2008-08-01 | BWBR0003549 | Wet op de expertisecentra

This commit is contained in:
Coornhert 2008-08-01 12:00:00 +00:00
parent 443fb24e8f
commit 0cf7fd29d8

View file

@ -624,7 +624,7 @@ f. het coördineren van de inzet van de bekostiging ten behoeve van de begeleidi
**7.** Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven met betrekking tot de samenstelling van de commissie voor de indicatiestelling.
**8.** De regionale expertisecentra die behoren tot hetzelfde cluster als bedoeld in artikel 2, vierde lid, stellen gezamenlijk een adviescommissie overeenkomstig artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht in, die adviseert met betrekking tot een bij de commissie voor de indicatiestelling ingediend bezwaarschrift betreffende een beslissing op grond van artikel 28c, eerste en tweede lid, en betreffende een beslissing van die commissie die samenhangt met de toepassing van het derde lid van genoemd artikel.
**8.** De regionale expertisecentra die behoren tot hetzelfde cluster als bedoeld in artikel 2, vierde lid, stellen gezamenlijk een adviescommissie overeenkomstig artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht in, die adviseert met betrekking tot een bij de commissie voor de indicatiestelling ingediend bezwaarschrift betreffende een beslissing op grond van artikel 28c, eerste en tweede lid, betreffende een beslissing van die commissie die samenhangt met de toepassing van het derde lid van genoemd artikel, betreffende een beslissing van die commissie op grond van artikel 70b, eerste en tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs en betreffende een beslissing van die commissie op grond van artikel 77b, eerste en tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs.
**9.** Het regionaal expertisecentrum kan een of meer scholen in stand houden indien het bevoegd gezag dan wel de bevoegde gezagsorganen de instandhouding van die school of die scholen overdraagt dan wel overdragen aan het regionaal expertisecentrum. Indien als gevolg van toepassing van de eerste volzin het regionaal expertisecentrum alle scholen in stand houdt van alle soorten die tot hetzelfde cluster of dezelfde clusters, bedoeld in artikel 2, vierde lid, behoren, behoudens voor zover toepassing is gegeven aan de derde volzin van het eerste lid, en die zijn gelegen in het gebied, bedoeld in het tweede lid, waarin het regionaal expertisecentrum werkzaam is, is op het regionaal expertisecentrum tevens bevoegd gezag de eerste volzin van het eerste lid niet van toepassing zolang het regionaal expertisecentrum tevens bevoegd gezag zijn taken als regionaal expertisecentrum blijft vervullen.
@ -636,14 +636,14 @@ f. het coördineren van de inzet van de bekostiging ten behoeve van de begeleidi
De commissie voor de indicatiestelling beoordeelt op verzoek van de ouders van een leerling, die zijn woonplaats heeft in het gebied van het regionaal expertisecentrum, of een leerling op basis van de in het achtste lid bedoelde criteria:
a. in aanmerking komt voor een leerlinggebonden budget indien de leerling wordt ingeschreven bij een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs of de Wet op het voortgezet onderwijs alsmede
a. in aanmerking komt voor een leerlinggebonden budget indien de leerling wordt dan wel is ingeschreven bij een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs of de Wet op het voortgezet onderwijs alsmede
b. toelaatbaar is tot een van de onderwijssoorten in een cluster als bedoeld in artikel 2, vierde lid onder b of c, waarvoor de commissie voor de indicatiestelling werkzaam is en zo ja, tot welke onderwijssoort, dan wel toelaatbaar is tot het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid onder d, waarvoor de commissie voor de indicatiestelling werkzaam is.
**2.** Het oordeel van de commissie voor de indicatiestelling, bedoeld in het eerste lid onder a en b, heeft betrekking op een bij algemene maatregel van bestuur per onderwijssoort bepaald aantal schooljaren. Indien het oordeel in de loop van een schooljaar wordt gegeven, wordt de periode tot de eerste dag van het eerstvolgende schooljaar toegevoegd aan de in de eerste volzin bedoelde periode. Voor het verstrijken van de periode, bedoeld in de eerste volzin, in voorkomende gevallen verlengd overeenkomstig de tweede volzin, beoordeelt de commissie voor de indicatiestelling op verzoek van de ouders of de leerling nog voldoet aan de criteria, bedoeld in het achtste lid.
**2.** Het oordeel van de commissie voor de indicatiestelling, bedoeld in het eerste lid onder a en b, heeft betrekking op een bij algemene maatregel van bestuur per onderwijssoort bepaald aantal schooljaren, waarbij kan worden bepaald dat van dat aantal wordt afgeweken op grond van leerlingkenmerken. Indien het oordeel in de loop van een schooljaar wordt gegeven, wordt de periode tot de eerste dag van het eerstvolgende schooljaar toegevoegd aan de in de eerste volzin bedoelde periode. Voor het verstrijken van de periode, bedoeld in de eerste volzin, in voorkomende gevallen verlengd overeenkomstig de tweede volzin, beoordeelt de commissie voor de indicatiestelling op verzoek van de ouders of de leerling nog voldoet aan de criteria, bedoeld in het achtste lid.
**3.** Indien de commissie voor de indicatiestelling op basis van de beschikbare informatie nog niet tot een oordeel over de toelaatbaarheid kan komen, kan de commissie het bevoegd gezag van een school verzoeken te adviseren over de toelaatbaarheid van een leerling tot een van de onderwijssoorten in een cluster als bedoeld in artikel 2, vierde lid onder b of c, dan wel tot het cluster als bedoeld in artikel 2, vierde lid onder d, waarvoor de commissie voor de indicatiestelling werkzaam is. Teneinde dit advies mogelijk te maken wordt de leerling gedurende een periode van korter dan een schooljaar toegelaten tot een school waarvan het bevoegd gezag zich tot advisering bereid heeft verklaard in voorkomend geval onder handhaving van zijn inschrijving bij de school, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs dan wel de Wet op het voortgezet onderwijs. Voor de afloop van de in de vorige volzin bedoelde periode zendt het bevoegd gezag het advies, vergezeld van een verslag van de bevindingen aan de commissie voor de indicatiestelling. Indien de commissie voor de indicatiestelling niet binnen de in de tweede volzin genoemde periode, een beslissing heeft genomen, wordt de termijn, genoemd in de tweede volzin met 6 weken verlengd.
**4.** Het verzoek, bedoeld in het eerste en het tweede lid, wordt bij de commissie voor de indicatiestelling ingediend onder overlegging van een volledig ingevuld aanmeldingsformulier waarvan het model bij ministeriële regeling wordt vastgesteld. Bij die ministeriële regeling wordt tevens bepaald welke gegevens en verklaringen bij het aanmeldingsformulier dienen te worden gevoegd en de wijze waarop zij dienen te worden aangeleverd. In voorkomend geval informeert de commissie voor de indicatiestelling de ouders welke gegevens en verklaringen ontbreken en op welke wijze zij zijn te verkrijgen.
**4.** Het verzoek, bedoeld in het eerste en het tweede lid, wordt bij de commissie voor de indicatiestelling ingediend onder overlegging van een volledig ingevuld aanmeldingsformulier dat door die commissie wordt verstrekt. Het aanmeldingsformulier bevat in elk geval de adresgegevens van de leerling en zijn ouders, de naam en de geboortedatum van de leerling, de onderwijssoort waarvoor indicatie wordt gevraagd, en indien eerder een indicatie is verkregen, de onderwijssoort dan wel het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid, onder d, waartoe de leerling toelaatbaar was verklaard. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke gegevens en verklaringen bij het aanmeldingsformulier dienen te worden gevoegd en de wijze waarop zij dienen te worden aangeleverd. In voorkomend geval informeert de commissie voor de indicatiestelling de ouders welke gegevens en verklaringen ontbreken en op welke wijze zij zijn te verkrijgen.
**5.** De commissie voor de indicatiestelling zendt een afschrift van het aanmeldingsformulier en een weergave van de gegevens en verklaringen, bedoeld in het vierde lid, tezamen met een afschrift van het oordeel aan de inspectie.
@ -663,7 +663,7 @@ b. toelaatbaar is tot een van de onderwijssoorten in een cluster als bedoeld in
### Artikel 28d
**1.** Indien een commissie voor de indicatiestelling op grond van artikel 28c, elfde lid, de bevoegdheid, bedoeld in dat lid, is ontnomen, wordt het verzoek, bedoeld in artikel 28c, eerste en tweede lid, ingediend bij en beoordeeld door een door Onze minister ingestelde commissie voor de indicatiestelling.
**1.** Indien een commissie voor de indicatiestelling op grond van artikel 28c, elfde lid, de bevoegdheid, bedoeld in dat lid, is ontnomen, wordt het verzoek, bedoeld in artikel 28c, eerste en tweede lid, artikel 70b van de Wet op het primair onderwijs en artikel 77b van de Wet op het voortgezet onderwijs ingediend bij en beoordeeld door een door Onze minister ingestelde commissie voor de indicatiestelling.
**2.** Onder een leerling die in aanmerking komt voor een leerlinggebonden budget en die toelaatbaar is verklaard tot een van de onderwijssoorten in een cluster als bedoeld in artikel 2, vierde lid onder b of c, dan wel tot het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid onder d, wordt tevens verstaan de leerling ten aanzien van wie die beoordeling door de ministeriële commissie is gegeven.
@ -1367,7 +1367,7 @@ Onze minister kan onder nader te stellen voorwaarden aanvullende middelen ter be
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven met betrekking tot de bekostiging van een regionaal expertisecentrum, welke regels per cluster als bedoeld in artikel 2, vierde lid, verschillend kunnen zijn.
**2.** Grondslag voor de bekostiging van een regionaal expertisecentrum is naast een vaste voet, het aantal scholen dat deelneemt aan dat regionaal expertisecentrum en het aantal leerlingen aan wie in de periode van 12 maanden direct voorafgaand aan 1 oktober van het voorafgaande schooljaar op grond van artikel 28c, eerste lid, een bevestigende beoordeling is gegeven, verhoogd met een bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld percentage, dat afhankelijk is van het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid, waartoe het regionaal expertisecentrum behoort.
**2.** Grondslag voor de bekostiging van een regionaal expertisecentrum is naast een vaste voet, het aantal scholen dat deelneemt aan dat regionaal expertisecentrum en het aantal leerlingen ten behoeve van wie in de periode van 12 maanden direct voorafgaand aan 1 oktober van het voorafgaande schooljaar op grond van artikel 28c, eerste lid, dan wel op grond van artikel 70b, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs dan wel op grond van artikel 77b, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs een bevestigende beoordeling is gegeven, verhoogd met een bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld percentage, dat afhankelijk is van het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid, waartoe het regionaal expertisecentrum behoort.
**3.** Op de bekostiging van het regionaal expertisecentrum worden de uitgaven in mindering gebracht die Onze minister doet voor een ten behoeve van dat regionaal expertisecentrum ingestelde ministeriële commissie voor de indicatiestelling als bedoeld in artikel 28d.
@ -1383,11 +1383,11 @@ Onze minister kan onder nader te stellen voorwaarden aanvullende middelen ter be
### Artikel 71c
**1.** Het bevoegd gezag van een school, niet zijnde een instelling, die jaarlijks leerlingen ontvangt uit een residentiële instelling en die in aanmerking wenst te komen voor de bekostiging op grond van artikel 112 en voor de bekostiging, bedoeld in artikel 117, achtste lid, dient een verzoek daartoe in bij Onze minister. Onder een residentiële instelling wordt verstaan een instelling voor gehandicaptenzorg, jeugdhulpverlening of jeugdgezondheidszorg dan wel een justitiële jeugdinrichting, waarbij behandeling of opvang en onderwijs vanuit één plan noodzakelijk is vanwege de aard of de duur van de behandeling of opvang.
