diff --git a/amvb/uitvoeringsbesluit-web/BWBR0010646/README.md b/amvb/uitvoeringsbesluit-web/BWBR0010646/README.md index 24005ee2763..a03348ef69f 100644 --- a/amvb/uitvoeringsbesluit-web/BWBR0010646/README.md +++ b/amvb/uitvoeringsbesluit-web/BWBR0010646/README.md @@ -34,11 +34,9 @@ Vervallen **1.** De paragrafen 1, 2, 4, 5, 6 en 6a zijn van toepassing op instellingen als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, onder 1° tot en met 3°, van de wet. -**2.** Paragraaf 1, paragraaf 2 en paragraaf 4 zijn van overeenkomstige toepassing en de paragrafen 5, 6 en 6a zijn van toepassing ten aanzien van het beroepsonderwijs binnen agrarische opleidingscentra waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld door Onze Minister van Economische Zaken. +**2.** Paragraaf 3 onderscheidenlijk de paragrafen 4 en 5 heeft betrekking onderscheidenlijk hebben mede betrekking op het voorbereidend beroepsonderwijs dat wordt verzorgd aan agrarische opleidingscentra. -**3.** Paragraaf 3 onderscheidenlijk de paragrafen 4 en 5 heeft betrekking onderscheidenlijk hebben mede betrekking op het voorbereidend beroepsonderwijs dat wordt verzorgd aan agrarische opleidingscentra. - -**4.** De paragrafen 5, 6 en 6a hebben mede betrekking op de in artikel 12.3.8 van de wet genoemde instituten, alsmede op de in artikel 12.3.9 van de wet genoemde hogescholen. +**3.** De paragrafen 5, 6 en 6a hebben mede betrekking op de in artikel 12.3.8 van de wet genoemde instituten, alsmede op de in artikel 12.3.9 van de wet genoemde hogescholen. ### Artikel 2.1.2 @@ -108,7 +106,7 @@ waarbij wordt verstaan onder: IDW wordt berekend volgens de formule: -∑ [(Dbbl x 0,5 x PF x Vf) + (Dbol x PF x Vf)] x Cf +∑ [(Dbbl x 0,5 x PF) + (Dbol x PF)] x Cf waarbij wordt verstaan onder: @@ -119,18 +117,9 @@ b. daadwerkelijk die opleiding volgt en c. uiterlijk op 31 december van datzelfde kalenderjaar een overeenkomst als bedoeld in artikel 7.2.8, tweede lid, van de wet heeft gesloten die geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op een kwalificatie of kwalificatiedossier, behorend bij die opleiding; - *Dbol:* elke deelnemer die op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar aan de desbetreffende instelling is ingeschreven voor de entreeopleiding in de beroepsopleidende leerweg en daadwerkelijk die opleiding volgt; - *PF:* de op grond van het vijfde lid voor de opleiding waarin de deelnemer is ingeschreven geldende prijsfactor; -- *Vf:* de op grond van het derde lid aan de desbetreffende deelnemer toegekende factor voor het verblijfsjaar in de entreeopleiding; - *Cf:* de op grond van het vierde lid berekende correctiefactor tweede teldatum voor de entreeopleiding. -**3.** - -Vf bedraagt: - -• 1ste verblijfsjaar = 1,2 -• 2de verblijfsjaar = 0,6 -• 3de en volgende verblijfsjaren = 0 - -Elke inschrijving van een deelnemer in de entreeopleiding op 1 oktober van een kalenderjaar telt als een verblijfsjaar van die deelnemer. Indien een deelnemer in twee aaneengesloten voorafgaande kalenderjaren niet op 1 oktober is ingeschreven, wordt het verblijfsjaar na die kalenderjaren als eerste verblijfsjaar geteld. +**3.** Vervallen. **4.** @@ -174,7 +163,7 @@ waarbij wordt verstaan onder: IDW wordt berekend volgens de formule: -∑ [(Dbbl x 0,4 x PF x Vf) + (Dbol x PF x Vf)] x 0,8 x Cf +∑ [(Dbbl x 0,4 x PF) + (Dbol x PF)] x 0,8 x Cf waarbij wordt verstaan onder: @@ -187,23 +176,10 @@ c. uiterlijk op 31 december van datzelfde kalenderjaar een overeenkomst als bedo 1° daadwerkelijk op die datum die opleiding in de praktijk van het beroep volgt, dan wel 2° indien een deelnemer een opleiding volgt waarvoor kwalificaties als bedoeld in artikel 7.2.4, eerste lid, van de wet zijn vastgesteld in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport uiterlijk op 1 juni van het kalenderjaar daarop volgend de opleiding in de praktijk van het beroep volgt; - *Dbol:* elke deelnemer die op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar aan de desbetreffende instelling is ingeschreven voor de basisberoepsopleiding, vakopleiding, middenkaderopleiding of specialistenopleiding in de beroepsopleidende leerweg en daadwerkelijk die opleiding volgt; -- *Vf:* de op grond van het derde lid aan de desbetreffende deelnemer toegekende factor voor het verblijfsjaar in de basisberoepsopleiding, vakopleiding, middenkaderopleiding of specialistenopleiding; - *PF:* de op grond van het vierde lid voor de opleiding waarin de deelnemer is ingeschreven geldende prijsfactor; - *Cf:* de op grond van het vijfde lid berekende correctiefactor tweede teldatum voor de basisberoepsopleiding, vakopleiding, middenkaderopleiding of specialistenopleiding. -**3.** - -Vf bedraagt: - -• 1ste verblijfsjaar = 1,2 -• 2de verblijfsjaar = 1 -• 3de verblijfsjaar = 1 -• 4de verblijfsjaar = 1 -• 5de verblijfsjaar = 0,5 -• 6de verblijfsjaar = 0,5 -• 7de en volgende verblijfsjaren = 0 - -Elke inschrijving van een deelnemer in de basisberoepsopleiding, vakopleiding, middenkaderopleiding of specialistenopleiding op 1 oktober van een kalenderjaar telt als een verblijfsjaar van die deelnemer. Indien een deelnemer drie aaneengesloten voorafgaande kalenderjaren niet op 1 oktober is ingeschreven, wordt het verblijfsjaar na die kalenderjaren als eerste verblijfsjaar geteld. +**3.** Vervallen. **4.** PF wordt bij ministeriële regeling vastgesteld voor elke opleiding. @@ -657,7 +633,7 @@ Vervallen ### Artikel 4b.3.3 -**1.** De gegevens, bedoeld in artikel 4b.3.1, worden uitsluitend gebruikt door de daartoe door Onze Minister aangewezen ambtenaren dan wel, voor zover het betreft het onderwijs op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel, door de daartoe door Onze Minister aangewezen ambtenaren van het Ministerie van Economische Zaken. +**1.** De gegevens, bedoeld in artikel 4b.3.1, worden uitsluitend gebruikt door de daartoe door Onze Minister aangewezen ambtenaren. **2.** @@ -838,6 +814,26 @@ Indien 12% van de rijksbijdrage voor exploitatiekosten en huisvestingskosten ber **3.** Indien toepassing van de artikelen 2.2.2, 2.2.3 en 6.1.4 met gebruikmaking van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, leidt tot een lagere rijksbijdrage of overgangsbekostiging dan vastgesteld op grond van het eerste lid, wordt die lagere rijksbijdrage of overgangsbekostiging vastgesteld. Gebruikmaking van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, leidt in geen geval tot een hogere rijksbijdrage of overgangsbekostiging dan vastgesteld op grond van het eerste lid. +### Artikel 6.1.6 + +**1.** Voor de berekening van de overgangsbekostiging beroepsonderwijs van een instelling wordt de rijksbijdrage voor een instelling voor het kalenderjaar 2019, berekend op grond van de artikelen 2.2.2, 2.2.3 en 2.6a.1 zoals die artikelen luiden na inwerkingtreding van artikel I, onderdelen B en C, van het besluit van 12 juli 2018 tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit WEB met name in verband met het afschaffen van de cascadebekostiging (Stb. 2018, 261), vergeleken met de rijksbijdrage voor beroepsonderwijs zoals die voor het kalenderjaar 2019 zou zijn vastgesteld volgens de berekeningswijze op grond van de artikelen 2.2.2, 2.2.3 en 2.6a.1 zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan die inwerkingtreding. + +**2.** Indien uit de vergelijking, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat de in dat lid eerstgenoemde rijksbijdrage voor een instelling hoger is dan de laatstgenoemde rijksbijdrage, wordt eerstgenoemde rijksbijdrage voor 2019 verminderd met 75% van het verschil tussen beide berekende rijksbijdragen. De uitkomst van de berekening wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s. + +**3.** Indien uit de vergelijking, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat de in dat lid eerstgenoemde rijksbijdrage voor een instelling lager is dan de laatstgenoemde rijksbijdrage, wordt eerstgenoemde rijksbijdrage voor 2019 aangevuld met 75% van het verschil tussen beide berekende rijksbijdragen. De uitkomst van de berekening wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s. + +**4.** Indien aan een instelling voor het kalenderjaar 2019 een bedrag in mindering wordt gebracht op grond van het tweede lid, wordt aan die instelling voor de kalenderjaren 2020 en 2021 50% respectievelijk 25% van het verschil, bedoeld in het tweede lid, in mindering gebracht. De uitkomst van de berekening wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s. + +**5.** Indien een instelling voor het kalenderjaar 2019 een aanvulling ontvangt op grond van het derde lid, ontvangt die instelling voor de kalenderjaren 2020 en 2021 50% respectievelijk 25% van het verschil, bedoeld in het derde lid. De uitkomst van de berekening wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s. + +### Artikel 6.1.7 + +**1.** Indien een instelling de gegevens en de verklaring, bedoeld in artikel 2.2.5, eerste lid, ten behoeve van de bekostiging voor het kalenderjaar 2019 niet tijdig indient, kan Onze Minister, in afwijking van artikel 2.2.5, de rijksbijdrage voor het kalenderjaar 2019 en, in afwijking van artikel 6.1.6 de overgangsbekostiging voor de kalenderjaren 2019, 2020 en 2022 voor deze instelling voorlopig vaststellen met gebruik van de gegevens van het kalenderjaar 2016, respectievelijk het studiejaar 2016-2017. + +**2.** De instellingen, bedoeld in het eerste lid, dienen uiterlijk 1 november 2018 de gegevens, bedoeld in artikel 2.5.5a, tweede lid, onderdelen a, b, c, d, h, i, l, m en n, van de wet, voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring, in bij Onze Minister. + +**3.** Indien toepassing van de artikelen 2.2.2, 2.2.3 en 6.1.6 met gebruikmaking van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, leidt tot een lagere rijksbijdrage of overgangsbekostiging dan vastgesteld op grond van het eerste lid, wordt die lagere rijksbijdrage of overgangsbekostiging vastgesteld. Gebruikmaking van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, leidt in geen geval tot een hogere rijksbijdrage of overgangsbekostiging dan vastgesteld op grond van het eerste lid. + ### Paragraaf 2. Vavo ### Artikel 6.2.1 @@ -896,6 +892,17 @@ b. op grond van de artikel 2a.2.1, eerste lid, berekende rijksbijdrage vavo. **2.** De uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s. +### Artikel 6.2a.4 + +**1.** + +Onze Minister verdeelt het voor het kalenderjaar 2019, 2020 respectievelijk 2021 vastgestelde budget ten behoeve van de uitkeringskosten over de instellingen naar rato van de som van de voor een instelling: + +a. op grond van artikel 6.1.6 voor het kalenderjaar 2019, 2020 respectievelijk 2021 berekende rijksbijdrage beroepsonderwijs, die in geval van een agrarisch opleidingscentrum wordt vermeerderd met de rijksbijdrage zoals berekend op grond van artikel 2.3.2, en +b. op grond van artikel 2a.2.1, eerste lid, berekende rijksbijdrage vavo. + +**2.** De uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s. + ### Paragraaf 3. Kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven ### Artikel 6.3.1