2003-04-01 | BWBR0004046 | Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid
This commit is contained in:
parent
df90caf759
commit
0df8337637
1 changed files with 4 additions and 4 deletions
|
|
@ -264,9 +264,9 @@ In afwijking van de op grond van artikel 12a van de Werkloosheidswet en artikel
|
|||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
**1.** De persoon die 21 jaar of ouder is, die voor de toepassing van de Toeslagenwet niet als gehuwd wordt aangemerkt en voor wie de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, maar niet de alleenstaande-ouderkorting, bedoeld in artikel 8.15 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van toepassing is en die recht heeft op uitkering op grond van de Werkloosheidswet of de nieuwe Werkloosheidswet die bij de aanvang van de werkloosheid is berekend naar een dagloon dat ten minste gelijk is aan 70% van het minimumloon, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de nieuwe Werkloosheidswet, heeft recht op een verhoging van zijn uitkering op grond van de Werkloosheidswet of bedoeld in hoofdstuk II*a* of IIb van de nieuwe Werkloosheidswet, indien die uitkering per dag, indien hij 21 jaar, 22 jaar onderscheidenlijk 23 jaar of ouder is, minder bedraagt dan f 47,96, f 55,77 onderscheidenlijk f 65,50. per 1 januari 2003: € 27,79, € 34,14, onderscheidenlijk € 43,63.
|
||||
**1.** De persoon die 21 jaar of ouder is, die voor de toepassing van de Toeslagenwet niet als gehuwd wordt aangemerkt en voor wie de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, maar niet de alleenstaande-ouderkorting, bedoeld in artikel 8.15 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van toepassing is en die recht heeft op uitkering op grond van de Werkloosheidswet of de nieuwe Werkloosheidswet die bij de aanvang van de werkloosheid is berekend naar een dagloon dat ten minste gelijk is aan 70% van het minimumloon, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de nieuwe Werkloosheidswet, heeft recht op een verhoging van zijn uitkering op grond van de Werkloosheidswet of bedoeld in hoofdstuk IIa of IIb van de nieuwe Werkloosheidswet, indien die uitkering per dag, indien hij 21 jaar, 22 jaar onderscheidenlijk 23 jaar of ouder is, minder bedraagt dan f 47,96, f 55,77 onderscheidenlijk f 65,50. per 1 april 2003: € 27,79, € 34,11, onderscheidenlijk € 43,63.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde verhoging bedraagt het verschil tussen het bedrag, genoemd in het eerste lid, en de uitkering per dag op grond van de Werkloosheidswet of bedoeld in hoofdstuk II*a* of II*b*, van de nieuwe Werkloosheidswet dan wel, indien tegelijkertijd recht bestaat op meerdere uitkeringen op grond van de nieuwe Werkloosheidswet, het totaalbedrag van die uitkeringen, doch ten hoogste het verschil tussen het bedrag, genoemd in het eerste lid, en 70% van het minimumloon, zijnde het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, gedeeld door 21,75, of, indien het een persoon jonger dan 23 jaar betreft, het minimumloon per maand dat voor zijn leeftijd geldt op grond van artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van genoemde wet, gedeeld door 21,75.
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde verhoging bedraagt het verschil tussen het bedrag, genoemd in het eerste lid, en de uitkering per dag op grond van de Werkloosheidswet of bedoeld in hoofdstuk IIa of IIb, van de nieuwe Werkloosheidswet dan wel, indien tegelijkertijd recht bestaat op meerdere uitkeringen op grond van de nieuwe Werkloosheidswet, het totaalbedrag van die uitkeringen, doch ten hoogste het verschil tussen het bedrag, genoemd in het eerste lid, en 70% van het minimumloon, zijnde het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, gedeeld door 21,75, of, indien het een persoon jonger dan 23 jaar betreft, het minimumloon per maand dat voor zijn leeftijd geldt op grond van artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van genoemde wet, gedeeld door 21,75.
|
||||
|
||||
**3.** De bedragen, genoemd in het eerste lid, worden door Onze Minister herzien op dezelfde wijze en op hetzelfde tijdstip als waarop de bedragen genoemd in hoofdstuk IV van de Algemene bijstandswet worden herzien, waarna de herziene bedragen voor de in het eerste lid genoemde bedragen in de plaats treden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -457,7 +457,7 @@ Voor de toepassing van artikel 6, eerste lid, onderdeel *a*, van de Algemene Arb
|
|||
|
||||
### Artikel 48
|
||||
|
||||
**1.** De persoon, die 21 jaar of ouder is, die voor de toepassing van de Toeslagenwet niet als gehuwd wordt aangemerkt en voor wie de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, maar niet de alleenstaande-ouderkorting, bedoeld in artikel 8.15 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van toepassing is en die recht heeft op uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of meer van deze wetten gezamenlijk, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, en berekend naar een dagloon als bedoeld in artikel 14 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of een vervolgdagloon als bedoeld in artikel 21b van die wet, dat ten minste gelijk is aan 70% van het minimumloon, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van die wet, of berekend naar een grondslag die ten minste gelijk is aan 70% het minimumloon als bedoeld in artikel 8, zevende lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, of artikel 7, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, heeft recht op een verhoging van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering per dag, indien hij 21 jaar, 22 jaar, onderscheidenlijk 23 jaar of ouder is, minder bedraagt dan f 47,96, f 55,77 onderscheidenlijk f 65,50. per 1 januari 2003: € 27,79, € 34,14, onderscheidenlijk € 43,63.
