2011-07-01 | BWBR0022735 | Besluit stimulering duurzame energieproductie

This commit is contained in:
Coornhert 2011-07-01 12:00:00 +00:00
parent 3ef3e4039d
commit 0d4a0d2c0e

View file

@ -31,7 +31,7 @@ j. elektriciteitsnet: een net als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i,
k. gasnet: een net als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Gaswet;
l. garantie van oorsprong: een garantie van oorsprong voor als bedoeld in artikel 1, onderdeel x, van de Elektriciteitswet 1998;
m. certificaat voor elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling: een certificaat als bedoeld in artikel 31, negende lid, onderdeel c, van de Elektriciteitswet 1998;
n. gebundelde aanvraag: de bundeling van maximaal 250 aanvragen om subsidieverlening voor productie-installaties die behoren tot dezelfde categorie productie-installaties in één aanvraag om subsidieverlening;
n. gebundelde aanvraag: de bundeling van maximaal 250 aanvragen om subsidieverlening vallend binnen één subsidieplafond in één aanvraag om subsidieverlening;
o. productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee: een productie-installatie die is opgericht op een afstand van meer dan één kilometer zeewaarts van de laagwaterlijn, bedoeld in de artikelen 1, tweede lid, en 2, eerste lid, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee en die niet is gelegen binnen een gemeentelijke grens, waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd met behulp van windenergie.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen andere hernieuwbare energiebronnen dan genoemd in het eerste lid, onderdeel a, worden aangewezen.
@ -102,9 +102,11 @@ Indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdee
### Artikel 6
**1.** De periode waarover subsidie wordt verstrekt vangt aan op het door de subsidie-ontvanger in zijn aanvraag aangegeven en in de beschikking tot subsidieverlening overgenomen tijdstip, met dien verstande dat de periode waarover subsidie wordt verstrekt niet later aanvangt dan vijf jaar, of indien op grond van artikel 61, eerste lid, bij ministeriële regeling een kortere termijn wordt vastgesteld waarbinnen de productie-installatie in gebruik moet worden genomen, de in die regeling vastgestelde termijn, na de datum van de beschikking tot subsidieverlening. Indien Onze Minister op grond van artikel 62, derde lid, ontheffing aan de subsidie-ontvanger heeft verleend voor het vertragen van het projectplan, vangt de periode waarover subsidie wordt verstrekt aan op de in de ontheffing opgenomen datum.
**1.** De periode waarover subsidie wordt verstrekt vangt aan op het door de subsidie-ontvanger in zijn aanvraag aangegeven en in de beschikking tot subsidieverlening overgenomen tijdstip, met dien verstande dat de periode waarover subsidie wordt verstrekt niet later aanvangt dan binnen een bij ministeriële regeling vast te stellen termijn na de datum van de beschikking tot subsidieverlening. Indien Onze Minister op grond van artikel 62, derde lid, ontheffing aan de subsidie-ontvanger heeft verleend voor het vertragen van het projectplan, vangt de periode waarover subsidie wordt verstrekt aan op de in de ontheffing opgenomen datum.
**2.** Onze Minister kan op verzoek van de subsidie-ontvanger voorafgaand aan de periode waarover subsidie wordt verstrekt, het tijdstip van aanvang van de periode waarover subsidie wordt verstrekt eenmaal wijzigen met dien verstande dat dit tijdstip niet later wordt vastgesteld dan een jaar na het oorspronkelijke tijdstip van aanvang.
**2.** Onze Minister kan op verzoek van de subsidie-ontvanger voorafgaand aan de periode waarover subsidie wordt verstrekt, het tijdstip van aanvang van de periode waarover subsidie wordt verstrekt maximaal driemaal wijzigen met dien verstande dat dit tijdstip niet later wordt vastgesteld dan een jaar na het oorspronkelijke tijdstip van aanvang.
**3.** In afwijking van het eerste lid kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat de datum van aanvang van de periode waarover de subsidie wordt verstrekt wordt bepaald door de datum waarop de subsidie-ontvanger de productie-installatie daadwerkelijk in gebruik neemt, mits deze datum valt binnen de op grond van artikel 61, eerste lid, bij ministeriële regeling bepaalde periode. Indien de productie-installatie niet binnen de op grond van artikel 61, eerste lid, bij ministeriële regeling bepaalde periode in gebruik wordt genomen is de dag na afloop van deze periode de datum van aanvang van de periode waarover subsidie wordt verstrekt.
### Artikel 7
@ -367,7 +369,7 @@ De subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt wordt bepaald door:
a. met elkaar te vermenigvuldigen:
1°. het aantal Nm^3 aardgasequivalent dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt die een producent van hernieuwbaar gas in dat kalenderjaar heeft geproduceerd en op een gasnet heeft ingevoed, met
1°. het aantal Nm^3 aardgasequivalent dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt die een producent van hernieuwbaar gas in dat kalenderjaar heeft geproduceerd en op een gasnet heeft ingevoed of heeft laten invoeden, met
2°. het voor het betreffende kalenderjaar op basis van artikel 31 geldende gecorrigeerde basisbedrag, en
b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen.
@ -436,7 +438,7 @@ De subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt wordt bepaald door:
a. met elkaar te vermenigvuldigen:
1°. het aantal Nm^3 aardgasequivalent dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt die een producent van hernieuwbaar gas in dat kalenderjaar heeft geproduceerd en op een gasnet heeft ingevoed, met
1°. het aantal Nm^3 aardgasequivalent dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt die een producent van hernieuwbaar gas in dat kalenderjaar heeft geproduceerd en op een gasnet heeft ingevoed of heeft laten invoeden, met
2°. het voor het betreffende kalenderjaar op basis van artikel 39 geldende gecorrigeerde basisbedrag, en
b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen.
@ -560,7 +562,7 @@ Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, p
### Artikel 56
**1.** Een aanvraag om subsidieverlening wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig het model dat bij ministeriële regeling is vastgesteld. Bij ministeriële regeling kan een categorie productie-installaties worden aangewezen waarvoor een gebundelde aanvraag kan worden ingediend.
**1.** Een aanvraag om subsidieverlening wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig het model dat bij ministeriële regeling is vastgesteld. Onze Minister kan bij ministeriële regeling een of meer categorieën productie-installaties aanwijzen waarvoor een gebundelde aanvraag kan worden ingediend. Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat per openstellingsperiode per adres waarop een productie-installatie is of wordt geplaatst maximaal één aanvraag kan worden ingediend.
**2.**
@ -603,20 +605,24 @@ b. om een subsidie voor hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of elektric
### Artikel 59
**1.**
Onze Minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:
a. de aanvraag niet voldoet aan dit besluit en de daarop berustende bepalingen;
b. hij het onaannemelijk acht dat de productie-installatie binnen vier jaar of binnen de bij of krachtens artikel 61, eerste lid, vastgestelde termijn in gebruik wordt genomen;
c. onvoldoende vertrouwen bestaat in de economische haalbaarheid van de productie-installatie.
**2.** Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat Onze Minister afwijzend beslist op een aanvraag indien op het moment van indienen van de aanvraag geen toestemming van de eigenaar van de beoogde locatie is verkregen voor het plaatsen van de productie-installatie.
### Artikel 60
**1.**
Onze Minister rangschikt de aanvragen waarop niet met toepassing van het artikel 59 afwijzend wordt beslist zodanig dat een aanvraag hoger wordt gerangschikt indien:
a. voor hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbaar gas het tenderbedrag per kWh of per Nm^3 lager is;
b. voor elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling het kortingspercentage hoger is;
a. het tenderbedrag per kWh of per Nm^3 lager is;
b. het kortingspercentage hoger is;
c. er meer sprake is van technologische- of brandstofinnovatie;
d. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbaar gas sprake is van meer netto broeikasgas-reductie ten opzichte van de productie van energie uit niet-hernieuwbare bronnen;
e. voor elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling meer sprake is van het vermijden van negatieve externe effecten door het verminderen van emissies van kooldioxide.
@ -626,7 +632,7 @@ e. voor elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling meer sprake
Voor de rangschikking kunnen bij ministeriële regeling regels worden vastgesteld met betrekking tot:
a. wegingsfactoren voor de criteria, bedoeld in het eerste lid;
b. de toepassing van de criteria, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c, d en e.
b. de toepassing van de criteria, bedoeld in het eerste lid.
**3.** Onze Minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van rangschikking van de aanvragen.
@ -640,7 +646,7 @@ b. de toepassing van de criteria, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c, d en
### Artikel 61
**1.** De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie zo spoedig mogelijk na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. Bij ministeriële regeling wordt de periode vastgesteld waarbinnen de subsidie-ontvanger de productie-installatie in gebruik moet nemen. Deze periode kan per categorie productie-installaties verschillen en bedraagt ten hoogste vijf jaar.
**1.** De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie zo spoedig mogelijk na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. Bij ministeriële regeling wordt de periode vastgesteld waarbinnen de subsidie-ontvanger de productie-installatie in gebruik moet nemen. Deze periode kan per categorie productie-installaties verschillen.
**2.** Een subsidie-ontvanger mag, behoudens ontheffing van Onze Minister, tot de datum van ingebruikname van een productie-installatie een beschikking tot subsidieverlening niet overdragen aan een derde.
@ -662,12 +668,12 @@ b. de toepassing van de criteria, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c, d en
**1.**
In de beschikking tot subsidieverlening kunnen aan de subsidie-ontvanger rapportageverplichtingen worden opgelegd over:
In de beschikking tot subsidieverlening kan aan de subsidie-ontvanger de verplichting tot het indienen van ten hoogste één maal per kalenderjaar van een tussentijds voortgangsverslag worden opgelegd dat betrekking heeft op:
a. de duurzaamheid van biomassa waarmee hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling wordt opgewekt;
b. monitorgegevens over de bouw, productie, uitval en onderhoud van de productie-installatie.
**2.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de rapportageverplichting.
**2.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het tussentijds voortgangsverslag.
### Artikel 64
@ -681,13 +687,9 @@ De subsidie-ontvanger verstrekt desgevraagd aan Onze Minister alle bescheiden, g
### Artikel 66
**1.** Op een subsidie waarvan een beschikking tot subsidieverlening geldt, verstrekt Onze Minister op aanvraag maximaal één maal per jaar een voorschot.
**1.** Voor een subsidie waarvoor een beschikking tot subsidieverlening geldt, verstrekt Onze Minister ambtshalve maximaal één maal per jaar een voorschot.
**2.** De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig het model dat bij ministeriële regeling is vastgesteld.
**3.** De aanvraag gaat, overeenkomstig in het formulier is vermeld, vergezeld van de in het formulier aangegeven bescheiden.
**4.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze van aanvragen en beoordelen van voorschotten.
**2.** Onze Minister verstrekt het eerste voorschot aan een subsidie-ontvanger die hernieuwbare elektriciteit opwekt en aan een subsidie-ontvanger die elektriciteit door middel van warmtekrachtkoppeling opwekt niet eerder dan nadat de subsidie-ontvanger een rekening, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder y, van de Elektriciteitswet 1998, bij de garantiebeheerinstantie heeft geopend.
