2024-01-01 | BWBR0008659 | Huursubsidiewet
This commit is contained in:
parent
13a9b73687
commit
0dce0afe81
1 changed files with 25 additions and 25 deletions
|
|
@ -38,7 +38,7 @@ l. woonwagen: voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats e
|
|||
|
||||
**1.** Op deze wet is de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, met uitzondering van artikel 6, eerste en tweede lid, van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** De uitvoering van het toekennen, uitbetalen en terugvorderen van een huurtoeslag is opgedragen aan de Belastingdienst/Toeslagen.
|
||||
**2.** De uitvoering van het toekennen, uitbetalen en terugvorderen van een huurtoeslag is opgedragen aan de Dienst Toeslagen.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van artikel 3 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen de partner uitsluitend als partner aangemerkt indien deze in de basisregistratie personen op het adres van de huurder staat ingeschreven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -70,7 +70,7 @@ In deze wet en de bepalingen die daarop berusten wordt verstaan onder rekenhuur:
|
|||
a. een bedrag voor door de huurder verschuldigde servicekosten, en
|
||||
b. in geval van huur van een woonwagen zonder eigen aandrijving het bedrag dat verschuldigd is voor de huur van de standplaats.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de toepassing van het eerste lid kan het in de aanhef van dat lid laatstbedoelde bedrag slechts in plaats van de verschuldigde huurprijs in aanmerking worden genomen nadat, op verzoek van de Belastingdienst/Toeslagen, de huurcommissie, dan wel de voorzitter van de huurcommissie, aan de Belastingdienst/Toeslagen en aan de huurder advies heeft uitgebracht, dan wel een verklaring heeft verstrekt, over de redelijk te achten huurprijs. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen omtrent die verklaring nadere regels worden gesteld.
|
||||
**2.** Bij de toepassing van het eerste lid kan het in de aanhef van dat lid laatstbedoelde bedrag slechts in plaats van de verschuldigde huurprijs in aanmerking worden genomen nadat, op verzoek van de Dienst Toeslagen, de huurcommissie, dan wel de voorzitter van de huurcommissie, aan de Dienst Toeslagen en aan de huurder advies heeft uitgebracht, dan wel een verklaring heeft verstrekt, over de redelijk te achten huurprijs. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen omtrent die verklaring nadere regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -131,14 +131,14 @@ Een huurtoeslag wordt slechts toegekend voor de huur van een woning die:
|
|||
a. een zelfstandige woonruimte of een onvrije etage is, of
|
||||
b. een onzelfstandige woonruimte is, welke deel uitmaakt van een woongebouw of woning, geheel of gedeeltelijk verhuurd ten behoeve van begeleid wonen, groepswonen door ouderen of een daarmee vergelijkbare woonvorm, en in eigendom van en aan de huurder verhuurd door een rechtspersoon zonder winstoogmerk, die mede op het gebied van de volkshuisvesting werkzaam is.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid onder b vindt slechts toepassing als de onzelfstandige woonruimte deel uitmaakt van een woongebouw of woning, die door de Belastingdienst/Toeslagen is aangewezen. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen terzake nadere regels worden gesteld, waarbij een lagere maximale rekenhuur kan worden vastgesteld dan uit artikel 13 voortvloeit.
|
||||
**2.** Het eerste lid onder b vindt slechts toepassing als de onzelfstandige woonruimte deel uitmaakt van een woongebouw of woning, die door de Dienst Toeslagen is aangewezen. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen terzake nadere regels worden gesteld, waarbij een lagere maximale rekenhuur kan worden vastgesteld dan uit artikel 13 voortvloeit.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Voor de huur van een woonwagen zonder eigen aandrijving wordt slechts een huurtoeslag toegekend, indien deze:
|
||||
|
||||
a. is geplaatst op een standplaats of op een regionaal woonwagencentrum dat tot stand is gekomen voor 1 oktober 1970, en
|
||||
b. voldoet aan de eisen, daaraan gesteld krachtens de Woningwet.
|
||||
b. voldoet aan de eisen, daaraan gesteld krachtens de Omgevingswet.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
|
|
@ -150,13 +150,13 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Geen huurtoeslag wordt toegekend als de rekenhuur:
|
||||
|
||||
a. hoger is dan € 808,06 per maand als:
|
||||
a. hoger is dan € 879,66 per maand als:
|
||||
|
||||
1º. de huurder, diens partner of een van de medebewoners 23 jaar of ouder is, dan wel de woning deelt met een kind of pleegkind van de huurder, diens partner of een medebewoner of
|
||||
2º. de huurder, diens partner of de medebewoner jonger dan 23 jaar is, en een handicap heeft
|
||||
|
||||
of
|
||||
b. hoger is dan € 452,20 per maand in andere gevallen dan bedoeld onder a.
|
||||
b. hoger is dan € 454,47 per maand in andere gevallen dan bedoeld onder a.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -178,10 +178,10 @@ c. na overschrijding van de bedragen, genoemd in het eerste lid, als de huurder
|
|||
|
||||
Het norminkomen bedraagt:
|
||||
|
||||
a. € 25.475 bij een eenpersoonshuishouden;
|
||||
b. € 34.575 bij een meerpersoonshuishouden;
|
||||
c. € 24.330,44 bij een eenpersoonsouderenhuishouden;
|
||||
d. € 32.207,55 bij een meerpersoonsouderenhuishouden.
|
||||
a. € 27.725 bij een eenpersoonshuishouden;
|
||||
b. € 37.625 bij een meerpersoonshuishouden;
|
||||
c. € 26.486,12 bij een eenpersoonsouderenhuishouden;
|
||||
d. € 35.061,14 bij een meerpersoonsouderenhuishouden.
|
||||
|
||||
**2.** Het norminkomen, genoemd in het eerste lid, onderdelen c en d, wordt vermeerderd met het bedrag van de inkomensondersteuning, bedoeld in artikel 33a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, per kalenderjaar, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, onderscheidenlijk twee maal dat bedrag, en verder vermeerderd met € 665 onderscheidenlijk € 1 462.
|
||||
|
||||
|
|
@ -197,7 +197,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
De basishuur is het gedeelte van de rekenhuur dat voor rekening van de huurder blijft. De basishuur is het overeenkomstig de artikelen 17, 18 en 19 berekende bedrag van de normhuur verhoogd met € 12 per 1 januari 2023: € 0.
|
||||
De basishuur is het gedeelte van de rekenhuur dat voor rekening van de huurder blijft. De basishuur is het overeenkomstig de artikelen 17, 18 en 19 berekende bedrag van de normhuur verhoogd met € 12 per 1 januari 2023 bij Stb. 2022/528: € 0.In Stb. 2023/494 wordt de basishuur aangepast vanaf 1 januari 2024..
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
|
|
@ -205,12 +205,12 @@ De basishuur is het gedeelte van de rekenhuur dat voor rekening van de huurder b
|
|||
|
||||
Het minimum-inkomensijkpunt wordt verkregen door:
|
||||
|
||||
a. voor een eenpersoonshuishouden: de uitkomst van 81% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het berekeningsjaar geldende in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag per maand, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, te vermeerderen met € 572;
|
||||
a. voor een eenpersoonshuishouden: de uitkomst van 81% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het berekeningsjaar geldende in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag per maand, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, te vermeerderen met € 572;
|
||||
b. voor een meerpersoonshuishouden: de uitkomst van 108% van het twaalfvoud van het bedrag per maand, bedoeld in onderdeel a, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, te vermeerderen met € 144;
|
||||
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: de uitkomst van het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, vermeerderd met het bedrag van de bruto-vakantie-uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van die wet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, en de inkomensondersteuning, bedoeld in artikel 33a, eerste lid, van die wet, per kalenderjaar, zoals die inkomensondersteuning naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, te herrekenen naar een jaarinkomen in het berekeningsjaar en dat jaarinkomen te vermeerderen met € 2 340;
|
||||
d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: de uitkomst van twee maal het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, vermeerderd met het bedrag van de bruto-vakantie-uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van die wet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, en twee maal de inkomensondersteuning, bedoeld in artikel 33a, eerste lid, van die wet, per kalenderjaar, zoals die inkomensondersteuning naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, te herrekenen naar een jaarinkomen in het berekeningsjaar en dat jaarinkomen te vermeerderen met € 2 512.
|
||||
|
||||
**2.** Bij het minimum-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 225,54.
|
||||
**2.** Bij het minimum-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 226,67.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -227,14 +227,14 @@ b. € 3,63 als sprake is van een meerpersoonsouderenhuishouden.
|
|||
|
||||
Het referentie-inkomensijkpunt bedraagt:
|
||||
|
||||
a. voor een eenpersoonshuishouden: € 28.550;
|
||||
b. voor een meerpersoonshuishouden: € 37.100;
|
||||
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: € 28.275;
|
||||
d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: € 36.925.
|
||||
a. voor een eenpersoonshuishouden: € 30.550;
|
||||
b. voor een meerpersoonshuishouden: € 39.700;
|
||||
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: € 30.575;
|
||||
d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: € 39.875.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het derde lid en van artikel 19, tweede lid, worden de bedragen, genoemd in het eerste lid, onderdelen c en d, vermeerderd met € 665 onderscheidenlijk € 1 462.
|
||||
|
||||
**3.** Bij het referentie-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 458,44.
|
||||
**3.** Bij het referentie-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 460,74.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -271,14 +271,14 @@ Y: het rekeninkomen.
|
|||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** De kwaliteitskortingsgrens is € 452,20 per maand.
|
||||
**1.** De kwaliteitskortingsgrens is € 454,47 per maand.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De aftoppingsgrens is:
|
||||
|
||||
a. € 647,19 per maand als het huishouden van de huurder, afgezien van eventuele onderhuurders en personen die tot diens huishouden behoren, uit één of twee personen bestaat;
|
||||
b. € 693,60 per maand als het huishouden van de huurder, afgezien van eventuele onderhuurders en personen die tot diens huishouden behoren, uit drie of meer personen bestaat.
|
||||
a. € 650,43 per maand als het huishouden van de huurder, afgezien van eventuele onderhuurders en personen die tot diens huishouden behoren, uit één of twee personen bestaat;
|
||||
b. € 697,07 per maand als het huishouden van de huurder, afgezien van eventuele onderhuurders en personen die tot diens huishouden behoren, uit drie of meer personen bestaat.
|
||||
|
||||
**3.** De in het eerste en tweede lid genoemde bedragen worden met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig artikel 27.
|
||||
|
||||
|
|
@ -506,13 +506,13 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 48c
|
||||
|
||||
De Belastingdienst/Toeslagen verstrekt op verzoek aan burgemeester en wethouders de voor de uitvoering ten behoeve van het doen van uitkeringen uit een bij verordening op basis van artikel 108 van de Gemeentewet ingesteld gemeentelijk woonlastenfonds benodigde gegevens behoudens het bepaalde in artikel 38a van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, uitsluitend ten behoeve van dat woonlastenfonds.
|
||||
De Dienst Toeslagen verstrekt op verzoek aan burgemeester en wethouders de voor de uitvoering ten behoeve van het doen van uitkeringen uit een bij verordening op basis van artikel 108 van de Gemeentewet ingesteld gemeentelijk woonlastenfonds benodigde gegevens behoudens het bepaalde in artikel 38a van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, uitsluitend ten behoeve van dat woonlastenfonds.
|
||||
|
||||
### Artikel 49
|
||||
|
||||
**1.** De Belastingdienst/Toeslagen kan voor de huur van nader door Onze Minister aangewezen woningen of categorieën van woningen een huurtoeslag toekennen in afwijking van de artikelen 1, onder c en d, 11 en 13, ten behoeve van experimenten die naar het oordeel van Onze Minister in het belang van de volkshuisvesting zijn. Onze Minister bepaalt hierbij vooraf de duur van het experiment.
|
||||
**1.** De Dienst Toeslagen kan voor de huur van nader door Onze Minister aangewezen woningen of categorieën van woningen een huurtoeslag toekennen in afwijking van de artikelen 1, onder c en d, 11 en 13, ten behoeve van experimenten die naar het oordeel van Onze Minister in het belang van de volkshuisvesting zijn. Onze Minister bepaalt hierbij vooraf de duur van het experiment.
|
||||
|
||||
**2.** De Belastingdienst/Toeslagen kan op verzoek van Onze Minister na afsluiting van het experiment af blijven wijken van de in het eerste lid genoemde artikelen, voor zover het de bewoners betreft die tijdens de duur van het experiment een huurtoeslag ontvingen met toepassing van het eerste lid en zolang een door Onze Minister op basis van het experiment noodzakelijk geoordeelde wijziging van deze wet nog niet van kracht is geworden en in werking is getreden.
|
||||
**2.** De Dienst Toeslagen kan op verzoek van Onze Minister na afsluiting van het experiment af blijven wijken van de in het eerste lid genoemde artikelen, voor zover het de bewoners betreft die tijdens de duur van het experiment een huurtoeslag ontvingen met toepassing van het eerste lid en zolang een door Onze Minister op basis van het experiment noodzakelijk geoordeelde wijziging van deze wet nog niet van kracht is geworden en in werking is getreden.
|
||||
|
||||
### Artikel 50
|
||||
|
||||
|
|
@ -546,7 +546,7 @@ De Wet individuele huursubsidie wordt ingetrokken.
|
|||
|
||||
**4.** Artikel 13, eerste lid, is niet van toepassing op een huurder op wie artikel 41 van de Wet individuele huursubsidie of artikel II van de wet van 9 juni 1994 houdende wijziging van de Wet individuele huursubsidie (Stb. 439) van toepassing was over de aan de dag van inwerkingtreding van deze wet voorafgaande kalendermaand, zolang deze huurder het genot van de desbetreffende woning behoudt. Artikel 13, derde lid, is in deze gevallen van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Bij de toepassing van artikel 2, en bij de toepassing van artikel 7 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen kan de Belastingdienst/Toeslagen op verzoek van de huurder het op 31 december 2005 van kracht zijnde beleid toepassen dat Onze Minister heeft getroffen op grond van artikel 9 en artikel 26, eerste lid, zoals die artikelen onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Aanpassingswet Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen luidden.
|
||||
**5.** Bij de toepassing van artikel 2, en bij de toepassing van artikel 7 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen kan de Dienst Toeslagen op verzoek van de huurder het op 31 december 2005 van kracht zijnde beleid toepassen dat Onze Minister heeft getroffen op grond van artikel 9 en artikel 26, eerste lid, zoals die artikelen onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Aanpassingswet Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen luidden.
|
||||
|
||||
**6.** Het vijfde lid geldt uitsluitend in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen gevallen.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue