatieplan heeft ingediend, onderbouwt in het overbruggingsplan de verwachting dat het zal overgaan tot een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 150m, eerste lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 145l, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling. + +**3.** Het overbruggingsplan is ten aanzien van het eerste lid, onderdelen b en c, gebaseerd op een deterministische analyse op basis van een dekkingsgraadsjabloon. + +**4.** + +Voor toeslagverlening in de looptijd van het overbruggingsplan geldt dat geen toeslag wordt verleend: + +a. bij een beleidsdekkingsgraad onder 105%; +b. bij een dekkingsgraad onder 105% of, nadat het fonds het implementatieplan heeft ingediend, onder de invaardekkingsgraad; en +c. voor zover de dekkingsgraad van het fonds door de toeslagverlening lager zou worden dan 105% of lager dan de invaardekkingsgraad. + +**5.** De in het eerste lid, onderdeel c, genoemde maatregelen mogen er niet toe leiden dat het risico dat niet wordt voldaan aan de vereisten ten aanzien van het eigen vermogen doelbewust worden vergroot. In afwijking hiervan kan een fonds eenmalig, na dit in het implementatieplan te hebben onderbouwd, het strategisch beleggingsbeleid aanpassen mits dit past bij de risicohoudingen per cohort die voor het implementatieplan zijn vastgesteld. Als het fonds besluit niet over te gaan tot collectieve waardeoverdracht, dan brengt het fonds het risico van het strategische beleggingsbeleid zo snel mogelijk terug naar het eerdere niveau. + +### Paragraaf 9b.7. Aanvullende maatregelen transitieperiode voor pensioenfondsen + +### Artikel 47a + +**1.** De vaststelling door fondsen of de plicht tot waardeoverdracht, bedoeld in de artikelen 71 en 76 van de Pensioenwet of artikel 82 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, wordt opgeschort vanwege een van de omschreven situaties van opschorting in artikel 150r van de Pensioenwet of artikel 145q van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, vindt plaats per de eerste dag van iedere kalendermaand aan de hand van de situatie op de laatste dag van de voorafgaande kalendermaand. + +**2.** Het ontvangende fonds informeert de deelnemer over de opschorting van de plicht tot waardeoverdracht en de gevolgen daarvan als de plicht tot waardeoverdracht is opgeschort vanwege een van de omschreven situaties van opschorting in artikel 150r van de Pensioenwet of artikel 145q van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, na de datum dat het ontvangende fonds de gegevens, bedoeld in artikel 20, aan de deelnemer heeft verstrekt of zodra de deelnemer een opgave heeft gevraagd van zijn pensioenaanspraken als bedoeld in artikel 18. + +**3.** De plicht tot waardeoverdracht herleeft zodra niet langer sprake is van een van de in artikel 150r van de Pensioenwet of artikel 145q van de Wet verplichte beroepspensioenregeling omschreven situaties van opschorting. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing. + +**4.** + +Als de plicht tot waardeoverdracht na een periode van opschorting herleeft, geldt het volgende: + +a. indien de opschorting plaatsvond na de datum waarop de deelnemer een opgave heeft gevraagd van zijn pensioenaanspraken als bedoeld in artikel 18 is, in afwijking van de definitie, bedoeld in artikel 1, de overdrachtsdatum de datum waarop de plicht tot waardeoverdracht is herleefd; en +b. indien de deelnemer een opgave heeft gevraagd van zijn pensioenaanspraken als bedoeld in artikel 18 of de ontvangende uitvoerder de gegevens, bedoeld in artikel 20, aan de deelnemer heeft verstrekt voor de herleving van de plicht tot waardeoverdracht, vraagt het ontvangende fonds binnen drie maanden na herleving van de plicht tot waardeoverdracht aan het overdragende fonds een opgave als bedoeld in artikel 18. ## Hoofdstuk 10. Boeteregeling @@ -1178,6 +1842,12 @@ Overtreding van een voorschrift, gesteld in een hierna genoemd artikel van de Pe | Pensioenwet | Boetecategorie | | --- | --- | +| 10a | 2 | +| 10b | 2 | +| 10c | 2 | +| 10d | 2 | +| 10e | 2 | +| 17 | 2 | | 21, eerste lid | 2 | | 21, tweede lid, tweede volzin | 2 | | 23 | 2 | @@ -1190,34 +1860,40 @@ Overtreding van een voorschrift, gesteld in een hierna genoemd artikel van de Pe | 35 | 2 | | 36, eerste lid | 2 | | 38 tot en met 48 | 2 | +| 48a | 2 | +| 48b | 2 | +| 48c | 2 | | 49 | 2 | | 50, tweede en vierde lid | 1 | | 51, eerste, tweede, vierde en vijfde lid | 2 | +| 51a | 2 | | 52 | 2 | | 52a | 2 | +| 52b | 2 | | 58 | 2 | -| 60, eerste tot en met tiende lid | 2 | -| 61, eerste tot en met vijfde lid | 2 | -| 62, eerste tot en met vijfde lid | 2 | +| 60 | 2 | +| 61 | 2 | +| 61a | 2 | +| 62 | 2 | | 63 | 1 | | 63b | 2 | -| 66, vierde, vijfde, zesde en tiende lid | 2 | +| 66, vierde tot en met zesde, achtste en tiende lid | 2 | | 67, tweede lid | 2 | | 68, tweede lid | 2 | -| 69, vierde, vijfde en achtste lid | 2 | +| 69, vierde, vijfde en zevende lid | 2 | | 70a, derde, vierde, vijfde en zevende lid | 2 | -| 71, eerste tot en met vijfde lid | 2 | +| 71, eerste tot en met vijfde en zevende lid | 2 | | 74, tweede en derde lid | 2 | -| 76, eerste, tweede, derde en vierde lid | 2 | -| 83, tweede lid | 2 | -| 84, tweede lid | 2 | +| 76, eerste tot en met vierde en zevende lid | 2 | +| 83, tweede en vierde lid | 2 | +| 84, tweede en vierde lid | 2 | | 85, eerste lid | 2 | | 86, eerste en tweede lid | 2 | | 87 | 2 | | 91 | 1 | | 94, tweede lid | 1 | | 96 | 1 | -| 98 | 1 | +| 99 | 1 | | 100 | 1 | | 101 | 1 | | 101a | 1 | @@ -1227,10 +1903,12 @@ Overtreding van een voorschrift, gesteld in een hierna genoemd artikel van de Pe | 104 | 1 | | 105 | 2 | | 106 | 1 | +| 106a | 1 | | 107 | 1 | | 111 | 1 | | 112 | 1 | -| 112a, zevende lid | 1 | +| 112a | 1 | +| 112b | 2 | | 113 | 1 | | 115 | 1 | | 115a | 2 | @@ -1242,36 +1920,40 @@ Overtreding van een voorschrift, gesteld in een hierna genoemd artikel van de Pe | 115h | 1 | | 116 | 2 | | 117 | 2 | -| 118, eerste, tweede en derde lid | 2 | -| 119, eerste, tweede en derde lid | 2 | -| 120, eerste, tweede en derde lid | 2 | +| 120, eerste en tweede lid | 2 | | 125 | 2 | -| 128 | 1 | | 129 | 1 | -| 130 | 1 | -| 130a | 2 | -| 134, tweede, vierde en vijfde lid | 1 | +| 134 | 1 | | 135, eerste lid | 2 | | 135, vierde lid | 1 | -| 136, eerste lid | 1 | -| 137, eerste lid | 1 | -| 138, eerste t/m vierde lid | 2 | +| 136 | 1 | +| 137 | 1 | +| 138 | 2 | | 139 | 2 | -| 140, eerste tot en met derde lid | 2 | +| 140 | 2 | | 143 | 2 | | 145 | 2 | | 146 | 1 | -| 147, eerste, tweede, derde en vijfde lid | 2 | +| 147, eerste tot en met derde, vijfde en zesde lid | 2 | | 150 | 1 | +| 150a, eerste en vijfde lid | 2 | +| 150g, tweede lid | 2 | +| 150i | 2 | +| 150j | 2 | +| 150k | 2 | +| 150l, derde en vierde lid | 2 | +| 150m, tweede tot en met achtste en tiende lid | 2 | +| 150p, derde tot en met zesde lid | 2 | +| 150q, tweede en vierde lid | 2 | | 167 | 1 | | 169 | 1 | -| 170 | 1 | +| 170, eerste tot en met vierde lid | 1 | | 171, eerste lid | 2 | | 172, vijfde lid | 1 | | 194 | 1 | | 197 | 1 | | 199 | 1 | -| 203, derde lid | 2 | +| 203, derde en vierde lid | 2 | | 204 | 2 | **2.** @@ -1286,29 +1968,39 @@ Overtreding van een voorschrift, gesteld in een hierna genoemd artikel van de We | 23 | 2 | | 25 | 2 | | 26 | 1 | +| 28a | 2 | +| 28b | 2 | +| 28c | 2 | +| 28d | 2 | +| 28e | 2 | | 35 | 1 | | 36 | 1 | | 38 | 1 | | 39, eerste lid | 2 | | 39, zevende lid, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 39, eerste lid | 2 | -| 43, eerste lid | 2 | -| 44, eerste lid | 2 | +| 43 | 2 | +| 44 | 2 | | 46 | 2 | | 47 | 2 | | 48, eerste en tweede lid | 2 | | 49 tot en met 59 | 2 | +| 59a | 2 | +| 59b | 2 | +| 59c | 2 | | 60 | 2 | | 61, tweede en vierde lid | 1 | | 62, eerste, tweede, vierde en vijfde lid | 2 | +| 62a | 2 | | 63 | 2 | | 63a | 2 | +| 63b | 2 | | 69 | 2 | -| 72, eerste tot en met tiende lid | 2 | -| 73, eerste tot en met derde lid | 2 | -| 74, eerste tot en met vijfde lid | 2 | +| 72 | 2 | +| 73 | 2 | +| 74 | 2 | | 75 | 1 | | 75b | 2 | -| 78, vierde, vijfde, zesde en tiende lid | 2 | +| 78, vierde tot en met zesde, achtste en tiende lid | 2 | | 79, tweede lid | 2 | | 80, tweede lid | 2 | | 80a, vierde, vijfde en achtste lid | 2 | @@ -1326,7 +2018,9 @@ Overtreding van een voorschrift, gesteld in een hierna genoemd artikel van de We | 105 | 1 | | 106 | 1 | | 107 | 1 | +| 107a | 2 | | 108 | 1 | +| 109a | 1 | | 110 | 1 | | 110a | 1 | | 110b | 2 | @@ -1339,19 +2033,14 @@ Overtreding van een voorschrift, gesteld in een hierna genoemd artikel van de We | 113 | 1 | | 114 | 2 | | 115 | 2 | -| 116 | 2 | -| 117 | 2 | | 118 | 2 | -| 123 | 1 | | 124 | 1 | -| 125 | 1 | -| 125a | 2 | -| 129, tweede, vierde en vijfde lid | 1 | +| 129 | 1 | | 130, eerste lid | 2 | | 130, vierde lid | 1 | -| 131, eerste lid | 1 | -| 132, eerste lid | 1 | -| 133, eerste tot en met vierde lid | 2 | +| 131 | 1 | +| 132 | 1 | +| 133 | 2 | | 134 | 2 | | 135, eerste tot en met derde lid | 2 | | 138 | 2 | @@ -1359,9 +2048,17 @@ Overtreding van een voorschrift, gesteld in een hierna genoemd artikel van de We | 141 | 1 | | 142, eerste, tweede, derde en vijfde lid | 2 | | 145 | 1 | +| 145f, tweede lid | 2 | +| 145h | 2 | +| 145i | 2 | +| 145j | 2 | +| 145k, derde en vierde lid | 2 | +| 145l, tweede tot en met zevende en tiende lid | 2 | +| 145o, derde tot en met zesde lid | 2 | +| 145p, tweede en vierde lid | 2 | | 162 | 1 | | 164 | 1 | -| 165 | 1 | +| 165, eerste tot en met vierde lid | 1 | | 166, eerste lid | 2 | | 167, vijfde lid | 1 | | 191 | 1 | @@ -1375,7 +2072,7 @@ Overtreding van een voorschrift gesteld in een hierna genoemd artikel van de Alg | Algemene wet bestuursrecht | Boetecategorie | | --- | --- | -| 5:20 | 2 | +| 5:20, eerste lid | 2 | **4.** @@ -1383,26 +2080,52 @@ Overtreding van een voorschrift gesteld in een hierna genoemd artikel van dit be | Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling | Boetecategorie | | --- | --- | +| 1c | 2 | +| 1e | 2 | +| 1d | 2 | +| 1f | 2 | +| 1g | 1 | +| 1h | 2 | | 2 | 2 | +| 5a | 2 | | 6 | 2 | | 7 | 2 | | 7a | 2 | | 8 | 2 | | 9 | 2 | | 9a | 2 | +| 9b | 2 | | 9c, derde lid | 2 | +| 9f | 2 | | 10 | 2 | | 10ba | 2 | +| 10bb | 2 | | 14a | 1 | | 14b | 1 | | 14c | 1 | | 14d | 1 | +| 14g | 2 | +| 14h | 2 | +| 14i | 2 | +| 14j | 2 | +| 14o | 2 | +| 14r | 1 | +| 14s | 1 | +| 14t | 2 | +| 14u | 2 | +| 14v | 2 | | 15 | 2 | | 16 | 2 | | 25 | 2 | | 26 | 2 | | 27 | 2 | | 28 | 2 | +| 28d | 1 | +| 46 | 2 | +| 46a | 2 | +| 46c | 2 | +| 46d | 2 | +| 46e | 2 | **5.** @@ -1420,6 +2143,15 @@ Overtreding van een voorschrift gesteld in een hierna genoemd artikel van het Be | 31 | 2 | | 33 | 2 | +**6.** + +Overtreding van een voorschrift gesteld in een hierna genoemd artikel van het Besluit experiment pensioenregeling zelfstandigen is als volgt beboetbaar: + +| Besluit experiment pensioenregeling zelfstandigen | Boetecategorie | +| --- | --- | +| 3 | 2 | +| 9, vijfde en zesde lid | 2 | + ## Hoofdstuk 11. Overige en slotbepalingen ### Artikel 52 @@ -1450,15 +2182,11 @@ De definitie van overdrachtsdatum, bedoeld in artikel 1, zoals deze luidde voor ### Artikel 54 -**1.** Tot het tijdstip, bedoeld in artikel IV van de Wet verbeterde premieregeling, wordt bij de informatie, die op grond van de artikelen 44a en 63b van de Pensioenwet dan wel de artikelen 55a en 75b van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt verstrekt, tevens het risico ten aanzien van de hoogte van de variabele uitkering weergegeven op basis van drie rendementen. - -**2.** De opgave van de hoogte van de variabele uitkeringen en het risico heeft betrekking op de pensioendatum en tien jaar na de pensioendatum. - -**3.** De Nederlandsche Bank stelt de scenario’s voor de vaststelling van de drie rendementen beschikbaar. +Artikel 28d is van toepassing vanaf de opdrachtaanvaarding die betrekking heeft op de overgang op uitvoering van een gewijzigde pensioenovereenkomst als bedoeld in artikel 220i van de Pensioenwet dan wel een gewijzigde beroepspensioenregeling als bedoeld in artikel 214g, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling. Artikel 1a van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen, zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, blijft van toepassing op een eerdere opdrachtaanvaarding. ### Artikel 55 -Vervallen +Artikel 41, zoals dat luidde op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van het Besluit van 22 juni 2023 tot wijziging van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling vanwege aanpassing van de regeling voor nettopensioen (*Stb.* 2023, 220), blijft van toepassing tot het tijdstip dat het fonds overgaat op uitvoering van een gewijzigde pensioenovereenkomst dan wel gewijzigde beroepspensioenregeling, bedoeld in artikel 220i van de Pensioenwet dan wel artikel 214g, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, maar uiterlijk tot 1 januari 2027. ### Artikel 56 @@ -1466,7 +2194,11 @@ De overdragende uitvoerder die gebruikmaakt van het recht op waardeoverdracht va ### Artikel 57 -Wijzigt het Vrijstellingsbesluit Wet Bpf 2000. +Het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling, zoals dat luidde op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van het Besluit toekomst pensioenen blijft van toepassing tot het tijdstip dat de uitvoerder overgaat op uitvoering van een gewijzigde pensioenovereenkomst of beroepspensioenregeling, maar uiterlijk tot 1 januari 2027. In afwijking van de vorige zin zijn vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen A, D, E, F, G, L, M, O, P, Q, X, HH, II, JJ, KK, LL, MM en NN van het Besluit toekomst pensioenen van toepassing: + +a. de gewijzigde artikelen 1, 2, 3, 4, 5, 7c, 7e, voor zover het betreft toevoeging van artikel 150j van de Pensioenwet dan wel artikel 145i van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, 9a, 9b, voor zover het betreft het vervallen van het eerste lid, 9f, 28d, 54 en 57; +b. de artikelen 36, 40a en 51a, voor het toezicht op de pensioenuitvoerder die is overgegaan op uitvoering van een gewijzigde pensioenovereenkomst of beroepspensioenregeling; +c. de hoofdstukken 4b, 4c en 9b. ### Artikel 58