### Artikel 67
@ -695,7 +697,7 @@ De subsidie-ontvanger verstrekt desgevraagd aan Onze Minister alle bescheiden, g
Een voorschot aan een subsidie-ontvanger die hernieuwbare elektriciteit produceert bedraagt het product van:
a. het aantal kWh dat volgens de aanvraag om een voorschot zal worden geproduceerd in het kalenderjaar waarop de aanvraag om een voorschot betrekking heeft, en
a. het in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh, en
b. het basisbedrag dan wel het tenderbedrag verminderd met de op grond van artikel 14, vierde lid, dan wel artikel 22, vierde lid, vastgestelde correcties,
met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld op basis van het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komend aantal kWh en het gecorrigeerde bedrag, bedoeld in artikel 14, derde lid, dan wel artikel 22, derde lid.
@ -704,7 +706,7 @@ met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voor
Een voorschot aan een subsidie-ontvanger die hernieuwbaar gas produceert bedraagt het product van:
a. het aantal Nm^3 aardgasequivalent dat volgens de aanvraag om een voorschot zal worden geproduceerd in het kalenderjaar waarop de aanvraag om een voorschot betrekking, en
a. het in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal Nm^3 aardgasequivalent, en
b. het basisbedrag dan wel het tenderbedrag verminderd met de op grond van artikel 31, vierde lid, dan wel artikel 39, vierde lid, vastgestelde correcties,
met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld op basis van het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komend aantal Nm^3 aardgasequivalent en het gecorrigeerde bedrag, bedoeld in artikel 31, derde lid, dan wel artikel 39, derde lid.
@ -713,7 +715,7 @@ met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voor
Een voorschot aan een subsidie-ontvanger die elektriciteit opwekt door middel van warmtekrachtkoppeling bedraagt het product van:
a. het aantal kWh dat volgens de aanvraag om een voorschot zal worden geproduceerd in het kalenderjaar waarop de aanvraag om een voorschot betrekking heeft, en
a. het in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh, en
b. de op grond van artikel 45, eerste lid, vastgestelde subsidiebedragen verminderd met de op grond van artikel 47, eerste en tweede lid, vastgestelde correcties dan wel de op grond van artikel 52, eerste lid, vastgestelde maximum bedragen verminderd met het percentage bedoeld in artikel 52, tweede lid.
**4.** Onze Minister verstrekt per jaar slechts een voorschot tot ten hoogste in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh of Nm^3 aardgasequivalent.
@ -726,7 +728,7 @@ b. de op grond van artikel 45, eerste lid, vastgestelde subsidiebedragen vermind
Onze Minister verstrekt de in artikel 67, eerste en tweede lid, bedoelde voorschotten in maandelijkse bedragen, tenzij bij ministeriële regeling is bepaald dat voor een bepaalde categorie productie-installaties het voorschot in een jaarlijks bedrag wordt verstrekt. De som van de maandelijkse bedragen of van het jaarlijkse bedrag bedraagt niet meer dan 80% van het product van:
a. het in de aanvraag om een voorschot vermelde aantal kWh of Nm^3 aardgasequivalent, en
a. het aantal kWh of Nm^3 aardgasequivalent dat volgens de beschikking tot subsidieverlening in het kalenderjaar waarop het voorschot betrekking heeft voor subsidie in aanmerking komt, en
b. het basisbedrag dan wel het tenderbedrag verminderd met de op grond van artikel 14, vierde lid of artikel 31, vierde lid, dan wel artikel 22, vierde lid, of artikel 39, vierde lid, vastgestelde correcties.
**2.** Indien de som van de maandelijkse bedragen of van het jaarlijkse bedrag die in een kalenderjaar zijn verstrekt minder dan wel meer bedraagt dan de hoogte van het voorschot dat na afloop van het kalenderjaar wordt vastgesteld, kan Onze Minister dit verrekenen met de nog te verstrekken maandelijkse of jaarlijkse bedragen.
@ -737,7 +739,7 @@ b. het basisbedrag dan wel het tenderbedrag verminderd met de op grond van artik
### Artikel 69
Onze Minister beschikt afwijzend op een aanvraag om een voorschot, indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen, indien hij failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.
Onze Minister verstrekt geen voorschot, indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen, indien hij failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.
### Paragraaf 9. Subsidievaststelling