From 0dc44055be9a95940086ec483ec04385f7ca3490 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 1 Sep 2024 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2024-09-01 | BWBR0005682 | Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek --- .../BWBR0005682/README.md | 81 ++++++++++--------- 1 file changed, 41 insertions(+), 40 deletions(-) diff --git a/wet/wet-op-het-hoger-onderwijs-en-wetenschappelijk-onderzoek/BWBR0005682/README.md b/wet/wet-op-het-hoger-onderwijs-en-wetenschappelijk-onderzoek/BWBR0005682/README.md index 26a38fd7b44..23c15e65a7f 100644 --- a/wet/wet-op-het-hoger-onderwijs-en-wetenschappelijk-onderzoek/BWBR0005682/README.md +++ b/wet/wet-op-het-hoger-onderwijs-en-wetenschappelijk-onderzoek/BWBR0005682/README.md @@ -71,7 +71,7 @@ Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen BES. Deze wet heeft betrekking op de volgende instellingen en academische ziekenhuizen: a. de in artikel 1.8 bedoelde universiteiten, hogescholen, de Open Universiteit en de levensbeschouwelijke universiteiten, -b. rechtspersonen voor hoger onderwijs met volledige rechtsbevoegdheid die initiële opleidingen verzorgen met uitzondering van de Staat en rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid die postinitiële masteropleidingen verzorgen met uitzondering van de Staat, +b. rechtspersonen voor hoger onderwijs, c. de in artikel 1.13, eerste lid, bedoelde academische ziekenhuizen, en d. de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen te Amsterdam en de Koninklijke Bibliotheek te ’s-Gravenhage. @@ -349,8 +349,8 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden In afwijking van het eerste lid, mag een instelling voor hoger onderwijs die in Nederland is gevestigd als nevenvestiging van een buitenlandse universiteit, de naam universiteit voeren, indien de instelling: -a. haar hoofdvestiging heeft in een land dat behoort tot de Europese Economische Ruimte; en -b. in het land van hoofdvestiging als universiteit is gevestigd conform de daar geldende onderwijs- en vestigingsregels, daar het recht heeft graden te verlenen, waaronder de graad Doctor of Doctor of Philosophy en ook in Nederland toegang tot promotie biedt; en +a. haar hoofdvestiging heeft in een land dat behoort tot de Europese Economische Ruimte; +b. in het land van hoofdvestiging als universiteit is gevestigd conform de daar geldende onderwijs- en vestigingsregels, daar het recht heeft graden te verlenen, waaronder de graad Doctor of Doctor of Philosophy en ook in Nederland toegang tot promotie biedt; c. op haar website duidelijk kenbaar maakt in welk land de hoofdvestiging is, welke graden op grond van welke opleidingen worden verleend en op grond van welke regeling een graad wordt verleend, met dien verstande dat de instelling deze gegevens, bij afwezigheid van een website, anderszins kenbaar maakt aan aanstaande studenten; en d. op ieder getuigschrift dat wordt verstrekt ten bewijze dat een graad is behaald, de naam van de instelling vermeldt en de regeling op grond waarvan de graad wordt verleend. @@ -379,7 +379,7 @@ d. op ieder getuigschrift dat wordt verstrekt ten bewijze dat een graad is behaa **1.** -In afwijking artikel 1.22, eerste lid, mag de naam universiteit worden gevoerd door: +In afwijking van artikel 1.22, eerste lid, mag de naam universiteit worden gevoerd door: a. de volksuniversiteiten; b. een persoon of rechtspersoon die geen graden verleent, noch in het vooruitzicht stelt en die geen betaling vraagt voor onderwijs of certificaten. @@ -434,7 +434,7 @@ c. de financiële, personele, materiële en organisatorische voorwaarden die moe ### Artikel 2.3 -**1.** Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stelt mede op grondslag van de gegevens vermeld in de jaarverslagen omtrent het voorgenomen beleid ten aanzien van de werkzaamheden van de instellingen een hoger onderwijs- en onderzoekplan vast. Het plan heeft betrekking op een tijdvak van ten minste vier jaren. +**1.** Onze Minister stelt mede op grondslag van de gegevens vermeld in de jaarverslagen omtrent het voorgenomen beleid ten aanzien van de werkzaamheden van de instellingen een hoger onderwijs- en onderzoekplan vast. Het plan heeft betrekking op een tijdvak van ten minste vier jaren. **2.** Het hoger onderwijs- en onderzoekplan bevat de voornemens ten aanzien van het door Onze Minister te voeren beleid met betrekking tot het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. @@ -450,7 +450,7 @@ c. een financiële raming in verband met de bekostiging van de daarvoor in aanme **1.** Het hoger onderwijs- en onderzoekplan wordt vastgesteld uiterlijk vier jaar na het tijdstip van vaststelling van het vorige hoger onderwijs- en onderzoekplan. Na overleg met de beide Kamers der Staten-Generaal kan het hoger onderwijs- en onderzoekplan uiterlijk zes maanden na het tijdstip, bedoeld in de eerste volzin, worden vastgesteld. -**2.** Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap biedt uiterlijk zes maanden voorafgaand aan het moment waarop het hoger onderwijs- en onderzoekplan uiterlijk moet zijn vastgesteld, een ontwerp van dat plan aan de beide Kamers der Staten-Generaal aan. +**2.** Onze Minister biedt uiterlijk zes maanden voorafgaand aan het moment waarop het hoger onderwijs- en onderzoekplan uiterlijk moet zijn vastgesteld, een ontwerp van dat plan aan de beide Kamers der Staten-Generaal aan. **3.** Onze Minister maakt het vastgestelde plan bekend in de Staatscourant. @@ -522,7 +522,7 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten ### Artikel 2.8 -**1.** Het instellingsbestuur stelt jaarlijks, voorafgaand aan het desbetreffende begrotingsjaar, voor de instelling een begroting vast. Het begrotingsjaar valt samen met het kalenderjaar. Het bestuur van een in artikel 1.13, eerste lid, bedoelde universiteit, neemt bij de vaststelling van de begroting, onderscheidenlijk wijziging van de begroting de vastgestelde rijksbijdrage ten behoeve van het academisch ziekenhuis in acht. De besturen van de instellingen, genoemd in artikel 1.5, zenden de begroting, alsmede wijzigingen van de begroting, binnen veertien dagen na de vaststelling ter kennis aan Onze Minister. +**1.** Het instellingsbestuur stelt jaarlijks, voorafgaand aan het desbetreffende begrotingsjaar, voor de instelling een begroting vast. Het begrotingsjaar valt samen met het kalenderjaar. Het bestuur van een in artikel 1.13, eerste lid, bedoelde universiteit, neemt bij de vaststelling van de begroting, onderscheidenlijk wijziging van de begroting de vastgestelde rijksbijdrage ten behoeve van het academisch ziekenhuis in acht. De Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen zendt de begroting, alsmede wijzigingen van de begroting, binnen veertien dagen na de vaststelling ter kennis aan Onze Minister. **2.** De begroting behelst een raming van de inkomsten en uitgaven alsmede van de baten en lasten van de instelling en dient in evenwicht te zijn. In de begroting van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en die van de Koninklijke Bibliotheek is een allocatie van middelen opgenomen die in overeenstemming is met het instellingsplan, bedoeld in artikel 2.2a. De in de begroting voorziene inkomsten uit de rijksbijdrage sluiten aan op de voor het desbetreffende begrotingsjaar door Onze Minister geraamde, onderscheidenlijk vastgestelde en in voorkomende gevallen nader vastgestelde rijksbijdrage. @@ -646,7 +646,7 @@ Onze Minister neemt besluiten als bedoeld in de artikelen 2.9, vierde lid, 2.13, ### Artikel 4.1 -**1.** Dit hoofdstuk heeft betrekking op universiteiten, hogescholen, de Open Universiteiten en de levensbeschouwelijke universiteiten. +**1.** Dit hoofdstuk heeft betrekking op bekostigde universiteiten, hogescholen, de Open Universiteit en de levensbeschouwelijke universiteiten. **2.** Dit hoofdstuk, met uitzondering van artikel 4.2, tweede en derde lid, heeft tevens betrekking op de academische ziekenhuizen, de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en de Koninklijke Bibliotheek. @@ -1300,8 +1300,8 @@ Vervallen Het instellingsbestuur legt het voornemen tot: -a. het verzorgen van een nieuwe opleiding, of -b. het samenvoegen van bestaande opleidingen, of +a. het verzorgen van een nieuwe opleiding; +b. het samenvoegen van bestaande opleidingen; of c. het gezamenlijk verzorgen van een opleiding of afstudeerrichting als bedoeld in artikel 7.3c, ter instemming aan Onze Minister voor met het oog op de beoordeling van een doelmatig onderwijsaanbod en de beoordeling van een doelmatige taakverdeling tussen de instellingen, gelet op het geheel van de voorzieningen op het gebied van het hoger onderwijs. Artikel 7.17, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. @@ -1392,8 +1392,8 @@ d. het meewerken aan een eenmalige toetsing aan de praktijk als bedoeld in artik Na ontvangst van een aanvraag stelt het accreditatieorgaan ten behoeve van de beslissing van Onze Minister, bedoeld in artikel 6.7, eerste lid, een advies op over: -a. het aspect, bedoeld in artikel 6.7, derde lid, onder a, en; -b. de vraag, of de desbetreffende opleiding of het desbetreffende programma binnen een opleiding als bedoeld in artikel 6.7, tweede lid, ondanks de kwalificatie door het instellingsbestuur, moet worden beschouwd als een nieuwe opleiding +a. het aspect, bedoeld in artikel 6.7, derde lid, onder a; en +b. de vraag, of de desbetreffende opleiding of het desbetreffende programma binnen een opleiding als bedoeld in artikel 6.7, tweede lid, ondanks de kwalificatie door het instellingsbestuur, moet worden beschouwd als een nieuwe opleiding. **3.** Het accreditatieorgaan zendt het advies, bedoeld in het tweede lid, vergezeld van de aanvraag, binnen zes maanden na indiening van de aanvraag aan Onze Minister. @@ -1456,7 +1456,7 @@ Vervallen **2.** Onze Minister neemt geen besluit als bedoeld in het eerste lid dan nadat hij advies heeft gevraagd aan de commissie van advies. -**3.** De commissie bestaat uit drie leden die voldoen aan de vereisten voor benoembaarheid tot rechterlijk ambtenaar, bedoeld in artikel 5 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren. De leden worden benoemd en ontslagen door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. +**3.** De commissie bestaat uit drie leden die voldoen aan de vereisten voor benoembaarheid tot rechterlijk ambtenaar, bedoeld in artikel 5 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren. De leden worden benoemd en ontslagen door Onze Minister. **4.** Over de samenstelling, werkwijze en bezoldiging van de commissie worden regels gesteld bij ministeriële regeling. @@ -1504,7 +1504,8 @@ s. of Onze Minister met betrekking tot een opleiding toestemming heeft verleend t. of binnen de opleiding een programma wordt aangeboden ten aanzien waarvan Onze Minister toestemming heeft verleend voor het hanteren van specifieke selectiecriteria, bedoeld in artikel 6.7, en in samenhang daarmee voor het vaststellen van een hoger collegegeld als bedoeld in dat artikel, u. of Onze Minister toestemming heeft verleend voor het vaststellen van een hoger collegegeld als bedoeld in artikel 6.8, v. of binnen de opleiding een versneld traject wordt aangeboden als bedoeld in artikel 7.9a, -w. de graad en de toevoeging ingevolge artikel 7.10a, eerste en tweede lid. +w. de graad en de toevoeging ingevolge artikel 7.10a, eerste en tweede lid, +x. of toepassing is gegeven aan artikel 7.53, eerste lid. **5.** @@ -1535,9 +1536,9 @@ b. de gegevens, bedoeld in het vierde lid, onderdelen b tot en met g, m, n, o, q Onze Minister beëindigt de registratie van een opleiding als bedoeld in artikel 7.3a indien: -a. de opleiding wordt beëindigd, na de termijn bedoeld in artikel 7.3, zesde lid, -b. accreditatie bestaande opleiding wordt geweigerd of accreditatie wordt ingetrokken, op de datum, bedoeld in artikel 5.21, eerste lid, dan wel na de termijn, bedoeld in het derde lid, -c. Onze Minister met toepassing van artikel 6.5 heeft besloten dat ten aanzien van de opleiding de rechten, genoemd in artikel 1.9, eerste en tweede lid, ontnomen worden, dan wel +a. het