From 0d615518e18ef502ec4ab5410ed97171d9d1de6f Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 26 Mar 2008 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2008-03-26 | BWBR0006299 | Politiewet 1993 --- wet/politiewet-1993/BWBR0006299/README.md | 4 ++-- 1 file changed, 2 insertions(+), 2 deletions(-) diff --git a/wet/politiewet-1993/BWBR0006299/README.md b/wet/politiewet-1993/BWBR0006299/README.md index a3925f739ae..c7fc14717bf 100644 --- a/wet/politiewet-1993/BWBR0006299/README.md +++ b/wet/politiewet-1993/BWBR0006299/README.md @@ -118,7 +118,7 @@ d. de bewaking en beveiliging van de ambtswoning van Onze Minister-President, be **1.** Een ambtenaar van politie aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, is bevoegd tot het vorderen van inzage van een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van personen, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitoefening van de politietaak. -**2.** Gelijke bevoegdheid komt toe aan opsporingsambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten en de buitengewoon opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn taak. +**2.** Gelijke bevoegdheid komt toe aan de buitengewoon opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn taak. **3.** Gelijke bevoegdheid komt toe aan de militair van de Koninklijke marechaussee, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn politietaak, bedoeld in artikel 6, eerste lid, en aan de militair van de Koninklijke marechaussee of van enig ander onderdeel van de krijgsmacht die op grond van artikel 58, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 59, eerste lid, bijstand verleent aan de politie. @@ -144,7 +144,7 @@ Alle ambtenaren, belast met een politietaak, verlenen elkaar wederkerig de nodig **1.** Zij die op grond van artikel 141, onder d en artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering tot opsporing van strafbare feiten bevoegd zijn, werken samen met de politie. -**2.** Bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kunnen regels worden gegeven over de in het eerste lid bedoelde samenwerking. +**2.** Bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, kunnen regels worden gegeven over de samenwerking van de politie met de buitengewone opsporingsambtenaren, bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering. ## Hoofdstuk IV. Gezag en toezicht over de politie