2024-01-01 | BWBR0017627 | Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur

This commit is contained in:
Coornhert 2024-01-01 12:00:00 +00:00
parent 6811ee73ae
commit 0c77d2f051

View file

@ -62,9 +62,9 @@ Algemene voorwaarden bij de toegangsovereenkomst als bedoeld in artikel 59, derd
a. dat bij die overeenkomst verdeelde capaciteit vervalt in geval van nood en indien dit absoluut noodzakelijk is ten gevolge van een storing die de infrastructuur tijdelijk onbruikbaar maakt;
b. dat bij die overeenkomst verdeelde capaciteit wordt ingeleverd indien gedurende een periode van ten minste een maand voor minder dan een in de netverklaring te noemen drempelwaarde is gebruikt, tenzij dit te wijten is aan niet economische redenen buiten de wil van de gerechtigde;
c. dat gerechtigde zich onthoudt van handelen dat overschrijding van de krachtens de Wet geluidhinder geldende grenswaarden of overtreding van de van belang zijnde voorschriften behorende bij de krachtens de Wet milieubeheer verleende vergunningen of van het verbod, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen tot gevolg heeft;
c. dat gerechtigde zich onthoudt van handelen dat overschrijding van de op grond van de Omgevingswet vastgestelde geluidproductieplafonds als omgevingswaarden of overtreding van de van belang zijnde voorschriften die zijn verbonden aan omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet of van het verbod, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen tot gevolg heeft;
d. dat de beheerder aanwijzingen geeft aan de gerechtigde, die de gerechtigde dient op te volgen, bij dreigende overschrijding van de in onderdeel d bedoelde grenswaarden of dreigende overtreding van de in dat onderdeel bedoelde voorschriften;
e. dat de gerechtigde aan de beheerder informatie verstrekt die de beheerder nodig heeft voor het opstellen van een ontwerpstrategische geluidsbelastingkaart als bedoeld in artikel 7 van richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG 2002, L 189) met betrekking tot de geluidsbelasting vanwege de hoofdspoorwegen.
e. dat de gerechtigde aan de beheerder informatie verstrekt die de beheerder nodig heeft voor het opstellen van een ontwerpstrategische geluidsbelastingkaart als bedoeld in artikel 7 van richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG 2002, L 189) met betrekking tot de geluidsbelasting vanwege de hoofdspoorwegen.
### Paragraaf 3. Bepalingen ten aanzien van de capaciteitsverdelingsprocedure
@ -135,7 +135,7 @@ Indien de heffing, bedoeld in artikel 62, zesde lid, onderdeel a, van de wet, ni
a. verklaart de beheerder de betrokken infrastructuur overbelast;
b. verricht de beheerder binnen 26 weken na de overbelastverklaring een capaciteitsanalyse als bedoeld in artikel 50 van richtlijn 2012/34/EU;
c. stelt de beheerder na overleg met betrokken gerechtigden binnen 26 weken na de capaciteitsanalyse een capaciteitsvergrotingsplan op als bedoeld in artikel 51 van richtlijn 2012/34/EU;
c. stelt de beheerder na overleg met betrokken gerechtigden binnen 26 weken na de capaciteitsanalyse een capaciteitsvergrotingsplan op als bedoeld in artikel 51 van richtlijn 2012/34/EU;
d. informeert de beheerder binnen 4 weken na opstelling van het capaciteitsvergrotingsplan betrokken gerechtigden en Onze Minister over het capaciteitsvergrotingsplan, en
e. informeert de beheerder ten minste jaarlijks alle gerechtigden en Onze Minister over de wijze van uitvoering van het capaciteitsvergrotingsplan.
@ -146,11 +146,11 @@ e. informeert de beheerder ten minste jaarlijks alle gerechtigden en Onze Minist
Indien de heffing, bedoeld in artikel 62, zesde lid, onderdeel a, van de wet, is doorberekend:
a. verricht de beheerder binnen 26 weken na de toepassing van de heffing een capaciteitsanalyse als bedoeld in artikel 50 van richtlijn 2012/34/EU;
b. stelt de beheerder na overleg met betrokken gerechtigden binnen 26 weken na de capaciteitsanalyse een capaciteitsvergrotingsplan als bedoeld in artikel 51 van richtlijn 2012/34/EU op;
b. stelt de beheerder na overleg met betrokken gerechtigden binnen 26 weken na de capaciteitsanalyse een capaciteitsvergrotingsplan als bedoeld in artikel 51 van richtlijn 2012/34/EU op;
c. informeert de beheerder binnen 4 weken na opstelling van het capaciteitsvergrotingsplan betrokken gerechtigden en Onze Minister over het capaciteitsvergrotingsplan, en
d. informeert de beheerder tenminste jaarlijks alle gerechtigden en Onze Minister over de wijze van uitvoering van het capaciteitsvergrotingsplan.
**5.** Het tweede lid, onderdelen b en c, en het vierde lid, onderdelen a en b, gelden niet indien reeds uitvoering wordt gegeven aan een capaciteitsvergrotingsplan als bedoeld in artikel 51 van richtlijn 2012/34/EU.
**5.** Het tweede lid, onderdelen b en c, en het vierde lid, onderdelen a en b, gelden niet indien reeds uitvoering wordt gegeven aan een capaciteitsvergrotingsplan als bedoeld in artikel 51 van richtlijn 2012/34/EU.
### Artikel 7a
@ -176,22 +176,22 @@ a. voor stadsgewestelijk, nationaal en streekgewestelijk openbaar vervoer, met d
1°. tussen de grote stations: van 2 paden per uur gedurende de dagperiode;
2°. tussen overige stations: van 2 paden per uur op werkdagen van 06.00 uur tot 20.00 uur, van 1 pad per uur op werkdagen van 20.00 uur tot 24.00 uur en van 1 pad per uur in het weekend gedurende de dagperiode.
b. voor nationaal hogesnelheidspersonenvervoer een bedieningsfrequentie van 2 paden per richting per uur, met een minimum van 32 paden per richting per dag, op elk van de volgende verbindingen:
b. voor nationaal hogesnelheidspersonenvervoer, met de op basis van artikel 10 geldende prioriteitsvolgorde van deelmarkten van dat vervoer, een bedieningsfrequentie van 2 paden per richting per uur, met een minimum van 32 paden per richting per dag, op elk van de volgende verbindingen:
1°. Amsterdam Centraal Schiphol Rotterdam Centraal;
2°. Amsterdam Centraal Schiphol Rotterdam Centraal Breda;
3°. Den Haag Centraal Rotterdam Centraal Breda Eindhoven.
c. voor internationaal openbaar vervoer een bedieningsfrequentie:
c. voor internationaal openbaar vervoer, met de op basis van artikel 10 geldende prioriteitsvolgorde van deelmarkten van dat vervoer, een bedieningsfrequentie:
1°. tot en met dienstregelingsjaar 2016, op het baanvak Amsterdam Centraal Schiphol Den Haag Hollands Spoor Rotterdam Centraal Dordrecht Roosendaal Belgische grens van 16 paden per richting per dag;
2°. op het baanvak Amsterdam Centraal Utrecht Centraal Arnhem Zevenaar grens van 8 paden per richting per dag;
3°. Op het baanvak Amsterdam Centraal Deventer Oldenzaal grens van 8 paden per richting per dag.
d. voor internationaal hogesnelheidspersonenvervoer een bedieningsfrequentie op het baanvak Amsterdam Centraal Schiphol Rotterdam Centraal Belgische grens:
d. voor internationaal hogesnelheidspersonenvervoer, met de op basis van artikel 10 geldende prioriteitsvolgorde van deelmarkten van dat vervoer, een bedieningsfrequentie op het baanvak Amsterdam Centraal Schiphol Rotterdam Centraal Belgische grens:
1°. met ingang van dienstregelingsjaar 2016 van 14 paden per richting per werkdag gemiddeld over het dienstregelingsjaar;
2°. met ingang van dienstregelingsjaar 2017 van 16 paden per richting per werkdag gemiddeld over het dienstregelingsjaar;
3°. met ingang van dienstregelingsjaar 2018 van 18 paden per richting per werkdag gemiddeld over het dienstregelingsjaar.
e. voor internationaal hogesnelheidspersonenvervoer, met ingang van dienstregelingsjaar 2017, een bedieningsfrequentie op het baanvak Amsterdam Centraal Schiphol Den Haag Hollands Spoor Rotterdam Centraal Breda Belgische grens van 16 paden per richting per dag.
e. voor internationaal hogesnelheidspersonenvervoer, met de op basis van artikel 10 geldende prioriteitsvolgorde van deelmarkten van dat vervoer, met ingang van dienstregelingsjaar 2017, een bedieningsfrequentie op het baanvak Amsterdam Centraal Schiphol Den Haag Hollands Spoor Rotterdam Centraal Breda Belgische grens van 16 paden per richting per dag.
f. voor standaard goederenvervoer een bedieningsfrequentie in iedere richting
g. in afwijking van onderdeel f, voor goederenvervoer gedurende perioden dat er vanwege de aanleg van een derde spoor tussen Zevenaar en Oberhausen verminderde capaciteit beschikbaar is op het baanvak Kijfhoek Zevenaar Duitse grens, een bedieningsfrequentie in iedere richting
@ -218,25 +218,34 @@ b. de bedrijfseconomische gevolgen bij niet toekennen van prioriteit voor de beh
### Artikel 9a
Indien de infrastructuur overeenkomstig artikel 7, tweede lid, overbelast is verklaard, wordt bij de verdeling van de capaciteit na toepassing van artikel 8 prioriteit toegekend aan het internationale vervoer waarvoor een concessie is verleend krachtens artikel 20, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000, voor zover de concessiehouder ten gevolge van het niet verkrijgen van de capaciteit niet in staat is om uitvoering te geven aan de bedieningsfrequentie die is overeengekomen in de concessie.
Vervallen
### Artikel 10
**1.**
Indien de infrastructuur overeenkomstig artikel 7, tweede lid, overbelast is verklaard, wordt bij de verdeling van capaciteit na toepassing van de artikelen 8 en 9a prioriteit toegekend aan deelmarkten overeenkomstig onderstaande volgorde:
Indien de infrastructuur overeenkomstig artikel 7, tweede lid, overbelast is verklaard, wordt bij de verdeling van capaciteit na toepassing van artikel 8 prioriteit toegekend aan deelmarkten overeenkomstig onderstaande volgorde:
a. stadsgewestelijk openbaar vervoer;
b. nationaal openbaar vervoer;
c. internationaal openbaar vervoer, niet zijnde internationaal hogesnelheidspersonenvervoer, met uitzondering van vervoer per nachttrein;
d. nationaal hogesnelheidspersonenvervoer;
e. internationaal hogesnelheidspersonenvervoer;
f. streekgewestelijk openbaar vervoer;
g. standaard goederenvervoer;
h. overig personenvervoer;
i. verkeer zonder vervoersfunctie.
a. internationaal openbaar vervoer, alsmede internationaal hogesnelheidspersonenvervoer, waarvoor een concessie is verleend krachtens artikel 20, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000;
b. stadsgewestelijk openbaar vervoer waarvoor een concessie is verleend krachtens artikel 20, eerste of vierde lid, van de Wet personenvervoer 2000;
c. nationaal openbaar vervoer waarvoor een concessie is verleend krachtens artikel 20, eerste of vierde lid, van de Wet personenvervoer 2000;
d. internationaal openbaar vervoer, met uitzondering van vervoer per nachttrein;
e. nationaal hogesnelheidspersonenvervoer waarvoor een concessie is verleend krachtens artikel 20, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000;
f. internationaal hogesnelheidspersonenvervoer;
g. streekgewestelijk openbaar vervoer waarvoor een concessie is verleend krachtens artikel 20, eerste of vierde lid, van de Wet personenvervoer 2000;
h. stadsgewestelijk openbaar vervoer;
i. nationaal openbaar vervoer;
j. nationaal hogesnelheidspersonenvervoer;
k. streekgewestelijk openbaar vervoer;
l. standaard goederenvervoer;
m. overig personenvervoer;
n. verkeer zonder vervoersfunctie.
**2.** Onverminderd het eerste lid, is de beheerder bevoegd aanvullende, in de netverklaring bekend gemaakte, prioriteitscriteria te hanteren.
**2.** Gerechtigden geven bij de aanvraag van capaciteit aan of er sprake is van vervoer waarvoor een concessie op grond van de Wet personenvervoer 2000 is verleend.
**3.** Indien de aangevraagde capaciteit betrekking heeft op infrastructuur die op grond van artikel 7, tweede lid, overbelast is verklaard, maakt de concessiehouder die delen van de concessie waaruit blijkt dat de aangevraagde capaciteit voortvloeit uit die concessie, uiterlijk vijf werkdagen nadat de infrastructuur overbelast is verklaard, openbaar en overlegt die aan de infrastructuurbeheerder.
**4.** Onverminderd het eerste lid is de beheerder bevoegd aanvullende, in de netverklaring bekendgemaakte prioriteitscriteria te hanteren.
### Artikel 10a