instellingsbestuur te kennen heeft gegeven dat de instelling de opleiding beëindigt, na de termijn bedoeld in artikel 7.3, zesde lid; +b. accreditatie bestaande opleiding wordt geweigerd of accreditatie wordt ingetrokken, op de datum, bedoeld in artikel 5.21, eerste lid, of na de termijn, bedoeld in het derde lid; +c. Onze Minister met toepassing van artikel 6.5 heeft besloten dat ten aanzien van de opleiding de rechten, genoemd in artikel 1.9, eerste en tweede lid, ontnomen worden; of d. Onze Minister met toepassing van de artikelen 6.9, vierde lid, of 6.10 heeft besloten dat ten aanzien van de opleiding de rechten, bedoeld in artikel 1.12, ontnomen worden. **2.** Onze Minister wijzigt de registratie van het gegeven, bedoeld in artikel 6.13, vierde lid, onder l, overeenkomstig het besluit, bedoeld in artikel 7.17a. @@ -1850,7 +1851,7 @@ Het instellingsbestuur stelt de student alvorens tot een beslissing over te gaan ### Artikel 7.9a -**1.** Een instellingsbestuur kan binnen een bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs een versneld traject aanbieden dat toegankelijk is voor studenten met een diploma als bedoeld in artikel 7.24, tweede lid, onder a of b dan wel een op grond van artikel 7.28, tweede lid, bij ministeriële regeling als ten minste gelijkwaardig aangemerkt onderscheidenlijk naar het oordeel van het instellingsbestuur daaraan tenminste gelijkwaardig diploma. Een student die aan de in de eerste zin bedoelde voorwaarde en de overige voorwaarden voor inschrijving voldoet, wordt voor een versneld traject ingeschreven indien hij daarom verzoekt. +**1.** Een instellingsbestuur kan binnen een bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs een versneld traject aanbieden dat toegankelijk is voor studenten met een diploma als bedoeld in artikel 7.24, tweede lid, onder a dan wel een op grond van artikel 7.28, tweede lid, bij ministeriële regeling als ten minste gelijkwaardig aangemerkt onderscheidenlijk naar het oordeel van het instellingsbestuur daaraan tenminste gelijkwaardig diploma. Een student die aan de in de eerste zin bedoelde voorwaarde en de overige voorwaarden voor inschrijving voldoet, wordt voor een versneld traject ingeschreven indien hij daarom verzoekt. **2.** Het instellingsbestuur kan besluiten ook een andere student dan degene, bedoeld in het eerste lid, tot het versnelde traject toe te laten indien hij naar het oordeel van het instellingsbestuur blijk heeft gegeven van geschiktheid voor dat traject. @@ -1938,7 +1939,7 @@ Het supplement wordt opgesteld in het Nederlands of Engels en voldoet aan het Eu ### Artikel 7.11a -**1.** Aan de bezitter van een getuigschrift als bedoeld in artikel 7.11, tweede lid, of aan de bezitter van een verklaring als bedoeld in artikel 7.11, vijfde lid, wordt door een examencommissie van de betreffende instelling voor hoger onderwijs desgevraagd een vervangend getuigschrift of een vervangende verklaring uitgereikt in verband met een naamswijziging van de betrokkene ten gevolge van de toepassing van de artikelen 4, vierde lid, 7, eerste lid, of 28b, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. +**1.** Aan de bezitter van een getuigschrift als bedoeld in artikel 7.11, tweede lid, of aan de bezitter van een verklaring als bedoeld in artikel 7.11, vijfde lid, wordt door een examencommissie van de betreffende instelling voor hoger onderwijs desgevraagd een vervangend getuigschrift of een vervangende verklaring uitgereikt in verband met een naamswijziging van de betrokkene ten gevolge van de toepassing van de artikelen 4, vierde lid, 7, eerste lid, 28b, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek of artikel 12 van de Rijkswet op het Nederlanderschap. **2.** Het vervangende getuigschrift of de vervangende verklaring bevat geen andere wijzigingen van de oorspronkelijke relevante gegevens, bedoeld in artikel 7.11, tweede lid. @@ -2048,7 +2049,7 @@ Het instellingsbestuur verstrekt zodanige informatie aan studenten en aspirant-s a. de instelling, b. het te volgen onderwijs in algemene zin, -c. de differentiatie in het opleidingenaanbod, +c. de differentiatie in het opleidingenaanbod en de beperkingen van de inschrijving als gevolg van de beschikbare capaciteit of in verband met de arbeidsmarktbehoefte, d. de selectie van studenten, e. de opleidingsnamen, en f. de graden die aan de opleidingen zijn verbonden, @@ -2178,7 +2179,7 @@ Degene die op grond van artikel 7.19a gerechtigd is een graad in het hoger beroe a. de titel ingenieur, afgekort tot ing., indien het een bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs betreft op het gebied van de landbouw en natuurlijke omgeving of op het gebied van de techniek, of b. de titel baccalaureus, afgekort tot bc., indien het een bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs betreft waarop onderdeel a niet van toepassing is. -**3.** De in het eerste en tweede lid genoemde titels worden, afgekort, voor de naam geplaatst. +**3.** De in het eerste en tweede lid genoemde titels worden afgekort voor de naam geplaatst. **4.** Het eerste lid is niet van toepassing op masteropleidingen, bedoeld in artikel 7.3b. @@ -2293,7 +2294,7 @@ c. in bijzondere gevallen, een opleiding waarop geen enkel profiel zonder meer e Onverminderd het vierde lid kan bij ministeriële regeling bepaald worden dat een instellingsbestuur de mogelijkheid heeft om eisen te stellen om te worden ingeschreven voor een bepaalde opleiding of groep van opleidingen in het hoger beroepsonderwijs in verband met de gewenste aansluiting van het diploma van: a. een middenkaderopleiding of een specialistenopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder d, onderscheidenlijk e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; of -b. een bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 7.24, tweede lid, onder g, aangewezen vakopleiding op een opleiding of een groep van opleidingen in het hoger beroepsonderwijs. +b. een bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 7.24, tweede lid, onder e, aangewezen vakopleiding op een opleiding of een groep van opleidingen in het hoger beroepsonderwijs. **4.** Bij de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, kan worden bepaald dat voor een bij die regeling aangewezen opleiding of groep van opleidingen het instellingsbestuur een of meer van de nadere vooropleidingseisen, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, stelt om te kunnen worden ingeschreven. @@ -2836,7 +2837,7 @@ d. direct verband houden met het verstrekken van een vervangend getuigschrift of **2.** Bij ministeriele regeling wordt vastgesteld op welke kostensoorten het eerste lid betrekking heeft en kan worden vastgesteld welk bedrag ten hoogste in rekening kan worden gebracht en voor welke kostensoorten het instellingsbestuur een kosteloos alternatief biedt. -**3.** Het instellingsbestuur treft voorzieningen voor de financiële ondersteuning van degenen die niet tot één van de groepen van personen, bedoeld in artikel 2.2 van de Wet studiefinanciering 2000 behoort, noch de Surinaamse nationaliteit bezit, en voor wie de bijdrage, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a tot en met b, een onoverkomelijke belemmering vormt. +**3.** Het instellingsbestuur treft voorzieningen voor de financiële ondersteuning van degenen die tot één van de groepen van personen, bedoeld in artikel 2.2 van de Wet studiefinanciering 2000 behoren dan wel de Surinaamse nationaliteit bezitten, en voor wie de bijdrage, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a tot en met b, een onoverkomelijke belemmering vormt. **4.** Indien het instellingsbestuur een bijdrage, als bedoeld in het eerste lid, in rekening brengt stelt hij regels vast over de bijdrage en over de financiële ondersteuning, bedoeld in het derde lid. @@ -2844,7 +2845,7 @@ d. direct verband houden met het verstrekken van een vervangend getuigschrift of De voordracht voor een krachtens artikel 7.45, vijfde lid, 7.45a, vijfde lid, 7.45b, tweede lid, of 7.48, zevende lid, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. -#### Paragraaf 2a. Profileringsfonds +#### Paragraaf 2a. Studentenondersteuningsfonds ### Artikel 7.51 @@ -2925,7 +2926,7 @@ Deze paragraaf is van overeenkomstige toepassing op een student die aan de Open ### Artikel 7.51k -**1.** Onze Minister treft voorzieningen voor de financiële ondersteuning van een student die bestuurslid is van een van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid uitgaande politieke jongerenorganisatie van enige omvang of van een landelijke organisatie van enige omvang die voor het hoger onderwijs relevante activiteiten ontplooit en die daartoe daadwerkelijke activiteiten ontplooit. +**1.** Onze Minister treft voorzieningen voor de financiële ondersteuning van een student die bestuurslid is van een van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid uitgaande politieke jongerenorganisatie van enige omvang of van een landelijke organisatie van enige omvang die voor het hoger onderwijs of het beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, relevante activiteiten ontplooit en die daartoe daadwerkelijke activiteiten ontplooit. **2.** Bij ministeriële regeling worden de voorwaarden gesteld waaronder deze financiële ondersteuning plaatsvindt. @@ -2977,7 +2978,7 @@ Vervallen In deze paragraaf wordt verstaan onder: -a. *opleiding:* een associate degree-opleiding of een bacheloropleiding, en +a. *opleiding:* een associate degree-opleiding of een bacheloropleiding of een programma binnen een associate degree-opleiding of een bacheloropleiding waarvan de studielast en de kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden die een student bij de beëindiging van de opleiding moet hebben verworven, gelijk zijn aan die van de opleiding, en b. propedeutische fase: de propedeutische fase of, indien die fase niet is ingesteld, de eerste periode in een opleiding met een studielast van 60 studiepunten. ### Artikel 7.53 @@ -3190,12 +3191,12 @@ g. beslissingen, genomen op grond van artikel 7.30b met het oog op de toelating Het college van beroep voor de examens stelt een reglement van orde vast, waarin nadere regels worden gesteld ten aanzien van: -a. de omvang en samenstelling van het college van beroep, -b. indien nodig, de splitsing in kamers, alsmede de verdeling van de werkzaamheden over de verschillende kamers, -c. de zittingstermijn van de leden en eventuele plaatsvervangende leden van het college van beroep, -d. de wijze waarop het lidmaatschap of plaatsvervangend lidmaatschap van het college van beroep eindigt, -e. de in artikel 7.61, derde lid, bedoelde procedure en de gevallen waarin deze procedure achterwege kan worden gelaten, -f. de wijze waarop in het secretariaat van het college van beroep wordt voorzien, alsmede +a. de omvang en samenstelling van het college van beroep; +b. indien nodig, de splitsing in kamers, alsmede de verdeling van de werkzaamheden over de verschillende kamers; +c. de zittingstermijn van de leden en eventuele plaatsvervangende leden van het college van beroep; +d. de wijze waarop het lidmaatschap of plaatsvervangend lidmaatschap van het college van beroep eindigt; +e. de in artikel 7.61, derde lid, bedoelde procedure en de gevallen waarin deze procedure achterwege kan worden gelaten; +f. de wijze waarop in het secretariaat van het college van beroep wordt voorzien; en g. de wijze waarop de voorzitter wordt vervangen. **2.** Het reglement van orde alsmede wijzigingen daarvan, behoeven de instemming van het instellingsbestuur. @@ -3281,10 +3282,10 @@ Ten bewijze dat de scholing, bedoeld in artikel 4.2.5 van de Wet educatie en ber Degene die met goed gevolg het bekwaamheidsonderzoek heeft afgesloten, is gerechtigd tot het voeren van: -a. de titel doctorandus, afgekort tot drs., indien het betreft een bekwaamheidsonderzoek waarin kennis, inzicht en vaardigheden op het niveau van wetenschappelijk onderwijs zijn getoetst, of +a. de titel doctorandus, afgekort tot drs., indien het betreft een bekwaamheidsonderzoek waarin kennis, inzicht en vaardigheden op het niveau van wetenschappelijk onderwijs zijn getoetst; of b. de titel baccalaureus, afgekort tot bc., indien het betreft een bekwaamheidsonderzoek waarin kennis, inzicht en vaardigheden op het niveau van hoger beroepsonderwijs zijn getoetst. -**2.** De in het eerste lid genoemde titels worden, afgekort, voor de naam geplaatst. +**2.** De in het eerste lid genoemde titels worden afgekort voor de naam geplaatst. **3.** Tot het voeren van een in het eerste lid genoemde titel is eveneens gerechtigd degene aan wie op grond van de Interimwet zij-instroom leraren primair en voortgezet onderwijs vanaf 1 september 2002 het getuigschrift van een met goed gevolg afgesloten bekwaamheidsonderzoek is uitgereikt. @@ -3645,7 +3646,7 @@ Deze titel heeft betrekking op de openbare universiteiten. Het college van bestuur besluit: -a. dat de Wet op de ondernemingsraden met uitzondering van hoofdstuk VII B van toepassing is op de universiteit, dan wel +a. dat de Wet op de ondernemingsraden met uitzondering van hoofdstuk VII B van toepassing is op de universiteit; of b. dat de onder a bedoelde wet niet van toepassing is op de universiteit. **2.** Een besluit als bedoeld in het eerste lid kan telkens opnieuw worden genomen, doch niet eerder dan nadat vijf jaren zijn verstreken sedert het van kracht worden van het vorige besluit terzake. @@ -3706,7 +3707,7 @@ c. het bestuurs- en beheersreglement, bedoeld in artikel 9.4. **3.** De raad bevordert naar vermogen openheid, openbaarheid en onderling overleg in de universiteit. -**4.** De raad waakt voorts in de universiteit in het algemeen tegen discriminatie op welke grond dan ook en bevordert in het bijzonder de gelijke behandeling van mannen en vrouwen alsmede de inschakeling van personen met een handicap of chronische ziekte en allochtonen. Het reglement voor de raad, bedoeld in artikel 9.34, bepaalt of de raad een overeenkomstige bevoegdheid bezit als bedoeld in artikel 10, tweede lid, aanhef en onderdeel d, van de Wet College voor de rechten van de mens. In dat geval is artikel 21, tweede lid, van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen van overeenkomstige toepassing voor wat betreft het onderscheid, bedoeld in die wet of in artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. +**4.** De raad waakt voorts in de universiteit in het algemeen tegen discriminatie op welke grond dan ook en bevordert in het bijzonder de gelijke behandeling van mannen en vrouwen alsmede de inschakeling van personen met een handicap of chronische ziekte en personen met een migratieachtergrond. Het reglement voor de raad, bedoeld in artikel 9.34, bepaalt of de raad een overeenkomstige bevoegdheid bezit als bedoeld in artikel 10, tweede lid, aanhef en onderdeel d, van de Wet College voor de rechten van de mens. In dat geval is artikel 21, tweede lid, van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen van overeenkomstige toepassing voor wat betreft het onderscheid, bedoeld in die wet of in artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. **5.** Het college van bestuur verstrekt de raad aan het begin van het studiejaar schriftelijk de basisgegevens met betrekking tot de samenstelling van het college van bestuur, de raad van toezicht, de organisatie binnen de universiteit en de hoofdpunten van het reeds vastgestelde beleid. Het college van bestuur stelt de raad ten minste eenmaal per jaar schriftelijk in kennis van het door hem in het afgelopen jaar gevoerde beleid en van de beleidsvoornemens voor het komende jaar ten aanzien van de universiteit op financieel, organisatorisch en onderwijskundig gebied. Het college van bestuur stelt de raad onverwijld in kennis van voornemens met betrekking tot de aangelegenheden, beschreven in het instellingsplan. @@ -4381,7 +4382,7 @@ Vervallen Het college van bestuur besluit: -a. dat de Wet op de ondernemingsraden met uitzondering van hoofdstuk VII B van toepassing is op de hogeschool, dan wel +a. dat de Wet op de ondernemingsraden met uitzondering van hoofdstuk VII B van toepassing is op de hogeschool; of b. dat de onder a bedoelde wet niet van toepassing is op de hogeschool. **2.** Een besluit als bedoeld in het eerste lid, kan telkens opnieuw worden genomen, doch niet eerder dan nadat vijf jaren zijn verstreken sedert het van kracht worden van het vorige besluit terzake. @@ -4425,7 +4426,7 @@ d. de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in artikel 7.13, met uitzondering va **3.** De raad bestaat voor de helft uit leden die uit en door het personeel worden gekozen, en voor de helft uit leden die uit en door de studenten worden gekozen. -**4.** Zij die deel uitmaken van het instellingsbestuur, het college van bestuur, de bestuursraad, de centrale directie dan wel het bestuur van een faculteit of een andere organisatorische eenheid, kunnen niet tevens lid zijn van de raad. +**4.** Zij die deel uitmaken van het instellingsbestuur, het college van bestuur, de raad van toezicht dan wel het bestuur van een faculteit of een andere organisatorische eenheid, kunnen niet tevens lid zijn van de raad. **5.** Kandidaten voor de verkiezingen van het deel van de raad dat uit en door het personeel wordt gekozen, kunnen worden gesteld door personeelsleden en door organisaties van personeel. @@ -4449,7 +4450,7 @@ Vervallen **3.** De raad bevordert naar vermogen openheid, openbaarheid en onderling overleg in de hogeschool. -**4.** De raad waakt voorts in de hogeschool in het algemeen tegen discriminatie op welke grond dan ook en bevordert in het bijzonder de gelijke behandeling van mannen en vrouwen alsmede de inschakeling van personen met een handicap of chronische ziekte en allochtonen. Het medezeggenschapsreglement bepaalt of de raad een overeenkomstige bevoegdheid bezit als bedoeld in artikel 10, tweede lid, aanhef en onderdeel d, van de Wet College voor de rechten van de mens. In dat geval is artikel 21, tweede lid, van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen van overeenkomstige toepassing voor wat betreft het onderscheid, bedoeld in die wet of in artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. +**4.** De raad waakt voorts in de hogeschool in het algemeen tegen discriminatie op welke grond dan ook en bevordert in het bijzonder de gelijke behandeling van mannen en vrouwen alsmede de inschakeling van personen met een handicap of chronische ziekte en personen met een migratieachtergrond. Het medezeggenschapsreglement bepaalt of de raad een overeenkomstige bevoegdheid bezit als bedoeld in artikel 10, tweede lid, aanhef en onderdeel d, van de Wet College voor de rechten van de mens. In dat geval is artikel 21, tweede lid, van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen van overeenkomstige toepassing voor wat betreft het onderscheid, bedoeld in die wet of in artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. **5.** Het college van bestuur verstrekt de raad aan het begin van het studiejaar schriftelijk de basisgegevens met betrekking tot de samenstelling van het college van bestuur dan wel de centrale directie, de organisatie binnen de hogeschool, de taakverdeling tussen college van bestuur en centrale directie en de hoofdpunten van het reeds vastgestelde beleid. Het college van bestuur stelt de raad ten minste eenmaal per jaar schriftelijk in kennis van het door hem in het afgelopen jaar gevoerde beleid en van de beleidsvoornemens voor het komende jaar ten aanzien van de hogeschool op financieel, organisatorisch en onderwijskundig gebied. Het college van bestuur stelt de medezeggenschapsraad onverwijld in kennis van voornemens met betrekking tot de aangelegenheden, beschreven in het plan, bedoeld in artikel 10.20, onder a. @@ -6037,7 +6038,7 @@ De benoemingen van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van Onverminderd artikel 18.98, eerste lid, tweede volzin, worden de archiefbescheiden van het college van beroep voor het hoger onderwijs overgedragen aan Onze Minister. -### Titel 21. Wet van (datum) (Stb. ...) +### Titel 21. Wet van 3 juni 2023 (Stb. 2023, 192) ### Artikel 18.100