**1.** Het bevoegd gezag dat op zijn school niet zijnde een instelling, onderwijs verzorgt aan leerlingen van een residentiële instelling wordt in aanmerking gebracht voor bekostiging op grond van artikel 112 en artikel 117, zevende lid, indien het bevoegd gezag met die residentiële instelling een samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten.
**2.** Een verzoek als bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van een opgave van het aantal plaatsen ten behoeve waarvan vergoeding en formatie wordt gewenst, het aantal leerlingen uit de residentiële instelling dat in de voorafgaande periode van 5 schooljaren per schooljaar op de school is ingeschreven, de duur van de inschrijving, het totale aantal plaatsen waarover de residentiële instelling beschikt, de naam en het adres van de residentiële instelling, de aard van de opvang die door de residentiële instelling wordt geboden en een afschrift van de samenwerkingsafspraken die tussen de school en de residentiële instelling zijn gemaakt.
**2.** Onder een residentiële instelling als bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan een instelling voor gehandicaptenzorg, jeugdhulpverlening of jeugdgezondheidszorg dan wel een justitiële jeugdinrichting, waarbij behandeling of opvang en onderwijs vanuit één plan noodzakelijk is vanwege de aard of de duur van de behandeling of opvang.
**3.** Indien het verzoek, bedoeld in het eerste lid, is gedaan voor 1 februari, beslist Onze minister voor 1 augustus daaropvolgend welk aantal plaatsen in aanmerking wordt genomen voor de toekenning van de bekostiging, bedoeld in artikel 117, achtste lid. Een plaats als bedoeld in de eerste volzin wordt voor de vergoeding, bedoeld in artikel 112, gelijkgesteld aan een leerling. Bij de toekenning, bedoeld in de eerste en de tweede volzin, bepaalt Onze minister tevens het aantal schooljaren waarvoor de toekenning geldt.
**3.** Het bevoegd gezag doet Onze minister binnen een maand na de totstandkoming van de overeenkomst dan wel beëindiging ervan een afschrift toekomen van de overeenkomst dan wel deelt de datum waarop de overeenkomst is beëindigd mee.
### Artikel 72
@ -2258,7 +2258,7 @@ d. 8 jaar en ouder.
**6.** Bij algemene maatregel van bestuur worden de grondslagen van de bekostiging, bedoeld in het vijfde lid, voor de onderwijssoorten in de clusters, bedoeld in artikel 2, vierde lid, onderdelen b en c, per onderwijssoort en voor de onderwijssoorten in het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid, onderdeel d, per cluster vastgesteld.
**7.** Voor scholen, niet zijnde instellingen, waaraan onderwijs wordt gegeven aan leerlingen die zijn opgenomen in residentiële instellingen wordt tevens een bekostiging vastgesteld die is gebaseerd op het aantal leerlingen uit de residentiële instelling, bedoeld in artikel 71c, tweede lid.
**7.** Voor scholen, niet zijnde instellingen, waaraan onderwijs wordt gegeven aan leerlingen die zijn opgenomen in residentiële instellingen wordt tevens een bekostiging vastgesteld die is gebaseerd op het aantal leerlingen aan wie onderwijs wordt verzorgd op basis van een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 71c, eerste lid.
**8.** Bij algemene maatregel van bestuur worden de grondslagen voor de berekening van de bekostiging ten behoeve van de werkzaamheden en de onderwijssoorten, bedoeld in artikel 8a, derde lid, onderdeel a, vastgesteld.
@ -2293,6 +2293,8 @@ b. de uitkomst van een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen hoevee
**4.** Voor de toepassing van artikel 117 geldt in geval van samenvoeging van scholen, het aantal leerlingen van alle bij de samenvoeging betrokken scholen vastgesteld volgens het eerste lid, en de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van alle bij de samenvoeging betrokken scholen op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar.
**5.** Voor de bekostiging die scholen ontvangen op grond van artikel 71c zijn het eerste lid, het tweede lid en het derde lid van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 119
Vervallen
@ -2800,7 +2802,7 @@ De voorschriften, bedoeld in artikel 157, derde lid, artikel 158, tweede lid, en
**1.** De accountant die door Onze minister is belast met het onderzoek van de controlerapporten, bedoeld in artikel 157, vierde lid, en met het onderzoek van de juistheid van de bekostigingsgegevens, bedoeld in artikel 158, heeft met het oog op het verrichten van dat onderzoek toegang tot de plaats waar de desbetreffende boeken en bescheiden worden bewaard. Aan de accountant wordt desgevraagd inzage in de boeken en bescheiden gegeven en worden alle inlichtingen verstrekt die deze voor de uitvoering van zijn taak nodig oordeelt.
**2.** Onze minister kan naast het accountantsonderzoek, bedoeld in het eerste lid, een onderzoek instellen of doen instellen naar de rechtmatigheid van het beheer op grond van de beschikbare controlerapporten, bedoeld in artikel 157, vierde lid, en de bekostigingsgegevens, bedoeld in artikel 158. Het bevoegd gezag onderscheidenlijk het regionaal expertisecentrum verstrekt aan degene die door Onze minister met het onderzoek is belast, alle inlichtingen die deze voor de uitvoering van zijn taak nodig oordeelt en geeft desgevraagd inzage in de boeken en bescheiden.
**2.** Onze minister kan naast het accountantsonderzoek, bedoeld in het eerste lid, een onderzoek instellen of doen instellen naar de rechtmatigheid van het beheer op grond van de beschikbare controlerapporten, bedoeld in artikel 157, vierde lid, en de bekostigingsgegevens, bedoeld in artikel 158, naar eventuele wijziging van de criteria, bedoeld in artikel 28c, achtste lid, en naar eventuele wijziging van de procedure, bedoeld in artikel 28c van deze wet, artikel 70b van de Wet op het primair onderwijs en artikel 77b van de Wet op het voortgezet onderwijs. Het bevoegd gezag onderscheidenlijk het regionaal expertisecentrum onderscheidenlijk de commissie voor de indicatiestelling verstrekt aan degene die door Onze minister met het onderzoek is belast, alle inlichtingen die deze voor de uitvoering van zijn taak nodig oordeelt en geeft desgevraagd inzage in de boeken en bescheiden.
### Artikel 162
@ -2843,7 +2845,7 @@ c. organiseren en coördineren zij de in het eerste lid bedoelde melding, regist
**8.** Indien burgemeester en wethouders van de contactgemeente het bepaalde bij of krachtens het eerste tot en met zevende lid niet nakomen, kan Onze minister de uitkering geheel of gedeeltelijk inhouden of opschorten. Onze minister gaat niet over tot gehele of gedeeltelijke inhouding dan na overleg met burgemeester en wethouders van de contactgemeente. Onze minister kan de uitkering wederom toekennen indien de reden voor inhouding of opschorting is vervallen.
**9.** Onze minister kan de in het vijfde lid bedoelde uitkering geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit de rekening van de gemeente, bedoeld in artikel 197 van de Gemeentewet, het gemeentelijk verslag omtrent het financieel beheer, bedoeld in artikel 197 van de Gemeentewet, het verslag van de accountant, bedoeld in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet, dan wel uit een afzonderlijke verantwoording, voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, niet blijkt dat de uitkering is besteed in overeenstemming met de bepalingen van dit artikel.
**9.** Onze minister kan de in het vijfde lid bedoelde uitkering geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit de informatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, niet blijkt dat de uitkering is besteed in overeenstemming met dit artikel.
### Artikel 162c