diff --git a/amvb/subsidiebesluit-openbare-lichamen-milieubeheer/BWBR0004739/README.md b/amvb/subsidiebesluit-openbare-lichamen-milieubeheer/BWBR0004739/README.md index 715712a647d..acc8f3b4fd0 100644 --- a/amvb/subsidiebesluit-openbare-lichamen-milieubeheer/BWBR0004739/README.md +++ b/amvb/subsidiebesluit-openbare-lichamen-milieubeheer/BWBR0004739/README.md @@ -18,12 +18,12 @@ In dit besluit wordt verstaan onder: a. wet: Wet milieubeheer; b. Rijkswaterstaat: het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat; -c. NMP-2: Tweede Nationaal Milieubeleidsplan (kamerstukken II 1993/94, 23 560, nr. 2); +c. NMP-2: Tweede Nationaal Milieubeleidsplan (kamerstukken II 1993/94, 23 560, nr. 2); d. geluidsgevoelige ruimte van een woning: verblijfsruimte binnen een woning als bedoeld in artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012, met uitzondering van een keuken met een vloeroppervlak van minder dan 11m^2; e. ander geluidsgevoelig gebouw: 1°. basisschool; -2°. school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs; +2°. school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020; 3°. instelling voor hoger beroepsonderwijs; 4°. verpleeghuis of algemeen, categoraal of academisch ziekenhuis; 5°. ander gezondheidszorggebouw dan bedoeld onder 4°; @@ -120,7 +120,7 @@ Vervallen ### Artikel 4 -Onze Minister geeft aan het Interprovinciaal Overleg in het kalenderjaar 1994 een beschikking tot vaststelling van een bijdrage ten bedrage van € 453 780,22 ten behoeve van: +Onze Minister geeft aan het Interprovinciaal Overleg in het kalenderjaar 1994 een beschikking tot vaststelling van een bijdrage ten bedrage van € 453 780,22 ten behoeve van: a. een jaarlijkse rapportage vóór 1 juli in 1995, 1996, 1997 en 1998 over de voortgang bij de provincies van het akoestisch onderzoek met betrekking tot de in artikel 3a, derde lid, onder b, bedoelde industrieterreinen, en b. een jaarlijkse rapportage vóór 1 juli in 1999, 2000, 2001, 2002, 2003, 2004, 2005, 2006, 2007 en 2008 over de voortgang van de uitvoering van de programma’s van maatregelen. @@ -192,7 +192,7 @@ Voorafgaand aan de subsidievaststelling wordt geen beschikking tot subsidieverle **1.** Onze Minister geeft aan het provinciaal bestuur jaarlijks in de kalenderjaren 1995 tot en met 2002 ambtshalve een beschikking tot subsidievaststelling terzake van de kosten van het terugbrengen, vóór 1 januari 2003, van de geluidsbelasting vanwege alle in de provincie gelegen industrieterreinen, voor zover deze voorkomen op de in artikel 3 bedoelde lijst en het in artikel 3b bedoelde overzicht, van de binnen de zone rond die industrieterreinen gelegen woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen. -**2.** De subsidie kan uitsluitend worden besteed aan kosten van uiterlijk vóór 1 januari 2008 te treffen maatregelen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a tot en met e, van het Besluit saneringsmaatregelen industrieterreinen 1994. Voor zover het maatregelen betreft als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b en c, van het Besluit saneringsmaatregelen industrieterreinen 1994 kan ten hoogste 20% van de met betrekking tot die maatregelen vastgestelde subsidie tevens worden besteed aan kosten van voorbereiding, begeleiding en toezicht van deze maatregelen. +**2.** De subsidie kan uitsluitend worden besteed aan kosten van uiterlijk vóór 1 januari 2008 te treffen maatregelen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a tot en met e, van het Besluit saneringsmaatregelen industrieterreinen 1994. Voor zover het maatregelen betreft als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b en c, van het Besluit saneringsmaatregelen industrieterreinen 1994 kan ten hoogste 20% van de met betrekking tot die maatregelen vastgestelde subsidie tevens worden besteed aan kosten van voorbereiding, begeleiding en toezicht van deze maatregelen. ### Artikel 6b @@ -200,21 +200,21 @@ Voorafgaand aan de subsidievaststelling wordt geen beschikking tot subsidieverle Onze Minister stelt ieder jaar voor 1 mei per provincie de subsidie ambtshalve vast op eennegende van het voor iedere provincie achter die provincie vermelde bedrag: -| Groningen | € 2 441 897,07 | +| Groningen | € 2 441 897,07 | | --- | --- | -| Fryslân | € 2 887 398,07 | -| Drenthe | € 1 447 093,31 | -| Overijssel | € 1 698 654,09 | -| Gelderland | € 2 862 274,98 | -| Flevoland | € 429 339,61 | -| Utrecht | € 916 319,30 | -| Noord-Holland | € 4 454 606,10 | -| Zuid-Holland | € 6 983 949,79 | -| Zeeland | € 1 058 617,97 | -| Noord-Brabant | € 4 859 366,25 | -| Limburg | € 2 405 772,54 | +| Fryslân | € 2 887 398,07 | +| Drenthe | € 1 447 093,31 | +| Overijssel | € 1 698 654,09 | +| Gelderland | € 2 862 274,98 | +| Flevoland | € 429 339,61 | +| Utrecht | € 916 319,30 | +| Noord-Holland | € 4 454 606,10 | +| Zuid-Holland | € 6 983 949,79 | +| Zeeland | € 1 058 617,97 | +| Noord-Brabant | € 4 859 366,25 | +| Limburg | € 2 405 772,54 | -**2.** Onze Minister kan, gelet op één of meer rapportages als bedoeld in artikel 4, onder b, de voor de uitvoering van deze paragraaf beschikbare subsidie, op aanvraag van het Interprovinciaal Overleg, één keer met € 1 815 120,86 verhogen. +**2.** Onze Minister kan, gelet op één of meer rapportages als bedoeld in artikel 4, onder b, de voor de uitvoering van deze paragraaf beschikbare subsidie, op aanvraag van het Interprovinciaal Overleg, één keer met € 1 815 120,86 verhogen. **3.** De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, gaat vergezeld van een voorstel – waarmee door gedeputeerde staten van alle provincies is ingestemd – tot verdeling van de in het tweede lid genoemde subsidie over de provincies. @@ -252,7 +252,7 @@ De betaling van de voor iedere provincie voor de uitvoering van het saneringspro ### Artikel 6e -**1.** Indien uit de jaarlijkse rapportage, bedoeld in artikel 4, onder b, in 1999, 2000, 2001, 2002, 2003, 2004, 2005, 2006 of 2007 blijkt dat er nagenoeg geen kans is dat ten aanzien van alle in artikel 4d , tweede lid, onder a, bedoelde saneringsprogramma’s de daarin genoemde maatregelen vóór 1 januari 2008 zijn uitgevoerd, kan Onze Minister gedeputeerde staten de verplichting opleggen om op eigen kosten, met inachtneming van door Onze Minister te stellen richtlijnen, een onderzoek in te stellen naar de factoren die de oorzaak zijn van dit dreigend tekortschieten en de mogelijkheden deze weg te nemen, dan wel daarin verbetering te brengen. +**1.** Indien uit de jaarlijkse rapportage, bedoeld in artikel 4, onder b, in 1999, 2000, 2001, 2002, 2003, 2004, 2005, 2006 of 2007 blijkt dat er nagenoeg geen kans is dat ten aanzien van alle in artikel 4d , tweede lid, onder a, bedoelde saneringsprogramma’s de daarin genoemde maatregelen vóór 1 januari 2008 zijn uitgevoerd, kan Onze Minister gedeputeerde staten de verplichting opleggen om op eigen kosten, met inachtneming van door Onze Minister te stellen richtlijnen, een onderzoek in te stellen naar de factoren die de oorzaak zijn van dit dreigend tekortschieten en de mogelijkheden deze weg te nemen, dan wel daarin verbetering te brengen. **2.** Onze Minister maakt uiterlijk binnen 12 weken na ontvangst van de rapportage gebruik van zijn bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, of van de hem toekomende bevoegdheden met betrekking tot de vastgestelde subsidie.