From 0d6a58479af2706dc7ac4994f4207f7c86bdccba Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 1 Jul 2012 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2012-07-01 | BWBR0011825 | Vreemdelingenbesluit 2000 --- .../BWBR0011825/README.md | 95 ++++++++++--------- 1 file changed, 50 insertions(+), 45 deletions(-) diff --git a/amvb/vreemdelingenbesluit-2000/BWBR0011825/README.md b/amvb/vreemdelingenbesluit-2000/BWBR0011825/README.md index 204992b5209..fadb7295550 100644 --- a/amvb/vreemdelingenbesluit-2000/BWBR0011825/README.md +++ b/amvb/vreemdelingenbesluit-2000/BWBR0011825/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Vreemdelingenbesluit 2000 bwb_id: BWBR0011825 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2001-04-01' +datum_inwerkingtreding: '2012-06-29' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0011825 citeertitel: Vreemdelingenbesluit 2000 --- @@ -92,6 +92,8 @@ Vervallen Vervallen +## Hoofdstuk 1a. Visa + ## Hoofdstuk 2. Toegang ### Afdeling 1. Algemeen @@ -1242,7 +1244,7 @@ In afwijking van artikel 3.57 wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, b Van het vereiste van een geldige machtiging tot verblijf is, op grond van artikel 17, eerste lid, onder g, van de Wet, vrijgesteld de vreemdeling: -a. die voor het bereiken van het negentiende levensjaar vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet of als Nederlander en in die periode niet het hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst; +a. vervallen; b. van twaalf jaar of jonger, die in Nederland is geboren en naar het oordeel van Onze Minister feitelijk is blijven behoren tot het gezin van een ouder die 1°. sedert het moment van geboorte van de vreemdeling rechtmatig verblijf in Nederland heeft op grond van artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet of als Nederlander, of @@ -1250,7 +1252,7 @@ b. van twaalf jaar of jonger, die in Nederland is geboren en naar het oordeel va c. die in Nederland verblijft op grond van een geprivilegieerde status als gezinslid van een in Nederland geaccrediteerd personeelslid van een buitenlandse diplomatieke of consulaire post die zelf in aanmerking komt voor de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 21 van de Wet; d. die ten minste zeven jaren werkzaam is of is geweest op een Nederlands zeeschip of een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat; e. die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van Besluit 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije betreffende de ontwikkeling van de Associatie of van wie uitzetting in strijd zou zijn met de op 12 september 1963 te Ankara gesloten Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije (Trb. 1964, 217), het op 23 november 1970 te Brussel tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij die overeenkomst (Trb. 1971, 70) of dat Besluit nr. 1/80; -f. die in aanmerking komt voor terugkeer naar Nederland op grond van artikel 8 van de Remigratiewet; +f. vervallen; g. die in Nederland verblijft, bij de rechtbank te 's-Gravenhage een verzoek heeft ingediend tot vaststelling van zijn Nederlanderschap dat naar het oordeel van Onze Minister niet klaarblijkelijk van elke grond ontbloot is; h. die tijdelijke bescherming heeft en in aanmerking komt voor de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de wet, onder een beperking als bedoeld in artikel 3.30 of 3.31; i. die houder is van een verblijfsvergunning voor onderzoekers in de zin van richtlijn 2005/71/EG afgegeven door een andere staat die Partij is bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dan wel de echtgenoot, partner of het minderjarig kind is van die houder, tenzij sprake is van gezinsvorming; @@ -1331,7 +1333,7 @@ De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bed a. er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag; b. de vreemdeling de echtgenoot of echtgenote, het minderjarige kind, de partner of het meerderjarige kind, bedoeld in artikel 29, onder e en f, van de Wet, is van een in Nederland verblijvende vreemdeling ten aanzien van wie er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat deze zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, of -c. de vreemdeling terzake van een misdrijf is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf of vrijheidsontnemende maatregel, tot een taakstraf of tot een onvoorwaardelijke geldboete, dan wel indien hij terzake van misdrijf een transactieaanbod heeft aanvaard of jegens hem een strafbeschikking is uitgevaardigd. +c. de vreemdeling terzake van een misdrijf is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf of onvoorwaardelijke jeugddetentie, tot een onvoorwaardelijke maatregel als bedoeld in artikel 37a, 38m of 77h, vierde lid, onder a of b, van het Wetboek van Strafrecht, tot een taakstraf of tot een onvoorwaardelijke geldboete, dan wel indien hij terzake van misdrijf een transactieaanbod heeft aanvaard of jegens hem een strafbeschikking is uitgevaardigd. **2.** Bij de toepassing van het eerste lid, onder c, wordt mede betrokken de buiten Nederland gepleegde inbreuk op de openbare orde, voorzover die naar Nederlands recht een misdrijf oplevert. @@ -1425,39 +1427,49 @@ De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, kan worden afgewezen op grond van artikel 18, eerste lid, onder e, van de Wet wegens gevaar voor de openbare orde, indien: -a. de vreemdeling met een verblijfsduur korter dan drie jaar wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van twee jaar of meer is bedreigd, bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis een gevangenisstraf of jeugddetentie, een taakstraf of een maatregel als bedoeld in artikel 37a, 38m of 77h, vierde lid, onder a of b, van het Wetboek van Strafrecht is opgelegd, bij onherroepelijke strafbeschikking een taakstraf is opgelegd, dan wel het buitenlandse equivalent van een dergelijke straf of maatregel is opgelegd, en de totale duur van de onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelten van die straffen en maatregelen ten minste gelijk is aan de in het tweede lid bedoelde norm; -b. de vreemdeling wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaar of meer is bedreigd, bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis een gevangenisstraf of jeugddetentie, een taakstraf of een maatregel als bedoeld in artikel 37a, 38m of 77h, vierde lid, onder a of b, van het Wetboek van Strafrecht is opgelegd, bij onherroepelijke strafbeschikking een taakstraf is opgelegd, dan wel het buitenlandse equivalent van een dergelijke straf of maatregel is opgelegd, en de totale duur van de onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelten van die straffen en maatregelen ten minste gelijk is aan de in het tweede lid bedoelde norm. +a. de vreemdeling met een verblijfsduur korter dan drie jaar wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van twee jaar of meer is bedreigd, bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis een gevangenisstraf of jeugddetentie, een taakstraf of een maatregel als bedoeld in artikel 37a, 38m of 77h, vierde lid, onder a of b, van het Wetboek van Strafrecht is opgelegd, bij onherroepelijke strafbeschikking een taakstraf is opgelegd, dan wel het buitenlandse equivalent van een dergelijke straf of maatregel is opgelegd, en de totale duur van de onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelten van die straffen en maatregelen ten minste gelijk is aan de in het tweede lid, onderscheidenlijk derde lid, bedoelde norm; +b. de vreemdeling wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaar of meer is bedreigd, bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis een gevangenisstraf of jeugddetentie, een taakstraf of een maatregel als bedoeld in artikel 37a, 38m of 77h, vierde lid, onder a of b, van het Wetboek van Strafrecht is opgelegd, bij onherroepelijke strafbeschikking een taakstraf is opgelegd, dan wel het buitenlandse equivalent van een dergelijke straf of maatregel is opgelegd, en de totale duur van de onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelten van die straffen en maatregelen ten minste gelijk is aan de in het tweede lid, onderscheidenlijk derde lid, bedoelde norm. **2.** -De in het eerste lid, bedoelde norm bedraagt bij een verblijfsduur van: +De in het eerste lid bedoelde norm bedraagt bij een gevangenisstraf wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van zes jaar of minder is bedreigd, een verblijfsduur van: -| minder dan 1 jaar: | 1 maand; | +| minder dan 3 jaar: | 1 dag; | | --- | --- | -| ten minste 1 jaar, maar minder dan 2 jaar: | 3 maanden; | -| ten minste 2 jaar, maar minder dan 3 jaar: | 6 maanden; | -| ten minste 3 jaar, maar minder dan 4 jaar: | 9 maanden; | -| ten minste 4 jaar, maar minder dan 5 jaar: | 12 maanden; | -| ten minste 5 jaar, maar minder dan 6 jaar: | 24 maanden; | -| ten minste 6 jaar, maar minder dan 7 jaar: | 30 maanden; | -| ten minste 7 jaar, maar minder dan 8 jaar: | 36 maanden; | -| ten minste 8 jaar, maar minder dan 9 jaar: | 45 maanden; | -| ten minste 9 jaar, maar minder dan 10 jaar: | 54 maanden; | -| ten minste 10 jaar, maar minder dan 15 jaar: | 60 maanden; | -| ten minste 15 jaar, maar minder dan 20 jaar: | 96 maanden. | +| ten minste 3 jaar, maar minder dan 4 jaar: | 5 maanden; | +| ten minste 4 jaar, maar minder dan 5 jaar: | 7 maanden; | +| ten minste 5 jaar, maar minder dan 6 jaar: | 15 maanden; | +| ten minste 6 jaar, maar minder dan 7 jaar: | 18 maanden; | +| ten minste 7 jaar, maar minder dan 8 jaar: | 22 maanden; | +| ten minste 8 jaar, maar minder dan 9 jaar: | 27 maanden; | +| ten minste 9 jaar, maar minder dan 10 jaar: | 33 maanden; | +| ten minste 10 jaar, maar minder dan 15 jaar: | 40 maanden; | +| ten minste 15 jaar: | 65 maanden. | -**3.** Bij de toepassing van het eerste en tweede lid wordt de duur van het onvoorwaardelijk opgelegde gedeelte van de gevangenisstraf wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van meer dan zes jaar is bedreigd, met de factor twee vermenigvuldigd. +**3.** -**4.** De aanvraag kan voorts worden afgewezen op grond van artikel 18, eerste lid, onder e, van de Wet, indien de vreemdeling wegens ten minste vijf misdrijven, dan wel bij een verblijfsduur korter dan twee jaar wegens ten minste drie misdrijven, bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis een gevangenisstraf of jeugddetentie, een taakstraf of een maatregel als bedoeld in artikel 37a, 38m of 77h, vierde lid, onder a of b, van het Wetboek van Strafrecht is opgelegd, bij onherroepelijke strafbeschikking een taakstraf is opgelegd, dan wel het buitenlandse equivalent van een dergelijke straf of maatregel is opgelegd, en de totale duur van de onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelten van die straffen en maatregelen ten minste gelijk is aan de in het vijfde lid bedoelde norm. +De in het eerste lid bedoelde norm bedraagt bij een gevangenisstraf wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van meer dan zes jaar is bedreigd, bij een verblijfsduur van: + +| minder dan 3 jaar: | 1 dag; | +| --- | --- | +| ten minste 3 jaar, maar minder dan 4 jaar: | 4 maanden en 2 weken; | +| ten minste 4 jaar, maar minder dan 5 jaar: | 6 maanden; | +| ten minste 5 jaar, maar minder dan 6 jaar: | 12 maanden; | +| ten minste 6 jaar, maar minder dan 7 jaar: | 15 maanden; | +| ten minste 7 jaar, maar minder dan 8 jaar: | 18 maanden; | +| ten minste 8 jaar, maar minder dan 9 jaar: | 22 maanden en 2 weken; | +| ten minste 9 jaar, maar minder dan 10 jaar: | 27 maanden; | +| ten minste 10 jaar, maar minder dan 15 jaar: | 30 maanden; | +| ten minste 15 jaar: | 48 maanden. | + +**4.** De aanvraag kan voorts worden afgewezen op grond van artikel 18, eerste lid, onder e, van de Wet, indien de vreemdeling wegens ten minste drie misdrijven bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis een gevangenisstraf of jeugddetentie, een taakstraf of een maatregel als bedoeld in artikel 37a, 38m of 77h, vierde lid, onder a of b, van het Wetboek van Strafrecht is opgelegd, bij onherroepelijke strafbeschikking een taakstraf is opgelegd, dan wel het buitenlandse equivalent van een dergelijke straf of maatregel is opgelegd, en de totale duur van de onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelten van die straffen en maatregelen ten minste gelijk is aan de in het vijfde lid bedoelde norm. **5.** De in het vierde lid bedoelde norm bedraagt bij een verblijfsduur van: -| minder dan 1 jaar: | 2 weken; | +| minder dan 3 jaar: | 1 dag; | | --- | --- | -| ten minste 1 jaar, maar minder dan 2 jaar: | 1 maand; | -| ten minste 2 jaar, maar minder dan 3 jaar: | 3 maanden; | | ten minste 3 jaar, maar minder dan 4 jaar: | 4 maanden; | | ten minste 4 jaar, maar minder dan 5 jaar: | 5 maanden; | | ten minste 5 jaar, maar minder dan 6 jaar: | 6 maanden; | @@ -1466,7 +1478,7 @@ De in het vierde lid bedoelde norm bedraagt bij een verblijfsduur van: | ten minste 8 jaar, maar minder dan 9 jaar: | 9 maanden; | | ten minste 9 jaar, maar minder dan 10 jaar: | 10 maanden; | | ten minste 10 jaar, maar minder dan 15 jaar: | 12 maanden; | -| ten minste 15 jaar, maar minder dan 20 jaar: | 14 maanden. | +| ten minste 15 jaar: | 14 maanden. | **6.** Voor de toepassing van de voorgaande leden wordt onder verblijfsduur verstaan: de duur van het rechtmatige verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet of als Nederlander, direct voorafgaande aan het moment waarop het misdrijf is gepleegd of aangevangen. @@ -1486,40 +1498,33 @@ b. indien een maatregel als bedoeld in artikel 77h, vierde lid, onder b, van het **10.** -Indien de vreemdeling in Nederland is geboren of voor zijn tiende jaar rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e dan wel l van de Wet, heeft gekregen, wordt de aanvraag in afwijking van de voorgaande leden niet afgewezen: +In afwijking van de voorgaande leden wordt de aanvraag niet afgewezen bij een verblijfsduur van tien jaren, tenzij er sprake is van: -a. bij een verblijfsduur van tien jaar, tenzij er sprake is van een geweldsmisdrijf of handel in verdovende middelen, of -b. bij een verblijfsduur van vijftien jaar. +a. een misdrijf als bedoeld in artikel 22b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht; +b. een misdrijf uit de Opiumwet waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaar of meer is gesteld. **11.** -In afwijking van de voorgaande leden wordt de aanvraag niet afgewezen: - -a. bij een verblijfsduur van tien jaren, tenzij er sprake is van een geweldsmisdrijf of handel in verdovende middelen; -b. bij een verblijfsduur van twintig jaren. - -**12.** - In afwijking van de voorgaande leden kan de aanvraag eveneens op grond van artikel 18, eerste lid, onder e, van de Wet worden afgewezen, indien: a. er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag; b. de vreemdeling de echtgenoot of de echtgenote, het minderjarige kind, de partner of het meerderjarige kind, bedoeld in artikel 29, onder e of f, van de Wet, is van een in Nederland verblijvende vreemdeling ten aanzien van wie er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat deze zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. -**13.** In geval de verblijfsvergunning is verleend onder een beperking verband houdende met verblijf als familie- of gezinslid houdt Onze Minister bij de toepassing van de voorgaande leden in ieder geval terdege rekening met de aard en de hechtheid van de gezinsband van de vreemdeling, alsmede het bestaan van familiebanden of culturele of sociale banden met het land van herkomst. +**12.** In geval de verblijfsvergunning is verleend onder een beperking verband houdende met verblijf als familie- of gezinslid houdt Onze Minister bij de toepassing van de voorgaande leden in ieder geval terdege rekening met de aard en de hechtheid van de gezinsband van de vreemdeling, alsmede het bestaan van familiebanden of culturele of sociale banden met het land van herkomst. -**14.** In geval de aanvraag is ingediend door een vreemdeling die houder is van een EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen die is afgegeven door een andere staat die partij is bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, houdt Onze Minister bij de toepassing van de voorgaande leden mede rekening met de ernst van de inbreuk of het soort van inbreuk dat door de langdurig ingezetene of diens gezinslid op de openbare orde of nationale veiligheid is gepleegd, respectievelijk met het gevaar dat van de langdurig ingezetene of dat gezinslid uitgaat. +**13.** In geval de aanvraag is ingediend door een vreemdeling die houder is van een EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen die is afgegeven door een andere staat die partij is bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, houdt Onze Minister bij de toepassing van de voorgaande leden mede rekening met de ernst van de inbreuk of het soort van inbreuk dat door de langdurig ingezetene of diens gezinslid op de openbare orde of nationale veiligheid is gepleegd, respectievelijk met het gevaar dat van de langdurig ingezetene of dat gezinslid uitgaat. -**15.** Bij de toepassing van het veertiende lid houdt Onze Minister rekening met de leeftijd van de vreemdeling, de gevolgen van verblijfsbeëindiging voor de vreemdeling en zijn gezinsleden en met de banden met Nederland en het land van herkomst. +**14.** Bij toepassing van het dertiende lid houdt Onze Minister rekening met de leeftijd van de vreemdeling, de gevolgen van verblijfsbeëindiging voor de vreemdeling en zijn gezinsleden en met de banden met Nederland en het land van herkomst. -**16.** In afwijking van de voorgaande leden wordt de aanvraag niet afgewezen, indien de vreemdeling verblijfsrecht ontleent aan Besluit 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije betreffende de ontwikkeling van de Associatie, tenzij diens persoonlijke gedrag een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt. +**15.** In afwijking van de voorgaande leden wordt de aanvraag niet afgewezen, indien de vreemdeling verblijfsrecht ontleent aan Besluit 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije betreffende de ontwikkeling van de Associatie, tenzij diens persoonlijke gedrag een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt. -**17.** Onverminderd het zestiende lid, wordt de aanvraag niet afgewezen, indien uitzetting van de vreemdeling in strijd zou zijn met de op 12 september 1963 te Ankara gesloten Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije (Trb. 1964, 217), het op 23 november 1970 te Brussel tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij die overeenkomst (Trb. 1971, 70) of Besluit 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije betreffende de ontwikkeling van de Associatie. +**16.** Onverminderd het vijftiende lid, wordt de aanvraag niet afgewezen, indien uitzetting van de vreemdeling in strijd zou zijn met de op 12 september 1963 te Ankara gesloten Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije (Trb. 1964, 217), het op 23 november 1970 te Brussel tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij die overeenkomst (Trb. 1971, 70) of Besluit 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije betreffende de ontwikkeling van de Associatie. -**18.** De aanvraag wordt niet afgewezen, indien uitzetting van de vreemdeling in strijd zou zijn met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. +**17.** De aanvraag wordt niet afgewezen, indien uitzetting van de vreemdeling in strijd zou zijn met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. -**19.** De vreemdeling van twaalf jaar of ouder ondertekent een antecedentenverklaring, waarvan het model bij ministeriële regeling is vastgesteld. +**18.** De vreemdeling van twaalf jaar of ouder ondertekent een antecedentenverklaring, waarvan het model bij ministeriële regeling is vastgesteld. -**20.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de toepassing van het dertiende tot en met het zeventiende lid. +**19.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de toepassing van het twaalfde tot en met het zestiende lid. ### Artikel 3.87 @@ -1634,7 +1639,7 @@ d. de vreemdeling als houder van een Europese blauwe kaart in de periode van vij **4.** Voor de toepassing van artikel 21, eerste lid, onder d, van de Wet, zijn de artikelen 3.73 tot en met 3.76 van overeenkomstige toepassing. -**5.** Behoudens gevallen als bedoeld in artikel 3.87, kan de aanvraag slechts op grond van artikel 21, eerste lid, onder e, van de Wet worden afgewezen, indien de totale duur van de straffen of maatregelen ten minste gelijk is aan de normen, bedoeld in artikel 3.86, eerste dan wel tweede lid. Artikel 3.86, derde tot en met negende lid, is van overeenkomstige toepassing. +**5.** Behoudens gevallen als bedoeld in artikel 3.87, kan de aanvraag slechts op grond van artikel 21, eerste lid, onder e, van de Wet worden afgewezen, indien de totale duur van de straffen of maatregelen ten minste gelijk is aan de normen, bedoeld in artikel 3.86, tweede, derde dan wel vijfde lid. Artikel 3.86, derde tot en met negende lid, is van overeenkomstige toepassing. **6.** Bij de toepassing van het vijfde lid houdt Onze Minister mede rekening met de ernst van de inbreuk of het soort van inbreuk dat door de vreemdeling op de openbare orde is gepleegd, respectievelijk met het gevaar dat van de vreemdeling uitgaat en het bestaan van banden met Nederland. @@ -1700,7 +1705,7 @@ d. voormalig houder van een Europese blauwe kaart is, dan wel het gezinslid van **2.** Indien de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 van de Wet, op frauduleuze wijze is verkregen, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken op de in artikel 22, eerste lid, onder b, van de Wet genoemde grond, tenzij sedert de verkrijging een periode van twaalf jaren is verstreken, in welk geval de verblijfsvergunning wordt gewijzigd, indien daarop de aantekening «EG-langdurig ingezetene» was gesteld. -**3.** De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 van de Wet, kan slechts op grond van artikel 22, eerste lid, onder c, van de Wet worden ingetrokken, indien de totale duur van de straffen of maatregelen ten minste gelijk is aan de toepasselijke norm, bedoeld in artikel 3.86, tweede en vijfde lid. Artikel 3.86 is van overeenkomstige toepassing. +**3.** De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 van de Wet, kan slechts op grond van artikel 22, eerste lid, onder c, van de Wet worden ingetrokken, indien de totale duur van de straffen of maatregelen ten minste gelijk is aan de toepasselijke norm, bedoeld in artikel 3.86, tweede, derde dan wel vijfde lid. Artikel 3.86 is van overeenkomstige toepassing. **4.** Onze Minister houdt bij de toepassing van het derde lid mede rekening met de ernst van de inbreuk of het soort inbreuk dat door de vreemdeling op de openbare orde is gepleegd, respectievelijk met het gevaar dat van de vreemdeling uitgaat.