2025-01-09 | BWBR0041522 | Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers

This commit is contained in:
Coornhert 2025-01-09 12:00:00 +00:00
parent 99f67f4f11
commit 0c969d172d

View file

@ -66,7 +66,7 @@ f. *commissaris:* commissaris van de Koning.
### Artikel 2.1.2
**1.** Aan een statenlid dat lid is van de vertrouwenscommissie, bedoeld in artikel 61, derde lid, of artikel 61a, vierde lid, van de Provinciewet, dan wel de rekenkamerfunctie uitoefent, bedoeld in artikel 79p van de Provinciewet, wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie of de duur van de uitoefening van de rekenkamerfunctie per jaar ten laste van de provincie een toelage verleend van € 153,33 per maand.
**1.** Aan een statenlid dat lid is van de vertrouwenscommissie, bedoeld in artikel 61, derde lid, of artikel 61a, vierde lid, van de Provinciewet, wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie per jaar ten laste van de provincie een toelage verleend van € 153,33 per maand.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid stelt de commissaris de duur van de activiteiten vast.
@ -88,7 +88,9 @@ f. *commissaris:* commissaris van de Koning.
### Artikel 2.1.4a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Indien provinciale staten van oordeel zijn dat de belasting en het tijdsbeslag van het vaste voorzitterschap van een commissie als bedoeld in artikel 80 van de Provinciewet niet redelijkerwijs tot het reguliere werk van een statenlid geacht kunnen worden te behoren, kunnen zij bij verordening besluiten aan die voorzitter ten laste van de provincie een toelage toe te kennen van maximaal het bedrag, genoemd in artikel 2.1.4, eerste lid, per maand voor de duur van de activiteiten van de commissie.
**2.** Voor toepassing van het eerste lid stelt de commissaris de duur van de activiteiten vast.
### Artikel 2.1.5
@ -121,7 +123,7 @@ b. de duur van het fractievoorzitterschap.
Een statenlid heeft ten laste van de provincie aanspraak op vergoeding van:
a. reiskosten voor het bijwonen van vergaderingen van provinciale staten en commissies, en
a. reiskosten en, als daar redelijkerwijs aanleiding voor is, verblijfkosten voor het bijwonen van vergaderingen van provinciale staten en commissies, en
b. reis- en verblijfkosten voor reizen zowel binnen de provincie als daarbuiten, gemaakt voor de uitoefening van de functie.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraken op grond van dit artikel.
@ -132,11 +134,13 @@ b. reis- en verblijfkosten voor reizen zowel binnen de provincie als daarbuiten,
### Artikel 2.1.9
**1.** Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat de statenleden eenmaal per jaar een bedrag ontvangen ter hoogte van het bedrag van de vergoeding van hun werkzaamheden, bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, voor één maand, waarmee zij voorzieningen kunnen treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.
**1.** Het statenlid dat nog niet de pensioengerechtigde leeftijd als bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt, ontvangt per jaar ten laste van de provincie een bedrag ter hoogte van het bedrag van de vergoeding van de werkzaamheden voor één maand, om voorzieningen te treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.
**2.** Voor zover het lidmaatschap van provinciale staten in de loop van een jaar begint of eindigt, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de duur van het statenlidmaatschap toegekend.
**3.** Dit artikel is niet van toepassing op een statenlid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van het tijdelijk ontslag van een statenlid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte op grond van artikel X 12 van de Kieswet.
**3.** Voor zover het statenlid in de loop van het jaar de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de duur van de periode tot de datum waarop die leeftijd is bereikt, uitbetaald.
**4.** Dit artikel is niet van toepassing op een statenlid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van het tijdelijk ontslag van een statenlid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte op grond van artikel X 12 van de Kieswet.
### Artikel 2.1.10
@ -148,7 +152,7 @@ b. reis- en verblijfkosten voor reizen zowel binnen de provincie als daarbuiten,
### Artikel 2.1.11
In het geval een statenlid een uitkering in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid ontvangt, kan de vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, op verzoek van het desbetreffende statenlid worden verlaagd.
In het geval een statenlid een uitkering in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid ontvangt, kan de vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, de toelage voor het lid van de vertrouwenscommissie, bedoeld in artikel 2.1.2, eerste lid, de toelage voor het lid van de onderzoekscommissie, bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, de toelage voor het lid van een bijzondere commissie, bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, de toelage voor de vaste voorzitter van een commissie, bedoeld in artikel 2.1.4a, eerste lid, of de toelage voor de fractievoorzitter, bedoeld in artikel 2.1.5, eerste lid, op verzoek van het desbetreffende statenlid worden verlaagd.
#### Paragraaf 3. Waarneming door statenlid
@ -227,7 +231,7 @@ c. een verklaring dat een opgave van neveninkomsten achterwege zal blijven.
**6.** Indien de commissaris of de gedeputeerde geen informatie kan verstrekken, meldt hij dit binnen zes maanden onder opgaaf van redenen aan Onze Minister, dan wel aan een door hem aangewezen instantie. De commissaris of de gedeputeerde meldt tevens een redelijke termijn waarop hij deze informatie alsnog zal verstrekken.
**7.** In het geval genoemd in het tweede lid, onderdeel c, alsmede indien de commissaris of de gedeputeerde binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar geen opgave als bedoeld in het tweede lid heeft ingezonden, of niet heeft voldaan aan het zesde lid, stellen gedeputeerde staten de bezoldiging over het afgelopen jaar vast op 65% van de bezoldiging op jaarbasis, tenzij zij uit anderen hoofde kunnen vaststellen tot welk bedrag er verrekend moet worden.
**7.** In het geval genoemd in het tweede lid, onderdeel c, alsmede indien de commissaris of de gedeputeerde binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar geen opgave als bedoeld in het tweede lid heeft ingezonden of niet heeft voldaan aan het zesde lid, en gedeputeerde staten niet uit anderen hoofde kunnen vaststellen tot welk bedrag er verrekend moet worden, stellen gedeputeerde staten de bezoldiging over het afgelopen jaar vast op 65% van de bezoldiging op jaarbasis.
**8.** Op verzoek van de commissaris of de gedeputeerde kunnen gedeputeerde staten besluiten de verrekening of terugbetaling in termijnen te laten plaatsvinden.
@ -302,7 +306,7 @@ b. een vergoeding van de reiskosten naar de woning waar hij ten tijde van de ben
De commissaris en de gedeputeerde hebben ten laste van de provincie aanspraak op vergoeding van:
a. kosten voor woon-werkverkeer;
a. reiskosten en, als daar redelijkerwijs aanleiding voor is, verblijfkosten voor woon-werkverkeer;
b. reis- en verblijfkosten voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt.
**2.** Onze Minister stelt nadere regels over de hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraken op grond van dit artikel.
@ -414,7 +418,7 @@ b. herstel niet binnen een periode van zes maanden na de in onderdeel a bedoelde
### Artikel 2.3.1
**1.** Indien gedeputeerde staten ten behoeve van een veilige woon- en werkplek van een statenlid, een gedeputeerde of de commissaris kosten maken, die in het kader van het stelsel bewaken en beveiligen zijn aangemerkt als werkgeverskosten, komen deze ten laste van de provincie.
**1.** Indien gedeputeerde staten ten behoeve van een statenlid, een gedeputeerde of de commissaris kosten maken, die in het kader van het stelsel bewaken en beveiligen zijn aangemerkt als werkgeverskosten, komen deze ten laste van de provincie.
**2.** Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot het treffen van andere voorzieningen ten behoeve van een veilige woon- en werkplek van een statenlid, een gedeputeerde of de commissaris dan die welke op grond van het eerste lid ten laste van de provincie komen.
@ -424,10 +428,12 @@ Gedeputeerde staten stellen ten laste van de provincie aan een statenlid, een ge
### Artikel 2.3.3
**1.** De kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van de functie van statenlid, gedeputeerde of commissaris komen ten laste van de provincie.
**1.** De kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van de functie van statenlid, gedeputeerde of commissaris komen ten laste van de provincie, op voorwaarde dat gedeputeerde staten van oordeel zijn dat de prijs/kwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is en de kosten ervan niet reeds uit anderen hoofde voor vergoeding in aanmerking komen.
**2.** Provinciale staten kunnen voor de toepassing van het eerste lid nadere regels stellen voor zover het de scholing van statenleden betreft. Gedeputeerde staten kunnen voor de toepassing van het eerste lid nadere regels stellen voor zover het de scholing van de commissaris of gedeputeerden betreft.
**3.** Onder de kosten, bedoeld in het eerste lid, worden mede begrepen reiskosten voor het volgen van de scholing. De reiskosten worden berekend met overeenkomstige toepassing van de nadere regels op grond van artikel 2.1.7 onderscheidenlijk 2.2.9.
### Artikel 2.3.4
Indien een statenlid, een gedeputeerde of de commissaris als zodanig lid is van een voor ieder statenlid, iedere gedeputeerde of iedere commissaris toegankelijke, landelijk georganiseerde beroepsvereniging die blijkens haar statuten deskundigheidsbevordering of belangenbehartiging van de functie van statenlid, gedeputeerde of commissaris ten doel heeft of mede ten doel heeft, wordt de contributie van die beroepsvereniging ten laste van de provincie vergoed, tenzij gedeputeerde staten van oordeel zijn dat de activiteiten van de vereniging onvoldoende invulling geven aan het in de eerste volzin bedoelde doel.
@ -508,7 +514,7 @@ b. een commissielid ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in
Een commissielid heeft ten laste van de provincie aanspraak op vergoeding van:
a. reiskosten voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie, en
a. reiskosten en, als daar redelijkerwijs aanleiding voor is, verblijfkosten voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie, en
b. reis- en verblijfkosten voor reizen zowel binnen de provincie als daarbuiten gemaakt voor de uitoefening van de functie.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraken op grond van dit artikel.
@ -610,7 +616,7 @@ Een raadslid ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn l
### Artikel 3.1.2
**1.** Aan een raadslid dat lid is van de vertrouwenscommissie, bedoeld in artikel 61, derde lid, of artikel 61a, vierde lid, van de Gemeentewet, dan wel de rekenkamerfunctie uitoefent, bedoeld in artikel 81oa van de Gemeentewet, wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie of de duur van de uitoefening van de rekenkamerfunctie per jaar ten laste van de gemeente een toelage verleend van € 153,33 per maand.
**1.** Aan een raadslid dat lid is van de vertrouwenscommissie, bedoeld in artikel 61, derde lid, of artikel 61a, vierde lid, van de Gemeentewet, wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie per jaar ten laste van de gemeente een toelage verleend van € 153,33 per maand.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid stelt de burgemeester de duur van de activiteiten vast.
@ -632,7 +638,9 @@ Een raadslid ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn l
### Artikel 3.1.4a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Indien de gemeenteraad van oordeel is dat de belasting en het tijdsbeslag van het vaste voorzitterschap van een commissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet niet redelijkerwijs tot het reguliere werk van een raadslid geacht kunnen worden te behoren, kan de gemeenteraad bij verordening besluiten aan die voorzitter ten laste van de gemeente een toelage toe te kennen van maximaal het bedrag, genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, per maand voor de duur van de activiteiten van de commissie.
**2.** Voor toepassing van het eerste lid stelt de burgemeester de duur van de activiteiten vast.
### Artikel 3.1.5
@ -665,7 +673,7 @@ b. de duur van het fractievoorzitterschap.
Een raadslid heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding van:
a. reiskosten voor het bijwonen van vergaderingen van de gemeenteraad en commissies, en
a. reiskosten en, als daar redelijkerwijs aanleiding voor is, verblijfkosten voor het bijwonen van vergaderingen van de gemeenteraad en commissies, en
b. reis- en verblijfkosten voor reizen binnen en buiten de gemeente gemaakt voor de uitoefening van de functie.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraken op grond van dit artikel.
@ -686,11 +694,13 @@ c. de kosten ervan reeds uit anderen hoofde voor vergoeding in aanmerking komen.
### Artikel 3.1.9
**1.** De gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat de raadsleden eenmaal per jaar een bedrag ontvangen ter hoogte van het bedrag van de vergoeding van hun werkzaamheden voor één maand, waarmee zij voorzieningen kunnen treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.
**1.** Het raadslid dat nog niet de pensioengerechtigde leeftijd als bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt, ontvangt per jaar ten laste van de gemeente een bedrag ter hoogte van het bedrag van de vergoeding van de werkzaamheden voor één maand, waarmee hij voorzieningen kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.
**2.** Voor zover het lidmaatschap van de gemeenteraad in de loop van een jaar begint of eindigt, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de duur van het raadslidmaatschap toegekend.
**3.** Dit artikel is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van het tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte op grond van artikel X 12 van de Kieswet.
**3.** Voor zover het raadslid in de loop van het jaar de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de duur van de periode tot de datum waarop hij die leeftijd heeft bereikt, uitbetaald.
**4.** Dit artikel is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van het tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte op grond van artikel X 12 van de Kieswet.
### Artikel 3.1.10
@ -702,7 +712,7 @@ c. de kosten ervan reeds uit anderen hoofde voor vergoeding in aanmerking komen.
### Artikel 3.1.11
In het geval een raadslid een uitkering in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid ontvangt, kan de vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, op verzoek van het desbetreffende raadslid worden verlaagd.
In het geval een raadslid een uitkering in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid ontvangt, kan de vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, de toelage voor het lid van de vertrouwenscommissie, bedoeld in artikel 3.1.2, eerste lid, de toelage voor het lid van de onderzoekscommissie, bedoeld in artikel 3.1.3, eerste lid, de toelage voor het lid van een bijzondere commissie, bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, de toelage voor de vaste voorzitter van een commissie, bedoeld in artikel 3.1.4a, eerste lid, of de toelage voor de fractievoorzitter, bedoeld in artikel 3.1.5, eerste lid, op verzoek van het desbetreffende raadslid worden verlaagd.
#### Paragraaf 3. Waarneming door raadslid
@ -819,7 +829,7 @@ c. een verklaring dat een opgave van neveninkomsten achterwege zal blijven.
**6.** Indien de burgemeester of de wethouder geen informatie kan verstrekken, meldt hij dit binnen zes maanden onder opgaaf van redenen aan Onze Minister, dan wel aan een door hem aangewezen instantie. De burgemeester of de wethouder meldt tevens een redelijke termijn waarop hij deze informatie alsnog zal verstrekken.
**7.** In het geval genoemd in het tweede lid, onderdeel c, alsmede indien de burgemeester of de wethouder binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar geen opgave als bedoeld in het eerste lid heeft ingezonden, of niet heeft voldaan aan het zesde lid, stelt het college van burgemeester en wethouders de bezoldiging over het afgelopen jaar vast op 65% van de bezoldiging op jaarbasis, tenzij het uit anderen hoofde kan vaststellen tot welk bedrag er verrekend moet worden.
**7.** In het geval genoemd in het tweede lid, onderdeel c, alsmede indien de burgemeester of de wethouder binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar geen opgave als bedoeld in het tweede lid heeft ingezonden of niet heeft voldaan aan het zesde lid, en het college van burgemeester en wethouders niet uit anderen hoofde kan vaststellen tot welk bedrag er verrekend moet worden, stelt het college de bezoldiging over het afgelopen jaar vast op 65% van de bezoldiging op jaarbasis.
**8.** Op verzoek van de burgemeester of de wethouder kan het college van burgemeester en wethouders besluiten de verrekening of terugbetaling in termijnen te laten plaatsvinden.
@ -888,7 +898,7 @@ b. een vergoeding van de reiskosten naar de woning waar hij ten tijde van de ben
De burgemeester en de wethouder hebben ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding van:
a. kosten voor woon-werkverkeer;
a. reiskosten en, als daar redelijkerwijs aanleiding voor is, verblijfkosten voor woon-werkverkeer;
b. reis- en verblijfkosten voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt.
**2.** Onze Minister stelt nadere regels over de hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraken op grond van dit artikel.
@ -1021,7 +1031,7 @@ b. herstel niet binnen een periode van zes maanden na de in onderdeel a bedoelde
### Artikel 3.3.1
**1.** Indien het college van burgemeester en wethouders ten behoeve van een veilige woon- en werkplek van een raadslid, een wethouder of de burgemeester kosten maakt, die in het kader van het stelsel bewaken en beveiligen zijn aangemerkt als werkgeverskosten, komen deze ten laste van de gemeente.
**1.** Indien het college van burgemeester en wethouders ten behoeve van een raadslid, een wethouder of de burgemeester kosten maakt, die in het kader van het stelsel bewaken en beveiligen zijn aangemerkt als werkgeverskosten, komen deze ten laste van de gemeente.
**2.** Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot het treffen van andere voorzieningen ten behoeve van een veilige woon- en werkplek van een raadslid, een wethouder of de burgemeester dan die welke op grond van het eerste lid ten laste van de gemeente komen.
@ -1031,10 +1041,12 @@ Het college van burgemeester en wethouders stelt ten laste van de gemeente aan e
### Artikel 3.3.3
**1.** De kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van de functie van raadslid, wethouder of burgemeester komen ten laste van de gemeente.
**1.** De kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van de functie van raadslid, wethouder of burgemeester komen ten laste van de gemeente, op voorwaarde dat het college van burgemeester en wethouders van oordeel is dat de prijs/kwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is en de kosten ervan niet reeds uit anderen hoofde voor vergoeding in aanmerking komen.
**2.** De gemeenteraad kan voor de toepassing van het eerste lid bedoelde scholing nadere regels stellen voor zover het de scholing van raadsleden betreft. Het college van burgemeester en wethouders kan voor de toepassing van het eerste lid nadere regels stellen voor zover het de scholing van de burgemeester of wethouders betreft.
**3.** Onder de kosten, bedoeld in het eerste lid, worden mede begrepen reiskosten voor het volgen van de scholing. De reiskosten worden berekend met overeenkomstige toepassing van de nadere regels op grond van artikel 3.1.7 onderscheidenlijk 3.2.9.
### Artikel 3.3.4
Indien een raadslid, een wethouder of de burgemeester als zodanig lid is van een voor ieder raadslid, iedere wethouder of iedere burgemeester toegankelijke, landelijk georganiseerde beroepsvereniging die blijkens haar statuten deskundigheidsbevordering of belangenbehartiging van de functie van raadslid, wethouder of burgemeester ten doel heeft of mede ten doel heeft, wordt de contributie van die beroepsvereniging ten laste van de gemeente vergoed, tenzij het college van burgemeester en wethouders van oordeel is dat de activiteiten van de vereniging onvoldoende invulling geven aan het in de eerste volzin bedoelde doel.
@ -1128,7 +1140,7 @@ b. een commissielid ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in
Een commissielid heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding van:
a. reiskosten voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie, en
a. reiskosten en, als daar redelijkerwijs aanleiding voor is, verblijfkosten voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie, en
b. reis- en verblijfkosten voor reizen zowel binnen de gemeente als daarbuiten gemaakt voor de uitoefening van de functie.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraken op grond van dit artikel.
@ -1151,12 +1163,11 @@ c. *voorzitter:* voorzitter van het algemeen en het dagelijks bestuur van het wa
d. *lid van het algemeen bestuur:* lid van het algemeen bestuur dat niet tevens lid is van het dagelijks bestuur van hetzelfde waterschap;
e. *lid van het dagelijks bestuur:* lid van het dagelijks bestuur, dat niet tevens voorzitter is van hetzelfde waterschap;
f. *vertrouwenscommissie:* commissie die door het algemeen bestuur bij verordening is ingesteld en belast is met het beoordelen van de kandidaten voor de functie van voorzitter;
g. *rekenkamercommissie:* commissie die door het algemeen bestuur bij verordening is ingesteld en belast is met het onderzoek naar de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het waterschapsbestuur gevoerde bestuur, met uitzondering van de controle van de jaarrekening;
h. *onderzoekscommissie:* commissie die door het algemeen bestuur bij verordening is ingesteld en belast is met een onderzoek dat op voorstel van een of meer van de leden van het algemeen bestuur wordt ingesteld naar het door het dagelijks bestuur of de voorzitter gevoerde bestuur;
i. *commissielid:* lid van een commissie die door het algemeen bestuur bij verordening is ingesteld, dat niet tevens lid van het algemeen bestuur is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd;
j. *fractievoorzitter:* lid van het algemeen bestuur waarvan door de voorzitter is vastgesteld dat dit lid fractievoorzitter is dan wel enig lid van een fractie;
k. *deeltijdfactor:* het deel van de werkweek dat de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur in staat dient te worden gesteld aan het ambt te besteden, uitgedrukt in een percentage van een voltijdsfunctie;
l. *commissaris:* commissaris van de Koning van de provincie waarbinnen het waterschap gelegen is, dan wel, indien het een interprovinciaal waterschap betreft, de als zodanig bij reglement van het waterschap aangewezen commissaris.
g. *onderzoekscommissie:* commissie die door het algemeen bestuur bij verordening is ingesteld en belast is met een onderzoek dat op voorstel van een of meer van de leden van het algemeen bestuur wordt ingesteld naar het door het dagelijks bestuur of de voorzitter gevoerde bestuur;
h. *commissielid:* lid van een commissie die door het algemeen bestuur bij verordening is ingesteld, dat niet tevens lid van het algemeen bestuur is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd;
i. *fractievoorzitter:* lid van het algemeen bestuur waarvan door de voorzitter is vastgesteld dat dit lid fractievoorzitter is dan wel enig lid van een fractie;
j. *deeltijdfactor:* het deel van de werkweek dat de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur in staat dient te worden gesteld aan het ambt te besteden, uitgedrukt in een percentage van een voltijdsfunctie;
k. *commissaris:* commissaris van de Koning van de provincie waarbinnen het waterschap gelegen is, dan wel, indien het een interprovinciaal waterschap betreft, de als zodanig bij reglement van het waterschap aangewezen commissaris.
### Artikel 4.2
@ -1196,7 +1207,7 @@ l. *commissaris:* commissaris van de Koning van de provincie waarbinnen het wate
### Artikel 4.1.2
**1.** Aan een lid van het algemeen bestuur dat lid is van de vertrouwenscommissie of de rekenkamercommissie wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie per jaar ten laste van het waterschap een toelage verleend van € 153,33 per maand.
**1.** Aan een lid van het algemeen bestuur dat lid is van de vertrouwenscommissie wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie per jaar ten laste van het waterschap een toelage verleend van € 153,33 per maand.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid stelt de voorzitter de duur van de activiteiten vast.
@ -1247,7 +1258,7 @@ b. de duur van het fractievoorzitterschap.
Een lid van het algemeen bestuur heeft ten laste van het waterschap aanspraak op vergoeding van:
a. reiskosten voor het bijwonen van vergaderingen van het algemeen bestuur en commissies, en
a. reiskosten en, als daar redelijkerwijs aanleiding voor is, verblijfkosten voor het bijwonen van vergaderingen van het algemeen bestuur en commissies, en
b. reis- en verblijfkosten voor reizen binnen en buiten het waterschap gemaakt voor de uitoefening van de functie.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraken op grond van dit artikel.
@ -1258,11 +1269,13 @@ b. reis- en verblijfkosten voor reizen binnen en buiten het waterschap gemaakt v
### Artikel 4.1.9
**1.** Het algemeen bestuur kan bij verordening bepalen dat de leden van het algemeen bestuur eenmaal per jaar een bedrag ontvangen ter hoogte van het bedrag van de vergoeding van hun werkzaamheden, bedoeld in artikel 4.1.1, eerste lid, voor één maand, waarmee zij voorzieningen kunnen treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.
**1.** Het lid van het algemeen bestuur dat nog niet de pensioengerechtigde leeftijd als bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt, ontvangt per jaar ten laste van het waterschap een bedrag ter hoogte van het bedrag van de vergoeding van de werkzaamheden voor één maand, waarmee hij voorzieningen kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.
**2.** Voor zover het lidmaatschap van het algemeen bestuur in de loop van een jaar begint of eindigt, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de duur van het lidmaatschap van het algemeen bestuur toegekend.
**3.** Dit artikel is niet van toepassing op een lid van het algemeen bestuur dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van het tijdelijk ontslag van een lid van het algemeen bestuur wegens zwangerschap en bevalling of ziekte op grond van artikel X 12 van de Kieswet.
**3.** Voor zover het lid van het algemeen bestuur in de loop van het jaar de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de duur van de periode tot de datum waarop hij die leeftijd heeft bereikt, uitbetaald.
**4.** Dit artikel is niet van toepassing op een lid van het algemeen bestuur dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van het tijdelijk ontslag van een lid van het algemeen bestuur wegens zwangerschap en bevalling of ziekte op grond van artikel X 12 van de Kieswet.
### Artikel 4.1.10
@ -1274,7 +1287,7 @@ b. reis- en verblijfkosten voor reizen binnen en buiten het waterschap gemaakt v
### Artikel 4.1.11
In het geval een lid van het algemeen bestuur een uitkering in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid ontvangt, kan de vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 4.1.1, eerste lid, op verzoek van het desbetreffende lid worden verlaagd.
In het geval een lid van het algemeen bestuur een uitkering in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid ontvangt, kan de vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 4.1.1, eerste lid, de toelage voor het lid van de vertrouwenscommissie, bedoeld in artikel 4.1.2, eerste lid, de toelage voor het lid van de onderzoekscommissie, bedoeld in artikel 4.1.3, eerste lid, de toelage voor het lid van een bijzondere commissie, bedoeld in artikel 4.1.4, eerste lid, of de toelage voor de fractievoorzitter, bedoeld in artikel 4.1.5, eerste lid, op verzoek van het desbetreffende lid worden verlaagd.
#### Paragraaf 3. Waarneming door lid algemeen bestuur
@ -1347,7 +1360,7 @@ c. een verklaring dat een opgave van neveninkomsten achterwege zal blijven.
**6.** Indien de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur geen informatie kan verstrekken, meldt hij dit binnen zes maanden onder opgaaf van redenen aan Onze Minister, dan wel aan een door hem aangewezen instantie. De voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur meldt tevens een redelijke termijn waarop hij deze informatie alsnog zal verstrekken.
**7.** In het geval genoemd in het tweede lid, onderdeel c, alsmede indien de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar geen opgave als bedoeld in het eerste lid heeft ingezonden, of niet heeft voldaan aan het zesde lid, stelt het dagelijks bestuur de bezoldiging over het afgelopen jaar vast op 65% van de bezoldiging op jaarbasis, tenzij het uit anderen hoofde kan vaststellen tot welk bedrag er verrekend moet worden.
**7.** In het geval genoemd in het tweede lid, onderdeel c, alsmede indien de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar geen opgave als bedoeld in het tweede lid heeft ingezonden of niet heeft voldaan aan het zesde lid, en het dagelijks bestuur niet uit anderen hoofde kan vaststellen tot welk bedrag er verrekend moet worden, stelt het dagelijks bestuur de bezoldiging over het afgelopen jaar vast op 65% van de bezoldiging op jaarbasis.
**8.** Op verzoek van de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur kan het dagelijks bestuur besluiten de verrekening of terugbetaling in termijnen te laten plaatsvinden.
@ -1408,7 +1421,7 @@ b. een vergoeding van de reiskosten naar de woning waar hij ten tijde van de ben
De voorzitter en het lid van het dagelijks bestuur hebben ten laste van het waterschap aanspraak op vergoeding van:
a. kosten voor woon-werkverkeer;
a. reiskosten en, als daar redelijkerwijs aanleiding voor is, verblijfkosten voor woon-werkverkeer;
b. reis- en verblijfkosten voor reizen binnen en buiten het waterschap, gemaakt voor de uitoefening van het ambt.
**2.** Onze Minister stelt nadere regels over de hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraken op grond van dit artikel.
@ -1522,7 +1535,7 @@ b. herstel niet binnen een periode van zes maanden na de in onderdeel a bedoelde
### Artikel 4.3.1
**1.** Indien het dagelijks bestuur ten behoeve van een veilige woon- en werkplek van een lid van het algemeen bestuur, een lid van het dagelijks bestuur of de voorzitter kosten maakt, die in het kader van het stelsel bewaken en beveiligen zijn aangemerkt als werkgeverskosten, komen deze ten laste van het waterschap.
**1.** Indien het dagelijks bestuur ten behoeve van een lid van het algemeen bestuur, een lid van het dagelijks bestuur of de voorzitter kosten maakt, die in het kader van het stelsel bewaken en beveiligen zijn aangemerkt als werkgeverskosten, komen deze ten laste van het waterschap.
**2.** Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot het treffen van andere voorzieningen ten behoeve van een veilige woon- en werkplek van een lid van het algemeen bestuur, een lid van het dagelijks bestuur of de voorzitter dan die welke op grond van het eerste lid ten laste van het waterschap komen.
@ -1532,10 +1545,12 @@ Het dagelijks bestuur stelt ten laste van het waterschap aan een lid van het alg
### Artikel 4.3.3
**1.** De kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van de functie van lid van het algemeen bestuur, lid van het dagelijks bestuur en de voorzitter komen ten laste van het waterschap.
**1.** De kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van de functie van lid van het algemeen bestuur, lid van het dagelijks bestuur en de voorzitter komen ten laste van het waterschap op voorwaarde dat het dagelijks bestuur van oordeel is dat de prijs/kwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is en de kosten ervan niet reeds uit anderen hoofde voor vergoeding in aanmerking komen.
**2.** Het algemeen bestuur kan voor de toepassing van het eerste lid nadere regels stellen voor zover het de scholing van leden van het algemeen bestuur betreft. Het dagelijks bestuur kan voor de toepassing van het eerste lid nadere regels stellen voor zover het de scholing van de voorzitter of leden van het dagelijks bestuur betreft.
**3.** Onder de kosten, bedoeld in het eerste lid, worden mede begrepen reiskosten voor het volgen van de scholing. De reiskosten worden berekend met overeenkomstige toepassing van de nadere regels op grond van artikel 4.1.7 onderscheidenlijk 4.2.9.
### Artikel 4.3.4
Indien een lid van het algemeen bestuur, een lid van het dagelijks bestuur of de voorzitter als zodanig lid is van een voor ieder lid van een algemeen bestuur, ieder lid van het dagelijks bestuur of iedere voorzitter toegankelijke, landelijk georganiseerde beroepsvereniging die blijkens haar statuten deskundigheidsbevordering of belangenbehartiging van de functie van lid van het algemeen bestuur, lid van het dagelijks bestuur onderscheidenlijk voorzitter ten doel heeft of mede ten doel heeft, wordt de contributie van die beroepsvereniging ten laste van het waterschap vergoed, tenzij het dagelijks bestuur van oordeel is dat de activiteiten van de vereniging onvoldoende invulling geven aan het in de eerste volzin bedoelde doel.
@ -1614,7 +1629,7 @@ b. een commissielid ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in
Een commissielid heeft ten laste van het waterschap aanspraak op vergoeding van:
a. reiskosten voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie, en
a. reiskosten en, als daar redelijkerwijs aanleiding voor is, verblijfkosten voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie, en
b. reis- en verblijfkosten voor reizen binnen en buiten het waterschap gemaakt voor de uitoefening van de functie.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraken op grond van dit artikel.