|
||||
**1.** De persoon, die 21 jaar of ouder is, die voor de toepassing van de Toeslagenwet niet als gehuwd wordt aangemerkt en voor wie de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, maar niet de alleenstaande-ouderkorting, bedoeld in artikel 8.15 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van toepassing is en die recht heeft op uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of meer van deze wetten gezamenlijk, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, en berekend naar een dagloon als bedoeld in artikel 14 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of een vervolgdagloon als bedoeld in artikel 21b van die wet, dat ten minste gelijk is aan 70% van het minimumloon, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van die wet, of berekend naar een grondslag die ten minste gelijk is aan 70% het minimumloon als bedoeld in artikel 8, zevende lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, of artikel 7, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, heeft recht op een verhoging van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering per dag, indien hij 21 jaar, 22 jaar, onderscheidenlijk 23 jaar of ouder is, minder bedraagt dan f 47,96, f 55,77 onderscheidenlijk f 65,50. per 1 april 2003: € 27,79, € 34,11, onderscheidenlijk € 43,63.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde verhoging bedraagt het verschil tussen het voor betrokkene geldende bedrag, genoemd in het eerste lid, en de arbeidsongeschiktheidsuitkering per dag, doch ten hoogste het verschil tussen het voor betrokkene geldende bedrag, genoemd in het eerste lid, en 70% van het minimumloon, zijnde het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, gedeeld door 21,75, of, indien het een persoon jonger dan 23 jaar betreft, het minimumloon per maand dat voor zijn leeftijd geldt op grond van artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid van genoemde wet,, gedeeld door 21,75.
|
||||
|
||||
|
|
@ -588,7 +588,7 @@ Voor de toepassing van de artikelen 62 en 63 wordt onder minimumdagloon verstaan
|
|||
|
||||
### Artikel 64a
|
||||
|
||||
**1.** De persoon die 21 jaar of ouder is, die voor de toepassing van de Toeslagenwet niet als gehuwd wordt aangemerkt en voor wie de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, maar niet de alleenstaande-ouderkorting, bedoeld in artikel 8.15 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van toepassing is en die recht heeft op uitkering op grond van de Ziektewet, berekend naar een dagloon dat ten minste gelijk is aan 70% van het minimumloon, heeft recht op een verhoging van zijn uitkering op grond van de Ziektewet, indien die uitkering per dag, indien hij 21 jaar, 22 jaar onderscheidenlijk 23 jaar of ouder is, minder bedraagt dan f 50,33, f 61,78, onderscheidenlijk f 79,-. per 1 januari 2003: € 27,79, € 34,14, onderscheidenlijk € 43,63.
|
||||
**1.** De persoon die 21 jaar of ouder is, die voor de toepassing van de Toeslagenwet niet als gehuwd wordt aangemerkt en voor wie de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, maar niet de alleenstaande-ouderkorting, bedoeld in artikel 8.15 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van toepassing is en die recht heeft op uitkering op grond van de Ziektewet, berekend naar een dagloon dat ten minste gelijk is aan 70% van het minimumloon, heeft recht op een verhoging van zijn uitkering op grond van de Ziektewet, indien die uitkering per dag, indien hij 21 jaar, 22 jaar onderscheidenlijk 23 jaar of ouder is, minder bedraagt dan f 50,33, f 61,78, onderscheidenlijk f 79,-. per 1 april 2003: € 27,79, € 34,11, onderscheidenlijk € 43,63.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde verhoging bedraagt het verschil tussen het bedrag, genoemd in het eerste lid, en de uitkering per dag op grond van de Ziektewet, doch ten hoogste het verschil tussen het voor betrokkene geldende bedrag, genoemd in het eerste lid, en 70% van het minimumloon, zijnde het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, gedeeld door 21,75, of, indien het een persoon jonger dan 23 jaar betreft, het minimumloon per maand dat voor zijn leeftijd geldt op grond van artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van genoemde wet, gedeeld door 21,75.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue