2018-02-01 | BWBR0007625 | Wet educatie en beroepsonderwijs
This commit is contained in:
parent
b793862ebc
commit
0ddd39a7e4
1 changed files with 27 additions and 7 deletions
|
|
@ -736,7 +736,19 @@ m. de locatie waar het onderwijs wordt gevolgd.
|
|||
|
||||
**8.** Het bevoegd gezag verstrekt geen persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs ter uitvoering van artikel 107, vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, anders dan ter nakoming van verplichtingen als referent in de zin van artikel 1 van die wet.
|
||||
|
||||
**9.** De in het zevende lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens een van beide kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
|
||||
**9.** Het bevoegd gezag kan het persoonsgebonden nummer van een deelnemer eenmalig gebruiken ten behoeve van het genereren van een pseudoniem voor deze deelnemer met het oog op het bieden van voorzieningen in het kader van het onderwijs en de begeleiding van deelnemers. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat het pseudoniem wordt bewaard in de systemen waarin de deelnemers zijn geregistreerd.
|
||||
|
||||
**10.** Het bevoegd gezag kan het pseudoniem, bedoeld in het negende lid, gebruiken voor het genereren van een ander pseudoniem voor een deelnemer in het kader van de toegang tot en het gebruik van digitale leermiddelen of het digitaal afnemen van toetsen en examens, waarbij het bevoegd gezag er zorg voor draagt dat dit andere pseudoniem wordt bewaard in de systemen waarin de deelnemers zijn geregistreerd. Dit andere pseudoniem wordt uitsluitend verstrekt aan een leverancier die een digitaal product of een digitale dienst aanbiedt bestaande uit leerstof of toetsen en de daarmee samenhangende digitale diensten.
|
||||
|
||||
**11.**
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere gevallen worden aangewezen dan het geval, bedoeld in het tiende lid, waarvoor het bevoegd gezag op basis van het pseudoniem, bedoeld in het negende lid, een ander pseudoniem kan genereren.
|
||||
|
||||
Daarbij worden in ieder geval de categorieën van ontvangers van dit andere pseudoniem aangewezen.
|
||||
|
||||
**12.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de voorwaarden waaronder de pseudoniemen, bedoeld in het negende tot en met het elfde lid, kunnen worden gegenereerd en gebruikt. Deze voorwaarden betreffen in ieder geval de duur en de beveiliging, waaronder de gescheiden opslag van de pseudoniemen.
|
||||
|
||||
**13.** De in het zevende lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens een van beide kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.6b
|
||||
|
||||
|
|
@ -895,7 +907,19 @@ s. de onderdelen van een kwalificatie en de keuzedelen waarvoor toepassing is ge
|
|||
|
||||
**11.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een deelnemer in contacten met een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra in het kader van de ondersteuning die deze school biedt op grond van artikel 8a, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra en artikel 2.2.5, tweede lid.
|
||||
|
||||
**12.** De in het negende lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens een van beide kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
|
||||
**12.** Het bevoegd gezag kan het persoonsgebonden nummer van een deelnemer eenmalig gebruiken ten behoeve van het genereren van een pseudoniem voor deze deelnemer met het oog op het bieden van voorzieningen in het kader van het onderwijs en de begeleiding van deelnemers. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat het pseudoniem wordt bewaard in de systemen waarin de deelnemers zijn geregistreerd.
|
||||
|
||||
**13.** Het bevoegd gezag kan het pseudoniem, bedoeld in het twaalfde lid, gebruiken voor het genereren van een ander pseudoniem voor een deelnemer in het kader van de toegang tot en het gebruik van digitale leermiddelen of het digitaal afnemen van toetsen en examens, waarbij het bevoegd gezag er zorg voor draagt dat dit andere pseudoniem wordt bewaard in de systemen waarin de deelnemers zijn geregistreerd. Dit andere pseudoniem wordt uitsluitend verstrekt aan een leverancier die een digitaal product of een digitale dienst aanbiedt bestaande uit leerstof of toetsen en de daarmee samenhangende digitale diensten.
|
||||
|
||||
**14.**
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere gevallen worden aangewezen dan het geval, bedoeld in het dertiende lid, waarvoor het bevoegd gezag op basis van het pseudoniem, bedoeld in het twaalfde lid, een ander pseudoniem kan genereren.
|
||||
|
||||
Daarbij worden in ieder geval de categorieën van ontvangers van dit andere pseudoniem aangewezen.
|
||||
|
||||
**15.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de voorwaarden waaronder de pseudoniemen, bedoeld in het twaalfde tot en met het veertiende lid, kunnen worden gegenereerd en gebruikt. Deze voorwaarden betreffen in ieder geval de duur en de beveiliging, waaronder de gescheiden opslag van de pseudoniemen.
|
||||
|
||||
**16.** De in het negende lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens een van beide kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5.5b
|
||||
|
||||
|
|
@ -3296,10 +3320,6 @@ De op 31 december 1995 geldende voorschriften vastgesteld bij of krachtens de ar
|
|||
|
||||
### Artikel 12.2.3
|
||||
|
||||
De vakinstelling die op grond van artikel 12.3.5, zoals dat luidde op 30 juni 2004, de rijksbijdrage ten aanzien van huisvesting voortgezet onderwijs ontving en nadien is blijven ontvangen, wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen, alsmede voor de toepassing van artikel 76v.1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, aangemerkt als scholengemeenschap in de zin van artikel 2.6.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.2.3
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12.2.4
|
||||
|
|
@ -3576,7 +3596,7 @@ Onze Minister brengt voor 1 januari 2002 verslag uit over de werking van deze we
|
|||
|
||||
### Artikel 12.5.1a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet van 29 november 2017 tot wijziging van diverse onderwijswetten in verband met het pseudonimiseren van het persoonsgebonden nummer van een onderwijsdeelnemer ten behoeve van het bieden van voorzieningen in het kader van het onderwijs en de begeleiding van onderwijsdeelnemers (Stb. 508) aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en effecten van de artikelen 2.3.6a, negende tot en met twaalfde lid, en 2.5.5a, twaalfde tot en met vijftiende lid, in de praktijk.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.5.2
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue