From 0dcac1a98fbdddca03b4939f8c2d302fb7ce29f1 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 23 Aug 2016 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2016-08-23 | BWBR0013131 | Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak --- .../BWBR0013131/README.md | 8 ++++---- 1 file changed, 4 insertions(+), 4 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-rechtspositie-leden-gerechtsbesturen-en-raad-voor-de-rechtspraak/BWBR0013131/README.md b/amvb/besluit-rechtspositie-leden-gerechtsbesturen-en-raad-voor-de-rechtspraak/BWBR0013131/README.md index 104d4fcd397..19470897e30 100644 --- a/amvb/besluit-rechtspositie-leden-gerechtsbesturen-en-raad-voor-de-rechtspraak/BWBR0013131/README.md +++ b/amvb/besluit-rechtspositie-leden-gerechtsbesturen-en-raad-voor-de-rechtspraak/BWBR0013131/README.md @@ -18,7 +18,7 @@ citeertitel: Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechts **3.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van voorzitter van het bestuur van de rechtbank Amsterdam, Den Haag of Rotterdam is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 3 zijn ingedeeld, vermeerderd met een bedrag van € 181,51. -**4.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van voorzitter van het bestuur van een rechtbank, anders dan genoemd in het derde lid, is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 4 zijn ingedeeld, vermeerderd met een bedrag van € 181,51. +**4.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van voorzitter van het bestuur van een rechtbank, anders dan genoemd in het derde lid, is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 4 zijn ingedeeld, vermeerderd met een bedrag van € 181,51. **5.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van rechterlijk lid, niet zijnde voorzitter, van het bestuur van een gerechtshof, de rechtbank Amsterdam, Den Haag of Rotterdam, de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 5 zijn ingedeeld. @@ -66,7 +66,7 @@ Ten aanzien van de rechterlijke leden van de Raad voor de rechtspraak worden de ### Artikel 6 -Het niet-rechterlijk lid van een gerechtsbestuur of het niet-rechterlijk lid van de Raad voor de rechtspraak dat niet op basis van het Algemeen Rijksambtenarenreglement in vaste dienst is aangesteld en ten gevolge van een ontslag, anders dan op grond van artikel 81, eerste lid, onder l, 94a, eerste lid, of 97, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, onderscheidenlijk ten gevolge van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte werkloos is geworden in de zin van de Werkloosheidswet, wordt aangemerkt als betrokkene in de zin van artikel 1, onderdeel b, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk. +Het niet-rechterlijk lid van een gerechtsbestuur of het niet-rechterlijk lid van de Raad voor de rechtspraak dat niet op basis van het Algemeen Rijksambtenarenreglement in vaste dienst is aangesteld en ten gevolge van een ontslag, anders dan op grond van artikel 81, eerste lid, onder l, 94a, eerste lid, of 97, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, onderscheidenlijk ten gevolge van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte werkloos is geworden in de zin van de Werkloosheidswet, wordt aangemerkt als betrokkene in de zin van artikel 1, onderdeel b, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk. ### Artikel 7 @@ -82,9 +82,9 @@ Het niet-rechterlijk lid van een gerechtsbestuur of het niet-rechterlijk lid van ### Artikel 9 -**1.** Aan de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die of het lid met rechtspraak belast dat tevens is benoemd als voorzitter of ander rechterlijk lid van de Raad voor de rechtspraak, voorzitter van het bestuur van een gerecht onderscheidenlijk ander rechterlijk lid van het bestuur van een gerecht wordt, in plaats van de onkostenvergoeding overeenkomstig artikel 7 van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren, een onkostenvergoeding van € 4702,– per 1 januari 2015: € 4.887, € 2711,– per 1 januari 2015: € 2.818 onderscheidenlijk € 1807,– per 1 januari 2015: € 1.879 per jaar toegekend. +**1.** Aan de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die of het lid met rechtspraak belast dat tevens is benoemd als voorzitter of ander rechterlijk lid van de Raad voor de rechtspraak, voorzitter van het bestuur van een gerecht onderscheidenlijk ander rechterlijk lid van het bestuur van een gerecht wordt, in plaats van de onkostenvergoeding overeenkomstig artikel 7 van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren, een onkostenvergoeding van € 4702,– per 23 augustus 2016 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2016: € 4.907, € 2711,– per 23 augustus 2016 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2016: € 2.829 onderscheidenlijk € 1807,– per 23 augustus 2016 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2016: € 1.887 per jaar toegekend. -**2.** Aan de niet-rechterlijke leden van de Raad voor de rechtspraak onderscheidenlijk de niet-rechterlijke leden van het bestuur van een gerecht wordt een onkostenvergoeding van € 4611,– per 1 januari 2015: € 4.793 onderscheidenlijk € 1807,– per 1 januari 2015: € 1.879 per jaar toegekend. +**2.** Aan de niet-rechterlijke leden van de Raad voor de rechtspraak onderscheidenlijk de niet-rechterlijke leden van het bestuur van een gerecht wordt een onkostenvergoeding van € 4611,– per 23 augustus 2016 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2016: € 4.812 onderscheidenlijk € 1807,– per 23 augustus 2016 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2016: € 1.887 per jaar toegekend. **3.** Toekenning van een onkostenvergoeding als bedoeld in het eerste of tweede lid geschiedt door de Raad voor de rechtspraak, uitgezonderd het betrokken lid, onderscheidenlijk, indien het een lid van een gerechtsbestuur betreft, het gerechtsbestuur, uitgezonderd het betrokken lid.